30 juni 2019

Bloggersblock

Ik heb last van een bloggersblock. De ideeën voor onderwerpen zweven zoals meestal wel zo'n beetje vaag door mijn hoofd, maar als ik ga zitten om ze op te schrijven komt er niets fatsoenlijks uit. Heel veel spectaculairs gebeurt er momenteel ook niet. We wachten nog steeds op de dagelijkse regenbuien. Een uur na het plaatsen van onze vorige blog kwam het met bakken uit de hemel, maar vervolgens moesten we tot eergisteren wachten voor een nieuwe waterval.


Sindsdien is het weer overal dreigend, maar daar blijft het bij.


In een omgeving waar mensen bij temperaturen onder de 28 graden een vestje aan gaan trekken leidt het Nederlandse hitteprotocol vanzelfsprekend tot grote aandrang om een grappig bedoeld stukje te schrijven, maar dat hebben we vorig jaar al gedaan, dus ook dat schiet als onderwerp niet erg op. Misschien wordt mijn bloggersblock trouwens wel veroorzaakt door de hitte. 28 graden wordt in het hitteprotocol als maximum temperatuur genoemd waarbij nog lichte kantoorwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en het schrijven van een blog lijkt me nou typisch onder die categorie te vallen. Maar dat strookt weer niet met het feit dat ik al sinds februari schrijf bij temperaturen van 35 tot 42 graden.

Opvallend in het hitteprotocol (oeps, nu heb ik het er toch nog steeds over) is de aanbeveling om koelte te zoeken in een ruimte met airco. Natuurlijk helpt dat voor degene die in die gekoelde ruimte gaat zitten, maar tegelijkertijd draagt het bij aan de warmte buiten. Dat lijkt me in het kader van het klimaatakkoord, waarbij de opwarming van de aarde moet worden bestreden, dus geen logische oplossing. Los daarvan betekent het ook dat de mensen die zich airco kunnen veroorloven zichzelf koel kunnen houden ten koste van degenen die daar geen geld voor hebben. Op grotere schaal is dat sowieso al het probleem met het klimaatakkoord: wij gaan schoon rijden en de prijs daarvoor wordt in Afrika betaald.

Nouja, nu begin ik wel erg ver af te dwalen van het hoofdonderwerp van deze blog. Hoewel... "warmte" en "leven in Thailand", hebben wel degelijk met elkaar te maken. Na tweeëneenhalf jaar Thailand merken we dat ook warmte iets is waar je aan went. 25 graden vinden we frisjes, 30 graden aangenaam. 40 vinden wij ook veel te warm, maar we slaan ons er wel doorheen. Voor een flink deel komt dat doordat we het hier zonder airco doen. Zo worden we wel gedwongen om aan de warmte te wennen. Misschien een goed idee als aanvulling op het klimaatakkoord: een landelijke campagne "Wennen aan Warmte". Niet als oplossing voor het klimaatprobleem, maar om te voorkomen dat straks die airco aan moet en het probleem verder verergert.

Inmiddels is het hier 31 graden. Dankzij aangepaste kleding kan ik mijn lichte kantoorwerkzaamheden nog gemakkelijk volhouden. Of zo'n aangepaste garderobe ook op prijs gesteld zou worden in de gemiddelde kantoortuin op de zuid-as betwijfel ik. Het zou het werken er wel veel leuker van maken.


Eigenlijk moest dit stukje gaan over de nieuwe vijver, de schildpadden en de slang in de papayaboom, maar dat houden jullie dan nog van me tegoed.

15 juni 2019

Bijzondere verschijnselen

Na de eerste regenbuien, zo'n 3 weken geleden, is het hier zo goed als droog gebleven. Iedere middag zien we de prachtigste luchten om ons heen en aan alle kanten kunnen we de stortbuien uit die luchten omlaag zien vallen, maar in Nong Noi blijft het op een paar spetters na droog. Zo hebben we dus de nadelen van de regentijd en die van het hete seizoen tegelijk. Het gras vliegt de grond uit, want daarvoor zijn die paar spetters genoeg, maar de bomen en andere aanplant moet nog altijd bewaterd worden. Dus moeten we dagelijks zowel water geven als maaien.


Dat moet dan allemaal wel in de vroege ochtenduren gebeuren, want hoewel het niet meer zo absurd heet is, is de luchtvochtigheid zo hoog dat we flink wat lopen te zweten. Zolang de zon achter de wolken blijft is het allemaal nog goed te doen, maar prikt die er eenmaal doorheen, dan is stil zitten en niks doen de enige remedie. Dus zien we het liefste zo veel mogelijk bewolking, maar toch ook weer niet al te veel, want dan kunnen de zonnepanelen de accu's niet vol krijgen.


Intussen is het dagelijks genieten van allerlei bijzondere verschijnselen. Als eerste natuurlijk dat alles weer fris groen is, in plaats van verdord geel. Onvoorstelbaar hoe dat binnen enkele dagen na de eerste regenbuien al gebeurd is. Om ons heen verandert de activiteit van de boeren. Ze zijn overal bezig de velden weer klaar te maken voor de rijst. Het land wordt geploegd, de dijkjes worden gecontroleerd en waar nodig gerepareerd, hier en daarwordt een slootje bijgegraven. De koeien moeten tijdelijk ruimte inleveren. Nog even en we zijn niet meer omringd door weilanden, maar door een waterlandschap doorsneden met smalle lage dijkjes.

