28 februari 2019

Sociale woningbouw in de badkamer

De maanden december, januari en februari vormen in Thailand het toeristisch hoogseizoen. De temperaturen zijn dan aangenaam voor degenen die de noordelijke winter willen ontvluchten. Ook wij hebben de afgelopen weken diverse bezoekers uit Nederland gehad: mensen die we twee jaar niet gezien hadden. Dankzij het kleine gastenhuisje dat we in het nabijgelegen dorpje huren kunnen we die comfortabel onderbrengen en kunnen ze lekker uitslapen zonder door onze (soms gemotoriseerde) tuinarbeid al om 6 uur 's morgens gewekt te worden. Iedereen blij.

Alleen, die temperaturen werken niet helemaal mee dit jaar. Op een enkele dag in december en januari na gaat het kwik in de middag dit jaar steevast over de 30 graden. Deze week hebben we de 39 al een keer gehaald, en terwijl ik dit schrijf is het 37 graden. Dat zijn temperaturen die normaal gesproken in de warme maanden april en mei thuishoren. Gelukkig koelt het 's nachts nog redelijk af. De koudste nacht werd het 13 graden (24 graden minder dan overdag) en we zijn inmiddels zo ingeburgerd dat we dat siberisch koud vinden. De warme middagen komen we dan met een siësta wel door.


Als we de weer-app mogen geloven is het nog redelijk gezond weer. De UV-index is gemiddeld, pollenconcentratie is laag, hardlopen doen we niet maar is redelijk mogelijk en het golfweer is zelfs goed. Merkwaardig dat de levensindex gebaseerd wordt op hoe geschikt het weer is om te golfen of hardlopen. Blijkbaar is je leven geslaagd als je zonder hooikoorts kunt golfen en hardlopen. De app vermeldt namelijk geen echt bedreigende omstandigheden, zoals de smog-concentratie, die inmiddels drie keer zo hoog is als wat de WHO als veilig beschouwt. Daarmee zijn onze rijstvelden net zo smoggy als bijvoorbeeld de drukke Pleinweg in Rotterdam (waar je ook nooit iemand ziet golfen, maar dat ter zijde).

Vaak wordt er bij smog gewezen naar de boeren die de onderbegroeiing van hun land afbranden, of de plattelanders die hun huisvuil opstoken en in slecht afgestelde diesels rijden. Allemaal waar, maar de hoofdschuldige in deze omgeving is toch echt de enorme bruinkoolgestookte energiecentrale met de bijbehorende bruinkoolmijn. Er wordt gewerkt aan vermindering van de uitstoot daarvan, maar tot het zo ver is blijft de Lampang in de droge tijd tot de provincies met de meeste smog horen,

(Foto: www.egat.co.th/en/)
Een flink deel van de bruinkool is inmiddels afgegraven. Het maanlandschap dat dat heeft opgeleverd is flink onder handen genomen. Er is een botanische tuin aangelegd en in november en december zijn de hellingen veranderd in een zee van zonnebloemen. Jaarlijks vindt er een groot festival plaats en ... je raadt het al ... er is een golfbaan aangelegd. Lekker naast de grootste fijnstofbron van de provincie, maar zoals de eerder genoemde weer-app meldt: prima golfweer.

Indrukwekkend is het wel, zo'n bruinkoolmijn
Intussen ben ik aardig afgedwaald van het onderwerp van deze blog. Er zitten dan ook 4 dagen tussen  het schrijven van de eerste alinea en deze. Ik had een leuk bruggetje in mijn hoofd van ons gastenhuisje naar de sociale woningbouw in onze badkamer, maar dat ben ik inmiddels helemaal kwijt. Jammer, maar dat gebeurt nu eenmaal als je 63 bent. Maar nu ik over het vergeten van het bruggetje heb geschreven is dat op zich weer een bruggetje geworden en komt alles toch nog goed. 

Een paar maanden geleden schreven we al eens over de sociale wespen die een nest aan het bouwen waren onder een krukje (video op https://youtu.be/fegwhMJEyd4). In tegenstelling tot de urntjeswesp, die in haar eentje werkt, doen sociale wespen dat gezamenlijk. Hun bouwsel onder het krukje deed denken aan de Bossche bolwoningen van Dries Kreijkamp; geen architectuur voor de gewone wesp. Maar ze doen dus ook aan sociale woningbouw, zoals blijkt uit deze rijtjeswoningen in onze badkamer.


Een schril contrast met de luxe vrijstaande villa's die de urntjeswespen op en in een tempelsteen hebben gebouwd.




10 februari 2019

Doet ie het of doet ie het niet?

De vraag in de titel van deze blog hoor ik altijd als een of ander muziekje. Ik heb hem maar eens even in duckduckgo (de zoekmachine die niks van je wil weten) getypt en het blijkt een populaire televisieshow geweest te zijn rond 1990. Wij hadden vroeger thuis geen televisie, mijn ouders lazen liever een boek, en sinds ik uit huis ben heb ik ook nooit veel gekeken. 12 jaar geleden is mijn draagbare mini-teeveetje naar de schuur verhuisd waar het ding tot ons vertrek naar Thailand heeft gestaan. Desondanks blijk ik de herkenningsmelodie van die show ergens te hebben opgepikt en, erger nog, opgeslagen. Het zij zo.

