31 december 2025

Tegeltjeswijsheid

Mijn levensjaartelling loopt vrijwel gelijk met de kalenderjaartelling. Traditiegetrouw wordt mijn verjaardag afgesloten met vuurwerk. Uiteraard heb ik er alle begrip voor dat, nu ik al 9 jaar uit Nederland weg ben, er een einde aan die traditie komt. Wat blijft is het mijmeren over het afgelopen jaar en het vooruit kijken naar wat komen gaat. 

Nu ben ik van het terug- noch vooruitkijken. In de tijd dat ik het nog belangrijk vond om mijn (volgens mijzelf) goede smaak te etaleren, maakte ik wel jaarlijstjes van favoriete elpees, boeken en films. Maar ik ben me later gaan realiseren dat dat soort lijstjes alleen maar interessant is voor jezelf. Vandaag de dag zijn ze, zoals bijna alles, gekaapt door marketeers die er bezoekers aan websites of lezers van kranten en tijdschriften mee proberen te lokken. Om elkaar de loef af te steken, moeten die dan steeds vroeger gepubliceerd worden, zodat de lijstjes met "de beste <vulmaarin> van 2025" al in november gepubliceerd worden. 

Wat we wél doen, en wat ook wel een vorm van terugkijken is, is door onze foto's van het afgelopen jaar lopen en van een selectie daarvan een fotoboek maken. Gewoon, voor onszelf. Regelmatig komt er zo'n boek op tafel, om te kijken wanneer een of andere gebeurtenis ook al weer was, waar we ook al weer met die en die geweest zijn, of om aan gasten te laten zien hoe het huisje gebouwd is, of hoe we vroeger in Nederland woonden.

Vooruit kijken doe ik eigenlijk nog minder. Okee, er zijn allerlei praktische zaken die planning vereisen om in de toekomst problemen te voorkomen, althans, de kans daarop te verkleinen. Maar de grote lijn in het leven ontwikkelt zich toch los van wat voor individuele planning dan ook. "Tob nooit, 't komt toch anders", stond op een tegeltje bij mijn tante Riet in de gang. Wij, mijn 3 broers en ik, moesten er altijd wel om lachen. De wijsheid die schuil ging achter zo'n drullig vormgegeven tegeltje ontging ons nog.

Voor de Thai is vooruit kijken ook niet iets vanzelfsprekends. Die gaan vaak nog een stapje verder en plannen ook die praktische zaken nauwelijks. Loterij gewonnen? We nemen ontslag. (Geld op na 3 weken? We vragen onze oude baas of hij nog werk heeft.) Of we beginnen een huis te bouwen. (Geld op na een tijdje? Dan staat het huis onafgebouwd.) Problemen zijn pas een probleem als ze zich voordoen. Daarvóór bestaan ze niet. En zodra ze zich voordoen, worden ze opgelost. Kuil in de weg? We storten er asfalt in. Kuil weer terug na een jaar? We storten er weer asfalt in. Enzovoort. En toegegeven: het grootste deel van het jaar is het probleem er niet. Tob nooit...

Ouder worden heeft me dan ook nooit verontrust. Voor sommige mensen is het bereiken van een kroonjaar een nachtmerrie, verpakt als jubileumfeest. Weer een stap dichter bij die vermaledijde ouderdom. Ik heb me op een of andere manier altijd gerealiseerd dat het alternatief minder te verkiezen was. Eigenlijk een vreemd besef, want vroeger of later valt dat alternatief ons allemaal ten deel, voor sommigen al snel, voor anderen na meer dan 100 jaar, maar waarom zouden we het uit alle macht uit de weg moeten gaan?

Daarom verbaasde ik mezelf door in de aanloop naar vandaag regelmatig bezig te zijn met het thema oud worden. Ook Mieke merkte op dat ik er wel erg vaak toespelingen op maakte dat ik nu wel echt een oude man ging worden. Totnutoe rolde ik ieder nieuw levensdecennium gewoon lekker binnen, in de wetenschap dat zonder gekke dingen, het een kwestie van wachten is tot het volgende decennium wordt bereikt. Maar deze keer realiseer ik me dat het anders is. Als je tussen je 70e en je 80e overlijdt valt dat niet meer onder de categorie "te jong". Het gaat in de buurt komen. Hoe zal dat gaan, is iets waar ik tegenwoordig wel eens aan denk.

En dan, áls het zo ver is dat een van ons gaat, hoe moet de ander dan verder? Is dat een gevalletje "Tob nooit, 't komt toch anders," of toch meer zo'n praktische zaak. Het eerste is het aantrekkelijkste om te denken, het tweede wat realistischer. Want het gebeurt, ergens tussen vandaag en de niet al te verre toekomst. Dan zit er iemand alleen op bijna 4000 vierkante meter grond, met 2 zeer eenvoudige kleine huisjes en flinke groep huisdieren waarmee je niet zo maar even naar een appartementje kunt verhuizen. "We zouden een wat jonger stel moeten vinden dat wel in het gastenhuisje wil wonen in ruil voor het bijhouden van de tuin en het dierenspul," opperde Mieke al eens vaker. Helemaal geen gek idee, en zeker geen tobberij. 

Echt ver van ons bed is het natuurlijk allemaal niet meer. Wel is het goed onze neuzen die kant op te zetten en toch wat vooruit te kijken, hoe onvoorspelbaar de toekomst ook is. Dus dat doen we dan ook, zelfs nu ik officieel een oude man ben. Tante Riet is gisteren op 96-jarige leeftijd overleden. Ze heeft genoeg meegemaakt om over te tobben, maar misschien heeft het motto van haar tegeltje haar toch zo ver gebracht.

Zonder oliebollen en vuurwerk (dat wordt door de gemeente in de stad centraal georganiseerd) gaan we hier om 18:00 uur jullie tijd het jaar 2569 in. Jullie lopen niet alleen maar 6 uur achter, maar ook nog eens 543 jaar. Niettemin wensen we jullie het allerbeste voor 2026.

13 december 2025

Want ja... de buren hè.

Een half jaar geleden schreef ik in mijn blog over hoe de omgeving van ons huisje de afgelopen jaren langzaam was veranderd. Hoe het dorpje langzaam onze kant op begon te komen, hoe 500 meter verderop een "wijkje" met piepkleine rijtjeswoninkjes voor de Birmese arbeiders van een fabriek aan het verrijzen was, hoe het donker dat ons landje 7 jaar omringde nu steeds meer uitgelicht wordt (het streven naar verlichting is in dit Boeddhistische land een beetje doorgeschoten). Natuurlijk vinden we dat jammer, maar het alternatief was geweest dat we nog veel verder van de bewoonde wereld waren gaan zitten en het was een weloverwogen keuze om dat niet te willen. En inmiddels is de begroeiing in onze tuin zo weelderig, dat we overdag al die verstorende factoren niet of nauwelijks zien.

Het woonwijkje is inmiddels klaar. De fabriekswerkers konden hun van multiplex en golfplaat getimmerde onderkomens verlaten en in de iets degelijker gebouwde stenen eenkamerwoninkjes trekken. Ik schat ze niet veel groter dan 8 à 10 vierkante meter, en ze staan in rijtjes van 5 heel dicht op elkaar, maar in vergelijking met waar ze eerst woonden is het een enorme verbetering.

Zoals ieder Thais dorp of stadje heeft ook het wijkje een omroepinstallatie. In Nong Noi, het dichtstbijzijnde dorpje wordt die iedere ochtend om 6 uur gebruikt voor het provinciale volkslied en een korte stichtelijke boodschap van een monnik. Ook dat is vrij gebruikelijk in Thailand. Afhankelijk van de windrichting horen wij het heel zachtjes, of helemaal niet. En omdat we meestal toch al wakker zijn om die tijd, stoort het ons verder ook niet. Zo heel af en toe heeft de Poeiay Baan, het dorpshoofd, wat mededelingen te doen, meestal rond een uur of 6 in de middag, en horen we daar wat flarden van overwaaien. We prijzen ons gelukkig met het bescheiden gebruik van de installatie, en de grote afstand tot de dichtstbijzijnde speaker. In het dorpje waar we tijdelijk woonden stond de speaker veel dichterbij, en bestond het ochtendritueel om 6 uur uit 3 muziekstukken en een lange oratie van een monnik. Als we toevallig een keer niet op tijd wakker waren, zaten we klokslag 6 uur rechtop in bed.