En dan was daar ineens de eerste mango. In mijn dromen zag ik me vaak in een luie stoel onder de mangoboom liggen, af en toe een arm strekkend om er een te plukken. De praktijk is weerbarstiger. Met hak en houweel moet het gat gespit worden waar het mangoboompje in moet komen te staan. Dat moet vervolgens een jaar lang water en liefde krijgen, en bovendien niet per ongeluk worden omgemaaid. Dan is het een meter hoog en verwachten we er nog niets van, totdat er toch één minivruchtje zichtbaar begint te worden. Uiteindelijk ontwikkelt dat zich tot een onverwacht forse mango, die er bij de eerste storm afwaait. Na een paar dagen narijpen mag hij in het ontbijt, dat dan natuurlijk meteen het lekkerste ontbijt ooit is. Nu weer een jaartje wachten op de volgende, maar ooit zal ik onder die boom zitten.


De natuur heeft ook de nodige verrassingen in petto. Zo stikt het ineens van de vliegen, terwijl die er vorig jaar nauwelijks waren. We dachten dat het aan de varkens van buurman Ien zou liggen, maar we horen iedereen er over klagen, dus het probleem is niet alleen het onze. Ook is er een ware invasie van vlinders aan de gang. Dat vinden we dan weer minder erg dan die vliegen, terwijl de vlinders straks wel zorgen voor nageslacht dat onze planten opvreet. Maarja, de vlinder geeft er veel kleurrijk moois voor terug, terwijl de vlieg niet verder komt dan hinderlijk kriebelen en zoemen. Dan pik je van zo'n vlinder dus wel, wat je van een vlieg niet pikt.


Een fenomeen dat ieder jaar terugkomt is het uitvliegen van de mieren. Kort na de eerste regens komen die massaal uit de grond en zwermen in grote wolken rond straat- en andere verlichting. Het zijn er zo veel dat er altijd wel de nodige per ongeluk binnen de klamboe terechtkomen, aangetrokken door het licht van een mobieltje of tablet. De enige remedie is dan ook om alle lichten en alle apparaten die licht geven, hoe weinig ook, uit te doen en met de kippen op stok te gaan.


Eerder schreef ik al over de urntjeswespen. Die zijn weer volop aan het bouwen. Soms bovenop de urnen van vorig jaar, maar ook op onverwachte plaatsen zoals in de handdoek die bij de wasbak in de open badkamer hangt. Oppassen dus bij het handen afdrogen, want een urntjeswesp is niet agressief, maar je moet niet aan zijn huis komen. Omdat de handdoeken toch zo af en toe in de was moeten, hebben we de urntjes-in-aanbouw er maar afgekrabt voordat ze bewoond gingen worden.


Een andere badkamerbewoner is een kikker, die een vaas met parapluplant heeft betrokken. Zodra het donker is komt hij gezellig over de rand van de vaas hangen, als een flatbewoner die op een zomeravond op het muurtje van zijn balkon leunt.


Een bijzonder verschijnsel dat eigenlijk helemaal niet zo bijzonder is, maar dat voor ons toch steeds weer fascinerend is, is de zon die op het hoogste punt van de dag in het noorden staat. Ergens in april stond hij midden op de dag weer recht boven ons hoofd, en sindsdien is hij op weg naar de Kreeftskeerkring, die noordelijk van ons ligt. Op 21 juni begint hij de terugreis richting evenaar en begin augustus passeert hij Nong Noi weer. Vanaf dan staat hij weer "gewoon" in het zuiden.

Onder de bijzondere verschijnselen valt ook het feit dat de sluitingen van ramen en deuren allemaal weer passen. Vorig jaar rond deze tijd is het hang- en sluitwerk aangebracht. Door wijzigingen in temperatuur en vochtigheid begon dat geleidelijk aan steeds stroever te werken en soms in het geheel niet meer te passen. Nu de luchtvochtigheid weer ongeveer gelijk is aan vorig jaar, loopt alles weer als een zonnetje. Voor een maandje of 3, 4, schatten we zo in.

Het meest bijzondere verschijnsel was wel de spontane fontein op ons landje. Nadat we uit de stad terugkwamen bleek het water te zijn afgesloten. Iemand had de hoofdkraan (die zit hier gewoon ergens buiten, langs de weg) dichtgedraaid. Toen ik hem open zette spoot er een fraaie fontein van ruim 2 meter hoog uit het land. Een vriend van buurman Toey bleek een stukje grond van Toey te hebben afgebrand, in de voorbereiding voor de rijstaanplant. Het vuur trok zich niets van onze afrastering aan en kroop ons land op. Voordat de aansteker dat in de gaten had schroeide het vuur een gaatje in de waterleiding, die hier altijd maar een paar centimeter onder de grond ligt; vriezen doet het hier immers niet. De spontane fontein had als voordeel dat het vuurtje meteen geblust werd, maar Toey moest door zijn vriend worden opgetrommeld omdat hij wist waar de hoofdkraan zat.


