03 april 2026

Uit het archief.

De smog houdt ons nog wel een aantal dagen binnen. Met de twijfelachtige eer voor Chiang Mai om op de eerste plaats te staan van de door IQ Air live bijgehouden lijst van meest vervuilde steden ter wereld, en met de heetste maanden voor de deur, verwachten we dat dat nog wel even zo blijft. Het is dat Lampang niet in het overzicht van IQ Air voorkomt, anders hadden "wij" ruimschoots gewonnen. Niet iets om trots op te zijn.

Air Quality Index van 614

We ontkomen er niet aan ons aan de smog bloot te stellen. Ons hele leven is ingericht op buiten zijn. Een deel van de beplanting in de tuin moet dagelijks water hebben, de vogels, kippen, schildpadden, eekhoorn, vissen en honden moeten eten en voor onszelf moet er ook af en toe wat in huis gehaald worden. Dan gaat het mondmasker voor, (waarvan we ons serieus afvragen of dat de fijnstofdeeltjes echt wel zo goed tegenhoudt, of dat het slechts de illusie van bescherming biedt,) en wagen we ons zo kort als noodzakelijk in de dikke deken die over het land hangt.

Er hangt een dikke smogdeken over het land

Oplettende lezertjes weten dat ons huisje zelf nog geen 20 vierkante meter meet, grotendeels gevuld met een efficiënte bed-bureaucombinatie en een aantal kasten. Wat zelfs oplettende lezertjes niet weten is, dat ik in mijn telefoon een lijstje bijhoud van dingen die gebeuren en misschien wel eens in een blog beschreven zouden kunnen worden. Dat dat niet altijd gebeurt komt doordat ik altijd wel een samenhangend verhaal probeer te schrijven, met kop en kont, en bruggetjes tussen de onderwerpen (die er soms misschien wat met de haren bijgesleept zijn, maar er niettemin wel zijn). Nu ik (bruggetje) "veroordeeld" ben tot een verblijf op die 20 vierkante meter, is het een mooi moment om dat lijstje eens door te lopen en er zonder kop of staart een aantal verhalen uit te pikken. Komen ze.

Moordlustig

In het algemeen ben ik een vredelievend tiepje. Zelfs in de huidige wereldsituatie zou ik als ik in dienst zou moeten, wederom weigeren. Geweld mag dan misschien onvermijdelijk zijn, maar ik doe er niet aan mee. Tenminste... er zijn wezens die zelfs in mij instant moordlust oproepen. De mieren, die met honderden over mijn lijf krioelen als ik een struik probeer te snoeien. De muggen, die niet alleen irritant zijn, maar ook de ranglijst aanvoeren van dieren die meeste dodelijke menselijke slachtoffers per jaar veroorzaken, met zowat 2 keer zo veel "moorden" als mensen onderling. (Hoewel ik ter verdediging van de muggen wel op moet merken dat als we de jaarlijkse verkeersslachtoffers wereldwijd meetellen (en waarom zouden we dat niet doen? Het zijn weliswaar onbedoelde slachtoffers, maar muggen zijn er ook niet doelbewust op uit om me met Dengue of Malaria te besmetten) we zelf de onbetwiste nummer 1 zouden zijn.) Op ruime afstand volgen dan de slangen op de 3e plaats.

Maar muggen en mieren sla ik toch vooral van me af omdat ze irritant zijn, en door het verschil in kracht en grootte betekent dat nu eenmaal dat ze vaak het loodje leggen. De echte moordlust wordt opgewekt door de takaab, ofwel de reuzeduizendpoot. Die snel krioelende rotzak heeft een beet die beschouwd wordt als een van de meest pijnlijke die er zijn. Waar ik slangen nog met respect en fascinatie kan bekijken, van een afstandje uiteraard, leidt de aanblik van een takaab als ik een steen optil, of een plaat verschuif, tot een waas voor de ogen en het ogenblikkelijk inhakken met wat ik toevallig maar voor handen heb. Meestal tevergeefs. Als de takaab op de grond loopt graaft hij zich in voordat ik hem goed heb kunnen raken, mij achterlatend in de onaangename wetenschap dat er dus weer eentje in de buurt zit.

Echte confrontaties heb ik gelukkig maar weinig gehad. Er bleek er een keer eentje in mijn shirt te zitten, maar die vond me gelukkig niet lekker genoeg om in te bijten. Die ene keer dat ik mijn werkhandschoenen niet eerst controleerde voordat ik ze aantrok, zat er een in de rechter ringvinger, maar ik trok zo snel terug toen ik wat voelde, dat hij niet door kon bijten. Niettemin heb ik dat de hele dag nog goed gevoeld, maar wellicht zat dat ook wel tussen mijn oren.

Eén keer voelde ik iets kriebelen toen ik 's nachts naar de wc geweest was en in bed stapte. Ik schoot weer overeind, deed het lampje van mijn telefoon aan en zag mijn vrees bevestigd worden: een takaab. Snel drukte ik mijn telefoon zo hard mogelijk dwars over het beest. Hadden we zoals alle Thai een matras met de hardheid van teakhout gehad, dan was dat afdoende geweest, maar op ons zachte westerlingenbedje hield ik het beest weliswaar op zijn plaats, maar meer ook niet. Om hem echt te kunnen uitschakelen moest ik een tang of zoiets zien te pakken, maar om een tang te pakken moest ik mijn telefoon optillen en het beest bij de slapende Mieke in bed laten. Er was maar één optie over: Mieke wakker maken. Toen ze me met de takaab onder mijn telefoon zag staan, was ze meteen goed wakker ook. Waarna de combinatietang weer een nieuwe toepassing aan de combinatie van mogelijkheden die je ermee hebt kon bijschrijven. 

Tja, je kan nóg zo geweldloos zijn, soms wordt je er gewoon in meegesleurd. Mea culpa, takaab.

Sorry, we hebben alleen ijskoffie

Na dit gruwelijke verhaal nu een wat luchtiger TiT-verhaaltje. TiT staat voor This is Thailand en is een gangbare term voor situaties waar "wij" ons over kunnen verbazen, omdat de logica ons volledig ontgaat, terwijl "zij" het de normaalst zaak van de wereld vinden.

