Het "bezoekseizoen" is voorbij. We gaan de hete tijd in en die wordt door de meeste noorderlingen (terecht) gemeden. We zijn benieuwd wat het weer gaat doen: al weken lang is het 's middags boven de 35 graden. Betekent dat een heet seizoen met temperaturen boven de 40 graden? We wachten het maar af. 's Morgens vroeg het fysieke werk, 's middags voor pampus liggen met een natte doek om en de ventilator aan; dat werkt goed als verkoeling.
In de afgelopen maanden hebben we verschillende vrienden uit Nederland op bezoek gehad. Wat we van iedereen hoorden is, dat deze blog weliswaar een goed beeld geeft van het leven hier, maar dat men toch geen totaalbeeld had van hoe de bouw van Baan Din, ons huisje, in zijn werk is gegaan. Vandaar dat maar eens een selectie van de bouwfoto's in een presentatie heb gezet en voorzien van bijschriften.
We wonen hier nu al weer ruim twee jaar en moesten voor het eerst onze rijbewijzen verlengen. Normaal gesproken zijn die vijf jaar geldig, maar het eerste rijbewijs dat je krijgt gaat slechts twee jaar mee. Op zich is zoiets niets om je druk over te maken, ware het niet dat een van de weinige dingen die hier nodig zijn om zo'n papiertje te krijgen is, dat je een kleurenblindheidstest met goed gevolg aflegt. Twee jaar geleden was dat allemaal goed afgelopen omdat het feit dat ik maar een kwart van de kleuren goed zag volkomen genegeerd werd. Maar dat was in het kleine Mae Taeng en nu moesten we naar Lampang, waar alles veel professioneler is ingericht.
Eerst hebben we geprobeerd om zonder gezondheidsverklaring de verlenging te verkrijgen. Voor het eerste rijbewijs moesten we namelijk ook bij de dokter een kleurzichttest doen, die ik uiteraard ook niet haalde. Toen ik zei dat ik de stoplichtlichten probleemloos kan zien keurde ze me toch goed. We hadden gehoord dat de gezondheidsverklaring vaak niet gecontroleerd werd, dus onder het motto "niet geschoten, altijd mis" waagden we het erop. Helaas, dat feest ging niet door.
Gelukkig bleek het verkrijgen van de gezondheidsverklaring geen probleem. In het ziekenhuis in Lampang werd er geen kleurzichttest gedaan. Alleen bloeddruk, temperatuur, lengte en gewicht meten en van vijf ziektes zeggen dat we die niet onder de leden hebben, 100 Baht (€ 3) afrekenen en de volgende dag weer naar het Transportation Office voor een tweede poging.
Eerst werd het papierwerk allemaal gecontroleerd en van de nodige stempels voorzien. Daarna volgde het kritieke moment: de tests.
In de testhoek staan drie apparaten waarmee feilloos kan worden vastgesteld of je een goede chauffeur bent. De eerste test gaat met een soort stoplicht. Helaas niet een waar rood boven en groen onder zit. De bedienster laat op één van de drie posities een rood, geel of groen licht zien. Mieke ging eerst en tot mijn opluchting waren rood en groen op dit stoplicht redelijk goed te onderscheiden, net als bij echte stoplichten overigens. Geel en rood echter, leken in mijn ogen precies hetzelfde. Alleen leek geel iets zwakker. Toen het mijn beurt was ging het bijna foutloos: "green, red, yellow, green, red". "Geel" siste Philippe, een goede vriend van ons die meegekomen was. "Ehhh yellow" verbeterde ik snel. Geslaagd.
Door naar test 2. Daar wordt getest of je gezichtsveld wel groot genoeg is. Een voor een moesten we plaats nemen op het blauwe (?) krukje, onze kin tegen een steuntje houden en naar een gele (?) stip kijken. Links of rechts ging dan een rood of groen lampje branden, dat we moesten zien zonder opzij te kijken. Het waren weer de voor mij goeie kleuren rood en groen, dus ook deze test verliep goed.
Op naar test 3, waar bekeken wordt of je diepte kunt zien en of je reactiesnelheid goed is. In het testapparaat staan twee verticale cylindertjes. Een touwtje loopt vanaf het krukje waar je op moet plaatsnemen het apparaat in naar het ene cylindertje en dan via het andere cylindertje weer naar buiten, terug tot aan het krukje. De bedoeling is dat je door aan het ene eind van het touwtje te trekken en het andere eind te laten vieren beide cylindertjes op dezelfde afstand zet. Als dat gelukt is moet je op het rechter pedaal dat op de grond staat drukken. Hoe dieper je het indrukt, hoe meer goene lichtjes er gaan branden. Dan, ineens, gaat er een rood licht branden en moet je zo snel mogelijk het linker pedaal indrukken. Ook geslaagd.
