29 april 2026

War of the worlds

Ik moet tegenwoordig vaak aan War of the Worlds denken. Niet aan de volslagen belachelijke Spielberg-film uit 2005, die volkomen voorbij gaat aan het verhaal en waarin de halve wereld sneuvelt, maar er toch een happy end is omdat Tom Cruise zijn gezin weet te redden. Ook niet aan de meesterlijke muzikale versie van Jeff Wayne uit 1978, een van de grijs gedraaide albums uit mijn verzameling vinyl, hoewel het (voor mij) onmogelijk is om aan War of the Worlds te denken zónder die muziek weer te horen. Zelfs niet aan de hoorspelversie uit 1938, die naar verluidt tot paniek leidde omdat radioluisteraars dachten dat er werkelijk een invasie van marsbewoners aan de gang was. Nee, gewoon aan het boek van H.G. Wells, waarvan de eerste druk al in 1898 verscheen.

De reden waarom ik er aan denk zal je verbazen. Niet Poetin, Trump, Netanyahu, Khamenei, Hemdti, Al Burhan, Aung Hlaing, Al Shahaab, Makenga, Al Houthi, Zardari, Modi, of een van de vele andere oorlogszuchtige types, maar mieren. En de reden dat ik er vaak aan denk, ligt dan weer erg voor de hand: er zijn er meer dan ooit. En ze zitten werkelijk overal.

Soms kunnen we het onszelf verwijten. Ik snij een sappige verse mango voor door het ontbijt, en leg een klein stukje op een schaaltje voor Nutsy, de witte eekhoorn. Dat vergeten we vervolgens te geven en na een tijdje is het oranje van de mango verstopt achter het zwart van de mieren. Of we laten na de koffie een schoteltje op tafel staan, waar een "The Amsterdam Way Stroopwafel, Original from Holland" op gelegen heeft. De kruimeltjes die willen de mieren natuurlijk ook wel eens proberen. Eigen schuld dus, dat ze daar op afkomen.

Maar waarom moeten ze met honderden onder het afwassponsje zitten? Met duizenden onder het kussen van een stoel in de tuin waar we net op zijn gaan zitten? Met tienduizenden in de cashewnotenboom? En waarom moeten ze zo nodig bijten? Dat betekent gegarandeerd hun doodvonnis. Na nachtelijk toiletbezoek lift er wel eens eentje mee het bed in. Daar hebben we eigenlijk helemaal geen last van. Tot ie gaat bijten. Dat is niet eens zo zeer pijnlijk, als wel vreselijk irritant. Vooral omdat ze een voorkeur hebben voor knieholtes, ruimte tussen de tenen en oksels (alledrie). Automatisch gaat je vinger naar de gebeten plek en daar is de strijd ongelijk en delft de mier het onderspit.

Bij het werken in de tuin geven we ons er inmiddels noodgedwongen maar aan over. Je snoeit een boom, je raapt vruchten, je duwt even een blad opzij om te zien hoe de jackfruit erbij hangt, je gooit snoeihout in de kruiwagen... het maakt niet uit wat je doet; zodra je iets aanraakt zit je hand onder de mieren. Als je geluk hebt tenminste. Ze kunnen ook een opmars langs je benen omhoog inzetten en zodra ze niet meer verder kunnen hun frustratie uiten door te gaan bijten. Het beeld van vreemd springende mopperende buitenlanders die met hun handen onder jurk of lungi onbestemde bewegingen uitvoeren, moet voor de buren hilarisch zijn, maar wij delen die kwalificatie niet.

Natuurlijk proberen we er wat aan te doen. Zo staat bijvoorbeeld de fles met honing in een kommetje met water. Een slimme oplossing, nadat gebleken was dat een draaidop geen afdoende middel is om mieren te beletten de fles in te gaan. Nu, in de droge tijd, is zelfs de kan met drinkwater niet veilig. Elke keer als we een glaasje water wilden inschenken kwam er een lading mieren mee. Dus ook die kan staat nu in het water. Waarin dan iedere dag wel de nodige mieren verdrinken. Het zij zo; miervriendelijker dan dit kunnen we het niet maken.

De drang naar het water is echter zo groot, dat de beestjes zich de afgelopen nacht massaal op de waterkoker gericht hebben. Met als resultaat dat er vanmorgen tientallen verdronken mieren in het water lagen. Maar ja, een waterkoker kan je niet in het water zetten. Gelukkig hebben we onlangs een speciaal soort krijtje ontdekt waar mieren niet overheen willen. Zo hopen we het waterkokerwater ook miervrij te kunnen houden.

