22 december 2017

Koude Thai en warme farang

Ook in Thailand is het winter. Vroeger moesten we altijd een beetje grinniken om die Thai die bij 25 graden een vest aantrokken en een muts op zetten. Vandaag liep ik al een tijdje met mijn vest aan, toen ik eens op de thermometer keek: 25 graden. Koud hoor. De afgelopen twee ochtenden was het 's morgens vroeg maar net 10 graden. 's Nachts hebben we zo maar een dekbed nodig. Echt afzien hier.

Vanmorgen waren we op zoek naar een stofje om als gordijn te kunnen gebruiken. Sommige winkeltjes op het marktje op Robwiang, bij de klokkentoren, waren al open, dus we namen daar ook een kijkje. Er zat niet bij wat we zochten, maar er hingen wel wat leuke rokjes waar nog naar gekeken moest worden. Intussen zag ik dat de uitbaatster rillend in haar handen stond te blazen. Het was ook maar 18 graden. Wat doe je dan als farang met warme handen?


Uiteindelijk hebben we nog wel een rokje gekocht. Mijn warme gebaar betaalde zich uit in een korting van 20 baht. Zo begon de dag voor iedereen met een warm gevoel.

16 december 2017

I did it Thai way

Om de dag rijden we nu aan het eind van de middag even naar het landje om de net geplante planten water te geven en even van het landschap in het laatste licht van de dag te genieten. Ondanks dat Nong Noi een gehucht van een paar huizen is, ligt er een restaurant van respectabele afmetingen. De weg waaraan het ligt is een zijweg van de 1039, de grote weg van Lampang naar Hang Chat. Veel toevallige voorbijgangers zullen er niet komen. Vandaag vonden we dat we als aanstaande dorpelingen toch maar eens het restaurantje moesten proberen. Bingo! Laat het nou een van de lekkerste Thaise eettentjes blijken te zijn waar we ooit gegeten hebben.


De eigenaar/kok en zijn vrouw hadden we tijdens de crematieceremonies vorige week al ontmoet. Ze spreken een klein beetje Engels en wij wat minder Thais, maar met elkaar kwamen we wel uit de menukaart. Zo goed en zo kwaad als het ging wisten we toch een aardig gesprekje met ze te voeren en de uitnodiging om een keer overdag de tuin te komen bekijken is al op zak. Intussen aten we een goddelijke tom yam kung met een paar enorme king prawns en iets wat uiterlijk een beetje op larb leek, maar het niet was, en ook zeer goed smaakte. Lekker dat dat straks zo maar bij ons om de hoek ligt.

(Deze zomer hielp Nei mee met rijstkaf scheppen voor het proefbouwsel)
Vandaag hebben we ook een begin gemaakt met ons deel van de bouwwerkzaamheden. Hier in Nang Lae is een hele kleine rijstmolen. De eigenaar zit altijd in zijn tuin houten schalen en andere objecten te maken, die vermoedelijk hun weg vinden naar een van de winkels langs de snelweg, of naar een bedrijf dat Thailand-souvenirs verkoopt. We zijn er vanmorgen binnengelopen om te vragen of we rijstkaf mochten hebben. Dat afvalproduct van de rijstproductie vormt namelijk de basis van de muren van ons huis. We mochten onze zakken komen vullen en zo staat de eerste 3 vierkante meter aan toekomstige muur inmiddels in onze kelder.


Uiteindelijk worden ze tegen een van bamboe gevlochten frame geplaatst en daarna met leem afgesmeerd. Voor het zover is moeten we nog een keer of 10 eenzelfde hoeveelheid zakken vullen. Zo'n hoeveelheid kan de plaatselijke rijstmolen niet leveren, maar gelukkig staat in Nong Noi een hele grote rijstmolen die graag van het kaf afwil dus daar kunnen we straks het nodige ophalen.

(De foto is van een proef-hutje dat we hier in Nang Lae aan het bouwen zijn)
De communicatie met de mensen in Nang Lae en Nong Noi verloopt nog grotendeels met handen en voeten en google translate, maar het gaat wel steeds beter. Zo weten we nu dat de mevrouw van het restaurant drie dochters heeft en geen zonen. Ik probeerde haar vervolgens te vertellen dat ik de jongste ben van 4 zonen, in een gezin zonder dochters. Het Thais kent een aparte benaming voor oudere broers en jongere broers, en na mijn houterige phom phie chaay saam (dat zal ongetwijfels anders gezegd moeten worden) zei ze "you youngest!" De boodschap was dus in mijn Nederthais toch blijkbaar overgekomen.

