31 augustus 2020

Natte voeten bij het plassen

Mijn oudste broer, Jos, is al ruim 7 jaar dood, maar sommige van zijn wijze lessen leven nog altijd voort. De alleroudste die ik me kan herinneren kwam vandaag ineens van pas. Hij stamt uit de zomer van 1966. Jarenlang fietste de familie La Poutré in de vakantie van Den Haag naar Zeist om daar een aantal weken in het huis van een tante en oom door te brengen. Die waren rijker dan de Haagse tak, want ze konden zich een fiat 500 veroorloven, waarin ze met zijn vijven naar Zuid Frankrijk reden. Maar in 1966 ging ook ons gezin voor het eerst in het buitenland op vakantie, met de trein naar de Côte d'Azur.

Ik was 10 jaar, Jos was 8 jaar ouder. Ik had wat echte Franse Francs gekregen en mocht daar zelf iets van gaan kopen. Met het geld in mijn vuist geklemd vergaapte ik me aan al de lekkernijen in de kiosk aan het strand van Boulouris sûr Mer. De keuze viel op een bounty, maar de verkoper begreep me niet. "Bounty" probeerde ik nog een keer en stak er één vinger bij op. Ik wees in de richting waar de bounties lagen, maar daar lagen ook milky ways, treetsen, topdrops, rangen en kingen. Teleurgesteld droop ik af. Even verderop kwam ik Jos tegen en vertelde dat ik gewoon een bounty wilde kopen, maar dat ze me niet begrepen. "Wacht maar even" zei Jos en even later kwam hij met een triomfantelijke grijns én een bounty aanlopen. "Je moet gewoon opletten hoe ze de letters hier uitspreken," zei hij. "Onze naam is geen La Pautree maar La Poetree, dus ik dacht ik vraag om een boentie en dat snapten ze." Gewapend met deze nieuwe wijsheid liep ik terug naar de kiosk en niet veel later hapte ik in mijn eerste Franse boentie.

Gisteren liepen we in een soort winkel van sinkel, In tegenstelling tot wat de buitenkant deed vermoeden was het een enorme zaak. Ik moest een computermuis hebben en het zou me niet verbazen als ze die daar ook hadden, maar ik kon er geen vinden in het rek met allerlei computerbenodigdheden. Vragen dus maar, maar "computer mouse" deed geen enkel belletje rinkelen bij de verkoper. Gelukkig kwam de wijze les van Jos bovenborrelen: gewoon opletten hoe ze de letters hier uitspreken. Als onze Thaise vrienden Engelse woorden uitspreken die eindigen op een s laten ze die klank meestal weg. House, ice en nice worden hou, aai en naai. En Engelse woorden die op ter eindigen krijgen vaak de klemtoon op die laatste lettergreep, waarbij die lang wordt uitgesproken en de r wegvalt: "tùùùhhh". "Mou compoetùùùhhh" probeerde ik daarom maar eens en jawel hoor, ik werd verwezen naar gang 3 en daar lag een ruime keuze.

Uiteindelijk namen we ook nog een oplaadkabeltje mee, maar daarvan bleek de stekker het niet te doen. Stekkers zijn van die dingen waarvan je niet eens beseft dat die het mogelijk ook wel eens niet zouden kunnen doen, maar in Thailand daar kan dat dus. We zijn er inmiddels aan gewend. De uitdrukking "met de Franse slag" is bij ons inmiddels gewijzigd in "met de Thaise slag; soms verlangen we hevig naar dingen die met de Franse slag gemaakt zijn. 

Onze riolering bijvoorbeeld. Die is keurig volgens een werktekening aangelegd. Het water van het toilet loopt via een afvoerbuis de sceptictank in. Daar bezinken de zware bestanddelen. Het water dat bovenop de brij drijft is goed bruikbaar voor de tuin. Dat vloeit daarom vanuit de sceptictank naar een verzamelput. Het water uit de keuken komt in een vetscheider, waarin het vet achterblijft terwijl de rest van het water ook naar de verzamelput vloeit. Ook de afvoeren van de wastafel en douche volgen die laatste route. De douche-afvoer moesten we overigens zelf improviseren, want die waren de riooolaanleggers tijdens de bouw vergeten; de Thaise slag, zal ik maar zeggen.

