Ik moet tegenwoordig vaak aan War of the Worlds denken. Niet aan de volslagen belachelijke Spielberg-film uit 2005, die volkomen voorbij gaat aan het verhaal en waarin de halve wereld sneuvelt, maar er toch een happy end is omdat Tom Cruise zijn gezin weet te redden. Ook niet aan de meesterlijke muzikale versie van Jeff Wayne uit 1978, een van de grijs gedraaide albums uit mijn verzameling vinyl, hoewel het (voor mij) onmogelijk is om aan War of the Worlds te denken zónder die muziek weer te horen. Zelfs niet aan de hoorspelversie uit 1938, die naar verluidt tot paniek leidde omdat radioluisteraars dachten dat er werkelijk een invasie van marsbewoners aan de gang was. Nee, gewoon aan het boek van H.G. Wells, waarvan de eerste druk al in 1898 verscheen.
De reden waarom ik er aan denk zal je verbazen. Niet Poetin, Trump, Netanyahu, Khamenei, Hemdti, Al Burhan, Aung Hlaing, Al Shahaab, Makenga, Al Houthi, Zardari, Modi, of een van de vele andere oorlogszuchtige types, maar mieren. En de reden dat ik er vaak aan denk, ligt dan weer erg voor de hand: er zijn er meer dan ooit. En ze zitten werkelijk overal.
Soms kunnen we het onszelf verwijten. Ik snij een sappige verse mango voor door het ontbijt, en leg een klein stukje op een schaaltje voor Nutsy, de witte eekhoorn. Dat vergeten we vervolgens te geven en na een tijdje is het oranje van de mango verstopt achter het zwart van de mieren. Of we laten na de koffie een schoteltje op tafel staan, waar een "The Amsterdam Way Stroopwafel, Original from Holland" op gelegen heeft. De kruimeltjes die willen de mieren natuurlijk ook wel eens proberen. Eigen schuld dus, dat ze daar op afkomen.
Maar waarom moeten ze met honderden onder het afwassponsje zitten? Met duizenden onder het kussen van een stoel in de tuin waar we net op zijn gaan zitten? Met tienduizenden in de cashewnotenboom? En waarom moeten ze zo nodig bijten? Dat betekent gegarandeerd hun doodvonnis. Na nachtelijk toiletbezoek lift er wel eens eentje mee het bed in. Daar hebben we eigenlijk helemaal geen last van. Tot ie gaat bijten. Dat is niet eens zo zeer pijnlijk, als wel vreselijk irritant. Vooral omdat ze een voorkeur hebben voor knieholtes, ruimte tussen de tenen en oksels (alledrie). Automatisch gaat je vinger naar de gebeten plek en daar is de strijd ongelijk en delft de mier het onderspit.
Bij het werken in de tuin geven we ons er inmiddels noodgedwongen maar aan over. Je snoeit een boom, je raapt vruchten, je duwt even een blad opzij om te zien hoe de jackfruit erbij hangt, je gooit snoeihout in de kruiwagen... het maakt niet uit wat je doet; zodra je iets aanraakt zit je hand onder de mieren. Als je geluk hebt tenminste. Ze kunnen ook een opmars langs je benen omhoog inzetten en zodra ze niet meer verder kunnen hun frustratie uiten door te gaan bijten. Het beeld van vreemd springende mopperende buitenlanders die met hun handen onder jurk of lungi onbestemde bewegingen uitvoeren, moet voor de buren hilarisch zijn, maar wij delen die kwalificatie niet.
Natuurlijk proberen we er wat aan te doen. Zo staat bijvoorbeeld de fles met honing in een kommetje met water. Een slimme oplossing, nadat gebleken was dat een draaidop geen afdoende middel is om mieren te beletten de fles in te gaan. Nu, in de droge tijd, is zelfs de kan met drinkwater niet veilig. Elke keer als we een glaasje water wilden inschenken kwam er een lading mieren mee. Dus ook die kan staat nu in het water. Waarin dan iedere dag wel de nodige mieren verdrinken. Het zij zo; miervriendelijker dan dit kunnen we het niet maken.