Waar de taal nog wel een tijdje problemen op zal leveren, gaat het inburgeren op andere gebieden voorspoedig. Klusjes, bijvoorbeeld. Hier wordt een probleem vaak op de makkelijkste wijze opgelost, ook als dat betekent dat de oplossing niet duurzaam is. Nu hebben, of beter gezegd hadden, we een waterprobleem. Sinds we terug zijn van 3 weken tijdelijk wonen in Lampang doet de watervoorziening het nog maar 1 of 2 uur per dag, meestal vroeg in de avond. Zodra we horen dat de stortbak van het toilet weer begint te vullen, het signaal dat er weer water is, racen we naar de badkamer voor een was-/douchebeurt. Gelukkig had de huiseigenaar tijdens onze afwezigheid de pomp in de tuin gerepareerd en is er wel de hele dag water vanuit een tappunt in de tuin. Ik had al een provisorische buitendouche geknutseld, maar het bleef onhandig, vooral het afwassen, dat buiten op de grond moest gebeuren.

Gisteren realiseerde ik me ineens dat een ander tappunt in de tuin niet op die pomp, maar op de dorpswaterleiding was aangesloten. Dat leidde tot Thaise oplossingsgerichtheid. Ik bedacht dat als ik de twee tappunten met elkaar zou verbinden, ik het pompwater via omgekeerde weg in mijn waterleiding zou moeten kunnen pompen. Vandaag heb ik met een simpele tuinslang die verbinding gemaakt, van beide tappunten de kranen opengezet en voilà: de stortbak begon vol te lopen en de douche had nog nooit eerder zo veel druk. Uiteraard heb ik de hoofdkraan bij de watermeter dichtgezet, anders zou ik het hele dorp van water gaan voorzien. De oplossing is allesbehalve duurzaam, maar omdat we hier toch maar tijdelijk wonen en geen zin hebben om geld te steken in de slecht onderhouden woning, is het voor ons prima. De slang kunnen we straks gewoon afkoppelen en in het nieuwe huis gebruiken.


I did it Thaiiiiiiiiii wayyyyyyyyy!


10 december 2017

Een crematie in Nong Noi

Een sterfgeval in Nong Noi, het gehucht dat het dichtst bij ons landje ligt. Een jongen van 19 is bij een motorongeluk omgekomen. Dat Thailand de treurige eer heeft in de top 3 van landen met de meeste verkeersslachtoffers te staan, heeft vrijwel volledig te maken met de populariteit van de motorfietsen (een "brommer" van minder dan 50cc vind je hier niet) en het gebrek aan degelijke rij-opleiding. 80 kilometer per uur, geen helm op, geen licht, links en rechts om het andere verkeer heen scheurend, het kan hier allemaal. En heel vaak blijkt het dan ineens niet te kunnen. Of blijkt een automobilist, waarvan de rijopleiding vooral uit een kleurentest, een reactietest en het bekijken van een video bestaat, te vinden dat auto's altijd voorrang hebben op motoren of dat een motor als tegenligger absoluut geen reden is om te wachten met inhalen. En dan zijn er natuurlijk nog de vele loslopende honden en de onverwachte diepe gaten in de weg die de motorrijder doen lanceren. Zonder de vaak heel jonge motorslachtoffers zou Thailand in de ongevalstatistieken een aardige middenmoter zijn.

De jongen was familie van Tui, onze buurman die ook de nodige klusjes uitvoert, zoals het uitgraven voor en storten van de fundering en vloer, en het bouwen van de basisconstructie. Omdat Nong Noi, dat misschien zo'n 20 huizen telt, de gemeenschap is waar we straks deel van gaan uitmaken en iedereen daar ons inmiddels al kent of op zijn minst over ons gehoord heeft, vinden we dat we acte de présence moeten geven.

