11 augustus 2019

Draagt elkanders lasten

Zoals de kenners onmiddelijk aan de titel van deze blog gezien hebben ga ik het vandaag eens over de uitvaart hebben. Het thema borrelt al in mijn hoofd sinds Yarden in Nederland bekend maakte dat het toekomstige prijsstijgingen mogelijk zou gaan doorberekenen aan hun verzekerden. Dat laatste woord is formeel niet helemaal juist; Yarden heeft geen verzekerden, maar leden. Die zijn met gelikte marketingcampagnes gelokt, onder meer omdat het (volgens Yarden) veel aantrekkelijker is om je bij een vereniging aan te sluiten die de volledige uitvaart regelt, in plaats van bij een verzekeraar die slechts een bedrag uitkeert. Want je weet immers nooit of dat bedrag wel voldoende is.

De geschiedenis van Yarden gaat terug naar precies 100 jaar geleden, toen de Arbeiders Vereniging voor Lijkverbranding werd opgericht. De achterliggende gedachte, naast het strijden voor legalisering van (toen nog verboden) crematie, was om gezamenlijk de kosten te dragen. De Arbeiders in 1919 hadden vermoedelijk geen plaatje voor zich van een luxe kantoorpand, hippe commercials met Adelheid Roosen, een afdeling beleggingen en een directie met een, volgens de website, marktconform salaris. (Marktconform is de term die gebruikt wordt als men liever geen bedrag noemt, en betekent in de praktijk meestal "veel te hoog".) Het idee van de oprichters was dat een gezamenlijke periodieke kleine bijdrage van iedereen de crematie van iedereen mogelijk zou maken.

Die andere grote jongen op uitvaartgebied, Dela, werd in 1937 opgericht, met eenzelfde solidatiteitsdoelstelling. Voor de niet-kenners: kijk nog even naar de titel van deze blog en je weet waar de naam Dela voor staat. Beide organisaties zijn inmiddels hun roots ver ontstegen, hebben uitvaarten steeds verder opgetuigd en nu de kosten de pan uitrijzen en de beleggingsbomen toch niet tot in de hemel blijken te groeien, komen ze in de problemen. De oprichters in 1919 en 1937 draaien zich om in hun urn, respectievelijk graf: ze deden de ledenbijdragen waarschijnlijk gewoon in een sigarenkistje en deden het praktische werk gewoon zelf.

In Thailand is "draagt elkanders lasten" geen holle praat. Overlijdt er hier iemand in het dorp, dan komen er meteen allerlei mensen in actie. Nog dezelfde avond is er bij het huis van de overledene een groot tentdak geplaatst en is er een grote lading tafels en stoeltjes aangevoerd. Iedereen die de nabestaanden bezoekt neemt een envelop mee, waarin een bedrag naar draagkracht is gestopt. Gedurende enkele avonden zijn er plechtigheden met monniken en een soort uitvaartleider die de juiste teksten voordraagt. Buren zorgen ervoor dat alles geregeld wordt.


De familie van de overledene hoeft zich dus nauwelijks met organisatorische dingen bezig te houden, maar kan zich volledig aan de zorg voor elkaar en voor de overledenen wijden. Wat moet er bijvoorbeeld mee, is een belangrijke vraag. Soms wordt er een soort pipowagen opgetuigd met allerlei spullen die voor de overledene nog van pas kunnen worden: kleding, stoeltjes, een koelkast, een ventilator, gemak dient niet alleen in dit leven de mens. Het "huisje" op de wagen krijgt overigens een herbestemming als sala, een overdekt zitplekje ergens in het dorp of in de tuin. Daartoe worden de wanden eruit gesloopt.


Op de dag van de verbranding wordt ook alles weer gezamenlijk gedaan. Er zijn stoelen aangevoerd, er wordt eten gekookt, en er wordt afgewassen, er zijn de rituele geschenken die aan de monniken overhandigd moeten worden. Ook hele praktische dingen lijken vanzelf te gaan. Zo stellen mensen hun oprit of weiland open om te parkeren.


Na een ochtend vol rituelen en de maaltijd vertrekt de rouwstoet voor de verbranding van het lichaam. Deze vindt plaats in een eenvoudig crematorium. In veel plaatsen is dat nog een simpel plateau in de open lucht; grotere plaatsen hebben vaak al wel een afgesloten verbrandingsplaats.
De overledene ligt in een kist die in een soort houten tempeltje staat. Het geheel staat achterop een auto.


