07 juli 2020

De aap uit de mouw

De baas van Albert Heijn verdiende in 2018 zo'n 5 miljoen euro. Dat is 125 keer het gemiddelde salaris van de Ahold-medewerker. En ruim 400 keer het salaris van een vakkenvuller. Een vakkenvuller bij Albert Heijn verdient ongeveer 5 keer zo veel als een Thaise ongeschoolde arbeider. De baas van Albert Heijn verdient dus 2000 keer zo veel als laten we zeggen een Thaise kokosnotenplukker. De baas van Albert Heijn verdient dus per 2 minuten wat de Thaise kokosnotenplukker in een dag verdient.

De Thaise kokosnotenplukkers worden door Albert Heijn, dat aangestuurd wordt door de man die maar 2 minuten hoeft te werken om hetzelfde te verdienen wat zij in een hele dag opstrijken, onder druk gezet om zo goedkoop mogelijk te leveren. Om toch nog iets over te houden om van te leven hebben ze een handigheidje bedacht. In plaats van zelf de 30 meter hoge bomen in te klimmen, laten ze dat door apen doen. Die zijn daar veel handiger in en vallen er ook zelden uit, terwijl mensen nog wel eens omlaag donderen, hetgeen meestal niet goed afloopt.


De man die 2000 keer zo veel verdient als een Thaise kokosnotenplukker vindt het echter zielig voor die apen. Of, wat veel waarschijnlijker is, hij vindt het helemaal niet zielig voor de apen, maar er zijn beelden naar buiten gebracht van zielige apen en nu is de man van 5 miljoen bang dat zijn klanten denken dat Albert Heijn niet om zielige dieren geeft. Dus zou je denken dat hij spoorslags naar Thailand afreist, vraagt wat de meerkosten zijn als de apen niet meer worden ingezet, en aanbiedt die meerkosten te compenseren door een betere prijs voor de kokosnoten te betalen. Maar dat doet de baas van Albert Heijn niet. In plaats daarvan kondigt zijn bedrijf groots aan geen kokosnoten meer te kopen in Thailand. Hoe de noten in andere landen geoogst worden is niet zo belangrijk, als de mensen maar weten dat Albert Heijn erg betrokken is bij het wel en wee van de dieren. Ten minste, voor zover het geen koeien, varkens of kippen zijn. Want ook daarbij wil de zakkenvuller die 400 keer meer verdient dan de vakkenvuller het onderste uit de kan. Vandaar dat Nederlandse boeren onlangs een distributiecentrum blokkeerden. Net als de Thaise kokosnotenplukkers willen ze graag een eerlijke prijs.

Als er geen kokosnoten meer verkocht worden zitten de plukkers meteen zonder inkomen. Het sociale vangnet dat Nederland ondanks de fiscale trucs van de grote ondernemingen in stand weet te houden ontbreekt in Thailand. Het inkomensverschil tussen de baas van Albert Heijn en de (ex-)kokosnotenplukkers wordt dus nog groter. En intussen blijft Albert Heijn gewoon producten verkopen die ten koste van dieren gaan, maar die nog niet in aangrijpende filmpjes aan de kaak zijn gesteld.

Elke gelijkenis met kokosnootplukkende apen is louter toevallig

Ik heb ook wel mijn bedenkingen bij het inzetten van dieren voor allerlei doeleinden. Maar ik heb nog meer bedenkingen bij de door de marketingafdeling van bedrijven aangestuurde verontwaardiging. Als de dierenwereld het van Albert Heijn moet hebben ziet het er nog somberder voor ze uit dan het toch al doet.

Toevallig verscheen er vandaag op Thailandblog een reactie van een Nederlander die getrouwd is met de eigenaresse van een "apenschool". Hij weerspreekt uiteraard de beschuldigingen van mishandeling en doet dat behoorlijk goed onderbouwd. Over de opstellers van het rapport is hij niet echt genuanceerd, maar genuanceerdheid is ook bij die opstellers zelf ver te zoeken. In ieder geval is het interessant om de andere kant van het verhaal ook de lezen.

