22 september 2019

Bananenflensjesgebakjes

"Amazon kub cahd?" vraagt het meisje achter de kassa. Ze kijkt er behoorlijk streng bij. Maar ja, ik heb geen membercards of clubcards. Niet van de supermarkt, niet van de makro, niet van het tankstation, niet van de telefoonwinkel en dus ook niet van Amazon coffee. Dat zijn allemaal clubs waar ik af en toe wat koop, maar waar ik verder niet bij hoef te horen. Maar dat is allemaal wat te veel om uit te leggen. "Maimie khap" (heb ik niet) zeg ik met mijn vriendelijkste glimlach. Ze pakt de twee bananenflensjesgebakjes die ik heb aangewezen en wil ze in een plastic zakje doen. "Thoeng mae aw khap" (zakje hoeft niet) zeg ik met een nog bredere smile. Ze kijkt me even aan, doet dan de gebakjes in het plastic zakje en zet dat gedecideerd voor me neer. Normaal gesproken zou ik de spullen uit het zakje halen en zo meenemen, maar vandaag durf ik dat niet. Uit pure lafheid draag ik weer wat bij aan de plasticsoep. "Khap khun khap" (dank u wel) mompel ik en verlaat snel de coffeeshop. (In Thailand zijn dat overigens winkels waar ze koffie verkopen; dat was wel even wennen.)

Tja, die taal... Ik vrees dat ik de klanken in "toeng mae aw" toch net iets te hoog, te laag, te kort of te lang heb uitgesproken en daarmee iets onbegrijpelijks heb uitgekraamd. Het Thais is op zich een eenvoudige taal. In een eerdere blog heb ik daar al het een en ander over geschreven. In die blog ging het vooral over de simpele grammatica. Ook de woordopbouw is in het algemeen echter heel simpel. Zo is น้ำ (naam) het woord voor water. Allerlei vloeistoffen hebben naam (het Thaise) in hun naam (het Nederlandse). Benzine is น้ำมันเบนซิน (naamanbenzien), sinaasappelsap is สีส้ม (naam som, oranje water) en ijs heet น้ำแข็ง (naam kheng, hard water). Dat laatste overigens als het echt om bevroren water gaat. Consumptie-ijs heet ไอศครีม (icecream, meestal uitgesproken als aaikiem). Vaak herbergt de taal verwijzingen naar het verleden. Het woord voor suiker is น้ำตาล (naam thaan). Letterlijk vertaald is dat bruin water, een benaming die verwijst naar de melasse uit suikerriet.

Ook het Thaise woord voor kamer, ห้อง (hong), is een mooi voorbeeld. De ห้องทำอาหาร (hong tam ahaan, kamer doen eten) is de keuken, de ห้องทำงาน (hong tam ngaan, kamer doen werk) is het kantoor en de ห้องน้ำ... dat moeten jullie met de informatie die ik net gegeven heb zelf wel kunnen bedenken. Goede inzenders krijgen een eervolle vermelding in de volgende blog.


Nu we zo langzamerhand steeds meer woorden beginnen te (her)kennen wordt het een sport om te proberen deze zodanig te combineren dat een Thai het begrijpt. Een paar dagen geleden moest ik op pad om gras voor op dakjes te kopen. Van onze Thaise vriend Phan, die het spul ging monteren, wist ik dat ik yaakhaa moest hebben. Vrienden uit het dorp hadden uitgelegd dat ik in de buurt van een bepaalde tempel moest zijn. Onderweg bedacht ik dat seu het Thaise woord is voor kopen, en joetienai waar, op welke plaats betekent. "Seu yaakhaa joetienai khap" vroeg ik aan een man bij de bewuste tempel en tot mijn grote vreugde begon hij me van alles uit te leggen, waar ik natuurlijk niets van begreep. Gelukkig wees hij in een bepaalde richting en kon ik haaloi mèt (500 meter) en joetun (u-turn) onderscheiden. En jawel, 500 meter verderop, net voor de u-draai, kon ik mijn yaakhaa kopen.


"Khoen tam mai khap" (jij doen?) vroeg de verkoper, nadat we de yaakhaa hadden opgeladen. "Tjai khap" (ja), jokte ik, omdat ik geen idee had hoe ik uit moest leggen dat een vriend dat voor ons ging doen. Ook wilde hij weten waar het voor was. Met de hiervoor beschreven taalkennis in gedachten antwoordde ik dat het voor een hong rot (auto kamer) was. Helaas gaat dat combineren niet altijd op. Hij viel zowat om van het lachen. Hod bleek het juiste woord te zijn.

