18 juli 2021

De straat waarin we wonen

Toen Mieke in 2009 haar opleiding aan de Fotovakschool begon was een van haar eerste opdrachten het maken van een fotoserie met de titel "de straat waarin ik woon." Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want aan de Touwbaan in Maashees stond zegge en schrijve één boerderij. Achter op het erf stond nog het kleine huisje waar wij woonden en dan had je het met de bewoners wel gehad. Net voorbij de boerderij werd de Touwbaan een zandweggetje en aan weerskanten daarvan lagen percelen die bij een boomkwekerij hoorden. Uiteindelijk werden die het decor voor de fotoserie. 


Intussen wonen we al 3 jaar in Nong Noi, zijn we allebei fanatieke fotografen, maar hebben we de straat waarin we wonen nog niet eens in beeld gebracht. Daar moest maar eens verandering in gebracht worden, zeker nu we in de qua licht en luchten mooiste tijd van het jaar zitten. Bovendien gonst het momenteel van de activiteiten op de anders zo stille velden aan onze straat, want iedereen is bezig met het planten van de rijst. Hoog tijd dus om de camera om te hangen en de fiets te pakken.

Voor het eerste plaatje hoef ik ons landje nog niet eens af. Buurman Ien heeft zijn stukje grond dat aan ons grenst gisteren onder laten lopen en om laten ploegen en is nu met zijn zus rijstplantjes aan het zetten. Of het toeval is of niet, dat weten we niet, maar gisteren dreven er een paar grote vissen dood in onze vijver. Die krijgt het water aangevoerd via het land van Ien en dat heeft hij niet zo lang geleden bespoten met een onkruidverdelger. Hier in Thailand zijn dat vaak middelen die in Europa verboden zijn. Je zou verwachten dat ondernemingen uit de zich ontwikkeld en geciviliseerd noemende wereld  dan besluiten om de productie helemaal te stoppen, maar zo blijkt dat niet te werken. De alternatieven die ze ontwikkelen zijn te duur voor boeren als Ien, dus wordt de in Europa verboden troep in Azië en Afrika op de markt gedumpt. Een paar jaar geleden wilde Thailand ook een aantal middelen verbieden, maar er kwam zo veel weerstand van de boeren die zich niets anders kunnen permitteren, dat de maatregel maar weer is ingetrokken. We maken ons geen illusies over de stofjes die hun weg naar onze vijver vinden en eten dan ook geen vis daar uit.


Ik ga de poort uit en fiets eerst maar eens in de richting van Hang Chat. Een stukje verderop zit een man op zijn gemakje in de schaduw het zaagblad van zijn bosmaaier bij te vijlen. Hij woont ook in Nong Noi, komt regelmatig voorbij op zijn brommertje en zwaait en lacht dan uitbundig, maar zijn naam ken ik nog niet. Onze contacten met de mensen in het dorp zijn heel vriendelijk, maar al die Thaise namen aan al die Thaise gezichten koppelen dat lukt helaas niet. Het zaagblad waar hij mee bezig is kost in de winkel bijna 100 baht, zo'n € 2,80. De bloglezer die anderhalf uur gaat zitten vijlen om nog geen 3 euro uit te sparen mag zich melden. Voor de boeren hier is elke baht die ze niet uit hoeven te geven er één en dus wordt alles wat nog bruikbaar is gebruikt en alles wat gerepareerd kan worden gerepareerd.


Een mooi voorbeeld daarvan zijn ook de vogelverschrikkers. Onmisbaar in deze tijd, want veel vogels zijn dol op de jonge rijst. De vogelverschrikkers hier lenen zich voor een eigen fotoreportage. Er worden oude shirts en jasjes gebruikt, maar ook repen metaal, lappen stof, plastic zakken en noem het maar op. Er zijn zelfs levende vogelverschrikkers. Sommige boeren bivakkeren de hele dag op hun rijstveld en zodra er een vogel landt beginnen zij met een stok op een stuk metaal te slaan, of steken een rotje af. Het mannetje op de foto hieronder was vermoedelijk als vogelverschrikker ingehuurd. Hij zat op zijn stoeltje onder de parasol en als er een vogel in de buurt durfde te komen kwam hij overeind om wild zwaaiend en roepend de vogel op andere gedachten te brengen.

Het is niet zo duidelijk tot waar "onze" straat precies loopt. In de steden hebben de straten wel namen, maar in de dorpen is dat vaak niet het geval. Moe 1 heet het officieel hier, maar een Moe is meer een wijk dan een straat. Nong Noi is een gehucht dat bij het dorp Nong Lom hoort en alles aan onze kant van Nong Lom heet Moe 1, inclusief het volledige gehucht Nong Noi. De huisnummers lijken volstrekt willekeurig over de Moe verdeeld te zijn. 

Als ik op het punt kom waar de grindweg in een betonweg overgaat besluit ik dat daar het einde van onze straat ligt. Ik knip nog even de eenzame ooievaar die net in een bijna kale boom geland is. In het eerste jaar hier zagen we regelmatig vluchten van meer dan 100 ooievaars, maar de laatste 2 jaar zijn het niet meer van die grote groepen.

