20 maart 2026

Delen

Basile en Lo zijn twee twintigers uit Toulouse, in het zuiden van Frankrijk. Bijna 2 jaar geleden, in april 2024, stapten ze op hun fietsen, en na ruim 28.000 kilometer trappen (en soms een stuk treinen, bijvoorbeeld in China en India, landen die te groot zijn om binnen de visumbeperkingen helemaal per fiets door te steken) fietsten ze half februari onze oprit op. Niet dat ze speciaal voor ons deze indrukwekkende reis hebben afgelegd, maar omdat ze gehoord hadden over ons retraitehuisje, dat we niet alleen voor familie en vrienden openstellen, maar ook voor reizigers die op de fiets komen. 30 fietsers of fietsende stellen hebben daar inmiddels één of meer dagen gelogeerd.

Zoals veel van de fietsende bezoekers, zijn Basile en Lo aan hun avontuur begonnen omdat ze zich niet thuis voelden in de wereld die draait om competitie en consumptie. Ze wilden ervaren hoe het leven is in andere culturen en proberen van zo weinig mogelijk geld rond te komen. En nu, na twee jaar, was het geld dat ze gespaard hadden voor hun reis nog altijd niet op. Zo'n 7000 euro hebben ze totnutoe in totaal uitgegeven, ofwel minder dan 300 euro per maand. Met een maand of twee hopen ze in Australië te zijn om daar een tijd te werken. En daarna ligt alles nog open.

Intussen zijn ze niet blind voor het nieuws uit hun thuisland en de rest van de wereld. In Frankrijk is veel ophef over de dood van een rechts-extremistische betoger, na een confrontatie met linkse tegendemonstranten. Die wordt vooral aangegrepen om links in een kwaad daglicht te stellen, iets wat vandaag de dag een populaire manier is om kiezers mee te trekken. Rechts Nederland is daar inmiddels ook zeer bedreven in. 

Het nieuws zadelt de twee fietsers op met een dilemma. Kunnen ze wel lekker zorgeloos de wereld over fietsen, terwijl hun familie en vrienden zich in een steeds meer verhardende maatschappij staande moeten zien te houden? In hun reisblog spreken ze zelfs over een schuldgevoel dat ze hierover hebben. Het is een hardnekkig idee dat het nauwgezet volgen van het nieuws, in de zin van kranten lezen en journaals bekijken, een soort morele plicht is en dat als je dat niet doet, je blijkbaar niet betrokken bent bij de wereldproblemen, of dat die je misschien zelfs wel compleet koud laten.

De afgelopen twee jaar fietsten Basile en Lo door landen waar we bijna niks vanaf weten. Iran, dat we kennen van de fanatieke ayatollahs, Pakistan en India dat we kennen van de onderlinge gevechten, Kirchizië, dat de meesten überhaupt niet kennen, China, Mongolië. Landen waar we wel een plaatje bij hebben over de mensen die er wonen. Maar waarvan de ernst van wat er gebeurt in onze kranten en journaals toch vooral wordt afgemeten aan de invloed die dat heeft op de benzineprijzen.

De twee zijn niet "onze" enige fietsers die door onder meer Iran gefietst zijn. En ook niet de enige die vol verhalen zitten over gastvrijheid, uitgenodigd worden in huizen, om mee te eten, of om te overnachten, over water, fruit en snacks toegestopt krijgen. Over mensen die een zeer armoedig bestaan leven, maar wat ze hebben graag willen delen, zelfs met vreemdelingen. Iets wat je echt niet overkomt als je in Frankrijk of Nederland rondreist op je volgepakte fiets.

In hun blog schrijven de fietsers over hun ervaringen en ontmoetingen. Waarmee ze in ieder geval voor hun eigen directe kring van kennissen het clichébeeld over Iraniërs (en Pakistani, Indiërs, Kirchiezen, Chinesen, Mongolen en naar Thailand verhuisde Nederlanders) enigszins kunnen nuanceren. Daarmee is hun bijdrage aan meer begrip voor elkaar in de wereld denk ik heel wat groter dan je met de hele dag kranten lezen en televisie kijken voor elkaar krijgt. Wat mij betreft is hun schuldgevoel dan ook volkomen misplaatst.

Intussen vallen al een paar weken de bommen en leven die vriendelijke, gastvrije mensen in angst, of de volgende bom niet bij hun valt, of ze straks nog wel iets hebben om te delen. Zoals altijd zijn de slachtoffers vooral mensen die helemaal geen oorlog willen. Maar helaas zijn twee gefrustreerde bejaarden genoeg om de wereld in brand te zetten.

Hier in Thailand zijn de gevolgen al goed te merken. Toeristen annuleren hun reis, en dat is niet alleen vervelend voor hotels, maar vooral ook voor kleinere restaurantjes en straatverkopers, die hun omzet fors zien teruglopen. Ook is er al gebrek aan brandstof bij veel tankstations. Daarbij gaat het met name om diesel, waar niet alleen al de pickup-trucjes van alle kleine onderneminkjes op draaien, maar ook trekkers en oogstmachines. Er gaat hier nog best redelijk wat op handkracht in de landbouw, maar de tijd dat het alleen met buffels en zonder enige mechanische hulpmiddelen ging ligt toch echt wel achter ons.

