27 maart 2026

Genant

Op mijn fiets rij ik naar Lampang stad, zo'n 17 kilometer verderop, voor wat boodschappen die ik in Hang Chat, dat veel dichterbij ligt, niet kan krijgen. Waar ik overdag rundum hause alleen een lungi en slippers draag, omdat het nou eenmaal vrijwel altijd te warm is voor meer, draag ik nu een lange broek, sokken in mijn sandalen, een shirt met lange mouwen en een capuchon, die ik opgezet heb voordat ik mijn helm eroverheen op mijn hoofd heb gezet. Niet omdat het zo koud is, maar als bescherming tegen de zon, die in deze tijd van het jaar al zowat recht boven ons staat, en temperaturen produceert waarbij je eigenlijk niet zou moeten fietsen.

Twee weken geleden zou ik er niet over piekeren om de fiets te pakken als er een temperatuur van 34 graden en een hoge smogwaarde voorspeld zijn. Hooguit had ik er even als mogelijkheid aan gedacht, om daarna mezelf te vertellen dat zo'n inspanning in die warmte en smog erg ongezond is, zeker op mijn leeftijd. Het is verrassend hoe snel je je levensstijl aan kunt passen aan plotseling veranderende omstandigheden. En niet alleen verrassend; het is ook beschamend, als je je realiseert dat je die aangepaste levensstijl eigenlijk al jaren had moeten leven. En het is confronterend als je beseft dat je onder druk van buitenaf plotseling blijkt te kunnen, wat je uit "vrije" wil nooit is gelukt.

Vroeger wist ik het wel. Auto's zijn schadelijk. Ze stinken en veroorzaken fatale ongelukken. In de aanloop naar de autoloze zondagen in de jaren 70, werd ik om 7 uur 's morgens (extreem vroeg voor een puber) gebeld door "AVRO's Radio Journaal", om een toelichting te geven op mijn oproep om massaal de vlag uit te hangen. Mijn 15 minutes of fame had ik al jong verbruikt. Toen ik later een baan kreeg op het rode bolwerk De Paasheuvel in Vierhouten, een dorp zonder veel voorzieningen waar 3 keer per dag een bus stopte, kwam er uiteindelijk toch een Renault-4tje. En dan ga je eraan wennen, komen er kinderen, moet je voor je werk op pad en sneeuwen je bezwaren, waarvan je weet dat ze hout snijden, langzaam onder.

Wat dat betreft waren mijn vader en mijn jongste broer veel principiëler. Mijn vader stapte voor geen goud in een auto en ging zelfs als hij voor zijn werk vanuit Den Haag naar Groningen of de Achterhoek moest op de fiets. Dat werd indertijd nog niet fiscaal gestimuleerd; hij kreeg 2 cent reiskostenvergoeding per kilometer, terwijl automobilisten er 11 kregen. Voor mijn broer was een autoritje een zeldzaamheid. Hij was betrokken bij de oprichting en een aantal jaren voorzitter van de ENWB (die onder kinderachtige juridische druk van de ANWB de naam wijzigde in Fietsersbond). Hij overleed veel te jong en werd in een kist op een speciale aanhanger achter een fiets, begeleid door ruim honderd andere fietsers, naar zijn laatste rustplaats in Den Haag gereden.

Maar goed, laat ik mijn omweg niet al te lang maken en terugkeren naar het onderwerp. Dat ik nu toch de fiets gepakt heb, heeft niets te maken met plotselinge verlichting, of een revival van oude ideeën die weliswaar op kan treden op latere leeftijd, maar dan meestal toch niet al op je 70e. Nee, de reden is tamelijk banaal: er is een brandstofcrisis. Ik schreef er in mijn vorige blog al wat over. En een brandstofcrisis hier in Thailand betekent niet dat het allemaal wat duurder wordt, maar dat het gewoon op is. Waar dat toe leidt kan ik onderweg mooi zien. Een rij van honderden meters voor een gesloten tankstation. Hier en daar een opening, waarschijnlijk omdat de automobilist nog wat brandstof heeft en het ergens anders gaat proberen. Een aantal auto's verlaten; de eigenaren willen hun plek in de rij niet kwijtraken en hopen via de tamtam te horen wanneer er weer brandstof geleverd wordt.

Hoewel onze tank nog bijna vol zit, beseffen we goed dat die snel leeg kan zijn als we in ons normale ritme doorrijden. Er staan op korte termijn twee afspraken in Chiang Mai in de agenda, waarmee we de helft van de tankinhoud er al doorheen zouden jagen. En hoe lang het duren gaat durft niemand te voorspellen. Dus rantsoeneren we onszelf maar op maximaal één ritje naar Lampang per week, waar we dan vrienden ontmoeten combineren met het inslaan van boodschappen voor een week. Daarmee zouden we het een maand of 5 moeten redden en daarna is de temperatuur normaal gesproken wat meer fietsvriendelijk. Maar ook dat is tegenwoordig allerminst zeker meer.