Woensdagavond was de eerste ceremonie, in het ouderlijk huis van de jongen. Er was een grote tent aangebouwd met plaats voor het hele dorp, zo'n 100 man schat ik. Bij binnenkomst schalt er Thaise disco knoerthard uit de speakers. We worden heel hartelijk welkom geheten door de ouders, die we met handen en voeten en ons ingestudeerde zinnetje onze deelneming betuigen. Dan worden we naar de voorste rij gedirigeerd om daar plaats te nemen.

Voor ons op de grond is nog een vak waar de naaste familie gaat zitten, en daarachter een kleine verhoging. Na een half uurtje stopt de disco en komen vier monniken binnen die op de verhoging plaatsnemen. Een man die we maar de uitvaartleider zullen noemen spreekt en chant voor ons niet te volgen teksten. Soms neemt een van de monniken het over. Intussen is het in de tent een tamelijk geanimeerde bedoening. Er wordt rondgelopen, met elkaar gepraat, facebook gecheckt, foto's gemaakt en appjes verstuurd. Een deel van de aanwezigen volgt de ceremonie wat meer nauwgezet, en we zien al snel dat het op sommige momenten de bedoeling is je handen samen te brengen. Tui is intussen achter ons komen zitten en heeft de rol van persoonlijke begeleider op zich genomen. Als ik iets te laat ben klinkt "khun Frenk: hands" van achter en als Mieke haar handen wat te lang bij elkaar houdt is het : "hands okay now, khun Mik".

Op de momenten die echt belangrijk zijn stopt overigens iedereen met praten, appen, rondlopen en andere activiteiten en brengt devoot de handen bij elkaar.

Als de ceremonie voorbij is komen de ouders nog een keertje ons heel erg bedanken dat we gekomen zijn. Het is in Nong Noi nog nooit eerder voorgekomen dat er farang bij een dorpsevenement aanwezig waren. Wij bedanken op onze beurt de ouders omdat we deel mochten uitmaken van de ceremonie en betuigen nogmaals onze deelneming. De jongen blijkt hun enige kind geweest te zijn. Met de dood wordt in het Boeddhisme anders omgegaan dan in het westen, maar dat laat onverlet dat het verlies van je enige kind ook hier een traumatisch gebeuren is. Je leven staat van de ene op de andere minuut op zijn kop, en dat is de arme ouders aan te zien.

Zaterdagmiddag was de crematie. Zowat elk dorp in Thailand heeft een crematorium. Qua vorm doet het vaak denken aan een kleine tempel, maar met een schoorsteen eraan. Daarnaast ligt dan een grote overdekte vloer, soms met vaste banken. In Nong Noi is het crematorium nog helemaal open; het is meer een podium op een grote open plek, met daarnaast wel de overdekte plaats voor de bezoekers. De voorste rijen, met plastic stoeltjes, zijn nu bestemd voor de notabelen. Daarachter staan betonnen bankjes voor de gewone mensen, waartoe wij gelukkig ook blijken te behoren.

De ceremonie van vandaag draait voor een groot deel om offers die in de vorm van giften aan de monniken worden gebracht. Telkens wordt er iemand naar voren geroepen om daar iets overhandigd te krijgen dat vervolgens bij een monnik moet worden neergelegd. Pong heeft ons er intussen op voorbereid dat ook wij aan de beurt komen en geeft ons gelukkig ook een seintje als het zo ver is. Wij hebben dan alvast kunnen bekijken wat er van ons verwacht wordt. Ik loop naar de tafel waar de offers overhandigd worden, neem met een wai en buiging een envelop in ontvangst en laat me dan door een soort ceremoniemeester de juiste monnik aanwijzen. Met mijn lengte en weinig atletische figuur is het onmogelijk om me kleiner dan de zittende monnik te maken, maar met een buiging en wai denk ik mijn goede intentie wel duidelijk te maken en leg ik mijn envelop op de flinke stapel offers die er al ligt.

Dan mogen de notabelen een extra grote gift ophalen en die op een speciale tafel leggen, waar ze vervolgens achter blijven staan. De monniken komen nu van hun plaats om de notabele giften van die tafel te halen.

