(Als het beeld niet duidelijk is, kan je beter op youtube kijken: https://youtu.be/P9DQ1j9N27U)
08 juni 2017
Spatlap
Vrachtauto's pimpen is populair hier. Niet alleen door ze te beschilderen en er qua verlichting een soort kerstbomen van te maken, maar ook door er bedrukte spatlappen aan te hangen. Vaak staat daar een bekende persoon op. Che Guevara kom je veel tegen, maar ook Gandhi, Einstein en Kitty. Kitty? Ja, Kitty, je weet wel, van Hello Kitty. Vandaag zag ik bij het inhalen van een vrachtwagen in een ooghoek een bekend gezicht op een spatlap, waarvan ik dacht dat ik het toch echt verkeerd gezien moest hebben. Dan bewijst een dashcam weer zijn waarde. Even terugkijken... verrek... Hij is het echt. Zou de chauffeur weten wie hij vervoert?
(Als het beeld niet duidelijk is, kan je beter op youtube kijken: https://youtu.be/P9DQ1j9N27U)
(Als het beeld niet duidelijk is, kan je beter op youtube kijken: https://youtu.be/P9DQ1j9N27U)
07 juni 2017
Chocoladepudding en เงาะ
Er wordt vaak gezegd dat in de tropen geen sprake is van seizoenen. Mieke ontkrachtte dat idee al in een van haar blogs. Ik durf de stelling wel aan dat er in Nederland geen sprake meer is van seizoenen. Als criterium hanteer ik dan niet het weer, maar de beschikbaarheid van seizoengebonden groente en fruit. In Nederland is alles het hele jaar te krijgen. Met uitzondering van asperges, wilde ik toevoegen, maar als je echt wilt kan je die ook wel met kerst ergens op de kop tikken.
Hier op de markt zijn alleen de producten te kop die die dag van boom of land gehaald zijn, en de ongelukkige kippen, eenden, krekels, ratten, kakkerlakken en andere beesten die de pech hadden om tegen een slager op te lopen. Als het juiste seizoen is aangebroken hebben alle marktlui ineens weer allemaal een bepaalde soort groente of fruit te koop. En die moeten we dan natuurlijk proberen.
Sinds een paar dagen liggen overal เงาะ (spreek uit: ngoh) ofwel ramboetan in de stalletjes; een soort harige balletjes, die grif van de hand gaan. Blijkbaar is het een echte lekkernij. Voor 20 baht (55cent) krijgen we een flinke zak vol mee.
Als we thuis zijn ga ik er op mijn gemak eens eentje bestuderen. Er zit niet echt een ingang in, of een logische plek waar je kunt beginnen om het geval te opereren. Ik zet het mes er maar eens op. Dat gaat er makkelijk doorheen, waarna er een lychee-achtige vrucht zichtbaar wordt. Deze is heel gemakkelijk uit de harige schil te halen. Als ik de volgende ramboetan gewoon met mijn vingers probeer te pellen gaat dat zonder problemen. En de smaak is hemels; ik vind hem lekkerder dan de lychee. Net als de lychee groeit de ramboetan aan een boom uit de zeepboomfamilie, maar anders dan bij de ramboetan meen ik bij de lychee die zeep wel eens te proeven.
Natuurlijk wil ik de Thai ook graag eens kennis laten maken met Nederlandse culinaire hoogstandjes. Niet geheel zonder eigenbelang had Mieke custardpoeder en cacao uit de supermarkt meegenomen. Bij gebrek aan weegschaal en Margriet Kookboek heb ik daar vandaag geheel op gevoel een chcolade-koffiepudding van geprobeerd te maken. Dat is bijna goed gelukt: toen ie klaar was bedacht ik dat ik de koffie vergeten was. Dus is het een chocoladepudding geworden, waarvan een deel naar de Thaise buurvrouw is gegaan. Benieuwd of ze net zo enthousiast is over de Hollandse keuken als wij over de Thaise. Echt zeker weten zullen we dat niet, want ze zal het zeker niet ronduit zeggen als ze er niks aan vindt.