Na de geslaagde tests worden we in een kantoorruimte achter een computer gezet, waar in een 3 kwartier durende presentatie wordt uitgelegd hoe je je verantwoord door het Thaise verkeer beweegt. Tussendoor krijgen we enkele meerkeuzevragen, die we echter niet hoeven te beantwoorden. We moeten er even over nadenken en dan wordt het juiste antwoord rood. Of is het groen?
45 minuten later hebben we bewezen de Thaise verkeerschaos te kunnen trotseren en hoeft alleen het rijbewijs nog te worden gemaakt. Daar hoef je hier geen paar dagen op te wachten; je krijgt het meteen mee. Mieke mag naar loket 1, ik naar loket 2. Er wordt wat getypt, uiteraard veel geniet en gestempeld, dan een foto gemaakt, ik reken 555 Baht (€ 16) af en loop opgelucht de wachtruimte weer in. Voor Mieke duurt het allemaal veel langer. Haar paspoort wordt meerdere malen gecontroleerd, omgedraaid, doorgebladerd, weer gecontroleerd. De medewerkster heeft geconstateerd dat op haar oude rijbewijs de naam Kupers ontbreekt. Dat wisten we wel, maar we kregen dat indertijd in Mae Taeng niet duidelijk gemaakt, dus hebben we het maar zo gelaten. Verder had Mieke bij haar nationaliteit "Dutch" ingevuld, en dat land kende de medewerkster niet. Een kwartiertje later was alles blijkbaar duidelijk en kwam ook Mieke met haar felbegeerde kaartje naar buiten.
Extra bonus: het rijbewijs blijkt geldig tot je eerste verjaardag volgend op de datum 5 jaar nadat het is verstrekt. Ik kan er dus 5 jaar en bijna 10 maanden mee vooruit.
Bij het wegrijden reed ik zowat een brommer omver: de praktijk is altijd weerbarstiger.
De maanden december, januari en februari vormen in Thailand het toeristisch hoogseizoen. De temperaturen zijn dan aangenaam voor degenen die de noordelijke winter willen ontvluchten. Ook wij hebben de afgelopen weken diverse bezoekers uit Nederland gehad: mensen die we twee jaar niet gezien hadden. Dankzij het kleine gastenhuisje dat we in het nabijgelegen dorpje huren kunnen we die comfortabel onderbrengen en kunnen ze lekker uitslapen zonder door onze (soms gemotoriseerde) tuinarbeid al om 6 uur 's morgens gewekt te worden. Iedereen blij.
Alleen, die temperaturen werken niet helemaal mee dit jaar. Op een enkele dag in december en januari na gaat het kwik in de middag dit jaar steevast over de 30 graden. Deze week hebben we de 39 al een keer gehaald, en terwijl ik dit schrijf is het 37 graden. Dat zijn temperaturen die normaal gesproken in de warme maanden april en mei thuishoren. Gelukkig koelt het 's nachts nog redelijk af. De koudste nacht werd het 13 graden (24 graden minder dan overdag) en we zijn inmiddels zo ingeburgerd dat we dat siberisch koud vinden. De warme middagen komen we dan met een siësta wel door.
Als we de weer-app mogen geloven is het nog redelijk gezond weer. De UV-index is gemiddeld, pollenconcentratie is laag, hardlopen doen we niet maar is redelijk mogelijk en het golfweer is zelfs goed. Merkwaardig dat de levensindex gebaseerd wordt op hoe geschikt het weer is om te golfen of hardlopen. Blijkbaar is je leven geslaagd als je zonder hooikoorts kunt golfen en hardlopen. De app vermeldt namelijk geen echt bedreigende omstandigheden, zoals de smog-concentratie, die inmiddels drie keer zo hoog is als wat de WHO als veilig beschouwt. Daarmee zijn onze rijstvelden net zo smoggy als bijvoorbeeld de drukke Pleinweg in Rotterdam (waar je ook nooit iemand ziet golfen, maar dat ter zijde).
