18 oktober 2020

Zelfvoorzienend

Wat gewoon is is eigenlijk alleen maar gewoon zolang het niet ongewoon is. Als ik het niet zelf had opgeschreven zou ik gedacht hebben dat het een uitspraak van Cruyff was. Hier in Thailand zijn veel dingen die wij gewoon vinden helemaal niet gewoon. Dat er stroom uit het stopcontact komt bijvoorbeeld. Als dat in Nederland een keer niet gebeurt staat het land stil. Als de winkeldeuren al open kunnen zonder elektriciteit, dan doen op zijn minst de kassacomputer en de betaalsystemen het niet. Even snel geld pinnen kan ook niet, want de geldautomaat heeft ook stroom nodig en bij de bank weten ze tegenwoordig niet meer hoe een bankbiljet eruit ziet. Om Nederland plat te leggen heb je echt geen virus nodig.

Hier horen stroomstoringen er gewoon bij. Ernstigste gevolg ervan is dat je geen koffie kunt krijgen in een van de zeer vele coffeeshops. De grote supermarkten hebben dan ook problemen, maar alle gewone winkeltjes draaien gewoon door. De deuren staan toch altijd al open en wat je af moet rekenen wordt uitgerekend op een zakjapanner. En wat je hebben moet kan de verkoper als het moet zelfs in het donker vinden. Mocht er ooit een wereldwijde langdurige stroomstoring ontstaan, dan draait Thailand gewoon door, terwijl in Nederland paniek uitbreekt.

Je zou denken dat wij met onze zonnepanelen geen last hebben van stroomstoringen. Voor zover het storingen van het provinciale netwerk zijn klopt dat: we zijn niet op het stroomnet aangesloten. Maar helaas betekent een volledig zelfvoorzienend zonne-energiesysteem niet dat je altijd gewoon stroom hebt. Voor de momenten dat er onvoldoende zonneschijn is hebben we 8 accu's op zolder staan. Dat lijkt ruim, maar dat valt tegen. De installateur had 24 accu's aanbevolen, terwijl wij er maximaal 4 in gedachten hadden. Uiteindelijk hebben we ons laten verleiden tot 8 en met onszelf afgesproken dat we het daarmee gewoon moeten doen. Meestal lukt dat, maar ook een zelfstandig systeem heeft af en toe nukken. Zo hebben de accu's een beperkte levensduur. 

Vandaag hebben we al voor de 3e keer een accu vervangen. We merken dat er wat mis gaat doordat de inverter, het apparaat dat de 48 volt van de acu's omzet naar 220 volt en alle processen aanstuurt, begint te piepen. Meestal is dat op een onmogelijk tijdstip, bijvoorbeeld 4 uur 's morgens. Het piepen is een signaal dat de accu's niet genoeg stroom meer leveren. Bij het doormeten blijkt er inderdaad één niet meer goed mee te doen. Voor accu's geldt dat de keten zo sterk is als de zwakste schakel, dus een zwakke accu betekent heel veel minder stroom.

Door de boel iets anders aan te sluiten kunnen we de zwakke broeder eruit halen en zorgen dat we in ieder geval nog op halve kracht kunnen doordraaien. Alles wat niet strikt noodzakelijk is moet dan uit. De vijverpomp, de opladers van batterijen van tuingereedschap en als we pech hebben zelfs de koelkast en de pompen van de hydrocultuur.  Gelukkig hebben we in het gehuurde gastenhuisje nog een koelkast staan en kunnen we daar ook zware batterijen opladen. En geluk bij een ongeluk is dat de hydrocultuurtafels momenteel leeg zijn omdat het zo warm is geweest dat de sla niet goed wilde ontkiemen.

Zo, nu zijn de mensen die het ongeloofwaardig vinden dat we alleen maar positieve verhalen schrijven ook weer tevreden. Dan kunnen we verder met het goede nieuws. Want we hebben dan wel geen sla van eigen tafel, maar voor het overige gaat de tuin als een trein. Ons kleine papayaboompje hangt barstensvol gigantische vruchten en we hebben net weer een forse kam bananen geoogst. Eerder dit jaar hebben we overdadig van de heerlijk zoete moerbeien kunnen eten, en waren er geregeld mango's en bananen. De passievrucht heeft ook veel vruchten, maar we moeten nog even geduld oefenen voordat ze rijp zijn.