Het aantal coffeeshops in Thailand is gigantisch. Niet alleen in steden, maar op de meest afgelegen plekken kom je trendy coffeeshops tegen. In tegenstelling tot in Nederland, verkopen ze daar ook gewoon koffie. Cannabis is ook wel te krijgen maar de shop die dat verkoopt heet gewoon cannabisshop. Het is niet altijd zo dat onze logica logischer is dan de hunne. Er zijn vele koffievariaties verkrijgbaar. Vooral de ijskoffies zijn er in talloze varianten, zoals koffie met sinaasappel, koffie met kokos en zelfs koffie met avocado. Vaak zijn ze helaas veel te zoet, maar op zich zijn die mixjes vaak verrassend lekker.

Soms laten we ons verleiden tot een americano naam som yen (koude sinaasappelkoffie), maar vandaag willen we toch een gewone americano ron, een warme zwarte koffie. "Mai mie," is de reactie als we dat bestellen. We kijken elkaar verbaasd aan. Mai mie? Gewone zwarte koffie mai mie? In een coffeeshop? We proberen het nog een keer, maar nee, ze verkopen alleen kaffae yen, ijskoffie. We hebben veel zin in zwarte koffie, dus bestellen we maar de koude variant. 

De medewerkster gaat aan de slag, met de luxe koffiezetmachine die achter haar staat. De bonen worden gemalen en er pruttelt en stoomt van alles. Intussen schept ze twee grote bekers vol met ijsblokjes. Dan stromen de twee kopjes die ze onder de machine gezet heeft langzaam vol met hete koffie. Het zal toch niet waar zijn he? Jawel, het is waar. De hete koffie wordt uit de kopjes in de bekers met ijsklontjes gegooid. Rietje erin. Voilá, twee americano yen. 

Uitzonderlijk? Nee hoor. We aten met vrienden in een van de luxere restaurants van Lampang, waar we bij bijzondere gelegenheden wel eens heen gaan. Er was nog wat ruimte in onze magen, dus we bestelden een affogato als toetje. Dat is een bolletje ijs met een klein kannetje hele sterke koffie erbij. Als het geserveerd is, kiep je de koffie over je ijsje en heb je een lekker toetje. Maar een van onze vrienden hoefde de koffie niet en wilde alleen een bolletje ijs. Je raadt het al: "mai mie." Wederom verbazing, maarja, TiT. Onze vriend probeerde het nog door te zeggen dat hij geen korting hoefde, maar gewoon alleen zin had in ijs, maar de bediening was onverbiddelijk. Uiteindelijk besloot hij dan toch maar een affogato te bestellen. Toen dat even later werd afgeleverd, vertelde de bediening dat het geen probleem was als hij geen koffie wilde; dan kon hij het kannetje gewoon vol laten staan. Een waarlijk klantgericht staaltje service, dat moet ik zeggen.

Bushokje

Voordat we nu alleen maar gaan lachen om die rare Thai, wil ik dit ook nog wel even kwijt. Waar de weg uit het dorp uitkomt op de hoofdweg naar Lampang is een bushokje. Daar zitten zelden mensen op de bus te wachten. Wel zitten er vaak mensen even wat te drinken of te eten; meestal werkers of bezorgers die onderweg zijn en even pauzeren. En zo af en toe staan er ook dozen of tassen in, zonder dat er verder iemand bij is. Die zijn er dan door de chauffeur van een bus(je) neergezet. Je kan hier in Thailand ook pakketjes met de bus sturen. Je geeft dan adres en telefoonnummer door van degene waar het heen moet, en die wordt dan gebeld wanneer het aankomt en kan het dan op het busstation ophalen. Maar je kan ook vragen het bij een bepaald bushokje neer te zetten. Soms staat het daar gewoon een tijdje voordat het wordt opgehaald. En als de geadresseerde uiteindelijk komt, staat het er nog steeds. Niemand haalt het in zijn hoofd het mee te nemen. Ook This is Thailand.

Gestrande trein

Dan een oud bericht uit de Nederlandse pers. Reiziger zaten uren in een gestrande trein omdat er geen "evacuatietrein" beschikbaar was. Probeer dat hier maar eens uit te leggen. Je kunt hier de deur van een trein gewoon zelf open doen. En je hebt toch geen perron nodig om in of uit een trein te stappen? Op het stationnetje Hang Chat, waar 2 treinen per dag stoppen, lukt het regelmatig niet om die langs het enige perron te krijgen. De trein stopt dan gewoon op het spoor dat niet langs het perron loopt en de uitstappers sjokken door het grind naar het perron, en klimmen er op. Gelukkig zijn die perrons hier wel een stuk lager dan in Nederland.

In de stad Lampang is ook maar één perron. Het traject van Bangkok naar Chiang Mai is grotendeels enkel spoor. Alleen op de stations kunnen tegemoetkomende treinen elkaar passeren. In Lampang zou de ene trein moeten vertrekken vlak voordat de andere aankomt. Dan past het precies op het korte stukje dubbel spoor. Maar vaak lukt dat niet door vertragingen. Dan staat de ene trein nog langs het perron als de andere binnenkomt. Die stopt dan een spoor verderop. De passagiers stappen uit de net aangekomen trein, klimmen dan in de wachtende trein, die de deuren aan beide zijden open heeft, en stappen vanuit daar op het perron. Gelukkig is het hier een heel ritueel met fluitjes en vlaggen voordat een trein kan vertrekken, dus je hoeft niet bang te zijn dat de deuren plotseling sluiten en je mee de verkeerde kant op gaat.

Meisje

Wisten jullie trouwens dat ze hier soms een boom een jurkje aantrekken, omdat die anders niet weet dat ze een meisje is? Waarom ze dat zou moeten weten (en waarom dan niet de helft van de bomen een jurk draagt) is me niet zo duidelijk, en ik weet ook niet of er zoiets als ladyboybomen bestaan en of die dan ook een jurkje aan krijgen.