Vaak wordt er bij smog gewezen naar de boeren die de onderbegroeiing van hun land afbranden, of de plattelanders die hun huisvuil opstoken en in slecht afgestelde diesels rijden. Allemaal waar, maar de hoofdschuldige in deze omgeving is toch echt de enorme bruinkoolgestookte energiecentrale met de bijbehorende bruinkoolmijn. Er wordt gewerkt aan vermindering van de uitstoot daarvan, maar tot het zo ver is blijft de Lampang in de droge tijd tot de provincies met de meeste smog horen,
Een flink deel van de bruinkool is inmiddels afgegraven. Het maanlandschap dat dat heeft opgeleverd is flink onder handen genomen. Er is een botanische tuin aangelegd en in november en december zijn de hellingen veranderd in een zee van zonnebloemen. Jaarlijks vindt er een groot festival plaats en ... je raadt het al ... er is een golfbaan aangelegd. Lekker naast de grootste fijnstofbron van de provincie, maar zoals de eerder genoemde weer-app meldt: prima golfweer.
Indrukwekkend is het wel, zo'n bruinkoolmijn
Intussen ben ik aardig afgedwaald van het onderwerp van deze blog. Er zitten dan ook 4 dagen tussen het schrijven van de eerste alinea en deze. Ik had een leuk bruggetje in mijn hoofd van ons gastenhuisje naar de sociale woningbouw in onze badkamer, maar dat ben ik inmiddels helemaal kwijt. Jammer, maar dat gebeurt nu eenmaal als je 63 bent. Maar nu ik over het vergeten van het bruggetje heb geschreven is dat op zich weer een bruggetje geworden en komt alles toch nog goed.
Een paar maanden geleden schreven we al eens over de sociale wespen die een nest aan het bouwen waren onder een krukje (video op https://youtu.be/fegwhMJEyd4). In tegenstelling tot de urntjeswesp, die in haar eentje werkt, doen sociale wespen dat gezamenlijk. Hun bouwsel onder het krukje deed denken aan de Bossche bolwoningen van Dries Kreijkamp; geen architectuur voor de gewone wesp. Maar ze doen dus ook aan sociale woningbouw, zoals blijkt uit deze rijtjeswoningen in onze badkamer.
Een schril contrast met de luxe vrijstaande villa's die de urntjeswespen op en in een tempelsteen hebben gebouwd.
De vraag in de titel van deze blog hoor ik altijd als een of ander muziekje. Ik heb hem maar eens even in duckduckgo (de zoekmachine die niks van je wil weten) getypt en het blijkt een populaire televisieshow geweest te zijn rond 1990. Wij hadden vroeger thuis geen televisie, mijn ouders lazen liever een boek, en sinds ik uit huis ben heb ik ook nooit veel gekeken. 12 jaar geleden is mijn draagbare mini-teeveetje naar de schuur verhuisd waar het ding tot ons vertrek naar Thailand heeft gestaan. Desondanks blijk ik de herkenningsmelodie van die show ergens te hebben opgepikt en, erger nog, opgeslagen. Het zij zo.
Maar laat ik jullie niet lastigvallen met tv-pulp en bijbehorende deuntjes en tot de kern van deze blog zien te geraken. "Doet ie het of doet ie het niet" is namelijk altijd de vraag hier. Waar je er in Nederland vanuit mag gaan dat iets wat je koopt het ook daadwerkelijk doet, is dat hier allerminst zeker. Zo zijn we sinds een paar dagen de trotse bezitters van een fluitketel. We zijn namelijk net onder (Mieke) en boven (ik) de 60 en dan wil het kortetermijngeheugen nog wel eens wat kuren vertonen. "Doet ie het of doet ie het niet," is voor ons ook wat dat betreft steeds de vraag, en vrij regelmatig moeten we concluderen dat ie het niet doet. Mijn zoektocht naar waar ik mijn bril heb neergelegd is een dagelijks meermaals voorkomend ritueel. Om te kunnen lezen moet ik het ding afzetten, en na het lezen loop ik dan zonder hem op te zetten weg, waarna ik als ik hem weer nodig heb geen flauw idee heb waar ik hem heb afgezet. Lastig, maar ongevaarlijk.
Riskanter is het wanneer we water koken voor thee of koffie, of rijst opzetten. Het water koken deden we een tijdje met een elektrische waterkoker, maar daar was het zonne-energiesysteem niet blij mee; met name het aanslaan was telkens een aanslag op de accu's. De inductie-kookplaat met timer trok sowieso al te veel stroom, dus die hebben we nooit kunnen gebruiken. Daarom staat er nu een gaspitje, maar als je dan vergeet dat het water op staat ontstaan er problemen. De oplossing bleek te koop in de bouwmarkt: een fluitketel. Zoëentje met een klepje dat de schenkopening afsluit. Ten minste, dat is het geval als je er in Nederland een koopt. Bij onze fluitketel sloot het klepje niet helemaal goed, waardoor de stoom er langs stoomde in plaats van door de fluit. Omdat we geprobeerd hadden een papieren etiket dat op de ketel zat eraf te pulken, hetgeen niet lukte, konden we niet meer terug om te ruilen. Voordeel van de matige kwaliteit van de materialen hier is, dat je makkelijk wat kan bijbuigen. Mieke heeft dat geprobeerd en nu hebben we zo waar een fluitketel die het doet (en die een gehavend etiket op de zijkant heeft).