Maar laat ik jullie niet lastigvallen met tv-pulp en bijbehorende deuntjes en tot de kern van deze blog zien te geraken. "Doet ie het of doet ie het niet" is namelijk altijd de vraag hier. Waar je er in Nederland vanuit mag gaan dat iets wat je koopt het ook daadwerkelijk doet, is dat hier allerminst zeker. Zo zijn we sinds een paar dagen de trotse bezitters van een fluitketel. We zijn namelijk net onder (Mieke) en boven (ik) de 60 en dan wil het kortetermijngeheugen nog wel eens wat kuren vertonen. "Doet ie het of doet ie het niet," is voor ons ook wat dat betreft steeds de vraag, en vrij regelmatig moeten we concluderen dat ie het niet doet. Mijn zoektocht naar waar ik mijn bril heb neergelegd is een dagelijks meermaals voorkomend ritueel. Om te kunnen lezen moet ik het ding afzetten, en na het lezen loop ik dan zonder hem op te zetten weg, waarna ik als ik hem weer nodig heb geen flauw idee heb waar ik hem heb afgezet. Lastig, maar ongevaarlijk.

Riskanter is het wanneer we water koken voor thee of koffie, of rijst opzetten. Het water koken deden we een tijdje met een elektrische waterkoker, maar daar was het zonne-energiesysteem niet blij mee; met name het aanslaan was telkens een aanslag op de accu's. De inductie-kookplaat met timer trok sowieso al te veel stroom, dus die hebben we nooit kunnen gebruiken. Daarom staat er nu een gaspitje, maar als je dan vergeet dat het water op staat ontstaan er problemen. De oplossing bleek te koop in de bouwmarkt: een fluitketel. Zoëentje met een klepje dat de schenkopening afsluit. Ten minste, dat is het geval als je er in Nederland een koopt. Bij onze fluitketel sloot het klepje niet helemaal goed, waardoor de stoom er langs stoomde in plaats van door de fluit. Omdat we geprobeerd hadden een papieren etiket dat op de ketel zat eraf te pulken, hetgeen niet lukte, konden we niet meer terug om te ruilen. Voordeel van de matige kwaliteit van de materialen hier is, dat je makkelijk wat kan bijbuigen. Mieke heeft dat geprobeerd en nu hebben we zo waar een fluitketel die het doet (en die een gehavend etiket op de zijkant heeft).

In onze lijst van dingen die het niet doen staan onder meer schroefjes zonder schroefdraad, borden die afbreken als je ze optilt, kopjes waarvan je het oortje in de hand houd terwijl de rest blijft staan, de versnelling en achterrem van mijn nieuwe fiets en verlengsnoeren met een geaard "stopcontact" die echter maar twee draden blijken te bevatten. Ook op straat is er veel dat het niet doet. De knipperende pijlen die enkele maanden geleden zijn aangebracht bij de U-draaien in de middenberm van de snelweg doen het op een enkele na niet meer. Veel achterlichten van brommers doen het niet en fietsen met goed licht zijn al helemaal zeldzaam. En wij? Wij doen het er maar mee.


Wat het heel goed doet is de zon; het is uitzonderlijk warm voor de tijd van het jaar. Eergisteren was het 's middags maar liefst 37 graden en vandaag haalden we de 36. Normaal gesproken zou het maximaal zo'n 30 graden moeten zijn. In de vroege ochtend is het 13 à 14 graden en dat vinden we tegenwoordig heel koud. We blijven dan maar wat langer in bed, onder twee dekens, en ontbijten eveneens in bed, met een warm vest aan.


Door die warmte begint alles ook erg droog te worden en hoewel de regering vindt dat vuurtjes stoken iets is wat de Thai niet moet doen, doet ie het wel. Gisteren lagen we bij slechts 35 graden siësta te houden toen Mieke geknetter achter het huis hoorde. Vanuit de badkamer was er niets te zien, maar toen het knetteren aanhield gingen we maar eens even buiten kijken en bleek dat het weiland van de achterbuurman in brand stond. Het was alleen gras en lage begroeiing, maar het kwam wel onze kant op gekropen, in de richting van de bamboehaag die een meter van de grens tussen de landjes staat. Hoewel de waterdruk helemaal achterop het landje gering was, was het toch genoeg om de brand te stoppen. Buurman zelf was in geen velden of wegen te bekennen, dus ik ben de plekken op zijn land die nog smeulden maar met de gieter te lijf gegaan. Ons plan om nog naar de stad te gaan hebben we maar laten varen; we wilden niet het risico lopen dat het vuurtje tijdens onze afwezigheid toch weer op zou laaien.


Om de jonge aanplant door de droogte heen te helpen hebben we inmiddels ons eigen bewateringssysteem aangelegd, bestaande uit lange slangen met gaatjes op de plaatsen waar een plant of boompje staat. In plaats van met de gieter alles af te lopen kunnen we nu telkens een slang aankoppelen en dan een aantal planten en bomen tegelijk water geven. Gelukkige verkopen ze hier klokjes die je tussen waterleiding en slang kunt zetten die na een vooraf ingestelde tijd automatisch de watertoevoer afsluiten. Als ze het tenminste doen. Best handig als je kortetermijngeheugen het even niet doet.


Vandaag tegen het eind van de middag, toen het wat koeler begon te worden, waren we nog even aan het bewateringssyteem aan het knutselen toen er een grote groep ooievaars over kwam en een slaapplaats koos in twee bomen iets verderop. Een prachtig plaatje dat helemaal goedmaakt dat er dingen zijn die het niet doen.




Een maand geleden schreef ik onder meer over het merkwaardige etiket op een nieuwe matras. Op mijn verzoek om suggesties voor de betekenis van dat etiket zijn een paar reacties gekomen.



Christine Nijssen heeft er iets moois van proberen te bakken: "Niet bewegen op dit matras," moet het volgens haar zijn. Carin Peters denkt dat "het matras de wifi verbinding dusdanig verstoort dat u tijdens uw slaap niet wordt gestoord". Jan Lagarde houdt het op "ook in dit bed gratis internet" maar volgens hem kan het ook "borstvoeding zonder onderbreking" betekenen. Arnoud Monster verraadt zijn academische werkomgeving door diepgaand onderzoek te hebben gedaan (of overgeschreven, dat weet je tegenwoordig nooit): "Het label geeft duidelijk aan dat vanaf het moment dat je op dit matras ligt, je niet gestoord zal worden door kunstmatige geluiden of straling van buitenaf. Het geluid van mobiele apparaten (binnenkomende telefoontjes of berichten) alsook, geluiden van nabij gelegen rice-mills, loeiende generatoren zullen geabsorbeerd worden door de hoogstaande matrasvulling waardoor de matrasligger ongestoord (no interruption) blijft." 