Omdat ik van zo veel mogelijk dingen ook graag de Thaise naam wil weten, heb ik die in Translate opgezocht: ช็อคโกแลตพุดดิ้ง. Als je het zo ziet staan kun je er niet meteen chocola van maken, maar als je hier klikt en vervolgens op het luidspreker-icoontje dat erbij staat klikt, klinkt het toch verrassend bekend.
Hier op de markt zijn alleen de producten te kop die die dag van boom of land gehaald zijn, en de ongelukkige kippen, eenden, krekels, ratten, kakkerlakken en andere beesten die de pech hadden om tegen een slager op te lopen. Als het juiste seizoen is aangebroken hebben alle marktlui ineens weer allemaal een bepaalde soort groente of fruit te koop. En die moeten we dan natuurlijk proberen.
Sinds een paar dagen liggen overal เงาะ (spreek uit: ngoh) ofwel ramboetan in de stalletjes; een soort harige balletjes, die grif van de hand gaan. Blijkbaar is het een echte lekkernij. Voor 20 baht (55cent) krijgen we een flinke zak vol mee.
Als we thuis zijn ga ik er op mijn gemak eens eentje bestuderen. Er zit niet echt een ingang in, of een logische plek waar je kunt beginnen om het geval te opereren. Ik zet het mes er maar eens op. Dat gaat er makkelijk doorheen, waarna er een lychee-achtige vrucht zichtbaar wordt. Deze is heel gemakkelijk uit de harige schil te halen. Als ik de volgende ramboetan gewoon met mijn vingers probeer te pellen gaat dat zonder problemen. En de smaak is hemels; ik vind hem lekkerder dan de lychee. Net als de lychee groeit de ramboetan aan een boom uit de zeepboomfamilie, maar anders dan bij de ramboetan meen ik bij de lychee die zeep wel eens te proeven.
Natuurlijk wil ik de Thai ook graag eens kennis laten maken met Nederlandse culinaire hoogstandjes. Niet geheel zonder eigenbelang had Mieke custardpoeder en cacao uit de supermarkt meegenomen. Bij gebrek aan weegschaal en Margriet Kookboek heb ik daar vandaag geheel op gevoel een chcolade-koffiepudding van geprobeerd te maken. Dat is bijna goed gelukt: toen ie klaar was bedacht ik dat ik de koffie vergeten was. Dus is het een chocoladepudding geworden, waarvan een deel naar de Thaise buurvrouw is gegaan. Benieuwd of ze net zo enthousiast is over de Hollandse keuken als wij over de Thaise. Echt zeker weten zullen we dat niet, want ze zal het zeker niet ronduit zeggen als ze er niks aan vindt.
Omdat ik van zo veel mogelijk dingen ook graag de Thaise naam wil weten, heb ik die in Translate opgezocht: ช็อคโกแลตพุดดิ้ง. Als je het zo ziet staan kun je er niet meteen chocola van maken, maar als je hier klikt en vervolgens op het luidspreker-icoontje dat erbij staat klikt, klinkt het toch verrassend bekend.
02 juni 2017
Zwemmen in Thailand?