De geluidsinstallatie in het fabriekswijkje wordt beheerd door iemand die veel te vertellen heeft. We hebben geen idee wat, want het is allemaal in het Birmees. Waar we van een Thais verhaal soms wel een beetje de strekking kunnen vatten, is het hier allemaal abacadabra. De toonzetting doet soms vermoeden dat er namen worden afgeroepen, of mensen tot de orde worden geroepen. Maar dat is louter speculatie. Wellicht gevoed doordat bekend is dat Birmese arbeidskrachten weinig tot geen rechten hebben, worden opgetrommeld wanneer dat nodig is, en afgedankt als ze niet meer nodig zijn. Die achtergrond maakt het geluid van de omroepinstallatie extra onaangenaam.

In de avond is er vaak wat muziek. In eerdere blogs is al eens aan de orde gekomen dat je niet naar Thailand moet verhuizen als je op zoek bent naar stilte. Niet naar Azië, wordt zelfs wel beweerd. Maar we waren natuurlijk al wel 8 jaar verwend met stille avonden, hooguit verstoord als een naburig dorpje een feestje of uitvaart had. (Het verschil tussen die twee evenementen is op afstand soms moeilijk te horen.) Eerst deden we of we het niet hoorden. Of we zetten zelf een muziekje aan.

Toen begon de karaoke. Het is de nachtmerrie van iedereen die naar Thailand verhuist: de buren beginnen een karaokebar of kartbaan. Bij gebrek aan bestemmingsplannen is dat niet te voorzien en al evenmin te voorkomen. De Poeiay Baan zou waarschijnlijk geen flauw idee hebben van wat hij met een bezwaarschrift aan zou moeten. Het probleem van karaoke is niet eens zo zeer de muziek zelf, ook al is die wat harder dan de muziek tot dan toe. Maar het met veel overgave knettervals zingen was toch wat veel voor onze tere oortjes.

Nu ontvangen we hier nog al eens reizigers op de fiets. Ik noem ze bewust zo, want als ik alleen "fietsers" zou zeggen, konden dat ook mensen uit een dorp verderop zijn. De reizigers op de fiets zijn meestal jongere (vergeleken met ons) eenlingen of stellen die weken, maanden of soms jaren onderweg zijn. Via Warmshowers.org, een online platform voor lange-afstandsfietsers, vinden ze ons en kunnen ze vragen om hier te overnachten. En als het even kan zeggen we dan "ja". Want het zijn zonder uitzondering mensen met interessante verhalen. Sommigen hebben een sabbatical year, anderen hebben gewoon hun baan opgezegd en zien wel hoe lang ze het redden, weer anderen hebben werk op afstand voor een paar uur per week en verdienen daarbij genoeg om hun leven op de fiets te bekostigen.

Een andere reden om ze reizigers te noemen is, om ze op die manier te onderscheiden van toeristen. Want dat is ook hoe ze gezien worden in de landen die ze doorkruisen. Iran, Kirgizië, Tadzjikistan, Pakistan, tegenwoordig is zelfs China mogelijk. Ze komen er binnen met het beeld dat we in Nederland van die landen hebben en ze rijden het land weer uit vol ervaringen van mensen die ze onderweg eten en drinken gaven, een slaapplaats aanboden, uitnodigden voor dorpsfeesten en bruiloften en meer gastvrijheid boden dan je als toerist (en overigens ook als fietser in Nederland) ooit zal krijgen. Het zet ze aan het denken over de relativiteit van onze Nederlandse problemen. Stroomuitval, wegen vol gaten, 4 uur reizen naar een ziekenhuisje met minimale voorzieningen, eten wat er toevallig op dat moment voor handen is, mensen doen het er mee. De situaties waarop Nederlanders zich middels aanwijzingen uit een recent verspreid boekje moeten voorbereiden, en waarvan ze in paniek zouden raken als die zich voordoen, zijn in die landen dagelijkse kost.

Ben ik nou niet erg afgedwaald van die karaoke? Jawel, maar natuurlijk niet zonder reden. De conclusie is namelijk steeds, dat hoeveel last je van een probleem hebt, minder te maken heeft met de aard van dat probleem, dan van hoe je ermee omgaat. Voor zover het om "hanteerbare" problemen gaat natuurlijk. En dat is dan weer een filosofie die we zelf ook als leidraad proberen te leven. Toen we naar Thailand verhuisden hebben we elkaar plechtig beloofd nooit geïrriteerd te raken als dingen anders gaan dan we hadden gewild. En hoewel er zo af en toe gebeurtenissen waren die wolkjes rook uit onze oren lieten komen, zijn we daar aardig in geslaagd.

En nu is er dan die karaoke. En terwijl de wolkjes zich weer opbouwen achter mijn trommelvlies, realiseer ik me, dat daar in het wijkje mensen wonen in huisjes van 8 vierkante meter, die à la minute opgeroepen kunnen worden om zich in de fabriek te melden, die lange werkdagen maken voor een paar euro per dag (jaja, per dag, niet per uur), die niet naar huis kunnen omdat daar de militairen van de regering de dorpen bombarderen. En een van de weinige verzetjes die ze hebben: karaoke zingen. Moet ik ze dat ontzeggen, omdat ik rijk genoeg ben om een lap grond met 2 huisjes in een tot dan toe stil gebied te bewonen?

Als ik mijn overwegingen met Mieke bespreek blijkt ze al dezelfde gedachten te hebben. Leuk gaan we het niet vinden, maar met een eigen muziekje op bescheiden volume wordt de valse Birmese zang al overstemd. Het vergt wat zelftraining, maar we kunnen er inmiddels prima mee leven. En het went zelfs zo snel, dat we ons op een avond ineens realiseerden dat het stil was. En toen we terug probeerden te kijken, bedachten we dat de voorgaande twee avonden, waarop we een stel fietsers in huis hadden die van Frankrijk onderweg waren naar Kuala Lumpur, ook geen muziek hadden gehoord, laat staan karaoke.

We kunnen wel zingen van vreugde. Maar dat doen we niet. Want ja... de buren hè.

26 november 2025

Effe wennen

 "Waar zijn toch al die keukendoekjes gebleven?" vraagt Mieke zich hardop af. Inderdaad is het opvallend dat de mand waar die dingen normaal gesproken inzitten maar half vol is. Eerst dacht ik nog dat er een heleboel in de was zouden zitten, maar nadat de vuile was gewassen was was de wastas leeg maar de keukendoekjesmand nog steeds niet vol. De beschuldigende vinger begon al te wijzen in de richting van de house and pet sitters, de Chileense woestijnbewoner en het Engels-Braziliaanse koppel die tijdens onze zesweekse Europareis op ons huisje en de beestenboel gepast hadden. Geen idee wat die met de doekjes uitgespookt zouden moeten hebben, maar het enige wat we zeker wisten is, dat er bij ons vertrek nog een flink gevulde mand was.

Maar van de week kwam ik 's morgens vroeg met een slaperig hoofd de buitenkeuken binnen, en zag een keukendoekje uit de kookpit steken. In Thailand is het heel gewoon en heel goedkoop om buiten de deur te eten. Aan die gewoonte hebben we ons zonder morren aangepast, vandaar dat wat wij de keuken noemen bestaat uit één kookpit op gas, en een grote spoelbak met MiqueMozaïque-bodem. En uit die kookpit stak dus de punt van een keukendoekje. Ik wilde het eruit trekken, maar dat ging niet. Het ding zat te vast. Om het raadsel van hoe het daar kwam groter te maken, bleken er 2 doekjes die de avond ervoor nog in de mand zaten, nu half over de rand te hangen. Er was blijkbaar iets aan het rommelen geweest in de mand. 

Ik tilde de kookpit aan een kant op en zag meteen de boosdoener wegsprinten: een kleine rat. Hij moest toch al wel een paar dagen aan het slepen met doekjes zijn geweest, want ik zag dat er meerdere onderin de kookpit zaten. Blijkbaar was het feit dat we die met enige regelmaat gebruiken waar we het ding voor aangeschaft hebben, geen belemmering voor de rat om er een nestje in te bouwen. En dat niet alleen. Nadat ik wat doekjes en ook nog de nodige takjes en bladeren had verwijderd, en zelfs de kapotgetrokken katha waarmee we een paar dagen geleden een rat over de zolderbalken zagen lopen terugvond, kon ik de hele resterend prop eruit halen. En toen ik die uit ging pluizen kwam er een nestje met 6 jonge rattenbabies tevoorschijn. Comfortabel, zo'n nest met verwarming, heeft de rattenmoeder wellicht gedacht, maar wij waren vooral blij dat de boel geen vlam gevat heeft tijdens het koken van het een of ander.