Als ik onze Baan Din weer voorbij ben kom ik Toey tegen, die zit te bellen in zijn sala. Dat is een afdakje waaronder men beschutting tegen regen of zon kan vinden. Hoewel een sala altijd van iemand is, maakt iedereen er gebruik van. Op dagen dat er op het land gewerkt is kan het er vroeg in de avond een gezellige boel worden, als de zelfgestookte wissekie tevoorschijn wordt gehaald. Later dan 9 uur wordt het niet, want iedereen moet weer vroeg op. De ochtend is nou eenmaal de beste tijd om te werken, omdat het dan nog koel is.

Ik kom langs het huis waar men 2,5 jaar geleden mee begonnen is, maar waarvan de bouw al 2 jaar stil ligt. Ook dat is een typisch Thais verschijnsel. Mensen hebben ineens wat geld na een goeie zakelijke deal, of na het winnen van de loterij, kopen een stuk land en beginnen te bouwen. Dan is het geld op en blijft alles liggen. Soms jaren lang. We hebben geen idee of dit project ooit nog afgebouwd wordt. 

Dan komt de weg weer langs net ondergelopen rijstvelden, waar de vrouw van Toey en twee andere vrouwen druk zijn met jonge aanplant. Waar we eerder zagen hoe een zaagblad optimaal gebruikt wordt zien we op de foto hierboven hoe reclamefolders een tweede leven krijgen. Niet zoals in Nederland via de pulpmolen verwerkt worden tot nieuw papier, maar kunstig aan elkaar geplakt tot er een mooi schaduwhoedje is ontstaan. Je kunt de aanbiedingen nog lezen. Als je tenminste Thais kunt lezen.

Ook Foe werkt mee. Foe is de kleinzoon van Toey. Zijn vader, Toey's zoon, is ruim een jaar geleden overleden, zijn moeder is vertrokken en nu hebben Toey en zijn vrouw de zorg voor Foe en 2 andere kinderen, waarvan er een zwakbegaafd is. Dat moet een zorgwekkend toekomstbeeld zijn voor Toey, in een land waar de ouderen het moeten hebben van de zorg die hun kinderen bieden. In plaats daarvan zullen ze nog ruim 10 jaar zelf de zorg voor kinderen hebben. En dat terwijl ze ongeveer net zo oud zijn als wij.

Bij het gedoetje (zoals Mieke een verzameling bij elkaar horende gebouwtjes pleegt te noemen) van de Mooie Man eindigen de rijstvelden en verdwijnt de weg het dorp in. Daar maak ik daarom maar weer zelf een eindpunt van onze straat van. Het gedoetje staat er pas een maand. Een nog een maand ervoor was er alleen een sala. Heel vaak stond de fiets van de Mooie Man aan de weg en was hij op zijn landje aan het rommelen. Tot hij ineens met bamboe aan de slag ging en met aan stokken geknoopt gras waarmee traditioneel de daken hier werden bedekt. Sindsdien lijkt hij er te wonen. De Mooie Man is eigenlijk een vrij Gewone Man, totdat hij begint te lachen. En zodra hij ons ziet begint hij te lachen, dus wij zien altijd een Mooie Man. Mieke zegt dan iedere keer: "die moet ik toch echt eens fotograferen," maar dat is er nog altijd niet van gekomen. Vandaag was de Mooie Man er niet, anders had ik hem wel geknipt. Nu blijft het voor jullie nog onduidelijk hoe Mooi de Man dan wel niet is. Mocht die foto er alsnog komen, dan zullen we het bewijs leveren.

Er komt een bui aan. Tijd om naar huis te gaan. Wil je alle foto's van onze straat zien, kijk dan op https://www.flickr.com/photos/miquefrancois/albums/72157719609640710.

05 juli 2021

This is Thailand (2)

Het is al weer ruim een jaar geleden dat ik onder de titel This is Thailand een aantal eigenaardigheden beschreef die je als typisch Thais kunt beschouwen. Het zijn dingen die anders lopen dan we in Nederland gewend waren. Volslagen onlogisch soms, of compleet absurd, maar vaak ook aandoenlijk schattig. Dingen die in Nederland tot ongeduld, irritatie en zelfs agressie zouden leiden, maar waar hier niemand van opkijkt. En dat laatste geldt inmiddels ook voor onszelf. Tijd voor een update.

Immigration

Iedere 90 dagen moet een van ons op het immigratiekantoor gaan melden dat we er nog zijn. Sinds een paar jaar kan dat officiëel ook online, maar meestal werkt de website waar dat moet gebeuren niet. Ook deze keer liep de boel vast, dus mocht ik er persoonlijk heen. Bij de online-melding moet je je persoonlijke gegevens en je paspoortnummer opgeven en als alles goed loopt is daarmee de kous af. Maar bij een melding op het immigratiekantoor moet je een formulier TM47 invullen en kopieën meenemen van de paspoortpagina met je pasfoto, de pagina met je visum en de pagina met je laatste verblijfsverlenging, én van de voor- en achterkant van de zogeheten departure card, die je krijgt als je het land binnenkomt. Er mogen geen 2 pagina's/documenten op één kopietje staan en alle kopieën moeten voorzien worden van je handtekening. Na viereneenhalf jaar heeft immigration dus al 18 setjes met dezelfde kopieën van ieder van ons, naast de veel uitgebreidere set kopieën die we ieder jaar moeten aanleveren om onze verblijfsperiode te verlengen.