De jury heeft lang wakker gelegen van de keuzestress en besloten geen winnaar aan te wijzen en zich te beraden op een passende beloning voor alle inzenders.

03 februari 2019

Welriekende kontdoekjes en knabbelende guppies

En toen zaten we ineens zonder stroom. De pomp die het water uit de put omhoog moet halen sloeg op hol en daar kon de inverter, het apparaat dat de 48 volt van de zonnepanelen omzet in de 220 volt die we nodig hebben, niet tegen. Grootste probleem was niet het licht en zelfs niet de koelkast, maar de hydrocultuur-tafels waarop de sla vrolijk stond te groeien. Het water in die systemen wordt via een aquariumpompje 24 uur per dag rondgepompt. Gelukkig hebben we een noodstroomvoorziening via een generator, maar die wilden we niet continu laten draaien. Dus hebben we maar geprobeerd of de sla genoegen nam met twee keer een uur watercirculatie en de rest van de dag en nacht stilstaand water. En dat vond de sla prima.


Leven met beperkt elektriciteit went snel. 's Morgens opstaan als het licht wordt. De generator opstarten en de koelkast, de hydrocultuurpompjes en alles wat opgeladen moet worden aansluiten; ontbijten met het gedreun van de motor op de achtergrond. Na een uur de motor afzetten, waarna de dag verder vrij normaal kan verlopen. Om een uur of 5 in de middag weer een uur het generatorritueel. Als dat klaar is is het intussen donker en rijden we naar de stad om daar wat te eten, zodat de avond iets verkort wordt. Als we dan weer thuis zijn kruipen we in bed en als we niet vergeten zijn de telefoons en tablet op te laden kunnen we nog een tijdje lezen of een film kijken.

Het lastigste was eigenlijk dat de batterij van de laptop ook besloten had het voor gezien te houden. Om te werken en om bijvoorbeeld een nieuwe blog te schrijven moesten we dus ergens gaan zitten waar een stopcontact was. Vandaar dat het zo'n 3 weken stil is geweest aan het blogfront. Inmiddels hangt er een leen-inverter en draaien we weer helemaal op de zonnepanelen.

De productie van het jaarlijkse fotoboek en de blog-in-magazineformaat hebben al die tijd ook stilgelegen. Er zijn wat suggesties binnengekomen naar aanleiding van de plaatjes op onze matras (zie deze blog), maar we moeten daar nog even voor gaan zitten.

Het leukste wat zich tijdens de stroomloze dagen heeft voorgedaan is, dat we de banden met onze huisgenoten flink hebben weten aan te halen. Zo heeft ons huisdraakje zich weer gemeld. Hij of zij woont tegenwoordig in de buurt van de buitenbadkamer en laat zich regelmatig zien als we daar zitten. Het beestje bivakkeert graag in mijn billendoekje (een doekje om de boel te drogen na gebruik van die handige Thaise kontspoelkraan). Een vreemde plek, maar ieder zijn meug; ik beschouw het maar als een compliment. Mieke voert hem nu meelwormen en rupsen en daar laat hij zijn welriekende plekje graag voor in de steek. Uit de hand eten doet hij nog net niet, maar dat zou binnenkort zo maar kunnen gaan gebeuren.



Ook voor de toekeh, die al eerder in ons huis woonde dan wij zelf, zijn meelwormen onweerstaanbaar. Hij laat zich langzaam langs de muur omlaag zakken om ze uit het bakje te halen dat Mieke omhoog houdt. Waarschijnlijk zou hij ze al uit de hand eten, maar daar zijn we zelf dan weer een beetje terughoudend in. In tegenstelling tot die van het draakje is zijn bek groot genoeg om in je vinger te bijten.


Zelfs de guppies die we in de coldtub hebben gezet om de muggenlarven te verorberen hebben zich tot huisvrienden ontwikkeld. Als ik even ga zitten afkoelen komen ze meteen kijken en knabbelen ze aan mijn huid, waar waarschijnlijk iets op zit dat niet te versmaden is. Voor guppies dan.



Intussen is het ook hoogseizoen voor bezoek uit Nederland. Er zijn al een aantal mensen langs gekomen en de komende weken verwachten we er nog meer. Het is ontzettend leuk dat we nu steeds een aantal dagen met elkaar kunnen doorbrengen; ontmoetingen in Nederland waren bijna altijd voor een paar uurtjes. Dat leidt tot andere gespreksstof en is voor ons ook een goede reden om uitstapjes te maken. We hebben een klein gastenverblijf in het dorpje vlakbij, waar bezoekers makkelijk heen kunnen fietsen en niet gewekt worden door ons geklus in de vroege ochtend. Overigens zitten we gelukkig in de droge tijd en vraagt de tuin weliswaar om water, maar verder niet om heel veel onderhoud. Wat dat betreft is het hier met het weer goed geregeld.


