30 november 2020

Secretaris

Zo'n 55 jaar geleden werd ik voor het eerst in mijn leven secretaris. Dat was van de Beekse Boys, de voetbalclub van het stukje Beeklaan in Den Haag waar we toen woonden. Samen met Jantje Timmers, die een paar huizen verderop woonde vormden we het bestuur. Verder bestond de vereniging uit Peter Timmers, het jongere broertje van Jantje. Een vierkant grasveldje aan het eind van de Beeklaan, nog voorbij waar de ouwe Drees gewoond had, was ons speelveld. Behalve dat was het ook een favoriete plek voor hondenuitlaters. Beekse Boys stond bekend om de vele onverwachte slidings.

In de loop der jaren was ik vervolgens bestuurslid (meestal weer secretaris) van de Aksiegroep Maskers Af (bijna 50 jaar voordat die naam dankzij corona een andere associatie opriep), de vakbond voor jeugdherbergmedewerkers, de Nederlandse Vuurtoren Vereniging, de Vereniging van Nederlandse Salarisadministrateurs en de World Lighthouse Society. De afgelopen 10 jaar ging ik bestuurloos door het leven, maar sinds kort ben ik toch weer secretaris.

De weg daarheen begon met de jaarlijkse verplichting voor gepensioneerden om te bewijzen dat ze nog leven. Ooit is die verplichting ontstaan nadat bleek dat buitenlandse partners nog jarenlang AOW of pensioen opstreken van hun overleden echtgenoten. De Thaise overheid ondertekent alleen levensbewijs-formulieren van de SVB, maar de SVB wil ons geen formulieren sturen omdat we nog geen AOW krijgen. Dus moeten we óf naar de ambassade in Bangkok, dat 600 kilometer hier vandaan ligt, of naar een dure notaris. Totdat bleek dat Marc, een vriend van ons, in zijn hoedanigheid als consul van Zwitserland ook als tekenbevoegde instantie kon worden aangemerkt.

Terwijl Marc de levensbewijzen invulde, stempelde en ondertekende viel mijn oog op een oproep voor bestuursleden voor de door hem opgerichte Foundation for Education of Rural Children, kortweg FERC. De FERC sponsort kinderen uit arme gezinnen in Noord Thailand die hun middelbare school niet af kunnen maken wegens geldgebrek. Het Thaise onderwijs is gratis, maar lesmiddelen en de verplichte schooluniformen moeten wel zelf worden betaald. Tot 15 jaar geldt er een leerplicht, maar op dat moment is er nog 3 jaar te gaan voordat de middelbare school is afgerond. Veel ouders halen hun kind van school zodra de leerplicht vervalt, zodat ze de kosten kunnen besparen en een paar extra handen hebben om te helpen bij het vergaren van een inkomen. 

De FERC zorgt in nauwe samenwerking met de scholen dat een aantal van die kinderen hun school toch af kunnen maken. Daarvoor probeert ze sponsoren te vinden die een kind de volledige 3 jaren willen ondersteunen, zodat het gesponsorde kind ook de zekerheid heeft dat het de school kan afmaken. Dat is een ambitieuze manier van werken, want aan de sponsoren wordt een bijdrage van 12000 Thaise baht per jaar gevraagd, een dikke 300 euro. Niettemin werkt het blijkbaar goed, want inmiddels worden er jaarlijks 80 kinderen in staat gesteld naar school te blijven gaan.

Inmiddels heb ik de eerste kennismaking met de mensen die FERC draaiend houden achter de rug en half december is er een grote bijeenkomst met de scholieren en sponsors. Hier in Thailand is corona zeer beperkt gebleven waardoor er aan dat soort evenementen geen restricties gesteld zijn.

De Beekse Boys zijn een stille dood gestorven. Met een vereniging van 3 leden bleek het toch wat te lastig te zijn om een elftal samen te stellen. Bovendien werd op het speelveld een flatgebouw neergezet. Daar kon een enthousiaste secretaris niets aan veranderen. Bij de FERC wordt de taal de grootste uitdaging. Een secretariaat in het Engels voeren; of dat goed gaat lukken zal snel blijken. 

Ik heb dit stukje niet geschreven met het doel om fondsen te werven, maar mochten er lezers toevallig net op zoek zijn naar een nuttig project om aan bij te dragen, dan zijn die natuurlijk welkom. Meer informatie staat op fercthailand.org, maar een mailtje sturen mag ook (lapoutre@protonmail.com). 

