07 augustus 2020

2 jaar Baan Din

Het is al weer augustus en dat betekent dat we inmiddels drieëneenhalf jaar in Thailand wonen, waarvan twee in ons Baan Din (huis van aarde) zoals de Thai dat noemen. Achteraf beseffen we dat het leuk was geweest om ieder jaar op dezelfde dag een foto vanaf hetzelfde standpunt te maken, maar helaas, ook in Thailand kijk je achteraf een koe in haar kont, hoewel ze hier spreken van mong pai tie waw nai toed koh. Ik vrees dat ze vreemd staan te kijken als ik die uitdrukking gebruik, dus ik ga dat maar niet proberen.

Omdat het toch leuk is om te laten zien hoe ons landje is veranderd hebben we min of meer vergelijkbare foto's gezocht die telkens in augustus gemaakt zijn. We hebben een klein beetje gesmokkeld, en de belichting en bewerking zijn ook telkens anders, maar wie de vorige blog gelezen heeft snapt dat we daar geen punt van maken. En omdat we in augustus 2017 de vijver al uitgegraven hadden beginnen we met een foto uit mei, toen we de grond net gekocht hadden. 














En omdat ik het mezelf deze keer toch makkelijk aan het maken ben nog maar een paar foto's van vandaag.










02 augustus 2020

Ingeburgerd

Vandaag heb ik een mijlpaal in het inburgeringsproces bereikt. Onderweg naar de stad zag ik een druk gebarende maaltijdbezorger van Grab met zijn scooter midden op de weg staan. Het was duidelijk de bedoeling dat ik zou stoppen, en dat deed ik dan ook maar. Hij bleek niet te weten welke kant hij op moest en was wat in verwarring omdat hij geen buitenlander had verwacht, maar nu ik toch eenmaal daar stond vroeg hij toch maar hoe hij bij de Thammasat Universiteit moest komen. Ik kon hem dat zowaar uitleggen. Dat was trouwens niet zo heel moeilijk, want ik hoefde alleen maar aan te wijzen welke weg hij bij de Y-splitsing verderop moest nemen, maar het geeft toch een goed gevoel dat ik begreep waar deze Thai heen wilde en hem de goede kant uit kon sturen.

Dat doet me denken aan een raadsel dat ik misschien al wel 50 jaar geleden voorgelegd kreeg: je komt bij een Y-splitsing maar weet niet welke kant je op moet om bij de Thammasat Universiteit te komen. Er staan twee identieke tweelingbroers op de splitsing en je weet dat de ene altijd liegt, terwijl de andere altijd de waarheid spreekt. Wat moet je vragen om er zeker te zijn dat je de goede weg neemt? (Onder de inzenders van de goede oplossing wordt een cadeaubon van 1000 baht verloot.)

Toevallig was ik tijdens dat ritje net aan het nadenken over wat we intussen hier allemaal gewoon vinden terwijl dat in Nederland zeer opvallend zou zijn. Die vraag kwam een tijdje geleden al eens op, toen Mieke opmerkte dat als er 4 jaar geleden een mondkapjesplicht in Thailand had bestaan, we waarschijnlijk niet voor dat land gekozen hadden. Als we nog altijd mondkapjesplichtvrij zouden willen wonen kunnen we vooralsnog terug naar Nederland, maar die optie laten we lekker onbenut.

Hier op het Thaise platteland zien we dat er wel meer mondkapjes gedragen worden dan vóór corona, maar het is zeker niet zo dat iedereen er een draagt. Wij zorgen er altijd wel voor dat we er eentje op hebben als we de deur uitgaan; op buitenlanders wordt nu eenmaal extra gelet, zeker omdat de gedachte dat het onheil uit het buitenland komt hier behoorlijk gemeengoed is. Bovendien laat het zien dat we de zorgen van veel mensen over hun gezondheid serieus nemen. Zelfs al zouden mondkapjes niets uithalen, wat wij niet geloven, dan is dat al genoeg reden om ze te dragen. Goed beschouwd past het mondkapje ook in het rijtje van wat we gewoon zijn gaan vinden.