Tot een jaar geleden werd alles uitvoerig gecontroleerd en van een stuk of wat stempels voorzien, wat al gauw een kwartier kostte, maar tegenwoordig scant de beambte je paspoort, waarna er een volledig ingevuld TM47-formulier uit de printer rolt. Inderdaad, hetzelfde formulier als we zelf al hadden ingevuld, maar als ik ons zonder dat fomulier had gemeld was ik weer teruggestuurd. Alle documenten worden aan elkaar geniet (inclusief 2 dezelfde TM47's), er worden bewijsstrookjes in onze paspoorten geniet en na 5 minuten sta ik weer buiten. Ik snap goed waarom immigration vorig jaar naar een groter gebouw is verhuisd. Al die kopieën pasten natuurlijk niet meer in het oude kantoor. 

Een Thai sprak laatst in 't Drentse Gieten
“ik hou heel erg van nietjes nieten”.
Een dag niet geniet
doet mij veel verdriet,
nee, dan ben ik niet te genieten."

Notaris

Soms ontkom je er niet aan: de notaris. In Thailand is dat geen apart beroep, maar heb je advocaten met notariële bevoegdheid. Net als in Nederland leveren die documenten die zowat standaard uit de computer rollen, maar factureren ze die alsof ze ze nog met kroontjespen hebben moeten uitschrijven. Gelukkig ligt het uurtarief hier een stuk lager dan in Nederland. 

De afspraak was om 14:00 uur in Chiang Mai, op zo'n anderhalf uur rijden, maar de advocaat was er nog niet. Het kon nog een minuut of 5 duren, zei zijn assistent, maar wij konden alvast de papieren tekenen. Alles was al online voorbereid, maar de advocaat wilde graag wel dat we de orginelen zouden meebrengen van alles waarvan we scans hadden gemaild. Die liggen in een bankkluis en daar had ik ze speciaal voor de gelegenheid uitgehaald. Daarbij moest ik mijn paspoort laten zien en in het advocatenkantoor kwam ik erachter dat ik dat niet had teruggekregen. De assistent vroeg niet naar alle andere documenten, maar alleen naar mijn paspoort. Toen ik opbiechtte dat dat op de bank was blijven liggen zei hij dat dat niet zo'n probleem was, want de scans die ik gestuurd had waren van goede kwaliteit. De originele documenten zijn eigenlijk alleen van belang als de scans niet goed leesbaar zijn. Voorwaar een leuke variant op de catch-22. Als ik de documenten niet uit de kluis had opgehaald had ik mijn paspoort bij me gehad. Maar doordat de documenten noodzakelijk waren kon ik mijn paspoort vergeten. Maar achteraf waren de documenten toch niet noodzakelijk, dus had ik mijn paspoort gewoon in mijn tas kunnen houden. Ben ik nog te volgen?

Tegen half 3 waren alle papieren (inclusief ook hier alle kopieën van zelf aangeleverde officiële documenten) getekent. Met een minuut of 5 zou de advocaat er nu wel zijn, zei de assistent. Om 14:58 uur kwam hij binnen. Volgens de Thaise normen nog op tijd, want de 14 zat nog steeds in de klok. Dat moet je ruim zien.

Makro

Ja, je leest het goed. De van oorsprong Nederlandse groothandel zit ook in Thailand. Ik heb nog nooit zo dicht bij een Makro-vestiging gewoond als nu hier in Nong Noi. We proberen die zaak zoveel als mogelijk te vermijden, maar voor sommige dingen, zoals noten en zaden voor in het muesli-ontbijt, kunnen we alleen maar daar terecht. Het ontbijt is eigenlijk de enige maaltijd die we nog westers doen, waarbij we overigens kokosmelk gebruiken in plaats van yoghurt, en er een flinke lading vers fruit in gooien.

Zoals bij alle grote winkels is er eerst een temperatuurcheck. Mocht die onverhoopt te hoog zijn, dan is er geen man overboord. Naast de ingang staan een stuk of wat stoelen, keurig op anderhalve meter van elkaar, en daarvoor staat een reuzeventilator te blazen. Na 5 minuten zitten op zo'n stoel mag je het nog een keer proberen en voor de meeste mensen werkt dat. Echt een veilig gevoel.

Het was ontzettend druk in de Makro en ook bij de kassa stonden lange rijen. Nadat al mijn boodschappen waren gescand pakte het kassameisje het doosje brownies dat ik mezelf cadeau had gedaan. Ze zei iets wat ik niet begreep en liep met de brownies de zaak in. Ze bleef best een tijdje weg, maar kwam op een gegeven moment weer terug met twee doosjes brownies. "Flie" zei ze, hetgeen de verthaiste vorm van het Engelse free is. 