Net toen ik mijn auto gestart had kwam hij, nog nahikkend, achter me aan en gebaarde dat ik mee moest komen. Onder een zeil kwamen nog 5 lengtes yaakhaa tevoorschijn die ik mee mocht nemen. "Flie" zei hij. Ook het Thais verengelst.

Oplettende lezertjes hebben ongetwijfeld opgemerkt dat het woordje khap regelmatig aan het eind van een geciteerde zin staat. Officieel moet dat khrap zijn, maar de r is een lastige letter voor Thai en wordt daarom vaak weggelaten. Khrap is een beleefdheidswoordje dat je in een gesprek achter iedere zin kunt zetten. In het Nederlands bestaat er niets dat daar op lijkt. Voor Thaise mensen is het een teken van respect. Het is een gebruik waar we moeilijk aan kunnen wennen, maar het begint te komen. Khrap wordt overigens alleen door mannen gebruikt. Het beleefdheidswoordje voor vrouwen is khaa. Khrap en khaa zijn ook te gebruiken als bevestiging in een conversatie; dan zijn ze vergelijkbaar met het ja... ja... jaja ja ja dat je in Nederland gebruikt om aan te geven dat je nog steeds luistert.


De bananenflensjesgebakjes bleken bij thuiskomst helaas foithongflensjesgebakjes te zijn. Ze stonden in het bananenflensjesgebakjesvakje achter een bananenflensjesgebakjesbordje en ze zien er precies hetzelfde uit als bananenflensjesgebakjes, alleen zitten er geen bananen in maar foi thong, een soort eigeeldraden gekookt in siroop. Ik vind dat ook wel lekker, maar Mieke heeft de foi thong eruit gepeuterd en er banaan in gefrot. Wie in Thailand woont moet kunnen improviseren, zowel met taal als met taart.

Meer taalblogs:

01 september 2019

Buismanbestek

Thaise restaurants lijken in één opzicht erg op die in Nederland: je kunt er eten. Voor het overige zijn er weinig overeenkomsten. Zo is een comfortabele zitplaats hier absoluut geen punt van aandacht. Plastic krukjes, houten of betonnen bankjes (die laatste dan bij voorkeur opgeschilderd als aardbei, watermeloen of koe) of stoelen met een veel te rechte rugleuning, je komt ze volop tegen. We prijzen ons al gelukkig als er plastic stoeltjes met rugleuning staan; dat is het toppunt van comfort.


Schoon is het meubilair meestal niet. De schoonmaak blijft veelal beperkt tot de afwas en het af en toe een doekje halen over dingen die in het zicht staan. Stoelen en krukjes staan (half) onder de tafel en vallen dus niet onder die categorie. Klanten hoeven zich er evenmin aan te storen, want waar je op zit, dat zie je niet. 

De borden zijn vaak van plastic en al even vaak een allegaartje van kleuren en vormen. Een van onze favoriete restaurantjes hier heeft wel aardewerk borden. Op die borden staat het logo van de Franse supermarktketen Leclerc. Waarschijnlijk laat die zijn borden in Thailand maken en is er een partij afgekeurd. Als bestek krijg je alleen vork en lepel. Die zijn zo onwaarschijnlijk dun dat wij ze "Buisman-bestek" gedoopt hebben. (Voor wie geen idee heeft wat daar de reden van is: Buisman (https://nl.wikipedia.org/wiki/Buisman) was onder meer vermaard vanwege het flinterdunne bijgeleverde lepeltje.) In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt eet men hier meestal niet met stokjes. Alleen bij noedelsoep krijg je eetstokjes en een lepel.

In sommige restaurantjes parkeert de eigenaar zijn auto 's avonds binnen en er zijn er ook waar een brommer in de hoek van de zaak staat. Wij moesten een keer 90 baht afrekenen en hadden alleen een briefje van 1000. Dat was geen probleem. De restauranthouder verdween met het briefje naar achteren en reed even later op zijn brommer dwars door het restaurant naar buiten. 5 minuten later knetterde hij weer naar binnen, waarna hij ons het wisselgeld kon overhandigen.