Terwijl ik bezig was met het repareren van de waterleiding kwamen Toey en zijn vriend bedremmeld ons landje oplopen. Zwijgend stonden ze achter me tot ik de laatste koppelstukken vast had gemaakt. "Solly solly, friend not know" stamelde Toey. ไม่มีปัญหา (mai mie panha) antwoordde ik in mijn beste Thais, ofwel "geen probleem". Na nog een aantal verontschuldigingen vertrokken de mannen weer, zichtbaar opgelucht dat we er geen probleem van maakten.

Leuk hoor, al die verschijnselen, maar we willen nu eindelijk wel eens een paar dagen regen.

19 mei 2019

Camera obscura (alleen voor mannen)

Nadat we onze Thailandplannen bekend hadden gemaakt kreeg ik vaak de vraag of ik het niet moeilijk vond om zo ver van mijn kinderen te gaan wonen. Ik antwoordde dan meestal dat we sowieso al te ver van elkaar woonden om dagelijks of wekelijks bij elkaar over de vloer te komen, dat er voor skype en whatsapp geen verschil is tussen de afstand Deventer-Maashees en Deventer-Lampang en dat ik wel kan besluiten om dan maar niet te gaan, om dan misschien na een jaar van mijn zoon te moeten horen dat hij naar Australië verhuist of iets dergelijks. Natuurlijk is het leuker als je spontaan kan besluiten even langs te gaan, maar vandaag de dag zijn er volop alternatieve contactmogelijkheden.

Afgelopen week was Coen bij ons in Lampang. Een tussenstop op weg naar, je raadt het al, Australië. Hij heeft zijn baan opgezegd, zijn huis verkocht en gaat daar voorlopig voor een jaar werken. Na dat jaar voldoet hij nog net aan de leeftijdseis om er nog een jaar aan vast kan knopen, maar wat hij dan precies gaat doen is nu nog helemaal open. Anderhalf jaar geleden was hij hier ook. 6 weken voor zijn vertrek indertijd had hij Lieneke ontmoet; nu was ze erbij. Anderhalf jaar wachten voor je de vriendin van je zoon ziet en die dan meteen een week op bezoek hebben, dat is een bijzondere manier van kennismaken. Het bleek een hele aangename manier te zijn.

We hebben de gelegenheid aangegrepen om zelf ook weer eens toeristisch te doen. Zo hebben Thailands oudste nog complete tempel bezocht, maar ook een van de nieuwste, die zelfs nog in aanbouw is. Wat Santi Nikhom Samakkhi Tham is al een langer bestaand tempelcomplex, waar momenteel gewerkt wordt aan een nieuw gebouw dat in 4 verdiepingen de hemel (ik noem het zo maar even), de hel en de lagen daartussen verbeeldt. Een enorme Boeddha zit voor het gebouw, waaraan nog volop gewerkt wordt. De hemel en de hel zijn klaar, maar de rest is nog een bouwplaats. In Thailand is dat geen bezwaar om de boel gewoon open te stellen voor bezoekers. Tussen de cementkuipen en muurschilders door kan je afdalen in de hel of klimmen naar de hemel.


De vormgeving van de hel zouden we in goed Nederlands het beste kunnen omschrijven als "over the top". Er worden tongen uitgetrokken, mensen aan cactussen gespiest, groepjes gezellig in grote potten gekookt. Het gekerm schalt door de ruimte. De boodschap is duidelijk: wees een goed mens, anders staat je grote ellende te wachten. De broeders op de lagere school kwamen vroeger bij de beschrijving van de hel niet verder dan de plek waar je eeuwig zou branden. Dat was zo abstract dat het me niet in de kerk heeft kunnen houden. Had ik als kind deze hel gezien, dan was ik ongetwijfeld nog iedere zondag sidderend naar de mis gegaan.


In de hemel is alles prachtig mooi. Maar ook een beetje saai. Het valt natuurlijk ook niet mee om het eeuwige geluk te visualiseren.

Wat Phra That Luang Lampang wordt beschouwd als de oudste tempel in Thailand die nog helemaal compleet is. Het hoofdgebouw bestaat uit een gelaagd houten dak, dat oorspronkelijk op boomstammen steunde. Inmiddels wordt het door betonnen pilaren gedragen, maar het is nog altijd een open constructie.


Als in de naam van een tempel "Phra That" staat betekent dat dat er een beetje as van de Boeddha bewaard wordt. Wat deze tempel extra bijzonder maakt is dat er in plaats van as wat haar van de Boeddha bewaard wordt.


Op het complex staan ook een 45 meter hoge chedi en verschillende bijgebouwen. Met één daarvan is wat bijzonders aan de hand. Tijdens de bouw is er een gaatje in de deur ontstaan. Bouwers ontdekten dat als hun ogen aan het donker gewend waren, de chedi ondersteboven op een muur geprojecteerd werd. Dit verschijnsel, een camera obscura, werd beschouwd als een mirakel en het gebouwtje kreeg de bijbehorende status, hetgeen in die tijd onder meer betekende dat er alleen mannen naar binnen mochten.


