21 april 2017

Op een klein stationnetje

Den Haag Staatsspoor, dat was zoals een station er uit hoorde te zien. Een stoere gietijzeren dakconstructie in zware bogen. Een hal met echte mensen achter loketten en een man met een pet bij de ingang van ieder perron, die met een ferme beweging een gaatje in je perronkaartje knipt. En natuurlijk staan de treinen al te wachten op hun passagiers. Ik liep er als kind wel eens naartoe om treinen te kijken, terwijl mijn ouders dachten dat ik in de Rodeleeuwstraat aan het spelen was.

Wij woonden in Den Haag en de familie van mijn ouders zat voor het grootste deel in Utrecht. Een auto hadden we niet, dus togen we een paar keer per jaar naar Staatsspoor om daar de trein te nemen. Omdat het een kopstation was, stond die altijd al klaar als we aankwamen. Voor mij was dat dus heel vanzelfsprekend. In Utrecht wisten ze blijkbaar niet zo goed hoe ze dat moesten regelen op zo'n station, want daar moest je soms wel een kwartier wachten voordat de trein binnen kwam rijden.

Den Haag Staatsspoor

Toen Staatsspoor werd gesloopt om plaats te maken voor de betonkolos Centraal Station had Den Haag in mijn kinderogen geen echt station meer. Pas veel later, nadat ik allang uit de stad weg was, strandde ik een keer op Hollands Spoor en kon vaststellen dat dat ook, en nog steeds, een prachtig gebouw was. Met de bouw van Centraal verdween ook die voor Nederland unieke situatie dat je voor een overstap een stukje met de tram naar een ander station moest; iets dat Den Haag gemeen had met steden als Parijs en Londen. Voortaan maakte de trein van Rotterdam naar Amsterdam piepend en krakend de scherpe bocht van Hollands Spoor naar Staats, ehhh, naar Centraal.


Luik

Stations zijn me altijd blijven fascineren. De mooie oude gebouwen van Haarlem, Groningen en zoals al genoemd, Hollands Spoor. Maar ook de nieuwbouw van bijvoorbeeld Luik. Mijn verhuizing naar Maashees heeft mijn stationsvoorkeur flink veranderd. Station Vierlingsbeek werd mijn favoriet. Een weiland, een spoorlijn, en een perron. 's Morgens zie je de zon opkomen en hoor je de vogels fluiten. Geen gehaast, geen drukte, geen winkels. Gewoon een station zoals het bedoeld is: een plek om de trein te pakken.

Vierlingsbeek

Op reis door Schotland ontdekte ik dat er toch nóg mooiere stations bestaan dan Vierlingsbeek. Rogart is er zo eentje. Direct naast het stationnetje staan wat oude treinwagons die als guesthouse dienst doen. In Rogart stopt 8x per dag een trein, dat wil zeggen, als een passagier heeft aangegeven dat hij er in die plaats uit wil, of als de machinist ziet dat er iemand op het perron staat te wachten. De uitbaatster van het guesthouse vertelde dat ze laatst zag dat een van haar gasten op het verkeerde perron stond te wachten. Met wild armzwaaien wist ze de machinist te bewegen toch te stoppen. De trein stond toen al wel een paarhonderd meter buiten het stationnetje, maar kwam netjes terug om de passagier op te pikken. Ondenkbaar in Nederland. Hoewel... de dienstregeling wordt gevoerd door NS-dochter Abellio, in Nederland meer bekend door de fraude bij de aanbesteding van de Maaslijn dan door de service.

Rogart

Sinds kort woon ik zelf weer bij een mooiste station van de wereld. Station Hang Chat, aan de lijn van Bangkok naar Chiang Mai, overtreft alles wat ik ooit aan stations gezien heb. Een prachtig stationsgebouw, met koikarpers in de vijver. Prima bewegwijzering naar parkeerplaats, kaartverkoop (take off your shoes please), werkruimtes van de stationschef en de assistent-stationschef, met originele gietijzeren handels om de wissels te bedienen, en natuurlijk ook geheel bemand. Het aantal treinen per dag: 2. Een groot bord geeft de aankomst- en vertrektijden aan. Trein 408 naar Nakhon Sawan, van waar je verder kunt naar Bangkok, komt om 11:47 binnen op spoor 1, en vertrekt om 11:48. Om 12:45 loopt trein 407 binnen, eveneens op spoor 1, om een minuut later weer verder te rijden naar Chiang Mai. In 59 minuten is het treinverkeer voor de hele dag afgehandeld. Geen gehaast, geen drukte, geen winkels. Gewoon een station waar je heen gaat om van te genieten.