Mijn fietsritje naar Lampang maakt me overigens wel duidelijk dat de smoesjes die ik totnutoe verzon om toch maar de auto te kunnen pakken, best een kern van waarheid bevatten. 34 kilometer fietsen bij evenzovele graden, dat gaat me minder makkelijk af dan toen ik 20 was. Maar wat misschien nog wel meer van invloed is, is dat de smog onverwacht naar torenhoge waardes is gestegen. De afgelopen weken waren we telkens weer aangenaam verrast door de redelijke smogwaardes en doordat we vrijwel iedere dag de bergen konden zien. Normaal gesproken zijn die in deze tijd van het jaar al een aantal weken verstopt in de smog. Maar nu wordt een luchtkwaliteitsindex van 100 regelmatig gehaald en piekte die vandaag zelfs even net boven de 500. 

Daarmee krijgt het auto-of-fietsdilemma een extra dimensie. Fietsen is gezond. Maar lang buiten zijn, zeker als je inspanningen pleegt, is ongezond. Dus moeten we het buiten zijn beperken en binnen blijven met een luchtzuiveraar aan (die stroom verbruikt en zo bijdraagt aan de smog). En áls we dan naar buiten moeten, dan zo kort mogelijk. Met de auto dus. Maar dat is in tegenstelling tot fietsen niet gezond. Het draagt ook heel erg bij aan de smog én verbruikt brandstof die we later misschien harder nodig hebben. Toch maar fietsen dus, maar niet meer naar Lampang. Naar Hang Chat op en neer is prima te doen voordat het te heet wordt.

Natuurlijk zijn het allemaal luxeproblemen waar we nu tegenaan lopen. De mensen uit het dorpje gaan misschien maar 1 of 2 keer per jaar naar Lampang. Als ze al een auto hebben, tanken ze die niet iedere keer vol, maar doen er voor een paar euro brandstof in. Het zijn de mensen die hun auto in de rij voor het tankstation hebben moeten laten staan, in de hoop een dezer dagen toch een beetje brandstof te kunnen krijgen. Mensen die voor hun werk van hun auto afhankelijk zijn. Die geen luchtzuiveraar hebben. Die vaak ook nog eens verantwoordelijk worden gehouden voor de smog, bijvoorbeeld door de smogtijd aan te duiden als "burning season", waarmee voorbijgegaan wordt aan de bijdrage die verkeer, luchtvaart, industrie en westerse overconsumptie aan het probleem leveren.

Eigenlijk vinden we het helemaal niet zo verkeerd om met deze situatie geconfronteerd te worden. Het drukt ons weer eens met de neus op de feiten dat het leventje dat we hier leiden door onszelf, en door mensen die hier op bezoek komen, beschouwd wordt als eenvoudig, maar dat we intussen zonder problemen gebruik kunnen maken van allerlei gemakken die voor een groot deel van de wereld helemaal niet vanzelfsprekend zijn. Ineens moeten we ons dingen ontzeggen waar we totnutoe nooit over hoefden na te denken. Dan blijkt zo maar dat dat het relaxte leventje dat we hier leiden op geen enkele manier in de weg staat. En dan beseffen we hoe genant of het is dat we een wereldwijde crisis  nodig hebben om daar achter te komen. Nouja, beter laat dan nooit.

20 maart 2026

Delen

Basile en Lo zijn twee twintigers uit Toulouse, in het zuiden van Frankrijk. Bijna 2 jaar geleden, in april 2024, stapten ze op hun fietsen, en na ruim 28.000 kilometer trappen (en soms een stuk treinen, bijvoorbeeld in China en India, landen die te groot zijn om binnen de visumbeperkingen helemaal per fiets door te steken) fietsten ze half februari onze oprit op. Niet dat ze speciaal voor ons deze indrukwekkende reis hebben afgelegd, maar omdat ze gehoord hadden over ons retraitehuisje, dat we niet alleen voor familie en vrienden openstellen, maar ook voor reizigers die op de fiets komen. 30 fietsers of fietsende stellen hebben daar inmiddels één of meer dagen gelogeerd.

Zoals veel van de fietsende bezoekers, zijn Basile en Lo aan hun avontuur begonnen omdat ze zich niet thuis voelden in de wereld die draait om competitie en consumptie. Ze wilden ervaren hoe het leven is in andere culturen en proberen van zo weinig mogelijk geld rond te komen. En nu, na twee jaar, was het geld dat ze gespaard hadden voor hun reis nog altijd niet op. Zo'n 7000 euro hebben ze totnutoe in totaal uitgegeven, ofwel minder dan 300 euro per maand. Met een maand of twee hopen ze in Australië te zijn om daar een tijd te werken. En daarna ligt alles nog open.

Intussen zijn ze niet blind voor het nieuws uit hun thuisland en de rest van de wereld. In Frankrijk is veel ophef over de dood van een rechts-extremistische betoger, na een confrontatie met linkse tegendemonstranten. Die wordt vooral aangegrepen om links in een kwaad daglicht te stellen, iets wat vandaag de dag een populaire manier is om kiezers mee te trekken. Rechts Nederland is daar inmiddels ook zeer bedreven in. 