Als het hele ritueel achter de rug is, is het tijd voor de verbranding. Eerst lopen we allemaal nog langs het altaartje, zoals ik het maar even noem, met het lichaam van de jongen, om eer te betonen. We krijgen ter herinnering een sleutelhanger-met-zaklampje mee. Dan knallen er rotjes, gieren gillende keukenmeiden, er worden vuurpijlen gelanceerd. Vrienden van de jongen starten hun motoren en laten ze op volle kracht draaien. Onder hels kabaal, en met veel gekleurde rook en draaiende lichten staat het altaartje ineens volledig in brand. Een enorme wensballon wordt opgelaten, die onderweg naar boven ook nog allerlei vuurwerk ontsteekt. Als we ons weer omdraaien zijn alle stoelen al verdwenen en is de tent al grotendeels afgebroken. De helft van de bezoekers is al verdwenen en de andere helft is druk met opruimen.

De ingetogen sfeer die we in Nederland kennen, en die ons de term "grafstemming" heeft gebracht, is hier niet zichtbaar of voelbaar. Als de moeder na afloop nog even komt waien en handen schudden zijn de tranen echter zichtbaar en onder de warme knuffel houdt Mieke het ook niet droog. Ontroerend om hier deel van uit te hebben mogen maken.

02 december 2017

Farang kunnen niks

Farang weten niks en kunnen niks. Dat is hier algemeen bekend. Als er iets gemaakt moet worden is daar echt een Thai voor nodig. Neem nou khun Frenk. (Omdat François voor de meesten hier echt niet uit te spreken is, hebben ze me maar khun Frenk gedoopt.) Khun Frenk en khun Mik hadden de 14 meter lange vlaggen van Marieke Jacobs meeverhuisd naar Thailand, met de bedoeling er hun nieuwe woonplek mee op te sieren. Nu de grond overgedragen was, het hek geplaatst en de bouw van start ging, was het een mooi moment om  de daad bij het woord te voegen.

Hier in Thailand hoeft khun Frenk de benodigde 7 meter lengte niet met twee bamboestokken aan elkaar te knutselen. Bamboes van 7 meter of langer zijn er in overvloed. Alleen zijn ze onderaan wel wat breder dan de Nederlandse dunnetjes, dus de buizen waarmee ze in de grond moesten, waren voor de Thaise bamboe helaas te dun. Gelukkig had Pong nog een stuk ijzeren pijp liggen en was zijn schoonzoon zo vriendelijk dat even in twee stukken te zagen.

Op een mooie ochtend ging khun Frenk, gewapend met zijn machete, de natuur in, op zoek naar een bamboe van minimaal 7 meter lang, die onderaan niet dikker was dan 5 centimeter. Al snel bleek dat 7 meter hoogte inschatten lastiger is dan je denkt, zeker als je recht omhoog kijkt. De eerste bamboe waar khun Frenk mee thuiskwam was dan ook slechts 6,50 meter. Voortschrijdend inzicht werkt echter zelfs bij khun Frenk, en de tweede stengel was ruimschoots lang genoeg. Alle zijtakken werden er afgeslagen en de knoesten moesten het eveneens ontgelden. Daarna werd de bamboe op de goede lengte afgezaagd, waarna deze in de schacht van de eerste vlag werd gestoken. Khun Frenk had een van de ijzeren pijpen een stuk de grond in geslagen en tilde nu de bamboe met vlag op om het geheel in de pijp te kunnen laten zakken. Dat ging allemaal geheel volgens plan.


Khun Mik was intussen thuisgekomen en helemaal enthousiast over het werk van khun Frenk. Dat gaf hem extra energie, dus hij toog wederom de jungle in om een bamboe van de juiste afmetingen te scoren. Ook deze werd ontdaan van uitsteeksels en op maat gezaagd. Op naar het nieuwe landje nu. De Hilux bewees weer eens zijn nut, want de lange stengels konder er prima mee vervoerd worden.

Op het landje werd druk gegraven voor de fundering. Pong en buurman Tui waren er ook en begonnen meteen enthousiast de bamboes van de Hilux te halen. Al even enthousiast gingen ze met een vuistje de ijzeren pijpen de grond in meppen. Toen khun Frenk met het stuk hout aan kwam zetten dat hij gebruikt had om het ijzer niet te beschadigen bij het hameren, was het al te laat. De randen van de pijpen waren naar binnen gekruld.