Dat de brandstofsituatie niet alleen in Thailand nijpend is blijkt wel uit het advies van het Internationaal Energieagentschap. Dat doet aanbevelingen om het energiegebruik te verlagen, zoals thuis werken, de maximum snelheid verlagen en openbaar vervoer stimuleren. Geen ernstig ingrijpende maatregelen, zou ik denken, maar de Nederlandse regering wist binnen een paar uur al te melden dat het de adviezen niet zou overnemen. Nederland heeft namelijk nog voorraad genoeg. 

Nou is er sprake van een wereldwijd probleem. Door de afgesloten zeestraat van Hormuz gaat 20% van de wereldwijde productie van olie, maar van die 20% gaat 80% naar Azië en Afrika. Voor Europa is het probleem dus vooral dat het duurder wordt, niet dat er tekorten dreigen. Maar door wereldwijd te besparen, kunnen ook de landen die genoeg hebben de problemen verlichten voor landen waar tekorten zijn. Helaas is vaker thuiswerken of 10km/uur langzamer rijden te veel gevraagd om anderen te helpen. 

De associaties met de coronatijd dringen zich op. Ja, Nederland was ook voor een eerlijke verdeling van vaccins. Zodra alle Nederlanders twee keer waren ingeënt én geboosterd, moest echt onmiddellijk de rest van de wereld voorzien worden. En net als in de coronatijd is er weer een kans voor open doel om de afhankelijkheid van olie en gas versneld af te bouwen. Dan moeten we wel wat welvaart inleveren, maar daar hebben we meer dan genoeg van. In ieder geval veel meer dan het beetje dat de Iraniërs hebben en desondanks toch nog met anderen delen. En zoals Basile en Lo laten zien: alles meer dan 300 euro per maand is pure luxe.

07 februari 2026

Waarom Thailand?

Twee backpackers lopen door een klein dorpje in het zuiden van Thailand. (Nee nee, ik ga hier niet de Tweespraak van Frits Spits nieuw leven inblazen (flickr.com/photos/miquefrancois/albums/72157718776654282/). Das war einmal.) Ze hebben wel zin in iets te eten, en kijken om zich heen of er misschien een restaurantje te vinden is. Dan horen ze uit een straatje harde muziek klinken en besluiten daar even te gaan kijken. En ze hebben succes; verderop in het straatje is een grote tuin met tafeltjes en stoeltjes, waarvan de meeste bezet zijn door groepjes Thai die zitten te eten en drinken. Uit grote speakers klinkt luide muziek. 

In hun backpackersbijbel hebben ze gelezen hoe je kunt inschatten of een eettentje betrouwbaar is, in die zin dat de kans het grootst is dat een genuttigde maaltijd niet een paar uur later door de verkeerde lichaamsopening weer naar buiten komt. "Waar veel locals komen kun je veilig eten," is een van de belangrijkste tips. En dat is hier zeker het geval. Het hele dorp lijkt er wel te zitten.

Ze vinden nog een vrij tafeltje en gaan zitten. Al meteen komt er een vrouw aanlopen en zet twee flesjes water voor ze neer. Dat gaat er goed in na een lange wandeling. Dan kijken ze rond of ze ergens een menukaart zien, of een bord waar de gerechten op staan. Maar voordat ze dat gevonden hebben komt er al weer een vrouw aanlopen met twee borden en bestek, gevolgd door een man, (of is het toch een vrouw? Dat is hier in Thailand soms nauwelijks te zien) die een flinke schep rijst op de borden kwakt. Dan volgt er nog iemand die een schaal met een of andere curry neerzet, en kunnen de mannen aanvallen. Het smaakt vurrukkulluk.

Intussen hebben ze ook nieuw water gekregen, en als dat op is worden wederom flesjes neergezet. Prima service daar. Blijkbaar is het een restaurantje met maar één gerecht van de dag ofzo. Nog voordat ze hun bord leeg hebben wordt er een bordje met khao tom mat op tafel gezet. Kleefrijst met rijpe banaan en zwarte bonen in kokosmelk, gestoomd in bananenblad. Een smakelijk nagerecht. 

Dan is het tijd om af te rekenen. "Tsjekbien", zeggen ze, en de afgelopen dagen hebben ze al diverse malen ervaren dat deze wat krom uitgesproken variant op het Engelse checkbill in Thailand altijd resulteert in de rekening. Maar deze keer gaat het anders. De bediening lijkt het niet te horen, of niet te willen horen. Dus proberen ze het nog maar een keertje "Tsssjek biennn" en laten ter illustratie een bankbiljet zien. 

