16 december 2018

Fietsen om 30 minuten na de gong

"Khun Frenk! Khun Frenk!..." Buurman Toey staat aan de poort te roepen. Khun (spreek uit als khoen, waarbij je een klein beetje lucht uitblaast na de k) is het Thaise woord dat aangeeft dat je het over personen hebt. Je noemt iemand nooit zo maar bij de naam, maar zet er altijd khun voor. Je zou denken dat ik dan dus ook khun Toey had moeten schrijven. Op zich is dat goed gedacht, ware het niet dat Toey al een wat oudere man is, en dan word je lung, een aanduiding die meer respect uitstraalt en overigens ook oom betekent. Er was wat verwarring in het dorp toen bleek dat ik ouder ben dan Toey. Ik zie er blijkbaar nog jeugdig uit. Iedereen had me altijd khun Frenk genoemd (François is echt onuitspreekbaar voor de Thai dus ik heb het maar wat simpeler gemaakt) en ineens bleek dat ik eigenlijk al in aanmerking kwam om als lung door het leven te gaan. Er werd wat lacherig over gedaan en omdat ik prima kan leven met khun blijf ik vooralsnog khun Frenk. Het respect dat bij lung hoort moet ik denk ik nog verdienen. Mieke is ook een lastig uit te spreken naam, dus die gaat hier door het leven als khun Mik. Mijn zoon is khun Coen: dat is een makkie om uit te spreken, maar ze vinden dat wel heel apart. Ik kijk al uit naar mei 2019, wanneer ik mijn dochter khun Isabelle Renate mag introduceren. Benieuwd wat daar van gemaakt gaat worden.

Lung Toey is inmiddels de poort binnengelopen en ik loop hem tegemoet. "Tomollow you จักรยาน?" vraagt hij, ondertussen een weide cirkel met zijn arm makend. Ik probeer hem te begrijpen, maar dat lukt me nog niet helemaal. Hij kan haast geen thatjaa (gras maaien)  bedoelen, want we zitten in de droge tijd en het gras groeit nauwelijks. Bovendien klinkt จักรยาน niet als thatjaa. "Tomollow mohning you me จักรยาน" probeert hij nog eens, nu met twee handen een fietsbeweging makend. Nu valt het kwartje. จักรยาน = djakriaan = fiets. Of ik morgen mee wil gaan fietsen. Ik probeer duidelijk te krijgen of het om een lange tocht gaat, en of er meer mensen meefietsen. Voor zover ik het nu goed begrijp gaat het om een samen te fietsen rondje. Ik stem toe en we spreken af om 30 minuten na de ochtendgong. In de Thaise spreektaal wordt nog vaak de traditionele tijdsaanduiding toegepast, die gebaseerd is op de dagindeling van Boeddhistische monniken. 6 uur 's morgens wordt er op een gong geslagen (moong chao). 7 uur is dan nung moong chao, ofwel 1 uur na de gong. Om 13:00 uur slaat er weer een gong (baay moong) en om 19:00 uur is het een trommelslag (thoeng). Om 1 uur 's nachts is het een bel (thie) die de tijd aangeeft. Het is even rekenen, maar 30 minuten na moong chao is dus half zeven. Gelukkig is de officiële tijdsaanduiding hier "gewoon" dezelfde 24-uursklok die wij gebruiken.


De volgende morgen om half zeven fiets ik op mijn kinderfiets-voor-volwassenen de poort uit, waar lung Toey al staat te wachten. Hij zet er op zijn oude barrel flink de sokken in. Ik heb geen idee of dat zijn gebruikelijke fietstempo is. De meeste Thai fietsen namelijk met een gangetje waarbij ze net niet omvallen. Misschien probeert hij die lange farang uit. Die laat dat echter niet gebeuren. Bij de meeste dingen die met spierkracht en conditie te maken hebben zal ik het zeker tegen hem moeten afleggen. Ik zie me de grote balen gras die hij op zijn schouder neemt nog niet dragen en over het graven van een gat om een struik te planten doe ik 4 keer zo lang. Maar fietsen, dat gaat me nog steeds prima af. Ik kan dus redelijk ontspannen naast hem blijven rijden en probeer zo goed en zo kwaad als het kan wat gesprekjes. Zo weet ik nu de namen van de dorpen waar we door kwamen, en de beroepen van een paar mensen die we tegenkwamen. Althans, die wist ik. Als je de lung-leeftijd eenmaal hebt bereikt doet het kortetermijngeheugen het niet meer zo goed als wanneer je nog khun bent.