16 december 2018

Fietsen om 30 minuten na de gong

"Khun Frenk! Khun Frenk!..." Buurman Toey staat aan de poort te roepen. Khun (spreek uit als khoen, waarbij je een klein beetje lucht uitblaast na de k) is het Thaise woord dat aangeeft dat je het over personen hebt. Je noemt iemand nooit zo maar bij de naam, maar zet er altijd khun voor. Je zou denken dat ik dan dus ook khun Toey had moeten schrijven. Op zich is dat goed gedacht, ware het niet dat Toey al een wat oudere man is, en dan word je lung, een aanduiding die meer respect uitstraalt en overigens ook oom betekent. Er was wat verwarring in het dorp toen bleek dat ik ouder ben dan Toey. Ik zie er blijkbaar nog jeugdig uit. Iedereen had me altijd khun Frenk genoemd (François is echt onuitspreekbaar voor de Thai dus ik heb het maar wat simpeler gemaakt) en ineens bleek dat ik eigenlijk al in aanmerking kwam om als lung door het leven te gaan. Er werd wat lacherig over gedaan en omdat ik prima kan leven met khun blijf ik vooralsnog khun Frenk. Het respect dat bij lung hoort moet ik denk ik nog verdienen. Mieke is ook een lastig uit te spreken naam, dus die gaat hier door het leven als khun Mik. Mijn zoon is khun Coen: dat is een makkie om uit te spreken, maar ze vinden dat wel heel apart. Ik kijk al uit naar mei 2019, wanneer ik mijn dochter khun Isabelle Renate mag introduceren. Benieuwd wat daar van gemaakt gaat worden.

Lung Toey is inmiddels de poort binnengelopen en ik loop hem tegemoet. "Tomollow you จักรยาน?" vraagt hij, ondertussen een weide cirkel met zijn arm makend. Ik probeer hem te begrijpen, maar dat lukt me nog niet helemaal. Hij kan haast geen thatjaa (gras maaien)  bedoelen, want we zitten in de droge tijd en het gras groeit nauwelijks. Bovendien klinkt จักรยาน niet als thatjaa. "Tomollow mohning you me จักรยาน" probeert hij nog eens, nu met twee handen een fietsbeweging makend. Nu valt het kwartje. จักรยาน = djakriaan = fiets. Of ik morgen mee wil gaan fietsen. Ik probeer duidelijk te krijgen of het om een lange tocht gaat, en of er meer mensen meefietsen. Voor zover ik het nu goed begrijp gaat het om een samen te fietsen rondje. Ik stem toe en we spreken af om 30 minuten na de ochtendgong. In de Thaise spreektaal wordt nog vaak de traditionele tijdsaanduiding toegepast, die gebaseerd is op de dagindeling van Boeddhistische monniken. 6 uur 's morgens wordt er op een gong geslagen (moong chao). 7 uur is dan nung moong chao, ofwel 1 uur na de gong. Om 13:00 uur slaat er weer een gong (baay moong) en om 19:00 uur is het een trommelslag (thoeng). Om 1 uur 's nachts is het een bel (thie) die de tijd aangeeft. Het is even rekenen, maar 30 minuten na moong chao is dus half zeven. Gelukkig is de officiële tijdsaanduiding hier "gewoon" dezelfde 24-uursklok die wij gebruiken.


De volgende morgen om half zeven fiets ik op mijn kinderfiets-voor-volwassenen de poort uit, waar lung Toey al staat te wachten. Hij zet er op zijn oude barrel flink de sokken in. Ik heb geen idee of dat zijn gebruikelijke fietstempo is. De meeste Thai fietsen namelijk met een gangetje waarbij ze net niet omvallen. Misschien probeert hij die lange farang uit. Die laat dat echter niet gebeuren. Bij de meeste dingen die met spierkracht en conditie te maken hebben zal ik het zeker tegen hem moeten afleggen. Ik zie me de grote balen gras die hij op zijn schouder neemt nog niet dragen en over het graven van een gat om een struik te planten doe ik 4 keer zo lang. Maar fietsen, dat gaat me nog steeds prima af. Ik kan dus redelijk ontspannen naast hem blijven rijden en probeer zo goed en zo kwaad als het kan wat gesprekjes. Zo weet ik nu de namen van de dorpen waar we door kwamen, en de beroepen van een paar mensen die we tegenkwamen. Althans, die wist ik. Als je de lung-leeftijd eenmaal hebt bereikt doet het kortetermijngeheugen het niet meer zo goed als wanneer je nog khun bent.


Om die mensen die we tegenkomen lijkt het vooral te gaan. Toey zwaait ze uitbundig toe en roept ook het een en ander waarvan ik niks begrijp. Maar dat de lange farang en de daarnaast fietsende kleine Thai opzien baren is duidelijk evenals dat Toey daarvan geniet. Dat doe ik trouwens ook.

Toey's tempo zakt intussen wat terug en heel erg vind ik dat niet. Op mijn kinderfiets-voor-volwassenen zit ik in een allerminst comfortabele fietshouding en bovendien doet de versnelling het niet. Hoewel, dat is niet helemaal waar: hij doet het half. Toen ik de fiets kocht stond hij in zijn 2. Op een stukje weg waar het omlaag ging schakelde ik soepeltjes door, tot ik ontdekte dat het ding wel opschakelde, maar dat terugschakelen er niet bij was. Sindsdien fiets ik in zijn 5. In Thailand is het nu eenmaal niet vanzelfsprekend dat iets doet of blijft doen wat het moet doen. Ook dat went.

In het gebruikelijke Thaise tempo, dus net niet omvallend, bereiken we onze Baan Din weer. "Tomorrow we djakriaan?" vraagt Toey. "Proengnie phom lae khun Mik Chiang Mai" koeterwaalthai ik. Hij snapt dat Mieke en ik de volgende dag naar Chiang Mai gaan, maar vindt dat we dan best eerst nog kunnen fietsen. Ik wil dat wel af en toe doen, maar niet iedere dag. De vroege ochtend is namelijk ook de beste tijd voor werk in en om het huis. Op geheel Thaise wijze houd ik het daarom maar op "misschien".