15 november 2020

Stempelen maar

We zijn niet het type mensen dat snel zenuwachtig wordt als de zaken anders lopen dan verwacht, maar begin november merken we altijd aan elkaar dat er sprake is van spanning. Die heeft alles te maken met het jaarlijkse circus van de verlenging van onze verblijfsvergunning. In principe zijn de enige eisen waar je aan moet voldoen dat je 50+ bent, over een bepaald soort visum beschikt, een goedgekeurde ziektekostenverzekering hebt en een inkomen of banksaldo boven een bepaald bedrag. Aan al die eisen voldoen we. Toch is er ieder jaar wel een probleem, doordat het immigratiekantoor zo zijn eigen interpretatie van de regels heeft en eigen eisen stelt ten aanzien van de documenten die moeten aantonen dat je aan alle regels voldoet. Het is een grote frustratie van veel buitenlanders hier, dat de regels per provincie kunnen verschillen. Bij het ene kantoor sta je na een kwartiertje met je jaarverlenging buiten, bij het andere duurt het 1 of 2 uur. Lampang behoort niet tot de kantoren waar je in een kwartiertje buiten staat. 

De immigratiebeambte begint met het doorspitten van alle meegebrachte documenten, bij elkaar zo'n 30 pagina's. Met gele markeerstift worden iedere keer mijn naam en paspoortgegevens gemarkeerd. Dan wordt 3/4 van de documenten voorzien van een reusachtige stempel, waarop staat dat ik verklaar dat dit originele kopieën van de originele documenten zijn. In al die stempels moet ik dan mijn handtekening zetten. Op een gegeven moment begint de beambte dan te fronsen. Ze kijkt naar het ene vel, dan naar het andere vel, overlegt even met de buurbeambte, kijkt nog eens naar de papieren, en zegt dan met zorgelijke blik dat er een probleem is. Zo hadden we een keer een formulier op de computer ingevuld, terwijl dat met blauwe pen had gemoeten. Een andere keer hadden we weliswaar keurig volgens de regels iedere 90 dagen met formulier TM47 gemeld op welk adres we verbleven, maar we bleken ook te hebben moeten melden met formulier TM28 dat we naar dat adres verhuisd waren én met formulier TM30 dat we er de eerste nacht hadden doorgebracht. Vorig jaar was mijn ene bankboekje van filiaal Chiang Dao. Omdat het boekje vol was had ik ook een nieuw, maar dat was van filiaal Maeteng, aangezien filiaal Chiang Dao niet meer bestond. Het koste zowat een half uur bellen en overleggen voordat dat met zichtbare tegenzin toch maar geaccepteerd werd.

Hoewel we inmiddels meerder malen ervaren hebben dat er altijd wel een probleem gevonden wordt, maar dat dat totnutoe nooit ernstige gevolgen heeft, worden we er dus toch zenuwachtig van. Voor hetzelfde geld is er ineens een nieuwe regel, of hebben we toch ergens iets over het hoofd gezien. Vorig jaar werd er een week voor onze verlengdatum een nieuwe wet afgekondigd, die bepaalde dat iedereen die het land binnen komt met een visum zoals wij hebben voortaan een goedgekeurde ziektekostenverzekering moet hebben. Omdat wij hier al een paar jaar woonden was dat voor ons niet van toepassing, maar het immigratiekantoor legde de wet anders uit. Onze verzekering voldeed ruimschoots aan de minimum voorwaarden, op één klein onderdeel, vergelijkbaar met de huisartsenzorg bij ons, na. Die zorg is namelijk zo goedkoop hier dat we die niet apart verzekerd hadden. Ternauwernood lukte het nog om op tijd een nieuwe verzekering af te sluiten.

Deze keer lag het probleem van het jaar geheel buiten de beïnvloedingssfeer van het immigratiekantoor. Op de afgesproken dag was er een stroomstoring. Twee dagen later konden we alsnog terecht en of het nou kwam doordat we een keer tevergeefs waren geweest of door andere oorzaken weten we niet, maar we stonden met een uurtje weer buiten. In dat uurtje zijn per persoon 48 stempels op documenten en in de paspoorten gezet, elk voorzien van een paraafje, alle documenten zijn met de hand geregistreerd in een heeeeeeel groot boek, het aanvraagformulier dat we netjes met blauwe pen hadden ingevuld en van de verplichte pasfoto voorzien is helemaal in de computer overgetypt en voorzien van een met de webcam gemaakte foto, waarna we ook dat weer hebben getekend (met blauwe pen uiteraard).