Het geeft wel te denken, dat in de mand met schone keukendoekjes van alles rondloopt, hoogst waarschijnlijk zonder eerst handen te wassen of voeten te vegen. Natuurlijk wisten we dat eigenlijk al wel, maar nu zijn we er nog maar eens met de neus opgedrukt. Tja, het hoort bij het buitenleven in de tropen. Stofnesten, spinnenwebben, overal keutels en schoon serviesgoed dat je als het een paar dagen geleden is afgewassen eerst opnieuw af moet wassen voordat het gebruikt kan worden. Alles went.

En niet alleen went alles; het wordt ook onderdeel van je gewoontes. Dat werd ik me duidelijk bewust toen we in Portugal aankwamen, de eerste stop van onze reis. Bij de eerste de beste zebra waar ik over wou steken, ging ik gedachtenloos staan wachten, want ik had gezien dat er een flinke rij auto's naderde. Toen de eerste toeterde keek ik verschrikt op en zag dat de hele rij keurig stond te wachten tot het mij behaagde over te steken. Vriendelijk knikkend deed ik dat dus maar meteen. Hier in Thailand is zelfs een groen voetgangerslicht bij een zebra geen garantie dat het autoverkeer wel voor jou, en het voor hun rode licht, stopt. 

En zo zijn er wel meer dingen waar we deze keer in Europa aan moesten wennen, omdat we inmiddels in Thailand al helemaal anders gewend zijn. WC-papier bijvoorbeeld. Wie eenmaal met de kontenspoeler heeft leren omgaan, vindt dat geveeg met papier maar vies. Een gevoel dat nog eens versterkt wordt als je je realiseert dat het gebruikte papier dat je uit gewoonte in het afvalbakje hebt gemikt, in de pot had gemoeten. Vanwege de ongegronde angst dat iedereen aan je gezicht kan zien dat jij die viespeuk bent die dat papier niet doorgespoeld hebt, pluk je het met de uiterste puntjes van je vingers weer uit het bakje om het alsnog in de pot te gooien.

En dan zijn er nog het niet elkaar vriendelijk aankijken, glimlachen en groeten op straat, ook als je elkaar niet kent, winkels zonder personeel, cafeetjes mét personeel, dat echter met sjacherijnig gezicht een kwak slagroom op een net-niet aangebrand taartje gooit waarna je een bedrag moet afrekenen waarvoor je in een van de duurdere restaurants in Lampang prima kunt dineren, geen gratis water bij het eten, bussen en trams die al gaan rijden voordat iedereen zit, mopperende mensen als je bij de kassa niet snel genoeg bent, overbodige waarschuwingsborden, koude regen. Maar ook: je trein missen en na een kwartier is de volgende er al, eten bestellen en dan ook echt krijgen wat je besteld hebt, eten dat bovendien warm is als het wordt opgediend, bewegwijzering die is aangepast nadat de wegsituatie is gewijzigd, winkels die ook daadwerkelijk open zijn als er een bordje "geopend" op de deur hangt, veel mooie musea, en natuurlijk al die mensen die we alweer een tijd niet gezien hadden. Dat zijn er zo veel dat we ze helaas niet allemaal hebben kunnen opzoeken.

Het is mooi, zo'n Europareisje, maar we merken ook dat het bij terugkomst hier in Thailand echt als thuiskomen voelt. Het is een grappige gewaarwording dat de dingen die ons in Europa opvallen, omdat ze zo anders zijn dan hier voor ons inmiddels gewoon is geworden, inspiratie bieden voor een blog. En dat komt overigens ook mooi uit, want het werd inmiddels wel een keertje tijd voor een nieuwe.

18 augustus 2025

Nobelprijs

2 mannen schudden elkaar de hand voor het oog van de verzamelde wereldpers. De hele wereld kent ze, en weet dat ze niet in hun eerste leugen gestikt zijn, dat ze over lijken gaan, hun bommen laten droppen waar het ze goeddunkt, alles in dienst stellen van schaamteloze zelfverrijking en afspraken net zo gemakkelijk weer vergeten als ze ze gemaakt hebben. Nu ontmoeten ze elkaar om te praten over een oorlog die de ene gestart is en de ander wil beëindigen. Niet omdat hij te doen heeft met de mensen die eronder lijden, maar omdat het zijn zakelijke belangen schaadt en hij graag de Nobelprijs voor de vrede wil krijgen. Hoewel de hele wereld weet dat afspraken met deze mannen geen cent waard zijn, beheerst hun ontmoeting overal het nieuws en putten al dan niet zelfverklaarde deskundigen zich uit in het duiden van wat er besproken is, zelf als ze geen flauw idee hebben van wat dat precies is. Het hele circus kost alles bij elkaar miljoenen plus een gigantische bijdrage aan de opwarming van de aarde. 

Op hetzelfde moment ploegen 10.000 kilometer verderop 2 vrouwen, we noemen ze maar even Teresa en Florence, met een oude truck over de moeilijk begaanbare wegen in het Thaise oerwoud langs de grens met Myanmar, of Birma zoals ik het ook hardnekkig blijf noemen. Teresa is een Engelse die een bedrijfje runt hier, Florence is de oudste dochter van een Birmese familie en de vaste medewerkster van Teresa. Haar familieleden worden op drukke momenten ook ingeschakeld. Er is een hechte band tussen Teresa en Florence.

Zoals hier heel gebruikelijk is, gaat een flink deel van Florence's loon naar familie in Myanmar. Ze gaat er zelf trouwens ook regelmatig naartoe. Maar de burgeroorlog heeft het armoedige, maar stabiele leven dat er nog maar zo kort was, weer volledig overhoop gegooid. De militaire machthebbers deinzen er niet voor terug om de eigen bevolking te bestoken met raketten en kogels. Die worden overigens zonder problemen geleverd door een van de twee mannen die ik hiervoor noemde. Het land van de ander van die twee had juist handelsbeperkingen aan de junta opgelegd, maar nadat de juntaleider hem een brief had gestuurd, waarin hij hem complimenteerde omdat hij zo'n geweldige president is en schreef dat hij de nobelprijs verdient, zijn die beperkingen opgeheven.

Zo'n 50 gezinnen uit Florence's dorp zijn de grens overgestoken en bivakkeren nu in de bossen van Noord Thailand. Daar leven ze van wat het bos ze te bieden heeft. Tot vorig jaar was er nog een kleine medische hulppost in de regio, maar de man die de nobelprijs nastreeft heeft de ontwikkelinghulp-instantie van zijn land zowat opgeheven, waardoor onder meer die hulppost verstoken raakte van medicijnen en verbandmiddelen. Het is goedbeschouwd indrukwekkend hoe zelfredzaam de Birmese mensen zijn. Probeer je je maar eens voor te stellen dat je woonplaats gebombardeerd wordt en je uiteindelijk in een buurland in het bos belandt. Als je het geluk hebt dat je niet wordt teruggestuurd, weet je dan wat je wel en niet kunt eten? Welke paddestoel giftig is? Misschien weet je hoe een koe een haas vangt, maar weet je ook hoe je dat zelf moet doen? En hoe je hem dan klaarmaakt? Hoe je een vuurtje aanmaakt?

Maar er zijn dingen die het bos niet levert en één daarvan is rijst. Terwijl dat nou net het belangrijkste bestanddeel van het menu hier is. Op de truck van Teresa en Florence ligt dan ook zo'n 300 kilo rijst, naast 100 flessen bakolie en een paar honderd eieren. 5 maanden waren de mensen verstoken geweest van rijst en nu lukte het om die af te gaan leveren. Het laatste stukje moest alles in een paar partijen met een longtailboot een, in deze tijd van het jaar snel stromende, rivier over worden gevaren. Maar het ging allemaal goed en iedereen was dolgelukkig met de rijst, bakolie en eieren.

In tegenstelling tot de miljoenen verslindende bijeenkomst van twee notoire leugenaars, die gemaakte afspraken binnen de kortste tijd weer aan hun laars lappen, was er geen pers aanwezig om verslag te doen. Twee vrouwen met het hart op de goede plaats, die zich belangeloos inzetten voor mensen die het moeilijk hebben, zijn blijkbaar minder interessant dan twee mannen die alleen om zichzelf geven. Het is goed om te beseffen als je naar het nieuws zit te kijken, dat je de ego-show van leugenaars breed krijgt uitgemeten, voorzien van commentaren van mensen die toch ook wel zullen weten hoe weinig afspraken in die kringen waard zijn, terwijl de echte kandidaten voor een nobelprijs overal over de wereld op hun eigen kleine stukje aarde werkelijk wat voor anderen weten te betekenen. Wie zou je het liefste in je vriendenkring opnemen?