De drang naar het water is echter zo groot, dat de beestjes zich de afgelopen nacht massaal op de waterkoker gericht hebben. Met als resultaat dat er vanmorgen tientallen verdronken mieren in het water lagen. Maar ja, een waterkoker kan je niet in het water zetten. Gelukkig hebben we onlangs een speciaal soort krijtje ontdekt waar mieren niet overheen willen. Zo hopen we het waterkokerwater ook miervrij te kunnen houden.
Terug naar War of the Worlds nu. Wie het verhaal kent, heeft misschien al een beetje een idee waar de link met de mieren zit. Voor wie het niet kent even een korte samenvatting: De aarde wordt aangevallen door marsbewoners. Hun planeet is ouder dan de onze, de natuurlijke bronnen raken op en hij wordt te klein voor de groeiende bevolking, dus ze zoeken naar alternatieve woonplekken. Ze hebben de aarde uitgebreid bestudeerd en bekeken wat ze nodig hebben om die over te nemen. En met hun geavanceerde wapens lukt ze dat in korte tijd. Maar dan gaat er ineens eentje dood. En nog een en zo verder totdat ze allemaal het loodje gelegd hebben. Er blijkt op de aarde iets te zijn wat ze vanaf Mars niet hebben kunnen waarnemen: micro-organismen.
H.G. Wells was een ziener. Er zijn mensen die in War of the Worlds kritiek op het koloniale handelen van de toenmalige grootmachten lezen. En die zouden best gelijk kunnen hebben. Naast allerlei technologische voorspellingen, van ruimtereizen en laserstralen tot internet en de atoombom, beschreef hij ook samenlevingsvormen die recht doen aan alle mensen. Veel elementen uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn terug te vinden in brieven en boeken van Wells.
Als ik die mieren hier weer eens massaal zie oprukken, denk ik wel eens dat we als mensen dezelfde fouten maken als de marsbewoners. We brengen de gevolgen van de klimaatverandering in kaart, voorspellen zeeniveaustijgingen en denken over hoe we die de baas kunnen. En intussen tieren de mieren en andere (hele) kleine beestjes welig en nemen die uiteindelijk de boel over. Geen prettig vooruitzicht, maar als het alternatief bestaat uit types als Musk, Altman en Zuckerberg, misschien toch zo slecht nog niet.
(Boeken van H.G. Wells zijn nog volop te koop. De muziek van Jeff Wayne is te vinden op spotify en youtube (met helaas af en toe reclame tussen door) https://youtube.com/playlist?list=PLpszlaVYHIX5kr_6smN7YCGi_yu-mMiuA&si=IyZZ4Ndlauo2GW8H)
Boom met jurkje
In mijn vorige blog schreef ik onder meer hoe hier in Thailand een boom soms een jurkje aan krijgt. Onze goede vriendin Carin, die regelmatig in Thailand komt om haar vader (en ons) te bezoeken, herinnerde me eraan waarom dat ook al weer nodig is. Het gaat om fruitbomen waarvan mannelijke en vrouwelijke varianten bestaan, die elkaar (en insecten) nodig hebben om vruchten te maken. Als dat maar steeds niet lukt, kan een oorzaak zijn dat de vrouwelijke boom niet beseft dat ze een vrouw is, en dat ze daardoor dus vergeet om vruchten te maken. Door haar een jurkje aan te trekken, wordt ze eraan herinnerd dat ze vrouwelijk is. "Ik heb uit betrouwbare bron vernomen dat het werkt," schrijft Carin. Carin was jarenlang mijn steun en toeverlaat in de uitgeverij, en is voor mij zodoende de meest betrouwbare bron die je je kunt wensen. Dus ook ik twijfel er niet aan dat het werkt.




