24 juni 2018

Rijsttijd


In korte tijd is het land rondom ons flink veranderd. De koeien van buurmannen Tui en Ien hebben hun sappige weides moeten verlaten, want het is weer tijd voor de rijst. Eerst zijn de boeren met hun hak in de weer geweest om de mini-dijkjes tussen de percelen waar nodig te repareren. Daarna zijn op de juiste plekken openingen gemaakt, zodat het water naar binnen kon stromen. Momenteel wordt er volop geploegd. We zijn hier een paar jaar te laat komen wonen om het romantische plaatje van de buffelende buffel nog te kunnen zien. Tegenwoordig gaat dat ook met een trekker, althans bij onze buren. Er zijn nog altijd plaatsen waar met buffels gewerkt wordt.


In speciale percelen worden de rijstplantjes opgekweekt. Als ze groot genoeg zijn worden ze uitgepoot in de ondergelopen velden. Vroeger werd om de zoveel tijd het veld even drooggelegd om onkruid te kunnen wieden. Net als het zaaien en poten gebeurde dat met de hand. Het uitgetrokken onkruid wed tot een bal gedraaid en terug in de grond gestopt als voeding. Als het hele veld gewied was werd het omliggende dijkje weer geopend en kon het water terugstromen over het land.


Tegenwoordig wordt er met bestrijdingsmiddelen gewerkt en dat gaat niet met de nauwkeurige doseringsapparatuur die we in Nederland gebruiken. Het bestrijdingsmiddelenmannetje komt op zijn brommertje aanrijden met een flinke tank op zijn rug. De inhoud daarvan spuit hij al lopend over het veld. Ook over de aard van de middelen moeten we ons niet te veel illusies maken. Wat in Nederland verboden is wordt hier nog volop toegepast.


Het is natuurlijk makkelijk om daar schande van te spreken, maar we hebben niet alleen makkelijk praten met onze rijkdom en overvloed, maar ook de nodige boter op het hoofd. De Thaise boeren lopen namelijk tegen hetzelfde probleem aan als de Nederlandse: de macht van de supermarkten. Waar de Nederlandse boeren er al haast niet in slagen een vuist te maken tegen het afknijpen van de prijzen die ze voor hun producten krijgen, hebben de Thaise boeren al helemaal niets in te brengen. De Thaise regering die een aantal jaren geleden door de militairen opzij gezet is had een garantieprijs van 14 baht (35 cent) per kilo beloofd, maar kon dat niet waarmaken. In een goed rijstjaar kan de prijs zo maar rond de helft daarvan schommelen. Daarvoor moeten dus niet alleen dat zaaien en uitpoten gebeuren, maar ook de man met de trekker en het bestrijdingsmiddelenmannetje ingehuurd worden en de rijst uiteindelijk geoogst en gedorst worden. Heeft een rijstboer geen familie die ingeschakeld kan worden, dan zal hij ook nog hulp bij het uitpoten en het oogsten moeten inhuren. Zonder bestrijdingsmiddelen zouden daar nog de kosten van de onkruidwieders bij komen. Voor de dure in Europa toegestane middelen is al helemaal geen geld, dus gebruiken ze spul dat in Nederland allang verboden is.

De 7 baht (18 cent) per kilo die de boer krijgt voor zijn harde werk in de brandende zon is in het schap bij Albert Heijn € 1,79 geworden. Het lijkt er sterk op dat degenen die het meest aan de rijst verdienen niet degenen zijn die er het hardst voor werken. Waar hebben we dat meer gehoord...

Met al dat water rondom verschijnen er soms ineens wel onverwachte gasten op de veranda...


...en zoekt ons huisdraakje het hogerop.