Mijn overbezorgde moeder vond dat ik al vóórdat het schoolzwemmen begon moest kunnen zwemmen... dus werd mijn vader erop uit gestuurd om 's ochtends om zes uur met mij naar zwemles te gaan in het openluchtbad Hattem in Roermond (ik moest op tijd weer terug zijn om naar school te gaan). Weer of geen weer, het was in elk geval géén zomer, en het enige dat ik me verder herinner is dat ik het de rest van de dag niet meer warm kreeg. Mijn vader kon mijn blauwe lippen en het geklapper van mijn tanden niet meer aanzien en -horen, en weigerde na twee lessen nog langer te gaan (dankjewel lieve papa, het was niet makkelijk om tegen ons veeleisende mamaatje in te gaan...). Uiteindelijk haalde ik met tegenzin, hangen en wurgen mijn A en B diploma, gewoon met het verplichte schoolzwemmen. Het C-diploma, dat is er geloof ik nooit van gekomen. Mijn vader heeft zich de rest van zijn leven schuldig gevoeld over het mij aangedane trauma, en ik heb tot de dag van vandaag de pest aan zwemmen (meestal hou ik het bij 'pootje baaien'), behalve als het in tropisch warm water kan....in Nederland zijn er van die theewater-thermaalbaden bijvoorbeeld. (Kan het nooit laten om het 'terminaalbaden' te noemen, vanwege het grote aantal zwemmers-op-leeftijd). Dus ook wat het zwemmen betreft biedt mijn nieuwe woonland weer nieuwe perspectieven!
(Met Christine en Carin in Chiang Dao)
27 mei 2017
Wazdaddan?
Lampang is geen uitgesproken toeristische bestemming. Wie Noord-Thailand bezoekt gaat meestal naar Chiang Mai en van daaruit nog wat verder naar het noorden, naar Chiang Dao en Chiang Rai. De buitenlanders die Lampang bezoeken zijn nadrukkelijk op zoek naar de wat minder toeristische gebieden. Uniek hier zijn de kleine koetsjes met een paardje ervoor. Veel prettiger, ook voor de omgeving, dan de stinkende tuktuks in Chiang Mai. Verder is ook de avondmarkt op de zaterdag en zondag een trekpleister. Kleiner, goedkoper en gezelliger dan de night bazar in Chiang Mai.
Weinig bekend is dat Lampang nóg een avondmarkt heeft, in een straatje bij de oude stad. Deze markt is op vrijdagavond en je ziet er niet of nauwelijks toeristen. We hadden een bezoek daaraan al een tijdje op ons lijstje staan en gisterenavond was het zo ver. De markt heeft wel wat weg van Walking Street, de bekende avondmarkt, maar er zijn veel minder snuisterijenverkopers. Wel volop streetfood en groente en fruit, en verderop in de straat veel tweedehands spulletjes. En inderdaad hebben we geen andere lange witte mensen gezien.
Omdat het etenstijd is en de weegschaal waar ik een halfuurtje geleden op ben gaan staan intussen toch wel een flink lager gewicht aangaf dan ik de laatste jaren woog, besluiten we ons maar eens aan allerlei etenswaren tegoed te doen. We wijzen hier en daar wat aan en slaan hier en daar ook wat af. Een portie insecten kan toch echt nog altijd onze speekselklieren niet tot activiteit aanzetten.
We blijven even staan bij een mannetje dat in stukjes dikke bamboestengel een of ander prutje verkoopt. Hij spreekt geen woord Engels maar doet op aandoenlijke wijze voor dat je met een lepel het prutje uit de bamboe kunt halen en dan in je mond stoppen. We kopen er eentje als beloning voor de voorstelling. De man pakt een gevuld bamboetje, zet het op een krukje en geeft er dan met een eind hout een keiharde tik op. Dan gaat het in een zakje, met 2 bamboe lepeltjes erbij.
We wagen ons ook aan de felrode lapjes waarmee een vrouw ons probeert te verleiden. Het smaakt nog het meest naar speklapjes; helemaal niet verkeerd.
Intussen begint de lucht zowat inktzwart te worden. We hebben niet zo'n zin om een onweersbui op ons dak te krijgen, dus we lopen weer richting auto en kopen onderweg nog wat onbekende groenten. Vandaag hebben we geprobeerd die te identificeren.
