27 augustus 2023

Beunen

In de vorige blog schreef ik over de termieten die zich een weg door onze boekenkast baanden om daar een oud sigarenkistje te verorberen. Deze keer komen we ze ook weer tegen. Maar eerst even een bekentenis:

Ik ben een beunhaas. Op alle gebieden, en altijd geweest. Na de middelbare school verzandde ik in een lange dienstweigerprocedure en toen die succesvol was afgerond had ik inmiddels een leuke baan op Terschelling. En aangezien ik toen al niet wist wat ik later worden wilde, ben ik maar niet aan een studie begonnen. Ondanks het ontbreken van diploma's beunde ik me toch naar de functie van uitgever bij Reed Elsevier. Ik wist me blijkbaar prima uit te geven voor een ter zake kundige op uitgeefgebied. Werken voor zo'n grote uitgeverij was heel vervelend, dus begon ik voor mezelf, waarbij ik me als beun-uitgever ook ontwikkelde tot beun-redacteur, beun-vormgever, beun-websitebouwer en beun-opleidingscoördinator. Als kleine ondernemer moet je van alle markten thuis zijn.

Na zo'n 20 jaar zakelijk beunen verhuisden we naar Thailand, en daar heb ik het beunen vrolijk voortgezet, samen met de al even vrolijk meebeunende Mieke. Die beschikt weliswaar over verschillende diploma's die bewijzen dat ze mee kan op HBO-niveau, maar op het gebied van huisjes bouwen was ze even groen als ik. Om te voorkomen dat ons huisje in de eerste de beste storm weg zou waaien hebben we voor de basisconstructie nog wel professionals ingehuurd, maar daarna hebben we het huisje er samen ingebeund.

Al doende heb ik me ook verder ontwikkeld tot beun-loodgieter en beun-elektricien. Nou scheelt het dat loodgieten tegenwoordig eigenlijk pvc-lijmen is. Dat maakt het wat makkelijker en foutjes zijn eenvoudig te herstellen. Blijkbaar is alles goed gelijmd, want we zijn tot nu toe verschoond gebleven van lekkages. Behalve dan die ene keer dat we thuis kwamen en er een fontein net naast de omheining omhoog spoot. Die bleek echter het gevolg van een onhandige actie van de buurman.

De elektrische installatie is niet helemaal gebeund. De buizen waar de draden door moesten en de houten balkjes die dienden als bevestigingspunten voor stopcontacten en schakelaars hebben we zelf in de muren verwerkt, maar de bedrading, zekeringenkast en aansluitingen zijn professioneel door de leverancier van de zonnepanelen gedaan. Verdere uitbreidingen deed ik zelf, en net als bij de waterleiding werkte dat zonder problemen.

Tot er onlangs ineens ergens kortsluiting was. Ik had net een stroomdraad getrokken naar het overdekte zitje midden in de wei, dus de verdenking richtte zich meteen op mezelf. Maar nadat ik de nieuwe stroomdraad weer had losgekoppeld, was het probleem niet over. Na veel speurwerk bleek het in een niet-gebeunde schakelaar te zitten. Die moest er dus uit, maar dat viel nog niet mee; nadat het ding was losgeschroefd zat het nog steeds muurvast. 

Uiteindelijk lukte het om de zaak los te wrikken en daar waren ze weer: de termieten. Ze hadden het voorzien op de hiervoor al genoemde houten balkjes in de muren. Op zich is het niet zo'n probleem dat ze dat verorberen. Wat ze ervoor achterlaten is namelijk een keiharde cementachtige substantie die de muur eigenlijk alleen maar sterker maakt. Helaas blijkt die substantie dus ook stroom te geleiden en kortsluiting te kunnen veroorzaken. 

De termieten zijn verwijderd, er is een nieuwe schakelaar ingebeund, en de electriciteit gaat weer als een zonnetje. En als we ooit nog eens een huisje gaan beunbouwen weten we: voor de houten balkjes in de muren oud hout of teak gebruiken. Ook een beunhaas is nooit te oud om te leren.