De verzamelput is ook met de Thaise slag gebouwd. Hij bestaat uit 4 betonnen ringen die in de grond op elkaar gestapeld zijn. De onderste ring heeft een bodem. Zo is er dus een put van zo'n 2 meter diep ontstaan, maar helaas zijn de ringen gewoon los op elkaar gestapeld. Na twee flinke hoosbuien is de put helemaal gevuld met regenwater. Het water in de toiletpot komt omhoog en laat de productie van die dag vrolijk ronddobberen. Inmiddels hebben we een lange dikke slang aan een vuilwaterpompje gekoppeld en tot helemaal achter in de tuin uitgerold. Als het weer zover is haal ik de betonnen deksel van de put, hang de pomp erin, trek de stroomgenerator aan en na 10 minuten is de boel weer klaar voor de volgende 2 hoosbuien.

Intussen probeer ik de belasting van de riolering zo veel mogelijk te minimaliseren door te wildplassen. Hier levert dat geen boete van 70 euro op. Ik krijg er wel natte voeten van. Niet omdat ik niet kan richten of zo dom ben om tegen de wind in te plassen, maar omdat ik niet meteen naast de paadjes wil gaan staan. Ik moet dus het natte gras in. En eigenlijk laarzen aantrekken.

15 augustus 2020

Falangstreductie

De Thai zijn meesters in het vol laden van auto's. Of eigenlijk is het het méér dan vol laden van auto's. Je ziet hier regelmatig pickupjes waarvan de lading een paar meter hoog is opgetast. Ook zie je veel auto's waar allerlei constructies aan zijn gefreubeld zodat er (nog) meer op kan. Vrachtwagens met een laadvloer die gewoon nog anderhalve meter is verlengd aan de achterkant zijn evenmin een uitzondering. Wij werden er zelf een keer mee geconfronteerd toen we de rijstkaf bestelden waarmee het grootste deel van de muren van Baan Din is gevuld. We konden dat "per truck" bestellen en toen we wilden weten hoe groot zo'n truck dan wel niet was wees de verkoper op die van ons. "Same same." Eén truck leek ons een goede hoeveelheid om mee te beginnen, maar toen de lading werd afgeleverd bleek die 3 meter hoog en naar alle kanten uitpuilend te zijn. We hebben nog steeds een bergje van het spul liggen.

Bij het vol laden van auto's lijkt het enige doel te zijn dat er zo veel als mogelijk mee gaat. Of de auto dat ook echt aan kan, en of deze wel bestuurbaar blijft, is niet relevant. En dus gaat het regelmatig mis. Wie denkt dat ik overdrijf om mijn verhaal lekker smeuïg te maken moet maar even kijken naar https://www.youtube.com/watch?v=IKtWTaMHXNM. Of anders naar https://www.youtube.com/watch?v=RD8UdHzlO2o. Dagelijks vallen er wel een paar pickupjes om of zakken door hun assen. Dat leidt tot het vreemde verschijnsel dat de goedkopere 2-deurs-pickupjes duurder zijn in de verzekering dan de duurdere 4-deurs. Hier in Thailand kan je zien hoe het Nederlandse wagenpark eruit zou hebben gezien als er geen strenge regels aan het grijze kenteken zouden zijn gesteld. De helft van de auto's heeft iets dat op een laadbakje lijkt en kwalificeert daarmee voor het Thaise equivalent van een grijs kenteken. Superdeluxe SUV's hebben een bakje van nog geen meter en zijn daardoor formeel pickupjes. 


Vanmiddag reed ik achter een pickupje dat overvol geladen was met ijzeren buizen, die naar voren en naar achteren zo'n anderhalve meter uitstaken. Het ging allemaal op een sukkeldrafje, en omdat het een bochtige weg was bleef ik er maar achter. We zijn nog niet zo verthaist dat we aan kamikazeachtige inhaalacties beginnen. Bij de spoorwegovergang nam het laaghangende truckje nog wat gas terug. Om onduidelijke redenen is het wegdek op vrijwel alle Thaise spoorwegovergangen een mix van bulten en gaten, waardoor je er stapvoets overheen moet. Misschien is dat wel bewust zo gedaan om het verkeer snelheid te laten terugnemen. Verkeersborden en knipperlichten bereiken dat effect hier niet. Hotsend en botsend hobbelde het autootje het spoor over en toen de bestuurder net weer wat gas bij wilde geven gleed de helft van de lading aan de achterkant van de wagen af.