Het gevolg laat zich raden: de bamboes pasten niet meer. Grote hilariteit. Die farang zijn echt zo onhandig. Komen ze met een te dikke bamboe aan, de sufferds. Gelukkig zijn de Thai niet voor één gat te vangen. Met de machete kapten ze handig wat van de buitenkant van de bamboes weg en voila. Nu paste het tenminste.


Khun Frenk en khun Mik schoven de vlaggen om de stelen en met vereende krachten werden deze overeind gezet en in de pijpen geschoven. Een mooi wit wolkje en de bijna volle maan zorgden er voor dat het een extra mooi plaatje werd. Daar werden khun Frenk en khun Mik heel gelukkig van. Net als van alle hulp die ze gekregen hadden. Want khun Frenk en khun Mik zijn immers farang. Die redden het niet alleen.


21 november 2017

Woorden in de familie

Als het over de Thaise taal gaat komt altijd het probleem van de tonen naar voren. Dat is voor ons Nederlanders ook het grootste probleem, doordat precies hetzelfde woord een volledig andere betekenis kan krijgen als je het op een andere toon uitspreekt. Wil je bijvoorbeeld zeggen dat je van paardrijden houdt, dan zeg je phom tsjohp khie maa, waarbij khie een lage toon krijgt en maa een hoge. Spreek je echter khie uit met een dalende toon, en maa met een stijgende, dan verandert de betekenis van khie van "rijden" in "poep" en die van maa van "paard" in "hond". Dan hou je dus ineens van hele andere dingen. Wie meer voorbeelden wil kan een kijken op https://www.trefpuntazie.com/thaise-humor-houdt-op-grens/.

Wat ook een lastig element is in het Thais, is dat de onderlinge relaties invloed kunnen hebben op de woordkeuze. Tijdens onze taallessen waren onlangs de familiebetrekkingen aan de beurt en bleek dat we er met simpele vertalingen van oom, tante, neef en nicht hier niet zijn. Met ouders, kinderen en partner gaat het nog wel. Zo is Mieke mijn phan-rayaa en ben ik haar saamie. Mijn ouders zijn phoh en mae (wie vader is en wie moeder kun je wel raden), Coen is mijn loek-chaay en Renate mijn loek-saaw.

(Voor Coen wordt voorstellen nog lastig als hij in december hier op bezoek is. Je spreekt iemand hier namelijk meestal aan met "khun" gevolgd door de naam, en je stelt je ook zo voor. Khun spreek je uit als Coen, dus als Coen zich voorstelt als Coen wordt er waarschijnlijk vragend gewacht of er nog meer komt. Of het zich voorstellen als khun Coen geen vragende gezichten oplevert is overigens maar de vraag.)
Loek chaay khun Coen en loek-saaw khun Renate met hun phoh
Bij broers wordt het al wat lastiger, omdat er verschil is tussen oudere en jongere broers. Ik heb het als jongste wat dat betreft gemakkelijk. Al mijn broers zijn voor mij phie-chaay. Voor Bert ben ik echter zijn nong-chaay. Zou ik zussen gehad hebben dan waren dat phie-saaw en/of nong-saaw geweest.

Mijn opa was mijn poe, als het ten minste om de vader van mijn vader ging; de vader van mijn moeder was mijn taa. De oma's waren respectievelijk mijn yaa en mijn yaay.


Phie-chaai khun Bert en phie-sa-phai (vrouw van oudere broer ) khun Stieneke, met phan-rayaa khun Mieke en op de achtergrond liang laahn (stiefkind van broer) Nina en maa (stijgende toon :-) Tibbe)

Met de ooms en tantes wordt het pas echt leuk. De oudere broer van mijn vader of moeder is mijn loeng. Dat is overigens ook de aanspreektitel voor een oudere mannelijke kennis (zoals we thuis vroeger ook wel oom zeiden tegen een collega van onze ouders of een buurman). De vrouwelijke variant daarvan is een bpa. Een oudere zus van vader of moeder is een paa. Gaat het om een jongere broer of zus van vader dan is het een aa; een jongere broer van vader of moeder is een naa.