Vroeger werd het tempeltje met de kist op handkracht naar het crematorium getrokken. Overblijfsel daarvan zijn de touwen die aan de auto vastzitten en die door de mensen die voor de auto uitlopen worden vastgehouden.


Bij het crematorium worden opnieuw door de monniken allerlei rituelen uitgevoerd. Dan worden met veel knalvuurwerk de onaardige geesten weggejaagd. Met een soort vuurpijl wordt vervolgens het tempeltje in brand geschoten. Met veel geknal staat het al snel in lichterlaaie. Nog terwijl het vuur brandt vertrekken de mensen. Ze verlaten het terrein zonder om te kijken, om te voorkomen dat ze zich op een of andere manier verbinden aan de geesten. In nog geen 10 minuten tijd zijn alle stoelen en andere spullen ook opgeruimd en blijft alleen de brandweerman achter, die moet zorgen dat de vonken de omgeving niet in de fik zetten.


En dat alles wordt dus betaald en uitgevoerd volgens het motto: draagt elkanders lasten. Alle mensen in het dorp leven in de zekerheid dat hun uitvaart geregeld wordt, onafhankelijk van beleggingsresultaten en inflatie.

Wat veel mensen niet weten is dat je in Nederland ook prima een uitvaart zelf kunt regelen. Mieke heeft het ooit gedaan voor vrienden waarvan de baby was gestorven. Zelfs de gemeente, die een verlof tot begraven moest afgeven, kon er met moeite van overtuigd worden dat je voor een begrafenis echt geen uitvaartonderneming nodig hebt. Net zomin als je een rouwauto nodig hebt voor het vervoer van een lichaam; dat mag gewoon in je eigen auto. Kist? Hoeft niet. Aula? Nergens voor nodig. 600 euro kostte de begrafenis uiteindelijk. Een bedrag dat vrijwel geheel bestond uit grafrechten. Dat scheelt nogal met de kosten die de Yarden-kostencalculator voorrekent: € 6695 voor een minimale uitvaart. Maarja, Mieke hoefde dan ook geen marktconforme beloning.

07 augustus 2019

Eindelijk echt regentijd

Op 26 mei schreef ik dat het regenseizoen "eindelijk" was begonnen. Hoewel dat al aan de late kant was, bleek het toch wishfull thinking. Op een spaarzame bui na bleef het nog zo'n 2 maanden droog en vooral ook warm. De boeren, die hun rijstvelden na de eerste bui klaar hadden gemaakt, konden slechts toezien hoe de boel droog bleef staan. Veel rijstvelden moesten na enkele weken zelfs opnieuw geploegd worden. Op de minimale marges die de boeren met de rijstteelt behalen is dat een flinke aderlating.


Een week of twee geleden is het regenseizoen dan toch echt begonnen. Wij waren die dag naar Chiang Mai geweest en op de terugweg zagen we de bui al hangen. De weersvoorspellers hadden net die ochtend gemeld dat het regenseizoen nog wel een maand op zich zou laten wachten, dus we hadden er niet op gerekend. De ramen waren weliswaar dicht of op een kiertje, maar de "stormvloedkering", de schuifpanelen boven de ramen, stond nog vrolijk open. We waren bijna thuis toen het water met bakken uit de lucht begon te vallen. De stormwind joeg het zowat horizontaal onder het dak door. Gelukkig konden we de schade binnen beperken door snel de panelen te sluiten. Alleen zelf werden we kleddernat, maardat is met de warme regen die hier valt niet zo erg.

Intussen regent het vrijwel iedere dag, meestal in de vorm van een malse bui die, nu de stormwinden achterwege blijven, keurig loodrecht omlaag valt. We hebben zelfs twee dagen grijs weer met miezerregen achter de rug; we waanden ons weer even in Nederland. Nu de grond al flink nat is, zonder dat grote delen van het landje al onder een laagje water staan, zijn de omstandigheden optimaal om bomen te planten. Als de grond hier droog is, is deze namelijk keihard. Er zijn dan een houweel en veel spierkracht nodig om een gaatje te maken. Dankzij de regen is de klei in de grond nu zacht geworden en kunnen we er wat makkelijker in komen. We zijn dan ook volop aan het bijplanten. Het wordt steeds moeilijker om te beseffen dat het hier eerst alleen maar grasland was.