Er wordt wat heen en weer gepraat tussen de Thaise mensen. De mannen verstaan er niks van. Dan komt er een man naar ze toe die een beetje Engels spreekt. Eerst zijn er nog wat misverstanden over en weer, maar dan valt het kwartje. Ze zitten niet in een restaurantje, maar in een tuin van een privéwoning, waar een uitvaartceremonie aan de gang is. Die gaat in Thailand gepaard met veel muziek, vuurwerk, en voldoende eten voor iedereen. 

De mannen voelen zich uiteraard erg opgelaten en willen hun excuses aanbieden, maar krijgen te horen dat dat echt niet nodig is. Een uitvaart is een moment van bezinning, van saamhorigheid, en samen eten versterkt die saamhorigheid. De ervaring waar die twee mee naar huis gaan overstijgt alles wat in de backpackersbijbels en online opsommingen van highlights te vinden is.

Morgen (zondag de 8e) zijn er landelijke verkiezingen, en het ziet er naar uit dat voor de derde keer op rij de vooral bij jongeren populaire Peoples Party de grootste gaat worden. Net zoals dat de afgelopen twee verkiezingen het geval was. Maar beide afgelopen keren wist het establishment de hun onwelgevallige partij van de macht te houden. Een keer werd het partijprogramma, waarin was opgenomen dat de positie van het koningshuis zou moeten worden besproken, ongrondwettelijk verklaard, omdat dat werd beschouwd als kritiek op de koning, en dat is verboden. Een andere keer werd in het verleden van de partijleider iets gevonden dat ook als kritiek kon worden uitgelegd. 

Hoe het deze keer gaat, weten we natuurlijk nog niet, maar er wordt ongetwijfeld al volop gestudeerd op mogelijkheden om de partij buiten de regering te houden.

Wat heeft het een met het ander te maken, vraag je je misschien af. Op zich niet zo veel, maar het zijn twee gezichten van Thailand. Aan de ene kant de hartelijkheid en gastvrijheid van een familie in rouw, die zich niettemin ontfermt over hongerige gasten. Aan de andere kant het harde politieke spel waar democratie goed is, zolang het bepaalde belangen maar niet aantast. Het eerste is het Thailand waarvoor we gekozen hebben om er te gaan wonen. Het tweede krijgen we er gratis bij. We nemen het voor kennisgeving aan. Net als het overgrote deel van de Thaise bevolking. Wat dat betreft passen we hier wel.

31 december 2025

Tegeltjeswijsheid

Mijn levensjaartelling loopt vrijwel gelijk met de kalenderjaartelling. Traditiegetrouw wordt mijn verjaardag afgesloten met vuurwerk. Uiteraard heb ik er alle begrip voor dat, nu ik al 9 jaar uit Nederland weg ben, er een einde aan die traditie komt. Wat blijft is het mijmeren over het afgelopen jaar en het vooruit kijken naar wat komen gaat. 

Nu ben ik van het terug- noch vooruitkijken. In de tijd dat ik het nog belangrijk vond om mijn (volgens mijzelf) goede smaak te etaleren, maakte ik wel jaarlijstjes van favoriete elpees, boeken en films. Maar ik ben me later gaan realiseren dat dat soort lijstjes alleen maar interessant is voor jezelf. Vandaag de dag zijn ze, zoals bijna alles, gekaapt door marketeers die er bezoekers aan websites of lezers van kranten en tijdschriften mee proberen te lokken. Om elkaar de loef af te steken, moeten die dan steeds vroeger gepubliceerd worden, zodat de lijstjes met "de beste <vulmaarin> van 2025" al in november gepubliceerd worden. 

Wat we wél doen, en wat ook wel een vorm van terugkijken is, is door onze foto's van het afgelopen jaar lopen en van een selectie daarvan een fotoboek maken. Gewoon, voor onszelf. Regelmatig komt er zo'n boek op tafel, om te kijken wanneer een of andere gebeurtenis ook al weer was, waar we ook al weer met die en die geweest zijn, of om aan gasten te laten zien hoe het huisje gebouwd is, of hoe we vroeger in Nederland woonden.

Vooruit kijken doe ik eigenlijk nog minder. Okee, er zijn allerlei praktische zaken die planning vereisen om in de toekomst problemen te voorkomen, althans, de kans daarop te verkleinen. Maar de grote lijn in het leven ontwikkelt zich toch los van wat voor individuele planning dan ook. "Tob nooit, 't komt toch anders", stond op een tegeltje bij mijn tante Riet in de gang. Wij, mijn 3 broers en ik, moesten er altijd wel om lachen. De wijsheid die schuil ging achter zo'n drullig vormgegeven tegeltje ontging ons nog.