Hang Chat (meer foto's hier

Update 22 april


Vandaag met de buren op stap geweest en onder meer twee stationnetjes gezien die vergelijkbaar zijn met Hang Chat. De fotopagina wordt momenteel ook ge-updated. 




16 april 2017

Wakker gehouden door Piet van Vliet

Verhuis je naar Thailand, word je uit je slaap gehouden door Piet van Vliet. Dat is me in Nederland nou nooit gebeurd. Sterker nog, tot vanmorgen had ik nog nooit van Piet van Vliet gehoord. Terwijl hij toch al een aantal weken zijn best doet om ons wakker te houden. Er zijn er trouwens meer die zich daarmee bezig houden. Doordat dit huis lang leeg heeft gestaan zijn we niet de enige bewoners. Mieke heeft in een eerdere blog al eens een foto van een medebewoner gepost. En in de woonkamer blijkt het getrappel dat we daar soms horen afkomstig te zijn van een Toekeh, die overigens weigert om zich goed te laten bekijken.

Dan heb je nog de knallen. Nu de mango's beginnen te rijpen worden de vogels met harde knallen uit de bomen verjaagd. We weten nog niet of het rotjes zijn, of luchtdrukpistolen. In de nacht van Songkran, het Thaise nieuwjaar, vond een enkele dorpsbewoner het grappig om ook 's nachts een keertje te knallen. Tibbe is intussen volledig ingehonderd (hoe noem je inburgeren voor een hond eigenlijk?), maar van die knallen wordt ze behoorlijk nerveus. Inmiddels is het gelukkig weer veel minder. Waarschijnlijk was het toch vuurwerk en is dat nu op.

Gisterennacht zaten we trouwens ineens allebei rechtop in bed. Het geritsel dat van onder de bank vandaan kwam was niet van een Toekeh of Tjiktjak. Het moest van een groter beest zijn. Durfden we te kijken? Mieke durfde. Het bleek Tibbe te zijn, die zich tijdens het onweer op een krakende plastic zak onder de bank probeerde te installeren.



Oja, dat had ik nog niet gemeld, maar de eerste serieuze regen- en onweersbuien zijn hier inmiddels gevallen. Vroeger dan normaal; ook hier lijkt het weer in de war. Onze eerste hete droge periode duurde dus maar een paar dagen. Een van de eerste dagen was er al wat regen gevallen, maar nu is het iedere dag raak, zo tegen zonsondergang. Dat gaat hier meteen van dik hout. Immense plensbuien, maar als het er niet zo bij zou bliksemen kon je er prima in douchen. De temperatuur is best aangenaam. Na een uurtje is het voorbij. Alles wat verdord leek leeft weer helemaal op. Onvoorstelbaar hoe snel de natuur nu al groen begint te worden.



Nang Lae en wij beginnen inmiddels aardig aan elkaar te wennen. Eergisteren liep ik alleen bij het zand-stupa-bouwen rond en vroegen verschillende mensen waar Mieke was. De vriendelijkheid van de mensen hier doet ons ons hier erg welkom voelen. We beginnen ook de weg een beetje te kennen, bijvoorbeeld naar een markt in een naburig dorpje, waar rond 5 uur 's middags de mensen uit de omgeving hun vers geoogste waren komen verkopen. Een verse mango voor 35 baht (90 cent), dat leek ons wel wat. “Nono, kilo” zei de verkoopster, dus liepen we uiteindelijk met 4 mango's voor onze 35 baht weg. En dat terwijl op sommige forums van Thailandgangers voortdurend geklaagd wordt over hoe je in dit land wordt opgelicht.

Maar goed, intussen wil je natuurlijk eindelijk wel eens weten hoe het nou met die Piet van Vliet zit. Piet van Vliet is de Nederlandse naam voor de Cacomantis Merulinus. In het Engels wordt Piet een Plaintive Cuckoo genoemd en die naam sluit goed aan bij het geluid dat het dier produceert. De benaming Piet van Vliet is een onomatopee, maar net als het dudeljoo van de Wielewaal waarover ik eerder schreef, vind ik het niet zo'n kloppende beschrijving van het geluid. De benaming “Klaagkoekoek” die ook wel gebruikt wordt, is wat dat betreft veel duidelijker. Luister hier maar wat ik bedoel. En stel je vervolgens voor dat het beest daar de hele nacht mee doorgaat. Nee, Piet van Vliet, die hoef ik niet.