Ik keek wat gegeneerd naar de lange rij wachtenden voor de kassa, maar niemand keer geërgerd. Sterker nog, het leek alsof ze allemaal nog veel blijer waren dat ik een gratis doosje brownies had gehad, dan ik zelf was. Er werd enthousiast geknikt en geglimlacht. Daar werd ik op mijn beurt dan ook weer veel blijer van dan van die extra brownies. Nadat ik de boodschappen in de auto had gezet kwam het oude mannetje dat de karretjes verzamelt meteen aangerend om mijn karretje over te nemen. Ik besloot hem het extra doosje brownies te geven. Terwijl hij met mijn karretje wegliep hoorde ik hem tegen iedereen zeggen dat hij brownies van de falang had gekregen. Zo liet hij een spoor van breed lachende mensen achter op een overvol Makro parkeerterrein.

Goban Hou

De Goban Hou is de bouwmarkt. Eigenlijk heet het Global House, maar dat is voor een Thai onuitspreekbaar. De klankcombinatie gl is gewoon onmogelijk, dus die l skippen ze. En een l op het eind van een woord is natuurlijk echt te zot voor woorden. Iedereen weet dat de eind-l moet worden uitgesproken als een n. Een s als eindletter wordt een t, maar hoe zit het dan als er nog een e achter komt? Ach, geen idee, dus dat se wordt ook maar geskipt. Goban Hou dus.

We hadden er een skippybal gezien en we hadden eerder al eens filmpjes gezien waarin paardjes zich kostelijk amuseerden met zo'n bal. Dus ik ging er eentje halen. Er lag één opgepompt exemplaar bovenop een stuk of wat doosjes waarin ze nog plat verpakt waren. Het leek me wel zo handig om het ding kant en klaar mee te nemen, dus ik liep ermee richting kassa, maar dat ging mooi niet door. Ik werd onverbiddelijk teruggewezen, moest mijn opgepompte bal afgeven en kreeg er een doosje voor in de plaats. 

Gelukkig had ik ooit onthouden dat een pomp in het Thais een pam is, afgeleid van het Engelse pump, maar dan zonder die rare eind-p. Khun mie pam mai, probeerde ik en ogenblikkelijk werd ik meegetroond naar een vitrine waarin feesttoeters leken te hangen. Een medewerker haalde er een toeter uit, prikten hem op de bal en begon driftig te pompen. Er gebeurde niks met de bal. Na een paar minuten gaf hij het op en liep weg met de nog altijd platte skippybal. Ik bestudeerde de feesttoeter, die volgens het etiket inderdaad een pompje bleek te zijn. Maar als ik mijn vinger op het gaatje hield en begon te pompen werd de lucht gewoon van achteren aangezogen en afgevoerd. Typisch Thais pompje zogezegd.

De medewerker kwam weer terug met de skippybal, die hij ergens had weten op te pompen. Hij vroeg of ik het pompje er nog bij wilde kopen, maar dat heb ik beleefd afgewimpeld. En zo liep ik even later dan alsnog met een opgepompte skippybal naar buiten. Maar wel met een uit een doosje. Want zomaar zo'n losse bal meenemen dat kan natuurlijk niet. Dat snap ik ook wel.

22 juni 2021

Zomerzonnewende

Vandaag precies 15 jaar geleden stapte ik, toen 50 jaar oud, in mijn Peugeot 404, toen 39 jaar oud, voor een rit die mijn leven ging veranderen. Dat dat ging gebeuren wist ik eigenlijk al wel, alleen hoe, daar had ik nog geen idee van, laat staan dat ik ook maar het begin van een vermoeden zou kunnen hebben dat deze rit  uiteindelijk in een kleihuisje tussen de Thaise rijstvelden zou eindigen. 


Rijden in de oude 404 was hard werken. Stuurbekrachtiging zat er nog niet in, schakelen was altijd weer een gevecht met het "pookje" dat aan het stuur zat en de koppeling vereiste veel spierkracht. Voor de handrem moest je diep onder het dashboard duiken en geluidsisolatie voor auto's moest nog uitgevonden worden. Maar ik was op weg naar de vrouw, toen 45 jaar oud, die ik al heel goed kende, maar nog nooit ontmoet had. Daar had ik wel anderhalf uur ongemak voor over.

Het verhaal begint een maand of 9 eerder, als een bliepje van mijn computer meldt dat iemand mij iets te zeggen heeft op ICQ. I seek you, zoals je de lettercombinatie uitspreekt, zegt de meeste mensen niets, maar vrijwel iedereen gebruikt tegenwoordig toepassingen die begonnen met ICQ. Het was de voorloper van programma's als MSN, Skype en Messenger. Binnen ICQ kon je een profiel aanmaken en andere gebruikers konden zoeken naar mensen die bepaalde interesses in hun profiel vermeld hadden. Die kon je vervolgens een tekstberichtje sturen. 

Na het uitwisselen van wat beleefdheden vroeg ik mijn ICQ-gesprekspartner of ze een speciale reden had om mij te benaderen, en dat bleek zo te zijn. Ze ging binnenkort in een opvangcentrum voor gibbons in Thailand vrijwilligerswerk doen en was op zoek naar mensen die zoiets al eens gedaan hadden. Ze had "gibbons" als zoekwoord opgegeven en voilà, daar kwam ik naar voren. "Raar," zei ik, "ik heb niks met apen en ik weet helemaal niks van gibbons." "Er zal toch iets in je profiel moeten staan waardoor ICQ denkt dat je iets met gibbons hebt", typte de onbekende. Ik besloot mijn eigen profiel er maar eens op na te lezen en kon weldra het raadsel verklaren. Tussen mijn favoriete cd's stond "Out of Season" van Beth Gibbons, de zangeres van Portishead. Lachend namen we afscheid.