Minstens 20 van de buizen lagen op de rails. Gelukkig gaan er hier net zo veel treinen per dag als op sommige Nederlandse trajecten in een uur, en gelukkig gaan de treinen bij lange na geen 120 km/u, maar dat de chauffeur wat ongelukkig naar de ravage stond te kijken zal niemand verbazen. Hij sjorde wat aan een buis, maar kreeg deze met moeite van zijn plaats. Ik besloot uit te stappen. Hij leek te schrikken van de lange witte man die op hem afkwam. Ik gebaarde dat ik hem wilde helpen. De eerste buis die we optilden wilde hij meteen naar zijn auto dragen, maar ik probeerde hem duidelijk te maken dat we beter eerst alles van het spoor af konden halen. Dat leek hem bij nader inzien toch ook wel het beste en zo kon even later een kleine file Thaise automobilisten zien hoe een Thais mannetje en een farang reus een lading buizen versjouwde. Het was behoorlijk warm en ik was al aan het bedenken hoe ik hem kon vragen of hij iemand anders kon zoeken om de boel weer op zijn auto te krijgen, toen er zo'n zelfde pickupje met een zelfde lading ijzeren buizen aan kwam sukkelen. Het bleek een collega van de eerste man te zijn. Als de nood het hoogst is....

Met veel gebuig en gewai en gekapunmaakkrap werd ik bedolven onder de bedankjes. Verder onderweg moest ik denken aan zijn verschrikte blik toen ik op hem af stapte. "Farang" worden wij buitenlanders hier genoemd en meestal wordt dat uitgesproken als falang. Voor de Thai die die farang maar vreemd en zelfs een beetje eng vinden hebben wij bedacht dat die aan falangst lijden. Vandaag heb ik dus een effectief stukje falangstreductie weten te bereiken. Niet gek voor een amateur.

07 augustus 2020

2 jaar Baan Din

Het is al weer augustus en dat betekent dat we inmiddels drieëneenhalf jaar in Thailand wonen, waarvan twee in ons Baan Din (huis van aarde) zoals de Thai dat noemen. Achteraf beseffen we dat het leuk was geweest om ieder jaar op dezelfde dag een foto vanaf hetzelfde standpunt te maken, maar helaas, ook in Thailand kijk je achteraf een koe in haar kont, hoewel ze hier spreken van mong pai tie waw nai toed koh. Ik vrees dat ze vreemd staan te kijken als ik die uitdrukking gebruik, dus ik ga dat maar niet proberen.

Omdat het toch leuk is om te laten zien hoe ons landje is veranderd hebben we min of meer vergelijkbare foto's gezocht die telkens in augustus gemaakt zijn. We hebben een klein beetje gesmokkeld, en de belichting en bewerking zijn ook telkens anders, maar wie de vorige blog gelezen heeft snapt dat we daar geen punt van maken. En omdat we in augustus 2017 de vijver al uitgegraven hadden beginnen we met een foto uit mei, toen we de grond net gekocht hadden. 














En omdat ik het mezelf deze keer toch makkelijk aan het maken ben nog maar een paar foto's van vandaag.










02 augustus 2020

Ingeburgerd

Vandaag heb ik een mijlpaal in het inburgeringsproces bereikt. Onderweg naar de stad zag ik een druk gebarende maaltijdbezorger van Grab met zijn scooter midden op de weg staan. Het was duidelijk de bedoeling dat ik zou stoppen, en dat deed ik dan ook maar. Hij bleek niet te weten welke kant hij op moest en was wat in verwarring omdat hij geen buitenlander had verwacht, maar nu ik toch eenmaal daar stond vroeg hij toch maar hoe hij bij de Thammasat Universiteit moest komen. Ik kon hem dat zowaar uitleggen. Dat was trouwens niet zo heel moeilijk, want ik hoefde alleen maar aan te wijzen welke weg hij bij de Y-splitsing verderop moest nemen, maar het geeft toch een goed gevoel dat ik begreep waar deze Thai heen wilde en hem de goede kant uit kon sturen.