Dat laatste is nog steeds zo. Hoewel zo'n oude camera obscura heel bijzonder is, wordt deze in informatiebronnen nauwelijks genoemd. Ik had al wel van het bestaan gelezen, maar bij eerdere bezoeken het gebouwtje niet kunnen vinden. Met mijn westerse blik vond ik eigenlijk ook dat ik niet naar binnen kon in gebouwen waar Mieke niet in mag alleen omdat ze vrouw is. De nieuwsgierigheid werd toch te groot, dus deze keer zocht ik wat gerichter en vond al snel het gebouwtje, waarvan ik altijd had aangenomen dat het afgesloten was; logisch, voor een camera obscura moet je de deur dicht houden. Zo stonden vader en zoon, beiden actief in fotografie uiteindelijk samen in wat je het prototype van een camera kunt noemen. Om het beeld wat mooier te krijgen was er een scherm opgehangen. Dat maakte het inderdaad duidelijker, maar wel minder authentiek. De detaillering vond ik verbazingwekkend. Hoe langer we binnen stonden, hoe meer details opdoemden. Je kon de mensen langs de chedi zien lopen. Af en toe kwamen er mensen binnen, die zonder uitzondering concludeerden dat het te donker was om iets te zien en weer vertrokken. Met een van de modernste opvolgers van de camera obscura konden we het beeld verrassend goed vastleggen zodat we Mieke en Lieneke toch nog konden laten zien wat ze niet live mochten zien.


Doordat we oppas voor huis en honden hadden gevonden konden we nog mee voor een paar dagen Chiang Mai en Pai, het oude hippiestadje in de bergen.



Op de terugweg naar huis hebben we Coen en Lieneke afgezet in Chiang Mai. Inmiddels zitten ze op het bounty-eiland Koh Lanta, van waar ze via Maleisië en Singapore door zullen reizen naar Perth. Misschien zoeken we ze wel een keer op het komende jaar. Een goede reden voor een Australië-reis.

25 april 2019

"Onze" dieren

We hebben al het nodige geschreven over het beestenspul dat ons hier omringt. Genieten van wat er langs loopt of vliegt is inmiddels een dagelijks genoegen. Soms komen er voor ons geheel onbekende vogels of insecten voorbij. De boeken met Aziatische dieren worden dan ook regelmatig geraadpleegd.

Sommige dieren hebben een aparte status verworven. Ze hebben daar zelf geen weet van, maar als we ze zien praten we liefkozend over "onze ...." Allereerst is daar onze toekeh. Hij is al vaker in verhalen voorbijgekomen. Hij is de eerste bewoner van Baan Din. Terwijl wij nog aan het bouwen waren is hij er al ingetrokken. De rijstkaf waarmee wij de zakken vulden die uiteindelijk het hart van de muren zijn geworden beviel hem bijzonder goed. Wij zijn de nodige ochtenden moeten beginnen met het dichten van gaten die onze toekeh in de rijstkafzakken had gebeten. Sinds alles gestuct is is dat geen probleem meer. Dat het onze toekeh is die hier nu nog woont weten we zeker vanwege zijn staart. Tijdens de bouw was hij namelijk een keertje precies op de plek gaan zitten waar ik een zware deur neerzette. De deur landde op zijn staart en wat toekehs doen als ze bedreigd worden is hun staart afwerpen. Dat deed de onze ook. Zo'n staart blijft dan nog een kwartiertje liggen kronkelen (https://youtu.be/6uT9RtRx9LM). De bedoeling daarvan is dat een eventuele aanvaller zich op die staart gaat richten, zodat de toekeh een veilig heenkomen kan zoeken. De staart groeit weer aan, maar wel iets korter, en met een ander patroontje of kleurtje. Zo heeft onze toekeh nu een lichtere staart.


Een paar weken geleden kwam er een indringer op bezoek die onze toekeh probeerde te verjagen. Natuurlijk hebben we de onze bijgestaan in zijn verdediging; we hadden wat goed te maken. De nieuweling was sterker maar is na een paar dagen toch weer vertrokken. Zodoende is onze toekeh nog altijd onze toekeh.


En dan is er ook nog ons draakje. Het heeft een tijd in de badkamer gewoond, maar is nu verhuisd naar de voorkant van Baan Din. Het is behoorlijk aan ons gewend, zeker sinds Mieke een paar keer een schaaltje overheerlijke meelwormen op een muurtje heeft gezet. Ons draakje heeft een duidelijke wond aan een kant van het lijf. We vrezen dat een van de honden die op zijn geweten heeft. De wond zit er al een tijdje, maar ons draakje lijkt er geen last van te hebben. Vanmorgen zat het er gezellig bij tijdens het ontbijt in de sala (een soort prieeltje).



In de sala woont onze bushchat. Dat is een klein zwart vogeltje dat zingt als een merel (alleen wat hoger). Onze bushchat lijkt ons telkens op te zoeken. Als we op de veranda zitten zit hij daar in de buurt; zitten we in de sala dan is onze bushchat daar ook. Regelmatig komt hij een bad nemen in de zuil van Wouter met de dichtregels van Vroman:

Ik wens je een landschap, zo compleet
dat ik er haast niet ben,
dat jij bemint en ik herken,
waar ik de weg nog weet. 