Nu had ICQ allerlei handigheidjes die je tegenwoordig niet meer zou accepteren vanwege de privacy. Een daarvan was dat je het kon zien als iemand waarmee je ooit gechat had weer online was. Ik weet niet meer of ik het was die haar een paar weken later vroeg of ze nog informatie had kunnen vinden, of dat zij mij benaderde om te vertellen dat ze de cd van Beth Gibbons ook prachtig vond. In ieder geval raakten we weer even aan de praat en in de maanden erna chatten we ook af en toe met elkaar, meestal over muziek, film enzo. 


Waar chats (ook toen al) vaak het aftasten van mogelijkheden voor een relatie of avontuurtje waren, was dat aspect in onze gesprekken volledig afwezig. We waren ook geen van beiden op zoek naar een partner. Misschien was dat nou juist de reden dat we steeds verder de diepte ingingen, meer over ons dagelijkse leven gingen vertellen en levensvisies bespraken. Omdat we onszelf niet hoefden te verkopen of de ander niet hoefden te veroveren, was er geen reden om onze verhalen mooier te maken dan ze waren. Geleidelijk aan begonnen we elkaar behoorlijk goed te kennen. En geleidelijk aan begonnen we te denken: "dat is toch wel een verrektes leuke vrouw/man."


De maandelijkse chats werden tweewekelijks, wekelijks en uiteindelijk vrijwel dagelijks. ICQ had plaatsgemaakt voor Skype zodat we ook beeld hadden en het logische vervolg was dus dat ik op 21 juni 2006 Bathmen uitreed, op weg naar Brabant. Voor zover de vonk nog niet online was overgesprongen gebeurde dat op die dag wel. Niet lang daarna verhuisde ik naar Boxtel en trok Mieke bij me in. Boxtel werd Maashees en nu zitten we al weer ruim 4 jaar in Thailand. Dankzij een groep apen, een zangeres en een misverstand. We zijn maar eens luxe gaan eten vandaag. 




08 juni 2021

Vies verhaaltje

Het huisje moet hoognodig eens grondig gepoetst worden, maar we zijn behoorlijk druk met de voorbereidingen voor de komst van het paardje. Er moesten 30 betonnen paaltjes in de knoertharde grond gezet worden, waaraan lange bamboes als hekwerk zijn vastgemaakt. Sommige planten en bomen moesten worden verplaatst. En we gaan iedere middag naar Suriya toe zodat we als het eindelijk zo ver is weten hoe we met elkaar om moeten gaan. Dat moet dan allemaal naast de gewone dagelijkse klussen in de tuin, voor FERC en voor 2Xplain. De grote schoonmaak moest dus maar even wachten totdat Suriya er is.

Maar ja....toen Mieke vanmorgen yoga aan het doen was in het gastenhuisje en ik even iets uit onze kamer moest pakken rook ik het. En toen ik een uurtje later door de kamer naar de wc liep rook ik het weer. Ik hoopte heel erg dat het niet was wat ik dacht en dat het wel weg zou trekken. Helaas. Weer een half uurtje later moest Mieke even binnen zijn en toen ze weer naar buiten kwam bevestigde ze luid en duidelijk wat ik liever niet wilde horen: "er hangt een lijklucht binnen."

Hoewel ook lijkluchten uiteindelijk wel verdwijnen, zoals we uit ervaring weten als de honden weer eens lekker door een kadaver, liefst van een vis, hebben liggen draaien, leek ons het vooruitzicht van één of meer nachten in een stinkende kamer genoeg reden om handelend op te treden. Mieke had al een inspectie van de vloer gedaan en daarbij niets ontbindends aangetroffen. Het was nu duidelijk dat een en ander groots moest worden aangepakt. Alles wat los op de vloer stond moest eruit. Het voordeel van wonen op 20 vierkante meter is dat er niet al te veel in kan. De kratten met spullen die eerst onder het bed stonden hadden we na het bezoek van de spugende cobra al op de vliering gezet, om het voor slangen iets minder aantrekkelijk te maken. Dus met een kwartiertje stond alles op het terras. Ook nu was er geen lijk te bekennen. Maar de stank bleef.

Het leek ook wel of het bij de grond minder stonk dan op neushoogte. Dus moest het werkblad waar de nodige paperassen, boeken en andere spullen die eigenlijk in een kast hoorden lagen opgestapeld, ook maar eens worden doorgespit. Zoals altijd kon een deel van de papieren in de prullenbak; andere spullen konden op hun plaats, het werkblad werd overzichtelijk, maar de oorzaak van de stank was nog steeds niet gevonden.

Nouja, ik kan de spanning nog een tijdje blijven opvoeren, maar uiteindelijk vonden we het lijk heel oneerbiedig onder het huisaltaartje. Er lag een tamelijk dode slang en het licht reflecteerde mooi op de borrelende en gistende wond waaraan het beest vermoedelijk was bezweken. Er lagen ook wat kapotte schalen van gecko- of toekeh-eitjes. De meest aannemlijke theorie die we konden bedenken was dat de slang op zoek was naar versnaperingen, de eieren wilde verorberen en gegrepen is door een toekeh die daar niet van gediend was. En als een toekeh hapt, laat hij niet meer los. Met zijn kaken zet hij een klem en vervolgens wacht hij geduldig af tot de prooi het loodje legt. 