Voor de Thai is vooruit kijken ook niet iets vanzelfsprekends. Die gaan vaak nog een stapje verder en plannen ook die praktische zaken nauwelijks. Loterij gewonnen? We nemen ontslag. (Geld op na 3 weken? We vragen onze oude baas of hij nog werk heeft.) Of we beginnen een huis te bouwen. (Geld op na een tijdje? Dan staat het huis onafgebouwd.) Problemen zijn pas een probleem als ze zich voordoen. Daarvóór bestaan ze niet. En zodra ze zich voordoen, worden ze opgelost. Kuil in de weg? We storten er asfalt in. Kuil weer terug na een jaar? We storten er weer asfalt in. Enzovoort. En toegegeven: het grootste deel van het jaar is het probleem er niet. Tob nooit...

Ouder worden heeft me dan ook nooit verontrust. Voor sommige mensen is het bereiken van een kroonjaar een nachtmerrie, verpakt als jubileumfeest. Weer een stap dichter bij die vermaledijde ouderdom. Ik heb me op een of andere manier altijd gerealiseerd dat het alternatief minder te verkiezen was. Eigenlijk een vreemd besef, want vroeger of later valt dat alternatief ons allemaal ten deel, voor sommigen al snel, voor anderen na meer dan 100 jaar, maar waarom zouden we het uit alle macht uit de weg moeten gaan?

Daarom verbaasde ik mezelf door in de aanloop naar vandaag regelmatig bezig te zijn met het thema oud worden. Ook Mieke merkte op dat ik er wel erg vaak toespelingen op maakte dat ik nu wel echt een oude man ging worden. Totnutoe rolde ik ieder nieuw levensdecennium gewoon lekker binnen, in de wetenschap dat zonder gekke dingen, het een kwestie van wachten is tot het volgende decennium wordt bereikt. Maar deze keer realiseer ik me dat het anders is. Als je tussen je 70e en je 80e overlijdt valt dat niet meer onder de categorie "te jong". Het gaat in de buurt komen. Hoe zal dat gaan, is iets waar ik tegenwoordig wel eens aan denk.

En dan, áls het zo ver is dat een van ons gaat, hoe moet de ander dan verder? Is dat een gevalletje "Tob nooit, 't komt toch anders," of toch meer zo'n praktische zaak. Het eerste is het aantrekkelijkste om te denken, het tweede wat realistischer. Want het gebeurt, ergens tussen vandaag en de niet al te verre toekomst. Dan zit er iemand alleen op bijna 4000 vierkante meter grond, met 2 zeer eenvoudige kleine huisjes en flinke groep huisdieren waarmee je niet zo maar even naar een appartementje kunt verhuizen. "We zouden een wat jonger stel moeten vinden dat wel in het gastenhuisje wil wonen in ruil voor het bijhouden van de tuin en het dierenspul," opperde Mieke al eens vaker. Helemaal geen gek idee, en zeker geen tobberij. 

Echt ver van ons bed is het natuurlijk allemaal niet meer. Wel is het goed onze neuzen die kant op te zetten en toch wat vooruit te kijken, hoe onvoorspelbaar de toekomst ook is. Dus dat doen we dan ook, zelfs nu ik officieel een oude man ben. Tante Riet is gisteren op 96-jarige leeftijd overleden. Ze heeft genoeg meegemaakt om over te tobben, maar misschien heeft het motto van haar tegeltje haar toch zo ver gebracht.

Zonder oliebollen en vuurwerk (dat wordt door de gemeente in de stad centraal georganiseerd) gaan we hier om 18:00 uur jullie tijd het jaar 2569 in. Jullie lopen niet alleen maar 6 uur achter, maar ook nog eens 543 jaar. Niettemin wensen we jullie het allerbeste voor 2026.

13 december 2025

Want ja... de buren hè.

Een half jaar geleden schreef ik in mijn blog over hoe de omgeving van ons huisje de afgelopen jaren langzaam was veranderd. Hoe het dorpje langzaam onze kant op begon te komen, hoe 500 meter verderop een "wijkje" met piepkleine rijtjeswoninkjes voor de Birmese arbeiders van een fabriek aan het verrijzen was, hoe het donker dat ons landje 7 jaar omringde nu steeds meer uitgelicht wordt (het streven naar verlichting is in dit Boeddhistische land een beetje doorgeschoten). Natuurlijk vinden we dat jammer, maar het alternatief was geweest dat we nog veel verder van de bewoonde wereld waren gaan zitten en het was een weloverwogen keuze om dat niet te willen. En inmiddels is de begroeiing in onze tuin zo weelderig, dat we overdag al die verstorende factoren niet of nauwelijks zien.

Het woonwijkje is inmiddels klaar. De fabriekswerkers konden hun van multiplex en golfplaat getimmerde onderkomens verlaten en in de iets degelijker gebouwde stenen eenkamerwoninkjes trekken. Ik schat ze niet veel groter dan 8 à 10 vierkante meter, en ze staan in rijtjes van 5 heel dicht op elkaar, maar in vergelijking met waar ze eerst woonden is het een enorme verbetering.