19 juni 2018

Klaar genoeg


Een bijzondere blog vandaag: het is namelijk de eerste die geschreven is in het nieuwe huis. Afgelopen zondag is de elektrische installatie verder afgemaakt; vandaag hebben we het sanitair goed aangesloten gekregen en de roosters voor de ramen geplaatst. Daarmee is het huis klaar genoeg om er te gaan wonen. We hebben al een aantal spullen verhuisd; veel staat er nog in Nang Lae. Dat gaan we de komende weken geleidelijk aan verhuizen. Als dat gebeurd is kunnen we de huur van het huis in Nang Lae opzeggen.



De avond begon hier met een gigantische regenbui met flinke donderklappen. Hoewel de ramen maar een klein stukje open stonden en er flink wat dak oversteekt, kwam er toch regen naar binnen. De afgelopen weken hebben we de honden aangeleerd dat ze niet de drempel naar binnen over mogen, maar toen ze daar zo zielig naar binnen stonden te kijken, bibberend vanwege het onweer, hebben we dat voornemen maar meteen laten varen. Dan maar wat extra dweilen met slecht weer :-).
We wonen trouwens niet alleen hier. De toekeh die hier al vaker genoemd is heeft ook zijn intrek genomen. Hij woont achter de kasten. Als hij zijn karakteristieke toekeh-roep doet fungeert de achterwand van de kasten als klankbord. Het geluid knalt daardoor door de ruimte, Daar gaan we wel wakker van worden vannacht. We zijn al op zoek naar een vriendelijke manier om hem tot verhuizen te bewegen.


Zo'n tropische regenbui zorgt ook voor grote opwinding bij de duizenden kikkers die in de rijstvelden wonen. Ze laten dat blijken door een luidkeels gekwaak, gepiep of gebrul. (Veel kikkers hier maken hele andere geluiden dan we in Nederland gewend zijn.) Een exemplaar van nog geen twee centimeter groot zit inmiddels onder het bed. Pogingen om hem te vangen en buiten te zetten mislukken steeds omdat hij, zo klein als ie is, wel een halve meter hoog en een meter ver springt. Zelfs Tibbe waagt zich niet aan een vang-poging.


Klaar zijn we overigens nog lang niet. Er moeten nog veel bomen en struiken geplant worden, de waterleiding moet nog grotendeels worden ingegraven, er moet nog stroomdraad naar de twee waterpompen en de sala, en de generator moet nog zo worden aangesloten dat deze bij te weinig zon voor de stroomvoorziening kan zorgen. En dan moeten we natuurlijk nog plekken vinden voor allerlei decoratieve prullaria, want het huisje moet wel vol. Nu we hier slapen kunnen we met de buitenwerkzaamheden wel 's morgens al vroeger beginnen, als het nog lekker koel is en meestal nog droog. De regen komt meestal pas later in de middag. Al dat water zorgt trouwens wel dat de grond zachter wordt. Dat maakt het graafwerk hopelijk wat lichter.


Maar nu eerst de eerste nacht beleven.

10 juni 2018

Man tegen natuur

De regentijd wil nog niet echt goed op gang komen, maar zo nu en dan valt er toch het nodige water. Alles is daardoor intussen al frisgroen aan het worden. Ook is de smog uit de lucht gespoeld en lijken de bergen, die in de droge tijd onzichtbaar zijn, nu weer zowat op loopafstand te liggen.


Zoals alles heeft dat ook zijn keerzijde: de natuur wil per se het door ons ingepikte landje terugveroveren. Daartoe zet ze twee middelen in: gras en kruidje-roer-me-niet.

Ik laat me ook niet onbetuigd en sla terug met de bosmaaier. "Aggut", hoor ik jullie nu denken. "Kruidje-roer-me-niet, dat is toch dat schattige plantje dat zo leuk haar blaadjes dicht vouwt als je ze aanraakt?" Dat klopt, maar laat dat schattig maar weg. Achterbakse loeders zijn het. Een beetje op het gevoel spelen: "o, alsjeblieft, roer me niet", en zielig je blaadjes dichtvouwen als je ze per ongeluk toucheren, dat kunnen ze goed. Maar intussen wel stekels maken die door je schoenen heenprikken, en overal in de tuin de grond uitschieten, zelfs waar verder niks groeien wil. De etterbakjes zijn zo'n beetje de enige die het ook in de droge tijd goed doen. Ze weten dat je dan een lange, diep gaande wortel nodig hebt, en gniffelen om het feit dat ze daardoor niet uit de grond te trekken zijn, los van dat niemand ze aan wil pakken met al die stekels.


