De geschiedenis herhaalt zich. 6 jaar geleden merkten we dat de munia's in een nestje vlakbij ons terras de kleintjes niet meer kwamen voeren. We schreven daar indertijd al eens een blog over. Kort geleden was er iets soortgelijks aan de hand. Er zijn hier vaak hele lokale, korte stormen. Soms waait het dan onvoorstelbaar hard, maar de laatste jaren hebben we geen extremen meer meegemaakt. Niettemin kan het toch eventjes stevig waaien, en na een zo'n ministorm lag er een munianest op de grond. We hebben er een camera bijgezet om te kunnen zien of de munia-ouders hun kinderen nog kwamen voeden, maar dat bleek niet het geval. En zo hadden we dus ineens weer twee muniababies te verzorgen.
De munia (lonchura kelaarti, Nederlandse naam: zwartkeelbronzemannetje) is een piepklein vogeltje. Wij noemen het altijd rijstvinkjes, omdat ze volop in de rijstvelden te vinden zijn. Ze zijn niet alleen dol op de jonge rijstkorrels, maar gebruiken ook lange aren en grassen om hun nesten mee te bouwen. Die knippen ze dan vlak bij de grond met hun snavel af, waarna ze ermee naar hun nest vliegen. Dat is een grappig gezicht, want het lijkt in eerste instantie alsof er een klein vogeltje met een hele lang staart voorbij komt vliegen. Pas na een paar keer hadden we in de gaten dat wat we voor een staart aanzagen, een lange grashalm was. Het munianest is een ingenieus gemaakte stevige bol. De lange halmen worden kunstig in elkaar geweven. Eerst wordt zo'n spriet tussen de al aanwezge halmen gestoken. Dan vliegt het vogeltje om en trekt hem verder naar binnen. Dan steekt hij hem weer door en pakt hem vervolgens aan de andere kant weer op. Zo ontstaat er een stevige constructie. Het is leuk om te zien hoe zo'n halm stukje bij beetje naar binnen wordt getrokken om uiteindelijk in het nest-in-aanbouw te verdwijnen.
Voor de twee muniababies is het bouwen van nesten nog niet aan de orde. Eten en groeien, daar draait hun korte leventje nu nog om. Meer dan heel hard piepen en hun snavels wagenwijd open sperren, in de hoop dat er wat ingestopt wordt, doen ze niet. Maar de natuur is hard. Als de ouders niet meer komen voeren, doet niemand anders dat. Tenzij je het geluk hebt door Mieke gevonden te worden. Het buideltje waar de munia's 6 jaar geleden in warmgehouden werden (een soort washandje dat ze om haar nek kan hangen) en waarin meerdere andere vogeltjes hun eerste levenweken hebben doorgebracht, bleek er nog te zijn. De Nutribird, het opfokvoer voor vogeltjes, bleek door de warmte en vochtigheid niet bruikbaar meer, maar was bij "onze" dierenwinkel op voorraad. Nutri bride staat er op het etiket dat de Thaise importeur erop geplakt heeft. Dat soort verschrijvingen zijn niet ongewoon hier. We zouden er een blog aan kunnen wijden. Grappig is ook dat door de verpakking heen te zien is dat er een Nederlandse gebruiksaanwijzing bij zit. Dat verwacht je hier niet.
Met veel geduld en toewijding heeft Mieke de vogeltjes groot weten te krijgen. Nou ja, groot voor muniabegrippen dan. Hun verblijf in de "washand" en 's nachts in een mandje onder een warmtelamp, kon uiteindelijk worden ingeruild voor een verblijf in een kooitje, en na een paar dagen kon dat kooitje af en toe open en vlogen de beestje vrolijk rond. Ze landden op ons hoofd, onze schouders, onze vingers, op mijn grote teen, op Mieke's bril, in mijn muesli, bijna in de hete koffie, op de telefoon waardoor ze willekeurige letters invulden in de NRC-cryptogram die ik aan het maken was, op mijn camera. (Jongeren onder de lezers kennen wellicht de betekenis van de titel van deze blog niet. Op https://cameraguru.nl/cameratechniek/kijk-eens-naar-het-vogeltje/ vind je er een duidelijke uitleg over.)