De volgende ochtend regent het. Net zoals het in de regentijd best een paar dagen droog kan zijn, kan er in de droge tijd zo nu en dan een bui vallen of zelfs een druilerige dag voorkomen. Om 30 minuten na de gong regent het nog steeds en is er nog geen Toey te zien en ook om nung moong chao blijft het stil aan de poort. Om song moong chao, 2 uur na de ochtendgong, vertrekken we richting Chiang Mai. Gered door de regen.

08 december 2018

Huisdieren

Het blijft een vreemde gewaarwording: 6 december en ik sta 's avonds om 8 uur te douchen onder een imposante sterrenhemel. Er brandt maar een klein lichtje in de badkamer, zodat de sterren optimaal tot hun recht komen.

(Douche-foto's zijn alleen zichtbaar voor Premium Members.
Upgrade nu om de foto's te kunnen zien.)

Ineens merk ik dat ik niet alleen ben. Er klinken geluidjes uit de richting van de wastafel. Ik zet de douche uit en kijk naar de plek waar het geluid vandaan komt. Niks te zien. Een 2 watt ledlampje (we moeten zuinig zijn als de zon niet schijnt, want de opslag van zonne-energie in de accu's is beperkt) levert ook niet al te veel licht. Met de zaklantaarn erbij is de veroorzaker snel gevonden. Er zit een kikkertje in de gieter. Dat is niet voor het eerst. Een tijdje geleden kwam dat zelfs dagelijks voor. De design vormgeving is blijkbaar aantrekkelijk voor kikkers, maar als ze er eenmaal in zitten, kunnen ze er niet meer uit.

Ik keer de gieter om boven de grond; de kikker springt eruit. Een bedankje kan er niet vanaf. Hij hopt naar de muur en begint daar tegenop te klimmen. Voordat de kikkers onze gieter ontdekten heb ik nooit geweten dat ze recht tegen muren omhoog kunnen klimmen. Ik ga maar eens op mijn gemak op de pot zitten (foto's zijn alleen.... nouja, laat maar) om de vorderingen te kunnen volgen. Halverwege de muur blijft de kikker een tijdje zitten. Dan besluit ie dat het beneden toch beter was en daalt hij weer af. Dat doet hij heel grappig, zonder zich om te draaien. Zijn kop blijft bovenaan.



De kikkers zijn niet de enige huisdieren hier. Als ik de insecten en spinnen voor het gemak even niet meetel, en de sociale wesp, de urntjeswesp, de yellow spotted keelback en andere beessies die al in eerdere blogs voorbij gekomen zijn ook oversla, blijft er nog een aantal opvallende huisgenoten over. Zo zag ik bij een eerder badkamerbezoek een rat snake (ik weet de Nederlandse naam zo gauw niet) lekker lui liggen zonnen op een van de schapjes tegen de muur. Het is een flinke jongen, van zo'n 2 meter lang, maar niet gevaarlijk. De Thai schijnen hem als delicatesse te beschouwen. Het dier wachtte niet tot ik mijn camera gepakt had, maar ging er als een haas vandoor.

Rat snake in de tuin van de buren in Nang Lae

Hardnekkiger was de wat kleinere slang die zich in het enige kastje dat we uit Nederland hebben meegenomen genesteld had. We kwamen hem op het spoor toen Mieke wat kleding verschoof en er ineens een complete slangenhuid uit viel. Er had zich dus een slang zitten vervellen, maar een snelle inspectie leverde verder niets op. De volgende ochtend, bij goed licht, ben ik voorzichtig het kastje leeg gaan pakken en bleek hij er toch nog te bivakkeren. Met een lange stok en de nodige moeite hebben we hem weten te bewegen elders woonruimte te zoeken. Het bleek uiteindelijk om een ongevaarlijke regenboogslang te gaan. Maar daar kwamen we pas achter nadat we hem tot verhuizen hadden bewogen.


De bewoner die hier het langst zit is de toekeh. Tijdens de bouw liet hij zich al gelden door gaten te bijten in de net opgestapelde zakken met rijstkaf, die de basis voor de muren vormen. Nadat de klei- en leemlagen waren aangebracht was dat feest voor hem over, maar blijkbaar was ons earth-house aantrekkelijk genoeg om te blijven wonen. Toen we er zelf bij introkken heeft hij een nacht heftig geprotesteerd door om het half uur luidkeels te toekeh'en, maar daarna heeft hij zich erbij neergelegd.


Vorige week hebben we een kleine reorganisatie in de kastenwand waar hij achter woont doorgevoerd, zodat we een nieuwe vaas die we op de kop getikt hadden een beetje prominent konden neerzetten. Wat blijkt: toekehs houden niet van verandering. Er volgde weer een verstoorde nacht. Het verhaal gaat dat hoe vaker een toekeh toekeh zegt, hoe meer geluk je in het leven hebt. Een gemiddelde toekeh toekeht per sessie 4 of 5 keer. Onze huisgenoot haalde echter enkele keren de 10. Kijk, dan heeft zo'n nachtrustverstoring toch nog zin. Ons geluk kan niet meer op. Bovendien vangt hij van alles wat we liever niet in huis zien, zoals muggen, spinnen en kleine slangen. Wij houden van onze toekeh. Zijn partner heeft onlangs twee eitjes op het kozijn naast onze voordeur geplakt, dus misschien maken we nog wel gezinsuitbreiding mee.


Buitenshuis woont veel vliegend spul. De myna's zijn altijd nadrukkelijk aanwezig, maar er zitten veel meer voor ons bijzondere vogels rond het huis. Tijdens het ontbijt komen meestal de ijsvogels vissen in onze vijver en de kleine zwarte bushchat zoekt heel vaak een stok of takje vlak bij ons in de buurt.