Zoals ieder Thais dorp of stadje heeft ook het wijkje een omroepinstallatie. In Nong Noi, het dichtstbijzijnde dorpje wordt die iedere ochtend om 6 uur gebruikt voor het provinciale volkslied en een korte stichtelijke boodschap van een monnik. Ook dat is vrij gebruikelijk in Thailand. Afhankelijk van de windrichting horen wij het heel zachtjes, of helemaal niet. En omdat we meestal toch al wakker zijn om die tijd, stoort het ons verder ook niet. Zo heel af en toe heeft de Poeiay Baan, het dorpshoofd, wat mededelingen te doen, meestal rond een uur of 6 in de middag, en horen we daar wat flarden van overwaaien. We prijzen ons gelukkig met het bescheiden gebruik van de installatie, en de grote afstand tot de dichtstbijzijnde speaker. In het dorpje waar we tijdelijk woonden stond de speaker veel dichterbij, en bestond het ochtendritueel om 6 uur uit 3 muziekstukken en een lange oratie van een monnik. Als we toevallig een keer niet op tijd wakker waren, zaten we klokslag 6 uur rechtop in bed.

De geluidsinstallatie in het fabriekswijkje wordt beheerd door iemand die veel te vertellen heeft. We hebben geen idee wat, want het is allemaal in het Birmees. Waar we van een Thais verhaal soms wel een beetje de strekking kunnen vatten, is het hier allemaal abacadabra. De toonzetting doet soms vermoeden dat er namen worden afgeroepen, of mensen tot de orde worden geroepen. Maar dat is louter speculatie. Wellicht gevoed doordat bekend is dat Birmese arbeidskrachten weinig tot geen rechten hebben, worden opgetrommeld wanneer dat nodig is, en afgedankt als ze niet meer nodig zijn. Die achtergrond maakt het geluid van de omroepinstallatie extra onaangenaam.

In de avond is er vaak wat muziek. In eerdere blogs is al eens aan de orde gekomen dat je niet naar Thailand moet verhuizen als je op zoek bent naar stilte. Niet naar Azië, wordt zelfs wel beweerd. Maar we waren natuurlijk al wel 8 jaar verwend met stille avonden, hooguit verstoord als een naburig dorpje een feestje of uitvaart had. (Het verschil tussen die twee evenementen is op afstand soms moeilijk te horen.) Eerst deden we of we het niet hoorden. Of we zetten zelf een muziekje aan.

Toen begon de karaoke. Het is de nachtmerrie van iedereen die naar Thailand verhuist: de buren beginnen een karaokebar of kartbaan. Bij gebrek aan bestemmingsplannen is dat niet te voorzien en al evenmin te voorkomen. De Poeiay Baan zou waarschijnlijk geen flauw idee hebben van wat hij met een bezwaarschrift aan zou moeten. Het probleem van karaoke is niet eens zo zeer de muziek zelf, ook al is die wat harder dan de muziek tot dan toe. Maar het met veel overgave knettervals zingen was toch wat veel voor onze tere oortjes.

Nu ontvangen we hier nog al eens reizigers op de fiets. Ik noem ze bewust zo, want als ik alleen "fietsers" zou zeggen, konden dat ook mensen uit een dorp verderop zijn. De reizigers op de fiets zijn meestal jongere (vergeleken met ons) eenlingen of stellen die weken, maanden of soms jaren onderweg zijn. Via Warmshowers.org, een online platform voor lange-afstandsfietsers, vinden ze ons en kunnen ze vragen om hier te overnachten. En als het even kan zeggen we dan "ja". Want het zijn zonder uitzondering mensen met interessante verhalen. Sommigen hebben een sabbatical year, anderen hebben gewoon hun baan opgezegd en zien wel hoe lang ze het redden, weer anderen hebben werk op afstand voor een paar uur per week en verdienen daarbij genoeg om hun leven op de fiets te bekostigen.

Een andere reden om ze reizigers te noemen is, om ze op die manier te onderscheiden van toeristen. Want dat is ook hoe ze gezien worden in de landen die ze doorkruisen. Iran, Kirgizië, Tadzjikistan, Pakistan, tegenwoordig is zelfs China mogelijk. Ze komen er binnen met het beeld dat we in Nederland van die landen hebben en ze rijden het land weer uit vol ervaringen van mensen die ze onderweg eten en drinken gaven, een slaapplaats aanboden, uitnodigden voor dorpsfeesten en bruiloften en meer gastvrijheid boden dan je als toerist (en overigens ook als fietser in Nederland) ooit zal krijgen. Het zet ze aan het denken over de relativiteit van onze Nederlandse problemen. Stroomuitval, wegen vol gaten, 4 uur reizen naar een ziekenhuisje met minimale voorzieningen, eten wat er toevallig op dat moment voor handen is, mensen doen het er mee. De situaties waarop Nederlanders zich middels aanwijzingen uit een recent verspreid boekje moeten voorbereiden, en waarvan ze in paniek zouden raken als die zich voordoen, zijn in die landen dagelijkse kost.