Gratis drankje

We hebben een klein koelkastje voor het gastenhuisje gekocht bij de bouwmarkt en de caissière straalt helemaal als ze ons iets vertelt. Maar we snappen het nog niet precies. Tot het langzaam begint te dagen: "Flie sjokomin saam kew". We komen in aanmerking voor 3 gratis bekers "sjokomin." Sjoko, dat denken we wel te snappen. Een drankje met chocola, schatten we in. Dan zien we bij de coffee corner een reclameposter met een felgekleurd drankje en het Thaise woord voor free. En meteen valt het kwartje: min is de Thaise manier om mint uit te spreken. Een chocolade-pepermuntdrankje, hoogstwaarschijnlijk mierzoet. Mieke houdt er sowieso niet van; ik wil vooral uit beleefdheid er wel eentje proeven. Dus we proberen duidelijk te maken dat we er maar één hoeven. Maar daar willen ze echt niks van weten. Kom nou zeg, we hebben recht op drie, dus we zullen er drie krijgen ook. 

Zoals altijd duurt het een eeuwigheid, en dat is lang als je op iets moet wachten wat je eigenlijk niet wilt. Al die tijd staan er twee medewerksters van de bouwmarkt bij ons karretje met het net aangeschafte koelkastje. Na een minuut of 10 zijn de drankjes klaar en mogen we weg. Ik probeer twee van de drie bekers aan medewerkers te geven die ons geholpen hebben met uitkiezen, maar die willen daar niks van weten. De bouwmarktmeisjes duwen ons karretje voor ons en zetten het koelkastje in de achterbak van de pickup, terwijl ik mijn tas en drie bekers sjokomin zonder morsen bij de auto te krijgen. Ik probeer nog een keer van de twee extra bekers af te komen, maar dat wordt wederom geweigerd. Tot ik duidelijk weet te maken dat Mieke echt niet van sjokomin houdt en dat voor mij eentje echt wel genoeg is en we ze anders weg moeten gooien.

Het is echt een balanceer-act. Zo'n flie drankje weigeren is onbeleefd, maar als je er een goede reden voor hebt, mag het gelukkig wel. En de medewerksters mogen het ook alleen maar aannemen als er een goede reden voor is. Weer wat geleerd.

Ratelband

Okee, nog eentje dan. Al een paar jaar staat er "Ratelband" op mijn lijstje. Ik moest even diep in mijn geheugen graven, maar de reden kwam uiteindelijk bovenborrelen. In de Nederlandse pers waren verhalen verschenen waarin hij aankondigde naar Thailand te verhuizen. Ik kon me voorstellen dat dat als verontrustend nieuws kon worden beschouwd en dat een geruststellende blog gewaardeerd zou worden. Het is er nooit van gekomen. Van zo'n blog, bedoel ik. Maar voor degenen die er al die jaren wakker van hebben gelegen is er goed nieuws: hij zou zich gaan vestigen in Hua Hin, en dat is 900 kilometer hier vandaan. Wij zitten dus buiten de gevarenzone. Of hij er inmiddels echt woont? Geen idee.

Hua Hin, 2020
Hua Hin, 2020


27 maart 2026

Genant

Op mijn fiets rij ik naar Lampang stad, zo'n 17 kilometer verderop, voor wat boodschappen die ik in Hang Chat, dat veel dichterbij ligt, niet kan krijgen. Waar ik overdag rundum hause alleen een lungi en slippers draag, omdat het nou eenmaal vrijwel altijd te warm is voor meer, draag ik nu een lange broek, sokken in mijn sandalen, een shirt met lange mouwen en een capuchon, die ik opgezet heb voordat ik mijn helm eroverheen op mijn hoofd heb gezet. Niet omdat het zo koud is, maar als bescherming tegen de zon, die in deze tijd van het jaar al zowat recht boven ons staat, en temperaturen produceert waarbij je eigenlijk niet zou moeten fietsen.

Twee weken geleden zou ik er niet over piekeren om de fiets te pakken als er een temperatuur van 34 graden en een hoge smogwaarde voorspeld zijn. Hooguit had ik er even als mogelijkheid aan gedacht, om daarna mezelf te vertellen dat zo'n inspanning in die warmte en smog erg ongezond is, zeker op mijn leeftijd. Het is verrassend hoe snel je je levensstijl aan kunt passen aan plotseling veranderende omstandigheden. En niet alleen verrassend; het is ook beschamend, als je je realiseert dat je die aangepaste levensstijl eigenlijk al jaren had moeten leven. En het is confronterend als je beseft dat je onder druk van buitenaf plotseling blijkt te kunnen, wat je uit "vrije" wil nooit is gelukt.

Vroeger wist ik het wel. Auto's zijn schadelijk. Ze stinken en veroorzaken fatale ongelukken. In de aanloop naar de autoloze zondagen in de jaren 70, werd ik om 7 uur 's morgens (extreem vroeg voor een puber) gebeld door "AVRO's Radio Journaal", om een toelichting te geven op mijn oproep om massaal de vlag uit te hangen. Mijn 15 minutes of fame had ik al jong verbruikt. Toen ik later een baan kreeg op het rode bolwerk De Paasheuvel in Vierhouten, een dorp zonder veel voorzieningen waar 3 keer per dag een bus stopte, kwam er uiteindelijk toch een Renault-4tje. En dan ga je eraan wennen, komen er kinderen, moet je voor je werk op pad en sneeuwen je bezwaren, waarvan je weet dat ze hout snijden, langzaam onder.

Wat dat betreft waren mijn vader en mijn jongste broer veel principiëler. Mijn vader stapte voor geen goud in een auto en ging zelfs als hij voor zijn werk vanuit Den Haag naar Groningen of de Achterhoek moest op de fiets. Dat werd indertijd nog niet fiscaal gestimuleerd; hij kreeg 2 cent reiskostenvergoeding per kilometer, terwijl automobilisten er 11 kregen. Voor mijn broer was een autoritje een zeldzaamheid. Hij was betrokken bij de oprichting en een aantal jaren voorzitter van de ENWB (die onder kinderachtige juridische druk van de ANWB de naam wijzigde in Fietsersbond). Hij overleed veel te jong en werd in een kist op een speciale aanhanger achter een fiets, begeleid door ruim honderd andere fietsers, naar zijn laatste rustplaats in Den Haag gereden.