Loeng opá is de klusjesman in het dorp. Gras maaien, lekkend dak repareren, waterleiding aanpassen: loeng opá komt het doen. Bpa omá gaat soms mee en zit dan te kijken hoe hij zijn klusjes doet. Als ze niet mee is, en hij blijft langer weg dan verwacht, peddelt ze op haar fietsje naar hem toe om te kijken of alles in orde is. We weten hun echte naam niet, maar iedereen kent ze als opá en omá, ongetwijfeld doordat er al 20 jaar een Nederlander in het dorp woont. Poseren voor de foto vonden ze wat ongemakkelijk, maar toen khun Mieke zei dat hij een arm om haar heen moest slaan werd het ineens toch heel leuk.

Bij neven en nichten speelt ook weer de leeftijdsverhouding een rol, maar ook of het kinderen van je broer of zus zijn, of kinderen van je oom of tante. Ik zal jullie de opsomming besparen, anders wordt deze blog echt onleesbaar. 

Bij schoonfamilie hoef je gelukkig niet alle leeftijden te onthouden. Of je schoonzus phie of nong is hangt af van de leeftijd van je broer. Dat voorkomt waarschijnlijk heel wat misverstanden.

Gelukkig is de Thaise grammatica behoorlijk eenvoudig. Daar troosten we ons dus maar even mee. Verder vinden we onszelf al aardig knap doordat we inmiddels bijna alles kunnen lezen. Dat klink mooier dan het is: we hebben namelijk vervolgens geen flauw idee wat het betekent. Misschien komt dat ooit nog wel eens. Het is in ieder geval leuk én een uitdaging om met de taal bezig te zijn.

19 november 2017

Water en licht

Water, dat zou geen enkel probleem zijn op ons landje. Met een put van een metertje of 30 zouden we er wel zijn. Met al die onder water staande rijstvelden en de kanaaltjes langs de weg leek dat inderdaad vanzelfsprekend. Tot geleidelijk aan duidelijk begon te worden dat het bruikbare water toch wat dieper zat dan verwacht. We hadden ons inmiddels al voorbereid op zo'n 100 te boren meters, toen op een feestje iemand wist te vertellen dat "vrienden van" die in hetzelfde gebied woont meer dan 200 meter diep hadden moeten gaan.

Omdat verhalen van iemand die iemand kent die iemand kent die ergens woont die iets heeft meegemaakt meestal in de loop van het doorvertellen flink worden aangedikt namen we dat nog met een paar korrels zout. Totdat we bij de puttenboorder zaten, die na enig doorvragen vertelde dat hij toch minstens wel zo'n 150 te boren meters verwachtte. Vanwege die flinke diepte vond hij een 4 inch pijp wat te storingsgevoelig en adviseerde hij dringend de, uiteraard duurdere, 5 inch. En al even uiteraard kon hij niet garanderen dat hij op 150 meter diep al in het water zat. Het kon ook 200 of 250 meter worden. Stoppen op 150 meter kan, maar dan worden we wel geacht die boormeters te betalen, helaas dan zonder dat we een betrouwbare werkende bron hebben.

Dat was dus even slikken. De puttenboorder sprak geen Nederlands, maar begreep uit het overleg tussen Mieke en mij wel dat hij de opdracht wel eens mis kon gaan lopen. Hij probeerde alsnog de goedkopere 4 inch pijp in de strijd te werpen. Helaas had hij zo goed beargumenteerd waarom dat onverstandig was, dat dat voor ons geen optie was, nog afgezien van dat het open einde qua diepte sowieso een te groot risico vormde, ook bij de goedkopere pijp. Zijn vrees was terecht. De put werd afgeblazen.

We konden nu natuurlijk zelf in de put gaan zitten, maar daarmee zouden we nog steeds geen water naar boven kunnen krijgen. Dus werd het een avondje zoeken naar alternatieven, met als resultaat een oplossing die zo voordehandliggend is dat we ons verbaasd afvroegen waarom we dat niet meteen hadden bedacht: regenwater. Er valt hier meer dan genoeg, alleen niet zo mooi verspreid over het jaar. Er is dus een flinke opslagcapaciteit nodig, maar die is in prijs altijd nog slechts een fractie van de kosten van een diepe put. Er is inmiddels al veel praktijkervaring mee opgedaan, en die is positief.