Dus rest me niets anders dan zware middelen: de bosmaaier. Onverbiddelijk zwaait het snijblad voor me uit en sneuvelen de roermenietjes voordat ze hun blaadjes kunnen vouwen. Hahaaaa, dat zal ze leren. Helaas hebben de rotzakken een plan B. Waar je ze afknipt lopen minimaal 2 nieuwe stengels weer uit. In korte tijd zijn ze weer op hoogte. Inmiddels heb ik een wat zwaarder snijblad gemonteerd én geleerd hoe ik veel lager bij de grond kan maaien. Vergenoegd zag ik de afgelopen weken het gras opschieten, maar de kruidjes lieten zich niet meer zien. Ik had gewonnen.

De huftertjes zijn echter nog veel laagbijdegrondser dan mijn bosmaaier. Dat zag ik pas toen ik gras ging maaien. Het krmn-tje heeft zich ontwikkeld tot een bodembedekker. Lekker verstopt tussen het hoge gras kan het zo nietsvermoedende wandelaars prikken. Nu moest ik zo laag maaien dat de kluiten me om de oren vlogen. Na afloop was er helaas niet dat euforische gevoel van de eerste keren. Niet alleen omdat ik alleen maar af kan wachten wat dat k..kruidje nu weer voor verrassing in petto heeft, maar ook omdat ik bij een van mijn machtige maaibewegingen een nest met twee eieren blootlegde. Waarschijnlijk van het kiekhier-vogeltje. Dat is niet de officiële naam van dit kievit-achtige beestje, maar zijn roep klinkt als kier hier, kiek hier, kiek hier, dus we hebben ze maar zo gedoopt. Dan zie je maar wat je als stoere strijder tegen stekeligheden allemaal teweeg brengt. Ik heb de eitjes liefdevol toegedekt en mijn bosmaaier beschaamd opgeborgen.

De kruidje-klojos heb ik intussen laten weten dat dit geen vrijbrief is om weer voluit te gaan lopen groeien. Als ze zich weer laten zien gaat onverbiddelijk het mes erin, kiek-hier-eieren of niet. Ze zullen weten wie de baas is.

Intussen zijn we met het huis ook weer een paar stappen verder. De ramen en deuren zitten erin en we hebben een constructie gemaakt om de ramen, waarvan de scharnieren aan de bovenkant zitten, open te laten staan.

Aan de oost- en de zuidkant hebben we een extra constructie van bamboe laten maken met een grasdakje erop. Dat moet meer schaduw geven op de veranda's en voorkomen dat de zon het huis teveel raakt. Dat laatste zou tot een warmer binnenklimaat leiden en dat willen we niet.


Verder staat er nu een partij hout binnen die uiteindelijk een bed moet gaan vormen. De timmerman was weer thuis, maar zal nog wel wat tijd nodig hebben om te herstellen van het ongeluk. Zijn vrouw ligt nog in het ziekenhuis. Hij was blij dat we de klus zelf wilden afmaken. Als ik de boel hier zo zie staan verlang ik toch wel een heel klein beetje naar dat sleuteltje en die tekeningen van dat belastingontduikende Zweedse woonparadijs.


Bij een bedrijfje dat oude meubels restaureert hebben we een aantal kasten gekocht om tegen de raamloze westmuur te zetten. Gisteren zijn die afgeleverd (op eentje na dan, maar die halen we morgen zelf dan maar even op) en vandaag hebben we de eerste dozen boeken meegenomen en de eerste van de kastjes ingericht.


Vandaag zijn er nog drie flinke bomen gebracht, die hopelijk ook snel voor wat extra schaduw gaan zorgen aan de oostkant.