Nog meer voorbeelden? Okee, daar gaan we:
  • Links rijden
  • In een restaurant iets anders krijgen dan je besteld hebt
  • Scheuren in een betonvloer
  • Spookrijders over de vluchtstrook
  • Parkeren op de vluchtstrook
  • Marktkraampjes op de vluchtstrook
  • Winkelmedewerkers die zeggen dat iets niet op voorraad is terwijl je het even later gewoon ziet liggen
  • Politie-check-points op vaste plaatsen, alleen tussen 9 en 5
  • IJs in je bier
  • Geen alcohol te koop op feestdagen
  • Op andere dagen alleen tussen 11 en 14 uur en tussen 17 en 24 uur
    (Het verhaal gaat dat het eerst alleen tussen 17 en 24 uur mocht maar dat de beleidsmakers er vervolgens achter kwamen dat ze hun eigen lunch zonder bier moesten nuttigen. Geen idee of dat waar is.)
  • Op alcoholvrije momenten bier in een theekopje geserveerd krijgen
  • Auto's, motoren en fietsen in het donker zonder licht
  • Auto's die eerst remmen, dan het knipperlicht aanzetten
  • Auto's die voordat ze linksaf gaan eerst naar rechts uitwijken
  • Beleefde kinderen
  • Een caissiere die je achterna komt rennen omdat ze 10 baht (28 cent) te weinig heeft teruggegeven
  • Maaltijden die niet per tafel tegelijk geserveerd worden, maar schotel voor schotel.
Nouja, we kunnen nog wel even doorgaan, maar dan wordt het een nog saaiere opsomming. De plaatsing van het gastenhuisje achter in de tuin is eigenlijk wel een mooi voorbeeld. Het huisje zelf wordt op het terrein van de verkoper volledig in elkaar gezet. Intussen worden er op de plek waar het moet komen, in onze tuin dus, een fundering en betonvloer gestort. Er blijven 6 grote gaten over waar de pilaren moeten komen te staan.

Het complete huisje van 3 x 5,5 meter wordt met een vrachtwagen over de snelweg (zonder zwaailichten of motor-escorte) naar zijn plek getransporteerd. Wij verwachtten ook een kraanwagen, maar die kwam niet. De vrachtwagen manoeuvreert zich naar de juiste plek op de betonvloer. Dan wordt en er onder iedere poot een verstelbare stempel gezet, waarna 6 man tegelijkertijd het huisje beginnen op te krikken. Op een gegeven moment kan de vrachtwagen er onderuit rijden. Het opkrikken gaat door totdat de vloer op 2 meter hoogte zit en de betonpalen onder de poten passen. De boel wordt gesteld, waarna de 6 grote gaten met beton gevuld worden. Dat beton wordt ter plekke in cementkuipen met de hand aangemaakt. 


Intussen wordt de trap gemonteerd. Die bestaat uit een deel van 7 treden, een platformpje en dan nog een deel van 3 treden. Op het platformpje maakt de trap een haakse bocht. Het langste stuk van de trap wordt aan het balkon van het huisje vastgemaakt en aan het andere eind wordt het platformpje op houten palen op de juiste plek en hoogte geplaatst. Dan wordt het korte stukje trap eraan gezet en blijkt er plotseling een probleem te zijn. Bij het storten van de vloer was er namelijk vanuit gegaan dat het korte stukje trap aan het balkon zou komen en het lange stuk zou eindigen op de betonvloer. Nu de delen verwisseld zijn, komt de trap beneden uit op een plek waar geen vloer meer is. Maar niet getreurd: er wordt toch beton aangemaakt voor de funderingsgaten, dus er kan ook wel even een stoepje gestort worden onderaan de trap.


Uiteindelijk staat het huisje er, maar wel enigszins scheef ten opzichte van de betonvloer, een vloer die niet helemaal vlak is en waar de later opgevulde funderingsgaten niet precies vlak lopen met de vloer en bovendien een andere structuur hebben. De eerste scheuren zitten al in het beton en het geïmproviseerde stoepje is veel te klein om fatsoenlijk over te kunnen lopen. We hadden speciaal verzocht om de traptreden allemaal een zelfde onderlinge afstand te laten hebben. Dat is geenszins vanzelfsprekend hier. Dat was prima voor elkaar. Alleen de afstand tussen het betonstoepje en de eerste trede, en tussen de laatste trede en de balkonvloer wijken af.