Dat doet me denken aan een raadsel dat ik misschien al wel 50 jaar geleden voorgelegd kreeg: je komt bij een Y-splitsing maar weet niet welke kant je op moet om bij de Thammasat Universiteit te komen. Er staan twee identieke tweelingbroers op de splitsing en je weet dat de ene altijd liegt, terwijl de andere altijd de waarheid spreekt. Wat moet je vragen om er zeker te zijn dat je de goede weg neemt? (Onder de inzenders van de goede oplossing wordt een cadeaubon van 1000 baht verloot.)

Toevallig was ik tijdens dat ritje net aan het nadenken over wat we intussen hier allemaal gewoon vinden terwijl dat in Nederland zeer opvallend zou zijn. Die vraag kwam een tijdje geleden al eens op, toen Mieke opmerkte dat als er 4 jaar geleden een mondkapjesplicht in Thailand had bestaan, we waarschijnlijk niet voor dat land gekozen hadden. Als we nog altijd mondkapjesplichtvrij zouden willen wonen kunnen we vooralsnog terug naar Nederland, maar die optie laten we lekker onbenut.

Hier op het Thaise platteland zien we dat er wel meer mondkapjes gedragen worden dan vóór corona, maar het is zeker niet zo dat iedereen er een draagt. Wij zorgen er altijd wel voor dat we er eentje op hebben als we de deur uitgaan; op buitenlanders wordt nu eenmaal extra gelet, zeker omdat de gedachte dat het onheil uit het buitenland komt hier behoorlijk gemeengoed is. Bovendien laat het zien dat we de zorgen van veel mensen over hun gezondheid serieus nemen. Zelfs al zouden mondkapjes niets uithalen, wat wij niet geloven, dan is dat al genoeg reden om ze te dragen. Goed beschouwd past het mondkapje ook in het rijtje van wat we gewoon zijn gaan vinden.

Nog meer voorbeelden? Okee, daar gaan we:
  • Links rijden
  • In een restaurant iets anders krijgen dan je besteld hebt
  • Scheuren in een betonvloer
  • Spookrijders over de vluchtstrook
  • Parkeren op de vluchtstrook
  • Marktkraampjes op de vluchtstrook
  • Winkelmedewerkers die zeggen dat iets niet op voorraad is terwijl je het even later gewoon ziet liggen
  • Politie-check-points op vaste plaatsen, alleen tussen 9 en 5
  • IJs in je bier
  • Geen alcohol te koop op feestdagen
  • Op andere dagen alleen tussen 11 en 14 uur en tussen 17 en 24 uur
    (Het verhaal gaat dat het eerst alleen tussen 17 en 24 uur mocht maar dat de beleidsmakers er vervolgens achter kwamen dat ze hun eigen lunch zonder bier moesten nuttigen. Geen idee of dat waar is.)
  • Op alcoholvrije momenten bier in een theekopje geserveerd krijgen
  • Auto's, motoren en fietsen in het donker zonder licht
  • Auto's die eerst remmen, dan het knipperlicht aanzetten
  • Auto's die voordat ze linksaf gaan eerst naar rechts uitwijken
  • Beleefde kinderen
  • Een caissiere die je achterna komt rennen omdat ze 10 baht (28 cent) te weinig heeft teruggegeven
  • Maaltijden die niet per tafel tegelijk geserveerd worden, maar schotel voor schotel.
Nouja, we kunnen nog wel even doorgaan, maar dan wordt het een nog saaiere opsomming. De plaatsing van het gastenhuisje achter in de tuin is eigenlijk wel een mooi voorbeeld. Het huisje zelf wordt op het terrein van de verkoper volledig in elkaar gezet. Intussen worden er op de plek waar het moet komen, in onze tuin dus, een fundering en betonvloer gestort. Er blijven 6 grote gaten over waar de pilaren moeten komen te staan.

Het complete huisje van 3 x 5,5 meter wordt met een vrachtwagen over de snelweg (zonder zwaailichten of motor-escorte) naar zijn plek getransporteerd. Wij verwachtten ook een kraanwagen, maar die kwam niet. De vrachtwagen manoeuvreert zich naar de juiste plek op de betonvloer. Dan wordt en er onder iedere poot een verstelbare stempel gezet, waarna 6 man tegelijkertijd het huisje beginnen op te krikken. Op een gegeven moment kan de vrachtwagen er onderuit rijden. Het opkrikken gaat door totdat de vloer op 2 meter hoogte zit en de betonpalen onder de poten passen. De boel wordt gesteld, waarna de 6 grote gaten met beton gevuld worden. Dat beton wordt ter plekke in cementkuipen met de hand aangemaakt. 