In onze lijst van dingen die het niet doen staan onder meer schroefjes zonder schroefdraad, borden die afbreken als je ze optilt, kopjes waarvan je het oortje in de hand houd terwijl de rest blijft staan, de versnelling en achterrem van mijn nieuwe fiets en verlengsnoeren met een geaard "stopcontact" die echter maar twee draden blijken te bevatten. Ook op straat is er veel dat het niet doet. De knipperende pijlen die enkele maanden geleden zijn aangebracht bij de U-draaien in de middenberm van de snelweg doen het op een enkele na niet meer. Veel achterlichten van brommers doen het niet en fietsen met goed licht zijn al helemaal zeldzaam. En wij? Wij doen het er maar mee.
Wat het heel goed doet is de zon; het is uitzonderlijk warm voor de tijd van het jaar. Eergisteren was het 's middags maar liefst 37 graden en vandaag haalden we de 36. Normaal gesproken zou het maximaal zo'n 30 graden moeten zijn. In de vroege ochtend is het 13 à 14 graden en dat vinden we tegenwoordig heel koud. We blijven dan maar wat langer in bed, onder twee dekens, en ontbijten eveneens in bed, met een warm vest aan.
Door die warmte begint alles ook erg droog te worden en hoewel de regering vindt dat vuurtjes stoken iets is wat de Thai niet moet doen, doet ie het wel. Gisteren lagen we bij slechts 35 graden siësta te houden toen Mieke geknetter achter het huis hoorde. Vanuit de badkamer was er niets te zien, maar toen het knetteren aanhield gingen we maar eens even buiten kijken en bleek dat het weiland van de achterbuurman in brand stond. Het was alleen gras en lage begroeiing, maar het kwam wel onze kant op gekropen, in de richting van de bamboehaag die een meter van de grens tussen de landjes staat. Hoewel de waterdruk helemaal achterop het landje gering was, was het toch genoeg om de brand te stoppen. Buurman zelf was in geen velden of wegen te bekennen, dus ik ben de plekken op zijn land die nog smeulden maar met de gieter te lijf gegaan. Ons plan om nog naar de stad te gaan hebben we maar laten varen; we wilden niet het risico lopen dat het vuurtje tijdens onze afwezigheid toch weer op zou laaien.
Om de jonge aanplant door de droogte heen te helpen hebben we inmiddels ons eigen bewateringssysteem aangelegd, bestaande uit lange slangen met gaatjes op de plaatsen waar een plant of boompje staat. In plaats van met de gieter alles af te lopen kunnen we nu telkens een slang aankoppelen en dan een aantal planten en bomen tegelijk water geven. Gelukkige verkopen ze hier klokjes die je tussen waterleiding en slang kunt zetten die na een vooraf ingestelde tijd automatisch de watertoevoer afsluiten. Als ze het tenminste doen. Best handig als je kortetermijngeheugen het even niet doet.
Vandaag tegen het eind van de middag, toen het wat koeler begon te worden, waren we nog even aan het bewateringssyteem aan het knutselen toen er een grote groep ooievaars over kwam en een slaapplaats koos in twee bomen iets verderop. Een prachtig plaatje dat helemaal goedmaakt dat er dingen zijn die het niet doen.
Een maand geleden schreef ik onder meer over het merkwaardige etiket op een nieuwe matras. Op mijn verzoek om suggesties voor de betekenis van dat etiket zijn een paar reacties gekomen.
Christine Nijssen heeft er iets moois van proberen te bakken: "Niet bewegen op dit matras," moet het volgens haar zijn. Carin Peters denkt dat "het matras de wifi verbinding dusdanig verstoort dat u tijdens uw slaap niet wordt gestoord". Jan Lagarde houdt het op "ook in dit bed gratis internet" maar volgens hem kan het ook "borstvoeding zonder onderbreking" betekenen. Arnoud Monster verraadt zijn academische werkomgeving door diepgaand onderzoek te hebben gedaan (of overgeschreven, dat weet je tegenwoordig nooit): "Het label geeft duidelijk aan dat vanaf het moment dat je op dit matras ligt, je niet gestoord zal worden door kunstmatige geluiden of straling van buitenaf. Het geluid van mobiele apparaten (binnenkomende telefoontjes of berichten) alsook, geluiden van nabij gelegen rice-mills, loeiende generatoren zullen geabsorbeerd worden door de hoogstaande matrasvulling waardoor de matrasligger ongestoord (no interruption) blijft." De jury heeft lang wakker gelegen van de keuzestress en besloten geen winnaar aan te wijzen en zich te beraden op een passende beloning voor alle inzenders.