Maar goed, laat ik mijn omweg niet al te lang maken en terugkeren naar het onderwerp. Dat ik nu toch de fiets gepakt heb, heeft niets te maken met plotselinge verlichting, of een revival van oude ideeën die weliswaar op kan treden op latere leeftijd, maar dan meestal toch niet al op je 70e. Nee, de reden is tamelijk banaal: er is een brandstofcrisis. Ik schreef er in mijn vorige blog al wat over. En een brandstofcrisis hier in Thailand betekent niet dat het allemaal wat duurder wordt, maar dat het gewoon op is. Waar dat toe leidt kan ik onderweg mooi zien. Een rij van honderden meters voor een gesloten tankstation. Hier en daar een opening, waarschijnlijk omdat de automobilist nog wat brandstof heeft en het ergens anders gaat proberen. Een aantal auto's verlaten; de eigenaren willen hun plek in de rij niet kwijtraken en hopen via de tamtam te horen wanneer er weer brandstof geleverd wordt.

Hoewel onze tank nog bijna vol zit, beseffen we goed dat die snel leeg kan zijn als we in ons normale ritme doorrijden. Er staan op korte termijn twee afspraken in Chiang Mai in de agenda, waarmee we de helft van de tankinhoud er al doorheen zouden jagen. En hoe lang het duren gaat durft niemand te voorspellen. Dus rantsoeneren we onszelf maar op maximaal één ritje naar Lampang per week, waar we dan vrienden ontmoeten combineren met het inslaan van boodschappen voor een week. Daarmee zouden we het een maand of 5 moeten redden en daarna is de temperatuur normaal gesproken wat meer fietsvriendelijk. Maar ook dat is tegenwoordig allerminst zeker meer.

Mijn fietsritje naar Lampang maakt me overigens wel duidelijk dat de smoesjes die ik totnutoe verzon om toch maar de auto te kunnen pakken, best een kern van waarheid bevatten. 34 kilometer fietsen bij evenzovele graden, dat gaat me minder makkelijk af dan toen ik 20 was. Maar wat misschien nog wel meer van invloed is, is dat de smog onverwacht naar torenhoge waardes is gestegen. De afgelopen weken waren we telkens weer aangenaam verrast door de redelijke smogwaardes en doordat we vrijwel iedere dag de bergen konden zien. Normaal gesproken zijn die in deze tijd van het jaar al een aantal weken verstopt in de smog. Maar nu wordt een luchtkwaliteitsindex van 100 regelmatig gehaald en piekte die vandaag zelfs even net boven de 500. 

Daarmee krijgt het auto-of-fietsdilemma een extra dimensie. Fietsen is gezond. Maar lang buiten zijn, zeker als je inspanningen pleegt, is ongezond. Dus moeten we het buiten zijn beperken en binnen blijven met een luchtzuiveraar aan (die stroom verbruikt en zo bijdraagt aan de smog). En áls we dan naar buiten moeten, dan zo kort mogelijk. Met de auto dus. Maar dat is in tegenstelling tot fietsen niet gezond. Het draagt ook heel erg bij aan de smog én verbruikt brandstof die we later misschien harder nodig hebben. Toch maar fietsen dus, maar niet meer naar Lampang. Naar Hang Chat op en neer is prima te doen voordat het te heet wordt.

Natuurlijk zijn het allemaal luxeproblemen waar we nu tegenaan lopen. De mensen uit het dorpje gaan misschien maar 1 of 2 keer per jaar naar Lampang. Als ze al een auto hebben, tanken ze die niet iedere keer vol, maar doen er voor een paar euro brandstof in. Het zijn de mensen die hun auto in de rij voor het tankstation hebben moeten laten staan, in de hoop een dezer dagen toch een beetje brandstof te kunnen krijgen. Mensen die voor hun werk van hun auto afhankelijk zijn. Die geen luchtzuiveraar hebben. Die vaak ook nog eens verantwoordelijk worden gehouden voor de smog, bijvoorbeeld door de smogtijd aan te duiden als "burning season", waarmee voorbijgegaan wordt aan de bijdrage die verkeer, luchtvaart, industrie en westerse overconsumptie aan het probleem leveren.

Eigenlijk vinden we het helemaal niet zo verkeerd om met deze situatie geconfronteerd te worden. Het drukt ons weer eens met de neus op de feiten dat het leventje dat we hier leiden door onszelf, en door mensen die hier op bezoek komen, beschouwd wordt als eenvoudig, maar dat we intussen zonder problemen gebruik kunnen maken van allerlei gemakken die voor een groot deel van de wereld helemaal niet vanzelfsprekend zijn. Ineens moeten we ons dingen ontzeggen waar we totnutoe nooit over hoefden na te denken. Dan blijkt zo maar dat dat het relaxte leventje dat we hier leiden op geen enkele manier in de weg staat. En dan beseffen we hoe genant of het is dat we een wereldwijde crisis  nodig hebben om daar achter te komen. Nouja, beter laat dan nooit.

20 maart 2026

Delen

Basile en Lo zijn twee twintigers uit Toulouse, in het zuiden van Frankrijk. Bijna 2 jaar geleden, in april 2024, stapten ze op hun fietsen, en na ruim 28.000 kilometer trappen (en soms een stuk treinen, bijvoorbeeld in China en India, landen die te groot zijn om binnen de visumbeperkingen helemaal per fiets door te steken) fietsten ze half februari onze oprit op. Niet dat ze speciaal voor ons deze indrukwekkende reis hebben afgelegd, maar omdat ze gehoord hadden over ons retraitehuisje, dat we niet alleen voor familie en vrienden openstellen, maar ook voor reizigers die op de fiets komen. 30 fietsers of fietsende stellen hebben daar inmiddels één of meer dagen gelogeerd.

Zoals veel van de fietsende bezoekers, zijn Basile en Lo aan hun avontuur begonnen omdat ze zich niet thuis voelden in de wereld die draait om competitie en consumptie. Ze wilden ervaren hoe het leven is in andere culturen en proberen van zo weinig mogelijk geld rond te komen. En nu, na twee jaar, was het geld dat ze gespaard hadden voor hun reis nog altijd niet op. Zo'n 7000 euro hebben ze totnutoe in totaal uitgegeven, ofwel minder dan 300 euro per maand. Met een maand of twee hopen ze in Australië te zijn om daar een tijd te werken. En daarna ligt alles nog open.