 


Meer begroeiing betekent ook meer dierenactiviteit. Soms is dat echt fascinerend, bijvoorbeeld toen er een prachtige slang in de papayastruik zat. We weten nog altijd onvoldoende van slangen om te weten of een bepaalde soort gevaarlijk is of niet, dus we blijven op gepaste afstand. Deze jongen bleef in ieder geval braaf zitten tot we de camera hadden gehaald.


Onze toekeh, hij is hier al vaker voorbij gekomen, wordt met de dag tammer. Tegenwoordig komt hij om een uur of 5 achter de voorraadkast op de veranda omhoog. Hij gluurt dan over de rand, in afwachting van een maaltje meelwormen dat we hem serveren. We kunnen probleemloos allerlei werkzaamheden op het werkblad uitvoeren; hij blijft geïnteresseerd zitten kijken.



De droogte waar we het al eerder over hadden, speelde ook de insekten parten. In de weken voor de regens begonnen, kwamen in grote getale bijen op onze kraan af. Het eerst zagen we dat doordat er een heleboel verdronken waren in een schaaltje dat in de week stond. Vanaf dat moment hebben we de afwas steeds maar meteen weggewerkt. De bijen bleken een voorkeur te hebben voor de uitloop van de kraan en voor de douchekop. Blijkbaar konden ze daar het gemakkelijkst het water verwerken.


Dan is er nog het nodige kleine spul, waaronder een nieuwsgierige sprinkhaan en een kever die met de achterpoten omhoog gaat zitten opwarmen. In huis werden we aangenaam verrast door een flinke mot, met een spanwijdte van zo'n 10 centimeter.




En natuurlijk is ons favoriete fluitertje, de bushchat, er ook nog steeds. Ze woont nog altijd in onze sala en als we er rond bedtijd zitten te eten sputtert ze eerst wel een tijdje, maar uiteindelijk komt ze toch binnen om haar slaapplekje in te nemen.


Behalve alles wat spontaan aan komt lopen, kruipen of vliegen is er ook nog een meer gestuurde uitbreiding van de levende have hier rond Baan Din. Er kruipen 4 schildpadden rond, die we binnenkort in een deel van de tuin hun gang kunnen laten gaan. En de nieuwe vijver is ook bewoond door hele kleine schildpadden, naast de honderden guppies en de mooie shubunkins. Die laatsten zijn zelfs zo gehaaid (grappige omschrijving voor een vis) dat ze het schildpaddenvoer van een drooggelegen boomstam weten te halen.



17 juli 2019

Maanstaren

Vannacht was er een gedeeltelijke maansverduistering. Natuurlijk ben ik om 4 uur even opgestaan om het verschijnsel te bekijken. In Nederland was het toen 11 uur 's avonds. Ik realiseer me op zo'n moment dat er ongetwijfeld ook veel mensen daar naar de maan staan te kijken.


De volle maan had er trouwens echt zin in. Al bij opkomst maakte ze er een stralende lichtshow van.


De afgelopen dagen zaten we aan de kaas (dankjewel, Carin) en zelfs, volkomen onverwacht, aan de maatjesharing (khabkhunkrab Primo). Hoe Nederlands wil je het hebben? Toch voelde tijdens het maanstaren Nederland dichterbij dan tijdens het eten van kaas en haring. Grappig hoe dat werkt in je hoofd.




11 juli 2019

At your service

Na mijn bloggersblock van twee weken geleden hadden we de laatste dagen last van een dreigend laptopblock. De harde schijf maakte onheilspellende geluiden en bij het opstarten verscheen vaak de melding dat het besturingssysteem ontbrak. Als na een paar herstart-pogingen het besturingssysteem eindelijk toch was gevonden, kon het apparaat midden in een klus onverwacht afsluiten. Het leek er sterk op dat de harde schijf het aan het begeven was. In plaats van wekelijkse back-ups maakten we er dus maar iedere dag een.