Ook veelvoorkomend in Thaise restaurants is de televisie, die meestal een soap of een showprogramma laat zien. In een familierestaurantje kwam moeder de bestelling opnemen, waarna zoonlief de boel bereidde. Nadat alles was afgeleverd slofte moeder naar achteren en kwam terug terwijl ze een tuinstoel achter zich aansleepte. Ze klapte de tuinstoel pas naast ons tafeltje open, zette hem in de bijna-ligstand en ging op haar gemakje naar de tv liggen kijken. 2 minuten later lag ze te snurken. We hebben maar zo zachtjes mogelijk gepraat, om haar niet wakker te maken.

Het zal duidelijk zijn: ambiance speelt geen rol in de meeste Thaise restaurants. Het schijnt dat die ambiance ook nauwelijks een rol speelt bij de toekenning van Michelinsterren in Thailand (en in Azië in het algemeen); zouden dezelfde normen als in Frankrijk gehanteerd worden, dan zouden hier nauwelijks sterrenrestaurants zijn. 


Dan vergeet ik haast nog de toiletten te vermelden. Op dat gebied zijn de verschillen groot. Soms kom je ergens het toilet binnen en is je aandrang spontaan verdwenen, dan weer kom je allerlei zelfgeknutseld sanitair tegen, zoals een urinoir gemaakt van een brandblusser, en op weer andere plaatsen sta je onverwacht in een luxe, keurig betegelde wc. Hoe luxe de wastafel en de pot ook zijn, de sticker(s) van de fabrikant zitten er altijd nog op. Saniair doet het net zo goed met als zonder sticker, dus waarom zou je de moeite nemen om die te verwijderen?


Waar heel veel aandacht aan geschonken wordt is de bewegwijzering. Standaard-toiletbordjes zie je zelden; vaak is er een creatief werkstuk van gemaakt dat niet zelden weinig aan de verbeelding overlaat.


Zodra je gaat zitten op je ongemakkelijke plastic krukje komt de bediening met de kaart en een pen en opschrijfblokje. De kaart wordt overhandigd, waarna de bedienende man, vrouw, ladyboy of tomgirl met de pen in aanslag klaar gaat staan om de bestelling op te nemen. In het begin werden we daar knap nerveus van, zeker als de kaart alleen maar in het Thais en zonder plaatjes was en we moesten uitvogelen of iets nou met kip, ei, vis of varken was. Soms wezen we dan maar op goed geluk wat aan. Inmiddels zijn we eraan gewend en nemen gewoon de tijd om te begrijpen wat er op de kaart staat. 

Nadat je de bestelling hebt doorgegeven wordt het spannend. Welk gerecht zou het eerste komen?  Krijgen we wel wat we besteld hebben? Is het warm eten warm? Eerst worden de plastic bordjes op tafel gezet, gewoon een stapeltje dat je zelf moet verdelen. Het buismanbestek zit meestal in een bestekdoos die al op tafel staat. De drankjes staan op een serveerwagentje waarvan soms de wieltjes zijn vastgelopen, maar dat is geen probleem, want je kunt het ook dragen. 


De glazen worden netjes door de bediening gevuld. Ik drink bijna altijd gewoon water, Mieke neemt zo af en toe een biertje. Maar ook al heeft zij het bier besteld en ik het water, het bier wordt altijd bij mij neergezet en het water bij haar. 
Zodra je een kwart uit je glas hebt gedronken wordt het bijgevuld. Je moet dus goed in de gaten houden dat er niet steeds nieuwe flessen worden opengetrokken.

Uiteindelijk komt dan het eerste gerecht. De ene keer wordt dat vrij snel gevolgd door het volgende, maar de andere keer duurt het een hele tijd. Het gebruik is hier dat niet ieder zijn eigen bestelling opeet, maar dat alle gerechten midden op tafel komen en iedereen pakt wat ie wil. Omdat de bediening dat systeem kent en bovendien niet meer precies weet wie ook al weer wat besteld had, worden de gerechten gewoon op de rand van de tafel gezet, of aan een van de gasten in de hand gegeven. Daar schuilt een groot risico in als de tafel al vol staat. Je ziet de ober wanhopig kijken waar hij de boel moet neerzetten. Behulpzaam steek je je handen uit om de schaal of schotel van hem aan te pakken, zodat hij de handen vrij heeft om een plekje op de tafel te creëren. Helaas werkt dat niet zo: dankbaar dat hij zijn lading kwijt is loopt hij terug naar de keuken terwijl jij blijft zitten met een bord in je handen dat je nergens kwijt kunt.