Maar eind goed, al goed. We mogen weer een jaar blijven. Nouja, min 1 dag dan, want onze verblijfsperiode liep telkens van 24 november t/m 23 november, maar de ziektekostenverzekering eindigt op de 22e en dan zouden we zo maar een dag onverzekerd kunnen zijn. We begrijpen toch zeker wel dat dát niet kan? Natuurlijk begrijpen we dat.

06 november 2020

Beestachtig

Het ging zo goed met de munya. Ik schrijf het bewust in enkelvoud, want een van de twee vogeltjes waar we een paar weken geleden al over schreven had het niet gered. 's Avonds zag ze er al verzwakt uit, 's morgens at ze nog wel, maar meteen daarna was het afgelopen. De overgebleven munya groeide voorspoedig en ontwikkelde zich tot een grappig vogeltje dat ons overal opzocht. Het kroop in het holletje dat mijn hand maakte als ik met de computermuis aan het werk was, of in Mieke's hand als ze aan het lezen was. Het ging op het mes zitten waarmee Mieke de groente voor de schildpadden en de baardagame aan het snijden was. Het vloog van mijn schouder naar Mieke's hoofd en terug en ging op de rug van Yindee zitten. Het was helemaal gewend aan ons en aan de dieren om ons heen en dat is haar fataal geworden. In een onbewaakt ogenblik heeft Tibbe het vogeltje gegrepen.


Diepe treurnis hier want als we dit of dat hadden gedaan, of zus of zo hadden gelaten, was het misschien niet gebeurd. Het laat maar weer eens zien dat we de rol van de natuur niet zo maar over kunnen nemen. Zo'n vogeltje groot brengen lukt nog wel, maar het leren te vluchten voor gevaar dat kunnen alleen de ouders. Aan de andere kant beseffen we ook wel dat de beestjes zonder de goede zorgen van Mieke sowieso kansloos waren geweest. We hopen maar dat het plezier dat we er zelf enkele weken van hebben gehad wederzijds was en dat de munya toch van zijn korte leventje heeft kunnen genieten.



Wie het ook niet makkelijk hebben zijn de rattenouders. Ze hadden een mooi, veilig nestje gemaakt in een verlaten myna-nest in de balken net onder het dak. Plotseling was er veel onrust. Een 2 meter lange ratsnake had wel zin in een jongerattensnack en kronkelde in de richting van het nest. Moeder rat vond dat een slecht plan en recht boven Mieke's hoofd begon zich een gevecht af te spelen, waarbij de slang probeerde de rat te bijten terwijl de rat de aanval inzette op de staart van de slang. De ratsnake koos uiteindelijk het, ehhhh, hazenpad toen ie in de gaten had dat Mieke hem stond te fotograferen. Wat ons betreft had hij het nest leeg mogen eten. Zo leuk als we de munya's vinden, zo graag zien we de ratten vertrekken. En de ratsnake is weliswaar indrukwekkend groot, maar ongevaarlijk.


De huis-tokeh blijkt inmiddels niet meer alleen te wonen. Rond etenstijd verschijnen er soms 3 koppen vanachter de kast. Omdat de tokehkinderen normaal gesproken het ouderlijk huis verlaten vermoeden we dat hij er een miniharempje van 2 vrouwtjes op nahoudt. Toen we een van de kasten van de muur schoven om eens goed schoon te kunnen maken, bleek waar dat toe leidt: er zat een complete kraamkamer tegen de achterwand geplakt. Even dachten we trouwens dat de tokeh er niet meer was, aangezien we hem al zowat een week niet hadden gezien, maar vandaag was hij er weer. Die beesten doen maar gewoon waar ze zin in hebben. En zo hoort het natuurlijk ook.