11 augustus 2023

Boekenwurmen

Als we landgenoten op bezoek krijgen willen die vrijwel zonder uitzondering graag weten hoe het zit met gevaarlijke beesten hier tussen de rijstvelden. Vooral slangen spreken tot de verbeelding, maar ook schorpioenen en, voor sommige mensen, spinnen blijken de fantasie te prikkelen. We kunnen er niet omheen draaien: die zitten hier allemaal. Voor de schorpioen geldt weliswaar dat we die maar één keer gezien hebben, maar ook die telt dus mee.

Slangen zijn een regelmatige verschijning op Baan Din. Hun aantal is wel wat teruggelopen doordat de honden er fanatiek op jagen. Eigenlijk is dat jammer, want de meeste slangen zijn ongevaarlijk. Weliswaar jatten ze de eieren van de kippen, maar dat doen de honden ook, en als we niet te laat zijn doen we dat zelf. Toen er ooit een keertje een cobra binnen zat moesten we dorpsbewoners inschakelen, omdat de honden blijkbaar ook aanvoelden dat ze daar beter uit de buurt konden blijven. Eindelijk mochten ze van ons een keer een slang opruimen, maar toen deden ze het niet. Wel verstandig overigens, want een cobra is ook voor honden gevaarlijk.

Onhandige slang die zich heeft vastgeglibberd in het gaas van de kippenren.

Vorige week was een slang er in geslaagd onze snake-proof voliere binnen te komen. (We hebben het gat inmiddels gevonden en gedicht). Een ongevaarlijke ratsnake, concludeerden we, dus ik haalde de slangengrijper om hem te pakken. Maar ineens kwam hij met zijn kop omhoog en bleek het een cobra te zijn. Ik kreeg hem toch te pakken en heb hem ver over het hek het rijstveld ingezwiept. We treden slangen altijd voorzichtig tegemoet, ervan uitgaand dat ze gevaarlijk kúnnen zijn, en in dit geval bleek maar weer dat dat een verstandige benadering is.

Spinnen zijn er in overvloed. Als we in het donker over het landje lopen met een koplamp op, zien we honderden kleine lichtjes tussen het gras. Eerst dachten we dat dat dauwdruppels waren, maar het blijken ogen van kleine spinnetjes te zijn, die we verder eigenlijk nooit zien. Zo heel af en toe loopt er een wat grotere jongen in huis of in de badkamer, maar dan komt de stoere man des huizes ogenblikkelijk in actie om de vrouw des huizes te beschermen. Met een mepper gaat hij het beest te lijf, waarbij hij overigens meestal mist, want spinnen zijn snel en hij niet.

Opvallend is dat mensen het als het gaat om enge beesten nooit over het dodelijkste aller dieren hebben: de mug. Die zoemt hier ook vrolijk rond, maar wordt gelukkig alleen vervelend rond de avondschemering. Insmeren met antimuggenspul is dus vaste ehhhhh prik en we slapen onder een klamboe.

Waar we echt ontzag voor hebben is de takaab, een duizendpoot. Die zien we nog al eens als we ergens een steen optillen of een plant willen verplaatsen. We hebben er allebei al eens een op ons lijf gehad, maar zijn gelukkig niet gebeten. De takaabbeet (voor taalfanaten een interessant woord vanwege de 3 letterparen) schijnt uiterst pijnlijk te zijn.

Echt zenuwachtig worden we als we op de vloer of in een kast een hard buisvormig spoor van een paar milimeter doorsnee zien. Termieten. Die zijn weliswaar voor ons ongevaarlijk, maar bepaalde soorten hout lusten ze graag. En we ervaren liever niet wat er gebeurt als de plafondplaten, die tevens vloerplaten van het zoldertje zijn, op hun menu komen te staan. Gisteren ontdekten we een termietenspoor dat ons kastje met kunstboeken en dichtbundels in liep. Meteen begonnen we de boeken eruit te halen en te checken op beestjes. 


Uiteindelijk bleken zij het vooral te hebben gemunt op wat oude houten doosjes die tussen de boeken stonden. De kast zelf lieten ze ongemoeid en het papier van de boeken bleek ook geen lekkernij voor ze te zijn. Alleen de kaft en linnen omslag van een bundel van Gerrit Achterberg waren niet te versmaden voor ze. Termieten zijn gelukkig geen boekenwurmen.