Mensen als Teresa en Florence (er zijn er ongetwijfeld vele) bereiken vluchtelingen die voor "de instanties" onbereikbaar zijn en waarvan het bestaan vaak zelfs onbekend is. De weergave van hun verhaal hierboven klopt; we hebben ze wel verzonnen namen gegeven. 

Wij vinden bedelen altijd lastig en willen vooropstellen dat wel of niet doneren op geen enkele manier onze relatie beïnvloedt. De keuze van welke doelen je steunt is persoonlijk en hoef je niet af te laten hangen van de doelen die wij steunen. Maar mocht je je geroepen voelen bij te dragen aan een volgende hulpzending, dan is dat natuurlijk welkom. Je kunt daarvoor mijn rekening bij Wise gebruiken"

IBAN: BE69 9674 3312 5978
Swift/BIC: TRWIBEB1XXX (4e teken is de hoofdletter I, 8e teken is cijfer 1)
Bank: Wise, Rue du Trône 100, 3rd floor, Brussels 1050, Belgium
Tnv Franciscus Christiaan La Poutre
Zet er even bij: Hulpproject vluchtelingen


07 augustus 2025

Prikdingen

De klad zit er een beetje in; in het schrijven van de blogs. Voor een deel komt dat natuurlijk doordat het leven in Thailand voor ons inmiddels zo gewoon is geworden, dat er minder is dat ons zo opvalt dat we erover willen schrijven. In het eerste jaar dat we hier woonden schreven we maar liefst 64 blogs. Geleidelijk aan liep dat terug naar 35 in 2021, waarna het onder de 20 dook, maar nog altijd gemiddeld meer dan een per maand. En nu is het augstus en ben ik aan de 6e blog van het jaar begonnen. Eigenlijk was ik daar 3 weken geleden al aan begonnen, maar niet verder gekomen dan één zin, die ik nu weer weggehaald heb.

"Mijmeren over het hek", heette de vorige blog, en net na zonsondergang stond ik dat vanavond weer even te doen. Ik had al weer wat bijzondere verhalen over in onze tuin broedende hoppen en wilde hagedissen die op Mieke's hand springen om wat eten te halen. Maar na die openingszin wilde het maar niet lukken om het verhaal verder op te tuigen. Waarom lukt het nou steeds niet, vroeg ik me af.

In de verte klonken de droge knallen die we zo af en toe horen als er geoefend wordt op het terrein van de politieschool, een paar kilometer verderop. In eerdere blogs hebben we al eens geschreven over dat het in Thailand eigenlijk zelden echt stil is. Feestjes, karaoke, brommers, tempels, er is altijd geluid, en hoewel dat vaak harder is dan die knallen, zijn die het toch waar ik het meeste last van heb. Jongeren worden getraind om te schieten op mensen die ze niet kennen en door wie ze waarschijnlijk nooit een strobreed in de weg gelegd is. En die schieten dan weer terug terwijl ze "onze" jongeren ook niet kennen. Zonder enge mannen die haat kweken en conflicten starten, zouden ze waarschijnlijk een biertje drinken samen.

De knallen krijgen de laatste tijd een extra lading, vanwege de gevechten aan de grens met Cambodja. Niemand kan precies vertellen waarom er zo nodig grof geweld gebruikt moet worden. Over een paar stukjes land kunnen natuurlijk prima afspraken gemaakt worden, maar mensen die zelf veilig afstand bewaren van het front hebben blijkbaar andere belangen. Het conflict lijkt wat dat betreft op alle andere conflicten: de slachtoffers zijn nooit de aanjagers. Het lijkt er momenteel gelukkig op dat het niet verder uit de hand gaat lopen, maar zeker is dat allerminst. (En voor wie zich zorgen om ons maakt: we zitten er 800km vandaan).

Vreemd eigenlijk, mijmer ik verder. We zijn geen nieuwsverslaafden. We hebben geen TV, ik scroll iedere dag wel even door de koppen in de online NRC, lees sommige artikelen, maar we houden ons verder niet bezig met zaken waar we toch geen invloed op hebben en alleen maar treurig van zouden worden als we dat wel deden. Zouden de gebeurtenissen in de wereld ondanks dat toch tot een writersblock leiden?

Het is waar. Vrolijk word je niet van het voorpaginanieuws. De aarde warmt op, maar we kopen wapens. De beslissers lijken niet te beseffen dat je daar geen stijgende zeespiegel mee tegenhoudt. En ze lijken niet te zien hoe ze de mogelijkheid voor het terugdringen van de uitstoot nu voor de tweede keer in relatief korte tijd op een presenteerblaadje krijgen aangeboden. Eerst was daar het piepkleine virus, dat industriën en (vlieg)verkeer platlegde. De wereld bleek door te draaien, maar wel veel schoner, zoals we hier daadwerkelijk konden vaststellen doordat de twee coronajaren de enige twee waren zonder weken- of maandenlange smog. En nu is daar dat irritante hele grote nare virus met een rood MAGA-petje op, dat alles en iedereen heffingen oplegt. Prima. Stoppen met de handel in producten die we toch niet echt nodig hebben. Even door de zure appel heenbijten, allemaal met veel minder genoegen nemen, want we hebben toch te veel. En als bonus de benodigde uitstootreductie ruimschoots gehaald

Maar nee, de consumptie moet te hoog blijven en AI gaat het allemaal oplossen, heb ik begrepen. Soms denk ik wel eens dat het leven op aarde ook een AI-experiment is. Een zichzelf overschattende entiteit heeft leven met zelflerend vermogen op aarde geplant. En inmiddels weten we waar dat toe geleid heeft. Die I in AI is niet zo goed gekozen.

Nu begin ik mezelf zo langzamerhand vervelend te vinden. Ik zit nou ook al te jeremiëren over problemen waar iedereen zich mee bezighoudt, maar die desondanks niet opgelost gaan worden. Terwijl er zo veel moois is om over te schrijven. Ik loop terug van het hek naar ons huisje en start de laptop op. Want natuurlijk moet ik vertellen hoe ik een paar weken geleden het compostemmertje leeg ging gooien en tot mijn stomme verbazing een hop zag opvliegen uit de ring waarin we de compost verzamelen. Er bleken 7 eitjes te liggen. Met een camera konden we volgen hoe de mannetjeshop telkens aan kwam vliegen met voer, dat het vrouwtje dan door een gaatje in de compostring aanpakte, als een soort omgekeerde FEBO. Nadat de hopjes uit hun eieren waren gekomen, ontdekten ze al snel het eten uit de muur, dat ze aanpakten van hun af en aan vliegende ouders. En uiteindelijk vlogen ze uit. Ongelofelijk hoe die vrij schuwe vogels toch zo dichtbij zaten te broeden. En hoe we daarvan getuige mochten zijn.

En natuurlijk mag ik die hagedis niet onvermeld laten. Om precies te zijn is het een Blauwkop Prachtagame. Genoemd naar, je snapt het al, zijn prachtige blauwe kop, die hij echter meestal niet heeft. Pas als hij opgewonden raakt verandert de kleur in fel blauw. We hebben er al eerder over geschreven, waarbij we onder meer hoopten dat hij net zo tam zou worden als een verwante agamesoort die al op Mieke's hand kwam zitten om te eten. En inmiddels is het zover. Om de dag verschijnt hij op een muurtje om op een maaltje wormen te wachten. Als Mieke er mee aankomt springt ie meteen op haar hand. Of op haar schouder, als hij dat makkelijker vindt. En heeft hij zijn maaltje op, dan maakt hij geen haast meer om weg te komen, maar blijft lekker zitten. Heel bijzonder voor een dier dat mensen normaal gesproken uit de weg gaat.



Niet alle dieren vinden we overigens even aardig. Nadat we eerst nog heel enthousiast waren over de rosse boomekster (https://nl.wikipedia.org/wiki/Rosse_boomekster), een prachtig mooie vogel die we al wel hadden gehoord, maar nog niet eerder hadden waargenomen in onze tuin, bekoelde dat flink toen we zagen hoe deze de eitjes uit een munya-nestje pikte en verorberde. De natuur is ook niet altijd aardig voor andere natuur, maar in tegenstelling tot mensen nemen rosse boomeksters niet meer dan ze zelf opkunnen.