18 oktober 2020

Zelfvoorzienend

Wat gewoon is is eigenlijk alleen maar gewoon zolang het niet ongewoon is. Als ik het niet zelf had opgeschreven zou ik gedacht hebben dat het een uitspraak van Cruyff was. Hier in Thailand zijn veel dingen die wij gewoon vinden helemaal niet gewoon. Dat er stroom uit het stopcontact komt bijvoorbeeld. Als dat in Nederland een keer niet gebeurt staat het land stil. Als de winkeldeuren al open kunnen zonder elektriciteit, dan doen op zijn minst de kassacomputer en de betaalsystemen het niet. Even snel geld pinnen kan ook niet, want de geldautomaat heeft ook stroom nodig en bij de bank weten ze tegenwoordig niet meer hoe een bankbiljet eruit ziet. Om Nederland plat te leggen heb je echt geen virus nodig.

Hier horen stroomstoringen er gewoon bij. Ernstigste gevolg ervan is dat je geen koffie kunt krijgen in een van de zeer vele coffeeshops. De grote supermarkten hebben dan ook problemen, maar alle gewone winkeltjes draaien gewoon door. De deuren staan toch altijd al open en wat je af moet rekenen wordt uitgerekend op een zakjapanner. En wat je hebben moet kan de verkoper als het moet zelfs in het donker vinden. Mocht er ooit een wereldwijde langdurige stroomstoring ontstaan, dan draait Thailand gewoon door, terwijl in Nederland paniek uitbreekt.

Je zou denken dat wij met onze zonnepanelen geen last hebben van stroomstoringen. Voor zover het storingen van het provinciale netwerk zijn klopt dat: we zijn niet op het stroomnet aangesloten. Maar helaas betekent een volledig zelfvoorzienend zonne-energiesysteem niet dat je altijd gewoon stroom hebt. Voor de momenten dat er onvoldoende zonneschijn is hebben we 8 accu's op zolder staan. Dat lijkt ruim, maar dat valt tegen. De installateur had 24 accu's aanbevolen, terwijl wij er maximaal 4 in gedachten hadden. Uiteindelijk hebben we ons laten verleiden tot 8 en met onszelf afgesproken dat we het daarmee gewoon moeten doen. Meestal lukt dat, maar ook een zelfstandig systeem heeft af en toe nukken. Zo hebben de accu's een beperkte levensduur. 

Vandaag hebben we al voor de 3e keer een accu vervangen. We merken dat er wat mis gaat doordat de inverter, het apparaat dat de 48 volt van de acu's omzet naar 220 volt en alle processen aanstuurt, begint te piepen. Meestal is dat op een onmogelijk tijdstip, bijvoorbeeld 4 uur 's morgens. Het piepen is een signaal dat de accu's niet genoeg stroom meer leveren. Bij het doormeten blijkt er inderdaad één niet meer goed mee te doen. Voor accu's geldt dat de keten zo sterk is als de zwakste schakel, dus een zwakke accu betekent heel veel minder stroom.

Door de boel iets anders aan te sluiten kunnen we de zwakke broeder eruit halen en zorgen dat we in ieder geval nog op halve kracht kunnen doordraaien. Alles wat niet strikt noodzakelijk is moet dan uit. De vijverpomp, de opladers van batterijen van tuingereedschap en als we pech hebben zelfs de koelkast en de pompen van de hydrocultuur.  Gelukkig hebben we in het gehuurde gastenhuisje nog een koelkast staan en kunnen we daar ook zware batterijen opladen. En geluk bij een ongeluk is dat de hydrocultuurtafels momenteel leeg zijn omdat het zo warm is geweest dat de sla niet goed wilde ontkiemen.

Zo, nu zijn de mensen die het ongeloofwaardig vinden dat we alleen maar positieve verhalen schrijven ook weer tevreden. Dan kunnen we verder met het goede nieuws. Want we hebben dan wel geen sla van eigen tafel, maar voor het overige gaat de tuin als een trein. Ons kleine papayaboompje hangt barstensvol gigantische vruchten en we hebben net weer een forse kam bananen geoogst. Eerder dit jaar hebben we overdadig van de heerlijk zoete moerbeien kunnen eten, en waren er geregeld mango's en bananen. De passievrucht heeft ook veel vruchten, maar we moeten nog even geduld oefenen voordat ze rijp zijn.

Verder ontdekt Mieke steeds meer eetbare planten in de tuin. Een klimplant die tegen een pilaar van de dakconstructie groeit bijvoorbeeld, blijkt lekker spinazie-achtig te smaken. En de weelderig bloeiende clitoria ternatae, die je in Nederland voor €8,95 per 50 gram kunt bestellen, is heerlijk in salades of om thee van te zetten.

