22 mei 2021

Sjoppe

Shoppen in de betekenis die dat in Nederland heeft is hier slechts aan een beperkte groep mensen met geld voorbehouden. In Lampang is één shopping mall (zo heet dat tegenwoordig hier ook) met een wat luxer karakter en een wat eenvoudigere op de benedenverdieping van de grote supermarkt. Ik denk dat onze buren Toey en Ien er nog nooit geweest zijn, en het overgrote deel van de andere dorpsbewoners evenmin. 

Om te shoppen hoef je in Thailand ook niet naar een winkelcentrum. Vrijwel iedere doorgaande straat in een stadje is een winkelstraat. En overal zijn markten. Wie geen winkel heeft en geen zin om op de markt te gaan staan, maar wél wat wil verkopen, zet een tafel voor zijn huis.Zo zijn voor bijna iedereen alle dagelijkse levensbehoeften om de hoek te koop. Behalve dan als je net als wij midden in de rijstvelden gaat wonen. Eigen schuld.


Veel Thaise winkeltjes worden gekenmerkt door een enorme chaos. Ooit had zo'n winkeltje waarschijnlijk wel een specialiteit, maar in de loop van de tijd zijn er steeds meer producten bijgekomen. Zodoende hebben heel veel winkeltjes een min of meer vergelijkbaar assortiment. De inkoop lijkt op geen enkele wijze te zijn afgestemd op de te verwachten verkoop, maar eerder op toevallig voordelig aangeboden partijen. Zo'n partij moet dan natuurlijk wel een plekje in de winkel krijgen, zodat de stapels steeds hoger en de gangen steeds smaller worden. Het zijn trouwens niet alleen de kleine winkeliers die zich laten verleiden tot het aankopen van grote partijen. Zo werd in het plaatselijke postkantoortje op een gegeven moment een complete wand aan het oog onttrokken door een enorme voorraad toiletpapier, vermoedelijk door een nijvere beambte voor een prikkie op de kop getikt.

Ook de winkels die nog wel gespecialiseerd zijn hebben veelal een merkwaardig inkoopbeleid. Bij de elektronica-speciaalzaak staan de dozen met allerlei artikelen kriskras door elkaar hoog opgestapeld, waardoor het personeel over ruime mogelijkheden beschikt om ongezien te gaan zitten facebooken. Er staan televisies en andere apparatuur die inmiddels zwaar verouderd is, maar dat is geen reden om ze uit de winkel te halen. De nieuwste modellen komen er gewoon vóór te staan, waardoor de looppaden weer een stukje smaller worden. In de stoffenwinkel zijn de paden zo smal en onoverzichtelijk dat ik er niet in durf, bang om de weg terug niet meer te kunnen vinden.

In de shopping mall lijkt het allemaal wat meer op de Nederlandse winkelcentra. Daar zijn het ook geen lokale ondernemers, maar vestigingen van landelijke winkelketens die strak voorgeschreven krijgen hoe de boel eruit moet zien. Vooral op hete dagen zoeken daarom hele gezinnen de mall op om zich te vergapen aan de spullen en om af te koelen in de airco-gekoelde ruimte.


Voor de meeste Thai lijkt al dat uiterlijk vertoon van de shopping mall totaal oninteressant. Het maakt niemand wat uit of een winkel een volgepropte uitdragerij is, zolang er maar verkocht wordt wat je zoekt. Als je wat koopt kan je ook op een ongekende service rekenen. Is iets maar een beetje zwaar of volumineus, dan wordt het voor je naar je auto gedragen. En een onvriendelijke behandeling is een hoge uitzondering. 

Ben je de eerste die die dag wat koopt, dan zie je de verkoper met de zojuist in ontvangst genomen bankbiljetten langs de uitgestalde waren strijken. Daarmee moet het geluk worden opgeroepen om ook de rest van die dag veel te verkopen. In de Chinese winkels (veel Thai zijn van Chinese afkomst) is dat nog een graadje erger. Als daar de eerste klant de winkel verlaat zonder iets te kopen wordt het niets meer met de zaken die dag. Het schijnt dat gehaaide mensen daar misbruik van maken door te proberen als eerste in zo'n winkel te zijn en dan de prijs van wat ze willen kopen tot het absolute minimum omlaag weten te "onderhandelen".