Intussen zijn ze niet blind voor het nieuws uit hun thuisland en de rest van de wereld. In Frankrijk is veel ophef over de dood van een rechts-extremistische betoger, na een confrontatie met linkse tegendemonstranten. Die wordt vooral aangegrepen om links in een kwaad daglicht te stellen, iets wat vandaag de dag een populaire manier is om kiezers mee te trekken. Rechts Nederland is daar inmiddels ook zeer bedreven in. 

Het nieuws zadelt de twee fietsers op met een dilemma. Kunnen ze wel lekker zorgeloos de wereld over fietsen, terwijl hun familie en vrienden zich in een steeds meer verhardende maatschappij staande moeten zien te houden? In hun reisblog spreken ze zelfs over een schuldgevoel dat ze hierover hebben. Het is een hardnekkig idee dat het nauwgezet volgen van het nieuws, in de zin van kranten lezen en journaals bekijken, een soort morele plicht is en dat als je dat niet doet, je blijkbaar niet betrokken bent bij de wereldproblemen, of dat die je misschien zelfs wel compleet koud laten.

De afgelopen twee jaar fietsten Basile en Lo door landen waar we bijna niks vanaf weten. Iran, dat we kennen van de fanatieke ayatollahs, Pakistan en India dat we kennen van de onderlinge gevechten, Kirchizië, dat de meesten überhaupt niet kennen, China, Mongolië. Landen waar we wel een plaatje bij hebben over de mensen die er wonen. Maar waarvan de ernst van wat er gebeurt in onze kranten en journaals toch vooral wordt afgemeten aan de invloed die dat heeft op de benzineprijzen.

De twee zijn niet "onze" enige fietsers die door onder meer Iran gefietst zijn. En ook niet de enige die vol verhalen zitten over gastvrijheid, uitgenodigd worden in huizen, om mee te eten, of om te overnachten, over water, fruit en snacks toegestopt krijgen. Over mensen die een zeer armoedig bestaan leven, maar wat ze hebben graag willen delen, zelfs met vreemdelingen. Iets wat je echt niet overkomt als je in Frankrijk of Nederland rondreist op je volgepakte fiets.

In hun blog schrijven de fietsers over hun ervaringen en ontmoetingen. Waarmee ze in ieder geval voor hun eigen directe kring van kennissen het clichébeeld over Iraniërs (en Pakistani, Indiërs, Kirchiezen, Chinesen, Mongolen en naar Thailand verhuisde Nederlanders) enigszins kunnen nuanceren. Daarmee is hun bijdrage aan meer begrip voor elkaar in de wereld denk ik heel wat groter dan je met de hele dag kranten lezen en televisie kijken voor elkaar krijgt. Wat mij betreft is hun schuldgevoel dan ook volkomen misplaatst.

Intussen vallen al een paar weken de bommen en leven die vriendelijke, gastvrije mensen in angst, of de volgende bom niet bij hun valt, of ze straks nog wel iets hebben om te delen. Zoals altijd zijn de slachtoffers vooral mensen die helemaal geen oorlog willen. Maar helaas zijn twee gefrustreerde bejaarden genoeg om de wereld in brand te zetten.

Hier in Thailand zijn de gevolgen al goed te merken. Toeristen annuleren hun reis, en dat is niet alleen vervelend voor hotels, maar vooral ook voor kleinere restaurantjes en straatverkopers, die hun omzet fors zien teruglopen. Ook is er al gebrek aan brandstof bij veel tankstations. Daarbij gaat het met name om diesel, waar niet alleen al de pickup-trucjes van alle kleine onderneminkjes op draaien, maar ook trekkers en oogstmachines. Er gaat hier nog best redelijk wat op handkracht in de landbouw, maar de tijd dat het alleen met buffels en zonder enige mechanische hulpmiddelen ging ligt toch echt wel achter ons.

Dat de brandstofsituatie niet alleen in Thailand nijpend is blijkt wel uit het advies van het Internationaal Energieagentschap. Dat doet aanbevelingen om het energiegebruik te verlagen, zoals thuis werken, de maximum snelheid verlagen en openbaar vervoer stimuleren. Geen ernstig ingrijpende maatregelen, zou ik denken, maar de Nederlandse regering wist binnen een paar uur al te melden dat het de adviezen niet zou overnemen. Nederland heeft namelijk nog voorraad genoeg. 

Nou is er sprake van een wereldwijd probleem. Door de afgesloten zeestraat van Hormuz gaat 20% van de wereldwijde productie van olie, maar van die 20% gaat 80% naar Azië en Afrika. Voor Europa is het probleem dus vooral dat het duurder wordt, niet dat er tekorten dreigen. Maar door wereldwijd te besparen, kunnen ook de landen die genoeg hebben de problemen verlichten voor landen waar tekorten zijn. Helaas is vaker thuiswerken of 10km/uur langzamer rijden te veel gevraagd om anderen te helpen. 

De associaties met de coronatijd dringen zich op. Ja, Nederland was ook voor een eerlijke verdeling van vaccins. Zodra alle Nederlanders twee keer waren ingeënt én geboosterd, moest echt onmiddellijk de rest van de wereld voorzien worden. En net als in de coronatijd is er weer een kans voor open doel om de afhankelijkheid van olie en gas versneld af te bouwen. Dan moeten we wel wat welvaart inleveren, maar daar hebben we meer dan genoeg van. In ieder geval veel meer dan het beetje dat de Iraniërs hebben en desondanks toch nog met anderen delen. En zoals Basile en Lo laten zien: alles meer dan 300 euro per maand is pure luxe.

07 februari 2026

Waarom Thailand?

Twee backpackers lopen door een klein dorpje in het zuiden van Thailand. (Nee nee, ik ga hier niet de Tweespraak van Frits Spits nieuw leven inblazen (flickr.com/photos/miquefrancois/albums/72157718776654282/). Das war einmal.) Ze hebben wel zin in iets te eten, en kijken om zich heen of er misschien een restaurantje te vinden is. Dan horen ze uit een straatje harde muziek klinken en besluiten daar even te gaan kijken. En ze hebben succes; verderop in het straatje is een grote tuin met tafeltjes en stoeltjes, waarvan de meeste bezet zijn door groepjes Thai die zitten te eten en drinken. Uit grote speakers klinkt luide muziek. 