Wat het echt fantastisch doet zijn de pastaplanten. Het was echt afwachten of die in dit warme klimaat zouden aanslaan en of de dikke, keiharde kleilaag geen beletsel zou zijn voor de groei. Maar de macaronistruik blijkt het hier ontzettend naar de zin te hebben. Hij zit al vol met elleboogjes, die nu nog wat gelig zijn, maar we verwachten ze volgende week te kunnen oogsten. Als de ijsvogel ze tegen die tijd tenminste niet allemaal heeft opgegeten. Hij blijkt er gek op te zijn.

Ook de lasagnaboom, waarvan zoals bekend de bladeren het goed doen in met name Italiaanse gerechten, is goed aangeslagen. We plukken er binnenkort de eerste bladen vanaf.

Een totale verrassing is de spaghetti. We hadden niet verwacht dat die in de kleigrond zou gedijen, maar hij doet het overweldigend. Het uitsteken van de stengels moet heel zorgvuldig gebeuren, want ze moeten natuurlijk wel heel blijven, maar dan heb je ook echt een delicatesse op tafel.

Na de rampzalige vissterfte van vorig jaar in de vijver is de visstand weer helemaal hersteld. Met name de kibbeling doet het zo goed, dat we die er zelfs met een gewoon schepnetje uit kunnen halen. Ze blijkt erg goed te combineren met de spaghetti en een sausje van paddestoelen uit eigen toilet. 

Zo worden we ook qua voeding steeds meer zelfvoorzienend. 

14 oktober 2020

Snelverkeerd

 In de buurt van Bangkok is een trein op een bus gebotst, waarbij 20 mensen zijn omgekomen. Zo'n ongeluk spreekt in Nederland flink tot de verbeelding. Zelfs het Boeddhistisch Dagblad, toch geenszins een brenger van sensatienieuws, wijdde er een bericht aan. En zoals meestal als het over het Thaise verkeer gaat, werd daarin gemeld dat de wegen hier tot de dodelijkste ter wereld behoren. 

Is dat zo? Statistieken liegen (meestal) niet. Per 100.000 inwoners komen in Thailand jaarlijks 38 mensen om in het verkeer. Daarmee staat het land op een weinig benijdenswaardige 3e plaats, achter de Dominicaanse Republiek en het eilandstaatje Niue, dat de ranglijst aanvoert met 68 doden per 100.000 inwoners. Niue heeft echter maar zo'n 1500 inwoners, dus die eerste plaats wordt gehaald met 1 verkeersdode per jaar. In Nederland sterven jaarlijks 4 tot 5 mensen per 100.000 inwoners in het verkeer.

Is het dus volstrekt onverantwoord om in Thailand te rijden? Nou, nee, dat ook weer niet. Zo'n 80% van alle slachtoffers zijn brommerrijders. Of beter gezegd, motorrijders. En veelal zijn dat jongere, onervaren verkeersdeelnemers. Onder jongeren is het verkeer hier doodsoorzaak nummer 1. Er bestaat geen gedegen rij-opleiding en evenmin een strikte controle op naleving van de verkeersregels. De motoren schieten je links en rechts voorbij, niet zelden zitten er 3 mensen op en degenen die een helm dragen zijn in de minderheid. Goed beschouwd is het merkwaardig om te zien dat veel brommerrijders wel degelijk om hun veiligheid geven, want ze dragen een mondkapje, maar bescherming met een valhelm tegen het veel grotere risico van een ongeluk gebruiken ze niet.

Ook voor het autorijbewijs ontbreekt een structurele opleiding. Om het rijbewijs te halen moet een theorie-examen afgelegd worden, waarin vooral gevraagd wordt naar zaken als "hoe hoog is de boete als je zonder rijbewijs rijdt?" en "welk licht gebruik je om aan te geven dat je linksaf wilt slaan?" Op een afgesloten terrein moet je dan nog laten zien dat je voor- en achteruit kunt rijden en de auto kan inparkeren en dat is het dan wel zo'n beetje. Aan het verkeer is merkbaar dat men niet weet hoe er in bepaalde situaties gehandeld moet worden. Invoegend verkeer op de snelweg staat regelmatig stil, omdat er niet geleerd is dat je juist snelheid moet maken. Gevolg daarvan is overigens wel dat er door de bank genomen veel minder hard gereden wordt dan in Nederland. (Althans, toen wij er nog woonden; nu houdt iedereen zich natuurlijk keurig aan de 100km/u.) Als wij 90 rijden worden we niet veel ingehaald. We omschrijven het Thaise verkeer dan ook als een rustige chaos.