In mijn verhaal tot nu toe zijn we in ieder geval al zo ver gekomen dat er eten op tafel staat. Je moet echter niet verbaasd zijn als je iets bestelt en pas na een kwartier te horen krijgt dat dat vandaag niet verkrijgbaar is. Of, wat we ook hebben meegemaakt, dat je binnenkomt, vriendelijk welkom geheten wordt, gaat zitten en na 5 minuten te horen krijgt dat het restaurant eigenlijk gesloten is. Vandaag bestelden we soda manao (spa rood met limoen). Even later kwam de ober zeggen dat de limoen op was. Althans dat meenden we verstaan te hebben. Mogelijk had hij het over limoensiroop, want op het schoteltje waar het flesje water op geserveerd werd lag ... een kwart limoen. 

Zo zit ieder restaurantbezoek weer vol verrassingen. Uit het bovenstaande zou je kunnen afleiden dat we de restaurantjes zo langzamerhand wel zat moeten zijn, maar het tegendeel is waar. Uiteindelijk is het doel om lekker te eten en het Thaise eten is godnakend lekker. Als we er alleen water bij drinken (dat is hier gratis) zijn we vaak voor zo'n 2,5 euro klaar. Daar kunnen we het zelf niet voor maken. En door al die verrassingen is ieder restaurantbezoek weer een belevenis. Daar genieten we extra van.

11 augustus 2019

Draagt elkanders lasten

Zoals de kenners onmiddelijk aan de titel van deze blog gezien hebben ga ik het vandaag eens over de uitvaart hebben. Het thema borrelt al in mijn hoofd sinds Yarden in Nederland bekend maakte dat het toekomstige prijsstijgingen mogelijk zou gaan doorberekenen aan hun verzekerden. Dat laatste woord is formeel niet helemaal juist; Yarden heeft geen verzekerden, maar leden. Die zijn met gelikte marketingcampagnes gelokt, onder meer omdat het (volgens Yarden) veel aantrekkelijker is om je bij een vereniging aan te sluiten die de volledige uitvaart regelt, in plaats van bij een verzekeraar die slechts een bedrag uitkeert. Want je weet immers nooit of dat bedrag wel voldoende is.

De geschiedenis van Yarden gaat terug naar precies 100 jaar geleden, toen de Arbeiders Vereniging voor Lijkverbranding werd opgericht. De achterliggende gedachte, naast het strijden voor legalisering van (toen nog verboden) crematie, was om gezamenlijk de kosten te dragen. De Arbeiders in 1919 hadden vermoedelijk geen plaatje voor zich van een luxe kantoorpand, hippe commercials met Adelheid Roosen, een afdeling beleggingen en een directie met een, volgens de website, marktconform salaris. (Marktconform is de term die gebruikt wordt als men liever geen bedrag noemt, en betekent in de praktijk meestal "veel te hoog".) Het idee van de oprichters was dat een gezamenlijke periodieke kleine bijdrage van iedereen de crematie van iedereen mogelijk zou maken.

Die andere grote jongen op uitvaartgebied, Dela, werd in 1937 opgericht, met eenzelfde solidatiteitsdoelstelling. Voor de niet-kenners: kijk nog even naar de titel van deze blog en je weet waar de naam Dela voor staat. Beide organisaties zijn inmiddels hun roots ver ontstegen, hebben uitvaarten steeds verder opgetuigd en nu de kosten de pan uitrijzen en de beleggingsbomen toch niet tot in de hemel blijken te groeien, komen ze in de problemen. De oprichters in 1919 en 1937 draaien zich om in hun urn, respectievelijk graf: ze deden de ledenbijdragen waarschijnlijk gewoon in een sigarenkistje en deden het praktische werk gewoon zelf.

In Thailand is "draagt elkanders lasten" geen holle praat. Overlijdt er hier iemand in het dorp, dan komen er meteen allerlei mensen in actie. Nog dezelfde avond is er bij het huis van de overledene een groot tentdak geplaatst en is er een grote lading tafels en stoeltjes aangevoerd. Iedereen die de nabestaanden bezoekt neemt een envelop mee, waarin een bedrag naar draagkracht is gestopt. Gedurende enkele avonden zijn er plechtigheden met monniken en een soort uitvaartleider die de juiste teksten voordraagt. Buren zorgen ervoor dat alles geregeld wordt.