Overigens komt het ook voor dat mensen het als gezichtsverlies voor zichzelf of de verkoper beschouwen als ze een winkel verlaten zonder iets te kopen. Die gaan dus altijd met iets de deur uit, ook al hebben ze het gekochte eigenlijk helemaal niet nodig. Op dat punt lijken die Thai wel op de Nederlandse shoppers, zij het dat de motieven om iets overbodigs te kopen totaal verschillend zijn.

Het gebrek aan belangstelling voor een gelikte presentatie van je winkel speelt ook bij de plaatselijke Tesco Lotus, de supermarkt in Hang Chat. De inrichting en het assortiment zijn voorgeschreven, dus dat ziet er allemaal redelijk georganiseerd uit. Drie maanden geleden werd groots aangekondigd dat de supermarktketen voortaan als Lotus's door het leven zou gaan *). In Nederland zouden alle winkels meteen een facelift krijgen, maar hier gebeurde weinig. Alleen de naam op de kassabon veranderde. Weken later stond opeens de nieuwe naam op het reclamebord dat de ingang van de parkeerplaats aanwijst. En sinds kort staat er buiten een verkoopautomaat met de nieuwe naam erop. Wij hebben het dan ook nog steeds over de Tesco. Als we tenminste naar de supermarkt gaan. Intussen zijn we genoeg ingeburgerd om de voorkeur te geven aan markten en kleine, volgestouwde winkeltjes.

*) Ik dacht dat de naamwijziging zou zijn opgelegd door een buitenlandse eigenaar, maar de keten blijkt in Thaise handen te zijn. Lotus's is voor de Thai namelijk een onuitspreekbare naam. De geschreven s aan het eind van een lettergreep wordt in het gesproken Thais een t. Lotut't zou het dan moeten worden. In het Thais wordt de naam van de supermarkt geschreven als โลตัส, ofwel lotas zonder 's. Probleem op typisch Thaise wijze opgelost.

08 mei 2021

Wat ga je er mee doen dan?

Het probleem met rijkdom is dat de meeste mensen niet weten dat ze rijk zijn. Als je geen Elon Musk heet is er altijd wel iemand aan te wijzen die écht rijk is. En als je in een rijk land als Nederland woont valt je rijkdom al helemaal niet op. Sterker nog: als je de nieuwsberichten en sociale media mag geloven is er sprake van ernstige armoede. Wat dat betreft is het een eye-opener om in Thailand te wonen. Naar aanleiding van mijn ziekenhuisopname schreef ik in 2018 al eens een blog over rijkdom en white privilege waar je je niet aan kunt onttrekken (https://leven-in-thailand.blogspot.com/2018/10/white-privilege.html). Het is tijd om het er weer eens over te hebben, zodat we het niet vergeten.

Dat het onderwerp weer op komt borrelen heeft te maken met ons bezoek aan de markt in Pong Yang Khok, een plaatsje hier vlakbij. Onze vriend Primo (hij kwam al eerder langs in onze blog) en zijn vrouw Somtjid verkopen daar allerlei spullen die tot de eerste levensbehoeften kunnen worden gerekend. Bakolie, soep, (af)wasmiddel en ga zo maar door. Wij gingen voor die produkten meestal naar de supermarkt, vanwege het gemak, maar beseften steeds meer dat het geld dat we op de plaatselijke markt uitgeven beter besteed is. Eén van de dingen die we nodig hadden was kokosmelk en Somtjid bleek dat ook te verkopen. Er zaten nog 4 pakjes in een wikkel waar er oorspronkelijk 8 in zaten, en ze wilder er eentje voor ons uithalen. Wij zeiden dat we ze alle vier wel wilden meenemen. Ze keek ons verbaasd aan: "Wat ga je er mee doen dan?"

Een simpele vraag met een diepe lading. Want de onderliggende boodschap was duidelijk. Niemand koopt op die markt ooit 4 pakjes kokosmelk tegelijk. De mensen kopen één pakje en pas als dat op is kopen ze weer een nieuw. Natuurlijk maakt dat voor de totale kosten niet uit, maar ze kunnen niet net als wij gemakkelijk even 60 baht (€ 1,75) uitgeven aan kokosmelk die ze nu nog niet nodig hebben.

Ik moest terugdenken aan enkele voorvallen tijdens de weken dat Phan bij ons verbleef. "Wow, they have a hoover" zei hij tegen zijn toenmalige vriendin Matsaya toen ze ons huisje bekeken. Hij bedoelde het niet zo, maar had niet op een meer effectieve manier duidelijk kunnen maken dat het hebben van een stofzuiger helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Later kwam hij een keer aan met twee voetjes van Loi Krathongkaarsjes die hij uit de vuilnisbak had gevist. 