En toen zaten we ineens zonder stroom. De pomp die het water uit de put omhoog moet halen sloeg op hol en daar kon de inverter, het apparaat dat de 48 volt van de zonnepanelen omzet in de 220 volt die we nodig hebben, niet tegen. Grootste probleem was niet het licht en zelfs niet de koelkast, maar de hydrocultuur-tafels waarop de sla vrolijk stond te groeien. Het water in die systemen wordt via een aquariumpompje 24 uur per dag rondgepompt. Gelukkig hebben we een noodstroomvoorziening via een generator, maar die wilden we niet continu laten draaien. Dus hebben we maar geprobeerd of de sla genoegen nam met twee keer een uur watercirculatie en de rest van de dag en nacht stilstaand water. En dat vond de sla prima.
Leven met beperkt elektriciteit went snel. 's Morgens opstaan als het licht wordt. De generator opstarten en de koelkast, de hydrocultuurpompjes en alles wat opgeladen moet worden aansluiten; ontbijten met het gedreun van de motor op de achtergrond. Na een uur de motor afzetten, waarna de dag verder vrij normaal kan verlopen. Om een uur of 5 in de middag weer een uur het generatorritueel. Als dat klaar is is het intussen donker en rijden we naar de stad om daar wat te eten, zodat de avond iets verkort wordt. Als we dan weer thuis zijn kruipen we in bed en als we niet vergeten zijn de telefoons en tablet op te laden kunnen we nog een tijdje lezen of een film kijken.
Het lastigste was eigenlijk dat de batterij van de laptop ook besloten had het voor gezien te houden. Om te werken en om bijvoorbeeld een nieuwe blog te schrijven moesten we dus ergens gaan zitten waar een stopcontact was. Vandaar dat het zo'n 3 weken stil is geweest aan het blogfront. Inmiddels hangt er een leen-inverter en draaien we weer helemaal op de zonnepanelen.
De productie van het jaarlijkse fotoboek en de blog-in-magazineformaat hebben al die tijd ook stilgelegen. Er zijn wat suggesties binnengekomen naar aanleiding van de plaatjes op onze matras (zie deze blog), maar we moeten daar nog even voor gaan zitten.
Het leukste wat zich tijdens de stroomloze dagen heeft voorgedaan is, dat we de banden met onze huisgenoten flink hebben weten aan te halen. Zo heeft ons huisdraakje zich weer gemeld. Hij of zij woont tegenwoordig in de buurt van de buitenbadkamer en laat zich regelmatig zien als we daar zitten. Het beestje bivakkeert graag in mijn billendoekje (een doekje om de boel te drogen na gebruik van die handige Thaise kontspoelkraan). Een vreemde plek, maar ieder zijn meug; ik beschouw het maar als een compliment. Mieke voert hem nu meelwormen en rupsen en daar laat hij zijn welriekende plekje graag voor in de steek. Uit de hand eten doet hij nog net niet, maar dat zou binnenkort zo maar kunnen gaan gebeuren.
Ook voor de toekeh, die al eerder in ons huis woonde dan wij zelf, zijn meelwormen onweerstaanbaar. Hij laat zich langzaam langs de muur omlaag zakken om ze uit het bakje te halen dat Mieke omhoog houdt. Waarschijnlijk zou hij ze al uit de hand eten, maar daar zijn we zelf dan weer een beetje terughoudend in. In tegenstelling tot die van het draakje is zijn bek groot genoeg om in je vinger te bijten.
Zelfs de guppies die we in de coldtub hebben gezet om de muggenlarven te verorberen hebben zich tot huisvrienden ontwikkeld. Als ik even ga zitten afkoelen komen ze meteen kijken en knabbelen ze aan mijn huid, waar waarschijnlijk iets op zit dat niet te versmaden is. Voor guppies dan.
Intussen is het ook hoogseizoen voor bezoek uit Nederland. Er zijn al een aantal mensen langs gekomen en de komende weken verwachten we er nog meer. Het is ontzettend leuk dat we nu steeds een aantal dagen met elkaar kunnen doorbrengen; ontmoetingen in Nederland waren bijna altijd voor een paar uurtjes. Dat leidt tot andere gespreksstof en is voor ons ook een goede reden om uitstapjes te maken. We hebben een klein gastenverblijf in het dorpje vlakbij, waar bezoekers makkelijk heen kunnen fietsen en niet gewekt worden door ons geklus in de vroege ochtend. Overigens zitten we gelukkig in de droge tijd en vraagt de tuin weliswaar om water, maar verder niet om heel veel onderhoud. Wat dat betreft is het hier met het weer goed geregeld.