Weinig bekend is dat Lampang nóg een avondmarkt heeft, in een straatje bij de oude stad. Deze markt is op vrijdagavond en je ziet er niet of nauwelijks toeristen. We hadden een bezoek daaraan al een tijdje op ons lijstje staan en gisterenavond was het zo ver. De markt heeft wel wat weg van Walking Street, de bekende avondmarkt, maar er zijn veel minder snuisterijenverkopers. Wel volop streetfood en groente en fruit, en verderop in de straat veel tweedehands spulletjes. En inderdaad hebben we geen andere lange witte mensen gezien.
Omdat het etenstijd is en de weegschaal waar ik een halfuurtje geleden op ben gaan staan intussen toch wel een flink lager gewicht aangaf dan ik de laatste jaren woog, besluiten we ons maar eens aan allerlei etenswaren tegoed te doen. We wijzen hier en daar wat aan en slaan hier en daar ook wat af. Een portie insecten kan toch echt nog altijd onze speekselklieren niet tot activiteit aanzetten.
We blijven even staan bij een mannetje dat in stukjes dikke bamboestengel een of ander prutje verkoopt. Hij spreekt geen woord Engels maar doet op aandoenlijke wijze voor dat je met een lepel het prutje uit de bamboe kunt halen en dan in je mond stoppen. We kopen er eentje als beloning voor de voorstelling. De man pakt een gevuld bamboetje, zet het op een krukje en geeft er dan met een eind hout een keiharde tik op. Dan gaat het in een zakje, met 2 bamboe lepeltjes erbij.
We wagen ons ook aan de felrode lapjes waarmee een vrouw ons probeert te verleiden. Het smaakt nog het meest naar speklapjes; helemaal niet verkeerd.
Intussen begint de lucht zowat inktzwart te worden. We hebben niet zo'n zin om een onweersbui op ons dak te krijgen, dus we lopen weer richting auto en kopen onderweg nog wat onbekende groenten. Vandaag hebben we geprobeerd die te identificeren.
De bloemen onderaan heten galanga. De wortels van de galanga kennen we in Nederland ook. Je vindt ze in gemalen vorm bij de kruiden in de meeste supermarkten, onder de naam laos. Een andere naam voor deze plant is Thaise gember, en dat geeft meteen zo'n beetje de smaak aan. De bloemen zijn heel smakelijk en een beetje pittig. De bladgroente linksboven konden we niet thuisbrengen. Het heeft nog het meeste van spinazie, een lekker zachte smaak. De borapet, rechtsboven stond toevallig nog op tafel. Het is een klimplant met bittere stengels die hier in een potje staat omdat we hem zelf willen kweken. Hij zat vanavond niet in de maaltijd. Die was aangevuld met kouseband, een soort spercieboon, maar dan 10x zo lang.
Oja, en dan hebben jullie dat prutje in de bamboe nog te goed. Het bleek een variant op de mango sticky rice te zijn. Zoete rijst, met stukjes mango, kokos en kaneel. Vurrukkulluk. Dat gaan we de volgende keer weer meenemen. En die knal met dat stuk hout waar ik het eerder over had, die bleek te zijn om de bamboe te splijten. Heel handig, want nu kon ik het mooi verdelen. Afgemaakt met een komkommer-tomatensalade en een flinke schijf annanas was dat vandaag onze lunch.
25 mei 2017
Verkeer
Dubbel parkeren in de parkeergarage is hier heel gewoon. De eerste keer bleef ik geduldig wachten tot de eigenaar van de dubbel geparkeerde auto op kwam dagen. Dat blijkt echter helemaal niet nodig te zijn.
Wat je niet ziet is er niet, lijken veel bestuurders hier te denken. Wat er na een bocht in de weg aankomt zie je niet, dus is er niks na een bocht in de weg. Komt er dan toch wat aan, dan knipper je met je lichten, want jij was tenslotte eerst.
23 mei 2017
Toenemende belangstelling
![]() |
| De opzichtster heeft haar strategische positie ingenomen |
![]() |
| We beginnen gewoon samen aan het opmeten en piketbamboetjes slaan |
![]() |
| en daar is de dorpsbaas, tevens grondverzetter ook |
![]() |
| Natuurlijk moet buurman wel meekijken hoe het worden gaat |
![]() |
| Dan begint het vuurtje te lopen |
![]() |
| en inmiddels weet heel het dorp wat het grondwerk ons gaat kosten |
22 mei 2017
Van emigreren kun je leren.
