31 augustus 2020

Natte voeten bij het plassen

Mijn oudste broer, Jos, is al ruim 7 jaar dood, maar sommige van zijn wijze lessen leven nog altijd voort. De alleroudste die ik me kan herinneren kwam vandaag ineens van pas. Hij stamt uit de zomer van 1966. Jarenlang fietste de familie La Poutré in de vakantie van Den Haag naar Zeist om daar een aantal weken in het huis van een tante en oom door te brengen. Die waren rijker dan de Haagse tak, want ze konden zich een fiat 500 veroorloven, waarin ze met zijn vijven naar Zuid Frankrijk reden. Maar in 1966 ging ook ons gezin voor het eerst in het buitenland op vakantie, met de trein naar de Côte d'Azur.

Ik was 10 jaar, Jos was 8 jaar ouder. Ik had wat echte Franse Francs gekregen en mocht daar zelf iets van gaan kopen. Met het geld in mijn vuist geklemd vergaapte ik me aan al de lekkernijen in de kiosk aan het strand van Boulouris sûr Mer. De keuze viel op een bounty, maar de verkoper begreep me niet. "Bounty" probeerde ik nog een keer en stak er één vinger bij op. Ik wees in de richting waar de bounties lagen, maar daar lagen ook milky ways, treetsen, topdrops, rangen en kingen. Teleurgesteld droop ik af. Even verderop kwam ik Jos tegen en vertelde dat ik gewoon een bounty wilde kopen, maar dat ze me niet begrepen. "Wacht maar even" zei Jos en even later kwam hij met een triomfantelijke grijns én een bounty aanlopen. "Je moet gewoon opletten hoe ze de letters hier uitspreken," zei hij. "Onze naam is geen La Pautree maar La Poetree, dus ik dacht ik vraag om een boentie en dat snapten ze." Gewapend met deze nieuwe wijsheid liep ik terug naar de kiosk en niet veel later hapte ik in mijn eerste Franse boentie.

Gisteren liepen we in een soort winkel van sinkel, In tegenstelling tot wat de buitenkant deed vermoeden was het een enorme zaak. Ik moest een computermuis hebben en het zou me niet verbazen als ze die daar ook hadden, maar ik kon er geen vinden in het rek met allerlei computerbenodigdheden. Vragen dus maar, maar "computer mouse" deed geen enkel belletje rinkelen bij de verkoper. Gelukkig kwam de wijze les van Jos bovenborrelen: gewoon opletten hoe ze de letters hier uitspreken. Als onze Thaise vrienden Engelse woorden uitspreken die eindigen op een s laten ze die klank meestal weg. House, ice en nice worden hou, aai en naai. En Engelse woorden die op ter eindigen krijgen vaak de klemtoon op die laatste lettergreep, waarbij die lang wordt uitgesproken en de r wegvalt: "tùùùhhh". "Mou compoetùùùhhh" probeerde ik daarom maar eens en jawel hoor, ik werd verwezen naar gang 3 en daar lag een ruime keuze.

Uiteindelijk namen we ook nog een oplaadkabeltje mee, maar daarvan bleek de stekker het niet te doen. Stekkers zijn van die dingen waarvan je niet eens beseft dat die het mogelijk ook wel eens niet zouden kunnen doen, maar in Thailand daar kan dat dus. We zijn er inmiddels aan gewend. De uitdrukking "met de Franse slag" is bij ons inmiddels gewijzigd in "met de Thaise slag; soms verlangen we hevig naar dingen die met de Franse slag gemaakt zijn. 

Onze riolering bijvoorbeeld. Die is keurig volgens een werktekening aangelegd. Het water van het toilet loopt via een afvoerbuis de sceptictank in. Daar bezinken de zware bestanddelen. Het water dat bovenop de brij drijft is goed bruikbaar voor de tuin. Dat vloeit daarom vanuit de sceptictank naar een verzamelput. Het water uit de keuken komt in een vetscheider, waarin het vet achterblijft terwijl de rest van het water ook naar de verzamelput vloeit. Ook de afvoeren van de wastafel en douche volgen die laatste route. De douche-afvoer moesten we overigens zelf improviseren, want die waren de riooolaanleggers tijdens de bouw vergeten; de Thaise slag, zal ik maar zeggen.