Intussen wordt de trap gemonteerd. Die bestaat uit een deel van 7 treden, een platformpje en dan nog een deel van 3 treden. Op het platformpje maakt de trap een haakse bocht. Het langste stuk van de trap wordt aan het balkon van het huisje vastgemaakt en aan het andere eind wordt het platformpje op houten palen op de juiste plek en hoogte geplaatst. Dan wordt het korte stukje trap eraan gezet en blijkt er plotseling een probleem te zijn. Bij het storten van de vloer was er namelijk vanuit gegaan dat het korte stukje trap aan het balkon zou komen en het lange stuk zou eindigen op de betonvloer. Nu de delen verwisseld zijn, komt de trap beneden uit op een plek waar geen vloer meer is. Maar niet getreurd: er wordt toch beton aangemaakt voor de funderingsgaten, dus er kan ook wel even een stoepje gestort worden onderaan de trap.


Uiteindelijk staat het huisje er, maar wel enigszins scheef ten opzichte van de betonvloer, een vloer die niet helemaal vlak is en waar de later opgevulde funderingsgaten niet precies vlak lopen met de vloer en bovendien een andere structuur hebben. De eerste scheuren zitten al in het beton en het geïmproviseerde stoepje is veel te klein om fatsoenlijk over te kunnen lopen. We hadden speciaal verzocht om de traptreden allemaal een zelfde onderlinge afstand te laten hebben. Dat is geenszins vanzelfsprekend hier. Dat was prima voor elkaar. Alleen de afstand tussen het betonstoepje en de eerste trede, en tussen de laatste trede en de balkonvloer wijken af.


Maarrrrrrrr This is Thailand... het huisje is prachtig, het uitzicht is magnifiek, het stoepje hebben we zelf uitgebreid, de scheuren in het beton zien we niet meer en met de niet geheel vlakke vloer kunnen we ook prima leven. We zijn tenslotte ingeburgerd. Als je er eenmaal aan gewend bent dat de dingen altijd anders gaan dan je verwacht, dat zelfs vanzelfsprekende dingen niet vanzelfsprekend zijn en dat je aan elk ondenkbaar scenario moet denken, dan wordt het leven ineens verrassend relaxed. Bij mijn tante Riet hing vroeger in de gang een tegeltje: "Tob niet, het loopt toch anders." Het zou me niet verbazen als dat een vertaalde Thaise wijsheid was.


Oja, en die cadeaubon die ik hierboven noemde wordt gewonnen door de partner van de organisator van de prijsvraag. We zijn tenslotte ingeburgerd.

19 juli 2020

Blokfluit

Ik heb een soort afwijking; ik verzamel, ongewild, nutteloze wetenswaardigheden. Ik onthou dingen die er helemaal niet toe doen. Belangrijke of nuttige woorden blijven niet in mijn hersens plakken, terwijl volkomen nutteloze woorden op de meest onzinnige momenten te voorschijn komen. 2 voorbeelden: ฝักบัว (fàk-buwa) douchekop, wanneer heb je dat nodig? Die ene keer in de 10 jaar als dat ding stuk is? Ik kan het onthouden omdat buwa ook de lotuskop betekent en die twee zien er ongeveer hetzelfde uit. Ander voorbeeld: in het Thai heb je ontelbaar veel classifiers, niet te onthouden! Behalve dan die ene voor blokfluiten; เลา (lao), ik heb echt 0 interesse in een blokfluit!

Bovenstaande alinea heb ik niet zelf geschreven. Ik kreeg hem toegestuurd van Carin, die jarenlang mijn steun en toeverlaat was bij 2Xplain en met wie ik de fascinatie voor Thailand deel. Carin's vader woont hier in de buurt en die zocht ze 2x per jaar op (totdat corona roet in het eten gooide) dus we zien of zagen elkaar nog regelmatig. Ik herken het verschijnsel van het opslaan van overbodige informatie wel. Ik heb het (nog) niet met Thaise woorden, hoewel je je af kunt vragen of het eerste Thaise woord dat ik echt onthield, กระเทียม (gratiam, knoflook), nu wel het meest noodzakelijke is om te weten. Maar ik ken bijvoorbeeld wel allerlei tennissers, schaatsers, voetballers en autocoureurs, terwijl ik echt helemaal nooit naar sport kijk en al die namen niet eens wíl weten.