10 april 2017

Restaurant Le Garage

Het beroemde restaurant dat onze nationale knuffelkok in Amsterdam startte heeft een geduchte concurrent, die de naam "Le Garage" veel meer eer aan doet dan het hoofdstedelijke etablissement. Die concurrent zit, hoe kan het ook anders, in Thailand, en dan niet zo maar in Thailand, maar in Nang Lae, om precies te zijn, op de hoek van ons straatje. We waren er al verschillende keren voorbijgereden, zonder in de gaten te hebben dat het om een restaurant ging. Totdat Carin ons er onlangs op wees: "weten jullie wel dat er een restaurant in jullie straat zit?" Dat wisten we dus niet.




Gisteren zijn we er maar eens gaan lunchen. De menukaart lijkt ook in niets op de Amsterdamse Garage. Geen gevulde doperwt of andere culinaire hoogstandjes. Je kunt kiezen uit noedelsoep, en dan nog wel finetunen naar เนื้อวัว of เนื้อหมู, neua of moe dus, ofwel rund- of varkensvlees. We wisten er nog wel wat extra ผัก (pak, ofwel groente) bij te bestellen. Ons kleine beetje kennis van het Thai begint zo heel af en toe tot resultaten te leiden.




Het restaurant is gevestigd in de garage van het huis van de uitbaatster, maar in de hitte die er in deze tijd van het jaar heerst kun je een auto die geen airco heeft echt niet in de zon parkeren. Dus die staat nog gewoon binnen.




De soep was trouwens prima te eten, en de oma die maar de hele tijd bleef lachen naar ons, wou best even met Mieke op de foto. Let op de bungelende beentjes.




De temperatuur nadert nu in de middag de 40 graden en dat is ook hier echt wel warm. We hebben ons teruggetrokken op de slaapkamer met airco, die nu ook dienst doet als zitkamer en kantoor. 's Morgens en 's avonds wagen we ons wel buiten.




Het raam van onze slaap/zit/kantoorkamer werd vanmorgen aangevallen door een onbekend vogeltje. De ruit is van donker warmtewerend glas dat flink spiegelt. Waarschijnlijk zag de aanvaller zijn spiegelbeeld voor een concurrent aan. We moeten nog uitzoeken wat voor vogeltje het is.



Meer foto's vind je op onze flickr-pagina.