Verder ontdekt Mieke steeds meer eetbare planten in de tuin. Een klimplant die tegen een pilaar van de dakconstructie groeit bijvoorbeeld, blijkt lekker spinazie-achtig te smaken. En de weelderig bloeiende clitoria ternatae, die je in Nederland voor €8,95 per 50 gram kunt bestellen, is heerlijk in salades of om thee van te zetten.

Wat het echt fantastisch doet zijn de pastaplanten. Het was echt afwachten of die in dit warme klimaat zouden aanslaan en of de dikke, keiharde kleilaag geen beletsel zou zijn voor de groei. Maar de macaronistruik blijkt het hier ontzettend naar de zin te hebben. Hij zit al vol met elleboogjes, die nu nog wat gelig zijn, maar we verwachten ze volgende week te kunnen oogsten. Als de ijsvogel ze tegen die tijd tenminste niet allemaal heeft opgegeten. Hij blijkt er gek op te zijn.

Ook de lasagnaboom, waarvan zoals bekend de bladeren het goed doen in met name Italiaanse gerechten, is goed aangeslagen. We plukken er binnenkort de eerste bladen vanaf.

Een totale verrassing is de spaghetti. We hadden niet verwacht dat die in de kleigrond zou gedijen, maar hij doet het overweldigend. Het uitsteken van de stengels moet heel zorgvuldig gebeuren, want ze moeten natuurlijk wel heel blijven, maar dan heb je ook echt een delicatesse op tafel.

Na de rampzalige vissterfte van vorig jaar in de vijver is de visstand weer helemaal hersteld. Met name de kibbeling doet het zo goed, dat we die er zelfs met een gewoon schepnetje uit kunnen halen. Ze blijkt erg goed te combineren met de spaghetti en een sausje van paddestoelen uit eigen toilet. 

Zo worden we ook qua voeding steeds meer zelfvoorzienend. 

14 oktober 2020

Snelverkeerd

 In de buurt van Bangkok is een trein op een bus gebotst, waarbij 20 mensen zijn omgekomen. Zo'n ongeluk spreekt in Nederland flink tot de verbeelding. Zelfs het Boeddhistisch Dagblad, toch geenszins een brenger van sensatienieuws, wijdde er een bericht aan. En zoals meestal als het over het Thaise verkeer gaat, werd daarin gemeld dat de wegen hier tot de dodelijkste ter wereld behoren. 

Is dat zo? Statistieken liegen (meestal) niet. Per 100.000 inwoners komen in Thailand jaarlijks 38 mensen om in het verkeer. Daarmee staat het land op een weinig benijdenswaardige 3e plaats, achter de Dominicaanse Republiek en het eilandstaatje Niue, dat de ranglijst aanvoert met 68 doden per 100.000 inwoners. Niue heeft echter maar zo'n 1500 inwoners, dus die eerste plaats wordt gehaald met 1 verkeersdode per jaar. In Nederland sterven jaarlijks 4 tot 5 mensen per 100.000 inwoners in het verkeer.

Is het dus volstrekt onverantwoord om in Thailand te rijden? Nou, nee, dat ook weer niet. Zo'n 80% van alle slachtoffers zijn brommerrijders. Of beter gezegd, motorrijders. En veelal zijn dat jongere, onervaren verkeersdeelnemers. Onder jongeren is het verkeer hier doodsoorzaak nummer 1. Er bestaat geen gedegen rij-opleiding en evenmin een strikte controle op naleving van de verkeersregels. De motoren schieten je links en rechts voorbij, niet zelden zitten er 3 mensen op en degenen die een helm dragen zijn in de minderheid. Goed beschouwd is het merkwaardig om te zien dat veel brommerrijders wel degelijk om hun veiligheid geven, want ze dragen een mondkapje, maar bescherming met een valhelm tegen het veel grotere risico van een ongeluk gebruiken ze niet.