Als het donker wordt zoekt hij een plekje net onder het dak van de sala. Als wij daar vervolgens nog gaan zitten eten horen we soms een paar protestgeluidjes, maar daarna slaapt hij gewoon verder. Er is ook een mevrouw bushchat, maar het lijkt erop dat ze een latrelatie hebben.



Onze ooievaar heeft er meer moeite mee om dichtbij te komen. Maar de laatste tijd strijkt hij steeds vaker bij de vijver neer en vliegt hij niet meteen op zodra hij ons ziet. Er zitten soms wel meer dan 100 ooievaars in de wei hiernaast, maar toch pikken we de onze er feilloos uit. Hij heeft namelijk een knik van zowat 90 graden in een poot. Vorig jaar waren alle ooievaars naar andere streken vertrokken en was de onze de enige die iedere dag slakken kwam vangen. Toen is het dus de onze geworden. Het is nog altijd een einzelganger; we hebben de indruk dat gehandicapten ook bij ooievaars vaak buiten de groep vallen.


Dan zijn er ook nog tijdelijke bewoners, die komen en gaan, maar inmiddels wel de onzen geworden zijn. Zoals onder meer onze grote ijsvogel en onze kleine ijsvogel. 

Natuurlijk zijn er ook nog onze honden. Waar mensen vreemd opkijken als je het hebt over onze toekeh, ons draakje, onze bushchat of onze ooievaar, vindt iedereen het heel gewoon als je over onze honden praat. De honden zelf vinden wel dat we tot dezelfde roedel behoren, maar onder het begrip "onze" verstaan ze toch niet hetzelfde als wij. Onze andere dieren zijn niet veilig als onze honden in de buurt komen. Het jagen zit ze zo in het bloed dat we ze ons ons kent ons niet bij kunnen brengen. Daardoor komt het bijvoorbeeld wat betreft de slangen maar steeds niet tot dat 'onze': ze vallen voortijdig ten prooi aan onze fanatiekste snakehunter Tibbe.


Ik vraag me wel eens af of ze zich bewust zijn van hun positie. Voor Thai is het een schrikbeeld dat je terugkeert als hond, omdat je niet goed geleefd hebt. Onze honden zouden dus zomaar een incarnatie kunnen zijn van een losbandig geleefd hebbend type. Ze lijken daar niet onder gebukt te gaan, maar volop van hun leven te genieten. Zo erg kan het niet zijn om als hond terug te keren. Lekker rondracen door de wei en als je mensen niet opletten snel op zoek naar plekken waar je onder de afrastering door kunt.  Een van de honden kwam laatst met een kip terug uit het dorp. Een hondenleven is zo erg nog niet.

Zo, en nu ga ik nog even in de cold tub zitten. Tussen onze guppies.

Bekijk de turtoise shell beetle, de lantern fly, de yellow spotted keelback, de agame en andere beessies op onze beessiesfotospagina.

13 april 2019

Sawadie pimai

Het is warm. Echt heel warm. Zo'n temperatuur waarbij je als je meteen na het douchen je tanden gaat poetsen al droog bent voordat je daarmee klaar bent. Zo'n temperatuur waarbij het drinkwater in de flessen net zo warm is als dat in het terminaalbad in Arcen. Zo'n temperatuur waarbij een koude douche te heet is om onder te staan. Zo'n temperatuur waarbij de door een ventilator veroorzaakte wind net zo warm is als een föhn. Remedies zijn er niet zo veel. Niets doen is het beste, dus eigenlijk ook geen blog schrijven over de hitte. De honden gebruiken die techniek; ze liggen voor pampus in de schaduw. Mieke heeft de nietsdoentechniek verbeterd: ze ligt een film te kijken met een soort lungi over zich heen die ze eerst kletsnat gemaakt heeft. Daardoor wordt de ventilatorwind ineens lekker koel. Met een pompflesje sprayt ze af en toe water in de luchtstroom. Dat zorgt voor extra verkoeling.


Zelf ben ik in de cold tub neergestreken. Doordat het 's nachts nog afkoelt tot een graad of 25 en er een rieten afdakje boven die tub staat, blijft het water daarin nog redelijk koel. De guppies zijn lekker druk met deze watertemperatuur en ze kwijten zich uitstekend van hun taak om muggenlarven te eten; afgezien van een uurtje rond de schemering hebben we geen last van die irritante prikbeesten. Ze doen het trouwens goed, die minivisjes. Het stikt van de jongen en de omvang van sommige vrouwtjes geeft aan dat er nog veel meer te verwachten zijn. Guppies zijn levendbarend, dus met een beetje mazzel zien we een keer hoe er een lading jongen wordt uitgeperst.

Uit het dorp waait muziek over en klinken steeds luidere stemmen en gelach. Het is Songkran, het traditionele Thaise nieuwjaar. In 1940 is Thailand overgestapt op "onze" kalender en sindsdien is 1 januari het officiële begin van het jaar. (De jaartelling is overigens niet aangepast: we leven hier nu in het jaar 2562.) Maar Songkran is nog altijd het grootste feest hier. Dankzij de beelden van de watersmijtpartijen is het ook het buiten Thailand meest bekende feest.