In hun backpackersbijbel hebben ze gelezen hoe je kunt inschatten of een eettentje betrouwbaar is, in die zin dat de kans het grootst is dat een genuttigde maaltijd niet een paar uur later door de verkeerde lichaamsopening weer naar buiten komt. "Waar veel locals komen kun je veilig eten," is een van de belangrijkste tips. En dat is hier zeker het geval. Het hele dorp lijkt er wel te zitten.

Ze vinden nog een vrij tafeltje en gaan zitten. Al meteen komt er een vrouw aanlopen en zet twee flesjes water voor ze neer. Dat gaat er goed in na een lange wandeling. Dan kijken ze rond of ze ergens een menukaart zien, of een bord waar de gerechten op staan. Maar voordat ze dat gevonden hebben komt er al weer een vrouw aanlopen met twee borden en bestek, gevolgd door een man, (of is het toch een vrouw? Dat is hier in Thailand soms nauwelijks te zien) die een flinke schep rijst op de borden kwakt. Dan volgt er nog iemand die een schaal met een of andere curry neerzet, en kunnen de mannen aanvallen. Het smaakt vurrukkulluk.

Intussen hebben ze ook nieuw water gekregen, en als dat op is worden wederom flesjes neergezet. Prima service daar. Blijkbaar is het een restaurantje met maar één gerecht van de dag ofzo. Nog voordat ze hun bord leeg hebben wordt er een bordje met khao tom mat op tafel gezet. Kleefrijst met rijpe banaan en zwarte bonen in kokosmelk, gestoomd in bananenblad. Een smakelijk nagerecht. 

Dan is het tijd om af te rekenen. "Tsjekbien", zeggen ze, en de afgelopen dagen hebben ze al diverse malen ervaren dat deze wat krom uitgesproken variant op het Engelse checkbill in Thailand altijd resulteert in de rekening. Maar deze keer gaat het anders. De bediening lijkt het niet te horen, of niet te willen horen. Dus proberen ze het nog maar een keertje "Tsssjek biennn" en laten ter illustratie een bankbiljet zien. 

Er wordt wat heen en weer gepraat tussen de Thaise mensen. De mannen verstaan er niks van. Dan komt er een man naar ze toe die een beetje Engels spreekt. Eerst zijn er nog wat misverstanden over en weer, maar dan valt het kwartje. Ze zitten niet in een restaurantje, maar in een tuin van een privéwoning, waar een uitvaartceremonie aan de gang is. Die gaat in Thailand gepaard met veel muziek, vuurwerk, en voldoende eten voor iedereen. 

De mannen voelen zich uiteraard erg opgelaten en willen hun excuses aanbieden, maar krijgen te horen dat dat echt niet nodig is. Een uitvaart is een moment van bezinning, van saamhorigheid, en samen eten versterkt die saamhorigheid. De ervaring waar die twee mee naar huis gaan overstijgt alles wat in de backpackersbijbels en online opsommingen van highlights te vinden is.

Morgen (zondag de 8e) zijn er landelijke verkiezingen, en het ziet er naar uit dat voor de derde keer op rij de vooral bij jongeren populaire Peoples Party de grootste gaat worden. Net zoals dat de afgelopen twee verkiezingen het geval was. Maar beide afgelopen keren wist het establishment de hun onwelgevallige partij van de macht te houden. Een keer werd het partijprogramma, waarin was opgenomen dat de positie van het koningshuis zou moeten worden besproken, ongrondwettelijk verklaard, omdat dat werd beschouwd als kritiek op de koning, en dat is verboden. Een andere keer werd in het verleden van de partijleider iets gevonden dat ook als kritiek kon worden uitgelegd. 

Hoe het deze keer gaat, weten we natuurlijk nog niet, maar er wordt ongetwijfeld al volop gestudeerd op mogelijkheden om de partij buiten de regering te houden.

Wat heeft het een met het ander te maken, vraag je je misschien af. Op zich niet zo veel, maar het zijn twee gezichten van Thailand. Aan de ene kant de hartelijkheid en gastvrijheid van een familie in rouw, die zich niettemin ontfermt over hongerige gasten. Aan de andere kant het harde politieke spel waar democratie goed is, zolang het bepaalde belangen maar niet aantast. Het eerste is het Thailand waarvoor we gekozen hebben om er te gaan wonen. Het tweede krijgen we er gratis bij. We nemen het voor kennisgeving aan. Net als het overgrote deel van de Thaise bevolking. Wat dat betreft passen we hier wel.

31 december 2025

Tegeltjeswijsheid

Mijn levensjaartelling loopt vrijwel gelijk met de kalenderjaartelling. Traditiegetrouw wordt mijn verjaardag afgesloten met vuurwerk. Uiteraard heb ik er alle begrip voor dat, nu ik al 9 jaar uit Nederland weg ben, er een einde aan die traditie komt. Wat blijft is het mijmeren over het afgelopen jaar en het vooruit kijken naar wat komen gaat. 

Nu ben ik van het terug- noch vooruitkijken. In de tijd dat ik het nog belangrijk vond om mijn (volgens mijzelf) goede smaak te etaleren, maakte ik wel jaarlijstjes van favoriete elpees, boeken en films. Maar ik ben me later gaan realiseren dat dat soort lijstjes alleen maar interessant is voor jezelf. Vandaag de dag zijn ze, zoals bijna alles, gekaapt door marketeers die er bezoekers aan websites of lezers van kranten en tijdschriften mee proberen te lokken. Om elkaar de loef af te steken, moeten die dan steeds vroeger gepubliceerd worden, zodat de lijstjes met "de beste <vulmaarin> van 2025" al in november gepubliceerd worden. 

Wat we wél doen, en wat ook wel een vorm van terugkijken is, is door onze foto's van het afgelopen jaar lopen en van een selectie daarvan een fotoboek maken. Gewoon, voor onszelf. Regelmatig komt er zo'n boek op tafel, om te kijken wanneer een of andere gebeurtenis ook al weer was, waar we ook al weer met die en die geweest zijn, of om aan gasten te laten zien hoe het huisje gebouwd is, of hoe we vroeger in Nederland woonden.

Vooruit kijken doe ik eigenlijk nog minder. Okee, er zijn allerlei praktische zaken die planning vereisen om in de toekomst problemen te voorkomen, althans, de kans daarop te verkleinen. Maar de grote lijn in het leven ontwikkelt zich toch los van wat voor individuele planning dan ook. "Tob nooit, 't komt toch anders", stond op een tegeltje bij mijn tante Riet in de gang. Wij, mijn 3 broers en ik, moesten er altijd wel om lachen. De wijsheid die schuil ging achter zo'n drullig vormgegeven tegeltje ontging ons nog.