Bushchat in de rijst

In een pas geplante struik hebben wevers een nest gebouwd. En we hebben al een paar keer een hop over zien vliegen, maar nog geen kans gezien om deze ergens stil te zien zitten.
Het grootste vliegende spektakel komt van de ooievaars. De Indische Gaper is een kleine ooievaar, die vooral opvalt doordat er een klein gat gaapt tussen de snavelhelften. Dat schijnt het eten van slakken gemakkelijker te maken. De gapers vliegen meestal in enorme groepen en laten zich dan lekker op de termiek rondzweven. Soms landen ze in een weiland, om slakken te pikken en dan op een gegeven moment ook weer allemaal tegelijk op te vliegen.


En dan zijn er natuurlijk nog de vlinders en rupsen. Daarbij hebben we wat gemengde gevoelens. Want hoewel niet alleen de vlinders, maar ook de rupsen vaak schitterend mooi zijn, zijn die laatsten ook ongegeneerd hongerig. De knappe jongen hieronder had in één nacht een mooi struikje helemaal kaal gevreten. Dat vonden we een minder geslaagde actie.

Rups van de Ligusterpijlstaart

Gisteren zag ik een prachtige, nog nooit eerder geziene vlinder op de regenpijp zitten. Ik liep er voorzichtig heen om het beest wat beter te kunnen bekijken. Hij bleef gewoon zitten. Ik riep Mieke om snel te komen kijken en ze kwam meteen aangerend. In plaats van de camera te pakken schoot ze onbedaarlijk in de lach. Ze bleek een soort 3D-stickers van vlinders gekocht te hebben, en een ervan zat ik nu te bestuderen. Nouja, die laat de planten tenminste heel.


23 november 2018

Kathin en Loi Krathong

Kathin

"Als er geldbomen bestonden had ik er wel eentje op het balkon staan," zei mijn vader als ik iets onmogelijks vroeg als een Matchbox auto'tje, een doosje 8-noppige legosteentjes of een setje kleurpotloden. Ik ben dus opgegroeid met het idee dat er geen geldbomen bestaan, maar heb dat idee op mijn 62e alsnog bij moeten stellen: ze bestaan wel degelijk.

Somtjid, de vrouw van het plaatselijke restaurant, had het al weken geleden aangekondigd: 11 november moesten we vrijhouden, want dat kwamen haar en Pradith's familie over uit Bangkok, Lamphun en de Isaan (de arme noordoostelijke regio van Thailand). Het zou een belangrijke dag worden waarop de tempel moest worden bezocht en ze zou het geweldig vinden als we kennis kwamen maken met haar familie en mee zouden gaan naar de tempel. Natuurlij wilden we dat.

11 november was het dus was het zo ver. Het restaurant was gesloten, maar voor de familie en ons was er om 8 uur een lekker ontbijt. We maakten kennis met de verschillende familieleden en hadden het geluk dat twee van Somtjids zussen erg goed Engels spraken. Dat scheelde heel veel handen- en voetenwerk en vertaal-apps.


Onderweg naar de tempel passeerden we een optocht in Hang Chat. Tot dan toe hadden we het idee gehad dat we naar een soort inwijding of andere ceremonie voor die specifieke tempel zouden gaan, maar blijkbaar was er toch sprake van een breder gevierd iets. Het bleek te gaan om Kathin, elders ook wel Kathina genoemd. Dat is oorspronkelijk een door elke tempel apart vastgestelde dag binnen een periode van een maand na de regentijd, waarin leken stof aanbieden aan monniken, die daar dan nieuwe pijen van maken. Op dezelfde dag dat de kathina plaatsvindt diende, ook weer oorspronkelijk, het kleed te worden geknipt, van de juiste motieven te worden voorzien, met zelf bereide natuurlijke kleurstoffen te worden gekleurd en zorgvuldig te worden gedroogd.

Gemak dient de mens en daaronder valt ook de monnik. Vandaag de dag koopt de leek een kant-en-klare pij in de speciaalzaak voor giften aan monniken en overhandigt die op Kathin. Maar de monniken krijgen ook al pijen als ze een trouwerij, uitvaart of andere ceremonie verzorgen. In veel tempels is er dus een overschot aan pijen.


Zoals gezegd dient gemak mens en monnik. Er zijn nog steeds mensen die met een nieuwe pij naar een tempel gaan, maar tegenwoordig komen de meesten met een geldboom aan. Dat is een van bamboe in elkaar geknutseld boompje. De uiteindes van de bamboe "takken" zijn gespleten en daar kan je bankbiljetten tussen schuiven. In winkels, restaurants en op andere plaatsen waar veel mensen komen wordt zo'n geldboom neergezet. In het restaurantje in ons dorp stond er ook een, en in plaats van een fooitje (of naast een fooitje) schuif je een briefje 20 of 100 baht in de boom.


Op Kathin komen overal vandaan mensen met hun geldbomen naar de tempel. Behalve bomen zijn er ook varianten, zoals geldslingers, maar ook slingers gemaakt van sigaren en sigaretten. Menselijke behoeftes zijn de monnik immers niet vreemd. Als het goed is worden al die donaties gebruikt voor onderhoud aan de tempel en aan liefdadigheid. Er gaan echter ook verhalen over luxueus levende monniken en er lopen zelfs justitiële onderzoeken naar sommige tempels vanwege de verdenking van witwassen en misbruik van liefdadigheidsfondsen. Dat zijn de uitwassen die je in iedere religieuze organisatie tegenkomt. Het Boeddhisme onderscheidt zich op dat punt helaas niet.


Tijdens de dag is er overal rond het klooster gratis en lekker eten en drinken te krijgen. Ter afsluiting zijn er wat voorstellingen, waaronder een dans van de mae baan (mae=moeder, baan=huis) en een rituele vecht-dans van een aantal jongeren. Ten slotte wordt er nog ritueel rijst gevoerd aan een koe, waarna er een sinterklaas-achtig tafereel ontstaat als er allerlei kleurige piepkleine pakjes op het veld gestrooid worden. Iedereen duikt er op af om er zo veel mogelijk te bemachtigen. Er blijken muntjes in te zitten, van 1 of 2 baht (1 baht is iets meer dan 2,5 cent). Een paar kinderen staan met takken over een dakje te vegen. Daar blijken wat pakketjes op te zijn geland. Met mijn 1 meter 91 kan ik ze er makkelijk af pakken. De teleurstelling dat die lange farang er met de buit vandoor gaat wordt een brede glimlach en een diepe wai als ik alles uitdeel. Goede daden komen soms vanzelf aanwaaien.