Om die mensen die we tegenkomen lijkt het vooral te gaan. Toey zwaait ze uitbundig toe en roept ook het een en ander waarvan ik niks begrijp. Maar dat de lange farang en de daarnaast fietsende kleine Thai opzien baren is duidelijk evenals dat Toey daarvan geniet. Dat doe ik trouwens ook.

Toey's tempo zakt intussen wat terug en heel erg vind ik dat niet. Op mijn kinderfiets-voor-volwassenen zit ik in een allerminst comfortabele fietshouding en bovendien doet de versnelling het niet. Hoewel, dat is niet helemaal waar: hij doet het half. Toen ik de fiets kocht stond hij in zijn 2. Op een stukje weg waar het omlaag ging schakelde ik soepeltjes door, tot ik ontdekte dat het ding wel opschakelde, maar dat terugschakelen er niet bij was. Sindsdien fiets ik in zijn 5. In Thailand is het nu eenmaal niet vanzelfsprekend dat iets doet of blijft doen wat het moet doen. Ook dat went.

In het gebruikelijke Thaise tempo, dus net niet omvallend, bereiken we onze Baan Din weer. "Tomorrow we djakriaan?" vraagt Toey. "Proengnie phom lae khun Mik Chiang Mai" koeterwaalthai ik. Hij snapt dat Mieke en ik de volgende dag naar Chiang Mai gaan, maar vindt dat we dan best eerst nog kunnen fietsen. Ik wil dat wel af en toe doen, maar niet iedere dag. De vroege ochtend is namelijk ook de beste tijd voor werk in en om het huis. Op geheel Thaise wijze houd ik het daarom maar op "misschien".

De volgende ochtend regent het. Net zoals het in de regentijd best een paar dagen droog kan zijn, kan er in de droge tijd zo nu en dan een bui vallen of zelfs een druilerige dag voorkomen. Om 30 minuten na de gong regent het nog steeds en is er nog geen Toey te zien en ook om nung moong chao blijft het stil aan de poort. Om song moong chao, 2 uur na de ochtendgong, vertrekken we richting Chiang Mai. Gered door de regen.

08 december 2018

Huisdieren

Het blijft een vreemde gewaarwording: 6 december en ik sta 's avonds om 8 uur te douchen onder een imposante sterrenhemel. Er brandt maar een klein lichtje in de badkamer, zodat de sterren optimaal tot hun recht komen.

(Douche-foto's zijn alleen zichtbaar voor Premium Members.
Upgrade nu om de foto's te kunnen zien.)

Ineens merk ik dat ik niet alleen ben. Er klinken geluidjes uit de richting van de wastafel. Ik zet de douche uit en kijk naar de plek waar het geluid vandaan komt. Niks te zien. Een 2 watt ledlampje (we moeten zuinig zijn als de zon niet schijnt, want de opslag van zonne-energie in de accu's is beperkt) levert ook niet al te veel licht. Met de zaklantaarn erbij is de veroorzaker snel gevonden. Er zit een kikkertje in de gieter. Dat is niet voor het eerst. Een tijdje geleden kwam dat zelfs dagelijks voor. De design vormgeving is blijkbaar aantrekkelijk voor kikkers, maar als ze er eenmaal in zitten, kunnen ze er niet meer uit.

Ik keer de gieter om boven de grond; de kikker springt eruit. Een bedankje kan er niet vanaf. Hij hopt naar de muur en begint daar tegenop te klimmen. Voordat de kikkers onze gieter ontdekten heb ik nooit geweten dat ze recht tegen muren omhoog kunnen klimmen. Ik ga maar eens op mijn gemak op de pot zitten (foto's zijn alleen.... nouja, laat maar) om de vorderingen te kunnen volgen. Halverwege de muur blijft de kikker een tijdje zitten. Dan besluit ie dat het beneden toch beter was en daalt hij weer af. Dat doet hij heel grappig, zonder zich om te draaien. Zijn kop blijft bovenaan.



De kikkers zijn niet de enige huisdieren hier. Als ik de insecten en spinnen voor het gemak even niet meetel, en de sociale wesp, de urntjeswesp, de yellow spotted keelback en andere beessies die al in eerdere blogs voorbij gekomen zijn ook oversla, blijft er nog een aantal opvallende huisgenoten over. Zo zag ik bij een eerder badkamerbezoek een rat snake (ik weet de Nederlandse naam zo gauw niet) lekker lui liggen zonnen op een van de schapjes tegen de muur. Het is een flinke jongen, van zo'n 2 meter lang, maar niet gevaarlijk. De Thai schijnen hem als delicatesse te beschouwen. Het dier wachtte niet tot ik mijn camera gepakt had, maar ging er als een haas vandoor.