Geïmproviseerde overweg met waarschuwing: STOP voordat u het spoor oversteekt


Deel van het verkeersprobleem hier is geldgebrek. Voor klaverbladen en fly-overs zijn simpelweg geen middelen. Het alternatief is U-draaien. Wegen kruisen nooit direct een snelweg. In plaats daarvan is er een paarhonderd meter van waar de kruising zou moeten zijn een U-draai. Moet je de snelweg oversteken, of rij je al op die snelweg maar moet je rechtsaf (er wordt hier links gereden) dan rij je eerst door tot de U-draai, keert daar om en slaat vervolgens linksaf. Op zich een goed systeem, maar hier gebeuren wel de meeste ongelukken en deels komen die ook weer doordat men niet geleerd heeft de snelheid aan te passen. Auto's sukkelen vaak met een slakkengangetje de snelweg op en stoppen dan op de rechterbaan omdat ze niet de linkerbaan op durven te gaan. 

Theorie-examenvraag

Ten slotte is er een groot gebrek aan handhaving. Tegen het verkeer in rijden, parkeren op de vluchtstrook, inhalen waar dat echt niet verantwoord is, het gebeurt hier allemaal en er is nauwelijks controle op. Omdat het ook geenszins vanzelfsprekend is dat de weg mooi vlak is, met goede belijning en verlichting leer je hier wel om continu scherp te blijven. In Nederland kun je redelijk voorspellen wat andere weggebruikers gaan doen, maar hier is dat onmogelijk. Zit er een bocht in de weg, dan houden we er altijd rekening mee dat iemand die van de andere kant komt gewoon aan het inhalen is. Staat er een auto te wachten om de snelweg op te gaan, dan kan het best gebeuren dat die wacht tot je er bijna bent en dan alsnog de weg op kruipt. Je leert met het meest onmogelijke rekening te houden.

Bij het ongeluk met de bus speelden verschillende factoren een rol. De overweg had geen slagbomen. Er was wel een knipperlichtinstallatie, maar als die niet knippert is dat geen enkele garantie dat er geen trein aankomt. Klimaat en gebrekkig onderhoud zorgen voor veel kapotte verkeerslichten. Verder zijn de overwegen hier vaak heel beroerd aangelegd. Het wegdek zit er vol hobbels en kuilen. Soms hebben omwonenden zelf een overweg geknutseld. De bus moest stapvoets over de overweg hobbelen en reed dus lang in de gevarenzone. Een van de overlevenden vertelde dat ze net stond te dansen. Er was blijkbaar een goede sfeer die mogelijk de chauffeur heeft afgeleid. 

De Engelstalige Thaise krant Khaosod English meldt dat er veel media-aandacht is voor de beschermende amuletten die overlevenden droegen. Ook staat er vlakbij de overweg een pilaar met nummer 13 erop. Er moet dus wel sprake zijn van hogere machten. Opvallend hieraan is dat nummer 13 traditioneel helemaal geen ongeluksgetal is; die kwalificatie is overgenomen van het westen. 

Het geloof in beschermende amuletten en meer nog in voorbestemdheid is wel een verklaring voor de zorgeloosheid waarmee men zich hier in het verkeer stort. Pradith, een vriend van ons hier in Nong Noi, is een tijdje geleden met zijn brommer met aangeknutseld aanhangertje onderuit gegaan. Over de vraag hoe hij er aan toe was was hij bijna verbaasd: "ik heb toch de Boeddha", zei hij, wijzend op zijn amuletten. Zelf hechten wij toch iets meer waarde aan onze gedegen rij-opleiding.

Onder de hier verblijvende westerlingen wordt veel geklaagd over het Thaise verkeer, waarbij uiteraard hoog wordt opgegeven over het goed georganiseerde verkeer in het thuisland. Veel gehoord daarbij is dat de Thai zich niets aantrekken van de regels. Niet zelden rijdt de klagende farang na het drinken van zijn biertjes zonder helm op naar huis. De suggestie dat het verschil in het zich houden aan de verkeersregels een kwestie van volksaard zou zijn is dus niet erg geloofwaardig. Als de handhaving in Nederland wegvalt, gaat het verkeer daar snel op het Thaise lijken. Wat dat betreft is het wel aardig om te beseffen hoe in Nederland met de coronamaatregelen wordt omgegaan. Dat geeft wellicht een veel beter beeld van de volksaard.