Vandaag was het zover. Ik had mijn redactieklusjes er net opzitten toen de laptop het voor gezien hield. Opstartpogingen leidden nu steevast tot de melding van een ontbrekend besturingssysteem. Na een half uur proberen gaf ik het op. Ik wilde al gaan kijken naar de prijzen van nieuwe laptops toen ik me realiseerde dat hier in Thailand veel meer dan in Nederland alles gerepareerd wordt. In Nederland zijn de arbeidskosten hoog in vergelijking tot de materiaalkosten en is reparatie dus vaak duurder dan vervangen. In Thailand is het precies andersom. Op naar de computerreparateur dus. Gelukkig waren onze Thaise vrienden Matsaya en Pun een paar dagen over en wilde Matsaya wel mee om te vertalen.

Achteraf moet ik beschaamd vaststellen dat ik er onderweg al vanuit ging dat er niets meer te repareren viel en er een nieuw apparaat gekocht moet worden. In Nederland was dat zo'n beetje standaard: "Nee, meneertje, we kunnen hem natuurlijk wel opsturen maar dan bent u 75 eurootjes kwijt om te laten kijken wat het probleem is en een offerte voor de reparatie op te stellen. Het reparatiebedrag komt er dan nog bij en dan heeft u nog steeds een computer van 3 jaar oud. Toevallig hebben we net een mooie aanbieding....blabla enzovoort." Nog meer beschaamd moet ik toegeven dat ik er al helemaal geen vertrouwen meer in had toen er een meisje achterde balie stond. Ter verdediging van mezelf kan ik wel aanvoeren dat ze erg deed denken aan de meisjes in de bouwmarkten, die op iedere vraag antwoorden: "mai mie" (hebben we niet), waarna we het gevraagde artikel even later toch zien liggen.

Nadat Matsaya het probleem had uitgelegd zei het computermeisje dat hoogstwaarschijnlijk de batterij was opgezwollen en tegen de harde schijf aan drukte. Daardoor zou deze worden afgeremd, hetgeen tot de foutmeldingen en het uitvallen leidde. Dat klonk zeer aannemelijk, realiseerde ik me meteen. We hebben ruim drie maanden temperaturen rond de 40 graden gehad en daar heeft zo'n computer natuurlijk ook last van.


Het computermeisje haalde meteen een schroevendraaier, schroefde de bodemplaat los en daar kwam inderdaad een flink opgeblazen batterij tevoorschijn. Ze schroefde ook de batterij los, haalde hem eruit, sloot de netvoeding aan en zette het apparaat aan. Hij liep weer als een zonnetje, zonder de onheilspellende geluiden. De bodemplaat werd weer netjes gemonteerd. Ik vroeg of ze dit type batterij kon leveren. Dat kon ze, maar ze moest deze wel bestellen. Maar ze voegde er aan toe dat ik beter eerst even een tijdje door kon werken op netvoeding, dus zonder batterij. Als dat een paar weken goed zou gaan, kon ik altijd nog een nieuwe batterij bestellen. Weer zoiets wat je als Nederlander niet verwacht.

Toen was het tijd voor de vraag die je in Nederland altijd met angst en beven stelt: ราคาเท่าไหร่ครับ (rakha thaurai krap, hoeveel kost het?). "Free service sir."

Tegenover de computerzaak stond een kraampje waar koele drankjes verkocht werden. Matsaya informeerde of de verkoopster wist wat het favoriete drankje van het computermeisje was. Het bleek een of andere felrode substantie te zijn. Ik bestelde er een beker van en gaf die aan het computermeisje. Ze wist weliswaar niet van mijn verfoeilijke gedachten, maar zo had ik toch het idee dat ik mijn schuldgevoel een klein beetje had afgekocht.


Het was overigens niet de eerste keer dat we gratis service kregen. Zo werd onze lekke autoband gratis gerepareerd, evenals de koppeling van onze bosmaaier. De leverancier van de grote boom is verschillende malen langs geweest om deze te verzorgen, en keek dan en passant ook nog een paar bomen na die elders waren gekocht. Nu de grote boom de storm niet heeft overleeft komt hij binnenkort een nieuwe brengen. Gratis. En een electrotechnicus uit het dorp repareerde gratis ons zonne-energiesysteem, nadat de officiële installateur er niet in geslaagd was het probleem te vinden. Het zou me niks verbazen als het woord servicekosten, goed beschouwd een contradictio in terminis, hier onbekend is.