Het wachten is nu vooral nog op het voltooien van het zonne-energiesysteem. De inverter, zeg maar de regelkast, staat nog bij de douane. De planning is nu dat het zaterdag de 16e wordt afgemaakt. Maarja, This Is Thailand.

Korte impressie op youtube

01 juni 2018

Gezichtsverlies

"Morgen komt de timmerman met het bed", schreef ik afgelopen dinsdag. "Ten minste, als er niets tussenkomt", voegde ik er aan toe. En je raadt het al: geen bed gezien. Het was nog niet helemaal af, maar op vrijdag 8 juni zou het geleverd kunnen worden. Dat nieuws sluit een beetje aan bij ons gevoel dat de timmerman eigenlijk niet zo goed wist wat hij met de opdracht aan moest. Het paste wel in het plaatje dat hij de tekening kwijt was. We zaten al te denken over een manier om dat netjes op te lossen.

Vandaag kwam er bericht dat de timmerman een auto-ongeluk had gehad en in het ziekenhuis ligt. Dat betekent uitstel voor nog onbepaalde tijd, terwijl het bed het belangrijkste meubelstuk in het huisje is. Neenee, niet daarom, maar omdat het de opbergplaats voor allerlei spullen overdekt en zo aan het oog onttrekt. Zonder bed kunnen we nog niet verhuizen, omdat we de spullen niet kwijt kunnen.

In Nederland zouden we in zo'n geval een andere timmerman zoeken, maar hier loop je aan tegen wat voor ons zo'n beetje het moeilijkst te begrijpen verschijnsel is: gezichtsverlies. Ik heb al eerder blogs erover geschreven maar die weer gewist, omdat het ongelofelijk lastig is om het op een respectvolle manier uit te leggen. Ik blijf nou eenmaal een westerling die de logica van sommige Thaise gebruiken vaak niet kan volgen. Eigenlijk gaat het al fout bij die constatering: westerse logica is namelijk niet hetzelfde als Thaise logica.

We wisten er wel van, van dat gezichtsverlies en dat het moeilijk is om daar mee om te gaan. Toen we net het landje gekocht hadden liepen we er al meteen flink tegenaan bij het maken van een weg. De aannemer had er de verkeerde grond opgegooid. Het leek eerst een berijdbare weg, maar na een flinke regenbui zakte de auto er tot de assen in. Dat moest dus over, vonden we, maar dat kon alleen als we nog eens een keertje zouden lappen. Anders zou voor iedereen duidelijk zijn dat de aannemer broddelwerk had geleverd en dat zou voor hem gezichtsverlies betekenen.

Je zou denken dat dat logisch is, en dat hij dat aan zichzelf te danken heeft, maar dat is onze logica, niet de Thaise. Hier wordt het niet begrepen als je niet probeert te voorkomen dat je iemand gezichtsverlies bezorgt, en bovendien betekent het het onomkeerbare einde van een relatie. Als nieuwkomers kunnen we dat beter voorkomen.

In de afgelopen maanden hebben we een klein beetje geleerd met het gezichtsverliesprobleem om te gaan. Als iemand iets verkeerd last in het huisje, zeggen we dus niet dat hij het verkeerd gelast heeft, maar rekenen netjes af. Dan vragen we een paar dagen later of hij het niet toch nog even anders wil doen, en dat rekenen we dan ook weer netjes af. Dan betalen we weliswaar meer, maar met het prijspeil van hier is dat te overzien. Voor een klein bedragje besparen we de lasser een genante situatie en stellen we onszelf niet buiten de gemeenschap.

Wat het allemaal extra ingewikkeld maakt is, dat je iemand gezichtsverlies kan bezorgen zonder dat je je ervan bewust bent. Als wij vroegen waarom iets op een bepaalde manier gedaan was, merkten we dat de mensen daar heel ongemakkelijk van werden. Ook als er niks mis was met het werk, maar we gewoon graag wilden weten waarom ze voor een bepaalde methode hadden gekozen. Een Nederlandse directe vraag-en-antwoordcommunicatie kent men hier nauwelijks.