De verzamelput is ook met de Thaise slag gebouwd. Hij bestaat uit 4 betonnen ringen die in de grond op elkaar gestapeld zijn. De onderste ring heeft een bodem. Zo is er dus een put van zo'n 2 meter diep ontstaan, maar helaas zijn de ringen gewoon los op elkaar gestapeld. Na twee flinke hoosbuien is de put helemaal gevuld met regenwater. Het water in de toiletpot komt omhoog en laat de productie van die dag vrolijk ronddobberen. Inmiddels hebben we een lange dikke slang aan een vuilwaterpompje gekoppeld en tot helemaal achter in de tuin uitgerold. Als het weer zover is haal ik de betonnen deksel van de put, hang de pomp erin, trek de stroomgenerator aan en na 10 minuten is de boel weer klaar voor de volgende 2 hoosbuien.

Intussen probeer ik de belasting van de riolering zo veel mogelijk te minimaliseren door te wildplassen. Hier levert dat geen boete van 70 euro op. Ik krijg er wel natte voeten van. Niet omdat ik niet kan richten of zo dom ben om tegen de wind in te plassen, maar omdat ik niet meteen naast de paadjes wil gaan staan. Ik moet dus het natte gras in. En eigenlijk laarzen aantrekken.

15 augustus 2020

Falangstreductie

De Thai zijn meesters in het vol laden van auto's. Of eigenlijk is het het méér dan vol laden van auto's. Je ziet hier regelmatig pickupjes waarvan de lading een paar meter hoog is opgetast. Ook zie je veel auto's waar allerlei constructies aan zijn gefreubeld zodat er (nog) meer op kan. Vrachtwagens met een laadvloer die gewoon nog anderhalve meter is verlengd aan de achterkant zijn evenmin een uitzondering. Wij werden er zelf een keer mee geconfronteerd toen we de rijstkaf bestelden waarmee het grootste deel van de muren van Baan Din is gevuld. We konden dat "per truck" bestellen en toen we wilden weten hoe groot zo'n truck dan wel niet was wees de verkoper op die van ons. "Same same." Eén truck leek ons een goede hoeveelheid om mee te beginnen, maar toen de lading werd afgeleverd bleek die 3 meter hoog en naar alle kanten uitpuilend te zijn. We hebben nog steeds een bergje van het spul liggen.

Bij het vol laden van auto's lijkt het enige doel te zijn dat er zo veel als mogelijk mee gaat. Of de auto dat ook echt aan kan, en of deze wel bestuurbaar blijft, is niet relevant. En dus gaat het regelmatig mis. Wie denkt dat ik overdrijf om mijn verhaal lekker smeuïg te maken moet maar even kijken naar https://www.youtube.com/watch?v=IKtWTaMHXNM. Of anders naar https://www.youtube.com/watch?v=RD8UdHzlO2o. Dagelijks vallen er wel een paar pickupjes om of zakken door hun assen. Dat leidt tot het vreemde verschijnsel dat de goedkopere 2-deurs-pickupjes duurder zijn in de verzekering dan de duurdere 4-deurs. Hier in Thailand kan je zien hoe het Nederlandse wagenpark eruit zou hebben gezien als er geen strenge regels aan het grijze kenteken zouden zijn gesteld. De helft van de auto's heeft iets dat op een laadbakje lijkt en kwalificeert daarmee voor het Thaise equivalent van een grijs kenteken. Superdeluxe SUV's hebben een bakje van nog geen meter en zijn daardoor formeel pickupjes. 