Ook voor het autorijbewijs ontbreekt een structurele opleiding. Om het rijbewijs te halen moet een theorie-examen afgelegd worden, waarin vooral gevraagd wordt naar zaken als "hoe hoog is de boete als je zonder rijbewijs rijdt?" en "welk licht gebruik je om aan te geven dat je linksaf wilt slaan?" Op een afgesloten terrein moet je dan nog laten zien dat je voor- en achteruit kunt rijden en de auto kan inparkeren en dat is het dan wel zo'n beetje. Aan het verkeer is merkbaar dat men niet weet hoe er in bepaalde situaties gehandeld moet worden. Invoegend verkeer op de snelweg staat regelmatig stil, omdat er niet geleerd is dat je juist snelheid moet maken. Gevolg daarvan is overigens wel dat er door de bank genomen veel minder hard gereden wordt dan in Nederland. (Althans, toen wij er nog woonden; nu houdt iedereen zich natuurlijk keurig aan de 100km/u.) Als wij 90 rijden worden we niet veel ingehaald. We omschrijven het Thaise verkeer dan ook als een rustige chaos.

Geïmproviseerde overweg met waarschuwing: STOP voordat u het spoor oversteekt


Deel van het verkeersprobleem hier is geldgebrek. Voor klaverbladen en fly-overs zijn simpelweg geen middelen. Het alternatief is U-draaien. Wegen kruisen nooit direct een snelweg. In plaats daarvan is er een paarhonderd meter van waar de kruising zou moeten zijn een U-draai. Moet je de snelweg oversteken, of rij je al op die snelweg maar moet je rechtsaf (er wordt hier links gereden) dan rij je eerst door tot de U-draai, keert daar om en slaat vervolgens linksaf. Op zich een goed systeem, maar hier gebeuren wel de meeste ongelukken en deels komen die ook weer doordat men niet geleerd heeft de snelheid aan te passen. Auto's sukkelen vaak met een slakkengangetje de snelweg op en stoppen dan op de rechterbaan omdat ze niet de linkerbaan op durven te gaan. 

Theorie-examenvraag

Ten slotte is er een groot gebrek aan handhaving. Tegen het verkeer in rijden, parkeren op de vluchtstrook, inhalen waar dat echt niet verantwoord is, het gebeurt hier allemaal en er is nauwelijks controle op. Omdat het ook geenszins vanzelfsprekend is dat de weg mooi vlak is, met goede belijning en verlichting leer je hier wel om continu scherp te blijven. In Nederland kun je redelijk voorspellen wat andere weggebruikers gaan doen, maar hier is dat onmogelijk. Zit er een bocht in de weg, dan houden we er altijd rekening mee dat iemand die van de andere kant komt gewoon aan het inhalen is. Staat er een auto te wachten om de snelweg op te gaan, dan kan het best gebeuren dat die wacht tot je er bijna bent en dan alsnog de weg op kruipt. Je leert met het meest onmogelijke rekening te houden.

Bij het ongeluk met de bus speelden verschillende factoren een rol. De overweg had geen slagbomen. Er was wel een knipperlichtinstallatie, maar als die niet knippert is dat geen enkele garantie dat er geen trein aankomt. Klimaat en gebrekkig onderhoud zorgen voor veel kapotte verkeerslichten. Verder zijn de overwegen hier vaak heel beroerd aangelegd. Het wegdek zit er vol hobbels en kuilen. Soms hebben omwonenden zelf een overweg geknutseld. De bus moest stapvoets over de overweg hobbelen en reed dus lang in de gevarenzone. Een van de overlevenden vertelde dat ze net stond te dansen. Er was blijkbaar een goede sfeer die mogelijk de chauffeur heeft afgeleid. 

De Engelstalige Thaise krant Khaosod English meldt dat er veel media-aandacht is voor de beschermende amuletten die overlevenden droegen. Ook staat er vlakbij de overweg een pilaar met nummer 13 erop. Er moet dus wel sprake zijn van hogere machten. Opvallend hieraan is dat nummer 13 traditioneel helemaal geen ongeluksgetal is; die kwalificatie is overgenomen van het westen. 