Het was trouwens niet "onze" toekeh die deze moord op zijn geweten heeft. In een eerdere blog heb ik al verteld dat hij behoorlijk was toegetakeld door een indringer. Hij leek weer wat op te knappen maar zocht opnieuw de confrontatie op en kwam daar nog zwaarder gewond uit. We zagen hem een tijdje niet, totdat hij een paar dagen achter elkaar overdag het terras op kwam. Meelwormen hoefde hij niet, water drinken deed hij wel. Nadat hij weer een paar dagen weg was gebleven en we (alweer) dachten dat hij nu toch wel dood zou zijn, kwam hij weer tevoorschijn. Maar een uur later was het echt gebeurd. We hadden net een boompje verplaatst en wat bananenblad geplukt om als placemat te gebruiken. Onze toekeh is nu waarschijnlijk de eerste wilde toekeh die in een lijkwade van bananenblad officieel is begraven. We willen onszelf graag laten geloven dat hij speciaal naar ons toe is gekomen om dood te gaan, zodat we niet in onzekerheid over zijn lot achterblijven.

Met de nieuwe toekeh hebben we natuurlijk nog wel wat moeite, na wat hij de onze heeft aangedaan. Met het killen van een slang heeft hij wel wat krediet verworven, alhoewel we graag hadden gezien dat hij dat buiten had gedaan. Vanmiddag hebben we toch maar een schaaltje meelwormen voor hem neergezet. We zijn vergevingsgezind.

22 mei 2021

Sjoppe

Shoppen in de betekenis die dat in Nederland heeft is hier slechts aan een beperkte groep mensen met geld voorbehouden. In Lampang is één shopping mall (zo heet dat tegenwoordig hier ook) met een wat luxer karakter en een wat eenvoudigere op de benedenverdieping van de grote supermarkt. Ik denk dat onze buren Toey en Ien er nog nooit geweest zijn, en het overgrote deel van de andere dorpsbewoners evenmin. 

Om te shoppen hoef je in Thailand ook niet naar een winkelcentrum. Vrijwel iedere doorgaande straat in een stadje is een winkelstraat. En overal zijn markten. Wie geen winkel heeft en geen zin om op de markt te gaan staan, maar wél wat wil verkopen, zet een tafel voor zijn huis.Zo zijn voor bijna iedereen alle dagelijkse levensbehoeften om de hoek te koop. Behalve dan als je net als wij midden in de rijstvelden gaat wonen. Eigen schuld.


Veel Thaise winkeltjes worden gekenmerkt door een enorme chaos. Ooit had zo'n winkeltje waarschijnlijk wel een specialiteit, maar in de loop van de tijd zijn er steeds meer producten bijgekomen. Zodoende hebben heel veel winkeltjes een min of meer vergelijkbaar assortiment. De inkoop lijkt op geen enkele wijze te zijn afgestemd op de te verwachten verkoop, maar eerder op toevallig voordelig aangeboden partijen. Zo'n partij moet dan natuurlijk wel een plekje in de winkel krijgen, zodat de stapels steeds hoger en de gangen steeds smaller worden. Het zijn trouwens niet alleen de kleine winkeliers die zich laten verleiden tot het aankopen van grote partijen. Zo werd in het plaatselijke postkantoortje op een gegeven moment een complete wand aan het oog onttrokken door een enorme voorraad toiletpapier, vermoedelijk door een nijvere beambte voor een prikkie op de kop getikt.

Ook de winkels die nog wel gespecialiseerd zijn hebben veelal een merkwaardig inkoopbeleid. Bij de elektronica-speciaalzaak staan de dozen met allerlei artikelen kriskras door elkaar hoog opgestapeld, waardoor het personeel over ruime mogelijkheden beschikt om ongezien te gaan zitten facebooken. Er staan televisies en andere apparatuur die inmiddels zwaar verouderd is, maar dat is geen reden om ze uit de winkel te halen. De nieuwste modellen komen er gewoon vóór te staan, waardoor de looppaden weer een stukje smaller worden. In de stoffenwinkel zijn de paden zo smal en onoverzichtelijk dat ik er niet in durf, bang om de weg terug niet meer te kunnen vinden.

In de shopping mall lijkt het allemaal wat meer op de Nederlandse winkelcentra. Daar zijn het ook geen lokale ondernemers, maar vestigingen van landelijke winkelketens die strak voorgeschreven krijgen hoe de boel eruit moet zien. Vooral op hete dagen zoeken daarom hele gezinnen de mall op om zich te vergapen aan de spullen en om af te koelen in de airco-gekoelde ruimte.


Voor de meeste Thai lijkt al dat uiterlijk vertoon van de shopping mall totaal oninteressant. Het maakt niemand wat uit of een winkel een volgepropte uitdragerij is, zolang er maar verkocht wordt wat je zoekt. Als je wat koopt kan je ook op een ongekende service rekenen. Is iets maar een beetje zwaar of volumineus, dan wordt het voor je naar je auto gedragen. En een onvriendelijke behandeling is een hoge uitzondering. 