30 juni 2019

Bloggersblock

Ik heb last van een bloggersblock. De ideeën voor onderwerpen zweven zoals meestal wel zo'n beetje vaag door mijn hoofd, maar als ik ga zitten om ze op te schrijven komt er niets fatsoenlijks uit. Heel veel spectaculairs gebeurt er momenteel ook niet. We wachten nog steeds op de dagelijkse regenbuien. Een uur na het plaatsen van onze vorige blog kwam het met bakken uit de hemel, maar vervolgens moesten we tot eergisteren wachten voor een nieuwe waterval.


Sindsdien is het weer overal dreigend, maar daar blijft het bij.


In een omgeving waar mensen bij temperaturen onder de 28 graden een vestje aan gaan trekken leidt het Nederlandse hitteprotocol vanzelfsprekend tot grote aandrang om een grappig bedoeld stukje te schrijven, maar dat hebben we vorig jaar al gedaan, dus ook dat schiet als onderwerp niet erg op. Misschien wordt mijn bloggersblock trouwens wel veroorzaakt door de hitte. 28 graden wordt in het hitteprotocol als maximum temperatuur genoemd waarbij nog lichte kantoorwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en het schrijven van een blog lijkt me nou typisch onder die categorie te vallen. Maar dat strookt weer niet met het feit dat ik al sinds februari schrijf bij temperaturen van 35 tot 42 graden.

Opvallend in het hitteprotocol (oeps, nu heb ik het er toch nog steeds over) is de aanbeveling om koelte te zoeken in een ruimte met airco. Natuurlijk helpt dat voor degene die in die gekoelde ruimte gaat zitten, maar tegelijkertijd draagt het bij aan de warmte buiten. Dat lijkt me in het kader van het klimaatakkoord, waarbij de opwarming van de aarde moet worden bestreden, dus geen logische oplossing. Los daarvan betekent het ook dat de mensen die zich airco kunnen veroorloven zichzelf koel kunnen houden ten koste van degenen die daar geen geld voor hebben. Op grotere schaal is dat sowieso al het probleem met het klimaatakkoord: wij gaan schoon rijden en de prijs daarvoor wordt in Afrika betaald.

Nouja, nu begin ik wel erg ver af te dwalen van het hoofdonderwerp van deze blog. Hoewel... "warmte" en "leven in Thailand", hebben wel degelijk met elkaar te maken. Na tweeëneenhalf jaar Thailand merken we dat ook warmte iets is waar je aan went. 25 graden vinden we frisjes, 30 graden aangenaam. 40 vinden wij ook veel te warm, maar we slaan ons er wel doorheen. Voor een flink deel komt dat doordat we het hier zonder airco doen. Zo worden we wel gedwongen om aan de warmte te wennen. Misschien een goed idee als aanvulling op het klimaatakkoord: een landelijke campagne "Wennen aan Warmte". Niet als oplossing voor het klimaatprobleem, maar om te voorkomen dat straks die airco aan moet en het probleem verder verergert.

Inmiddels is het hier 31 graden. Dankzij aangepaste kleding kan ik mijn lichte kantoorwerkzaamheden nog gemakkelijk volhouden. Of zo'n aangepaste garderobe ook op prijs gesteld zou worden in de gemiddelde kantoortuin op de zuid-as betwijfel ik. Het zou het werken er wel veel leuker van maken.


Eigenlijk moest dit stukje gaan over de nieuwe vijver, de schildpadden en de slang in de papayaboom, maar dat houden jullie dan nog van me tegoed.

15 juni 2019

Bijzondere verschijnselen

Na de eerste regenbuien, zo'n 3 weken geleden, is het hier zo goed als droog gebleven. Iedere middag zien we de prachtigste luchten om ons heen en aan alle kanten kunnen we de stortbuien uit die luchten omlaag zien vallen, maar in Nong Noi blijft het op een paar spetters na droog. Zo hebben we dus de nadelen van de regentijd en die van het hete seizoen tegelijk. Het gras vliegt de grond uit, want daarvoor zijn die paar spetters genoeg, maar de bomen en andere aanplant moet nog altijd bewaterd worden. Dus moeten we dagelijks zowel water geven als maaien.


Dat moet dan allemaal wel in de vroege ochtenduren gebeuren, want hoewel het niet meer zo absurd heet is, is de luchtvochtigheid zo hoog dat we flink wat lopen te zweten. Zolang de zon achter de wolken blijft is het allemaal nog goed te doen, maar prikt die er eenmaal doorheen, dan is stil zitten en niks doen de enige remedie. Dus zien we het liefste zo veel mogelijk bewolking, maar toch ook weer niet al te veel, want dan kunnen de zonnepanelen de accu's niet vol krijgen.