Maarrrrrrrr This is Thailand... het huisje is prachtig, het uitzicht is magnifiek, het stoepje hebben we zelf uitgebreid, de scheuren in het beton zien we niet meer en met de niet geheel vlakke vloer kunnen we ook prima leven. We zijn tenslotte ingeburgerd. Als je er eenmaal aan gewend bent dat de dingen altijd anders gaan dan je verwacht, dat zelfs vanzelfsprekende dingen niet vanzelfsprekend zijn en dat je aan elk ondenkbaar scenario moet denken, dan wordt het leven ineens verrassend relaxed. Bij mijn tante Riet hing vroeger in de gang een tegeltje: "Tob niet, het loopt toch anders." Het zou me niet verbazen als dat een vertaalde Thaise wijsheid was.


Oja, en die cadeaubon die ik hierboven noemde wordt gewonnen door de partner van de organisator van de prijsvraag. We zijn tenslotte ingeburgerd.

19 juli 2020

Blokfluit

Ik heb een soort afwijking; ik verzamel, ongewild, nutteloze wetenswaardigheden. Ik onthou dingen die er helemaal niet toe doen. Belangrijke of nuttige woorden blijven niet in mijn hersens plakken, terwijl volkomen nutteloze woorden op de meest onzinnige momenten te voorschijn komen. 2 voorbeelden: ฝักบัว (fàk-buwa) douchekop, wanneer heb je dat nodig? Die ene keer in de 10 jaar als dat ding stuk is? Ik kan het onthouden omdat buwa ook de lotuskop betekent en die twee zien er ongeveer hetzelfde uit. Ander voorbeeld: in het Thai heb je ontelbaar veel classifiers, niet te onthouden! Behalve dan die ene voor blokfluiten; เลา (lao), ik heb echt 0 interesse in een blokfluit!

Bovenstaande alinea heb ik niet zelf geschreven. Ik kreeg hem toegestuurd van Carin, die jarenlang mijn steun en toeverlaat was bij 2Xplain en met wie ik de fascinatie voor Thailand deel. Carin's vader woont hier in de buurt en die zocht ze 2x per jaar op (totdat corona roet in het eten gooide) dus we zien of zagen elkaar nog regelmatig. Ik herken het verschijnsel van het opslaan van overbodige informatie wel. Ik heb het (nog) niet met Thaise woorden, hoewel je je af kunt vragen of het eerste Thaise woord dat ik echt onthield, กระเทียม (gratiam, knoflook), nu wel het meest noodzakelijke is om te weten. Maar ik ken bijvoorbeeld wel allerlei tennissers, schaatsers, voetballers en autocoureurs, terwijl ik echt helemaal nooit naar sport kijk en al die namen niet eens wíl weten.

Carin's miniblogje is een leuke aanleiding om weer eens wat over de Thaise taal te schrijven. Ik besef dat niet iedereen dat interessant vindt, daarom kondig ik dat maar even aan. Wie wil kan dan nu wat nuttigers gaan doen.

De classifiers waar Carin het over heeft kennen we in het Nederlands ook, maar in het Thais en bijvoorbeeld ook in het Chinees zijn ze veel belangrijker. Een classifier wordt gebruikt om het aantal bij specifieke zaken te benoemen en verwijst vaak naar uiterlijke kenmerken. Zo hebben we in het Nederlands een tros druiven, een kam bananen en een vlucht regenwulpen, en als we de classifier niet kennen kunnen we altijd terugvallen op "stuks". Maar in de meeste gevallen kunnen we best zonder de classifier. We hoeven geen 2 stuks bananen te bestellen: simpelweg 2 bananen is voldoende. In het Thais kan dat niet. 2 bananen in het Thais is กล้วยสองลูก, kluay song loek, ofwel bananen twee stuks. Als het tenminste gewone bananen zijn. Gaat het om gefrituurde bananen dan is de classifier geen loek, maar chin; zit de banaan verwerkt in sticky rice dan wordt het haaw. 

Maar daarmee zijn we er nog lang niet. Want de classifier ลูก (loek) wordt niet alleen voor bananen gebruikt, maar ook voor kinderen, rond fruit, ballen, harde ronde objecten van middelgrote omvang en stormen. Voor kinderen kan je trouwens ook khon gebruiken. Dat is de classifier voor personen in het algemeen. "Ik heb één zoon en één dochter" wordt dan mie loek song khon, loek chai neung khon lae loek saaw neung khon, ofwel heb kinderen 2 personen, zonen 1 personen en dochters 1 personen. 