Het geloof in beschermende amuletten en meer nog in voorbestemdheid is wel een verklaring voor de zorgeloosheid waarmee men zich hier in het verkeer stort. Pradith, een vriend van ons hier in Nong Noi, is een tijdje geleden met zijn brommer met aangeknutseld aanhangertje onderuit gegaan. Over de vraag hoe hij er aan toe was was hij bijna verbaasd: "ik heb toch de Boeddha", zei hij, wijzend op zijn amuletten. Zelf hechten wij toch iets meer waarde aan onze gedegen rij-opleiding.

Onder de hier verblijvende westerlingen wordt veel geklaagd over het Thaise verkeer, waarbij uiteraard hoog wordt opgegeven over het goed georganiseerde verkeer in het thuisland. Veel gehoord daarbij is dat de Thai zich niets aantrekken van de regels. Niet zelden rijdt de klagende farang na het drinken van zijn biertjes zonder helm op naar huis. De suggestie dat het verschil in het zich houden aan de verkeersregels een kwestie van volksaard zou zijn is dus niet erg geloofwaardig. Als de handhaving in Nederland wegvalt, gaat het verkeer daar snel op het Thaise lijken. Wat dat betreft is het wel aardig om te beseffen hoe in Nederland met de coronamaatregelen wordt omgegaan. Dat geeft wellicht een veel beter beeld van de volksaard.


08 oktober 2020

Amandava flavidiventris the movie

 Dit hoort nog bij de blog van gisteren. Als het filmpje niet zichtbaar is kun je het bekijken op youtube (https://youtu.be/CLq2m8RN7gY)





07 oktober 2020

Amandava flavidiventris

Het is zondag, 3 uur 's nachts. Mieke schuifelt zachtjes het bed uit, maar ik word toch een beetje wakker van de rits van de klamboe, die altijd associaties oproept met de tenten en slaapzakken van vroeger, en van het lichtje van haar telefoon. Als ze buiten langs de ramen loopt maken de veren die de metalen rasters in de kozijnen vormen vreemde bewegende schaduwen op de klamboe. Ze knipt een lampje aan op de veranda en even later hoor ik de geiser aanslaan. Mieke heeft warm water toegevoegd aan wat opfokvoer. Met haar tong voelt ze of de temperatuur goed is. 

Vrijdagmiddag

Dan verdwijnt haar hand in een mandje en komt er weer uit met een piepklein vogeltje. Het is een een paar dagen geleden uit het ei gekropen amandava flavidiventris, munya in het Engels en in Nederland ook bekend als tijgervink. Het nestje zat in een boom achter het huis, en iedere keer als we daar onderdoor liepen fladderden pa en ma munya er snel vandoor. Maar sinds vrijdagochtend doen ze dat niet meer. Dat is verdacht, want munya's worden niet zo gemakkelijk tam. Veel andere vogels, zoals de zebraduifjes, raken niet meer onder de indruk van onze nabijheid, maar de munya's vliegen altijd op als we in de buurt komen. Nu ze dat niet meer doen groeit het vermoeden dat de ouders er niet meer zijn.

Het munya-nest. De opening is groter gemaakt om erin te kunnen kijken.

Dat laatste is geenszins denkbeeldig, want de rijstboeren houden niet zo van de vogeltjes. Munya's zijn namelijk dol op rijst. (Wij noemen ze ook altijd rijstvogeltjes.) Op allerlei manieren proberen de boeren ze te verjagen. Met vuurwerk, door met een stok op de golfplaten wand van een schuurtje te slaan, met vogelverschrikkers en, als meest rigoureuze methode, met de katapult. Als vrijdag tegen de avond de munya-ouders nog steeds afwezig lijken, is het tijd het nest te inspecteren. Het munya-nest is een mooi stukje techniek, bolvormig met een klein gaatje als ingang. Als ze aan het nestelen zijn zien we ze naar het lange gras bij de vijver vliegen. Daar knippen ze een lange spriet af met hun snavel en daarmee vliegen ze naar de bouwplaats. Toen we dat voor het eerst zagen leek het alsof er een vogeltje met een hele lange staart voorbijkwam. 