Voor de Thai is vooruit kijken ook niet iets vanzelfsprekends. Die gaan vaak nog een stapje verder en plannen ook die praktische zaken nauwelijks. Loterij gewonnen? We nemen ontslag. (Geld op na 3 weken? We vragen onze oude baas of hij nog werk heeft.) Of we beginnen een huis te bouwen. (Geld op na een tijdje? Dan staat het huis onafgebouwd.) Problemen zijn pas een probleem als ze zich voordoen. Daarvóór bestaan ze niet. En zodra ze zich voordoen, worden ze opgelost. Kuil in de weg? We storten er asfalt in. Kuil weer terug na een jaar? We storten er weer asfalt in. Enzovoort. En toegegeven: het grootste deel van het jaar is het probleem er niet. Tob nooit...

Ouder worden heeft me dan ook nooit verontrust. Voor sommige mensen is het bereiken van een kroonjaar een nachtmerrie, verpakt als jubileumfeest. Weer een stap dichter bij die vermaledijde ouderdom. Ik heb me op een of andere manier altijd gerealiseerd dat het alternatief minder te verkiezen was. Eigenlijk een vreemd besef, want vroeger of later valt dat alternatief ons allemaal ten deel, voor sommigen al snel, voor anderen na meer dan 100 jaar, maar waarom zouden we het uit alle macht uit de weg moeten gaan?

Daarom verbaasde ik mezelf door in de aanloop naar vandaag regelmatig bezig te zijn met het thema oud worden. Ook Mieke merkte op dat ik er wel erg vaak toespelingen op maakte dat ik nu wel echt een oude man ging worden. Totnutoe rolde ik ieder nieuw levensdecennium gewoon lekker binnen, in de wetenschap dat zonder gekke dingen, het een kwestie van wachten is tot het volgende decennium wordt bereikt. Maar deze keer realiseer ik me dat het anders is. Als je tussen je 70e en je 80e overlijdt valt dat niet meer onder de categorie "te jong". Het gaat in de buurt komen. Hoe zal dat gaan, is iets waar ik tegenwoordig wel eens aan denk.

En dan, áls het zo ver is dat een van ons gaat, hoe moet de ander dan verder? Is dat een gevalletje "Tob nooit, 't komt toch anders," of toch meer zo'n praktische zaak. Het eerste is het aantrekkelijkste om te denken, het tweede wat realistischer. Want het gebeurt, ergens tussen vandaag en de niet al te verre toekomst. Dan zit er iemand alleen op bijna 4000 vierkante meter grond, met 2 zeer eenvoudige kleine huisjes en flinke groep huisdieren waarmee je niet zo maar even naar een appartementje kunt verhuizen. "We zouden een wat jonger stel moeten vinden dat wel in het gastenhuisje wil wonen in ruil voor het bijhouden van de tuin en het dierenspul," opperde Mieke al eens vaker. Helemaal geen gek idee, en zeker geen tobberij. 

Echt ver van ons bed is het natuurlijk allemaal niet meer. Wel is het goed onze neuzen die kant op te zetten en toch wat vooruit te kijken, hoe onvoorspelbaar de toekomst ook is. Dus dat doen we dan ook, zelfs nu ik officieel een oude man ben. Tante Riet is gisteren op 96-jarige leeftijd overleden. Ze heeft genoeg meegemaakt om over te tobben, maar misschien heeft het motto van haar tegeltje haar toch zo ver gebracht.

Zonder oliebollen en vuurwerk (dat wordt door de gemeente in de stad centraal georganiseerd) gaan we hier om 18:00 uur jullie tijd het jaar 2569 in. Jullie lopen niet alleen maar 6 uur achter, maar ook nog eens 543 jaar. Niettemin wensen we jullie het allerbeste voor 2026.

13 december 2025

Want ja... de buren hè.

Een half jaar geleden schreef ik in mijn blog over hoe de omgeving van ons huisje de afgelopen jaren langzaam was veranderd. Hoe het dorpje langzaam onze kant op begon te komen, hoe 500 meter verderop een "wijkje" met piepkleine rijtjeswoninkjes voor de Birmese arbeiders van een fabriek aan het verrijzen was, hoe het donker dat ons landje 7 jaar omringde nu steeds meer uitgelicht wordt (het streven naar verlichting is in dit Boeddhistische land een beetje doorgeschoten). Natuurlijk vinden we dat jammer, maar het alternatief was geweest dat we nog veel verder van de bewoonde wereld waren gaan zitten en het was een weloverwogen keuze om dat niet te willen. En inmiddels is de begroeiing in onze tuin zo weelderig, dat we overdag al die verstorende factoren niet of nauwelijks zien.

Het woonwijkje is inmiddels klaar. De fabriekswerkers konden hun van multiplex en golfplaat getimmerde onderkomens verlaten en in de iets degelijker gebouwde stenen eenkamerwoninkjes trekken. Ik schat ze niet veel groter dan 8 à 10 vierkante meter, en ze staan in rijtjes van 5 heel dicht op elkaar, maar in vergelijking met waar ze eerst woonden is het een enorme verbetering.

Zoals ieder Thais dorp of stadje heeft ook het wijkje een omroepinstallatie. In Nong Noi, het dichtstbijzijnde dorpje wordt die iedere ochtend om 6 uur gebruikt voor het provinciale volkslied en een korte stichtelijke boodschap van een monnik. Ook dat is vrij gebruikelijk in Thailand. Afhankelijk van de windrichting horen wij het heel zachtjes, of helemaal niet. En omdat we meestal toch al wakker zijn om die tijd, stoort het ons verder ook niet. Zo heel af en toe heeft de Poeiay Baan, het dorpshoofd, wat mededelingen te doen, meestal rond een uur of 6 in de middag, en horen we daar wat flarden van overwaaien. We prijzen ons gelukkig met het bescheiden gebruik van de installatie, en de grote afstand tot de dichtstbijzijnde speaker. In het dorpje waar we tijdelijk woonden stond de speaker veel dichterbij, en bestond het ochtendritueel om 6 uur uit 3 muziekstukken en een lange oratie van een monnik. Als we toevallig een keer niet op tijd wakker waren, zaten we klokslag 6 uur rechtop in bed.