Sommige classifiers worden gebruikt voor een aantal zaken die niets met elkaar te maken hebben. Bai, bijvoorbeeld, is de classifier voor flessen, drinkglazen, rugzakken, geld, bladeren, hoeden, de wereld, speelkaarten, kussens, doodskisten, frituurpannen, visvallen, de vulstof in tabletten, emmers, portemonnees (mits gemaakt van natuurlijke materialen), vliegtickets, scheermesjes, toffees, pruimen en ga zo nog maar even door. Aan de andere kant van het spectrum staan classifiers als rang, dat uitsluitend gebruikt wordt voor klamboes. En lao dus, voor blokfluiten.

Gelukkig begrijpen de meeste Thai ons ook wel als we gratiam song, zonder de classifier hoewaa, bestellen. En anders wijzen we de knoflook aan en steken twee vingers op. Die taal spreekt iedereen. Hoewaa gebruik je trouwens ook bij onder meer menselijke hoofden, puisten, abcessen en pukkels en de injector in een automotor.

Als we over een paar jaar eindelijk de tonen een beetje onder de knie hebben, kunnen we ons gaan storten op de 338 classifiers. We hebben er nu al zin in.




07 juli 2020

De aap uit de mouw

De baas van Albert Heijn verdiende in 2018 zo'n 5 miljoen euro. Dat is 125 keer het gemiddelde salaris van de Ahold-medewerker. En ruim 400 keer het salaris van een vakkenvuller. Een vakkenvuller bij Albert Heijn verdient ongeveer 5 keer zo veel als een Thaise ongeschoolde arbeider. De baas van Albert Heijn verdient dus 2000 keer zo veel als laten we zeggen een Thaise kokosnotenplukker. De baas van Albert Heijn verdient dus per 2 minuten wat de Thaise kokosnotenplukker in een dag verdient.

De Thaise kokosnotenplukkers worden door Albert Heijn, dat aangestuurd wordt door de man die maar 2 minuten hoeft te werken om hetzelfde te verdienen wat zij in een hele dag opstrijken, onder druk gezet om zo goedkoop mogelijk te leveren. Om toch nog iets over te houden om van te leven hebben ze een handigheidje bedacht. In plaats van zelf de 30 meter hoge bomen in te klimmen, laten ze dat door apen doen. Die zijn daar veel handiger in en vallen er ook zelden uit, terwijl mensen nog wel eens omlaag donderen, hetgeen meestal niet goed afloopt.


De man die 2000 keer zo veel verdient als een Thaise kokosnotenplukker vindt het echter zielig voor die apen. Of, wat veel waarschijnlijker is, hij vindt het helemaal niet zielig voor de apen, maar er zijn beelden naar buiten gebracht van zielige apen en nu is de man van 5 miljoen bang dat zijn klanten denken dat Albert Heijn niet om zielige dieren geeft. Dus zou je denken dat hij spoorslags naar Thailand afreist, vraagt wat de meerkosten zijn als de apen niet meer worden ingezet, en aanbiedt die meerkosten te compenseren door een betere prijs voor de kokosnoten te betalen. Maar dat doet de baas van Albert Heijn niet. In plaats daarvan kondigt zijn bedrijf groots aan geen kokosnoten meer te kopen in Thailand. Hoe de noten in andere landen geoogst worden is niet zo belangrijk, als de mensen maar weten dat Albert Heijn erg betrokken is bij het wel en wee van de dieren. Ten minste, voor zover het geen koeien, varkens of kippen zijn. Want ook daarbij wil de zakkenvuller die 400 keer meer verdient dan de vakkenvuller het onderste uit de kan. Vandaar dat Nederlandse boeren onlangs een distributiecentrum blokkeerden. Net als de Thaise kokosnotenplukkers willen ze graag een eerlijke prijs.

Als er geen kokosnoten meer verkocht worden zitten de plukkers meteen zonder inkomen. Het sociale vangnet dat Nederland ondanks de fiscale trucs van de grote ondernemingen in stand weet te houden ontbreekt in Thailand. Het inkomensverschil tussen de baas van Albert Heijn en de (ex-)kokosnotenplukkers wordt dus nog groter. En intussen blijft Albert Heijn gewoon producten verkopen die ten koste van dieren gaan, maar die nog niet in aangrijpende filmpjes aan de kaak zijn gesteld.