In Thailand hebben de critici van het westen inmiddels weer munitie erbij. Die westerlingen denken nog altijd voor te kunnen schrijven hoe men zich hier dient te gedragen. Uitgerekend de man die 2000 keer zo veel verdient als een Thaise dagloner hangt de moraalridder uit. Je moet maar durven.

Sorry hoor, maar ik moest echt even stoom afblazen. O, en de cijfers zijn bij benadering, dus ga ze niet na zitten rekenen.

05 juli 2020

Asalha Bucha

De Thai houden wel van een feestje, maar de afgelopen maanden gooide corona roet in het feestmaal. Songkran, de traditionele Thaise nieuwjaarsviering, werd dit jaar afgelast. In de aanloop naar Songkran horen we altijd feestgedruis, bestaande uit harde disco en valse karaoke, uit de naburige dorpen overwaaien, maar dit jaar bleef het stil. Pas de afgelopen week hoorden we weer muziek in de verte.

Vandaag is het Asalha Bucha, een van de belangrijkste boeddhistische feestdagen. Het is de dag waarop de Boeddha zijn eerste preek hield, nadat hij verlichting had bereikt. Zijn preek ging over de vier edele waarheden:
  1. er is lijden;
  2. het lijden heeft een oorzaak;
  3. de oorzaak van het lijden kan opgeheven worden;
  4. door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd.
Het achtvoudig pad laat zich het makkelijkst omschrijven als 8 levensadviezen:
  1. de juiste inzichten;
  2. de juiste bedoelingen (zonder bezitsdrang, wreedheid of boosheid);
  3. het juiste spreken (zonder roddels, leugens, laster en schelden);
  4. het juiste handelen (zonder geweld jegens mensen en dieren, en niet ten koste van anderen)
  5. de juiste levenswijze (een eerzaam vak uitoefenen);
  6. de juiste inspanning (om het heilzame te bevorderen);
  7. de juiste aandacht;
  8. de juiste concentratie.
De vier edele waarheden vormen de basis van de Boeddhistische leer. De preek vond plaats in een hertenkamp voor een gevolg van vijf aanhangers. Vandaag wordt ook gevierd dat een van de volgers ter plekke volledig begreep wat er gezegd werd en de stichter werd van de allereerste orde van Boeddhistische monniken.

(afbeelding van wikipedia)


Wij merken op zich niet zo veel van de Thaise feestdagen, behalve allerlei praktische dingen. Zo zijn er veel meer winkels dicht dan op een gewone zondag en wordt er geen alcohol verkocht. Dat laatste is een merkwaardig verschijnsel op feestdagen hier. Het aantal verkeersslachtoffers in Thailand behoort tot de hoogste ter wereld en alcohol speelt daarbij vaak een rol. Tijdens feestdagen bereikt het aantal ongelukken telkens weer een hoogtepunt. Om daar wat aan te doen is de verkoop van alcohol verboden. Maar omdat iedereen dat weet piekt de verkoop van alcohol telkens op de dag ervóór. 


Of het ook met Asalha Bucha te maken heeft weten we niet, maar vanmiddag stonden er twee mannen aan de poort te roepen, waardoor we wakker werden uit een verlate siësta. Ik gebaarde dat de poort open was, maar het is heel onthais om een dichte poort open te doen. Als het de bedoeling was dat je naar binnen mocht gaan, dan had de poort wel open gestaan, zo is de redenering. En dat die rare farang de poort dicht doen om de honden binnen te houden wil er hier niet in; waarom zou je je hond binnen willen houden? 
Toen ik eenmaal bij de poort was zag ik dat het twee mannen waren die ik wel vaker voorbij zie komen of in het dorp tegenkom. De ene had zijn telefoon in aanslag en maakte het ene plaatje na het andere, de andere tilde een plastic zak in op en zei iets wat ik niet kon verstaan, gevolgd door "pad krapao". Dat laatste begreep ik dan weer wel. Pad Krapao is een populair en erg lekker gerecht met gehakt en Thaise basilicum. Je kunt het bij veel streetfoodkraampjes kopen. In de plastic zak zaten twee andere plastic zakjes, waarvan een gevuld met pad krapao, en de ander met een soep waarin een stuk of zes hardgekookte eieren dreven, naast stukjes spek en wat ondefinieerbare organen. Tja, in Thailand wordt echt alles van het beest opgegeten, op de botten na. De mannen kwamen ons dus een maaltijd brengen. Ze sloegen de uitnodiging om binnen te komen af, de ene maakte nog maar een stelletje extra foto's en daarna klommen ze weer op hun bromfiets en reden terug naar het dorp. Het was de zoveelste blijk van gastvrijheid hier. We zijn onderhand de tel kwijtgeraakt.