Ben ik nou niet erg afgedwaald van die karaoke? Jawel, maar natuurlijk niet zonder reden. De conclusie is namelijk steeds, dat hoeveel last je van een probleem hebt, minder te maken heeft met de aard van dat probleem, dan van hoe je ermee omgaat. Voor zover het om "hanteerbare" problemen gaat natuurlijk. En dat is dan weer een filosofie die we zelf ook als leidraad proberen te leven. Toen we naar Thailand verhuisden hebben we elkaar plechtig beloofd nooit geïrriteerd te raken als dingen anders gaan dan we hadden gewild. En hoewel er zo af en toe gebeurtenissen waren die wolkjes rook uit onze oren lieten komen, zijn we daar aardig in geslaagd.

En nu is er dan die karaoke. En terwijl de wolkjes zich weer opbouwen achter mijn trommelvlies, realiseer ik me, dat daar in het wijkje mensen wonen in huisjes van 8 vierkante meter, die à la minute opgeroepen kunnen worden om zich in de fabriek te melden, die lange werkdagen maken voor een paar euro per dag (jaja, per dag, niet per uur), die niet naar huis kunnen omdat daar de militairen van de regering de dorpen bombarderen. En een van de weinige verzetjes die ze hebben: karaoke zingen. Moet ik ze dat ontzeggen, omdat ik rijk genoeg ben om een lap grond met 2 huisjes in een tot dan toe stil gebied te bewonen?

Als ik mijn overwegingen met Mieke bespreek blijkt ze al dezelfde gedachten te hebben. Leuk gaan we het niet vinden, maar met een eigen muziekje op bescheiden volume wordt de valse Birmese zang al overstemd. Het vergt wat zelftraining, maar we kunnen er inmiddels prima mee leven. En het went zelfs zo snel, dat we ons op een avond ineens realiseerden dat het stil was. En toen we terug probeerden te kijken, bedachten we dat de voorgaande twee avonden, waarop we een stel fietsers in huis hadden die van Frankrijk onderweg waren naar Kuala Lumpur, ook geen muziek hadden gehoord, laat staan karaoke.

We kunnen wel zingen van vreugde. Maar dat doen we niet. Want ja... de buren hè.

26 november 2025

Effe wennen

 "Waar zijn toch al die keukendoekjes gebleven?" vraagt Mieke zich hardop af. Inderdaad is het opvallend dat de mand waar die dingen normaal gesproken inzitten maar half vol is. Eerst dacht ik nog dat er een heleboel in de was zouden zitten, maar nadat de vuile was gewassen was was de wastas leeg maar de keukendoekjesmand nog steeds niet vol. De beschuldigende vinger begon al te wijzen in de richting van de house and pet sitters, de Chileense woestijnbewoner en het Engels-Braziliaanse koppel die tijdens onze zesweekse Europareis op ons huisje en de beestenboel gepast hadden. Geen idee wat die met de doekjes uitgespookt zouden moeten hebben, maar het enige wat we zeker wisten is, dat er bij ons vertrek nog een flink gevulde mand was.

Maar van de week kwam ik 's morgens vroeg met een slaperig hoofd de buitenkeuken binnen, en zag een keukendoekje uit de kookpit steken. In Thailand is het heel gewoon en heel goedkoop om buiten de deur te eten. Aan die gewoonte hebben we ons zonder morren aangepast, vandaar dat wat wij de keuken noemen bestaat uit één kookpit op gas, en een grote spoelbak met MiqueMozaïque-bodem. En uit die kookpit stak dus de punt van een keukendoekje. Ik wilde het eruit trekken, maar dat ging niet. Het ding zat te vast. Om het raadsel van hoe het daar kwam groter te maken, bleken er 2 doekjes die de avond ervoor nog in de mand zaten, nu half over de rand te hangen. Er was blijkbaar iets aan het rommelen geweest in de mand. 

Ik tilde de kookpit aan een kant op en zag meteen de boosdoener wegsprinten: een kleine rat. Hij moest toch al wel een paar dagen aan het slepen met doekjes zijn geweest, want ik zag dat er meerdere onderin de kookpit zaten. Blijkbaar was het feit dat we die met enige regelmaat gebruiken waar we het ding voor aangeschaft hebben, geen belemmering voor de rat om er een nestje in te bouwen. En dat niet alleen. Nadat ik wat doekjes en ook nog de nodige takjes en bladeren had verwijderd, en zelfs de kapotgetrokken katha waarmee we een paar dagen geleden een rat over de zolderbalken zagen lopen terugvond, kon ik de hele resterend prop eruit halen. En toen ik die uit ging pluizen kwam er een nestje met 6 jonge rattenbabies tevoorschijn. Comfortabel, zo'n nest met verwarming, heeft de rattenmoeder wellicht gedacht, maar wij waren vooral blij dat de boel geen vlam gevat heeft tijdens het koken van het een of ander.