Volwassen munya's


Mieke's vermoeden wordt bewaarheid: in het nest zitten 3 munya-jongen, waarvan er eentje dood is. De andere twee hebben een lege krop. Het opfokvoer dat we nog hebben staan claimt geschikt te zijn voor alle vogels, dus ze gaat proberen of ze de vogeltjes daarmee "groot" kan krijgen. Grote vraag is of het lukt ze via een spuit te voeren. Dat blijkt goed te lukken.

Inmiddels zijn we 4 dagen verder en beginnen de kwabjes steeds meer op echte vogeltjes te lijken. Ze laten zich horen als ze honger krijgen en vallen fanatiek aan op de spuit met voer. En, de droom van alle ouders, ze slapen 's nachts door. We zijn benieuwd hoe tam ze blijven als ze iets groter worden. Uiteindelijk zullen ze uitvliegen, waarna we ze waarschijnlijk niet meer terugzien. 




De vogeltjes op vrijdag, zondag en woensdag

De buren vertellen we maar niets over deze reddingsactie. En ach, 2 vogeltjes meer of minder, dat maakt op een rijstoogst nauwelijks iets uit. Althans, dat vinden wij.

21 september 2020

Somtjid Wongtang, filantroop

Bill Gates, Warren Buffett, Chuck Feeney, Somtjid Wongtang. Ik denk dat ik ze hier genoemd heb in volgorde van bekendheid. De eerste naam is wereldwijd zo'n beetje algemeen bekend. De tweede wat minder, de derde nog wat minder en van de vierde is de bekendheid beperkt tot Nong Noi en omstreken én de lezers van Leven in Thailand. Zelf ken ik de naam Chuck Feeney pas een paar dagen. Mijn aandacht werd getrokken door een artikel met de kop: "Miljardair die blut wilde sterven is nu blut (en nog niet dood)". Feeney had in 1982 een vermogen van 9 miljard dollar opgebouwd en besloot dat volledig weg te gaan geven. Het heeft wat tijd gekost, maar onlangs heeft hij zijn doel dan toch bereikt. Volgens diverse nieuwsberichten is hij nu officiëel blut. In dezelfde nieuwsberichten wordt overigens ook gemeld dat hij nog wel een pensioenpotje van 2 miljoen opzij had gezet, dus de definitie van blut is rekbaar, maar daar ga ik verder niet over zeuren. 

Bill Gates en Warren Buffett noemen Feeney hun grote inspiratiebron. Ook zij geven grote bedragen weg en worden steevast aangeduid met filantroop, in plaats van met belastingontwijker. Oeps, sorry, ik zou niet gaan zeuren en het is altijd nog beter om de helft van je vermogen weg te geven dan om het te gebruiken om president van een heel groot land te worden.

Somtjid Wongtang, filantroop


Somtjid Wongtang runt met haar man Pradith het plaatselijke restaurantje in Nong Noi. Ze bedient de klanten, maakt met iedereen een praatje, doet de keuken erbij als Pradith er niet is en als er dan even niets te doen is ze druk in de tuin. Die is zo weelderig dat we eerst twijfelden of Wongtang wel een restaurant was, of toch een tuincentrum. Ze is een overtuigd en praktiserend boeddhiste die op alle belangrijke dagen in de tempel te vinden is, waarbij ze regelmatig voor eten voor de hele goegemeente zorgt. Ze zorgt ook voor mensen in het dorp die al dan niet tijdelijk blut zijn en zelfs geen pensioenpotje achter de hand hebben. Daar stelt ze voedselpakketjes voor samen, of ze koopt een schooluniform of geeft een maaltijd.