08 oktober 2020

Amandava flavidiventris the movie

 Dit hoort nog bij de blog van gisteren. Als het filmpje niet zichtbaar is kun je het bekijken op youtube (https://youtu.be/CLq2m8RN7gY)





07 oktober 2020

Amandava flavidiventris

Het is zondag, 3 uur 's nachts. Mieke schuifelt zachtjes het bed uit, maar ik word toch een beetje wakker van de rits van de klamboe, die altijd associaties oproept met de tenten en slaapzakken van vroeger, en van het lichtje van haar telefoon. Als ze buiten langs de ramen loopt maken de veren die de metalen rasters in de kozijnen vormen vreemde bewegende schaduwen op de klamboe. Ze knipt een lampje aan op de veranda en even later hoor ik de geiser aanslaan. Mieke heeft warm water toegevoegd aan wat opfokvoer. Met haar tong voelt ze of de temperatuur goed is. 

Vrijdagmiddag

Dan verdwijnt haar hand in een mandje en komt er weer uit met een piepklein vogeltje. Het is een een paar dagen geleden uit het ei gekropen amandava flavidiventris, munya in het Engels en in Nederland ook bekend als tijgervink. Het nestje zat in een boom achter het huis, en iedere keer als we daar onderdoor liepen fladderden pa en ma munya er snel vandoor. Maar sinds vrijdagochtend doen ze dat niet meer. Dat is verdacht, want munya's worden niet zo gemakkelijk tam. Veel andere vogels, zoals de zebraduifjes, raken niet meer onder de indruk van onze nabijheid, maar de munya's vliegen altijd op als we in de buurt komen. Nu ze dat niet meer doen groeit het vermoeden dat de ouders er niet meer zijn.

Het munya-nest. De opening is groter gemaakt om erin te kunnen kijken.

Dat laatste is geenszins denkbeeldig, want de rijstboeren houden niet zo van de vogeltjes. Munya's zijn namelijk dol op rijst. (Wij noemen ze ook altijd rijstvogeltjes.) Op allerlei manieren proberen de boeren ze te verjagen. Met vuurwerk, door met een stok op de golfplaten wand van een schuurtje te slaan, met vogelverschrikkers en, als meest rigoureuze methode, met de katapult. Als vrijdag tegen de avond de munya-ouders nog steeds afwezig lijken, is het tijd het nest te inspecteren. Het munya-nest is een mooi stukje techniek, bolvormig met een klein gaatje als ingang. Als ze aan het nestelen zijn zien we ze naar het lange gras bij de vijver vliegen. Daar knippen ze een lange spriet af met hun snavel en daarmee vliegen ze naar de bouwplaats. Toen we dat voor het eerst zagen leek het alsof er een vogeltje met een hele lange staart voorbijkwam. 

Volwassen munya's


Mieke's vermoeden wordt bewaarheid: in het nest zitten 3 munya-jongen, waarvan er eentje dood is. De andere twee hebben een lege krop. Het opfokvoer dat we nog hebben staan claimt geschikt te zijn voor alle vogels, dus ze gaat proberen of ze de vogeltjes daarmee "groot" kan krijgen. Grote vraag is of het lukt ze via een spuit te voeren. Dat blijkt goed te lukken.

Inmiddels zijn we 4 dagen verder en beginnen de kwabjes steeds meer op echte vogeltjes te lijken. Ze laten zich horen als ze honger krijgen en vallen fanatiek aan op de spuit met voer. En, de droom van alle ouders, ze slapen 's nachts door. We zijn benieuwd hoe tam ze blijven als ze iets groter worden. Uiteindelijk zullen ze uitvliegen, waarna we ze waarschijnlijk niet meer terugzien. 




De vogeltjes op vrijdag, zondag en woensdag

De buren vertellen we maar niets over deze reddingsactie. En ach, 2 vogeltjes meer of minder, dat maakt op een rijstoogst nauwelijks iets uit. Althans, dat vinden wij.