Elke gelijkenis met kokosnootplukkende apen is louter toevallig

Ik heb ook wel mijn bedenkingen bij het inzetten van dieren voor allerlei doeleinden. Maar ik heb nog meer bedenkingen bij de door de marketingafdeling van bedrijven aangestuurde verontwaardiging. Als de dierenwereld het van Albert Heijn moet hebben ziet het er nog somberder voor ze uit dan het toch al doet.

Toevallig verscheen er vandaag op Thailandblog een reactie van een Nederlander die getrouwd is met de eigenaresse van een "apenschool". Hij weerspreekt uiteraard de beschuldigingen van mishandeling en doet dat behoorlijk goed onderbouwd. Over de opstellers van het rapport is hij niet echt genuanceerd, maar genuanceerdheid is ook bij die opstellers zelf ver te zoeken. In ieder geval is het interessant om de andere kant van het verhaal ook de lezen.

In Thailand hebben de critici van het westen inmiddels weer munitie erbij. Die westerlingen denken nog altijd voor te kunnen schrijven hoe men zich hier dient te gedragen. Uitgerekend de man die 2000 keer zo veel verdient als een Thaise dagloner hangt de moraalridder uit. Je moet maar durven.

Sorry hoor, maar ik moest echt even stoom afblazen. O, en de cijfers zijn bij benadering, dus ga ze niet na zitten rekenen.

05 juli 2020

Asalha Bucha

De Thai houden wel van een feestje, maar de afgelopen maanden gooide corona roet in het feestmaal. Songkran, de traditionele Thaise nieuwjaarsviering, werd dit jaar afgelast. In de aanloop naar Songkran horen we altijd feestgedruis, bestaande uit harde disco en valse karaoke, uit de naburige dorpen overwaaien, maar dit jaar bleef het stil. Pas de afgelopen week hoorden we weer muziek in de verte.

Vandaag is het Asalha Bucha, een van de belangrijkste boeddhistische feestdagen. Het is de dag waarop de Boeddha zijn eerste preek hield, nadat hij verlichting had bereikt. Zijn preek ging over de vier edele waarheden:
  1. er is lijden;
  2. het lijden heeft een oorzaak;
  3. de oorzaak van het lijden kan opgeheven worden;
  4. door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd.
Het achtvoudig pad laat zich het makkelijkst omschrijven als 8 levensadviezen:
  1. de juiste inzichten;
  2. de juiste bedoelingen (zonder bezitsdrang, wreedheid of boosheid);
  3. het juiste spreken (zonder roddels, leugens, laster en schelden);
  4. het juiste handelen (zonder geweld jegens mensen en dieren, en niet ten koste van anderen)
  5. de juiste levenswijze (een eerzaam vak uitoefenen);
  6. de juiste inspanning (om het heilzame te bevorderen);
  7. de juiste aandacht;
  8. de juiste concentratie.
De vier edele waarheden vormen de basis van de Boeddhistische leer. De preek vond plaats in een hertenkamp voor een gevolg van vijf aanhangers. Vandaag wordt ook gevierd dat een van de volgers ter plekke volledig begreep wat er gezegd werd en de stichter werd van de allereerste orde van Boeddhistische monniken.

(afbeelding van wikipedia)


Wij merken op zich niet zo veel van de Thaise feestdagen, behalve allerlei praktische dingen. Zo zijn er veel meer winkels dicht dan op een gewone zondag en wordt er geen alcohol verkocht. Dat laatste is een merkwaardig verschijnsel op feestdagen hier. Het aantal verkeersslachtoffers in Thailand behoort tot de hoogste ter wereld en alcohol speelt daarbij vaak een rol. Tijdens feestdagen bereikt het aantal ongelukken telkens weer een hoogtepunt. Om daar wat aan te doen is de verkoop van alcohol verboden. Maar omdat iedereen dat weet piekt de verkoop van alcohol telkens op de dag ervóór. 