Vanavond hebben we er rijst bij gekookt en zijn we de onverwachte maaltijd op het balkon van het gastenhuisje gaan opeten, in de hoop dat we de volle maan die hoort bij Asalha Bucha konden zien opkomen. De maan liet zich echter niet zien, naar we dachten vanwege de bewolking. Maar toen we later in de tuin liepen zagen we hem alsnog boven de bergen uitkomen, in een hele smalle reep tussen de top van de berg en de wolkenband er vlak boven. Een bijzondere ervaring.


Morgen is er weer een feestdag. Als in Thailand een feestdag in het weekend valt, is de maandag erna namelijk automatisch een vrije dag. Eigenlijk net als met Pasen en Pinksteren in Nederland. De "pech" die Nederlandse werknemers hebben als kerst of nieuwjaarsdag in het weekend vallen kennen ze hier niet. Hier kennen ze alleen dat alcoholverbod. Maar we hebben nog een biertje in de koelkast.

13 juni 2020

Etnisch profileren

De cartoonist van het tijdschrift dat ik uitgaf vertelde me ooit dat het enige figuurtje dat hij karikaturaal kon weergeven zonder bedolven te worden onder de boze reacties een witte man was. Eigenlijk is dat niet zo onlogisch. Karikaturale trekken zijn veelal uitvergrotingen van vooroordelen en witte mannen zijn zo'n beetje de enige groep die weinig tot geen nadelen ondervinden van de vooroordelen die over hen heersen. Voor alle overige groepen leiden de vooroordelen tot allerlei problemen, van moeilijkheden bij het vinden van woonruimte of een baan, tot het als potentiële fraudeur beschouwd worden door de Belastingdienst.

Het Nederlandse vooroordeel over Thaise mensen is dat die er per definitie op uit zijn om in Nederland te blijven, als ze eenmaal binnen zijn. De Thaise echtgenote van een vriend van ons ving ondanks dat ze hier al haar familie, twee huizen en een hele goede baan heeft een aantal keren bot bij het aanvragen van een visum. De Nederlandse immigratie-ambtenaren kunnen zich blijkbaar niet voorstellen dat iemand niet zo nodig in Nederland hoeft te wonen.

Het Thaise vooroordeel over westerlingen is dat ze allemaal rijk zijn. Vanuit Thais oogpunt gezien is dat trouwens ook zo. Vandaar dat de westerlingen zonder visum Thailand binnen kunnen reizen en zich redelijk gemakkelijk in het land kunnen vestigen. Er zijn financiële eisen en je moet je iedere 3 maanden melden, maar dat zijn verplichtingen die in het niet vallen bij de moeite die Thai zich moeten getroosten als ze in Nederland willen gaan wonen. Oja, en westerlingen moeten een hogere toegangsprijs betalen bij veel toeristische attracties en nationale parken. Er zijn Nederlanders die om die reden weigeren een Nationaal park te bezoeken en roeptoeteren dat ze gediscrimineerd worden. Wij zien het als een soort toeristenbelasting, die het mogelijk maakt de toegangsprijs voor Thai bescheiden te houden.

Voor ons, bevoorrechte wereldburgers, is het lastig te doorgronden waarom mensen zich gediscrimineerd voelen. Ook wij zijn er oprecht van overtuigd dat we nooit en te nimmer discrimineren. Maar of iets voor een ander als discriminerend voelt, dat kunnen we zelf helemaal niet bepalen. Dat kan alleen die ander.