Carin's miniblogje is een leuke aanleiding om weer eens wat over de Thaise taal te schrijven. Ik besef dat niet iedereen dat interessant vindt, daarom kondig ik dat maar even aan. Wie wil kan dan nu wat nuttigers gaan doen.

De classifiers waar Carin het over heeft kennen we in het Nederlands ook, maar in het Thais en bijvoorbeeld ook in het Chinees zijn ze veel belangrijker. Een classifier wordt gebruikt om het aantal bij specifieke zaken te benoemen en verwijst vaak naar uiterlijke kenmerken. Zo hebben we in het Nederlands een tros druiven, een kam bananen en een vlucht regenwulpen, en als we de classifier niet kennen kunnen we altijd terugvallen op "stuks". Maar in de meeste gevallen kunnen we best zonder de classifier. We hoeven geen 2 stuks bananen te bestellen: simpelweg 2 bananen is voldoende. In het Thais kan dat niet. 2 bananen in het Thais is กล้วยสองลูก, kluay song loek, ofwel bananen twee stuks. Als het tenminste gewone bananen zijn. Gaat het om gefrituurde bananen dan is de classifier geen loek, maar chin; zit de banaan verwerkt in sticky rice dan wordt het haaw. 

Maar daarmee zijn we er nog lang niet. Want de classifier ลูก (loek) wordt niet alleen voor bananen gebruikt, maar ook voor kinderen, rond fruit, ballen, harde ronde objecten van middelgrote omvang en stormen. Voor kinderen kan je trouwens ook khon gebruiken. Dat is de classifier voor personen in het algemeen. "Ik heb één zoon en één dochter" wordt dan mie loek song khon, loek chai neung khon lae loek saaw neung khon, ofwel heb kinderen 2 personen, zonen 1 personen en dochters 1 personen. 

Sommige classifiers worden gebruikt voor een aantal zaken die niets met elkaar te maken hebben. Bai, bijvoorbeeld, is de classifier voor flessen, drinkglazen, rugzakken, geld, bladeren, hoeden, de wereld, speelkaarten, kussens, doodskisten, frituurpannen, visvallen, de vulstof in tabletten, emmers, portemonnees (mits gemaakt van natuurlijke materialen), vliegtickets, scheermesjes, toffees, pruimen en ga zo nog maar even door. Aan de andere kant van het spectrum staan classifiers als rang, dat uitsluitend gebruikt wordt voor klamboes. En lao dus, voor blokfluiten.

Gelukkig begrijpen de meeste Thai ons ook wel als we gratiam song, zonder de classifier hoewaa, bestellen. En anders wijzen we de knoflook aan en steken twee vingers op. Die taal spreekt iedereen. Hoewaa gebruik je trouwens ook bij onder meer menselijke hoofden, puisten, abcessen en pukkels en de injector in een automotor.

Als we over een paar jaar eindelijk de tonen een beetje onder de knie hebben, kunnen we ons gaan storten op de 338 classifiers. We hebben er nu al zin in.




07 juli 2020

De aap uit de mouw

De baas van Albert Heijn verdiende in 2018 zo'n 5 miljoen euro. Dat is 125 keer het gemiddelde salaris van de Ahold-medewerker. En ruim 400 keer het salaris van een vakkenvuller. Een vakkenvuller bij Albert Heijn verdient ongeveer 5 keer zo veel als een Thaise ongeschoolde arbeider. De baas van Albert Heijn verdient dus 2000 keer zo veel als laten we zeggen een Thaise kokosnotenplukker. De baas van Albert Heijn verdient dus per 2 minuten wat de Thaise kokosnotenplukker in een dag verdient.

De Thaise kokosnotenplukkers worden door Albert Heijn, dat aangestuurd wordt door de man die maar 2 minuten hoeft te werken om hetzelfde te verdienen wat zij in een hele dag opstrijken, onder druk gezet om zo goedkoop mogelijk te leveren. Om toch nog iets over te houden om van te leven hebben ze een handigheidje bedacht. In plaats van zelf de 30 meter hoge bomen in te klimmen, laten ze dat door apen doen. Die zijn daar veel handiger in en vallen er ook zelden uit, terwijl mensen nog wel eens omlaag donderen, hetgeen meestal niet goed afloopt.