Intussen is het dagelijks genieten van allerlei bijzondere verschijnselen. Als eerste natuurlijk dat alles weer fris groen is, in plaats van verdord geel. Onvoorstelbaar hoe dat binnen enkele dagen na de eerste regenbuien al gebeurd is. Om ons heen verandert de activiteit van de boeren. Ze zijn overal bezig de velden weer klaar te maken voor de rijst. Het land wordt geploegd, de dijkjes worden gecontroleerd en waar nodig gerepareerd, hier en daarwordt een slootje bijgegraven. De koeien moeten tijdelijk ruimte inleveren. Nog even en we zijn niet meer omringd door weilanden, maar door een waterlandschap doorsneden met smalle lage dijkjes.

En dan was daar ineens de eerste mango. In mijn dromen zag ik me vaak in een luie stoel onder de mangoboom liggen, af en toe een arm strekkend om er een te plukken. De praktijk is weerbarstiger. Met hak en houweel moet het gat gespit worden waar het mangoboompje in moet komen te staan. Dat moet vervolgens een jaar lang water en liefde krijgen, en bovendien niet per ongeluk worden omgemaaid. Dan is het een meter hoog en verwachten we er nog niets van, totdat er toch één minivruchtje zichtbaar begint te worden. Uiteindelijk ontwikkelt dat zich tot een onverwacht forse mango, die er bij de eerste storm afwaait. Na een paar dagen narijpen mag hij in het ontbijt, dat dan natuurlijk meteen het lekkerste ontbijt ooit is. Nu weer een jaartje wachten op de volgende, maar ooit zal ik onder die boom zitten.


De natuur heeft ook de nodige verrassingen in petto. Zo stikt het ineens van de vliegen, terwijl die er vorig jaar nauwelijks waren. We dachten dat het aan de varkens van buurman Ien zou liggen, maar we horen iedereen er over klagen, dus het probleem is niet alleen het onze. Ook is er een ware invasie van vlinders aan de gang. Dat vinden we dan weer minder erg dan die vliegen, terwijl de vlinders straks wel zorgen voor nageslacht dat onze planten opvreet. Maarja, de vlinder geeft er veel kleurrijk moois voor terug, terwijl de vlieg niet verder komt dan hinderlijk kriebelen en zoemen. Dan pik je van zo'n vlinder dus wel, wat je van een vlieg niet pikt.


Een fenomeen dat ieder jaar terugkomt is het uitvliegen van de mieren. Kort na de eerste regens komen die massaal uit de grond en zwermen in grote wolken rond straat- en andere verlichting. Het zijn er zo veel dat er altijd wel de nodige per ongeluk binnen de klamboe terechtkomen, aangetrokken door het licht van een mobieltje of tablet. De enige remedie is dan ook om alle lichten en alle apparaten die licht geven, hoe weinig ook, uit te doen en met de kippen op stok te gaan.


Eerder schreef ik al over de urntjeswespen. Die zijn weer volop aan het bouwen. Soms bovenop de urnen van vorig jaar, maar ook op onverwachte plaatsen zoals in de handdoek die bij de wasbak in de open badkamer hangt. Oppassen dus bij het handen afdrogen, want een urntjeswesp is niet agressief, maar je moet niet aan zijn huis komen. Omdat de handdoeken toch zo af en toe in de was moeten, hebben we de urntjes-in-aanbouw er maar afgekrabt voordat ze bewoond gingen worden.


Een andere badkamerbewoner is een kikker, die een vaas met parapluplant heeft betrokken. Zodra het donker is komt hij gezellig over de rand van de vaas hangen, als een flatbewoner die op een zomeravond op het muurtje van zijn balkon leunt.


Een bijzonder verschijnsel dat eigenlijk helemaal niet zo bijzonder is, maar dat voor ons toch steeds weer fascinerend is, is de zon die op het hoogste punt van de dag in het noorden staat. Ergens in april stond hij midden op de dag weer recht boven ons hoofd, en sindsdien is hij op weg naar de Kreeftskeerkring, die noordelijk van ons ligt. Op 21 juni begint hij de terugreis richting evenaar en begin augustus passeert hij Nong Noi weer. Vanaf dan staat hij weer "gewoon" in het zuiden.