Een andere eierdief zorgde in eerste instantie voor een flinke adrenalinestoot. Ik zat aan deze blog te schrijven (om precies te zijn, die eerste regel die ik later weer heb verwijderd), toen ik aan de hondenblafjes kon horen dat ze een beest gevonden hadden. Ze stonden net voor de deur van het huisje. In eerste instantie kon ik niet vinden waar ze naar blaften, maar een tel later zag ik hem aan komen glijden. Meer dan 2 meter en akelig dichtbij. Ik kon zo gauw niet zien wat voor slang het was, maar besloot dat niet op mijn gemak te gaan uitzoeken, maar in plaats daarvan de oprit op te rennen. Geen pretje op blote voeten op het scherpe gravel, maar soms is het verstandig om ongemakken voor lief te nemen. Ik was in ieder geval al blij dat ik mijn lungi had omgeslagen, zodat de buren een onbedoelde voorstelling bespaard bleef.

De slang verdween naar de tuin van buurboer Ien. De volgende ochtend zag ik zijn achterste stuk onder het schoenenkastje uitsteken. Toen we het rolgordijntje dat ervoor hing optilden, zagen we dat hij zich in mijn schoenen genesteld had. We konden nu zien dat het een rattenslang was. Dat is inderdaad een slang van indrukwekkende afmetingen, maar ongevaarlijk, tenzij je een ei, een rat, vogeltje of ander kleiner diertje bent. Een hele eer dat hij zich senang voelde bij de geur van mijn schoenen, maar we vonden het toch niet zo'n goed idee. We hebben er dus maar een open schoenenrekje van gemaakt, waardoor hij het niet meer geschikt vond als woonruimte. En zoals elk nadeel had ook dit weer zijn voordeel: het schoenenrekje en de weinig-gedragen schoenen zijn weer eens goed schoongemaakt.

Soms lijkt de natuur er wel bewust op uit om ons dwars te zitten. Waarom zouden er anders van die nauwelijk zichtbare grashalmen bestaan, waaraan zaadjes als 3 millimeter lange vlijmscherpe speldjes zitten, met tot overmaat van ramp weerhaakjes eraan. Als je er met jurk, broekspijp of lungi langs loopt zit dat kledingstuk meteen vol met van die zaadjes, die vervolgens lekker langs je enkels schuren. En er is maar één manier om er vanaf te komen: één voor één eruit trekken. Een mooie meditatieve oefening in geduld, dat dan weer wel.

Over scherp gesproken: nog zo'n irritant creatuur is de wesp die de Engelsen Social Wasp noemen. Voor zover ze sociaal zijn is dat alleen tegenover de eigen soort. Wilderswespen zouden we ze moeten noemen. Het is voor deze dieren echt eigen volk eerst. Ze bouwen gezamenlijk een nest met een boel kamers. Een soort sociale woningbouw. Dan zorgen ze ervoor dat er altijd een paar wespen bij het nest zijn om het met hun vleugels te koelen, en om aanvallers te verdrijven. Nog steeds best sociaal, ware het niet dat de nesten meestal op onzichtbare plaatsen zitten. Onder een stoel of tafel, achter een blad, in een potje met pennen. Dus verzet je niets vermoedend een stoel of tafel, duw je een blad aan de kant omdat je erdoor moet, of pak je een pen uit een potje, dan kan je zo maar 3 of 4 steken te pakken hebben. Dat vinden we dan weer weinig sociaal. Nouja, over een paar weken zijn ze uitgenesteld en hebben we er weer maandenlang geen last meer van. En zit zo'n nest op een plek waar we echt vaak moeten zijn, dan halen we het weg. Ook niet heel sociaal vanuit wespenperspectief gezien. 

We hebben het maar met elkaar te doen, die beestenboel en wij. En eerlijk gezegd gaat dat gewoon heel goed. Die prikdingen nemen we maar voor lief. Er komt zo veel moois voor terug.

08 juni 2025

Mijmeren over het hek

Zo tegen de avond loop ik altijd even naar het hek, om te kijken of dat op slot zit. Niet dat we bang zijn voor inbrekers, maar we willen wel zeker weten dat onze honden binnen, en vreemde honden buiten blijven. Onze honden laten onze kippen met rust, maar als ze erin slagen de poort uit te glippen, doen ze zich graag tegoed aan een kippetje of eend van de mensen in het dorp. Die worden daar niet blij van, en wij daardoor ook niet. Voorbij trekkende zwerfhonden zijn dan juist weer heel erg in onze kippen geïnteresseerd, vandaar dat we die buiten willen houden.

Vandaag loop ik zoals zo vaak voor niks naar het hek. Het blijkt al op slot. Dat heb ik zelf gedaan, en dat wist ik ook eigenlijk wel, maar als je tegen de 70 gaat lopen is een extra check op wat je zeker denkt te weten altijd verstandig. Daar worden we regelmatig aan herinnerd, bijvoorbeeld als er 's morgens vroeg nog een tuinsproeier blijkt aan te staan, als de kan die we met gefilterd water vullen al weer een tijdje over staat te lopen, en als de bril die we net hebben afgezet compleet onvindbaar blijkt.

Ik leun over het hek en kijk rond. Mijn gedachten dwalen terug naar 7 jaar geleden, toen we hier net woonden. Rondom waren het toen allemaal weilanden en rijstvelden. Eigenlijk zelfs inclusief onze tuin, die met het beetje jonge aanplant dat we neergezet hadden toch ook nog vooral op een weiland leek. Met een huisje erin, dat wel. Het dorp konden we niet zien; de enige "bebouwing" was een sala, een open schuilhutje van de boeren, hier en daar. We wisten dat het niet zo zou blijven. "Over 10 jaar wonen we in een dorp," hoor ik Mieke nóg zeggen.

Nu staar ik over het hek en zie hoe het dorp de bomen die het verborgen al is gepasseerd. De foeilelijke, stenen/betonnen gebouwen met platte daken, die door de Thai als uiting van modern gezien worden, zijn de eerste bewijzen van uitbreiding die niet te stoppen is. We verbazen ons regelmatig over de populariteit van die blokkendozen hier. 

Ons (gelukkig) tijdelijke betonnen onderkomen

We hebben één jaar in zo'n betonnen gedrocht gewoond en moesten daar dag en nacht de airco aan hebben, omdat de constructie overdag alle warmte opsloeg en die 's nachts lekker bleef uitstralen. Stroom is hier weliswaar niet zo duur als in Nederland, maar dat veel mensen een nieuw huis bouwen dat niet zonder continu draaien van de airco kan, dat snappen we niet zo goed. In de traditionele Thaise huizen is juist veel aandacht besteed aan natuurlijke ventilatie en koeling. Maar wie wil pronken met het geslaagd zijn in het leven, gaat niet in een traditioneel huis wonen. Jammer.

Langs de weg uit het dorp staan de voorposten van de verdere uitbreiding, en de momumenten van de vooruitgang: betonnen elektriciteitspalen, als reusachtige kruizen, onderling verbonden door eindeloze kabels. Vinden we ze lelijk? Nou en of. Foeilelijk. Vinden we dat ze weg moeten? Ehhhh, nouja, toen de inverter van onze zonne-energievoorziening weer eens kapot ging en de eerste van de 8 accu's ook weer vervangen moest worden, hadden we al snel uitgerekend dat we maar beter een aansluiting konden nemen, nu die lelijke dingen er toch stonden. Met ons bescheiden energiegebruik geven we nog geen tientje per maand aan stroom uit; de "gratis" zonne-energie heeft ons de afgelopen jaren, los van de aanlegkosten, gemiddeld zo'n 60 euro per maand gekost aan reparatie en vervanging van apparatuur en accu's. 

Op het landje tegenover ons is ook van alles gedaan. Er is een omheining gezet en een hutje gebouwd, er zijn grote lantaarnpalen geplaatst, en sloten gegraven. Maar wat er precies gaat gebeuren is nog onduidelijk. Er lijken geen grote bouwactiviteiten in voorbereiding. Hopen we.