Loi Krathong is een feestdag waarbij onder meer rijen kaarsjes voor het huis worden gezet. Als die opgebrand zijn kun je er niks meer mee. Althans, dat vinden wij. Maar Phan wou de restanten graag hebben we vroeg ons om voortaan altijd even te overleggen als we iets weg wilden gooien. Het zijn dat soort voorvallen die duidelijk maken dat rijkdom niet betekent dat je 1 miljoen op de bank of onder je matras hebt, maar dat je een stofzuiger hebt, dat je het je kunt veroorloven om iets bruikbaars weg te gooien, dat je niet een kwartier omfietst om 2 baht te besparen, dat je je niet hoeft af te vragen of je iets wel of niet kan kopen.

(Her)gebruiken wat je gebruiken kan zit hier veel meer in de volksaard dan in Nederland. Een mooi voorbeeld is het bewijsje dat we meekrijgen van het immigratiekantoor als we onze verplichte 90-dagenmelding hebben gedaan. Dat wordt geprint op de achterkant van eerder bedrukte A4'tjes. En alles wat kapot is wordt hier gerepareerd totdat dat écht niet meer kan. Dat ondervond ik toen mijn laptop het voor gezien hield. In Nederland zou me een nieuwe zijn aangesmeerd, maar hier in Thailand wordt zo'n ding weer opgelapt. 50 baht heb ik besteed aan 2 reparaties en nu, 2 jaar later, loopt mijn opgelaptop nog altijd als een zonnetje.

Ik kan me voorstellen dat zo'n verhaal over rijkdom nog altijd wat afstandelijk is voor de meeste lezers. Maar ik heb goed nieuws. Er is een handige website waar je je inkomen en de samenstelling van je huishouden kunt invoeren waarna je kunt zien hoeveel procent van de wereldbevolking rijker is dan jij, en dus ook hoeveel procent armer is. Probeer het eerst eens zelf in te schatten en kijk dan op https://howrichami.givingwhatwecan.org/how-rich-am-i of je inschatting een beetje klopte. Wij zitten zelf flink hoger dan we gedacht hadden. Ik ben benieuwd hoe dat voor jullie is.

07 mei 2021

Veranderingen in de blog

In de vorige blog heb ik gemeld dat de e-mailservice gaat verdwijnen. Die e-mailservice zorgt ervoor dat degenen die zich daarvoor hebben aangemeld een mailtje krijgen zodra er een nieuwe blog is verschenen.

Omdat er toch aardig wat lezers gebruik van maken hebben we gezocht naar een alternatief. En dat hebben we ook gevonden. Voortaan sturen we zelf een melding van een nieuwe blog via mailchimp. Dat is eigenlijk bedoeld om mailings te sturen en dan precies na te kunnen gaan wat het klik-gedrag van de ontvangers is. Maar het werkt dus ook goed voor simpele blogmeldingen en in jullie klik-gedrag zijn we niet geïnteresseerd, dus dat gaan we ook niet volgen.

Het nadeel van de nieuwe meldingen is dat je de blog niet meer direct in het e-mailbericht kunt lezen. Het is gewoonweg te veel werk om een blog inclusief foto's goed in het e-mailbericht te krijgen. In de nieuwe meldingen staat voortaan alleen de 1e alinea met een link naar de volledige blog. Dus heel groot is dat nadeel niet.

Een voordeel is er ook. De "oude" automatische melding werd 's avonds om 23:00 uur verstuurd. De nieuwe melding gaat eruit zodra de blog geplaatst is. Je hoeft er dus minder lang op te wachten. Maar omdat je nooit weet wanneer er weer een nieuwe blog komt, is dat voordeel dus ook niet echt groot.

We hebben de vrijheid genomen om de e-mailadressen van iedereen die zich voor de huidige e-mailservice heeft aangemeld te kopiëren naar mailchimp. Het verhaal dat je nu aan het lezen bent plaatsen we als blog. Die wordt zowel via de oude e-mailmelder als via de nieuwe verstuurd. Je krijgt dus eenmalig 2 mailtjes. 

Wat als je maar één mailtje ontvangt?

  • Krijg je alleen het oudemanier-mailtje (dat is het mailtje dat je nu zit te lezen), kijk dan even in je spammap. Zit daar het nieuwemanier-mailtje, voer dan het afzendadres fgth2001@hotmail.com in als veilige afzender in je mailprogramma. Zit het nieuwemanier-mailtje ook niet in je spammap, stuur ons dan even een berichtje.
Lees je deze blog online en wil je voortaan ook e-mailmeldingen ontvangen: rechts bovenaan staat een aanmeldlink.