Het nieuws zadelt de twee fietsers op met een dilemma. Kunnen ze wel lekker zorgeloos de wereld over fietsen, terwijl hun familie en vrienden zich in een steeds meer verhardende maatschappij staande moeten zien te houden? In hun reisblog spreken ze zelfs over een schuldgevoel dat ze hierover hebben. Het is een hardnekkig idee dat het nauwgezet volgen van het nieuws, in de zin van kranten lezen en journaals bekijken, een soort morele plicht is en dat als je dat niet doet, je blijkbaar niet betrokken bent bij de wereldproblemen, of dat die je misschien zelfs wel compleet koud laten.

De afgelopen twee jaar fietsten Basile en Lo door landen waar we bijna niks vanaf weten. Iran, dat we kennen van de fanatieke ayatollahs, Pakistan en India dat we kennen van de onderlinge gevechten, Kirchizië, dat de meesten überhaupt niet kennen, China, Mongolië. Landen waar we wel een plaatje bij hebben over de mensen die er wonen. Maar waarvan de ernst van wat er gebeurt in onze kranten en journaals toch vooral wordt afgemeten aan de invloed die dat heeft op de benzineprijzen.

De twee zijn niet "onze" enige fietsers die door onder meer Iran gefietst zijn. En ook niet de enige die vol verhalen zitten over gastvrijheid, uitgenodigd worden in huizen, om mee te eten, of om te overnachten, over water, fruit en snacks toegestopt krijgen. Over mensen die een zeer armoedig bestaan leven, maar wat ze hebben graag willen delen, zelfs met vreemdelingen. Iets wat je echt niet overkomt als je in Frankrijk of Nederland rondreist op je volgepakte fiets.

In hun blog schrijven de fietsers over hun ervaringen en ontmoetingen. Waarmee ze in ieder geval voor hun eigen directe kring van kennissen het clichébeeld over Iraniërs (en Pakistani, Indiërs, Kirchiezen, Chinesen, Mongolen en naar Thailand verhuisde Nederlanders) enigszins kunnen nuanceren. Daarmee is hun bijdrage aan meer begrip voor elkaar in de wereld denk ik heel wat groter dan je met de hele dag kranten lezen en televisie kijken voor elkaar krijgt. Wat mij betreft is hun schuldgevoel dan ook volkomen misplaatst.

Intussen vallen al een paar weken de bommen en leven die vriendelijke, gastvrije mensen in angst, of de volgende bom niet bij hun valt, of ze straks nog wel iets hebben om te delen. Zoals altijd zijn de slachtoffers vooral mensen die helemaal geen oorlog willen. Maar helaas zijn twee gefrustreerde bejaarden genoeg om de wereld in brand te zetten.

Hier in Thailand zijn de gevolgen al goed te merken. Toeristen annuleren hun reis, en dat is niet alleen vervelend voor hotels, maar vooral ook voor kleinere restaurantjes en straatverkopers, die hun omzet fors zien teruglopen. Ook is er al gebrek aan brandstof bij veel tankstations. Daarbij gaat het met name om diesel, waar niet alleen al de pickup-trucjes van alle kleine onderneminkjes op draaien, maar ook trekkers en oogstmachines. Er gaat hier nog best redelijk wat op handkracht in de landbouw, maar de tijd dat het alleen met buffels en zonder enige mechanische hulpmiddelen ging ligt toch echt wel achter ons.

Dat de brandstofsituatie niet alleen in Thailand nijpend is blijkt wel uit het advies van het Internationaal Energieagentschap. Dat doet aanbevelingen om het energiegebruik te verlagen, zoals thuis werken, de maximum snelheid verlagen en openbaar vervoer stimuleren. Geen ernstig ingrijpende maatregelen, zou ik denken, maar de Nederlandse regering wist binnen een paar uur al te melden dat het de adviezen niet zou overnemen. Nederland heeft namelijk nog voorraad genoeg. 

Nou is er sprake van een wereldwijd probleem. Door de afgesloten zeestraat van Hormuz gaat 20% van de wereldwijde productie van olie, maar van die 20% gaat 80% naar Azië en Afrika. Voor Europa is het probleem dus vooral dat het duurder wordt, niet dat er tekorten dreigen. Maar door wereldwijd te besparen, kunnen ook de landen die genoeg hebben de problemen verlichten voor landen waar tekorten zijn. Helaas is vaker thuiswerken of 10km/uur langzamer rijden te veel gevraagd om anderen te helpen. 

De associaties met de coronatijd dringen zich op. Ja, Nederland was ook voor een eerlijke verdeling van vaccins. Zodra alle Nederlanders twee keer waren ingeënt én geboosterd, moest echt onmiddellijk de rest van de wereld voorzien worden. En net als in de coronatijd is er weer een kans voor open doel om de afhankelijkheid van olie en gas versneld af te bouwen. Dan moeten we wel wat welvaart inleveren, maar daar hebben we meer dan genoeg van. In ieder geval veel meer dan het beetje dat de Iraniërs hebben en desondanks toch nog met anderen delen. En zoals Basile en Lo laten zien: alles meer dan 300 euro per maand is pure luxe.