Vanmiddag reed ik achter een pickupje dat overvol geladen was met ijzeren buizen, die naar voren en naar achteren zo'n anderhalve meter uitstaken. Het ging allemaal op een sukkeldrafje, en omdat het een bochtige weg was bleef ik er maar achter. We zijn nog niet zo verthaist dat we aan kamikazeachtige inhaalacties beginnen. Bij de spoorwegovergang nam het laaghangende truckje nog wat gas terug. Om onduidelijke redenen is het wegdek op vrijwel alle Thaise spoorwegovergangen een mix van bulten en gaten, waardoor je er stapvoets overheen moet. Misschien is dat wel bewust zo gedaan om het verkeer snelheid te laten terugnemen. Verkeersborden en knipperlichten bereiken dat effect hier niet. Hotsend en botsend hobbelde het autootje het spoor over en toen de bestuurder net weer wat gas bij wilde geven gleed de helft van de lading aan de achterkant van de wagen af.

Minstens 20 van de buizen lagen op de rails. Gelukkig gaan er hier net zo veel treinen per dag als op sommige Nederlandse trajecten in een uur, en gelukkig gaan de treinen bij lange na geen 120 km/u, maar dat de chauffeur wat ongelukkig naar de ravage stond te kijken zal niemand verbazen. Hij sjorde wat aan een buis, maar kreeg deze met moeite van zijn plaats. Ik besloot uit te stappen. Hij leek te schrikken van de lange witte man die op hem afkwam. Ik gebaarde dat ik hem wilde helpen. De eerste buis die we optilden wilde hij meteen naar zijn auto dragen, maar ik probeerde hem duidelijk te maken dat we beter eerst alles van het spoor af konden halen. Dat leek hem bij nader inzien toch ook wel het beste en zo kon even later een kleine file Thaise automobilisten zien hoe een Thais mannetje en een farang reus een lading buizen versjouwde. Het was behoorlijk warm en ik was al aan het bedenken hoe ik hem kon vragen of hij iemand anders kon zoeken om de boel weer op zijn auto te krijgen, toen er zo'n zelfde pickupje met een zelfde lading ijzeren buizen aan kwam sukkelen. Het bleek een collega van de eerste man te zijn. Als de nood het hoogst is....

Met veel gebuig en gewai en gekapunmaakkrap werd ik bedolven onder de bedankjes. Verder onderweg moest ik denken aan zijn verschrikte blik toen ik op hem af stapte. "Farang" worden wij buitenlanders hier genoemd en meestal wordt dat uitgesproken als falang. Voor de Thai die die farang maar vreemd en zelfs een beetje eng vinden hebben wij bedacht dat die aan falangst lijden. Vandaag heb ik dus een effectief stukje falangstreductie weten te bereiken. Niet gek voor een amateur.

07 augustus 2020

2 jaar Baan Din

Het is al weer augustus en dat betekent dat we inmiddels drieëneenhalf jaar in Thailand wonen, waarvan twee in ons Baan Din (huis van aarde) zoals de Thai dat noemen. Achteraf beseffen we dat het leuk was geweest om ieder jaar op dezelfde dag een foto vanaf hetzelfde standpunt te maken, maar helaas, ook in Thailand kijk je achteraf een koe in haar kont, hoewel ze hier spreken van mong pai tie waw nai toed koh. Ik vrees dat ze vreemd staan te kijken als ik die uitdrukking gebruik, dus ik ga dat maar niet proberen.

Omdat het toch leuk is om te laten zien hoe ons landje is veranderd hebben we min of meer vergelijkbare foto's gezocht die telkens in augustus gemaakt zijn. We hebben een klein beetje gesmokkeld, en de belichting en bewerking zijn ook telkens anders, maar wie de vorige blog gelezen heeft snapt dat we daar geen punt van maken. En omdat we in augustus 2017 de vijver al uitgegraven hadden beginnen we met een foto uit mei, toen we de grond net gekocht hadden. 














En omdat ik het mezelf deze keer toch makkelijk aan het maken ben nog maar een paar foto's van vandaag.