De familie van de overledene hoeft zich dus nauwelijks met organisatorische dingen bezig te houden, maar kan zich volledig aan de zorg voor elkaar en voor de overledenen wijden. Wat moet er bijvoorbeeld mee, is een belangrijke vraag. Soms wordt er een soort pipowagen opgetuigd met allerlei spullen die voor de overledene nog van pas kunnen worden: kleding, stoeltjes, een koelkast, een ventilator, gemak dient niet alleen in dit leven de mens. Het "huisje" op de wagen krijgt overigens een herbestemming als sala, een overdekt zitplekje ergens in het dorp of in de tuin. Daartoe worden de wanden eruit gesloopt.


Op de dag van de verbranding wordt ook alles weer gezamenlijk gedaan. Er zijn stoelen aangevoerd, er wordt eten gekookt, en er wordt afgewassen, er zijn de rituele geschenken die aan de monniken overhandigd moeten worden. Ook hele praktische dingen lijken vanzelf te gaan. Zo stellen mensen hun oprit of weiland open om te parkeren.


Na een ochtend vol rituelen en de maaltijd vertrekt de rouwstoet voor de verbranding van het lichaam. Deze vindt plaats in een eenvoudig crematorium. In veel plaatsen is dat nog een simpel plateau in de open lucht; grotere plaatsen hebben vaak al wel een afgesloten verbrandingsplaats.
De overledene ligt in een kist die in een soort houten tempeltje staat. Het geheel staat achterop een auto.


Vroeger werd het tempeltje met de kist op handkracht naar het crematorium getrokken. Overblijfsel daarvan zijn de touwen die aan de auto vastzitten en die door de mensen die voor de auto uitlopen worden vastgehouden.


Bij het crematorium worden opnieuw door de monniken allerlei rituelen uitgevoerd. Dan worden met veel knalvuurwerk de onaardige geesten weggejaagd. Met een soort vuurpijl wordt vervolgens het tempeltje in brand geschoten. Met veel geknal staat het al snel in lichterlaaie. Nog terwijl het vuur brandt vertrekken de mensen. Ze verlaten het terrein zonder om te kijken, om te voorkomen dat ze zich op een of andere manier verbinden aan de geesten. In nog geen 10 minuten tijd zijn alle stoelen en andere spullen ook opgeruimd en blijft alleen de brandweerman achter, die moet zorgen dat de vonken de omgeving niet in de fik zetten.


En dat alles wordt dus betaald en uitgevoerd volgens het motto: draagt elkanders lasten. Alle mensen in het dorp leven in de zekerheid dat hun uitvaart geregeld wordt, onafhankelijk van beleggingsresultaten en inflatie.

Wat veel mensen niet weten is dat je in Nederland ook prima een uitvaart zelf kunt regelen. Mieke heeft het ooit gedaan voor vrienden waarvan de baby was gestorven. Zelfs de gemeente, die een verlof tot begraven moest afgeven, kon er met moeite van overtuigd worden dat je voor een begrafenis echt geen uitvaartonderneming nodig hebt. Net zomin als je een rouwauto nodig hebt voor het vervoer van een lichaam; dat mag gewoon in je eigen auto. Kist? Hoeft niet. Aula? Nergens voor nodig. 600 euro kostte de begrafenis uiteindelijk. Een bedrag dat vrijwel geheel bestond uit grafrechten. Dat scheelt nogal met de kosten die de Yarden-kostencalculator voorrekent: € 6695 voor een minimale uitvaart. Maarja, Mieke hoefde dan ook geen marktconforme beloning.

07 augustus 2019

Eindelijk echt regentijd

Op 26 mei schreef ik dat het regenseizoen "eindelijk" was begonnen. Hoewel dat al aan de late kant was, bleek het toch wishfull thinking. Op een spaarzame bui na bleef het nog zo'n 2 maanden droog en vooral ook warm. De boeren, die hun rijstvelden na de eerste bui klaar hadden gemaakt, konden slechts toezien hoe de boel droog bleef staan. Veel rijstvelden moesten na enkele weken zelfs opnieuw geploegd worden. Op de minimale marges die de boeren met de rijstteelt behalen is dat een flinke aderlating.