Sommigen verklaren ons voor gek, anderen bejubelen onze moed, de meningen zijn nogal verdeeld als het gaat om ons besluit om op ons resp. 56ste en 61ste naar Thailand te verhuizen.
We hebben het gedaan. Drie jaar geleden namen we het besluit, en inmiddels zijn we bijna vier maanden hier. De langste periode dat ik ooit hier was duurde twee maanden, maart en april 2000.
Voor het eerst zien we het seizoen verschuiven van winter, naar droog en heet, en al voorzichtig richting regenseizoen. Daar hebben we ons op verheugd, op het leren kennen van de seizoenen hier, van de veranderingen in het landschap, temperatuur, vochtigheid. We wonen nu in de omgeving Lampang. Van Lampang wordt beweerd dat het er vaak nèt wat heter is dan op veel andere plekken. Dat hebben we in Nederland al een tijdlang in de gaten gehouden, en het lijkt inderdaad zo te zijn dat hier een paar graden warmer is dan bijvoorbeeld Chiang Mai, of Chiang Dao. Dus hadden we bedacht dat als we de omgeving van Lampang wilden onderzoeken op 'woonpotentieel', dat we er dan in elk geval in maart en april moesten gaan wonen. Als je die maanden overleeft dan kun je je er ook permanent vestigen, was ons idee.
En inderdaad, het is hier momenteel bloody hot, maar we kunnen er wonderwel mee overweg. Zoals je in Nederland baalde van kille, grauwe dagen, zo baal je hier van een ál te hete, benauwde en zweterige dag, (dan heb ik het over een graad of veertig) waarop je vijf minuten na het douchen alweer zeiknat bezweet bent, en je eigenlijk wel twee keer per dag schone kleren kunt aantrekken. Maar zoals je in Nederland minstens zes maanden per jaar binnen leeft omdat het buiten te nat of te koud is, zo leef je hier een maand of twee, drie binnen, omdat het buiten te warm is. Inmiddels weten wij wel waar onze voorkeur naar uitgaat. En zoals je in Nederland je in het najaar terugtrekt in je huis, de boel weer wintergezellig maakt om de tijd van het cocoonen weer knus door te komen, zo doe je dat hier eigenlijk ook, alleen zet je de airco aan in plaats van de kachel. En trek je je kleren uit, in plaats van truien en dikke sokken aan.... We worden daar heel gelukkig van!
Het allerleukste tot nu toe, vind ik de ontdekking dat al die nieuwe dingen die er te leren vallen, iets met je doen. Met je brein. Je wordt geprikkeld, uitgedaagd, gestimuleerd, elke dag opnieuw, op een andere manier dan je gewend bent. Je moet weer wortels zien te maken, netwerken, uitvogelen, opzoeken, navragen. Je wordt er slimmer van en mijn geheugen verbetert (met dat van mijn Lief was niks mis). We moeten samen plannen, overleggen, bedenken, ontwerpen, tekenen, meten, want we willen 'ons' landje in gaan richten en een huisje gaan bouwen. We leren elke dag nieuwe woordjes, en ezelsbruggetjes om ze te onthouden (die je dan prompt weer vergeet). En we worden een beetje moediger als het gaat om het gebruiken van de taal (maar het stelt nog steeds niet veel voor!).
We zien elke dag wel iets waarbij we ons afvragen wat het is, of waarvoor het gebruikt wordt. Soms zijn we net iets te gemakkelijk met interpreteren, zoals de gehakte nootjes die we in maart en april regelmatig op de markt zagen, en waarvan we dachten dat we ze toch eens moesten kopen voor in het muesli-ontbijt. Mijn buurvrouw wees ze aan en zei: 'miereneieren'. Ow. Okee.