De naam Songkran is afkomstig uit het Sanskriet: samkranti, een aanduiding voor de passage naar het volgende sterrenbeeld, maar hier wellicht eerder bedoeld om de nieuwe cyclus van de zon aan te geven. (Dat laatste verzin ik ter plekke; ik ga niet gebukt onder enige kennis van het sanskriet.) Het traditionele Songkran is een feest waarbij jongeren hun (groot)ouders eren door ze water over de handen te gieten. Het gieten van een beetje water over een ander is ook een uiting van het toewensen van veel voorspoed. Songkran valt in de droge tijd en iedereen verlangt intussen weer naar verkoeling. Het wordt ook wel beschouwd als het begin van de regentijd, maar dat is helaas vooral wishful thinking. Het kan heel goed in april beginnen te regenen, maar de droogte kan ook tot in juni voortduren. Wellicht dat die combinatie van ceremonie en verlangen naar regen geleid heeft tot het waterfeest dat het nu is. Het zilverkleurige kommetje waarmee oorspronkelijk wat water werd gegoten heeft plaatsgemaakt voor supersoakers, tanks met pompen en waterslangen en andere hulpmiddelen om het zo nat mogelijk te maken.


Een andere gewoonte tijdens Songkran is het vegen van een wit smeerseltje op het gezicht van voorbijgangers. Van oorsprong is dit een symbolische manier om iemand bescherming te geven. Ook hier is de moderne tijd echter aan de haal gegaan met de traditie. Songkran geeft een jongen namelijk een legitieme gelegenheid om een meisje aan te raken, door wat wit op haar gezicht te smeren. Aanraken van iemand van het andere geslacht of het openbaar tonen van affectie zijn hier normaal gesproken zeer ongebruikelijk, dus dit is een buitenkansje. De echte waaghalzen durven zelfs, tot grote hilariteit van de groep waarvan ze deel uitmaken, een farang vrouw de besmeren.


สวัสดีปีใหม่ (sawadie pimai ofwel: gelukkig nieuwjaar)

(P.S. De honden waarvan ik dacht dat ze voor pampus lagen hadden zich in werkelijkheid onder het hek doorgewurmd om in het dorp naar wat lekkers te gaan schooien. Daarom was het zo stil.)


31 maart 2019

Smog, taal, solar, tuin

Afgelopen zomer passeerde Claudine, een vriendin van Mieke, ons dorpje, met in haar kielzog enkele Nederlandse gezinnen waarvoor ze als reisleidster optrad. We hadden haar aanbevolen om eens typisch Thais te komen lunchen in het plaatselijke restaurant. Claudine en Mieke hadden elkaar al ruim 15 jaar niet meer in levende lijve ontmoet, dus de lunch werd meteen een hartelijk weerzien. Claudine had de groep uitgelegd waarom de keuze voor een lunchplek uitgerekend op Nong Noi was gevallen en dat had de mensen nieuwsgierig gemaakt. Onder het motto "Ik vertrek, live" wilden ze wel eens kijken wat we gebouwd hadden en wat ons bezielde. De buschauffeur durfde het smalle weggetje naar Baan Din niet in, dus laadden we de helft van de groep in de achterbak van de pickup en na een tweede ritje was ons huisje omgetoverd tot een toeristische attractie met 17 bezoekers.

Natuurlijk kregen we allerlei vragen over onder meer de bouw, de techniek, de kosten en het leven in Thailand. Op een gegeven moment merkte een van de deelnemers op dat we heel enthousiast en positief over alles aan het vertellen waren, maar dat hij zich afvroeg of er ook dingen waren die ons erg tegenvielen. Een logische vraag, maar we stonden toch even met onze mond vol tanden. Ik geloof dat Mieke na lang nadenken nog wel de taal wist te benoemen, maar verder kwamen we niet.

Ook uit onze blogs straalt een louter positief beeld. En dat klopt ook wel. Voordat we überhaupt maar besloten om naar Thailand te verhuizen wisten we al dat de dingen hier heel anders gaan dan in Nederland. En voordat we daadwerkelijk vertrokken spraken we af om de dingen steeds te nemen zoals ze gaan. Dus vullen we zonder te mokken zinloze formulieren in, eten met smaak de maaltijd die we niet besteld hadden op, concluderen dat een naar ons begrip onlogisch aangelegde waterleiding gewoon water geeft en verven we de vloer die de bouwers precies die kleur hadden gegeven waarvan we gezegd hadden dat we die niet wilden. We hadden die voorbeelden kunnen noemen in antwoord op de vraag van de bezoeker, maar ze vallen wat ons betreft niet onder de tegenvallers.