De corona-uitbraak geeft ons momenteel een miniem plaatje van hoe het voelt om op basis van je huidskleur achtergesteld te worden. Het openbaar vervoer is nu namelijk alleen voor Thaise mensen. Ook de beroemde Wat Pho in Bangkok weert buitenlanders. Nu waren we toch al niet van plan om met bus of trein te gaan reizen, en Bangkok is 600 kilometer van hier dus van de uitsluiting van tempelbezoek hebben we ook geen last, maar voor het eerst in ons leven maken we een keer mee dat iets niet kan omdat we wit zijn. De officiële lezing, dat alle corona-besmettingen vanuit het buitenland komen, snijdt geen hout, want wij waren voor de corona-uitbraak al in Thailand en sommige Thai zijn recentelijk nog in coronagebieden geweest en vormen dus een groter risico. Maar in die ongerijmdheid schuilt nou net het wezen van de discriminatie. Het is een achterstelling waar geen enkele logica achter zit. Voor een groot deel van de wereldbevolking gaat die achterstelling heel veel verder dan niet met de bus kunnen of niet in een tempel mogen. Dat Piet Hein, Witte de With en Zwarte Piet het moeten ontgelden en dat Columbus van zijn sokkel getrokken is kan ik me steeds beter voorstellen. Ook zonder te discrimineren genieten we allerlei voorrechten die mensen met een andere kleur niet hebben. Of we dat nou willen of niet.

O, en toen onze cartoonist op een gegeven moment de witte man Petrus bij de hemelpoort in een cartoon verwerkte leidde dat overigens toch tot opzeggingen; uitzonderingen bevestigen de regel.

02 juni 2020

Animal farm

Ook op onze Animal Farm zijn alle dieren gelijk, maar sommige wat meer gelijk dan anderen. Natuurlijk willen we niets liever dan alles wat aan komt lopen of vliegen pamperen en voeren, maar er zijn helaas ook dieren die het je wel heel erg lastig maken om ze schattig te blijven vinden. Zeker als ze met honderden tegelijk ons territorium betreden, zoals de vliegen momenteel doen. Die hebben hier ook nog een groot doorzettingsvermogen als het om het verkrijgen van lekkernijen gaat. Als ik 's morgens het ontbijt sta klaar te maken, staat alles dus onder een soort miniklamboetje. Maar ben ik dan aan het snijden van de mango toe, dan moet dat gewoon op een plankje op tafel gebeuren, en dan grijpen ze hun kans. Ze gaan brutaalweg op het mes zitten, of op de hand waarmee ik de mango vasthoud. Als ik niet uitkijk schuif ik er een paar met fruit en al in de ontbijtkommetjes. Ik heb al een zekere handigheid ontwikkeld om de miniklamboetjes met mijn elleboog te openen en sluiten, want als ik dat doe met een hand waar nog wat fruitresten aan zitten ziet alles meteen zwart van de vliegen. 

Erger is het nog als we vruchtensap of smoothies maken. Met een beetje pech duiken er nog een paar de blender in precies op het moment dat je die aanzet. Moet ik nog meer vertellen, of kunnen we nu op enig begrip rekenen voor het feit dat we vliegenvangers gebruiken? Sinds we daarmee begonnen zijn kunnen we weer een beetje fatsoenlijk met het bereiden van de maaltijden bezig zijn.

Ook muggen vallen in de categorie die op weinig symathie kan rekenen. Nadere toelichting lijkt me overbodig. Net zo irritant als de muggen zijn de hele kleine miertjes. Daar heb je in eerste instantie totaal geen last van. Pas als ze ergens klem komen te zitten gaan ze prikken. Nu hebben ze de gewoonte om je slippers binnen te wandelen, of langs je benen omhoog te lopen. Uiteindelijk komen ze dan onvermijdelijk ergens klem te zitten. De prikjes zijn nog wel te boven te komen, maar de jeuk die daarna begint is om gek van te worden. Een goeie remedie tegen de mieren hebben we nog niet echt. Gelukkig zijn ze alleen irritant, maar niet schadelijk, in tegenstelling tot de muggen die dengue kunnen verspreiden. Insmeren is dus iedere avond het devies.