We leren ook om te gaan met het beestenspul hier. En dan bedoel ik nu met name het ongewenste beestenspul. Mieren. Variërend van minder dan 1mm tot meer dan 1cm. Van sommige soorten weten we al of ze bijten of niet. En jeuken of niet. We hebben uitgevonden dat die kleintjes die je soms in huis tegenkomt, een dag of wat wegblijven als je hun route besproeit met een azijn/watermengsel. Werkt prima. Na elke maaltijd onmiddellijk afwassen. Zelfs verpakkingen, van yoghurt of zo, spoelen we af voordat we ze in de vuilnisbak gooien, om te voorkomen dat de mieren hun weg daarheen zullen vinden. Dat soort dingen. Heb je zó geleerd!
En nu we het over mieren hebben: de jaarlijkse invasie van hele wolken vliegende mieren hebben we ook ervaren. Gelukkig had ik er al eens over gelezen, dus na de eerste flinke regenbuien waren we al voorbereid op het spektakel. Alle ramen en deuren dicht, en lampen uit. Behalve zo'n héél klein led-lichtje, dat we op de badkamer aanlaten om 's nachts niet te verdwalen. Dat hadden we beter niet kunnen doen. (En dan zijn dit alleen nog maar de exemplaren in de wasbak. Je wil niet weten waar ze allemaal nog meer zaten...)
En dan nog zoiets: ik begon me al bijna aan de buren te storen, omdat hun doordringend klinkende fluitketel steeds pas na een kwartier stil werd. Minstens tien keer per dag. Francois heeft mazzel, hij hoort sommige hoge tonen niet meer, maar ik vond het knap irritant worden. Totdat ik me ineens realiseerde dat het cicaden zijn. En het ineens niet meer irritant vond. Érg hè, hoe dat soms werkt in je hoofd? Weer wat geleerd. (Luisteren)
Je leert een compleet nieuwe habitat kennen. Dat is ook iets waar we ons op verheugd hebben, nieuwsgierig naar zijn. Welke vogel maakt dat doordringende geluid (Horsfields nachtzwaluw (Luisteren)), welke prachtige hagedis zagen we zojuist op de weg (Blue Forest Lizard oftewel Calotes Mystaceus), hoe heet die rare vrucht (Salak), hoe hoog zou deze bamboesoort worden.....? (ruim twintig meter). Het gaat maar door. Google zij geprezen, en alle hulpvaardige Thai ook.
Tja, over leren gesproken, ik heb het nog nauwelijks over de taal gehad!
Andere keer.
We hebben het gedaan. Drie jaar geleden namen we het besluit, en inmiddels zijn we bijna vier maanden hier. De langste periode dat ik ooit hier was duurde twee maanden, maart en april 2000.
En inderdaad, het is hier momenteel bloody hot, maar we kunnen er wonderwel mee overweg. Zoals je in Nederland baalde van kille, grauwe dagen, zo baal je hier van een ál te hete, benauwde en zweterige dag, (dan heb ik het over een graad of veertig) waarop je vijf minuten na het douchen alweer zeiknat bezweet bent, en je eigenlijk wel twee keer per dag schone kleren kunt aantrekken. Maar zoals je in Nederland minstens zes maanden per jaar binnen leeft omdat het buiten te nat of te koud is, zo leef je hier een maand of twee, drie binnen, omdat het buiten te warm is. Inmiddels weten wij wel waar onze voorkeur naar uitgaat. En zoals je in Nederland je in het najaar terugtrekt in je huis, de boel weer wintergezellig maakt om de tijd van het cocoonen weer knus door te komen, zo doe je dat hier eigenlijk ook, alleen zet je de airco aan in plaats van de kachel. En trek je je kleren uit, in plaats van truien en dikke sokken aan.... We worden daar heel gelukkig van!