Ruim een kilometer verderop, buiten ons zicht, staat een grote fabriek van voedingsmiddelen, tussen "onze" weg en de hoofdweg in. We hebben daar verder geen last van; het verkeer gaat allemaal over de hoofdweg. Maar nu zijn er voorbereidingen aan de gang voor wat een forse uitbreiding lijkt. En of het daar mee te maken heeft weten we niet, maar langs onze weg is nu een soort mini-woonwijkje gebouwd, met een paar blokken van telkens 5 piepkleine huisjes. Zo te zien kan er een bed in, een stoel en een klein tafeltje, en dat is het dan wel zo'n beetje. We vermoeden dat het woonruimte voor de werkers is. De bazen in het Westland zouden likkebaardend staan te kijken hoe je hier je werknemers mag onderbrengen, maar voor Thaise begrippen is het nog niet eens zo slecht. Aan de andere kant van de fabriek verrijst namelijk een compleet golfplaten "dorp" zoals je dat hier vaker ziet bij bouwprojecten. Daar wonen de bouwvakkers totdat ze klaar zijn en weer naar een volgend project vertrekken, waar ze opnieuw hun eigen woonhutje bouwen. Het kan dus altijd nog beroerder.

Inmiddels is het donker. De schemering duurt hier dichterbij de evenaar maar kort. Toen we hier kwamen wonen was er 's avonds niet veel meer te zien dan de maan, sterren en de knipperende lichten van wat telefoonmasten in de verte. Nu zien we uiteraard het licht van de nieuwe huizen, maar ook overal verlichting die de boeren in hun sala's en langs hun wegen hebben aangebracht. Nu er stroom is, gebruiken ze dat ook. Er is een speciale regeling voor armere boeren, die inhoudt dat ze een maandelijkse stroomrekening van minder dan 150 baht (4 euro) niet hoeven te betalen. Zolang ze zuinig aan doen, hebben ze dus gratis stroom. Wel jammer dat ze allemaal voor dat felwitte licht kiezen, in plaats van een wat vriendelijker kleurtje. 

Paradijs in wording

Nee, we wonen nog niet in een dorp, maar of dat over 3 jaar nog zo is? Ik slenter terug naar ons huisje. En realiseer me dat ik de laatste ben die daarover moet zeuren. Want wij waren wel de eersten die het landschap bezoedelden door er een huisje in te zetten. Wij vinden natuurlijk dat we het mooier gemaakt hebben, met zo'n kleihuis en de honderden bomen en struiken die een oninteressant weiland inmiddels in een weelderig paradijsje veranderd hebben. Maar die bewoners van de nieuwe blokkendozen vinden hun huizen vermoedelijk ook een verrijking voor de buurt. Vooruitgang, heet dat, en we doen er ook aan mee als we het eigenlijk niet willen. En ook al hebben we straks misschien buren, een paradijsje blijft het.

(Over paradijsje gesproken: tussen half augustus en half oktober willen we 6 weken ons paradijsje verlaten. De beestenboel kunnen we echter niet zomaar achterlaten en ook de tuin vraagt de nodige aandacht. Dus hebben we oppassers nodig, die we meestal wel vinden via een speciaal online platform. Maar wellicht zijn er bloglezers of lezers van het BD die zich wel een paar weken uit het hectische leven willen terugtrekken. Die geven we graag voorrang. Hoewel het hier een extreem veilige omgeving is, is het geen plek om zo lang in je eentje te zitten, en vergt het het nodige verantwoordelijkheidsgevoel en soms improvisatievermogen. Vandaar dat we het graag achter laten bij een koppel met enige levenservaring. Als je meer wilt weten, mail ons dan op lapoutre@protonmail.com of miekekupers@hotmail.com)

23 mei 2025

"Kom gauw kijken!"

We hebben weer eens een ouderwetse regentijd. Niet dat we daar na acht jaar al uit eigen ervaring over kunnen praten. Maar de eerste regenbuien vielen dit jaar al kort na Songkran, het traditionele Thaise nieuwjaar op 13 april, en uit de overlevering weten we dat Songkran ook altijd beschouwd werd als het begin van het regenseizoen. Natuurlijk liet ook vroeger de natuur zich niets gelegen aan de kalender van de mensen, maar in zijn algemeenheid waren de seizoenen toch wat voorspelbaarder dan ze vandaag de dag zijn. In de afgelopen jaren kwam het regelmatig voor dat de eerste regens tot ver in mei op zich lieten wachten. Bij-effect daarvan is dat de smog blijft toenemen, zolang die niet door de regen wordt weggespoeld. Vorig jaar leidde dat nog tot huiveringwekkend hoge smogwaarden in mei. Dit jaar viel het reuze mee met de smog, alhoewel die regelmatig nog tot ver boven de in Nederland veilig geachte norm uitsteeg.

Wij houden van de regentijd. Helder blauwe luchten vol witte wolken wisselen af met donkergrijze wolkenpartijen die soms gigantische hoeveelheden water laten vallen. Wat in Nederland als een zeldzame hoosbui wordt beschouwd, is hier dan dagelijkse kost. Gelukkig niet de hele dag. De ochtenden zijn meestal droog en warm; in de loop van de middag begint het te betrekken en aan het eind van de middag of in de avond barst het dan los. Soms gepaard gaand met flinke stormen, die de regen soms zowat horizontaal over het terras jagen. Verrassend snel richt de uitgedroogde natuur zich weer op en zijn de vergeelde weilanden weer groen. Nu, een maand na de eerste buien, zitten alle bomen weer volop in het blad en staat er van alles in bloei. Water geven, in de droge tijd iets waar we dagelijks zeker twee uur mee bezig zijn, hoeft niet meer. Maar snoeien en maaien komen daarvoor in de plaats. We hebben geen sportschool nodig om in beweging te blijven.

Intussen klinkt er vrijwel dagelijks een enthousiaste kreet over het landje, als een van ons weer iets bijzonders tegen is gekomen. Zo zagen we vanmorgen een koppeltje boomkikkers bezig met het leggen en bevruchten van eieren. Half in het water hangend scheidt het vrouwtje de eieren uit in een schuimige massa. Het (veel kleinere) mannetje zit op haar rug en bevrucht de voorbijkomende eieren. De schuimige pakketjes zien we in deze tijd overal waar water is verschijnen, maar de productie ervan hadden we nog niet eerder waar kunnen nemen. 

(Link naar youtube: https://youtu.be/nHMDfRtsu40)

Ook de grote miljoenpoot liet zich weer eens zien. De naam is zwaar overdreven. In het Engels komt die dichter bij de werkelijkheid. Daar heet de miljoenpoot een millipede, letterlijk vertaald een duizendpoot. Wat wij een duizendpoot noemen is in het Engels een centipede, ofwel een honderdpoot. Lekker verwarrend. Hoe dan ook, een duizendpoot heeft minder dan 100 pootjes en een miljoenpoot heeft er veel minder dan 1000. Sommige duizendpoten hebben meer poten dan sommige miljoenpoten. Lekker verwarrend dus. Het verschil tussen de beestjes zit hem in de vorm en het aantal poten per segment. Miljoenpoten zijn rond en hebben twee paar pootjes per segment, duizendpoten zijn platter en moeten het doen met één paar pootjes per segment. De grote duizendpoot is een van de weinige dieren die alle alarmbellen doet rinkelen. De beet is een van de pijnlijkste die er is. Gelukkig zien we ze weinig en blijven ze ook graag uit onze buurt. De miljoenpoot lijkt meer een goedzak, zie zich oprolt als wij in te dichtbij komen. 

Iets minder enthousiast zijn we over de mieren. In zijn algemeenheid is daar hier (leuke woordcombinatie) al geen gebrek aan, maar dit jaar was het echt een plaag. Werkelijk alles wat we openden of oppakten en niet in de koelkast of een goed afgesloten opbergbox zat, zat vol mieren. De geiser en douchekop van het gastenhuisje, twee soepkommen die onder in een kastje stonden, het antieke theedoosje en Tjoklat-blikje (ondanks dat ze dicht zaten), de fietspomp, alle bezemstelen (die hier van bamboe zijn en hol van binnen). Indrukwekkend om te zien hoe fanatiek ze met de eieren aan het slepen waren, maar we werden er wel gek van om bij alles wat we oppakten meteen een hele arm vol mieren te hebben. Volgens de Thai zijn de mieren massaal actief geworden door de aardbeving. Geen idee of dat klopt. Het zou betekenen dat ze zonder die beving nog altijd met zijn allen stilletjes onder de grond zaten. Hoe dan ook, de plaag lijkt gelukkig voorbij. 

Totaal onverwacht was de terugkeer van een van de waterschildpadden. Zeker 3 jaar geleden hebben we de 3 schildpadden van de vijver bij het terras naar de grote vijver verhuisd, omdat de terrasvijver langzaam leeg liep. Sindsdien hebben we ze niet meer gezien. Vorige week stonden buurboer Toey met kleinzoontje Foe aan de poort. Foe droeg een emmer en daarin zat een waterschildpad. We hebben die in de (inmiddels weer waterdichte) terrasvijver gezet, en hoewel hij daar af en toe uitklimt, komt hij nu dagelijks om een maaltje vragen. Hij is behoorlijk gefocust op ons, waardoor we er zeker van zijn dat het één van de verdwenen dieren is.