Loi Krathong

Van de talloze feesten in Thailand zijn Sonkran en Loi Krathong de grootste. Sonkran, het traditionele Thaise nieuwjaar, is het bekendste, vooral dankzij de grote watersmijtpartijen. Loi Krathong is minder bekend, maar wat ons betreft absoluut het mooiste Thaise feest. Loi betekent laten drijven en een krathong is een vaartuigje. De traditionele krathong heeft een schijf van de stam van een bananenplant als basis. Daarop wordt van bananenblad en andere materialen een lotusbloem-vorm geknutseld, waarin een kaars en 3 wierrookstokjes worden gezet en soms wat muntjes gelegd.

Loi Krathong valt jaarlijks op de avond van de volle maan in de 12e maanmaand en dit jaar was dat 22 november. De dagen ervoor merk je al dat het er aankomt, doordat er regelmatig vuurwerk wordt afgestoken en papieren ballonnen met een kaars erin worden opgelaten. In Nederland kom je die af en toe ook wel tegen en dan heten het meestal wensballonnen. Op de 21e stonden Toey en Pradith al vroeg voor de deur. Pradith spreekt een beetje Engels maar we begrepen maar niet wat ze nou precies wilden. "Thing you have before solar battery" probeerde Pradith en ineens viel het kwartje. Ze wilden de generator, die we gebruikten voordat de zonnepanelen waren geïnstalleerd, lenen voor Loi Krathong. "Oooo, you mean ไฟฟ้า (fai faa)," zei Mieke. Soms verstaan we gewoon al beter Thais dan Thailish.


's Middags werden we opgehaald en konden we zien waarvoor de generator nodig was geweest. Op een oude pick-uptruck hadden ze een soort levensgrote krathong gefabriekt, die tijdens het feest in een optocht mee zou rijden. Zoiets als onze carnavalswagens, maar dan in een middagje in elkaar geknutseld. Alles was versierd met kleurige lichtjes en een belangrijk deel was de geluidsinstallatie. Ook in Nong Lom, het buurdorp, moesten we komen kijken en werden we onthaald op whisky, taaie rundvlees- en kipstukjes en een uitnodiging om aan de karaoke mee te doen.


Dat laatste wisten we beleefd af te slaan. Misschien moeten we toch eens een Nederlands lied instuderen; de Thai zijn zo gek op karaoke dat we ze er ongetwijfeld enthousiast mee maken. Met een beetje geluk valt karaoke wel onder de goede daden; áls we er toe overgaan ligt er in ieder geval kennis en inzicht, onbaatzuchtigheid en liefde aan ten grondslag.


De optocht was de 22e een paar dorpen verderop. Op een sportveld stonden de wagens opgesteld en aangezien ze allemaal die kleurige lichtjes en een (soms enorme) geluidsinstallatie meevoerden, was het een kakofonie van knalhard geluid. Omdat we ook nog met Lorenza in de stad hadden afgesproken vertrokken we na ruim een uur. Lorenza runt een guesthouse aan de rivier en daar zaten we eerste rang om de krathongs en de grote verlichte vaartuigen, een soort varende praalwagens, voorbij te zien komen.


Het te water laten van je krathong heeft verschillende redenen. Hoe langer de kaars blijft branden, hoe gelukkiger je komende jaar wordt. En laten jij en je lief tegelijk de krathongs te water, dan zegt de tijd dat ze bij elkaar blijven drijven iets over hoe duurzaam de relatie is. (Het verhaal gaat dat sommige geliefden hun krathongs aan elkaar binden. De vraag is natuurlijk of dat werkt.) Probleem in beide gevallen is dat de krathongs wegdrijven en opgaan in een massa lichtjes die op de rivier drijft. Probeer daar de jouwe maar een tussen te blijven volgen.
Een derde reden om je krathong weg te laten drijven is, dat je daarmee ook je zonden van het afgelopen jaar wegwast. Het is inmiddels 50 jaar geleden dat ik gebiecht heb, dus dan is zo'n krathong geen overbodige luxe. Voor de tussenliggende 49 jaar moet ik nog wel een oplossing bedenken.


Behalve het in het water zetten van de krathongs wordt er ook vuurwerk afgestoken en worden er heel veel van die eerder genoemde papieren ballonnen opgelaten, soms met vuurwerk aan een staart die eronder hangt. Het gaat om zulke grote aantallen dat de vliegvelden bij zonsondergang sluiten, omdat het opstijgen en landen te gevaarlijk is.


In sommige plaatsen wordt van Loi Krathong een 2-daags feest gemaakt. In Lampang was er bijvoorbeeld op de 23e nog een grote verlichte optocht. In Nong Noi houden ze het gewoon op één avond. Hoewel bij de tips voor Thailandgangers altijd staat dat je nooit spullen uit moet lenen, omdat je die nooit meer terug ziet, werd onze generator keurig door Toey teruggebracht. De tank was vol en de al enige tijd kapotte verbindingen waarmee het apparaat aan een frame zat waren zelfs gerepareerd, dus we kregen het ding beter terug dan we het meegegeven hadden. "Thank you. Everybody in Nong Noi love you", zei Toey nog. Daar werden we even stil van.