Een week of twee geleden is het regenseizoen dan toch echt begonnen. Wij waren die dag naar Chiang Mai geweest en op de terugweg zagen we de bui al hangen. De weersvoorspellers hadden net die ochtend gemeld dat het regenseizoen nog wel een maand op zich zou laten wachten, dus we hadden er niet op gerekend. De ramen waren weliswaar dicht of op een kiertje, maar de "stormvloedkering", de schuifpanelen boven de ramen, stond nog vrolijk open. We waren bijna thuis toen het water met bakken uit de lucht begon te vallen. De stormwind joeg het zowat horizontaal onder het dak door. Gelukkig konden we de schade binnen beperken door snel de panelen te sluiten. Alleen zelf werden we kleddernat, maardat is met de warme regen die hier valt niet zo erg.

Intussen regent het vrijwel iedere dag, meestal in de vorm van een malse bui die, nu de stormwinden achterwege blijven, keurig loodrecht omlaag valt. We hebben zelfs twee dagen grijs weer met miezerregen achter de rug; we waanden ons weer even in Nederland. Nu de grond al flink nat is, zonder dat grote delen van het landje al onder een laagje water staan, zijn de omstandigheden optimaal om bomen te planten. Als de grond hier droog is, is deze namelijk keihard. Er zijn dan een houweel en veel spierkracht nodig om een gaatje te maken. Dankzij de regen is de klei in de grond nu zacht geworden en kunnen we er wat makkelijker in komen. We zijn dan ook volop aan het bijplanten. Het wordt steeds moeilijker om te beseffen dat het hier eerst alleen maar grasland was.

 


Meer begroeiing betekent ook meer dierenactiviteit. Soms is dat echt fascinerend, bijvoorbeeld toen er een prachtige slang in de papayastruik zat. We weten nog altijd onvoldoende van slangen om te weten of een bepaalde soort gevaarlijk is of niet, dus we blijven op gepaste afstand. Deze jongen bleef in ieder geval braaf zitten tot we de camera hadden gehaald.


Onze toekeh, hij is hier al vaker voorbij gekomen, wordt met de dag tammer. Tegenwoordig komt hij om een uur of 5 achter de voorraadkast op de veranda omhoog. Hij gluurt dan over de rand, in afwachting van een maaltje meelwormen dat we hem serveren. We kunnen probleemloos allerlei werkzaamheden op het werkblad uitvoeren; hij blijft geïnteresseerd zitten kijken.



De droogte waar we het al eerder over hadden, speelde ook de insekten parten. In de weken voor de regens begonnen, kwamen in grote getale bijen op onze kraan af. Het eerst zagen we dat doordat er een heleboel verdronken waren in een schaaltje dat in de week stond. Vanaf dat moment hebben we de afwas steeds maar meteen weggewerkt. De bijen bleken een voorkeur te hebben voor de uitloop van de kraan en voor de douchekop. Blijkbaar konden ze daar het gemakkelijkst het water verwerken.


Dan is er nog het nodige kleine spul, waaronder een nieuwsgierige sprinkhaan en een kever die met de achterpoten omhoog gaat zitten opwarmen. In huis werden we aangenaam verrast door een flinke mot, met een spanwijdte van zo'n 10 centimeter.




En natuurlijk is ons favoriete fluitertje, de bushchat, er ook nog steeds. Ze woont nog altijd in onze sala en als we er rond bedtijd zitten te eten sputtert ze eerst wel een tijdje, maar uiteindelijk komt ze toch binnen om haar slaapplekje in te nemen.


Behalve alles wat spontaan aan komt lopen, kruipen of vliegen is er ook nog een meer gestuurde uitbreiding van de levende have hier rond Baan Din. Er kruipen 4 schildpadden rond, die we binnenkort in een deel van de tuin hun gang kunnen laten gaan. En de nieuwe vijver is ook bewoond door hele kleine schildpadden, naast de honderden guppies en de mooie shubunkins. Die laatsten zijn zelfs zo gehaaid (grappige omschrijving voor een vis) dat ze het schildpaddenvoer van een drooggelegen boomstam weten te halen.



17 juli 2019

Maanstaren

Vannacht was er een gedeeltelijke maansverduistering. Natuurlijk ben ik om 4 uur even opgestaan om het verschijnsel te bekijken. In Nederland was het toen 11 uur 's avonds. Ik realiseer me op zo'n moment dat er ongetwijfeld ook veel mensen daar naar de maan staan te kijken.


De volle maan had er trouwens echt zin in. Al bij opkomst maakte ze er een stralende lichtshow van.