Zoals de meeste Thai is ze ook gek op de loterij. Elke 1e en 16e van de maand zijn er trekkingen. Waarzeggers verdienen een flink deel van hun inkomen met het voorspellen van de winnende nummers. Van vrienden die een restaurant runnen of op de markt staan horen we dat er op de 1e en de 16e van de maand niets te verdienen valt omdat iedereen dan zijn laatste geld aan loten uitgeeft. Vanwege de verjaardag van Pradith had Somtjid speciale loten gekocht. Ik weet niet meer of iemand haar een winnend nummer had ingefluisterd of dat zij een aan Pradiths verjaardag gelieerd nummer had gekozen, maar ze won zo maar 20.000 baht. Dat is ruim 550 euro en dat is meer dan een bovengemiddeld maandsalaris hier. Ze heeft het geld inmiddels al weer uitgedeeld aan mensen die het harder nodig hebben dan zij. 

Familie Wongtang in de tempel met Kathin

Somtjid komt niet in Forbes, in The Guardian, of in de Volkskrant. Ze heeft geen pagina op Wikipedia. Ze heeft geen pensioenpotje van 2 miljoen en toch is ze niet blut. Ze is niet bekend als filantroop, maar als de vrouw die een restaurant in Nong Noi runt. Ze is geen inspiratiebron voor superrijken. Ze komt niet in het nieuws omdat ze haar gewonnen 20.000 baht weggeeft en ze hoeft ook niet in het nieuws, omdat ze gewoon doet wat goed is. Maar vandaag wil ik haar toch maar even noemen. Zodat iedere bloglezer voortaan bij het horen van het rijtje Bill Gates, Warren Buffett, Chuck Feeney enzovoort denkt: "en Somtjid Wongtang".

12 september 2020

De zoetzakken zijn er weer

We zijn er in Nederland niet meer aan gewend, maar ooit was de beschikbaarheid van fruit gebonden aan het seizoen. Tegenwoordig is vrijwel alles het hele jaar door verkrijgbaar. Dat wordt als prettig gepresenteerd, maar goed beschouwd is het dat niet. Dat je met kerstmis aardbeien kan kopen, daar wordt niemand meer extra blij van; zijn die vruchten een keer uitverkocht dan is de rest van je dag verpest. Een loose-loose-situatie, zou ik zeggen. De enige die er baat bij hebben zijn de Jumbo's en Albert Heijns. 

Hier in Thailand zijn groente en fruit nog altijd seizoensgebonden. Sinds we dat weer ervaren, hebben we erg te doen met de mensen in Nederland, want die missen dat euforische gevoel als er ineens weer meloenen, ananassen of zoete mango's op de markt te koop zijn. (Zelfs bij de Plus in Vierlingsbeek kon ik die het hele jaar door kopen.) Dat triomfantelijke gevoel waarmee je, bij thuiskomst van het boodschappen doen, met een achteloos gebaar de vrucht waar we al maanden naar verlangen op de fruitschaal legt. Het genot bij het horen van de kreet: "wow, zijn er weer lamjai?"

Gisteren waren er ineens noina's. Die behoren waarschijnlijk wel tot de meest seizoensgebonden vruchten. Pluk je ze een dag te vroeg, dan zijn ze nog niet lekker, pluk je ze een dag te laat, dan zijn ze niet meer te eten. Ik kreeg ze van Somtjid, hier in het dorp. "Kien proengnie", ofwel "eten morgen" zei ze erbij.

De noina (noi = weinig, na = mooi) is een nogal onaantrekkelijke verschijning, met een dikke grofschubbige schil. Niet iets waar je meteen je tanden in zou willen zetten. Is de vrucht rijp, dan kan je de schil er als het ware af vegen met je duim en verschijnt er een substantie die evenmin hoog zou scoren in een schoonheidswedstrijd voor fruit. Er zitten heel veel heel harde pitten in, maar die laten gemakkelijk los. Je pulkt een stukje vruchtvlees los, stopt het in je mond en spuugt de pitjes weer uit. 




De Kantonese naam voor de noina is, als je deze naar het Nederlands vertaalt, nog wat minder flatteus dan de Thaise: kippestrontvrucht. Die naam is geheel gebaseerd op het uiterlijk na het pellen, hoewel er dan nog wel wat fantasie bij nodig is. Ik vermoed in ieder geval dat je de noina niet veel in kantongerechten zult aantreffen.