Ben je de eerste die die dag wat koopt, dan zie je de verkoper met de zojuist in ontvangst genomen bankbiljetten langs de uitgestalde waren strijken. Daarmee moet het geluk worden opgeroepen om ook de rest van die dag veel te verkopen. In de Chinese winkels (veel Thai zijn van Chinese afkomst) is dat nog een graadje erger. Als daar de eerste klant de winkel verlaat zonder iets te kopen wordt het niets meer met de zaken die dag. Het schijnt dat gehaaide mensen daar misbruik van maken door te proberen als eerste in zo'n winkel te zijn en dan de prijs van wat ze willen kopen tot het absolute minimum omlaag weten te "onderhandelen".

Overigens komt het ook voor dat mensen het als gezichtsverlies voor zichzelf of de verkoper beschouwen als ze een winkel verlaten zonder iets te kopen. Die gaan dus altijd met iets de deur uit, ook al hebben ze het gekochte eigenlijk helemaal niet nodig. Op dat punt lijken die Thai wel op de Nederlandse shoppers, zij het dat de motieven om iets overbodigs te kopen totaal verschillend zijn.

Het gebrek aan belangstelling voor een gelikte presentatie van je winkel speelt ook bij de plaatselijke Tesco Lotus, de supermarkt in Hang Chat. De inrichting en het assortiment zijn voorgeschreven, dus dat ziet er allemaal redelijk georganiseerd uit. Drie maanden geleden werd groots aangekondigd dat de supermarktketen voortaan als Lotus's door het leven zou gaan *). In Nederland zouden alle winkels meteen een facelift krijgen, maar hier gebeurde weinig. Alleen de naam op de kassabon veranderde. Weken later stond opeens de nieuwe naam op het reclamebord dat de ingang van de parkeerplaats aanwijst. En sinds kort staat er buiten een verkoopautomaat met de nieuwe naam erop. Wij hebben het dan ook nog steeds over de Tesco. Als we tenminste naar de supermarkt gaan. Intussen zijn we genoeg ingeburgerd om de voorkeur te geven aan markten en kleine, volgestouwde winkeltjes.

*) Ik dacht dat de naamwijziging zou zijn opgelegd door een buitenlandse eigenaar, maar de keten blijkt in Thaise handen te zijn. Lotus's is voor de Thai namelijk een onuitspreekbare naam. De geschreven s aan het eind van een lettergreep wordt in het gesproken Thais een t. Lotut't zou het dan moeten worden. In het Thais wordt de naam van de supermarkt geschreven als โลตัส, ofwel lotas zonder 's. Probleem op typisch Thaise wijze opgelost.

08 mei 2021

Wat ga je er mee doen dan?

Het probleem met rijkdom is dat de meeste mensen niet weten dat ze rijk zijn. Als je geen Elon Musk heet is er altijd wel iemand aan te wijzen die écht rijk is. En als je in een rijk land als Nederland woont valt je rijkdom al helemaal niet op. Sterker nog: als je de nieuwsberichten en sociale media mag geloven is er sprake van ernstige armoede. Wat dat betreft is het een eye-opener om in Thailand te wonen. Naar aanleiding van mijn ziekenhuisopname schreef ik in 2018 al eens een blog over rijkdom en white privilege waar je je niet aan kunt onttrekken (https://leven-in-thailand.blogspot.com/2018/10/white-privilege.html). Het is tijd om het er weer eens over te hebben, zodat we het niet vergeten.

Dat het onderwerp weer op komt borrelen heeft te maken met ons bezoek aan de markt in Pong Yang Khok, een plaatsje hier vlakbij. Onze vriend Primo (hij kwam al eerder langs in onze blog) en zijn vrouw Somtjid verkopen daar allerlei spullen die tot de eerste levensbehoeften kunnen worden gerekend. Bakolie, soep, (af)wasmiddel en ga zo maar door. Wij gingen voor die produkten meestal naar de supermarkt, vanwege het gemak, maar beseften steeds meer dat het geld dat we op de plaatselijke markt uitgeven beter besteed is. Eén van de dingen die we nodig hadden was kokosmelk en Somtjid bleek dat ook te verkopen. Er zaten nog 4 pakjes in een wikkel waar er oorspronkelijk 8 in zaten, en ze wilder er eentje voor ons uithalen. Wij zeiden dat we ze alle vier wel wilden meenemen. Ze keek ons verbaasd aan: "Wat ga je er mee doen dan?"

Een simpele vraag met een diepe lading. Want de onderliggende boodschap was duidelijk. Niemand koopt op die markt ooit 4 pakjes kokosmelk tegelijk. De mensen kopen één pakje en pas als dat op is kopen ze weer een nieuw. Natuurlijk maakt dat voor de totale kosten niet uit, maar ze kunnen niet net als wij gemakkelijk even 60 baht (€ 1,75) uitgeven aan kokosmelk die ze nu nog niet nodig hebben.

Ik moest terugdenken aan enkele voorvallen tijdens de weken dat Phan bij ons verbleef. "Wow, they have a hoover" zei hij tegen zijn toenmalige vriendin Matsaya toen ze ons huisje bekeken. Hij bedoelde het niet zo, maar had niet op een meer effectieve manier duidelijk kunnen maken dat het hebben van een stofzuiger helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Later kwam hij een keer aan met twee voetjes van Loi Krathongkaarsjes die hij uit de vuilnisbak had gevist. 