Terug naar War of the Worlds nu. Wie het verhaal kent, heeft misschien al een beetje een idee waar de link met de mieren zit. Voor wie het niet kent even een korte samenvatting: De aarde wordt aangevallen door marsbewoners. Hun planeet is ouder dan de onze, de natuurlijke bronnen raken op en hij wordt te klein voor de groeiende bevolking, dus ze zoeken naar alternatieve woonplekken. Ze hebben de aarde uitgebreid bestudeerd en bekeken wat ze nodig hebben om die over te nemen. En met hun geavanceerde wapens lukt ze dat in korte tijd. Maar dan gaat er ineens eentje dood. En nog een en zo verder totdat ze allemaal het loodje gelegd hebben. Er blijkt op de aarde iets te zijn wat ze vanaf Mars niet hebben kunnen waarnemen: micro-organismen.

H.G. Wells was een ziener. Er zijn mensen die in War of the Worlds kritiek op het koloniale handelen van de toenmalige grootmachten lezen. En die zouden best gelijk kunnen hebben. Naast allerlei technologische voorspellingen, van ruimtereizen en laserstralen tot internet en de atoombom, beschreef hij ook samenlevingsvormen die recht doen aan alle mensen. Veel elementen uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn terug te vinden in brieven en boeken van Wells.

Als ik die mieren hier weer eens massaal zie oprukken, denk ik wel eens dat we als mensen dezelfde fouten maken als de marsbewoners. We brengen de gevolgen van de klimaatverandering in kaart, voorspellen zeeniveaustijgingen en denken over hoe we die de baas kunnen. En intussen tieren de mieren en andere (hele) kleine beestjes welig en nemen die uiteindelijk de boel over. Geen prettig vooruitzicht, maar als het alternatief bestaat uit types als Musk, Altman en Zuckerberg, misschien toch zo slecht nog niet. 

(Boeken van H.G. Wells zijn nog volop te koop. De muziek van Jeff Wayne is te vinden op spotify en youtube (met helaas af en toe reclame tussen door) https://youtube.com/playlist?list=PLpszlaVYHIX5kr_6smN7YCGi_yu-mMiuA&si=IyZZ4Ndlauo2GW8H)


Boom met jurkje

In mijn vorige blog schreef ik onder meer hoe hier in Thailand een boom soms een jurkje aan krijgt. Onze goede vriendin Carin, die regelmatig in Thailand komt om haar vader (en ons) te bezoeken, herinnerde me eraan waarom dat ook al weer nodig is. Het gaat om fruitbomen waarvan mannelijke en vrouwelijke varianten bestaan, die elkaar (en insecten) nodig hebben om vruchten te maken. Als dat maar steeds niet lukt, kan een oorzaak zijn dat de vrouwelijke boom niet beseft dat ze een vrouw is, en dat ze daardoor dus vergeet om vruchten te maken. Door haar een jurkje aan te trekken, wordt ze eraan herinnerd dat ze vrouwelijk is. "Ik heb uit betrouwbare bron vernomen dat het werkt," schrijft Carin. Carin was jarenlang mijn steun en toeverlaat in de uitgeverij, en is voor mij zodoende de meest betrouwbare bron die je je kunt wensen. Dus ook ik twijfel er niet aan dat het werkt. 

03 april 2026

Uit het archief.

De smog houdt ons nog wel een aantal dagen binnen. Met de twijfelachtige eer voor Chiang Mai om op de eerste plaats te staan van de door IQ Air live bijgehouden lijst van meest vervuilde steden ter wereld, en met de heetste maanden voor de deur, verwachten we dat dat nog wel even zo blijft. Het is dat Lampang niet in het overzicht van IQ Air voorkomt, anders hadden "wij" ruimschoots gewonnen. Niet iets om trots op te zijn.

Air Quality Index van 614

We ontkomen er niet aan ons aan de smog bloot te stellen. Ons hele leven is ingericht op buiten zijn. Een deel van de beplanting in de tuin moet dagelijks water hebben, de vogels, kippen, schildpadden, eekhoorn, vissen en honden moeten eten en voor onszelf moet er ook af en toe wat in huis gehaald worden. Dan gaat het mondmasker voor, (waarvan we ons serieus afvragen of dat de fijnstofdeeltjes echt wel zo goed tegenhoudt, of dat het slechts de illusie van bescherming biedt,) en wagen we ons zo kort als noodzakelijk in de dikke deken die over het land hangt.