05 april 2017

Terugblik vanaf 30 maart

Het is en uur of acht in de ochtend. Ik ben net verkast van de voorkant van het huisje naar de zijkant, comfortabel op ons bamboe-bed in de schaduw. Het is 25 graden. Als we 's ochtends rond half zeven opstaan gaan we eerst aan de voorkant in het opgaande zonnetje zitten, genietend van het uitzicht over de vallei. Met een omgeslagen sjaal, want het is dan nog frisjes, slechts een graad of 20....
Vanaf dat bamboe-bed kijk ik aan de linkerkant naar de berg, voor me kijk ik in de boomkruinen met hun enorme vogelvariatie en daaronder de terrassen met jonge bananenbomen, daarachter het bos. Wat zullen we deze machtig mooie, meditatieve plaatjes gaan missen. Goed voor uren vogelspotten, luisteren naar krekels, cicaden, boomkikkers, geluiden van zichtbare en onzichtbare vogels en godweetwat voor 'n beestenspul. Maar ook de typische geluiden van vallende droge teak-bladeren en de langs elkaar bewegende rafelbladeren van de bananenbomen. Hier aan de rand van het nationale park is het vogelspotten ook bijzonder. Nu nog, na twee maanden, zien we vrijwel dagelijks vogels die we nog niet eerder hebben gezien. De ene nog exotischer dan de andere, met kuifjes, lange staartveren, geelomrande ogen, vuurrode kontjes, soms onooglijk, maar dan weer met de meest fantastische zang of eigenaardig gedrag. We vinden het een sport om te ontdekken welke geluiden door welke vogels gemaakt worden, maar daar komen we lang niet altijd achter. We verzinnen dan maar onze eigen namen voor die onontdekte vogels, zoals de Altkanarie of de Grondvogel. Alles bij elkaar een feestje voor de zintuigen en daarmee voor de ziel....
Morgen komt daaraan een einde. Althans wat dit hele specifieke plekje betreft. Met gemengde gevoelens gaan we vertrekken naar Lampang. Hier in Chiang Dao zijn we nog niet uitgekeken, en het blijft vooralsnog bovenaan ons lijstje van potentiele woonplekjes, maar er zijn redenen om naar iets anders uit te kijken. Op de eerste plaats is dit huisje, hoe mooi het ook ligt, geen optie voor de langere termijn, hoewel het in principe wel te koop is. Het is heel erg klein, met een woon-/slaapkamer van pakweg 4,5x4,5m, en de veranda is ook niet heel groot. We wilden graag onze spulletjes uit Nederland laten overkomen, maar daarvoor is het echt te klein hier. Daarnaast ligt het tegen een erg steile helling, waardoor en nauwelijks mogelijkheden zijn om het huisje uit te breiden of de veranda's groter te maken. En tot slot is een deel van de weg hierheen slecht, waardoor we problemen voorzien in de regentijd. We hebben de afgelopen weken uitgekeken naar een alternatieve, iets grotere woonplek, maar dat is niks geworden. We gaan gebruik maken van de mogelijkgeid om een huis te huren in een dorp bij Lampang, waar Hub en Noi wonen. Hub is de vader van Carin, onze vriendin en collega van François. Het is een ruim en naar onze wensen overmatig luxe huis, maar het heeft veel achterstallig onderhoud omdat het al jaren min of meer leeg staat. De eigenaars wonen in Duitsland en komen hier eens in de paar jaar enkele weken op vakantie. Ze lijken weinig last te hebben van de mankementen, er wordt in elk geval niets aan gedaan. Al met al maakt het huis een ontzielde en wat onaangename indruk (Tibbe wilde eigenlijk meteen wel weer weg), maar we hebben er laatst een nachtje in geslapen (Noi had de slaapkamer en badkamer een goeie beurt gegeven en een heerlijk fris bed voor ons opgemaakt, de schat!), en eens goed 'gevoeld' of we er zouden kunnen wonen, en dan komen we al snel tot de conclusie dat of er al dan niet in dat huis te wonen valt heel erg van onszelf afhangt. We kunnen er in korte tijd iets leuks van maken en het huis weer bezielen. Dat gevoel van thuisvoelen zit toch heel erg in onszelf, en heeft pas op de tweede plaats met het huis of de plek te maken.

5 april
We zijn inmiddels een paar dagen in Nang Lae en ondanks het onderkomen huis voelden we ons meteen heel goed door de hartelijke ontvangst door Noi en Hub, en onze buren Nui en Glen. Er wordt ons allerlei hulp aangeboden en dat maakt dat we ons hier welkom voelen. Het huis ligt aan een heel klein, smal straatje, waar we langs en aantal buren rijden voordat we bij ons huis komen. We trokken natuurlijk bijkijks de eerst paar dagen, maar iedereen zwaait en lacht van oor tot oor. Inclusief wijzelf natuurlijk. De buurvrouw heeft al tomaten gebracht en een bejaarde buurman heeft de tuin een beetje gefantsoeneerd. Niemand sluit hier zijn huis af bij afwezigheid, en zo kan het zomaar gebeuren dat er een plastic bak met een schoongemaakte ananas in je koelkast staat als je thuiskomt van boodschappen doen. Van Noi natuurlijk, de lieverd! Vanavond kookt ze voor ons, en ze heeft al laten weten dat ze ons even zal bellen als ze een lunch-maaltijd gaan halen, dan kan ze voor ons ook eten meebrengen als we willen.... Zo gaat dat hier :-) We hebben onze tijd, energie en geld vooral besteed aan het bezielen, opleuken en bewoonbaar maken van het huis. Na een paar maanden zonder geleefd te hebben is een koelkast een ware luxe, en een waterkoker en magnetron volgden al snel. En dan natuurlijk wat eigen serviesgoed en de simpele meubeltjes waar Francois al over schreef, en het kost allemaal geen drol.
Het enige dat ik ECHT NIET FIJN vind hier zijn de giga-spinnen die ik af en toe op de badkamer tegenkom.
Wordt vervolgd....





04 april 2017

Even iets rechtzetten

Gisteren schreef ik in mijn blog iets over de eigenaardige gewoonte om in een parkeergarage gewoon voor het parkeervak waar een andere auto in staat te parkeren. En ik concludeerde dat de bezitter van die andere auto dan maar gewoon geduld moest hebben. Mai pen rai.