Om de muggenpopulatie zo veel mogelijk te minimaliseren zetten we guppies in. In alle potten en vijvers waar water in zit, zitten de kleine visjes. Ze zijn dolop de muggenlarven. Het zal duidelijk zijn dat de guppies een stuk gelijker zijn dan de muggen, vliegen en miertjes. Ook de tjiktjaks kunnen op onze sympathie rekenen. Zij vangen de nodige insecten weg. We proberen ze af en toe onze dankbaarheid te tonen, maar ze zijn te schuw om beloningen in ontvangst te nemen. De toekeh doet dat dan weer wel. Die laat zich de meelwormen die we hem voorzetten goed smaken. De meelwormen zelf hebben een weinig benijdenswaardige positie. Eigenlijk zijn ze op geen enkele manier lastig of schadelijk, maar ze hebben gewoon de pech dat ze onweerstaanbaar lekker zijn voor veel andere dieren. Die eigenschap delen ze met de krekels. 

De gelijkste dieren hebben hun eigen territoria in de tuin. De drie zijdehoenders scharrelen het hele landje over en kunnen ondanks hun nare gewoontes om op het terras te schijten en om de paar weken 3 weken broeds te zijn nog altijd op onze sympathie rekenen. Een paar verse eitjes maken veel goed.
De vier landschildpadden groeien flink. Ze hebben een afgeschermd stukje tuin dat ze delen met de twee egeltjes. Daar houden ze het gras zelf kort. Als ze nog een stukje gegroeid zijn kunnen ze in de hele tuin gaan grazen. Dat scheelt ons dan weer gras maaien: een win-winsituatie.


Inmiddels staat er ook een grote voliere in de tuin. Aan de ene kant woont Bardje de baard-agame, die net als de egels graag een paar meelwormen en krekels verschalkt. En aan de andere kant huizen Izzy en Sammy, twee kromsnavels die binnenkort gezelschap krijgen van Ziggy en een nu nog naamloze halsbandparkiet. En dan zijn er nog de vele vissen en de 5 schildpadden in de vijver aan het terras. Eerst waren er 6 schildpadden, maar de grootste was op een gegeven moment verdwenen. Hij bleek via een onhandig geplaatste filter uit het water gekropen te zijn en woont nu in de grote vijver elders op het landje.


Tibbe en Yindee completeren het gezelschap van de gelijkste dieren. Ze weten feilloos welke dieren er bij onze kudde horen. De kippen kunnen bijvoorbeeld rustig de hele dag rondrommelen zonder door de honden lastiggevallen te worden en ook de egeltjes en schildpadden hebben niets te vrezen. Wat de honden missen is het gevoel voor schattigheid waarmee wij ons onlogische onderscheid tussen dieren maken. Wat niet bij de kudde hoort wordt opgejaagd. Draakjes, kikkers, uit het nest gevallen vogeltjes, we krijgen de honden niet geleerd dat ze die met rust moeten laten.


Twee weken geleden waren er nieuwe bewoners in, of beter gezegd onder het kippenhok gaan wonen. Ze hadden 3 gangen van een centimeter of 10 doorsnee gegraven. Flinke jongens dus. Eerst hebben we de gangen dichtgegooid, maar de dag erna waren ze weer open en was er zelfs nog een gang bijgekomen. Nadat dat zich de volgende dag weer herhaald had hebben we 's nachts vallen gezet en de volgende ochtend bleken daar twee van de boosdoeners in te zitten. Enorme joekels van ratten. Na mijn ziekte van Weil van anderhalf jaar geleden behoren die nog minder tot mijn vrienden dan ze al deden. Ik heb ze een paar kilometer ver weggebracht en daar losgelaten. 

(Link naar de videoop youtube: https://youtu.be/spSvmL8N-Es)

Eergisteren zat er een zo mogelijk nog groter exemplaar in een van de vallen. Buurman Ien kwam net aanrijden en die had er wel belangstelling voor. Er blijkt een heuse rattenslager in het dorp te zitten. Daar brengt Ien de rat naartoe en een paar uur later kan hij hem barbecue-klaar weer ophalen. Het schijnt een lekkernij te zijn. Ook in Nederland is dat bekend, alleen is het daar om een of andere reden niet toegestaan om ze als voedsel aan te bieden, hoewel er inmiddels een restaurant ontheffing van dat verbod heeft gekregen. Ook de bloglezers in Nederland kunnen het dus eens proberen.