De man die 2000 keer zo veel verdient als een Thaise kokosnotenplukker vindt het echter zielig voor die apen. Of, wat veel waarschijnlijker is, hij vindt het helemaal niet zielig voor de apen, maar er zijn beelden naar buiten gebracht van zielige apen en nu is de man van 5 miljoen bang dat zijn klanten denken dat Albert Heijn niet om zielige dieren geeft. Dus zou je denken dat hij spoorslags naar Thailand afreist, vraagt wat de meerkosten zijn als de apen niet meer worden ingezet, en aanbiedt die meerkosten te compenseren door een betere prijs voor de kokosnoten te betalen. Maar dat doet de baas van Albert Heijn niet. In plaats daarvan kondigt zijn bedrijf groots aan geen kokosnoten meer te kopen in Thailand. Hoe de noten in andere landen geoogst worden is niet zo belangrijk, als de mensen maar weten dat Albert Heijn erg betrokken is bij het wel en wee van de dieren. Ten minste, voor zover het geen koeien, varkens of kippen zijn. Want ook daarbij wil de zakkenvuller die 400 keer meer verdient dan de vakkenvuller het onderste uit de kan. Vandaar dat Nederlandse boeren onlangs een distributiecentrum blokkeerden. Net als de Thaise kokosnotenplukkers willen ze graag een eerlijke prijs.

Als er geen kokosnoten meer verkocht worden zitten de plukkers meteen zonder inkomen. Het sociale vangnet dat Nederland ondanks de fiscale trucs van de grote ondernemingen in stand weet te houden ontbreekt in Thailand. Het inkomensverschil tussen de baas van Albert Heijn en de (ex-)kokosnotenplukkers wordt dus nog groter. En intussen blijft Albert Heijn gewoon producten verkopen die ten koste van dieren gaan, maar die nog niet in aangrijpende filmpjes aan de kaak zijn gesteld.

Elke gelijkenis met kokosnootplukkende apen is louter toevallig

Ik heb ook wel mijn bedenkingen bij het inzetten van dieren voor allerlei doeleinden. Maar ik heb nog meer bedenkingen bij de door de marketingafdeling van bedrijven aangestuurde verontwaardiging. Als de dierenwereld het van Albert Heijn moet hebben ziet het er nog somberder voor ze uit dan het toch al doet.

Toevallig verscheen er vandaag op Thailandblog een reactie van een Nederlander die getrouwd is met de eigenaresse van een "apenschool". Hij weerspreekt uiteraard de beschuldigingen van mishandeling en doet dat behoorlijk goed onderbouwd. Over de opstellers van het rapport is hij niet echt genuanceerd, maar genuanceerdheid is ook bij die opstellers zelf ver te zoeken. In ieder geval is het interessant om de andere kant van het verhaal ook de lezen.

In Thailand hebben de critici van het westen inmiddels weer munitie erbij. Die westerlingen denken nog altijd voor te kunnen schrijven hoe men zich hier dient te gedragen. Uitgerekend de man die 2000 keer zo veel verdient als een Thaise dagloner hangt de moraalridder uit. Je moet maar durven.

Sorry hoor, maar ik moest echt even stoom afblazen. O, en de cijfers zijn bij benadering, dus ga ze niet na zitten rekenen.

05 juli 2020

Asalha Bucha

De Thai houden wel van een feestje, maar de afgelopen maanden gooide corona roet in het feestmaal. Songkran, de traditionele Thaise nieuwjaarsviering, werd dit jaar afgelast. In de aanloop naar Songkran horen we altijd feestgedruis, bestaande uit harde disco en valse karaoke, uit de naburige dorpen overwaaien, maar dit jaar bleef het stil. Pas de afgelopen week hoorden we weer muziek in de verte.