Er hangt een dikke smogdeken over het land

Oplettende lezertjes weten dat ons huisje zelf nog geen 20 vierkante meter meet, grotendeels gevuld met een efficiënte bed-bureaucombinatie en een aantal kasten. Wat zelfs oplettende lezertjes niet weten is, dat ik in mijn telefoon een lijstje bijhoud van dingen die gebeuren en misschien wel eens in een blog beschreven zouden kunnen worden. Dat dat niet altijd gebeurt komt doordat ik altijd wel een samenhangend verhaal probeer te schrijven, met kop en kont, en bruggetjes tussen de onderwerpen (die er soms misschien wat met de haren bijgesleept zijn, maar er niettemin wel zijn). Nu ik (bruggetje) "veroordeeld" ben tot een verblijf op die 20 vierkante meter, is het een mooi moment om dat lijstje eens door te lopen en er zonder kop of staart een aantal verhalen uit te pikken. Komen ze.

Moordlustig

In het algemeen ben ik een vredelievend tiepje. Zelfs in de huidige wereldsituatie zou ik als ik in dienst zou moeten, wederom weigeren. Geweld mag dan misschien onvermijdelijk zijn, maar ik doe er niet aan mee. Tenminste... er zijn wezens die zelfs in mij instant moordlust oproepen. De mieren, die met honderden over mijn lijf krioelen als ik een struik probeer te snoeien. De muggen, die niet alleen irritant zijn, maar ook de ranglijst aanvoeren van dieren die meeste dodelijke menselijke slachtoffers per jaar veroorzaken, met zowat 2 keer zo veel "moorden" als mensen onderling. (Hoewel ik ter verdediging van de muggen wel op moet merken dat als we de jaarlijkse verkeersslachtoffers wereldwijd meetellen (en waarom zouden we dat niet doen? Het zijn weliswaar onbedoelde slachtoffers, maar muggen zijn er ook niet doelbewust op uit om me met Dengue of Malaria te besmetten) we zelf de onbetwiste nummer 1 zouden zijn.) Op ruime afstand volgen dan de slangen op de 3e plaats.

Maar muggen en mieren sla ik toch vooral van me af omdat ze irritant zijn, en door het verschil in kracht en grootte betekent dat nu eenmaal dat ze vaak het loodje leggen. De echte moordlust wordt opgewekt door de takaab, ofwel de reuzeduizendpoot. Die snel krioelende rotzak heeft een beet die beschouwd wordt als een van de meest pijnlijke die er zijn. Waar ik slangen nog met respect en fascinatie kan bekijken, van een afstandje uiteraard, leidt de aanblik van een takaab als ik een steen optil, of een plaat verschuif, tot een waas voor de ogen en het ogenblikkelijk inhakken met wat ik toevallig maar voor handen heb. Meestal tevergeefs. Als de takaab op de grond loopt graaft hij zich in voordat ik hem goed heb kunnen raken, mij achterlatend in de onaangename wetenschap dat er dus weer eentje in de buurt zit.

Echte confrontaties heb ik gelukkig maar weinig gehad. Er bleek er een keer eentje in mijn shirt te zitten, maar die vond me gelukkig niet lekker genoeg om in te bijten. Die ene keer dat ik mijn werkhandschoenen niet eerst controleerde voordat ik ze aantrok, zat er een in de rechter ringvinger, maar ik trok zo snel terug toen ik wat voelde, dat hij niet door kon bijten. Niettemin heb ik dat de hele dag nog goed gevoeld, maar wellicht zat dat ook wel tussen mijn oren.

Eén keer voelde ik iets kriebelen toen ik 's nachts naar de wc geweest was en in bed stapte. Ik schoot weer overeind, deed het lampje van mijn telefoon aan en zag mijn vrees bevestigd worden: een takaab. Snel drukte ik mijn telefoon zo hard mogelijk dwars over het beest. Hadden we zoals alle Thai een matras met de hardheid van teakhout gehad, dan was dat afdoende geweest, maar op ons zachte westerlingenbedje hield ik het beest weliswaar op zijn plaats, maar meer ook niet. Om hem echt te kunnen uitschakelen moest ik een tang of zoiets zien te pakken, maar om een tang te pakken moest ik mijn telefoon optillen en het beest bij de slapende Mieke in bed laten. Er was maar één optie over: Mieke wakker maken. Toen ze me met de takaab onder mijn telefoon zag staan, was ze meteen goed wakker ook. Waarna de combinatietang weer een nieuwe toepassing aan de combinatie van mogelijkheden die je ermee hebt kon bijschrijven. 

Tja, je kan nóg zo geweldloos zijn, soms wordt je er gewoon in meegesleurd. Mea culpa, takaab.

Sorry, we hebben alleen ijskoffie

Na dit gruwelijke verhaal nu een wat luchtiger TiT-verhaaltje. TiT staat voor This is Thailand en is een gangbare term voor situaties waar "wij" ons over kunnen verbazen, omdat de logica ons volledig ontgaat, terwijl "zij" het de normaalst zaak van de wereld vinden.