Rat snake in de tuin van de buren in Nang Lae

Hardnekkiger was de wat kleinere slang die zich in het enige kastje dat we uit Nederland hebben meegenomen genesteld had. We kwamen hem op het spoor toen Mieke wat kleding verschoof en er ineens een complete slangenhuid uit viel. Er had zich dus een slang zitten vervellen, maar een snelle inspectie leverde verder niets op. De volgende ochtend, bij goed licht, ben ik voorzichtig het kastje leeg gaan pakken en bleek hij er toch nog te bivakkeren. Met een lange stok en de nodige moeite hebben we hem weten te bewegen elders woonruimte te zoeken. Het bleek uiteindelijk om een ongevaarlijke regenboogslang te gaan. Maar daar kwamen we pas achter nadat we hem tot verhuizen hadden bewogen.


De bewoner die hier het langst zit is de toekeh. Tijdens de bouw liet hij zich al gelden door gaten te bijten in de net opgestapelde zakken met rijstkaf, die de basis voor de muren vormen. Nadat de klei- en leemlagen waren aangebracht was dat feest voor hem over, maar blijkbaar was ons earth-house aantrekkelijk genoeg om te blijven wonen. Toen we er zelf bij introkken heeft hij een nacht heftig geprotesteerd door om het half uur luidkeels te toekeh'en, maar daarna heeft hij zich erbij neergelegd.


Vorige week hebben we een kleine reorganisatie in de kastenwand waar hij achter woont doorgevoerd, zodat we een nieuwe vaas die we op de kop getikt hadden een beetje prominent konden neerzetten. Wat blijkt: toekehs houden niet van verandering. Er volgde weer een verstoorde nacht. Het verhaal gaat dat hoe vaker een toekeh toekeh zegt, hoe meer geluk je in het leven hebt. Een gemiddelde toekeh toekeht per sessie 4 of 5 keer. Onze huisgenoot haalde echter enkele keren de 10. Kijk, dan heeft zo'n nachtrustverstoring toch nog zin. Ons geluk kan niet meer op. Bovendien vangt hij van alles wat we liever niet in huis zien, zoals muggen, spinnen en kleine slangen. Wij houden van onze toekeh. Zijn partner heeft onlangs twee eitjes op het kozijn naast onze voordeur geplakt, dus misschien maken we nog wel gezinsuitbreiding mee.


Buitenshuis woont veel vliegend spul. De myna's zijn altijd nadrukkelijk aanwezig, maar er zitten veel meer voor ons bijzondere vogels rond het huis. Tijdens het ontbijt komen meestal de ijsvogels vissen in onze vijver en de kleine zwarte bushchat zoekt heel vaak een stok of takje vlak bij ons in de buurt.

Bushchat in de rijst

In een pas geplante struik hebben wevers een nest gebouwd. En we hebben al een paar keer een hop over zien vliegen, maar nog geen kans gezien om deze ergens stil te zien zitten.
Het grootste vliegende spektakel komt van de ooievaars. De Indische Gaper is een kleine ooievaar, die vooral opvalt doordat er een klein gat gaapt tussen de snavelhelften. Dat schijnt het eten van slakken gemakkelijker te maken. De gapers vliegen meestal in enorme groepen en laten zich dan lekker op de termiek rondzweven. Soms landen ze in een weiland, om slakken te pikken en dan op een gegeven moment ook weer allemaal tegelijk op te vliegen.


En dan zijn er natuurlijk nog de vlinders en rupsen. Daarbij hebben we wat gemengde gevoelens. Want hoewel niet alleen de vlinders, maar ook de rupsen vaak schitterend mooi zijn, zijn die laatsten ook ongegeneerd hongerig. De knappe jongen hieronder had in één nacht een mooi struikje helemaal kaal gevreten. Dat vonden we een minder geslaagde actie.

Rups van de Ligusterpijlstaart

Gisteren zag ik een prachtige, nog nooit eerder geziene vlinder op de regenpijp zitten. Ik liep er voorzichtig heen om het beest wat beter te kunnen bekijken. Hij bleef gewoon zitten. Ik riep Mieke om snel te komen kijken en ze kwam meteen aangerend. In plaats van de camera te pakken schoot ze onbedaarlijk in de lach. Ze bleek een soort 3D-stickers van vlinders gekocht te hebben, en een ervan zat ik nu te bestuderen. Nouja, die laat de planten tenminste heel.