Onder de bijzondere verschijnselen valt ook het feit dat de sluitingen van ramen en deuren allemaal weer passen. Vorig jaar rond deze tijd is het hang- en sluitwerk aangebracht. Door wijzigingen in temperatuur en vochtigheid begon dat geleidelijk aan steeds stroever te werken en soms in het geheel niet meer te passen. Nu de luchtvochtigheid weer ongeveer gelijk is aan vorig jaar, loopt alles weer als een zonnetje. Voor een maandje of 3, 4, schatten we zo in.

Het meest bijzondere verschijnsel was wel de spontane fontein op ons landje. Nadat we uit de stad terugkwamen bleek het water te zijn afgesloten. Iemand had de hoofdkraan (die zit hier gewoon ergens buiten, langs de weg) dichtgedraaid. Toen ik hem open zette spoot er een fraaie fontein van ruim 2 meter hoog uit het land. Een vriend van buurman Toey bleek een stukje grond van Toey te hebben afgebrand, in de voorbereiding voor de rijstaanplant. Het vuur trok zich niets van onze afrastering aan en kroop ons land op. Voordat de aansteker dat in de gaten had schroeide het vuur een gaatje in de waterleiding, die hier altijd maar een paar centimeter onder de grond ligt; vriezen doet het hier immers niet. De spontane fontein had als voordeel dat het vuurtje meteen geblust werd, maar Toey moest door zijn vriend worden opgetrommeld omdat hij wist waar de hoofdkraan zat.


Terwijl ik bezig was met het repareren van de waterleiding kwamen Toey en zijn vriend bedremmeld ons landje oplopen. Zwijgend stonden ze achter me tot ik de laatste koppelstukken vast had gemaakt. "Solly solly, friend not know" stamelde Toey. ไม่มีปัญหา (mai mie panha) antwoordde ik in mijn beste Thais, ofwel "geen probleem". Na nog een aantal verontschuldigingen vertrokken de mannen weer, zichtbaar opgelucht dat we er geen probleem van maakten.

Leuk hoor, al die verschijnselen, maar we willen nu eindelijk wel eens een paar dagen regen.

19 mei 2019

Camera obscura (alleen voor mannen)

Nadat we onze Thailandplannen bekend hadden gemaakt kreeg ik vaak de vraag of ik het niet moeilijk vond om zo ver van mijn kinderen te gaan wonen. Ik antwoordde dan meestal dat we sowieso al te ver van elkaar woonden om dagelijks of wekelijks bij elkaar over de vloer te komen, dat er voor skype en whatsapp geen verschil is tussen de afstand Deventer-Maashees en Deventer-Lampang en dat ik wel kan besluiten om dan maar niet te gaan, om dan misschien na een jaar van mijn zoon te moeten horen dat hij naar Australië verhuist of iets dergelijks. Natuurlijk is het leuker als je spontaan kan besluiten even langs te gaan, maar vandaag de dag zijn er volop alternatieve contactmogelijkheden.

Afgelopen week was Coen bij ons in Lampang. Een tussenstop op weg naar, je raadt het al, Australië. Hij heeft zijn baan opgezegd, zijn huis verkocht en gaat daar voorlopig voor een jaar werken. Na dat jaar voldoet hij nog net aan de leeftijdseis om er nog een jaar aan vast kan knopen, maar wat hij dan precies gaat doen is nu nog helemaal open. Anderhalf jaar geleden was hij hier ook. 6 weken voor zijn vertrek indertijd had hij Lieneke ontmoet; nu was ze erbij. Anderhalf jaar wachten voor je de vriendin van je zoon ziet en die dan meteen een week op bezoek hebben, dat is een bijzondere manier van kennismaken. Het bleek een hele aangename manier te zijn.

We hebben de gelegenheid aangegrepen om zelf ook weer eens toeristisch te doen. Zo hebben Thailands oudste nog complete tempel bezocht, maar ook een van de nieuwste, die zelfs nog in aanbouw is. Wat Santi Nikhom Samakkhi Tham is al een langer bestaand tempelcomplex, waar momenteel gewerkt wordt aan een nieuw gebouw dat in 4 verdiepingen de hemel (ik noem het zo maar even), de hel en de lagen daartussen verbeeldt. Een enorme Boeddha zit voor het gebouw, waaraan nog volop gewerkt wordt. De hemel en de hel zijn klaar, maar de rest is nog een bouwplaats. In Thailand is dat geen bezwaar om de boel gewoon open te stellen voor bezoekers. Tussen de cementkuipen en muurschilders door kan je afdalen in de hel of klimmen naar de hemel.