De geluidsinstallatie in het fabriekswijkje wordt beheerd door iemand die veel te vertellen heeft. We hebben geen idee wat, want het is allemaal in het Birmees. Waar we van een Thais verhaal soms wel een beetje de strekking kunnen vatten, is het hier allemaal abacadabra. De toonzetting doet soms vermoeden dat er namen worden afgeroepen, of mensen tot de orde worden geroepen. Maar dat is louter speculatie. Wellicht gevoed doordat bekend is dat Birmese arbeidskrachten weinig tot geen rechten hebben, worden opgetrommeld wanneer dat nodig is, en afgedankt als ze niet meer nodig zijn. Die achtergrond maakt het geluid van de omroepinstallatie extra onaangenaam.

In de avond is er vaak wat muziek. In eerdere blogs is al eens aan de orde gekomen dat je niet naar Thailand moet verhuizen als je op zoek bent naar stilte. Niet naar Azië, wordt zelfs wel beweerd. Maar we waren natuurlijk al wel 8 jaar verwend met stille avonden, hooguit verstoord als een naburig dorpje een feestje of uitvaart had. (Het verschil tussen die twee evenementen is op afstand soms moeilijk te horen.) Eerst deden we of we het niet hoorden. Of we zetten zelf een muziekje aan.

Toen begon de karaoke. Het is de nachtmerrie van iedereen die naar Thailand verhuist: de buren beginnen een karaokebar of kartbaan. Bij gebrek aan bestemmingsplannen is dat niet te voorzien en al evenmin te voorkomen. De Poeiay Baan zou waarschijnlijk geen flauw idee hebben van wat hij met een bezwaarschrift aan zou moeten. Het probleem van karaoke is niet eens zo zeer de muziek zelf, ook al is die wat harder dan de muziek tot dan toe. Maar het met veel overgave knettervals zingen was toch wat veel voor onze tere oortjes.

Nu ontvangen we hier nog al eens reizigers op de fiets. Ik noem ze bewust zo, want als ik alleen "fietsers" zou zeggen, konden dat ook mensen uit een dorp verderop zijn. De reizigers op de fiets zijn meestal jongere (vergeleken met ons) eenlingen of stellen die weken, maanden of soms jaren onderweg zijn. Via Warmshowers.org, een online platform voor lange-afstandsfietsers, vinden ze ons en kunnen ze vragen om hier te overnachten. En als het even kan zeggen we dan "ja". Want het zijn zonder uitzondering mensen met interessante verhalen. Sommigen hebben een sabbatical year, anderen hebben gewoon hun baan opgezegd en zien wel hoe lang ze het redden, weer anderen hebben werk op afstand voor een paar uur per week en verdienen daarbij genoeg om hun leven op de fiets te bekostigen.

Een andere reden om ze reizigers te noemen is, om ze op die manier te onderscheiden van toeristen. Want dat is ook hoe ze gezien worden in de landen die ze doorkruisen. Iran, Kirgizië, Tadzjikistan, Pakistan, tegenwoordig is zelfs China mogelijk. Ze komen er binnen met het beeld dat we in Nederland van die landen hebben en ze rijden het land weer uit vol ervaringen van mensen die ze onderweg eten en drinken gaven, een slaapplaats aanboden, uitnodigden voor dorpsfeesten en bruiloften en meer gastvrijheid boden dan je als toerist (en overigens ook als fietser in Nederland) ooit zal krijgen. Het zet ze aan het denken over de relativiteit van onze Nederlandse problemen. Stroomuitval, wegen vol gaten, 4 uur reizen naar een ziekenhuisje met minimale voorzieningen, eten wat er toevallig op dat moment voor handen is, mensen doen het er mee. De situaties waarop Nederlanders zich middels aanwijzingen uit een recent verspreid boekje moeten voorbereiden, en waarvan ze in paniek zouden raken als die zich voordoen, zijn in die landen dagelijkse kost.

Ben ik nou niet erg afgedwaald van die karaoke? Jawel, maar natuurlijk niet zonder reden. De conclusie is namelijk steeds, dat hoeveel last je van een probleem hebt, minder te maken heeft met de aard van dat probleem, dan van hoe je ermee omgaat. Voor zover het om "hanteerbare" problemen gaat natuurlijk. En dat is dan weer een filosofie die we zelf ook als leidraad proberen te leven. Toen we naar Thailand verhuisden hebben we elkaar plechtig beloofd nooit geïrriteerd te raken als dingen anders gaan dan we hadden gewild. En hoewel er zo af en toe gebeurtenissen waren die wolkjes rook uit onze oren lieten komen, zijn we daar aardig in geslaagd.

En nu is er dan die karaoke. En terwijl de wolkjes zich weer opbouwen achter mijn trommelvlies, realiseer ik me, dat daar in het wijkje mensen wonen in huisjes van 8 vierkante meter, die à la minute opgeroepen kunnen worden om zich in de fabriek te melden, die lange werkdagen maken voor een paar euro per dag (jaja, per dag, niet per uur), die niet naar huis kunnen omdat daar de militairen van de regering de dorpen bombarderen. En een van de weinige verzetjes die ze hebben: karaoke zingen. Moet ik ze dat ontzeggen, omdat ik rijk genoeg ben om een lap grond met 2 huisjes in een tot dan toe stil gebied te bewonen?

Als ik mijn overwegingen met Mieke bespreek blijkt ze al dezelfde gedachten te hebben. Leuk gaan we het niet vinden, maar met een eigen muziekje op bescheiden volume wordt de valse Birmese zang al overstemd. Het vergt wat zelftraining, maar we kunnen er inmiddels prima mee leven. En het went zelfs zo snel, dat we ons op een avond ineens realiseerden dat het stil was. En toen we terug probeerden te kijken, bedachten we dat de voorgaande twee avonden, waarop we een stel fietsers in huis hadden die van Frankrijk onderweg waren naar Kuala Lumpur, ook geen muziek hadden gehoord, laat staan karaoke.

We kunnen wel zingen van vreugde. Maar dat doen we niet. Want ja... de buren hè.