In Nederlandse omschrijvingen wordt het vruchtvlees soms vergeleken met yoghurt, maar dat is wel heel vergezocht. De Engelsen spreken over een custard apple en dat is eigenlijk wel de best passende naam. Niet alleen de textuur van het vruchtvlees heeft wel wat weg van een pudding, maar ook de smaak doet er aan denken. In het Nederlands zijn er verschillende benamingen: de appelige: schubappel, suikerappel en kaneelappel, waarbij die laatste nog niet zo gek is; de smaak is inderdaad ook wat kaneelachtig. 

Maar de meest gebruikte Nederlandse naam is het weinig elegante zoetzak. Ik ben hem in Nederland nooit tegengekomen, maar de supermarkten in mijn woonplaatsen West Terschelling, Vierhouten, Bathmen, Lennisheuvel en Maashees waren waarschijnlijk ook niet de winkels waar exotisch fruit een commercieel succes zou worden. De zoetzak schijnt in ieder geval wel in Nederland verkrijgbaar te zijn. Ik kan hem aanbevelen. Maar wel snel zijn: het seizoen is zo weer over.

08 september 2020

Moordweekend

Het was een slecht weekend voor mijn karma. De eerste tekenen dienden zich donderdag al aan. Het was al donker, we zaten op het terras toen er ineens paniek was in de grote vogelkooi. Mieke rende er heen en aan de niet voor herhaling vatbare kreet kon ik opmaken dat er iets goed mis was. Er bleek een grote slang op het dak te glibberen. Het beest had door het gaas heen een van de dwergpapegaaitjes gegrepen. We hadden geen idee wat voor slang of het was, maar wilden uiteraard ook het vogeltje bevrijden, dus begonnen we het beest maar stevig met een bezem te meppen. In eerste instantie leek hij niet erg onder de indruk, maar vrij snel liet hij het vogeltje toch los. Om hem duidelijk te maken dat we het op prijs zouden stellen als hij helemaal zou vertrekken, mepten we nog even door en dat hielp. Met de staart tussen de ehhhh, nouja, hij ging er uiteindelijk dus vandoor.


We hadden het natuurlijk kunnen verwachten, maar toch was het de volgende avond weer schrikken toen er opnieuw paniekgeluiden uit de vogelkooi kwamen. Nu renden we er allebei heen en waar we bang voor waren was gebeurd: de slang was er weer en had weer een vogeltje te pakken. De bezem was er ook nog en na een paar meppen was het vogeltje weer vrij. Met de steel van de bezem hield ik de slang echter op zijn plaats. Een zeer onaangenaam dilemma diende zich aan. De 2 meter lange glibber wist duidelijk dat er hier hapklare vogeltjes te halen waren. Moesten we de natuur zijn gang laten gaan of een verder ongevaarlijke slang rigoureus opruimen?

We kozen voor het laatste. Ik heb wel eens vaker dieren dood gemaakt. Een fazant die door een auto was aangereden en zwaar gewond was, een van onze kippen die om onverklaarbare redenen lag te zieltogen, een rat die door de honden gegrepen was. Maar dat lag allemaal in de sfeer van euthanasie. Niet leuk om te doen, maar uiteindelijk bedoeld om die beesten lijden te besparen. Heel anders dus dan deze slang, die ons bovendien met de neus op het feit drukten dat we bij de bouw van de kooi wél gedacht hadden aan hoe we de vogels binnen konden houden, maar niet hoe we slangen buiten konden houden. Terwijl de aanwezigheid van slangen hier toch geenszins een verrassing was, zoals trouwe bloglezers al weten.