Het allerleukste tot nu toe, vind ik de ontdekking dat al die nieuwe dingen die er te leren vallen, iets met je doen. Met je brein. Je wordt geprikkeld, uitgedaagd, gestimuleerd, elke dag opnieuw, op een andere manier dan je gewend bent. Je moet weer wortels zien te maken, netwerken, uitvogelen, opzoeken, navragen. Je wordt er slimmer van en mijn geheugen verbetert (met dat van mijn Lief was niks mis). We moeten samen plannen, overleggen, bedenken, ontwerpen, tekenen, meten, want we willen 'ons' landje in gaan richten en een huisje gaan bouwen. We leren elke dag nieuwe woordjes, en ezelsbruggetjes om ze te onthouden (die je dan prompt weer vergeet). En we worden een beetje moediger als het gaat om het gebruiken van de taal (maar het stelt nog steeds niet veel voor!).
We zien elke dag wel iets waarbij we ons afvragen wat het is, of waarvoor het gebruikt wordt. Soms zijn we net iets te gemakkelijk met interpreteren, zoals de gehakte nootjes die we in maart en april regelmatig op de markt zagen, en waarvan we dachten dat we ze toch eens moesten kopen voor in het muesli-ontbijt. Mijn buurvrouw wees ze aan en zei: 'miereneieren'. Ow. Okee.
We leren ook om te gaan met het beestenspul hier. En dan bedoel ik nu met name het ongewenste beestenspul. Mieren. Variërend van minder dan 1mm tot meer dan 1cm. Van sommige soorten weten we al of ze bijten of niet. En jeuken of niet. We hebben uitgevonden dat die kleintjes die je soms in huis tegenkomt, een dag of wat wegblijven als je hun route besproeit met een azijn/watermengsel. Werkt prima. Na elke maaltijd onmiddellijk afwassen. Zelfs verpakkingen, van yoghurt of zo, spoelen we af voordat we ze in de vuilnisbak gooien, om te voorkomen dat de mieren hun weg daarheen zullen vinden. Dat soort dingen. Heb je zó geleerd!
En nu we het over mieren hebben: de jaarlijkse invasie van hele wolken vliegende mieren hebben we ook ervaren. Gelukkig had ik er al eens over gelezen, dus na de eerste flinke regenbuien waren we al voorbereid op het spektakel. Alle ramen en deuren dicht, en lampen uit. Behalve zo'n héél klein led-lichtje, dat we op de badkamer aanlaten om 's nachts niet te verdwalen. Dat hadden we beter niet kunnen doen. (En dan zijn dit alleen nog maar de exemplaren in de wasbak. Je wil niet weten waar ze allemaal nog meer zaten...)
En dan nog zoiets: ik begon me al bijna aan de buren te storen, omdat hun doordringend klinkende fluitketel steeds pas na een kwartier stil werd. Minstens tien keer per dag. Francois heeft mazzel, hij hoort sommige hoge tonen niet meer, maar ik vond het knap irritant worden. Totdat ik me ineens realiseerde dat het cicaden zijn. En het ineens niet meer irritant vond. Érg hè, hoe dat soms werkt in je hoofd? Weer wat geleerd. (Luisteren)
Je leert een compleet nieuwe habitat kennen. Dat is ook iets waar we ons op verheugd hebben, nieuwsgierig naar zijn. Welke vogel maakt dat doordringende geluid (Horsfields nachtzwaluw (Luisteren)), welke prachtige hagedis zagen we zojuist op de weg (Blue Forest Lizard oftewel Calotes Mystaceus), hoe heet die rare vrucht (Salak), hoe hoog zou deze bamboesoort worden.....? (ruim twintig meter). Het gaat maar door. Google zij geprezen, en alle hulpvaardige Thai ook.
Tja, over leren gesproken, ik heb het nog nauwelijks over de taal gehad!
Andere keer.
Abonneren op:
Posts (Atom)


