En dan zijn er nog de vogels. Waren we 7 jaar geleden al helemaal blij toen er zich een bushchat vestigde in de tuin, inmiddels hebben we al tientallen soorten om ons heen. Sommige verraden zich alleen door hun roep. De klaagkoekoek, de rosse boomekster, de nachtzwaluw met zijn merkwaardige geluid alsof er met een metalen staaf op ijs wordt geslagen, de kopersmid, die inderdaad klinkt alsof hij in een smederij op het koper staat te slaan. Ze laten zich volop horen, maar niet of nauwelijks zien, laat staan fotograferen. Ook de Bayawever heeft zijn aanwezigheid laten blijken. Niet door zijn geluid, maar doordat zijn nest-in-aanbouw uit de bamboe gewaaid is. Wevers zijn niet al te grote vogels, die ongelofelijke bouwwerken van hun nesten maken. Het nest dat we op de grond vonden is een perfect "ijshoorntje" van een halve meter lang. Het hangt normaal gesproken met de punt omhoog. Aan de onderkant zit dan een soort tunnel die naar het eigenlijke nest leidt. Die tunnel was nog niet af. We hebben het nest weer opgehangen. Nu hopen dat de vogels het af gaan bouwen. Die kans is echter niet zo groot. Maar wie weet.

Genoeg geschreven. We gaan weer een rondje door de tuin maken, langs de weelderig bloeiende jasmijn, de mangoboom vol vruchten, de eenzame jackfruit en de vele andere bloeiende planten waarvan we de naam soms nog moeten opzoeken. De regentijd duurt nog wel even, als de klimaatverandering tenminste geen roet in het eten gooit. Dus de enthousiaste kreten ("kom gauw kijken") blijven de komende weken ook nog wel klinken. Deze blog zou daardoor zo maar een vervolg kunnen krijgen.




Meer foto's zien:

Fauna: https://flic.kr/s/aHsm59YGb1

Flora: https://flic.kr/s/aHsmSea38V

02 april 2025

Hulp na de aardbeving

Een schommelende auto, en toen we uitgestapt waren, het gevoel dat we op een boot stonden. Dat was wat we hier in Lampang merkten van de aardbeving vorige week. Ik moet toegeven dat ik het wel wat opwindend vond om er na 69 levensjaren zelf een mee te maken. Maar Mieke's opmerking dat wat we hier voelden, elders mogelijk een grote ramp zou kunnen zijn, zette me met beide benen op de wiebelende grond. Nog geen kwartier later zagen we op earthquaketrack.com dat Mieke helaas gelijk had, en dat wij de uitlopers van de zware aardbeving in Myanmar. hemelsbreed 500 kilometer hiervandaan, voelden.

Via het nieuws weet iedereen er inmiddels alles al van. Net als velen van jullie, vragen ook wij ons af of er organisaties zijn aan wie we kunnen doneren, in de redelijke zekerheid dat de hulp op de juiste plek komt. Het militaire bewind laat niet zomaar iedere hulp binnen, en lijkt te proberen te verhinderen dat de zwaarst getroffen gebieden rond de steden Mandalay en Sagaing door hulporganisaties bereikt worden. Intussen blijft de junta wel bommen gooien op de delen van het land die ze niet meer onder controle heeft.

Voor hulporganisaties is dat een enorm dilemma. Dans je naar het pijpen van een misdadig regime, zodat je in ieder geval een deel van de getroffenen kunt bereiken, maar misschien ook een deel van de hulp op verkeerde plekken ziet belanden? Of doe je dat niet, en loop je het risico het land helemaal niet meer in te mogen?

Tijdens de covid-jaren hadden we contact met de MAP Foundation, die Birmese werkers in Thailand ondersteunt, en in die periode, waarin vele van hen hun baan verloren, voorzag van overlevingspakketten. We hebben ze nu gevraagd of zij projecten kennen die in de zwaarst getroffen gebieden actief zijn. Als antwoord kregen we enkele suggesties, waarbij er eentje was die expliciet aangaf in de niet door de militairen beheerste gebieden rond Mandalay en Sagaing te werken. Het gaat om de Burma Students Association,  een kleinschalige organisatie die vanuit Chiang Mai werkt en zich normaliter bezighoudt met (educatieve) projecten voor Birmese vluchtelingen. Tijdens de overstromingen vorig jaar hebben ze ook een substantiële bijdrage aan de hulpverlening kunnen leveren, via de eigen contacten die ze door het hele land hebben.

Mocht je ook willen bijdragen, dan kan dat via PayPal (support@burmastudy.org), maar als je dat niet gebruikt, mag je het ook naar onze Nederlandse bankrekening (NL89 TRIO  0198 3335 60) overmaken. Wij sturen het dan direct door. Zet er even bij dat het tbv Myanmar Earthquake is.

Voel je je beter bij een grotere, "gevestigde" hulpverlener? Dit zijn enkele andere suggesties:

  • https://cpintl.org/
  • https://helpwithoutfrontiers.org/
  • https://www.gofundme.com/charity/better-burma
  • https://www.advancemyanmar.org/

29 maart 2025

Meten is zweten

Vanuit ons bed hebben we een mooi uitzicht naar het oosten. Zo'n beetje van oktober tot februari zien we de zon dan boven de bergen opkomen. De rest van het jaar zien we die zelf niet, maar wel de verkleurende lucht, als de zon net buiten ons blikveld opkomt. Het is een idyllisch plaatje: de aan het terras grenzende vijver, waar regelmatig duiven, myna's en soms zelfs een ijsvogel bij zit. Dan onze tuin, met  achteraan de bodiboom en de weelderig bloeiende bougainville. Daarachter het weiland van de buurboer, waar de kalfjes om hun moeders en om elkaar heen dartelen. En in de verte dan de bergen, met de lucht vol kleurschakeringen erboven.

Alhoewel...

Momenteel liggen we onder een dikke deken. En dan bedoel ik niet nu in bed aan de koffie. Nee, heel Noord Thailand ligt onder een dikke deken van smog. Het is een jaarlijks terugkerend verschijnsel in de droge, hete maanden, dat in hevigheid nog wel flink kan verschillen. Langzaamaan vervagen de bergen, tot ze niet meer te zien zijn. De lucht krijgt een vieze blauwgrijze kleur. En tot ruim na zijn opkomst kleurt de zon nog rood, en kan je er probleemloos recht inkijken. Zelfs een foto recht in de zon maken kan, zonder de sensor van de camera te vernaggelen.

Hoewel het momenteel stukken beter is dan vorig jaar rond deze tijd, bereikt de air quality index regelmatig waarden die ver boven wat als veilig wordt beschouwd liggen. Als het weer zo ver is, trekken we ons terug in ons huisje, waar we een luchtzuiveraar aanzetten die het fijnstof en andere schadelijke deeltjes uit de lucht filtert. Goed beschouwd een bizarre oplossing, want het energieverbruik van dat apparaat draagt, weliswaar op een andere plaats, weer bij aan de smogvorming. Maar ja, moeten we dan ongezonde lucht inademen?

Vorig jaar deden we dat nog wat minder consequent dan nu en bleven we vaker buiten bezig. Zelf hebben we daar tot nu toe geen klachten van die aantoonbaar aan de smog te wijten zijn, maar opvallend is wel dat 2 van onze honden longontsteking hebben gehad. De nu 14-jarige Tibbe heeft dat maar net overleeft, maar dartelt nu weer vrolijk rond.

Uiteindelijk ontkomen we er niet aan om iedere dag een paar uur buiten door te brengen. Het is de droge, hete tijd, en veel beplanting in de tuin heeft zo'n beetje om de dag water nodig om de periode tot de regentijd begint te overleven. Dat kan volgende maand zijn, maar ook best nog twee maanden duren. Of misschien wel langer, want dat het klimaat onvoorspelbaar is geworden, is hier niet anders dan in de rest van de wereld. Meestal zet ik al heel vroeg, zo tussen 5 en half 6, de eerste sproeiers aan. Na anderhalf uur is "mijn" deel van de tuin dan klaar en gaat Mieke verder met "haar" stuk.