Het aantal coffeeshops in Thailand is gigantisch. Niet alleen in steden, maar op de meest afgelegen plekken kom je trendy coffeeshops tegen. In tegenstelling tot in Nederland, verkopen ze daar ook gewoon koffie. Cannabis is ook wel te krijgen maar de shop die dat verkoopt heet gewoon cannabisshop. Het is niet altijd zo dat onze logica logischer is dan de hunne. Er zijn vele koffievariaties verkrijgbaar. Vooral de ijskoffies zijn er in talloze varianten, zoals koffie met sinaasappel, koffie met kokos en zelfs koffie met avocado. Vaak zijn ze helaas veel te zoet, maar op zich zijn die mixjes vaak verrassend lekker.

Soms laten we ons verleiden tot een americano naam som yen (koude sinaasappelkoffie), maar vandaag willen we toch een gewone americano ron, een warme zwarte koffie. "Mai mie," is de reactie als we dat bestellen. We kijken elkaar verbaasd aan. Mai mie? Gewone zwarte koffie mai mie? In een coffeeshop? We proberen het nog een keer, maar nee, ze verkopen alleen kaffae yen, ijskoffie. We hebben veel zin in zwarte koffie, dus bestellen we maar de koude variant. 

De medewerkster gaat aan de slag, met de luxe koffiezetmachine die achter haar staat. De bonen worden gemalen en er pruttelt en stoomt van alles. Intussen schept ze twee grote bekers vol met ijsblokjes. Dan stromen de twee kopjes die ze onder de machine gezet heeft langzaam vol met hete koffie. Het zal toch niet waar zijn he? Jawel, het is waar. De hete koffie wordt uit de kopjes in de bekers met ijsklontjes gegooid. Rietje erin. Voilá, twee americano yen. 

Uitzonderlijk? Nee hoor. We aten met vrienden in een van de luxere restaurants van Lampang, waar we bij bijzondere gelegenheden wel eens heen gaan. Er was nog wat ruimte in onze magen, dus we bestelden een affogato als toetje. Dat is een bolletje ijs met een klein kannetje hele sterke koffie erbij. Als het geserveerd is, kiep je de koffie over je ijsje en heb je een lekker toetje. Maar een van onze vrienden hoefde de koffie niet en wilde alleen een bolletje ijs. Je raadt het al: "mai mie." Wederom verbazing, maarja, TiT. Onze vriend probeerde het nog door te zeggen dat hij geen korting hoefde, maar gewoon alleen zin had in ijs, maar de bediening was onverbiddelijk. Uiteindelijk besloot hij dan toch maar een affogato te bestellen. Toen dat even later werd afgeleverd, vertelde de bediening dat het geen probleem was als hij geen koffie wilde; dan kon hij het kannetje gewoon vol laten staan. Een waarlijk klantgericht staaltje service, dat moet ik zeggen.

Bushokje

Voordat we nu alleen maar gaan lachen om die rare Thai, wil ik dit ook nog wel even kwijt. Waar de weg uit het dorp uitkomt op de hoofdweg naar Lampang is een bushokje. Daar zitten zelden mensen op de bus te wachten. Wel zitten er vaak mensen even wat te drinken of te eten; meestal werkers of bezorgers die onderweg zijn en even pauzeren. En zo af en toe staan er ook dozen of tassen in, zonder dat er verder iemand bij is. Die zijn er dan door de chauffeur van een bus(je) neergezet. Je kan hier in Thailand ook pakketjes met de bus sturen. Je geeft dan adres en telefoonnummer door van degene waar het heen moet, en die wordt dan gebeld wanneer het aankomt en kan het dan op het busstation ophalen. Maar je kan ook vragen het bij een bepaald bushokje neer te zetten. Soms staat het daar gewoon een tijdje voordat het wordt opgehaald. En als de geadresseerde uiteindelijk komt, staat het er nog steeds. Niemand haalt het in zijn hoofd het mee te nemen. Ook This is Thailand.

Gestrande trein

Dan een oud bericht uit de Nederlandse pers. Reiziger zaten uren in een gestrande trein omdat er geen "evacuatietrein" beschikbaar was. Probeer dat hier maar eens uit te leggen. Je kunt hier de deur van een trein gewoon zelf open doen. En je hebt toch geen perron nodig om in of uit een trein te stappen? Op het stationnetje Hang Chat, waar 2 treinen per dag stoppen, lukt het regelmatig niet om die langs het enige perron te krijgen. De trein stopt dan gewoon op het spoor dat niet langs het perron loopt en de uitstappers sjokken door het grind naar het perron, en klimmen er op. Gelukkig zijn die perrons hier wel een stuk lager dan in Nederland.