Maarrrrrrrrrrrr

Vandaag zagen we hoe het eigenlijk zit. Wie zijn auto dubbel parkeert, zet deze in zijn vrij, met de wielen recht en niet op de handrem. Wordt jouw uitweg dus geblokkeerd door een dubbel geparkeerde auto, dan duw je deze gewoon even weg. Staat de blokkerende auto in een rijtje dubbel geparkeerde auto's, dan moet je misschien 3 of 4 auto's wegduwen, maar uiteindelijk kun je eruit.

Okee, het blijft in onze ogen wat eigenaardig, maar ik moet toegeven dat de capaciteit van de parkeergarages er wel door vergroot wordt. Toch heb ik de indruk dat dit in Nederland niet zou werken.

03 april 2017

Nang Lae

Afgelopen vrijdag zijn we verhuisd naar Nang Lae, een gehucht in de buurt van Lampang. Om de exacte plek te zien ga je naar https://goo.gl/maps/4sUxaS31E322. Het deed wat zeer om het huisje op de berg achter te laten. De kans dat we ooit nog met zo'n geweldig uitzicht zullen wonen is zo goed als nul, en Nang Lae is een totaal andere omgeving. Je ziet wel bergen, niet al te ver weg, maar het land in de directe omgeving is vlak en de natuur is minder spectaculair. Maar ja, de reden om te verhuizen was, behalve dat het berghuisje gewoonweg veel te klein was, dat we ook eens wilden ervaren wat de voordelen zijn om in de wat meer bewoonde wereld en wat dichter bij een kleinere stad te wonen.



Ons huis hier is groot, voor ons eigenlijk te groot, en in belabberde staat. De Duitse eigenaar komt er om de paar jaar 2 of 3 weken op vakantie en heeft er al jaren niks aan gedaan. De inrichting is somber, en niet af. Er zit geen keuken in, in het souterain is zichtbaar dat daar soms water gestaan heeft en ook verder is er veel verval zichtbaar, terwijl het huis niet eens zo gek oud is. Maar de huurprijs is zeer aantrekkelijk, dat dan weer wel. Dus improviseren we een keuken en zijn we begonnen met het verzamelen van wat eigen meubeltjes en serviesgoed. Daarbij blijkt meteen een groot voordeel van de omgeving van Lampang. Het is dé keramiekstreek van Thailand. Voor een habbekrats koop je langs de snelweg borden, schalen, kopjes en wat je verder maar wilt. Onze spullen uit Nederland zijn inmiddels onderweg en hopen we over een paar weken hier te hebben. Dan kunnen we er echt ons huis van gaan maken.

In Lampang zelf is een mix te vinden van moderne winkels, traditionele winkeltjes en straatverkoop. Met een moderne magnetron/grill en een waterkoker in de auto reden we gisteren terug naar huis, toen we een winkeltje met houten meubels zagen. Zodoende kan ik nu aan een fatsoenlijk tafeltje zitten te bloggen, terwijl onze kleren de koffers hebben verruild voor een overzichtelijk rekje.

In het dorp verderop worden langs de weg volop verse groenten en fruit verkocht. En de buurvrouw kwam net al met sla en tomaten uit eigen tuin aan. Zo merken we dat Lampang heel anders is dan Chiang Dao, maar wel degelijk ook een aantal voordelen heeft.

We hebben inmiddels hier ook onze eerste regenbui meegemaakt. Het was een stevige, vergezeld van wat onweer, maar voor plaatselijke begrippen toch een bescheiden buitje. Het leverde in ieder geval mooie plaatjes op.



In het kader van de Thaise eigenaardigheden mag het parkeren niet onvermeld blijven. Dat doe je hier gewoon zo dicht mogelijk bij waar je zijn moet. Als dat bij een verkoper langs de snelweg is, zet je je auto dus langs de snelweg en als daar geen ruimte is, laat je hem gewoon op de linkerbaan staan. Er is namelijk altijd nog een rechterbaan om te kunnen rijden. Wij hadden gisteren onze auto in een parkeergarage bij het winkelcentrum staan en merkten bij terugkomst bij de auto dat "vol" een rekbaar begrip is. Alle parkeervakken waren weliswaar vol, maar de rijbanen niet. Het blijkt heel goed mogelijk om aan één kant van zo'n rijbaan te parkeren. Dat gebeurt dus volop. Je zou misschien denken dat de auto's die in de vakken staan er dan niet meer uit kunnen. Nou, inderdaad, dat klopt. Maar gelukkig komt er een moment dat de weg weer vrij is.



Oja, en dan die papaya...verhuis je daarvoor naar Thailand?