13 november 2018

Thaise bruiloft

Afgelopen maart belandden we bij toeval aan tafel bij een voor ons onbekend gezelschap. In ons favoriete restaurantje liepen we naar een vrijstaande tafel en kwamen daar tegelijk aan met enkele andere gasten. We besloten ter plekke om de tafel dan maar te delen. Het gezelschap bestond uit een Australiër met zijn Thaise vriendin, haar moeder en haar grootmoeder. Ze waren op weg naar een dorp aan de rand van de bergen, zo'n 20 kilometer verderop, maar de vader wilde even bij de naast het restaurant gelegen autodealer naar een rammeltje in zijn auto laten kijken. Het werd een geanimeerd etentje en natuurlijk werden er mailadressen uitgewisseld, in de wetenschap dat daar in de meeste gevallen nooit meer iets mee gebeurt.

Dat bleek ook nu het geval, tot we vorige week een mailtje kregen van Tassos, de Australiër, en Ramida. Ze nodigden ons uit voor een trouwceremonie in Ramida's geboortedorp. De trouwerij vond al 2 dagen later plaats, maar we hadden geen afspraken die dag en hadden nog niet eerder een traditionele Thaise bruiloft meegemaakt, dus accepteerden we de uitnodiging van harte.

Het feest begon al om 9 uur 's morgens, of eigenlijk nog wat eerder. Begeleid door trommels die weer overstemd werden door knalharde muziek kwam Tassos in een swingend gezelschap van familieleden en dorpelingen om 9 uur aan bij het ouderlijk huis van Ramida. Ramida's ouders stonden aan het hek en vroegen naar de reden van zijn bezoek. Nadat Tassos verteld had dat hij kwam om hun dochter te trouwen schoven de ouders eerst een andere vrouw naar voren. Toen deze door de bruidegom nadrukkelijk werd afgewezen verscheen Ramida, ging het hek open en swingde de hele club door naar het huis.

(Link naar de video: https://youtu.be/ITu1bxBnqJs)

Onderaan de trap naar de voordeur was een touw gespannen. Het was duidelijk dat het stel niet zo maar naar binnen kon lopen. Tassos haalde een envelop uit zijn binnenzak en overhandigde die aan de moeder, maar die liet weten dat hij er niet met zo'n koopje vanaf kwam. Er kwam een tweede envelop tevoorschijn. Dat bleek de moeder tevreden te stellen want ze overhandigde een schaar waarmee de toegang tot het huis kon worden vrijgemaakt.

In het huis werd vervolgens een grote hoeveelheid teksten uitgesproken, waarvan de betekenis ons helaas ontging omdat we de taal nog lang niet beheersen. De rituelen daarna waren gelukkig wel goed te volgen. Het begon met het bewijzen van eer aan de ouders. De bruidegom buigt diep, eerst voor de vader van de bruid en dan voor de moeder. Die raken daarna zijn handen aan. Dan is het de beurt aan de bruid, waarna het ritueel zich herhaalt bij de ouders van de bruidegom. Die hadden wat meer moeite om de handen van hun zoon en schoondochter aan te raken, omdat ze op stoelen zaten, terwijl de ouders van de bruid op de grond zaten. De Thai weten dat farang in het algemeen te stijf zijn om het langer dan een paar minuten op de grond zittend uit te houden.

 

Nadat de ringen om de vingers waren geschoven mocht er gezoend worden; dat is blijkbaar een universele regel. Tassos en Ramida namen daarna plaats achter een soort lessenaar, waar ze stippen op hun voorhoofd kregen en met een dun touwtje zijn linkerarm aan haar rechterarm werd verbonden. Ook de wederzijdse ouders kwamen een voor een naar voren om een touwtje om de armen te knopen. Toen waren de broers en zussen van het stel aan de beurt, gevolgd door een eindeloze rij aanwezigen, die voordat zij hun touwtje knoopten eerst een envelop aan de bruid gaven en als tegenprestatie een opgerold handdoekje terugkregen. Ook wij kwamen aan de beurt; een vreemde gewaarwording om een rol toebedeeld te krijgen bij het huwelijk van mensen die we daarvoor alleen een uurtje aan tafel gezien hadden.


Letterlijk aan elkaar verbonden werd het stel toen naar de slaapkamer gevoerd en op bed gelegd. Daar moesten ze overeind zien te komen en de muntjes verzamelen die op het bed waren gestrooid. Nadat aan die opdracht voldaan was werden de touwtjes doorgeknipt en kon het echte feest beginnen.


En zoals dat gaat in Thailand begon dat met een overvloedige maaltijd, waar het hele dorp zich aan tegoed kon doen. Overigens is het niet zo dat het hele dorp alleen maar komt feesten; nee, iedereen is ook betrokken bij de opbouw van het hele gebeuren, het neerzetten van de tafels en stoelen, het verzorgen van de muziek, het koken, het afwassen en uiteindelijk weer het opruimen. Geweldig om te zien hoe er eerst een kookkeuken geïmproviseerd is, die als alles op tafel staat in een oogwenk wordt omgebouwd tot spoelkeuken, waar iedereen de grootste lol in het afwassen lijkt te hebben.


Als het eten op is, is het tijd voor de toespraken, eerst van de pujai baan, het dorpshoofd, dan van elk van de ouders, daarna van de bruidegom en ten slotte van de bruid. Intussen staan de meisjes van de muziek al klaar en mogen ze zich verheugen in de warme belangstelling van de durfals onder de bruiloftsgasten. Ik geef toe dat het vooroordelen zijn, maar op basis van uiterlijke kenmerken hadden we geen hoge verwachtingen van de muziek die ten gehore zou worden gebracht. Omdat ik in de nasleep van mijn ziekte mijn siëstas nog hard nodig heb, besloten we het verder voor gezien te houden.


Mijlpaal
Dit is de honderdste blog over ons vertrek naar en leven in Thailand. Leuk dat jullie, lezers, het al die tijd hebben volgehouden.