Het geeft wel te denken, dat in de mand met schone keukendoekjes van alles rondloopt, hoogst waarschijnlijk zonder eerst handen te wassen of voeten te vegen. Natuurlijk wisten we dat eigenlijk al wel, maar nu zijn we er nog maar eens met de neus opgedrukt. Tja, het hoort bij het buitenleven in de tropen. Stofnesten, spinnenwebben, overal keutels en schoon serviesgoed dat je als het een paar dagen geleden is afgewassen eerst opnieuw af moet wassen voordat het gebruikt kan worden. Alles went.

En niet alleen went alles; het wordt ook onderdeel van je gewoontes. Dat werd ik me duidelijk bewust toen we in Portugal aankwamen, de eerste stop van onze reis. Bij de eerste de beste zebra waar ik over wou steken, ging ik gedachtenloos staan wachten, want ik had gezien dat er een flinke rij auto's naderde. Toen de eerste toeterde keek ik verschrikt op en zag dat de hele rij keurig stond te wachten tot het mij behaagde over te steken. Vriendelijk knikkend deed ik dat dus maar meteen. Hier in Thailand is zelfs een groen voetgangerslicht bij een zebra geen garantie dat het autoverkeer wel voor jou, en het voor hun rode licht, stopt. 

En zo zijn er wel meer dingen waar we deze keer in Europa aan moesten wennen, omdat we inmiddels in Thailand al helemaal anders gewend zijn. WC-papier bijvoorbeeld. Wie eenmaal met de kontenspoeler heeft leren omgaan, vindt dat geveeg met papier maar vies. Een gevoel dat nog eens versterkt wordt als je je realiseert dat het gebruikte papier dat je uit gewoonte in het afvalbakje hebt gemikt, in de pot had gemoeten. Vanwege de ongegronde angst dat iedereen aan je gezicht kan zien dat jij die viespeuk bent die dat papier niet doorgespoeld hebt, pluk je het met de uiterste puntjes van je vingers weer uit het bakje om het alsnog in de pot te gooien.

En dan zijn er nog het niet elkaar vriendelijk aankijken, glimlachen en groeten op straat, ook als je elkaar niet kent, winkels zonder personeel, cafeetjes mét personeel, dat echter met sjacherijnig gezicht een kwak slagroom op een net-niet aangebrand taartje gooit waarna je een bedrag moet afrekenen waarvoor je in een van de duurdere restaurants in Lampang prima kunt dineren, geen gratis water bij het eten, bussen en trams die al gaan rijden voordat iedereen zit, mopperende mensen als je bij de kassa niet snel genoeg bent, overbodige waarschuwingsborden, koude regen. Maar ook: je trein missen en na een kwartier is de volgende er al, eten bestellen en dan ook echt krijgen wat je besteld hebt, eten dat bovendien warm is als het wordt opgediend, bewegwijzering die is aangepast nadat de wegsituatie is gewijzigd, winkels die ook daadwerkelijk open zijn als er een bordje "geopend" op de deur hangt, veel mooie musea, en natuurlijk al die mensen die we alweer een tijd niet gezien hadden. Dat zijn er zo veel dat we ze helaas niet allemaal hebben kunnen opzoeken.

Het is mooi, zo'n Europareisje, maar we merken ook dat het bij terugkomst hier in Thailand echt als thuiskomen voelt. Het is een grappige gewaarwording dat de dingen die ons in Europa opvallen, omdat ze zo anders zijn dan hier voor ons inmiddels gewoon is geworden, inspiratie bieden voor een blog. En dat komt overigens ook mooi uit, want het werd inmiddels wel een keertje tijd voor een nieuwe.

18 augustus 2025

Nobelprijs

2 mannen schudden elkaar de hand voor het oog van de verzamelde wereldpers. De hele wereld kent ze, en weet dat ze niet in hun eerste leugen gestikt zijn, dat ze over lijken gaan, hun bommen laten droppen waar het ze goeddunkt, alles in dienst stellen van schaamteloze zelfverrijking en afspraken net zo gemakkelijk weer vergeten als ze ze gemaakt hebben. Nu ontmoeten ze elkaar om te praten over een oorlog die de ene gestart is en de ander wil beëindigen. Niet omdat hij te doen heeft met de mensen die eronder lijden, maar omdat het zijn zakelijke belangen schaadt en hij graag de Nobelprijs voor de vrede wil krijgen. Hoewel de hele wereld weet dat afspraken met deze mannen geen cent waard zijn, beheerst hun ontmoeting overal het nieuws en putten al dan niet zelfverklaarde deskundigen zich uit in het duiden van wat er besproken is, zelf als ze geen flauw idee hebben van wat dat precies is. Het hele circus kost alles bij elkaar miljoenen plus een gigantische bijdrage aan de opwarming van de aarde. 