En dan is er natuurlijk de veestapel die verzorgd moet worden. Die bestaat niet alleen uit de honden, kippen en vogels, maar ook uit dieren die ons dagelijks komen opzoeken voor een lekker hapje. Onze favoriet is Jumper. Jumper is een drongo, een kraai-achtige vogel die fabelachtig goed kan manoeuvreren in de lucht en een bijzonder arsenaal aan trucjes heeft om aan eten te komen. Zo kunnen drongo's bijvoorbeeld alarmroepen van andere soorten imiteren. Daarmee maken ze vogels die aan het eten zijn aan het schrikken, zodat die opvliegen, waarna de drongo het maaltje kan oppeuzelen. Als je meer over drongo's wilt lezen: https://en.wikipedia.org/wiki/Drongo.

Jumper werd door een vriendin van ons gevonden met een gebroken vleugel. Die vriendin stond op het punt weer terug te gaan naar haar huis in de VS, en vroeg ze of wij voor de vogel wilden zorgen. Omdat het er niet naar uitzag dat Jumper ooit weer zou kunnen vliegen, hebben we voor hem een stukje aan de voliere gebouwd. Inmiddels weet hij zich aardig te redden, en staat de deur van zijn volieredeel altijd open. Zo virtuoos als zijn soortgenoten vliegt hij niet, maar hij weet ondanks zijn afhangende vleugel toch redelijk zijn weg in de lucht te vinden. En iedere ochtend en avond leidt die weg naar waar Mieke zich bevindt. Met wat krassende geluiden laat hij weten dat hij er is en als Mieke met wat verse krekels of wormen aankomt, pakt hij die met graagte van haar aan. Dan scharrelt hij nog wat rond in zijn deel van de volière, waarna hij weer uitvliegt. We hopen dat er op een dag een soortgenoot voorbij komt, die zich niet af laat stoten door de gehandicapte vleugel, en met Jumper wil nestelen. En dan hopelijk wel op een plek in onze tuin.

Ook heel fraai zijn de garden lizards. De mannetjes kunnen van het ene op het andere moment een knalblauwe kop en borst krijgen en zijn dan spectaculair om te zien. 

Ze zijn op zich best schuw, maar wat ze onmogelijk kunnen weerstaan zijn (meel)wormen. Eerst kijken ze van een afstandje hoe Mieke ze in een bakje doet, om ze vervolgens op te eten zodra ze weg is. Na een paar dagen komen ze er al bijzitten als het bakje wordt gevuld, en uiteindelijk zitten ze gewoon op Mieke's hand te eten. 

Zoals in Orwell's Animal Farm, zijn bij ons alle dieren gelijk, maar sommige wel wat meer gelijk dan andere. Want zoals we de honden, kippen, vogels en lizards voeren, voeren we ook de meelwormen en de (tegenwoordig zelfs zelfgekweekte) krekels. Maar die laatste twee eindigen uiteindelijk ook weer als voer. Het is ongelijk verdeeld in de natuur, maar dat hebben we niet zelf zo bedacht.

Als de buitenklusjes gedaan zijn, trekken we ons weer terug in ons huisje. De honden maken handig gebruik van het feit dat ze tot de categorie "meer gelijk" behoren en staan al klaar voor de deur, om ook naar binnen te mogen, want het is daar ook altijd een stuk koeler en er liggen lekkere kussens. Zo af en toe kijken we even naar de smogwaarden, want uiteindelijk zetten we toch het liefste alle ramen weer open. Met name 's nachts wordt het wat benauwder binnen, hoewel het zelfs zonder ventilator nog prima te doen is. Maar als we dan in de vroege ochtend naar buiten lopen, voelt het aan alsof we in de frisse lucht komen. Het voelt volkomen tegennatuurlijk dat de lucht in het afgesloten huisje gezonder is dan de buitenlucht. Dat weten we pas sinds we een smogmeter hebben. Daarvóór volgden we gewoon ons gevoel. Meten is zweten. Die onnatuurlijke situatie is onze schuld als mensheid, en dus ook mede onze eigen schuld. De natuur om ons heen kan er niks aan doen. Die heeft eigenlijk meer recht op de luchtzuiveraar.

20 februari 2025

Niet iets om trots op te zijn

De hele maand januari verbleven we in Mae Hong Son, een klein stadje in de bergen van noord Thailand. Het is een van de meest afgelegen plekken van het land. Vanaf Chiang Mai ligt het hemelsbreed zo’n 120 kilometer naar het noordwesten, maar de afstand over de weg is twee keer zo lang. Halverwege beland je even in een andere wereld, in het ooit als hippie-enclave bekend staande stadje Pai, dat nog altijd een toeristenmagneet is. Daarna rij je steeds verder terug in de tijd, over de weg die als 2000-bochtenweg bekend staat. Waarmee meteen is verklaard waarom je over de 240 kilometer van Chiang Mai naar Mae Hong Son al gauw 6 uur doet.

 

Een stukje zuidelijk van Mae Hong Son aan de Salawin, de rivier die een deel van de grens met Myanmar vormt, ligt het dorpje Mae Sam Laep. Het was bekend onder toeristen, omdat het op bamboe steigers gebouwd was, die meebewogen met de breedte van de rivier. Zo stonden de huisjes en winkeltjes altijd direct aan de oever, of de rivier nou 200 meter breed was, in de regentijd, of een stroompje van een paar meter in de droge tijd. Op die manier kon er het hele jaar gemakkelijk handel gedreven worden met het aan de overkant liggende Kawtoolei.

 

Mae Sam Laep ligt zeer afgelegen, aan het eind van een weg waar een gewone auto niet ongeschonden overheen kan, als die het einde überhaupt al haalt. De oorlog in Myanmar heeft het toerisme, dat na covid een voorzichtige herstart aan het maken was, vrijwel volledig de nek omgedraaid. Buitenlandse overheden, waaronder de Nederlandse, raden het gebied af als reisbestemming. Er zijn verhalen over Myanmarese gevechtsvliegtuigen die, al dan niet per ongeluk, aan de Thaise kant van de rivier vlogen, en kogels stoppen ook niet boven het water. Veel Karen vluchtelingen zijn de rivier al overgestoken en in het uurtje dat wij er waren kwamen er meer mensen per boot aan.

 

Hoe groot kan het contrast zijn? Er staan mensen met hun hele hebben en houwen in één plastic tas, op de oever van de rivier. De doorgang naar het dorp is afgeschermd met prikkeldraad. Ze weten niet of ze vanavond een slaapplaats hebben en waar dat dan is. En voor hoelang dat kan. Wij staan aan de andere kant van datzelfde prikkeldraad en weten al dat we straks onze spullen ophalen uit het guesthouse, om  twee nachten in een hut in Salawin National Park te slapen.

Het zijn die mensen die rechtstreeks geraakt werden door Trumps opschorten van de betalingen van USAID, de Amerikaanse dienst die hulp biedt aan degenen die dat écht nodig hebben. Heel veel hebben ze niet eens nodig. Ze hadden al bijna niks, en weten hoe ze moeten overleven van wat de natuur biedt. In de kleine gemeenschapjes die ze gevormd hebben, zorgen ze voor hun eigen voedselvoorziening. Met de hulp van USAID was er inmiddels wat minimale medische zorg. Een vorm van hulp die effectief en hard nodig is, want medicijnen en andere hulpmiddelen zijn zaken die de vluchtelingen onmogelijk zelf kunnen verzorgen. Van de ene op de andere dag stopte de aanvoer. De artsen en verpleegkundigen moeten nu behalve medisch handelen, ook proberen om fondsen te werven.


Je zou die mensen mee willen nemen en een plek geven, maar dat is illegaal hier. Je zou willen dat het land waar je vandaan komt tegen die mensen zegt: "de omstandigheden waarin jullie moeten leven zijn niet menswaardig meer te noemen. Kom maar hierheen. We zijn al met veel, maar we kunnen nog wel een eindje inschikken." Maar we hebben ons laten wijsmaken dat we veel problemen hebben die allemaal de schuld zijn van vluchtelingen. En uitgerekend vandaag heeft minister Klever bekendgemaakt dat er fors op ontwikkelingshulp bezuinigd gaat worden: "Alle programma's die we financieren, moeten direct bijdragen aan ons eigen belang", zegt de PVV-minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Stoere taal voor binnenlands gewin. Maar intussen lijkt het erop dat ze het verschil tussen die twee taken van haar ministerie niet goed begrijpt. Zo heeft symboolpolitiek van de rijkste landen van de wereld dramatische gevolgen voor mensen die bijna niks nodig hebben, maar bij wie voor sommige dingen hulp van buitenaf van levensbelang is. Niet iets om trots op te zijn.