Of het ook met Asalha Bucha te maken heeft weten we niet, maar vanmiddag stonden er twee mannen aan de poort te roepen, waardoor we wakker werden uit een verlate siësta. Ik gebaarde dat de poort open was, maar het is heel onthais om een dichte poort open te doen. Als het de bedoeling was dat je naar binnen mocht gaan, dan had de poort wel open gestaan, zo is de redenering. En dat die rare farang de poort dicht doen om de honden binnen te houden wil er hier niet in; waarom zou je je hond binnen willen houden? 
Toen ik eenmaal bij de poort was zag ik dat het twee mannen waren die ik wel vaker voorbij zie komen of in het dorp tegenkom. De ene had zijn telefoon in aanslag en maakte het ene plaatje na het andere, de andere tilde een plastic zak in op en zei iets wat ik niet kon verstaan, gevolgd door "pad krapao". Dat laatste begreep ik dan weer wel. Pad Krapao is een populair en erg lekker gerecht met gehakt en Thaise basilicum. Je kunt het bij veel streetfoodkraampjes kopen. In de plastic zak zaten twee andere plastic zakjes, waarvan een gevuld met pad krapao, en de ander met een soep waarin een stuk of zes hardgekookte eieren dreven, naast stukjes spek en wat ondefinieerbare organen. Tja, in Thailand wordt echt alles van het beest opgegeten, op de botten na. De mannen kwamen ons dus een maaltijd brengen. Ze sloegen de uitnodiging om binnen te komen af, de ene maakte nog maar een stelletje extra foto's en daarna klommen ze weer op hun bromfiets en reden terug naar het dorp. Het was de zoveelste blijk van gastvrijheid hier. We zijn onderhand de tel kwijtgeraakt.


Vanavond hebben we er rijst bij gekookt en zijn we de onverwachte maaltijd op het balkon van het gastenhuisje gaan opeten, in de hoop dat we de volle maan die hoort bij Asalha Bucha konden zien opkomen. De maan liet zich echter niet zien, naar we dachten vanwege de bewolking. Maar toen we later in de tuin liepen zagen we hem alsnog boven de bergen uitkomen, in een hele smalle reep tussen de top van de berg en de wolkenband er vlak boven. Een bijzondere ervaring.


Morgen is er weer een feestdag. Als in Thailand een feestdag in het weekend valt, is de maandag erna namelijk automatisch een vrije dag. Eigenlijk net als met Pasen en Pinksteren in Nederland. De "pech" die Nederlandse werknemers hebben als kerst of nieuwjaarsdag in het weekend vallen kennen ze hier niet. Hier kennen ze alleen dat alcoholverbod. Maar we hebben nog een biertje in de koelkast.

13 juni 2020

Etnisch profileren

De cartoonist van het tijdschrift dat ik uitgaf vertelde me ooit dat het enige figuurtje dat hij karikaturaal kon weergeven zonder bedolven te worden onder de boze reacties een witte man was. Eigenlijk is dat niet zo onlogisch. Karikaturale trekken zijn veelal uitvergrotingen van vooroordelen en witte mannen zijn zo'n beetje de enige groep die weinig tot geen nadelen ondervinden van de vooroordelen die over hen heersen. Voor alle overige groepen leiden de vooroordelen tot allerlei problemen, van moeilijkheden bij het vinden van woonruimte of een baan, tot het als potentiële fraudeur beschouwd worden door de Belastingdienst.

Het Nederlandse vooroordeel over Thaise mensen is dat die er per definitie op uit zijn om in Nederland te blijven, als ze eenmaal binnen zijn. De Thaise echtgenote van een vriend van ons ving ondanks dat ze hier al haar familie, twee huizen en een hele goede baan heeft een aantal keren bot bij het aanvragen van een visum. De Nederlandse immigratie-ambtenaren kunnen zich blijkbaar niet voorstellen dat iemand niet zo nodig in Nederland hoeft te wonen.

Het Thaise vooroordeel over westerlingen is dat ze allemaal rijk zijn. Vanuit Thais oogpunt gezien is dat trouwens ook zo. Vandaar dat de westerlingen zonder visum Thailand binnen kunnen reizen en zich redelijk gemakkelijk in het land kunnen vestigen. Er zijn financiële eisen en je moet je iedere 3 maanden melden, maar dat zijn verplichtingen die in het niet vallen bij de moeite die Thai zich moeten getroosten als ze in Nederland willen gaan wonen. Oja, en westerlingen moeten een hogere toegangsprijs betalen bij veel toeristische attracties en nationale parken. Er zijn Nederlanders die om die reden weigeren een Nationaal park te bezoeken en roeptoeteren dat ze gediscrimineerd worden. Wij zien het als een soort toeristenbelasting, die het mogelijk maakt de toegangsprijs voor Thai bescheiden te houden.

Voor ons, bevoorrechte wereldburgers, is het lastig te doorgronden waarom mensen zich gediscrimineerd voelen. Ook wij zijn er oprecht van overtuigd dat we nooit en te nimmer discrimineren. Maar of iets voor een ander als discriminerend voelt, dat kunnen we zelf helemaal niet bepalen. Dat kan alleen die ander.