Inmiddels hadden we ook eens geïnformeerd of we niet gewoon een aansluiting uit Nong Noi, het gehucht dat op zo'n 400 meter van ons landje ligt, konden krijgen. Dat kon, als we zelf materiaal en arbeid wilden betalen. Dat wilden we wel, want de kosten daarvan zijn weer een stuk lager dan die van het regenwateropvangsysteem.

Gisteren bewees de pickup zijn diensten dus weer eens, toen er 400 meter waterleidingpijp opgehaald moest worden. De Thaise bouwmarkt blijft ons verbazen. Waar je in de Gamma of Praxis de meeste tijd kwijt bent met zoeken naar een personeelslid dat je kan helpen, moet je hier oppassen dat je er niet over struikelt. Meestal staan ze in groepjes bij elkaar te ouwehoeren, of zitten ze op de grond op hun mobieltjes te staren. Maar als je ergens geïnteresseerd gaat staan kijken komen er wel meteen een of meer kijken of ze kunnen helpen.


En helpen, dat is hier ook echt helpen. De dag ervoor hadden we een bosmaaier gekocht. Die krijg je niet in de doos mee; nee, die wordt ter plekke gemonteerd en daarna wordt midden in de winkel de benzinemotor gestart om te kijken of hij het wel doet. Zoals je ziet is er een ploeg van 3 man en 1 vrouw mee bezig, waarbij "bezig" overigens een andere betekenis heeft dan we gewend zijn. De verkoper van de waterleidingpijp trommelde een ploegje van 3 helpers op en de rollen werden netjes voor me opgeladen en vastgesjord. Hoewel je hier soms pickups ziet rijden met een lading van een metertje of 4 hoog, besloten ze wel dat deze farang niet meer dan 4 rollen tegelijk mee mocht nemen. Het moest dus in twee keer, en ook de tweede lading werd door dezelfde ploeg enthousiast vastgezet. Kom daar maar eens om bij de bouwmarkt in Nederland.


Met hak en houweel werd de bijna 400 meter geul van Nong Noi naar de dichtstbijzijnde hoek van ons landje uitgehakt. Een zware klus in de brandende zon. Waar de grond zo hard was dat er extra tijd nodig was om erdoor te komen, werd tijdelijk een parasolletje geplaatst.


Ondertussen werd duidelijk dat een ondiepere put wel degelijk zin had voor het bewateren van de tuin. Het ondiep gevonden water is wel  minder zuiver en de bron kan droog vallen, dus als enige watervoorziening is het onbetrouwbaar, maar in aanvulling op het "stads"water kan het prima. De ondiepeputtenslager kon meteen aan de slag. Een prachtig schouwspel om de ploeg aan het werk te zien. Nederlanders referen graag aan het feit dat ze "keihard gewerkt hebben" om zo de grote welvaart waarin we leven te rechtvaardigen. Als dat echter de rechtvaardiging is, verdienen de Thaise werkers een veel grotere welvaart en een dubbel zo hoge AOW.


En zo vielen alle stukjes netjes op hun plaats en heeft ons landje sinds gisteren een waterbron én een aansluiting op het waterleidingnet. De regenwateropvang komt er ook nog wel, maar de opslagcapaciteit daarvoor kan een stuk omlaag, zodat we alsnog keurig binnen het totale waterbudget blijven.

Nu hopen we dat zich voor de stroomvoorziening een zelfde scenario ontwikkelt. Aansluiten op het net kost een astronomisch bedrag, nou ja, voor Thaise begrippen dan, maar op dat punt zijn we al behoorlijk ingeburgerd, dus ook wij spreken van astronomisch. De plannen voor zonne-energie liggen daarom al klaar. Ien, de buurboer, is echter de buurt aan het rondgaan om steun te krijgen voor een verzoek om de boerenpercelen aan te sluiten op het elektranet. Als hij een boer of 10 weet te interesseren wordt dat via een voordelige regeling geregeld. In dat geval komt de stroomvoorziening langs ons landje te lopen en wordt de aansluiting ineens betaalbaar. Ook dan gaan we zonnepanelen installeren, maar hoeven we minder opslagcapaciteit in de vorm van peperdure accu's te hebben.