27 mei 2020

This is Thailand

De vaart zat net weer een beetje in de blogproductie, maar de laatste is toch al weer van 3 weken geleden. De warmte die ons zelf flink parten speelt leek ook onze computer te veel te worden. Eerst konden we nog 's morgens vroeg en 's avonds werken, maar de laatste dagen hield het ding het telkens na een minuut of 10 wel voor gezien. We waren ons al aan het voorbereiden op een noodzakelijke forse uitgave aan een nieuw apparaat, toen onze vriend Phan nuchter opmerkte dat we toch konden kijken of ie gerepareerd kon worden. Domdomdom dat we daar niet zelf aan gedacht hadden. We hadden het ding nota bene al eens eerder laten repareren.

Een goede reden dus, om weer eens naar het computermeisje te rijden. Ik wist haar duidelijk te maken dat de computer stopte als het te warm werd. Dat bleek een probleem dat haar herstellende capaciteiten te boven ging, maar niet getreurd... of ik maar even mee wilde lopen. Het computermeisje nam me mee naar de overkant van de straat, waar een computermannetje bleek te zitten. Hij wilde de boel wel checken, maar dat zou wel even duren. Hoelang? vroeg ik, me voorbereidend op 2 computerloze weken. "1 á 2 uur", was het antwoord. 2 uur later reed ik naar huis , nadat ik de prettige prijs van 50 Baht (€ 1,45) had afgerekend en vooralsnog doet ie het weer, zelfs in de warmte.

"This is also Thailand" zeggen we dan tegen elkaar. "This is Thailand", meestal afgekort tot TiT, is een verzuchting die vaak geslaakt wordt door buitenlanders die, hoe lang ze hier ook wonen, nog altijd verwonderd kunnen zijn over hoe zaken hier soms gaan. Zo wordt bij veel winkels en andere openbare gebouwen je temperatuur gemeten voordat je naar binnen mag. Bij de Makro hebben ze een gigagrote ventilator naast de ingang gezet, met 2 rijen stoeltjes ervoor. Is je temperatuur te hoog, dan word je op zo'n stoeltje gezet, waarna je het na 5 minuten nog eens mag proberen. This is Thailand.

Al ruim een week mag ik elke morgen naar het ziekenhuis om een ontstekingswond te laten schoonmaken. Dat gebeurt hier op de emergency, zeg maar de spoedeisende hulp. Hier in Thailand is dat de afdeling waar je binnenkomt als je nog niet precies weet waar je heen moet, maar ook een soort multidisciplinaire polikliniek. Voordat ik naar binnen mag wordt uiteraard mijn temperatuur gemeten. Binnen moet ik een paar minuten wachten waarna mijn bloeddruk wordt gemeten, en ... mijn temperatuur. Dan mag ik de behandelruimte in, waar 4 behandeltafels staan met gordijnen ertussen. Als ik Thais zou verstaan kon ik volop meegenieten van de gesprekken tussen patienten, verpleging en artsen. De verpleegster trekt steriele handschoenen aan en pulkt het verband van mijn rug. Ze laat zien wat ze vandaag aan rommel heeft aangetroffen en tilt dan met haar gehandschoende hand de deksel van een pedaalemmer op om de troep weg te gooien. "This is Thailand", denk ik.
Na nog wat pulkwerk gaat er een nieuw verband op en mag ik weer gaan, als ik me nog wel even bij de kassier vervoeg. Daar moet ik dan een bedrag afrekenen dat telkens anders is, maar rond de 300 Baht ligt. Nog geen tientje dus. "This is also Thailand."

Als ik naar buiten loop word ik allervriendelijkst toegewaid door de temperatuurmeetploeg bij de ingang. Ik ben inmiddels al een bekende verschijning. Als ik omkijk en ze met een paar nieuwe patienten in de weer zie vraag ik me af hoe het tafereeltje eruit zou hebben gezien als er nog steeds met kwikthermometers gewerkt moest worden. Ik wil het antwoord niet weten.