02 augustus 2020

Ingeburgerd

Vandaag heb ik een mijlpaal in het inburgeringsproces bereikt. Onderweg naar de stad zag ik een druk gebarende maaltijdbezorger van Grab met zijn scooter midden op de weg staan. Het was duidelijk de bedoeling dat ik zou stoppen, en dat deed ik dan ook maar. Hij bleek niet te weten welke kant hij op moest en was wat in verwarring omdat hij geen buitenlander had verwacht, maar nu ik toch eenmaal daar stond vroeg hij toch maar hoe hij bij de Thammasat Universiteit moest komen. Ik kon hem dat zowaar uitleggen. Dat was trouwens niet zo heel moeilijk, want ik hoefde alleen maar aan te wijzen welke weg hij bij de Y-splitsing verderop moest nemen, maar het geeft toch een goed gevoel dat ik begreep waar deze Thai heen wilde en hem de goede kant uit kon sturen.

Dat doet me denken aan een raadsel dat ik misschien al wel 50 jaar geleden voorgelegd kreeg: je komt bij een Y-splitsing maar weet niet welke kant je op moet om bij de Thammasat Universiteit te komen. Er staan twee identieke tweelingbroers op de splitsing en je weet dat de ene altijd liegt, terwijl de andere altijd de waarheid spreekt. Wat moet je vragen om er zeker te zijn dat je de goede weg neemt? (Onder de inzenders van de goede oplossing wordt een cadeaubon van 1000 baht verloot.)

Toevallig was ik tijdens dat ritje net aan het nadenken over wat we intussen hier allemaal gewoon vinden terwijl dat in Nederland zeer opvallend zou zijn. Die vraag kwam een tijdje geleden al eens op, toen Mieke opmerkte dat als er 4 jaar geleden een mondkapjesplicht in Thailand had bestaan, we waarschijnlijk niet voor dat land gekozen hadden. Als we nog altijd mondkapjesplichtvrij zouden willen wonen kunnen we vooralsnog terug naar Nederland, maar die optie laten we lekker onbenut.

Hier op het Thaise platteland zien we dat er wel meer mondkapjes gedragen worden dan vóór corona, maar het is zeker niet zo dat iedereen er een draagt. Wij zorgen er altijd wel voor dat we er eentje op hebben als we de deur uitgaan; op buitenlanders wordt nu eenmaal extra gelet, zeker omdat de gedachte dat het onheil uit het buitenland komt hier behoorlijk gemeengoed is. Bovendien laat het zien dat we de zorgen van veel mensen over hun gezondheid serieus nemen. Zelfs al zouden mondkapjes niets uithalen, wat wij niet geloven, dan is dat al genoeg reden om ze te dragen. Goed beschouwd past het mondkapje ook in het rijtje van wat we gewoon zijn gaan vinden.

Nog meer voorbeelden? Okee, daar gaan we:
  • Links rijden
  • In een restaurant iets anders krijgen dan je besteld hebt
  • Scheuren in een betonvloer
  • Spookrijders over de vluchtstrook
  • Parkeren op de vluchtstrook
  • Marktkraampjes op de vluchtstrook
  • Winkelmedewerkers die zeggen dat iets niet op voorraad is terwijl je het even later gewoon ziet liggen
  • Politie-check-points op vaste plaatsen, alleen tussen 9 en 5
  • IJs in je bier
  • Geen alcohol te koop op feestdagen
  • Op andere dagen alleen tussen 11 en 14 uur en tussen 17 en 24 uur
    (Het verhaal gaat dat het eerst alleen tussen 17 en 24 uur mocht maar dat de beleidsmakers er vervolgens achter kwamen dat ze hun eigen lunch zonder bier moesten nuttigen. Geen idee of dat waar is.)
  • Op alcoholvrije momenten bier in een theekopje geserveerd krijgen
  • Auto's, motoren en fietsen in het donker zonder licht
  • Auto's die eerst remmen, dan het knipperlicht aanzetten
  • Auto's die voordat ze linksaf gaan eerst naar rechts uitwijken
  • Beleefde kinderen
  • Een caissiere die je achterna komt rennen omdat ze 10 baht (28 cent) te weinig heeft teruggegeven
  • Maaltijden die niet per tafel tegelijk geserveerd worden, maar schotel voor schotel.
Nouja, we kunnen nog wel even doorgaan, maar dan wordt het een nog saaiere opsomming. De plaatsing van het gastenhuisje achter in de tuin is eigenlijk wel een mooi voorbeeld. Het huisje zelf wordt op het terrein van de verkoper volledig in elkaar gezet. Intussen worden er op de plek waar het moet komen, in onze tuin dus, een fundering en betonvloer gestort. Er blijven 6 grote gaten over waar de pilaren moeten komen te staan.