Zoals dat zo vaak gaat, kwam het antwoord pas nadat de groep weer vertrokken was. Dat ik er nu, zo'n 8 maanden later, pas over schrijf komt doordat we er momenteel weer volop mee te maken hebben: smog. In Nederland is dat meestal een onzichtbaar verschijnsel, waar je je alleen van bewust wordt als er voor gewaarschuwd wordt. Hier is het een vieze mist. Na de regentijd begint die geleidelijk aan binnen te dringen. De bergen worden langzaamaan vager en ergens in januari verdwijnen ze helemaal uit het zicht. Afhankelijk van vooral de windkracht en -richting, en regen, komen ze soms weer even tevoorschijn, maar op andere momenten is zelfs de bosrand op een paarhonderd meter afstand in vuile nevelen gehuld. Thailand heeft de twijfelachtige eer om regelmatig in de top 10 van landen met de meeste smog te staan en de stad Chiang Mai heeft dit jaar al enkele keren de eerste plaats weten te bemachtigen.

November
Maart
We zouden natuurlijk naar het zuiden kunnen verkassen. Lekker aan zee, en een smog-coëfficient van 60. Nog altijd boven de als veilig beschouwde grens van 50, maar beter dan de 157 van Lampang (die overigens weer een stuk beter is dan de 287 die we een week geleden voor de kiezen kregen.


De ervaring leert echter dat binnenkort op Kalimantan, het Maleisische deel van Borneo, weer begonnen wordt met het op grote schaal afbranden van landbouwgrond. Dan krijgt ook het zuiden de volle laag. 

De overheid adviseert om mondkapjes te dragen en de planten vaker water te geven. De overheid vraagt overigens ook om in de droge tijd zuinig te zijn met water. Websites die de smog-waarden weergeven komen ook met tips, zoals: blijf binnen, ramen en deuren dicht en airco aan. Los van dat ons huis open is en geen airco heeft, is het bizar dat je de smog het beste kunt weerstaan met energieslurpende apparatuur die nog meer smog veroorzaakt. We zullen ermee moeten dealen.

Nu we toch bezig zijn: de taal mogen we inderdaad ook onder de tegenvallers scharen. Stiekem hadden we toch wel gehoopt na twee jaar wat minimale conversaties met Thaise mensen te kunnen voeren, maar daar zijn we nog mijlenver van verwijderd. Voor een deel komt dat doordat de mensen om ons heen, inclusief de Thai, vrijwel allemaal Engels spreken. Ons Engels is dus wel met sprongen vooruit gegaan, maar dat is niet zo belangrijk. Voor een ander deel ligt het simpelweg aan onszelf: we zouden gewoon iedere dag een uur moeten studeren. Dat voornemen rakelen we regelmatig op, maar sterft dan weer snel vanwege allerlei andere klusjes. Als gevolg daarvan blijven de sociale contacten in het dorp ook beperkt. Maarja, in Maashees woonden we ook achteraf, zonder contacten in het dorp, anders dan met de buren. We zijn wel een beetje kluizenaarstypes.

Misschien moet ook het zonne-energiesysteem bij de tegenvallende dingen genoemd worden. Het lijkt zo mooi: je monteert een zooitje panelen op je dak, paar accu'tjes, omvormer en klaar. Die paar accu's zijn er uiteindelijk maar liefst 8 geworden. En dan moesten we nog hemel en aarde bewegen om de installateur zo ver te krijgen, want die vond dat we er minimaal 16, maar eigenlijk zelfs 24 nodig hadden. De 8 accu's leveren net voldoende om 's avonds een paar ledlampjes te laten branden, de computer te gebruiken, een ventilator te laten draaien en de koelkast de hele nacht aan de gang te houden. De waterpomp gebruikt als hij draait niet zo veel stroom, maar op het moment dat hij aanslaat heeft hij zo veel nodig dat de omvormer problemen krijgt. De pomp moet dus op het aggregaat draaien. Gelukkig is die alleen nodig voor het bewateren van de tuin. Maar een systeem met 8 accu's die gemiddeld iedere 5 jaar vervangen moeten worden en ondersteuning van een aggregaat, dat valt niet alleen qua kosten, maar ook qua milieuvriendelijkheid best tegen.


Nou, okee, eentje dan nog: de tuin. Ook weer eigen schuld dikke bult, want we hadden ons voorgenomen maximaal 1 rai (1600 m2) te kopen en zitten nu op 2,25 rai. Dat is dus 2,25 keer zo veel onderhoud. De dikke kleilaag is bijna niet te bewerken en de jonge aanplant heeft dagelijks water nodig. En dan zijn er nog die vervelende kevers die zich overdag verborgen houden in nesten in de grond en in zich het donker tegoed komen doen aan allerlei planten. Ze zijn er niet het hele jaar, maar nu wel, en ze zoeken natuurlijk niet het kruidjeroermeniet uit, of andere woekeraars waar we graag vanaf willen. Nee, de stelregel is: wat wij mooi vinden vinden zij lekker. 


Maar er is hoop: veel planten hebben de kevervraatzucht van vorig jaar overleefd en we eten inmiddels tomaten uit eigen tuin. Aan de mangoboom zitten piepkleine vruchtjes en er hangt een noina aan de gelijknamige struik. Van de hydrocultuurtafels oogsten we regelmatig de lekkerste sla. Dus zo erg is het allemaal nou ook weer niet.