Het leidt allemaal tot een moeilijke positie voor twee goedwillende farang. We maken bepaalde afspraken over hoe iets gedaan moet worden, en zien dan als het klaar is dat het heel anders is gedaan. Waarom vragen is not done, en zeggen dat het niet goed is kan al helemaal niet. Dus resteert alleen accepteren. Meestal is het bij nader inzien ook niet zo vreselijk erg dat het niet helemaal is wat je voor ogen had, maar het is even wennen.

Wat het voor ons extra lastig maakt is dat we in Nederland geleerd hebben dat vragen stellen en kritiek leveren uiteindelijk tot het beste resultaat leiden. Wij weten dat een betonvloer die niet in één keer is gestort en die niet wordt natgehouden tijdens het drogen (klinkt raar, maar dat moet echt in een warm klimaat) gaat scheuren. Scheuren zijn invalswegen voor termieten. Dus waren we niet blij met de in delen gestorte vloer die te snel gedroogd was. Maar dat kunnen we niet uiten. Fouten bestaan niet zolang ze niet benoemd worden, maar als je ze niet benoemt blijven ze gemaakt worden. In Thailand kom je dan ook geen betonvloeren tegen waar geen scheuren in zitten.

Voor ons valt niet te bevatten wat nou precies de gedachte achter dat voorkomen van gezichtsverlies is. Het lijkt er in onze optiek toch wel heel sterk op dat het gebruikt wordt om kritiek te voorkomen. De pikorde speelt er op een of andere manier ook een rol in. Het is bijvoorbeeld uitgesloten dat een werknemer een waarom-vraag aan zijn baas stelt.

Uiteindelijk moet er in al die situaties toch iemand zijn die zijn gezicht verliest, denken wij dan. Als wij betalen voor een modderpad in plaats van voor een begaanbare weg, zijn wij die stomme farang die gewoon alles slikken. Maar ook dat blijkt weer westerse logica; voor de Thai is het gewoon afgedaan als we geaccepteerd hebben dat het modderpad goed is. Dan is er immers geen sprake meer van fouten en kan er dus ook geen gezichtsverlies geleden worden.

En nu moeten we dus iets met dat bed. De tekening is zoek, en waarschijnlijk weet de timmerman sowieso niet wat hij ermee aanmoet. In Nederland zou hij dan even bellen en om een kopietje vragen, of eventueel zeggen dat het helaas toch niet ging lukken, maar hier kan dat niet, want dan bezorgt hij zichzelf gezichtsverlies. De bizarre situatie is nu dat de timmerman waarschijnlijk dolgraag van de klus af wil, dat wij dat ook wel willen, maar dat we niet kunnen zeggen dat we de opdracht intrekken. De timmerman zit weliswaar niet in onze directe omgeving, dus we zouden ons niks van zijn gezichtsverlies aan kunnen trekken, maar als gasten hier willen we ons ook weer niet heel bot opstellen, ook al vinden we dat zelf helemaal niet bot. We moeten dus een volkomen buiten hem liggende oorzaak vinden waardoor het echt niet anders kan dan dat hij het bed toch niet hoeft te maken. Mogelijk komt zijn auto-ongeluk, hoe vervelend ook, daartoe goed van pas. Wij moeten echt verhuizen en kunnen niet langer wachten, dus helaas helaas moet het bed snel door iemand afgemaakt worden. Toch nog een soort win-win-situatie.

Voor de Thai is het dan weer onbegrijpelijk dat we het gezichtsverlies niet goed begrijpen. En sowieso dat we het hebben over sommige dingen die een beetje anders gegaan zijn dan de bedoeling was. Bijna alles is immers gewoon goed gegaan en er staat toch een prachtig huisje waar iedereen blij mee is? Daar hebben ze dan weer helemaal gelijk in. Die farang kunnen best wat van de Thai leren.