Wat ook Thailand is merkten we gisteren. Buurman Toey kwam het landje oplopen met zijn armen vol. Een zak rijst, een flesje bakolie, 30 eieren en een paar zakjes noedelsoep. We kregen een voedselpakket. Natuurlijk zeiden we dat hij dat beter aan mensen kon geven die dat harder nodig hadden dan wij, maar daar wou hij niet van weten. Het bleek dat het hele dorp geld naar draagkracht had gedoneerd, waarna van de opbrengst de voedselpakketten waren gekocht die vervolgens weer aan iedereen werden uitgedeeld. Wie 20 Baht had gedoneerd kreeg hetzelfde pakket als wie 100 of 500 Baht had gedoneerd. Zo werkt solidariteit dus. This is also Thailand.

Natuurlijk voelden we ons behoorlijk opgelaten, want we wisten niets van de inzamelingsactie. Toey vond het zo te zien niet iets om moeilijk over te doen. Er was gewoon een pakket voor iedereen, en daar horen wij ook bij. This is Thailand too. We hebben Toey wel op het hart gedrukt dat hij het ons een volgende keer moet melden als er een inzameling is.

Ennehhh... ook dit is Thailand


07 mei 2020

Te vroeg gejuicht

We waren het even vergeten, maar zijn inmiddels hard met de neus op de feiten gedrukt. Als de regens beginnen is het hete seizoen weliswaar ten einde, maar begint het benauwde seizoen. De temperaturen lopen een paar graden terug, maar de luchtvochtigheid neemt enorm toe, waardoor het veel warmer aanvoelt dan het is. Waar we het hete seizoen relatief gemakkelijk doorstaan loopt nu 's morgens vroeg het zweet al in stralen over onze lijven.
Het begrip gevoelstemperatuur, dat in Nederland meestal bij extreme kou van stal gehaald wordt, blijkt geen loze praat te zijn. Vorige maand was het 41 graden en was dat ook de gevoelstemperatuur. Vanmiddag was het hier iets koeler, 39 graden, maar de gevoelstemperatuur was maar liefst 47 graden. We hadden ook de indruk dat het niet eerder zó warm was geweest.


Te vroeg gejuicht dus, en dat is ons de afgelopen dagen vaker overkomen. Bijvoorbeeld toen we juichten omdat de grote boom de eerste storm doorstaan had. Vanmiddag rommelde het zoals gewoonlijk weer wat in de verte en op een gegeven moment vielen er zelfs een paar druppels, maar dat stopte ook weer. Totdat de weergoden in een keer vol op het orgel gingen. Eerst door alleen een enorme plensbui over ons uit te storten, maar vervolgens door daar gigantische stormwinden aan toe te voegen. Dachten we eerst nog buiten, onder het dak te kunnen blijven zitten, uiteindelijk moesten we naar binnen om het droog te houden. Van daaruit zagen we het gebeuren. "De boom staat scheef", zei Mieke. Heel even had ik de illusie dat de wind wat minder werd, maar bij de volgende vlaag was het gebeurd.


Gisteren juichten we omdat de restaurants weer open mochten. In tegenstelling tot in Nederland zijn de meeste restaurantjes hier geen luxe locaties. In een simpel Thais eettentje eet je goedkoper dan wanneer je zelf kookt. Veel Thaise mensen hebben om die reden niet eens een keuken. Gelukkig kon er de afgelopen weken wel gewoon eten afgehaald worden. Maar wij wilden wel weer eens in een restaurant eten waar we al maanden niet geweest waren, dus we reserveerden een tafeltje. Kort daarna kwam buurman Toey aanlopen, met de mededeling dat we de boel een beetje in de gaten moesten houden, want hij ging zijn landje afbranden. Herinneringen kwamen boven aan een slecht uitgemaakt barbecue-vuurtje dat vorig jaar ons land op kroop terwijl we al in bed lagen. En aan de fontein die opspoot toen een vuurtje van Toey onze waterleiding deed smelten.


Dus zaten we 's avonds niet in het restaurant, maar gewoon thuis met een halve fles bier, een zak chips en een instant noedelsoepje. Het vuur heeft deze keer ons landje niet bereikt. Daar konden we dan in ieder geval nog over juichen.