De corona-uitbraak geeft ons momenteel een miniem plaatje van hoe het voelt om op basis van je huidskleur achtergesteld te worden. Het openbaar vervoer is nu namelijk alleen voor Thaise mensen. Ook de beroemde Wat Pho in Bangkok weert buitenlanders. Nu waren we toch al niet van plan om met bus of trein te gaan reizen, en Bangkok is 600 kilometer van hier dus van de uitsluiting van tempelbezoek hebben we ook geen last, maar voor het eerst in ons leven maken we een keer mee dat iets niet kan omdat we wit zijn. De officiële lezing, dat alle corona-besmettingen vanuit het buitenland komen, snijdt geen hout, want wij waren voor de corona-uitbraak al in Thailand en sommige Thai zijn recentelijk nog in coronagebieden geweest en vormen dus een groter risico. Maar in die ongerijmdheid schuilt nou net het wezen van de discriminatie. Het is een achterstelling waar geen enkele logica achter zit. Voor een groot deel van de wereldbevolking gaat die achterstelling heel veel verder dan niet met de bus kunnen of niet in een tempel mogen. Dat Piet Hein, Witte de With en Zwarte Piet het moeten ontgelden en dat Columbus van zijn sokkel getrokken is kan ik me steeds beter voorstellen. Ook zonder te discrimineren genieten we allerlei voorrechten die mensen met een andere kleur niet hebben. Of we dat nou willen of niet.

O, en toen onze cartoonist op een gegeven moment de witte man Petrus bij de hemelpoort in een cartoon verwerkte leidde dat overigens toch tot opzeggingen; uitzonderingen bevestigen de regel.

02 juni 2020

Animal farm

Ook op onze Animal Farm zijn alle dieren gelijk, maar sommige wat meer gelijk dan anderen. Natuurlijk willen we niets liever dan alles wat aan komt lopen of vliegen pamperen en voeren, maar er zijn helaas ook dieren die het je wel heel erg lastig maken om ze schattig te blijven vinden. Zeker als ze met honderden tegelijk ons territorium betreden, zoals de vliegen momenteel doen. Die hebben hier ook nog een groot doorzettingsvermogen als het om het verkrijgen van lekkernijen gaat. Als ik 's morgens het ontbijt sta klaar te maken, staat alles dus onder een soort miniklamboetje. Maar ben ik dan aan het snijden van de mango toe, dan moet dat gewoon op een plankje op tafel gebeuren, en dan grijpen ze hun kans. Ze gaan brutaalweg op het mes zitten, of op de hand waarmee ik de mango vasthoud. Als ik niet uitkijk schuif ik er een paar met fruit en al in de ontbijtkommetjes. Ik heb al een zekere handigheid ontwikkeld om de miniklamboetjes met mijn elleboog te openen en sluiten, want als ik dat doe met een hand waar nog wat fruitresten aan zitten ziet alles meteen zwart van de vliegen. 

Erger is het nog als we vruchtensap of smoothies maken. Met een beetje pech duiken er nog een paar de blender in precies op het moment dat je die aanzet. Moet ik nog meer vertellen, of kunnen we nu op enig begrip rekenen voor het feit dat we vliegenvangers gebruiken? Sinds we daarmee begonnen zijn kunnen we weer een beetje fatsoenlijk met het bereiden van de maaltijden bezig zijn.

Ook muggen vallen in de categorie die op weinig symathie kan rekenen. Nadere toelichting lijkt me overbodig. Net zo irritant als de muggen zijn de hele kleine miertjes. Daar heb je in eerste instantie totaal geen last van. Pas als ze ergens klem komen te zitten gaan ze prikken. Nu hebben ze de gewoonte om je slippers binnen te wandelen, of langs je benen omhoog te lopen. Uiteindelijk komen ze dan onvermijdelijk ergens klem te zitten. De prikjes zijn nog wel te boven te komen, maar de jeuk die daarna begint is om gek van te worden. Een goeie remedie tegen de mieren hebben we nog niet echt. Gelukkig zijn ze alleen irritant, maar niet schadelijk, in tegenstelling tot de muggen die dengue kunnen verspreiden. Insmeren is dus iedere avond het devies.