Het complete huisje van 3 x 5,5 meter wordt met een vrachtwagen over de snelweg (zonder zwaailichten of motor-escorte) naar zijn plek getransporteerd. Wij verwachtten ook een kraanwagen, maar die kwam niet. De vrachtwagen manoeuvreert zich naar de juiste plek op de betonvloer. Dan wordt en er onder iedere poot een verstelbare stempel gezet, waarna 6 man tegelijkertijd het huisje beginnen op te krikken. Op een gegeven moment kan de vrachtwagen er onderuit rijden. Het opkrikken gaat door totdat de vloer op 2 meter hoogte zit en de betonpalen onder de poten passen. De boel wordt gesteld, waarna de 6 grote gaten met beton gevuld worden. Dat beton wordt ter plekke in cementkuipen met de hand aangemaakt. 


Intussen wordt de trap gemonteerd. Die bestaat uit een deel van 7 treden, een platformpje en dan nog een deel van 3 treden. Op het platformpje maakt de trap een haakse bocht. Het langste stuk van de trap wordt aan het balkon van het huisje vastgemaakt en aan het andere eind wordt het platformpje op houten palen op de juiste plek en hoogte geplaatst. Dan wordt het korte stukje trap eraan gezet en blijkt er plotseling een probleem te zijn. Bij het storten van de vloer was er namelijk vanuit gegaan dat het korte stukje trap aan het balkon zou komen en het lange stuk zou eindigen op de betonvloer. Nu de delen verwisseld zijn, komt de trap beneden uit op een plek waar geen vloer meer is. Maar niet getreurd: er wordt toch beton aangemaakt voor de funderingsgaten, dus er kan ook wel even een stoepje gestort worden onderaan de trap.


Uiteindelijk staat het huisje er, maar wel enigszins scheef ten opzichte van de betonvloer, een vloer die niet helemaal vlak is en waar de later opgevulde funderingsgaten niet precies vlak lopen met de vloer en bovendien een andere structuur hebben. De eerste scheuren zitten al in het beton en het geïmproviseerde stoepje is veel te klein om fatsoenlijk over te kunnen lopen. We hadden speciaal verzocht om de traptreden allemaal een zelfde onderlinge afstand te laten hebben. Dat is geenszins vanzelfsprekend hier. Dat was prima voor elkaar. Alleen de afstand tussen het betonstoepje en de eerste trede, en tussen de laatste trede en de balkonvloer wijken af.


Maarrrrrrrr This is Thailand... het huisje is prachtig, het uitzicht is magnifiek, het stoepje hebben we zelf uitgebreid, de scheuren in het beton zien we niet meer en met de niet geheel vlakke vloer kunnen we ook prima leven. We zijn tenslotte ingeburgerd. Als je er eenmaal aan gewend bent dat de dingen altijd anders gaan dan je verwacht, dat zelfs vanzelfsprekende dingen niet vanzelfsprekend zijn en dat je aan elk ondenkbaar scenario moet denken, dan wordt het leven ineens verrassend relaxed. Bij mijn tante Riet hing vroeger in de gang een tegeltje: "Tob niet, het loopt toch anders." Het zou me niet verbazen als dat een vertaalde Thaise wijsheid was.


Oja, en die cadeaubon die ik hierboven noemde wordt gewonnen door de partner van de organisator van de prijsvraag. We zijn tenslotte ingeburgerd.