Kortom, er is van alles gaande. De mooie luchten krijgen we er trouwens helemaal gratis bij.

13 november 2017

Onder de tuinslang

Eigenlijk hoefden we niet zo nodig een hek, maar hier in Thailand heeft iedereen een onheining om zijn land. In dorpen en steden is dat vaak een muur van grijze steen. Op het platteland kom je ook veel prikkeldraad tegen, maar ook de wat vriendelijker ogende bamboe-hekken. Prikkeldraad was voor ons in ieder geval geen optie. Bamboe ziet er wel het mooiste uit, maar vergt veel onderhoud en regelmatige vervanging. Uiteindelijk viel de keuze op wat we in Nederland varkensgaas noemen. Gegalvaniseerd ijzerdraad, met mazen die bovenaan 15 x 15 cm meten en naar onderen steeds fijner worden. Dat moet Tibbe en de kippen en poelepetaten en wat er verder rond komt te lopen binnen houden en de honden die van poelepetaten en kippen houden buiten.


Maandag hadden we de order geplaatst, woensdag stond de werkploeg uit Bangkok (600 km ver) om 8:30 op de stoep, en vandaag om 18:30 was het hek klaar. Nu is de uitdaging om dusdanig aan te gaan planten dat het hek weer uit het zicht verdwijnt op plaatsen waar het het beeld verstoort. Ja, die buitenlanders zijn rare jongens.


Over hekken gesproken: we zitten inmiddels alweer een paar dagen in Nang Lae. De Duitser en haar vriendin zijn weer naar die Heimat, dus we konden ons tijdelijke tijdelijke onderkomen in Lampang weer verruilen voor het tijdelijke in Nang Lae. Thailand heeft een zeer efficiënt functionerende tamtam. We wisten daardoor al dat er het nodige in het huis gebeurd was. Er waren mannen op het dak gesignaleerd en er was een tegelzetter gespot. Maar de meeste ophef was veroorzaakt door het plaatsen van een hek.

Die ophef werd bij aankomst in Nang Lae meteen verklaarbaar. Het soort afscheiding waarvoor onze huisbaas gekozen had is in onze ogen nou niet direct wat je tussen jou en je buren plaatst. Buurman is dus zacht gezegd not amused, terwijl onder de paar farang in het dorp foute grappen over de Duitse bouwstijl de ronde doen.


Binnenshuis hoopten we eigenlijk stiekem een keuken aan te treffen, of een werkende warmwatervoorziening, maar helaas. Het blijft op dat punt improviseren. Wel is de tegelvloer in de hal gerepareerd, evenals het glas in de voordeur. Dat had wat ons betreft nu niet direct prioriteit, maar wij zijn dan ook geen huisbaas.

Wel weer handig is dat er een waterpomp in de tuin is gekomen. De plantenpotten zijn nu een stuk makkelijker bereikbaar geworden. Een extra voordeel bleek al de 2e dag, toen de watervoorziening van het dorp het weer eens liet afweten. Met tuinslang en sproeikop kon mooi een buitendouche geïmproviseerd worden op een plekje buiten het blikveld van de buren. Want een afrastering van prikkeldraad, daar kijken ze natuurlijk dwars doorheen.


Een ander waterprobleem hebben we inmiddels ook weten op te lossen. Het gaat om het waswaterprobleem. Wasjes doen we op de hand, maar het uitwringen zorgt ervoor dat de maten van kledingstukken geleidelijk aan groter worden. Ondanks regelmatige consumptie van ijsjes en taartjes groeien we niet met onze kledingstukken mee. Overgaan van Thais eten op patat en frikadellen vonden we, behalve duur, ook niet raadzaam. Dus moesten we het zoeken in het voorkomen van uitdijende kleding. Een speurtocht naar een ouderwetse wringer leverde niets op. Het lijkt wel alsof die dingen hier niet bestaan, terwijl ze hier eigenlijk juist heel goed van pas zouden komen. Maar gelukkig worden ze nog altijd gewoon nieuw gemaakt. Zodat onze kelder niet alleen geïmproviseerde keuken, douche en opslag meer is, maar ook geïmproviseerde waswringerruimte.


Zo. Nu even onder de tuinslang.