Op hetzelfde moment ploegen 10.000 kilometer verderop 2 vrouwen, we noemen ze maar even Teresa en Florence, met een oude truck over de moeilijk begaanbare wegen in het Thaise oerwoud langs de grens met Myanmar, of Birma zoals ik het ook hardnekkig blijf noemen. Teresa is een Engelse die een bedrijfje runt hier, Florence is de oudste dochter van een Birmese familie en de vaste medewerkster van Teresa. Haar familieleden worden op drukke momenten ook ingeschakeld. Er is een hechte band tussen Teresa en Florence.

Zoals hier heel gebruikelijk is, gaat een flink deel van Florence's loon naar familie in Myanmar. Ze gaat er zelf trouwens ook regelmatig naartoe. Maar de burgeroorlog heeft het armoedige, maar stabiele leven dat er nog maar zo kort was, weer volledig overhoop gegooid. De militaire machthebbers deinzen er niet voor terug om de eigen bevolking te bestoken met raketten en kogels. Die worden overigens zonder problemen geleverd door een van de twee mannen die ik hiervoor noemde. Het land van de ander van die twee had juist handelsbeperkingen aan de junta opgelegd, maar nadat de juntaleider hem een brief had gestuurd, waarin hij hem complimenteerde omdat hij zo'n geweldige president is en schreef dat hij de nobelprijs verdient, zijn die beperkingen opgeheven.

Zo'n 50 gezinnen uit Florence's dorp zijn de grens overgestoken en bivakkeren nu in de bossen van Noord Thailand. Daar leven ze van wat het bos ze te bieden heeft. Tot vorig jaar was er nog een kleine medische hulppost in de regio, maar de man die de nobelprijs nastreeft heeft de ontwikkelinghulp-instantie van zijn land zowat opgeheven, waardoor onder meer die hulppost verstoken raakte van medicijnen en verbandmiddelen. Het is goedbeschouwd indrukwekkend hoe zelfredzaam de Birmese mensen zijn. Probeer je je maar eens voor te stellen dat je woonplaats gebombardeerd wordt en je uiteindelijk in een buurland in het bos belandt. Als je het geluk hebt dat je niet wordt teruggestuurd, weet je dan wat je wel en niet kunt eten? Welke paddestoel giftig is? Misschien weet je hoe een koe een haas vangt, maar weet je ook hoe je dat zelf moet doen? En hoe je hem dan klaarmaakt? Hoe je een vuurtje aanmaakt?

Maar er zijn dingen die het bos niet levert en één daarvan is rijst. Terwijl dat nou net het belangrijkste bestanddeel van het menu hier is. Op de truck van Teresa en Florence ligt dan ook zo'n 300 kilo rijst, naast 100 flessen bakolie en een paar honderd eieren. 5 maanden waren de mensen verstoken geweest van rijst en nu lukte het om die af te gaan leveren. Het laatste stukje moest alles in een paar partijen met een longtailboot een, in deze tijd van het jaar snel stromende, rivier over worden gevaren. Maar het ging allemaal goed en iedereen was dolgelukkig met de rijst, bakolie en eieren.

In tegenstelling tot de miljoenen verslindende bijeenkomst van twee notoire leugenaars, die gemaakte afspraken binnen de kortste tijd weer aan hun laars lappen, was er geen pers aanwezig om verslag te doen. Twee vrouwen met het hart op de goede plaats, die zich belangeloos inzetten voor mensen die het moeilijk hebben, zijn blijkbaar minder interessant dan twee mannen die alleen om zichzelf geven. Het is goed om te beseffen als je naar het nieuws zit te kijken, dat je de ego-show van leugenaars breed krijgt uitgemeten, voorzien van commentaren van mensen die toch ook wel zullen weten hoe weinig afspraken in die kringen waard zijn, terwijl de echte kandidaten voor een nobelprijs overal over de wereld op hun eigen kleine stukje aarde werkelijk wat voor anderen weten te betekenen. Wie zou je het liefste in je vriendenkring opnemen?

Mensen als Teresa en Florence (er zijn er ongetwijfeld vele) bereiken vluchtelingen die voor "de instanties" onbereikbaar zijn en waarvan het bestaan vaak zelfs onbekend is. De weergave van hun verhaal hierboven klopt; we hebben ze wel verzonnen namen gegeven. 

Wij vinden bedelen altijd lastig en willen vooropstellen dat wel of niet doneren op geen enkele manier onze relatie beïnvloedt. De keuze van welke doelen je steunt is persoonlijk en hoef je niet af te laten hangen van de doelen die wij steunen. Maar mocht je je geroepen voelen bij te dragen aan een volgende hulpzending, dan is dat natuurlijk welkom. Je kunt daarvoor mijn rekening bij Wise gebruiken"

IBAN: BE69 9674 3312 5978
Swift/BIC: TRWIBEB1XXX (4e teken is de hoofdletter I, 8e teken is cijfer 1)
Bank: Wise, Rue du Trône 100, 3rd floor, Brussels 1050, Belgium
Tnv Franciscus Christiaan La Poutre
Zet er even bij: Hulpproject vluchtelingen