De afgelopen dagen zaten we aan de kaas (dankjewel, Carin) en zelfs, volkomen onverwacht, aan de maatjesharing (khabkhunkrab Primo). Hoe Nederlands wil je het hebben? Toch voelde tijdens het maanstaren Nederland dichterbij dan tijdens het eten van kaas en haring. Grappig hoe dat werkt in je hoofd.




11 juli 2019

At your service

Na mijn bloggersblock van twee weken geleden hadden we de laatste dagen last van een dreigend laptopblock. De harde schijf maakte onheilspellende geluiden en bij het opstarten verscheen vaak de melding dat het besturingssysteem ontbrak. Als na een paar herstart-pogingen het besturingssysteem eindelijk toch was gevonden, kon het apparaat midden in een klus onverwacht afsluiten. Het leek er sterk op dat de harde schijf het aan het begeven was. In plaats van wekelijkse back-ups maakten we er dus maar iedere dag een.

Vandaag was het zover. Ik had mijn redactieklusjes er net opzitten toen de laptop het voor gezien hield. Opstartpogingen leidden nu steevast tot de melding van een ontbrekend besturingssysteem. Na een half uur proberen gaf ik het op. Ik wilde al gaan kijken naar de prijzen van nieuwe laptops toen ik me realiseerde dat hier in Thailand veel meer dan in Nederland alles gerepareerd wordt. In Nederland zijn de arbeidskosten hoog in vergelijking tot de materiaalkosten en is reparatie dus vaak duurder dan vervangen. In Thailand is het precies andersom. Op naar de computerreparateur dus. Gelukkig waren onze Thaise vrienden Matsaya en Pun een paar dagen over en wilde Matsaya wel mee om te vertalen.

Achteraf moet ik beschaamd vaststellen dat ik er onderweg al vanuit ging dat er niets meer te repareren viel en er een nieuw apparaat gekocht moet worden. In Nederland was dat zo'n beetje standaard: "Nee, meneertje, we kunnen hem natuurlijk wel opsturen maar dan bent u 75 eurootjes kwijt om te laten kijken wat het probleem is en een offerte voor de reparatie op te stellen. Het reparatiebedrag komt er dan nog bij en dan heeft u nog steeds een computer van 3 jaar oud. Toevallig hebben we net een mooie aanbieding....blabla enzovoort." Nog meer beschaamd moet ik toegeven dat ik er al helemaal geen vertrouwen meer in had toen er een meisje achterde balie stond. Ter verdediging van mezelf kan ik wel aanvoeren dat ze erg deed denken aan de meisjes in de bouwmarkten, die op iedere vraag antwoorden: "mai mie" (hebben we niet), waarna we het gevraagde artikel even later toch zien liggen.

Nadat Matsaya het probleem had uitgelegd zei het computermeisje dat hoogstwaarschijnlijk de batterij was opgezwollen en tegen de harde schijf aan drukte. Daardoor zou deze worden afgeremd, hetgeen tot de foutmeldingen en het uitvallen leidde. Dat klonk zeer aannemelijk, realiseerde ik me meteen. We hebben ruim drie maanden temperaturen rond de 40 graden gehad en daar heeft zo'n computer natuurlijk ook last van.


Het computermeisje haalde meteen een schroevendraaier, schroefde de bodemplaat los en daar kwam inderdaad een flink opgeblazen batterij tevoorschijn. Ze schroefde ook de batterij los, haalde hem eruit, sloot de netvoeding aan en zette het apparaat aan. Hij liep weer als een zonnetje, zonder de onheilspellende geluiden. De bodemplaat werd weer netjes gemonteerd. Ik vroeg of ze dit type batterij kon leveren. Dat kon ze, maar ze moest deze wel bestellen. Maar ze voegde er aan toe dat ik beter eerst even een tijdje door kon werken op netvoeding, dus zonder batterij. Als dat een paar weken goed zou gaan, kon ik altijd nog een nieuwe batterij bestellen. Weer zoiets wat je als Nederlander niet verwacht.

Toen was het tijd voor de vraag die je in Nederland altijd met angst en beven stelt: ราคาเท่าไหร่ครับ (rakha thaurai krap, hoeveel kost het?). "Free service sir."

Tegenover de computerzaak stond een kraampje waar koele drankjes verkocht werden. Matsaya informeerde of de verkoopster wist wat het favoriete drankje van het computermeisje was. Het bleek een of andere felrode substantie te zijn. Ik bestelde er een beker van en gaf die aan het computermeisje. Ze wist weliswaar niet van mijn verfoeilijke gedachten, maar zo had ik toch het idee dat ik mijn schuldgevoel een klein beetje had afgekocht.