De geschiedenis herhaalde zich ook in die zin dat er op een gegeven moment nog maar één van de twee over was. Zes jaar geleden bleef er totaal onverwacht ineens eentje dood in de kooi. Deze keer waren ze al wat verder volgroeid en vlogen vrij rond, maar nadat we even naar de stad waren geweest kwam er nog maar eentje terug. Wat er met de andere gebeurd is weten we niet. Het overgebleven vogeltje doet het in ieder geval prima, fourageert zelfstandig, is soms met soortgenoten te zien, maar komt ook regelmatig in de openstaande kooi kijken of er wat te halen valt. En vaak reageert ie op Mieke's gefluit, of hij komt erbij zitten als we ontbijten of koffie drinken, of landt plotseling op onze schouder als we ergens in de tuin bezig zijn. Ieniemienie hebben we haar maar gedoopt.Waar de piepkleine Ieniemienie zó levensvreugdeverhogend is, ontpopte de veel grotere Jumper zich tot een vogel die op heldere wijze inzichtelijk wist te maken hoe de menselijke waarneming zich om de tuin laat leiden. We vragen ons allemaal wel eens af hoe het mogelijk is, dat mensen volhardend vasthouden aan "feiten" die overduidelijk niet kloppen. Als het gaat om complotdenkers, maken we ons er nog vanaf met de verklaring dat die niet helemaal sporen. En gaat het om gerechtelijke dwalingen, dan geven we de schuld aan beroepsdeformatie bij politie en justitie, die te gretig een zaak wilden oplossen. Dat we zelf ook onze waarnemingen en de daaruit voorvloeiende waarheden aanpassen aan wat we denken dat de waarheid is, daar zijn we ons niet of nauwelijks van bewust. En dan blijkt een vogel je zo maar te kunnen confronteren met je eigen tunnelvisie.
![]() |
| Jumper (en bluwie, die ook graag een wormpje meepikt) |
Net als de munia's is ook Jumper al eerder voorbijgekomen in onze blog. Bijna 2 jaar geleden vroeg een vriendin ons of we voor een gewonde drongo, een vogel uit de kraaienfamilie, konden zorgen. De vogel was gevonden door iemand die op het punt stond naar Amerika te vertrekken en verbleef op dat moment nog bij een dierenarts, die de gebroken vleugel zo goed mogelijk probeerde te helen. We hebben de vogel in Chiang Mai opgehaald en met de dierenarts daar besproken wat hij al aan verzorging gedaan had. In Lampang zijn we naar onze eigen dierenarts gegaan, die uiteindelijk de wond gehecht heeft. En na een maand of twee van wond schoonmaken en verbandjes wisselen, was de wond dicht, maar de vleugel is nooit volledig hersteld en hangt nog steeds. Jumper redt zich er echter prima mee en leeft gewoon buiten. Twee keer per dag komt ie aan huis een portie wormen halen, en onlangs nam ie zelfs een andere drongo mee. Een partner? Of misschien een kind? Mooi om te zien dat een gehandicapte vleugel geen belemmering is voor het leiden van een mooi drongo-leven.
Hoewel... drongo? De vindster van Jumper had hem als drongo geïdentificeerd. "Black drongo" stond er op de kooi bij de dierenarts in Chiang Mai. En ook de dierenarts in Lampang had zonder meer aangenomen dat Jumper een drongo was. Vreemd was dat allemaal niet. Een zwarte vogel met een lange staart, een beetje gevorkt aan het eind, dan denk je al gauw aan een drongo (als je tenminste in Thailand bent). En met het ongeluk dat de gebroken vleugel veroorzaakte is de staart mogelijk ook wat verfomfaaid. Geen reden voor twijfel dus. Jumper was een drongo.
Okee, er waren wel een paar opvallende dingen. Drongo's zijn ware luchtacrobaten, maar dat Jumper dat niet was, was goed te verklaren door zijn beschadigde vleugel. Maar drongo's zijn ook gehaaide imitatoren, die andere vogels in de luren leggen door het geluid van roofvogels na te doen, zodat andere dieren vluchten en hun heerlijke hapjes hapklaar achterlaten. Jumper komt niet veel verder dan wat gekras. En die staart dan? Moet die eigenlijk niet veel dieper gevorkt zijn? En hoe zit het met die blauwe ogen? We hadden wel uitgevogeld dat drongo-ogen bij bepaalde lichtinval blauw kunnen lijken. Dus dat zou een verklaring zijn. En omdat hij toch niet in staat was om goed te jagen, zou hij dat imiteren waarschijnlijk niet goed ontwikkeld hebben.
![]() |
| Drongo |
Dan landt op een ochtend, terwijl we zitten te ontbijten, een zwarte vogel in de kale boom vlakbij. We hebben er goed zicht op. Is het Jumper? Nee, de staart heeft een veel duidelijker vork, het dier is ook wat kleiner en snavel en proporties zijn ook echt anders dan die van Jumper. We zoeken het op en het blijkt een jonge drongo te zijn. Waarmee dan een vervolgvraag ontstaat: als dit een drongo is, wat is Jumper dan?
Het antwoord is snel gevonden: Jumper is een racket tailed treepie, zwarte ekster in het Nederlands. En dan klopt ineens alles. De staart, de blauwe ogen, de roep. Al die aanwijzingen dat onze waarheid niet klopte, maar die we negeerden omdat we onze waarheid gewoon voor dé waarheid aannamen. Zo werkt dat dus in ons brein. De aanwijzingen dat dat wat we denken te weten niet klopt, negeren of bagatelliseren we. Of we bedenken er een aanvullende verklaring bij. Eigenlijk net als complotdenkers. Of crimefighters met tunnelvisie. Als dat stommelingen zijn, zijn wij dat ook.
Dank je, Jumper, voor de verhelderende inzichten.



