"Khun Frenk! Khun Frenk!..." Buurman Toey staat aan de poort te roepen. Khun (spreek uit als khoen, waarbij je een klein beetje lucht uitblaast na de k) is het Thaise woord dat aangeeft dat je het over personen hebt. Je noemt iemand nooit zo maar bij de naam, maar zet er altijd khun voor. Je zou denken dat ik dan dus ook khun Toey had moeten schrijven. Op zich is dat goed gedacht, ware het niet dat Toey al een wat oudere man is, en dan word je lung, een aanduiding die meer respect uitstraalt en overigens ook oom betekent. Er was wat verwarring in het dorp toen bleek dat ik ouder ben dan Toey. Ik zie er blijkbaar nog jeugdig uit. Iedereen had me altijd khun Frenk genoemd (François is echt onuitspreekbaar voor de Thai dus ik heb het maar wat simpeler gemaakt) en ineens bleek dat ik eigenlijk al in aanmerking kwam om als lung door het leven te gaan. Er werd wat lacherig over gedaan en omdat ik prima kan leven met khun blijf ik vooralsnog khun Frenk. Het respect dat bij lung hoort moet ik denk ik nog verdienen. Mieke is ook een lastig uit te spreken naam, dus die gaat hier door het leven als khun Mik. Mijn zoon is khun Coen: dat is een makkie om uit te spreken, maar ze vinden dat wel heel apart. Ik kijk al uit naar mei 2019, wanneer ik mijn dochter khun Isabelle Renate mag introduceren. Benieuwd wat daar van gemaakt gaat worden.
Lung Toey is inmiddels de poort binnengelopen en ik loop hem tegemoet. "Tomollow you จักรยาน?" vraagt hij, ondertussen een weide cirkel met zijn arm makend. Ik probeer hem te begrijpen, maar dat lukt me nog niet helemaal. Hij kan haast geen thatjaa (gras maaien) bedoelen, want we zitten in de droge tijd en het gras groeit nauwelijks. Bovendien klinkt จักรยาน niet als thatjaa. "Tomollow mohning you me จักรยาน" probeert hij nog eens, nu met twee handen een fietsbeweging makend. Nu valt het kwartje. จักรยาน = djakriaan = fiets. Of ik morgen mee wil gaan fietsen. Ik probeer duidelijk te krijgen of het om een lange tocht gaat, en of er meer mensen meefietsen. Voor zover ik het nu goed begrijp gaat het om een samen te fietsen rondje. Ik stem toe en we spreken af om 30 minuten na de ochtendgong. In de Thaise spreektaal wordt nog vaak de traditionele tijdsaanduiding toegepast, die gebaseerd is op de dagindeling van Boeddhistische monniken. 6 uur 's morgens wordt er op een gong geslagen (moong chao). 7 uur is dan nung moong chao, ofwel 1 uur na de gong. Om 13:00 uur slaat er weer een gong (baay moong) en om 19:00 uur is het een trommelslag (thoeng). Om 1 uur 's nachts is het een bel (thie) die de tijd aangeeft. Het is even rekenen, maar 30 minuten na moong chao is dus half zeven. Gelukkig is de officiële tijdsaanduiding hier "gewoon" dezelfde 24-uursklok die wij gebruiken.
De volgende morgen om half zeven fiets ik op mijn kinderfiets-voor-volwassenen de poort uit, waar lung Toey al staat te wachten. Hij zet er op zijn oude barrel flink de sokken in. Ik heb geen idee of dat zijn gebruikelijke fietstempo is. De meeste Thai fietsen namelijk met een gangetje waarbij ze net niet omvallen. Misschien probeert hij die lange farang uit. Die laat dat echter niet gebeuren. Bij de meeste dingen die met spierkracht en conditie te maken hebben zal ik het zeker tegen hem moeten afleggen. Ik zie me de grote balen gras die hij op zijn schouder neemt nog niet dragen en over het graven van een gat om een struik te planten doe ik 4 keer zo lang. Maar fietsen, dat gaat me nog steeds prima af. Ik kan dus redelijk ontspannen naast hem blijven rijden en probeer zo goed en zo kwaad als het kan wat gesprekjes. Zo weet ik nu de namen van de dorpen waar we door kwamen, en de beroepen van een paar mensen die we tegenkwamen. Althans, die wist ik. Als je de lung-leeftijd eenmaal hebt bereikt doet het kortetermijngeheugen het niet meer zo goed als wanneer je nog khun bent.