01 mei 2020

Regen!

De weersvoorspellingen waar ik de vorige keer over schreef zijn helemaal uitgekomen. De temperaturen zijn een stuk omlaag gegaan en, veel belangrijker, het is gaan regenen. Tot ons grote geluk gebeurde dat niet in de vorm van de gebruikelijke giga-plensbuien waar het regenseizoen meestal mee start, maar met een gestaag vallende bui. Ideaal om de planten van water te voorzien, zonder de grond meteen dicht te slaan. Na die eerste goede bui heeft het iedere 1 á 2 dagen weer geregend en geonweerd. Hopelijk blijft dat voorlopig zo, maar de droogte kan ook zomaar een tijdje terugkeren. Ik zie de voorspelde temperaturen in de loop van de volgende week al weer naar de 39 klimmen.


Het is natuurlijk hartstikke lekker dat we van het planten water geven verlost zijn, en het is heerlijk om in zo'n verkoelende bui te gaan staan, maar het allergrootste voordeel van de regens is dat ze de smog uit de lucht spoelen. Voor het eerst sinds januari zien we weer blauwe lucht met witte wolken en zijn de bergen van Khun Tan weer zichtbaar.


We waren gelukkig precies op tijd klaar om de vijver te kunnen afdekken tegen de regen. Dat klinkt nogal absurd, maar helaas is het nodig. De smog van de afgelopen 4 maanden zit namelijk niet alleen in de lucht, maar is ook neergeslagen op de grond en alles wat daarop staat, waaronder het dakje dat half boven de vijver zit. De eerste buien spoelen de vuiligheid van de daken af. Die vuiligheid willen we echter niet in de vijver hebben. Bij enkele vrienden van ons zijn vorig jaar na de eerste regens alle vissen gesneuveld. Dat wilden we graag voorkomen. Het geïmproviseerde afdakje heeft stand gehouden, ook bij de stormen die we na die eerste bui alsnog gehad hebben.
Om dezelfde reden zorgen we er overigens ook voor dat het water van de eerste regens niet in onze regenwater-opvang terecht komt. We kunnen de regenpijpen wegdraaien en dat hebben we ook gedaan. Zodra het dak schoon is gespoeld draaien we ze weer boven de grote kruiken die voor en achter het huis staan.

De eerste stormen waren niet alleen spannend vanwege de vijver. Er staat namelijk ook een grote boom in de tuin, die nog niet zo heel lang geleden is geplant nadat een eerder geplante joekel van een boom het niet had gered. Dat is ook typisch Thais. Je kunt hier behoorlijk grote bomen kopen,die vervolgens voor je worden geplant en in de weken daarna nog ten minste twee keer worden gecontroleerd en verzorgd. Gaat zo'n boom niettemin toch dood, dan krijg je een andere, zelfs al was er, zoals in ons geval, sprake van omwaaien door natuurgeweld. De nieuwe boom heeft de eerste krachtproeven in ieder geval doorstaan.


Wat nog meer spannend was, was het nieuwe huisje dat sinds een maand achter in de tuin staat. Het is een klein, min of meer traditioneel Thais houten huisje, dat we echter op palen van 2 meter hebben laten zetten. Thaise huisjes staan vaak een stukje van de grond om ongedierte buiten te houden, maar wij wilden het graag op hoge poten hebben, zodat de ruimte eronder ook geschikt is om uit de zon en regen te kunnen zitten.


Ook het huisje heeft het gehouden. De afgelopen week hebben we een hele simpele half-open badkamer eronder gemaakt. Verder blijft het heel eenvoudig. Een bed, een klein tafeltje, een open kastje. Er komt nog een minimale stroomvoorziening met een zonnepaneeltje in, en we overwegen de warmwatervoorziening te maken door middel van een zwarte waterleiding-spiraal die in de zon komt te liggen. Simpel dus, maar met een geweldig uitzicht vanaf het balkon, waar we tegenwoordig af en toe gaan zitten om te eten of koffie te drinken.


Intussen begint het in de verte weer te rommelen. Tijd om af te sluiten. Als het weer gaat regenen kan de computer beter veilig binnen staan.