Loi Krathong is een feestdag waarbij onder meer rijen kaarsjes voor het huis worden gezet. Als die opgebrand zijn kun je er niks meer mee. Althans, dat vinden wij. Maar Phan wou de restanten graag hebben we vroeg ons om voortaan altijd even te overleggen als we iets weg wilden gooien. Het zijn dat soort voorvallen die duidelijk maken dat rijkdom niet betekent dat je 1 miljoen op de bank of onder je matras hebt, maar dat je een stofzuiger hebt, dat je het je kunt veroorloven om iets bruikbaars weg te gooien, dat je niet een kwartier omfietst om 2 baht te besparen, dat je je niet hoeft af te vragen of je iets wel of niet kan kopen.

(Her)gebruiken wat je gebruiken kan zit hier veel meer in de volksaard dan in Nederland. Een mooi voorbeeld is het bewijsje dat we meekrijgen van het immigratiekantoor als we onze verplichte 90-dagenmelding hebben gedaan. Dat wordt geprint op de achterkant van eerder bedrukte A4'tjes. En alles wat kapot is wordt hier gerepareerd totdat dat écht niet meer kan. Dat ondervond ik toen mijn laptop het voor gezien hield. In Nederland zou me een nieuwe zijn aangesmeerd, maar hier in Thailand wordt zo'n ding weer opgelapt. 50 baht heb ik besteed aan 2 reparaties en nu, 2 jaar later, loopt mijn opgelaptop nog altijd als een zonnetje.

Ik kan me voorstellen dat zo'n verhaal over rijkdom nog altijd wat afstandelijk is voor de meeste lezers. Maar ik heb goed nieuws. Er is een handige website waar je je inkomen en de samenstelling van je huishouden kunt invoeren waarna je kunt zien hoeveel procent van de wereldbevolking rijker is dan jij, en dus ook hoeveel procent armer is. Probeer het eerst eens zelf in te schatten en kijk dan op https://howrichami.givingwhatwecan.org/how-rich-am-i of je inschatting een beetje klopte. Wij zitten zelf flink hoger dan we gedacht hadden. Ik ben benieuwd hoe dat voor jullie is.

07 mei 2021

Veranderingen in de blog

In de vorige blog heb ik gemeld dat de e-mailservice gaat verdwijnen. Die e-mailservice zorgt ervoor dat degenen die zich daarvoor hebben aangemeld een mailtje krijgen zodra er een nieuwe blog is verschenen.

Omdat er toch aardig wat lezers gebruik van maken hebben we gezocht naar een alternatief. En dat hebben we ook gevonden. Voortaan sturen we zelf een melding van een nieuwe blog via mailchimp. Dat is eigenlijk bedoeld om mailings te sturen en dan precies na te kunnen gaan wat het klik-gedrag van de ontvangers is. Maar het werkt dus ook goed voor simpele blogmeldingen en in jullie klik-gedrag zijn we niet geïnteresseerd, dus dat gaan we ook niet volgen.

Het nadeel van de nieuwe meldingen is dat je de blog niet meer direct in het e-mailbericht kunt lezen. Het is gewoonweg te veel werk om een blog inclusief foto's goed in het e-mailbericht te krijgen. In de nieuwe meldingen staat voortaan alleen de 1e alinea met een link naar de volledige blog. Dus heel groot is dat nadeel niet.

Een voordeel is er ook. De "oude" automatische melding werd 's avonds om 23:00 uur verstuurd. De nieuwe melding gaat eruit zodra de blog geplaatst is. Je hoeft er dus minder lang op te wachten. Maar omdat je nooit weet wanneer er weer een nieuwe blog komt, is dat voordeel dus ook niet echt groot.

We hebben de vrijheid genomen om de e-mailadressen van iedereen die zich voor de huidige e-mailservice heeft aangemeld te kopiëren naar mailchimp. Het verhaal dat je nu aan het lezen bent plaatsen we als blog. Die wordt zowel via de oude e-mailmelder als via de nieuwe verstuurd. Je krijgt dus eenmalig 2 mailtjes. 

Wat als je maar één mailtje ontvangt?

  • Krijg je alleen het oudemanier-mailtje (dat is het mailtje dat je nu zit te lezen), kijk dan even in je spammap. Zit daar het nieuwemanier-mailtje, voer dan het afzendadres fgth2001@hotmail.com in als veilige afzender in je mailprogramma. Zit het nieuwemanier-mailtje ook niet in je spammap, stuur ons dan even een berichtje.
Lees je deze blog online en wil je voortaan ook e-mailmeldingen ontvangen: rechts bovenaan staat een aanmeldlink.

Wil je je mailadres niet in mailchimp hebben? Onderaan het nieuwemanier-mailje staat een uitschrijflink.

We hopen het verdwijnen van de e-mailservice zo op een goeie manier te hebben opgelost. En we hopen dat jullie van de blogs blijven genieten. Reacties zijn altijd welkom. Dan kan straks ook gewoon door te antwoorden op het meldingsmailtje.