Om die mensen die we tegenkomen lijkt het vooral te gaan. Toey zwaait ze uitbundig toe en roept ook het een en ander waarvan ik niks begrijp. Maar dat de lange farang en de daarnaast fietsende kleine Thai opzien baren is duidelijk evenals dat Toey daarvan geniet. Dat doe ik trouwens ook.
Toey's tempo zakt intussen wat terug en heel erg vind ik dat niet. Op mijn kinderfiets-voor-volwassenen zit ik in een allerminst comfortabele fietshouding en bovendien doet de versnelling het niet. Hoewel, dat is niet helemaal waar: hij doet het half. Toen ik de fiets kocht stond hij in zijn 2. Op een stukje weg waar het omlaag ging schakelde ik soepeltjes door, tot ik ontdekte dat het ding wel opschakelde, maar dat terugschakelen er niet bij was. Sindsdien fiets ik in zijn 5. In Thailand is het nu eenmaal niet vanzelfsprekend dat iets doet of blijft doen wat het moet doen. Ook dat went.
In het gebruikelijke Thaise tempo, dus net niet omvallend, bereiken we onze Baan Din weer. "Tomorrow we djakriaan?" vraagt Toey. "Proengnie phom lae khun Mik Chiang Mai" koeterwaalthai ik. Hij snapt dat Mieke en ik de volgende dag naar Chiang Mai gaan, maar vindt dat we dan best eerst nog kunnen fietsen. Ik wil dat wel af en toe doen, maar niet iedere dag. De vroege ochtend is namelijk ook de beste tijd voor werk in en om het huis. Op geheel Thaise wijze houd ik het daarom maar op "misschien".
De volgende ochtend regent het. Net zoals het in de regentijd best een paar dagen droog kan zijn, kan er in de droge tijd zo nu en dan een bui vallen of zelfs een druilerige dag voorkomen. Om 30 minuten na de gong regent het nog steeds en is er nog geen Toey te zien en ook om nung moong chao blijft het stil aan de poort. Om song moong chao, 2 uur na de ochtendgong, vertrekken we richting Chiang Mai. Gered door de regen.
Het blijft een vreemde gewaarwording: 6 december en ik sta 's avonds om 8 uur te douchen onder een imposante sterrenhemel. Er brandt maar een klein lichtje in de badkamer, zodat de sterren optimaal tot hun recht komen.
(Douche-foto's zijn alleen zichtbaar voor Premium Members.
Upgrade nu om de foto's te kunnen zien.)
Ineens merk ik dat ik niet alleen ben. Er klinken geluidjes uit de richting van de wastafel. Ik zet de douche uit en kijk naar de plek waar het geluid vandaan komt. Niks te zien. Een 2 watt ledlampje (we moeten zuinig zijn als de zon niet schijnt, want de opslag van zonne-energie in de accu's is beperkt) levert ook niet al te veel licht. Met de zaklantaarn erbij is de veroorzaker snel gevonden. Er zit een kikkertje in de gieter. Dat is niet voor het eerst. Een tijdje geleden kwam dat zelfs dagelijks voor. De design vormgeving is blijkbaar aantrekkelijk voor kikkers, maar als ze er eenmaal in zitten, kunnen ze er niet meer uit.
Ik keer de gieter om boven de grond; de kikker springt eruit. Een bedankje kan er niet vanaf. Hij hopt naar de muur en begint daar tegenop te klimmen. Voordat de kikkers onze gieter ontdekten heb ik nooit geweten dat ze recht tegen muren omhoog kunnen klimmen. Ik ga maar eens op mijn gemak op de pot zitten (foto's zijn alleen.... nouja, laat maar) om de vorderingen te kunnen volgen. Halverwege de muur blijft de kikker een tijdje zitten. Dan besluit ie dat het beneden toch beter was en daalt hij weer af. Dat doet hij heel grappig, zonder zich om te draaien. Zijn kop blijft bovenaan.
De kikkers zijn niet de enige huisdieren hier. Als ik de insecten en spinnen voor het gemak even niet meetel, en de sociale wesp, de urntjeswesp, de yellow spotted keelback en andere beessies die al in eerdere blogs voorbij gekomen zijn ook oversla, blijft er nog een aantal opvallende huisgenoten over. Zo zag ik bij een eerder badkamerbezoek een rat snake (ik weet de Nederlandse naam zo gauw niet) lekker lui liggen zonnen op een van de schapjes tegen de muur. Het is een flinke jongen, van zo'n 2 meter lang, maar niet gevaarlijk. De Thai schijnen hem als delicatesse te beschouwen. Het dier wachtte niet tot ik mijn camera gepakt had, maar ging er als een haas vandoor.