Vandaag is het Asalha Bucha, een van de belangrijkste boeddhistische feestdagen. Het is de dag waarop de Boeddha zijn eerste preek hield, nadat hij verlichting had bereikt. Zijn preek ging over de vier edele waarheden:
  1. er is lijden;
  2. het lijden heeft een oorzaak;
  3. de oorzaak van het lijden kan opgeheven worden;
  4. door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd.
Het achtvoudig pad laat zich het makkelijkst omschrijven als 8 levensadviezen:
  1. de juiste inzichten;
  2. de juiste bedoelingen (zonder bezitsdrang, wreedheid of boosheid);
  3. het juiste spreken (zonder roddels, leugens, laster en schelden);
  4. het juiste handelen (zonder geweld jegens mensen en dieren, en niet ten koste van anderen)
  5. de juiste levenswijze (een eerzaam vak uitoefenen);
  6. de juiste inspanning (om het heilzame te bevorderen);
  7. de juiste aandacht;
  8. de juiste concentratie.
De vier edele waarheden vormen de basis van de Boeddhistische leer. De preek vond plaats in een hertenkamp voor een gevolg van vijf aanhangers. Vandaag wordt ook gevierd dat een van de volgers ter plekke volledig begreep wat er gezegd werd en de stichter werd van de allereerste orde van Boeddhistische monniken.

(afbeelding van wikipedia)


Wij merken op zich niet zo veel van de Thaise feestdagen, behalve allerlei praktische dingen. Zo zijn er veel meer winkels dicht dan op een gewone zondag en wordt er geen alcohol verkocht. Dat laatste is een merkwaardig verschijnsel op feestdagen hier. Het aantal verkeersslachtoffers in Thailand behoort tot de hoogste ter wereld en alcohol speelt daarbij vaak een rol. Tijdens feestdagen bereikt het aantal ongelukken telkens weer een hoogtepunt. Om daar wat aan te doen is de verkoop van alcohol verboden. Maar omdat iedereen dat weet piekt de verkoop van alcohol telkens op de dag ervóór. 


Of het ook met Asalha Bucha te maken heeft weten we niet, maar vanmiddag stonden er twee mannen aan de poort te roepen, waardoor we wakker werden uit een verlate siësta. Ik gebaarde dat de poort open was, maar het is heel onthais om een dichte poort open te doen. Als het de bedoeling was dat je naar binnen mocht gaan, dan had de poort wel open gestaan, zo is de redenering. En dat die rare farang de poort dicht doen om de honden binnen te houden wil er hier niet in; waarom zou je je hond binnen willen houden? 
Toen ik eenmaal bij de poort was zag ik dat het twee mannen waren die ik wel vaker voorbij zie komen of in het dorp tegenkom. De ene had zijn telefoon in aanslag en maakte het ene plaatje na het andere, de andere tilde een plastic zak in op en zei iets wat ik niet kon verstaan, gevolgd door "pad krapao". Dat laatste begreep ik dan weer wel. Pad Krapao is een populair en erg lekker gerecht met gehakt en Thaise basilicum. Je kunt het bij veel streetfoodkraampjes kopen. In de plastic zak zaten twee andere plastic zakjes, waarvan een gevuld met pad krapao, en de ander met een soep waarin een stuk of zes hardgekookte eieren dreven, naast stukjes spek en wat ondefinieerbare organen. Tja, in Thailand wordt echt alles van het beest opgegeten, op de botten na. De mannen kwamen ons dus een maaltijd brengen. Ze sloegen de uitnodiging om binnen te komen af, de ene maakte nog maar een stelletje extra foto's en daarna klommen ze weer op hun bromfiets en reden terug naar het dorp. Het was de zoveelste blijk van gastvrijheid hier. We zijn onderhand de tel kwijtgeraakt.


Vanavond hebben we er rijst bij gekookt en zijn we de onverwachte maaltijd op het balkon van het gastenhuisje gaan opeten, in de hoop dat we de volle maan die hoort bij Asalha Bucha konden zien opkomen. De maan liet zich echter niet zien, naar we dachten vanwege de bewolking. Maar toen we later in de tuin liepen zagen we hem alsnog boven de bergen uitkomen, in een hele smalle reep tussen de top van de berg en de wolkenband er vlak boven. Een bijzondere ervaring.


Morgen is er weer een feestdag. Als in Thailand een feestdag in het weekend valt, is de maandag erna namelijk automatisch een vrije dag. Eigenlijk net als met Pasen en Pinksteren in Nederland. De "pech" die Nederlandse werknemers hebben als kerst of nieuwjaarsdag in het weekend vallen kennen ze hier niet. Hier kennen ze alleen dat alcoholverbod. Maar we hebben nog een biertje in de koelkast.