De vormgeving van de hel zouden we in goed Nederlands het beste kunnen omschrijven als "over the top". Er worden tongen uitgetrokken, mensen aan cactussen gespiest, groepjes gezellig in grote potten gekookt. Het gekerm schalt door de ruimte. De boodschap is duidelijk: wees een goed mens, anders staat je grote ellende te wachten. De broeders op de lagere school kwamen vroeger bij de beschrijving van de hel niet verder dan de plek waar je eeuwig zou branden. Dat was zo abstract dat het me niet in de kerk heeft kunnen houden. Had ik als kind deze hel gezien, dan was ik ongetwijfeld nog iedere zondag sidderend naar de mis gegaan.


In de hemel is alles prachtig mooi. Maar ook een beetje saai. Het valt natuurlijk ook niet mee om het eeuwige geluk te visualiseren.

Wat Phra That Luang Lampang wordt beschouwd als de oudste tempel in Thailand die nog helemaal compleet is. Het hoofdgebouw bestaat uit een gelaagd houten dak, dat oorspronkelijk op boomstammen steunde. Inmiddels wordt het door betonnen pilaren gedragen, maar het is nog altijd een open constructie.


Als in de naam van een tempel "Phra That" staat betekent dat dat er een beetje as van de Boeddha bewaard wordt. Wat deze tempel extra bijzonder maakt is dat er in plaats van as wat haar van de Boeddha bewaard wordt.


Op het complex staan ook een 45 meter hoge chedi en verschillende bijgebouwen. Met één daarvan is wat bijzonders aan de hand. Tijdens de bouw is er een gaatje in de deur ontstaan. Bouwers ontdekten dat als hun ogen aan het donker gewend waren, de chedi ondersteboven op een muur geprojecteerd werd. Dit verschijnsel, een camera obscura, werd beschouwd als een mirakel en het gebouwtje kreeg de bijbehorende status, hetgeen in die tijd onder meer betekende dat er alleen mannen naar binnen mochten.


Dat laatste is nog steeds zo. Hoewel zo'n oude camera obscura heel bijzonder is, wordt deze in informatiebronnen nauwelijks genoemd. Ik had al wel van het bestaan gelezen, maar bij eerdere bezoeken het gebouwtje niet kunnen vinden. Met mijn westerse blik vond ik eigenlijk ook dat ik niet naar binnen kon in gebouwen waar Mieke niet in mag alleen omdat ze vrouw is. De nieuwsgierigheid werd toch te groot, dus deze keer zocht ik wat gerichter en vond al snel het gebouwtje, waarvan ik altijd had aangenomen dat het afgesloten was; logisch, voor een camera obscura moet je de deur dicht houden. Zo stonden vader en zoon, beiden actief in fotografie uiteindelijk samen in wat je het prototype van een camera kunt noemen. Om het beeld wat mooier te krijgen was er een scherm opgehangen. Dat maakte het inderdaad duidelijker, maar wel minder authentiek. De detaillering vond ik verbazingwekkend. Hoe langer we binnen stonden, hoe meer details opdoemden. Je kon de mensen langs de chedi zien lopen. Af en toe kwamen er mensen binnen, die zonder uitzondering concludeerden dat het te donker was om iets te zien en weer vertrokken. Met een van de modernste opvolgers van de camera obscura konden we het beeld verrassend goed vastleggen zodat we Mieke en Lieneke toch nog konden laten zien wat ze niet live mochten zien.


Doordat we oppas voor huis en honden hadden gevonden konden we nog mee voor een paar dagen Chiang Mai en Pai, het oude hippiestadje in de bergen.



Op de terugweg naar huis hebben we Coen en Lieneke afgezet in Chiang Mai. Inmiddels zitten ze op het bounty-eiland Koh Lanta, van waar ze via Maleisië en Singapore door zullen reizen naar Perth. Misschien zoeken we ze wel een keer op het komende jaar. Een goede reden voor een Australië-reis.