Rat snake in de tuin van de buren in Nang Lae
Hardnekkiger was de wat kleinere slang die zich in het enige kastje dat we uit Nederland hebben meegenomen genesteld had. We kwamen hem op het spoor toen Mieke wat kleding verschoof en er ineens een complete slangenhuid uit viel. Er had zich dus een slang zitten vervellen, maar een snelle inspectie leverde verder niets op. De volgende ochtend, bij goed licht, ben ik voorzichtig het kastje leeg gaan pakken en bleek hij er toch nog te bivakkeren. Met een lange stok en de nodige moeite hebben we hem weten te bewegen elders woonruimte te zoeken. Het bleek uiteindelijk om een ongevaarlijke regenboogslang te gaan. Maar daar kwamen we pas achter nadat we hem tot verhuizen hadden bewogen.
De bewoner die hier het langst zit is de toekeh. Tijdens de bouw liet hij zich al gelden door gaten te bijten in de net opgestapelde zakken met rijstkaf, die de basis voor de muren vormen. Nadat de klei- en leemlagen waren aangebracht was dat feest voor hem over, maar blijkbaar was ons earth-house aantrekkelijk genoeg om te blijven wonen. Toen we er zelf bij introkken heeft hij een nacht heftig geprotesteerd door om het half uur luidkeels te toekeh'en, maar daarna heeft hij zich erbij neergelegd.
Vorige week hebben we een kleine reorganisatie in de kastenwand waar hij achter woont doorgevoerd, zodat we een nieuwe vaas die we op de kop getikt hadden een beetje prominent konden neerzetten. Wat blijkt: toekehs houden niet van verandering. Er volgde weer een verstoorde nacht. Het verhaal gaat dat hoe vaker een toekeh toekeh zegt, hoe meer geluk je in het leven hebt. Een gemiddelde toekeh toekeht per sessie 4 of 5 keer. Onze huisgenoot haalde echter enkele keren de 10. Kijk, dan heeft zo'n nachtrustverstoring toch nog zin. Ons geluk kan niet meer op. Bovendien vangt hij van alles wat we liever niet in huis zien, zoals muggen, spinnen en kleine slangen. Wij houden van onze toekeh. Zijn partner heeft onlangs twee eitjes op het kozijn naast onze voordeur geplakt, dus misschien maken we nog wel gezinsuitbreiding mee.
Buitenshuis woont veel vliegend spul. De myna's zijn altijd nadrukkelijk aanwezig, maar er zitten veel meer voor ons bijzondere vogels rond het huis. Tijdens het ontbijt komen meestal de ijsvogels vissen in onze vijver en de kleine zwarte bushchat zoekt heel vaak een stok of takje vlak bij ons in de buurt.
Bushchat in de rijst
In een pas geplante struik hebben wevers een nest gebouwd. En we hebben al een paar keer een hop over zien vliegen, maar nog geen kans gezien om deze ergens stil te zien zitten.
Het grootste vliegende spektakel komt van de ooievaars. De Indische Gaper is een kleine ooievaar, die vooral opvalt doordat er een klein gat gaapt tussen de snavelhelften. Dat schijnt het eten van slakken gemakkelijker te maken. De gapers vliegen meestal in enorme groepen en laten zich dan lekker op de termiek rondzweven. Soms landen ze in een weiland, om slakken te pikken en dan op een gegeven moment ook weer allemaal tegelijk op te vliegen.
En dan zijn er natuurlijk nog de vlinders en rupsen. Daarbij hebben we wat gemengde gevoelens. Want hoewel niet alleen de vlinders, maar ook de rupsen vaak schitterend mooi zijn, zijn die laatsten ook ongegeneerd hongerig. De knappe jongen hieronder had in één nacht een mooi struikje helemaal kaal gevreten. Dat vonden we een minder geslaagde actie.
Rups van de Ligusterpijlstaart
Gisteren zag ik een prachtige, nog nooit eerder geziene vlinder op de regenpijp zitten. Ik liep er voorzichtig heen om het beest wat beter te kunnen bekijken. Hij bleef gewoon zitten. Ik riep Mieke om snel te komen kijken en ze kwam meteen aangerend. In plaats van de camera te pakken schoot ze onbedaarlijk in de lach. Ze bleek een soort 3D-stickers van vlinders gekocht te hebben, en een ervan zat ik nu te bestuderen. Nouja, die laat de planten tenminste heel.