Het was overigens niet de eerste keer dat we gratis service kregen. Zo werd onze lekke autoband gratis gerepareerd, evenals de koppeling van onze bosmaaier. De leverancier van de grote boom is verschillende malen langs geweest om deze te verzorgen, en keek dan en passant ook nog een paar bomen na die elders waren gekocht. Nu de grote boom de storm niet heeft overleeft komt hij binnenkort een nieuwe brengen. Gratis. En een electrotechnicus uit het dorp repareerde gratis ons zonne-energiesysteem, nadat de officiële installateur er niet in geslaagd was het probleem te vinden. Het zou me niks verbazen als het woord servicekosten, goed beschouwd een contradictio in terminis, hier onbekend is.

30 juni 2019

Bloggersblock

Ik heb last van een bloggersblock. De ideeën voor onderwerpen zweven zoals meestal wel zo'n beetje vaag door mijn hoofd, maar als ik ga zitten om ze op te schrijven komt er niets fatsoenlijks uit. Heel veel spectaculairs gebeurt er momenteel ook niet. We wachten nog steeds op de dagelijkse regenbuien. Een uur na het plaatsen van onze vorige blog kwam het met bakken uit de hemel, maar vervolgens moesten we tot eergisteren wachten voor een nieuwe waterval.


Sindsdien is het weer overal dreigend, maar daar blijft het bij.


In een omgeving waar mensen bij temperaturen onder de 28 graden een vestje aan gaan trekken leidt het Nederlandse hitteprotocol vanzelfsprekend tot grote aandrang om een grappig bedoeld stukje te schrijven, maar dat hebben we vorig jaar al gedaan, dus ook dat schiet als onderwerp niet erg op. Misschien wordt mijn bloggersblock trouwens wel veroorzaakt door de hitte. 28 graden wordt in het hitteprotocol als maximum temperatuur genoemd waarbij nog lichte kantoorwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en het schrijven van een blog lijkt me nou typisch onder die categorie te vallen. Maar dat strookt weer niet met het feit dat ik al sinds februari schrijf bij temperaturen van 35 tot 42 graden.

Opvallend in het hitteprotocol (oeps, nu heb ik het er toch nog steeds over) is de aanbeveling om koelte te zoeken in een ruimte met airco. Natuurlijk helpt dat voor degene die in die gekoelde ruimte gaat zitten, maar tegelijkertijd draagt het bij aan de warmte buiten. Dat lijkt me in het kader van het klimaatakkoord, waarbij de opwarming van de aarde moet worden bestreden, dus geen logische oplossing. Los daarvan betekent het ook dat de mensen die zich airco kunnen veroorloven zichzelf koel kunnen houden ten koste van degenen die daar geen geld voor hebben. Op grotere schaal is dat sowieso al het probleem met het klimaatakkoord: wij gaan schoon rijden en de prijs daarvoor wordt in Afrika betaald.

Nouja, nu begin ik wel erg ver af te dwalen van het hoofdonderwerp van deze blog. Hoewel... "warmte" en "leven in Thailand", hebben wel degelijk met elkaar te maken. Na tweeëneenhalf jaar Thailand merken we dat ook warmte iets is waar je aan went. 25 graden vinden we frisjes, 30 graden aangenaam. 40 vinden wij ook veel te warm, maar we slaan ons er wel doorheen. Voor een flink deel komt dat doordat we het hier zonder airco doen. Zo worden we wel gedwongen om aan de warmte te wennen. Misschien een goed idee als aanvulling op het klimaatakkoord: een landelijke campagne "Wennen aan Warmte". Niet als oplossing voor het klimaatprobleem, maar om te voorkomen dat straks die airco aan moet en het probleem verder verergert.

Inmiddels is het hier 31 graden. Dankzij aangepaste kleding kan ik mijn lichte kantoorwerkzaamheden nog gemakkelijk volhouden. Of zo'n aangepaste garderobe ook op prijs gesteld zou worden in de gemiddelde kantoortuin op de zuid-as betwijfel ik. Het zou het werken er wel veel leuker van maken.


Eigenlijk moest dit stukje gaan over de nieuwe vijver, de schildpadden en de slang in de papayaboom, maar dat houden jullie dan nog van me tegoed.