Uiteindelijk zijn tegenvallers natuurlijk slechts zo erg als je ze zelf laat zijn. Dat niet alles altijd precies volgens planning verloopt hoort bij het leven. Ook in Thailand. Vandaar dat we zo weinig mogelijk plannen. Een blog over tegenvallers staat in ieder geval niet meer gepland. Eentje in de 2 jaar is meer dan genoeg.

22 maart 2019

Verliezingen

Het is verkiezingstijd, niet alleen in Nederland, maar ook hier in Thailand. Zondag zijn de eerste verkiezingen sinds de militairen in 2014 de macht overnamen. Hoeveel partijen er precies meedoen weet ik niet, maar aan de verkiezingsposters langs de wegen te zien zijn dat er zeker 23. De versnippering is dus niet typisch Nederlands.

Sinds 2001 zijn alle verkiezingen gewonnen door (aanhangers van) Taksin. Hij is met name populair bij de plattelandsbevolking. Nadat hij bij een eerdere coup (de afgelopen 80 jaar was er al 12 keer een) als premier was afgezet en naar Dubai gevlucht, werden de eerstvolgende vrije verkiezingen gewonnen door zijn zus. Die werd op haar beurt door de huidige junta afgezet en woont nu bij broerlief.

Het patroon is al heel lang hetzelfde: de Bangkokse elite versus de meerderheid van arme plattelandsbewoners botst en ontaardt in een steeds grimmiger strijd. De regering krijgt steeds minder grip op de situatie en uiteindelijk grijpen de militairen in. De huidige machthebbers hebben beloofd dat met deze coup een eind aan alle coups gemaakt zou worden. Daartoe is onder meer de grondwet aangepast, iets wat hier nog vaker gebeurt dan coups. De Senaat wordt voortaan benoemd in plaats van gekozen, en er is een maximum gesteld aan het aantal zetels dat een partij in het parlement kan innemen.

Om dat maximum te omzeilen richtten de Taksin-getrouwen vervolgens een tweede partij op. Onduidelijk was hoe zij de kiezers over beide partijen dachten te verdelen, maar voordat die vraag beantwoord kon worden kwamen zij met de geniale zet om de oudere zus van de koning als lijsttrekker naar voren te schuiven. Publiciteit verzekerd, maar omdat het koningshuis boven de partijen staat ging het feest niet door. De koning riep zijn zus tot de orde en de kiesraad verbood de nieuwe partij wegens pogingen het koningshuis te politiseren.

Nu wordt het dus afwachten. Gaat de partij van de huidige machthebbers winnen? Helemaal gerust zijn ze daar niet op, want een van de nieuwe partijen heeft een jonge, charismatische leider die verrassend populair is. Over een paar dagen weten we het.

Dat jonge charismatische leiders voor verrassingen kunnen zorgen weten ze in Frankrijk al een tijdje en hebben we in Nederland inmiddels ook ervaren. Toen ik het nieuws over de laatste dagen voor de verkiezingen en de verkiezingsuitslag las verbaasde ik me weer over het gemak waarmee mensen hun eigen herkomst vergeten. Baudet lijkt me, gezien zijn achternaam, net als ik een nazaat van een gelukszoeker, die vanuit Frankrijk of Wallonië een beter en veiliger leven in Nederland probeerde op te bouwen. Een voorbeeld van geslaagde immigratie dus, als je de immigranten maar wel even de tijd gunt om te integreren. Vandaag de dag vinden we Fransen en Belgen bij "ons" horen, maar 200 jaar geleden was het naar Frankrijk langer reizen dan naar Thailand nu. Als PVV of FvD het indertijd voor het zeggen hadden gehad hadden mijn voorvaderen mogelijk de Bartolomeüsnacht niet overleefd en zouden jullie het zonder "Op weg naar Thailand" moeten stellen. Al filosoferend moet ik denken aan een artikeltje over de verblijfsstatus van gevluchte Hugenoten, dat ik ooit voor De Speld schreef. Het blijkt nog steeds online te staan (https://speld.nl/2012/03/02/hugenoten-moeten-terug-naar-thuisland/).


"Een nieuwe lente en een nieuw geluid", orakelde de tweede man van het FvD. Nadat eerder de aanslag in Utrecht al ten behoeve van de stemmenwinst was misbruikt, moest ook de beginregel van het epische gedicht "Mei" er aan geloven. Dichter Herman Gorter, mede-oprichter van de Sociaal-Democratische Partij (later Communistische Partij Nederland) restte niets anders dan zich omdraaien in zijn graf. Misschien had hij de ontwikkelingen wel voorzien. "En ze werd blind met open oogen", schrijft hij verderop in Mei.

Maar ik dwaal af: onze blog gaat over Thailand. En de Nederlanders die hier wonen weten natuurlijk als geen ander hoe heerlijk het is om je als immigranten welkom te voelen in je nieuwe woonland. Zelfs al kom je er alleen maar omdat het leven er zo goedkoop is of de vrouwen staan te trappelen om met je te mogen trouwen. Gelukszoekers, zouden ze in Nederland genoemd worden. Bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen stemden die gelukszoekers in meerderheid op de PVV.