Om de muggenpopulatie zo veel mogelijk te minimaliseren zetten we guppies in. In alle potten en vijvers waar water in zit, zitten de kleine visjes. Ze zijn dolop de muggenlarven. Het zal duidelijk zijn dat de guppies een stuk gelijker zijn dan de muggen, vliegen en miertjes. Ook de tjiktjaks kunnen op onze sympathie rekenen. Zij vangen de nodige insecten weg. We proberen ze af en toe onze dankbaarheid te tonen, maar ze zijn te schuw om beloningen in ontvangst te nemen. De toekeh doet dat dan weer wel. Die laat zich de meelwormen die we hem voorzetten goed smaken. De meelwormen zelf hebben een weinig benijdenswaardige positie. Eigenlijk zijn ze op geen enkele manier lastig of schadelijk, maar ze hebben gewoon de pech dat ze onweerstaanbaar lekker zijn voor veel andere dieren. Die eigenschap delen ze met de krekels. 

De gelijkste dieren hebben hun eigen territoria in de tuin. De drie zijdehoenders scharrelen het hele landje over en kunnen ondanks hun nare gewoontes om op het terras te schijten en om de paar weken 3 weken broeds te zijn nog altijd op onze sympathie rekenen. Een paar verse eitjes maken veel goed.
De vier landschildpadden groeien flink. Ze hebben een afgeschermd stukje tuin dat ze delen met de twee egeltjes. Daar houden ze het gras zelf kort. Als ze nog een stukje gegroeid zijn kunnen ze in de hele tuin gaan grazen. Dat scheelt ons dan weer gras maaien: een win-winsituatie.


Inmiddels staat er ook een grote voliere in de tuin. Aan de ene kant woont Bardje de baard-agame, die net als de egels graag een paar meelwormen en krekels verschalkt. En aan de andere kant huizen Izzy en Sammy, twee kromsnavels die binnenkort gezelschap krijgen van Ziggy en een nu nog naamloze halsbandparkiet. En dan zijn er nog de vele vissen en de 5 schildpadden in de vijver aan het terras. Eerst waren er 6 schildpadden, maar de grootste was op een gegeven moment verdwenen. Hij bleek via een onhandig geplaatste filter uit het water gekropen te zijn en woont nu in de grote vijver elders op het landje.


Tibbe en Yindee completeren het gezelschap van de gelijkste dieren. Ze weten feilloos welke dieren er bij onze kudde horen. De kippen kunnen bijvoorbeeld rustig de hele dag rondrommelen zonder door de honden lastiggevallen te worden en ook de egeltjes en schildpadden hebben niets te vrezen. Wat de honden missen is het gevoel voor schattigheid waarmee wij ons onlogische onderscheid tussen dieren maken. Wat niet bij de kudde hoort wordt opgejaagd. Draakjes, kikkers, uit het nest gevallen vogeltjes, we krijgen de honden niet geleerd dat ze die met rust moeten laten.


Twee weken geleden waren er nieuwe bewoners in, of beter gezegd onder het kippenhok gaan wonen. Ze hadden 3 gangen van een centimeter of 10 doorsnee gegraven. Flinke jongens dus. Eerst hebben we de gangen dichtgegooid, maar de dag erna waren ze weer open en was er zelfs nog een gang bijgekomen. Nadat dat zich de volgende dag weer herhaald had hebben we 's nachts vallen gezet en de volgende ochtend bleken daar twee van de boosdoeners in te zitten. Enorme joekels van ratten. Na mijn ziekte van Weil van anderhalf jaar geleden behoren die nog minder tot mijn vrienden dan ze al deden. Ik heb ze een paar kilometer ver weggebracht en daar losgelaten. 

(Link naar de videoop youtube: https://youtu.be/spSvmL8N-Es)

Eergisteren zat er een zo mogelijk nog groter exemplaar in een van de vallen. Buurman Ien kwam net aanrijden en die had er wel belangstelling voor. Er blijkt een heuse rattenslager in het dorp te zitten. Daar brengt Ien de rat naartoe en een paar uur later kan hij hem barbecue-klaar weer ophalen. Het schijnt een lekkernij te zijn. Ook in Nederland is dat bekend, alleen is het daar om een of andere reden niet toegestaan om ze als voedsel aan te bieden, hoewel er inmiddels een restaurant ontheffing van dat verbod heeft gekregen. Ook de bloglezers in Nederland kunnen het dus eens proberen.