Weer een dag later stapte ik zoals iedere ochtend vroeg uit bed om koffie te gaan maken. Toen ik mijn lungi uit een mand pakte bleek er een takaab in te zitten. Dit is een uiterst onaangenaam sujet, weenschappelijk bekend als scolopendra subspinipes en onwetenschappelijk ook bekend als reuze-duizendpoot. Het heeft een paar uitwendige kaken waarmee het niet alleen bijt maar ook gif in kan brengen. Hoewel het gif, afgezien van voor kleine kinderen, niet dodelijk is, kan je een beet maar beter vermijden. In veel beschrijvingen wordt de takaab-beet de meest pijnlijke die er bestaat genoemd. Ze zijn, naast schorpioenen, de reden om je schoenen en laarzen, maar ook alle andere kledingstukken hier goed uit te kloppen voordat je ze aantrekt. Er is al eens een takaab in het shirt dat ik droeg terechtgekomen, maar die heeft mij toen gelukkig niet de moeite waard gevonden om zijn kaken in te zetten. Met de duizendpoot in het lungimandje hoefde ik echt geen tweede ontmoeting meer en daar heb ik dan ook voor gezorgd. (Er is weinig informatie in het Nederlands over de takaab te vinden. Op https://www.pattayaunlimited.com/thailands-monster-poisonous-centipede/ staat een uitgebreid verhaal in het Engels.) Takaab schijnt trouwens een goede bron van een medicijn tegen zere keel te zijn.

Vanmorgen was het weer raak. Mieke draaide een kraan dicht en werd prompt gestoken in een verse tattoo. De schuldige: een plooivleugelwesp. In het Engels heet het dier een social wasp en het is inderdaad zeer sociaal, maar helaas alleen tegenover soortgenoten. Met een groep bouwen ze gezamenlijk een nest. Sociale woningbouw, als het ware. Terwijl een deel van de groep gaat fourageren, blijft een ander deel het nest bewaken. En dat laatste gebeurt allesbehalve sociaal. Zodra je maar een beetje in de buurt komt vallen ze aan. Dat zou niet onoverkomelijk geweest zijn als je kon weten dat je in de buurt van het nest kwam, maar die nesten worden altijd op verdekte plekjes gemaakt. Dat je in de buurt bent weet je daardoor pas als je gestoken wordt, als je geluk hebt door eentje, maar door 2 of 3 kan ook, zoals Mieke kort na de eerste steekpartij nog twee keer moest ervaren. Inmiddels heeft ze ontdekt dat deppen met tea tree olie de pijn snel laat verdwijnen en de gebruikelijke zwelling en jeuk effectief tegen gaat.

Zit het nest op een plek waar je vaak moet zijn, zoals in dit geval dus bij een kraan, dan is er echt geen andere keuze dan de boel op te ruimen. Er wonen allerlei soorten wespen in en rond ons huisje, die overal nesten maken. Achter kasten, in laatjes, aan een handdoek, in het toongat van een fluit en ga zo maar door. Soms lastig, als blijkt dat je fluit het niet meer doet, maar verder valt er prima mee te leven; ze steken alleen als ze echt in het nauw gebracht worden. Een waarlijk sociale wesp zou daar een voorbeeld aan nemen.


Als het enigszins kan proberen we natuurlijk onaangename ontmoetingen te voorkomen. De hierboven genoemde kraan zat verscholen tussen de planten die bij de Thai bekend staan als never die-plant (maar dan in het Thais). Die planten, die hun bijnaam ontlenen aan het feit dat uit elk willekeurig deel dat de grond raakt weer een nieuw plantje, groeit hebben we nu maar verplaatst, in de hoop dat ze hun bijnaam eer aan doen. 

De never die is de plant rechts met de lantaarntjesbloem

De kraan staat nou weer vrij. Maar de (a)sociale wespen kunnen overal nog zitten. Voor de vogelkooi hebben we fijner gaas besteld, dat de slangen buiten moet houden. En de takaab... daar hebben we helaas geen diervriendelijke oplossing voor. Die valt in dezelfde categorie als de muggen. Als het hij of ik is ben ik ook een stuk minder sociaal.

Erratum

In de vorige blog schreef ik over de Fiat 500 van de rijke tak van onze familie. Het blijkt nog veel erger te zijn. Mijn neef liet me zonder gêne weten dat het geen Fiat 500 was, maar een 600. "100 cc, 2 cylinders" peperde hij me nog eens extra in. Wie denkt dat het dan wel mee viel met de ruimte: naast het gezin van 5 bleek ook oma nog mee te reizen naar Frankrijk. Voor zover bekend zat ook zij gewoon binnen.