In de stad Lampang is ook maar één perron. Het traject van Bangkok naar Chiang Mai is grotendeels enkel spoor. Alleen op de stations kunnen tegemoetkomende treinen elkaar passeren. In Lampang zou de ene trein moeten vertrekken vlak voordat de andere aankomt. Dan past het precies op het korte stukje dubbel spoor. Maar vaak lukt dat niet door vertragingen. Dan staat de ene trein nog langs het perron als de andere binnenkomt. Die stopt dan een spoor verderop. De passagiers stappen uit de net aangekomen trein, klimmen dan in de wachtende trein, die de deuren aan beide zijden open heeft, en stappen vanuit daar op het perron. Gelukkig is het hier een heel ritueel met fluitjes en vlaggen voordat een trein kan vertrekken, dus je hoeft niet bang te zijn dat de deuren plotseling sluiten en je mee de verkeerde kant op gaat.

Meisje

Wisten jullie trouwens dat ze hier soms een boom een jurkje aantrekken, omdat die anders niet weet dat ze een meisje is? Waarom ze dat zou moeten weten (en waarom dan niet de helft van de bomen een jurk draagt) is me niet zo duidelijk, en ik weet ook niet of er zoiets als ladyboybomen bestaan en of die dan ook een jurkje aan krijgen.

Gratis drankje

We hebben een klein koelkastje voor het gastenhuisje gekocht bij de bouwmarkt en de caissière straalt helemaal als ze ons iets vertelt. Maar we snappen het nog niet precies. Tot het langzaam begint te dagen: "Flie sjokomin saam kew". We komen in aanmerking voor 3 gratis bekers "sjokomin." Sjoko, dat denken we wel te snappen. Een drankje met chocola, schatten we in. Dan zien we bij de coffee corner een reclameposter met een felgekleurd drankje en het Thaise woord voor free. En meteen valt het kwartje: min is de Thaise manier om mint uit te spreken. Een chocolade-pepermuntdrankje, hoogstwaarschijnlijk mierzoet. Mieke houdt er sowieso niet van; ik wil vooral uit beleefdheid er wel eentje proeven. Dus we proberen duidelijk te maken dat we er maar één hoeven. Maar daar willen ze echt niks van weten. Kom nou zeg, we hebben recht op drie, dus we zullen er drie krijgen ook. 

Zoals altijd duurt het een eeuwigheid, en dat is lang als je op iets moet wachten wat je eigenlijk niet wilt. Al die tijd staan er twee medewerksters van de bouwmarkt bij ons karretje met het net aangeschafte koelkastje. Na een minuut of 10 zijn de drankjes klaar en mogen we weg. Ik probeer twee van de drie bekers aan medewerkers te geven die ons geholpen hebben met uitkiezen, maar die willen daar niks van weten. De bouwmarktmeisjes duwen ons karretje voor ons en zetten het koelkastje in de achterbak van de pickup, terwijl ik mijn tas en drie bekers sjokomin zonder morsen bij de auto te krijgen. Ik probeer nog een keer van de twee extra bekers af te komen, maar dat wordt wederom geweigerd. Tot ik duidelijk weet te maken dat Mieke echt niet van sjokomin houdt en dat voor mij eentje echt wel genoeg is en we ze anders weg moeten gooien.

Het is echt een balanceer-act. Zo'n flie drankje weigeren is onbeleefd, maar als je er een goede reden voor hebt, mag het gelukkig wel. En de medewerksters mogen het ook alleen maar aannemen als er een goede reden voor is. Weer wat geleerd.

Ratelband

Okee, nog eentje dan. Al een paar jaar staat er "Ratelband" op mijn lijstje. Ik moest even diep in mijn geheugen graven, maar de reden kwam uiteindelijk bovenborrelen. In de Nederlandse pers waren verhalen verschenen waarin hij aankondigde naar Thailand te verhuizen. Ik kon me voorstellen dat dat als verontrustend nieuws kon worden beschouwd en dat een geruststellende blog gewaardeerd zou worden. Het is er nooit van gekomen. Van zo'n blog, bedoel ik. Maar voor degenen die er al die jaren wakker van hebben gelegen is er goed nieuws: hij zou zich gaan vestigen in Hua Hin, en dat is 900 kilometer hier vandaan. Wij zitten dus buiten de gevarenzone. Of hij er inmiddels echt woont? Geen idee.

Hua Hin, 2020
Hua Hin, 2020