Wil je je mailadres niet in mailchimp hebben? Onderaan het nieuwemanier-mailje staat een uitschrijflink.

We hopen het verdwijnen van de e-mailservice zo op een goeie manier te hebben opgelost. En we hopen dat jullie van de blogs blijven genieten. Reacties zijn altijd welkom. Dan kan straks ook gewoon door te antwoorden op het meldingsmailtje.

19 april 2021

Er is hoop

 Er ligt een drol op het terras. Nou is dat niet zo bijzonder, want er loopt en vliegt hier van alles rond en meestal houdt dit “van alles” geen enkele rekening met ons als het om het zich ontlasten gaat. Zo valt er regelmatig een tjiktjakpoepje op mijn hoofd, of in mijn bord. Tjiktjaks lopen over het dak, of misschien moet ik onder het dak zeggen, want ze lopen ondersteboven tegen de onderkant van het dak aan. Ik kan zelf niet ondersteboven lopen, maar áls ik dat zou kunnen zou ik in die positie echt geen drollen produceren. Als ik dat probeer te visualiseren wordt ik in ieder geval niet enthousiast van dat idee. Tjiktjaks visualiseren waarschijnlijk niet en laten ongeneerd hun ondersteboven gedraaide drolletjes van boven op onze hoofden vallen.

Maar goed, ik dwaal af. De drol op het terras is namelijk groter dan de meeste tjiktjaks. Zelfs de veel grotere toekehs draaien maar minikeuteltjes vergeleken bij waar ik net niet ben ingetrapt (wat een prettig idee is aangezien ik op blote voeten loop). We bestuderen het geval en komen tot de conclusie dat we geen flauw idee hebben. Als het ding van een rat komt moet dat een enorm beest geweest zijn. Dat lijkt ons zeer onwaarschijnlijk. De producent moet toch al gauw maatje Tibbe hebben en een beest met maatje Tibbe kan niet door de omheining. Het blijft dus een raadsel.


Maar gelukkig, als er één plek is waar veel met stront gesmeten wordt is het facebook, dus daar moeten ze er wel verstand van hebben. Mieke is lid van een paar beestenboelgroepen en deponeert onze drol daar. Het duurt niet lang voordat het antwoord komt. De droldraaier zou bepaald niet maatje Tibbe zijn. Ook niet maatje egel of maatje rat. De drol zou van een pad afkomstig zijn. Dat antwoord lijkt volslagen ongeloofwaardig. Degene die het antwoord plaatste heeft er echter een link naar een filmpje bij gedaan. Dat hebben we met toenemende verbazing zitten bekijken, waarna we niet anders konden dan onderschrijven dat het een paddendrol is. We zijn er ondersteboven van. Wie nieuwsgierig is geworden moet zelf maar even gaan kijken op https://www.dailymotion.com/video/x74m0ja. 

Opvallend is dat de vraag van Mieke over de drol veel meer reacties heeft opgeleverd dan ze ooit op een facebookpost heeft gehad. Dat staat in schril contrast met mijn blog over FERC, de stichting die het arme scholieren mogelijk maakt hun middelbare school af te maken. Mieke had die blog ook op facebook geplaatst, maar deze werd verwijderd, omdat hij in strijd was met de voorwaarden. Ik snap nou waarom sommigen het over faecesbook hebben.

Intussen is het hier ook voorjaar. We hebben zelfs de eerste regens al achter de rug en sinds gisteren hebben we weer mooie blauwe luchten met indrukwekkende witte bloemkoolwolken. Het lijkt erop dat de hete tijd veel milder is geweest en korter heeft geduurd dan vorig jaar. Maar laten we niet te vroeg juichen; de droogte kan best nog een tijdje terugkeren.

(Video niet zichtbaar? Ga naar https://youtu.be/jyb8SnLnEeo)

De natuur heeft het voorjaar in ieder geval al volop omarmd. Bij de vijver lopen de kieviten met 4 jongen. Er zitten meerdere vogels op en rond het terras te broeden. De plantenpotten die aan de dakrand hangen zijn populair bij de zebraduifjes. 

Vlakbij de voordeur heeft een buulbuul een nestje gehad en nu is er een honingzuiger een nestje aan het bouwen. De honingzuiger (sunbird, Nectariniidae) is een piepklein vogeltje dat veel weg heeft van de kolibri. Net als de kolibri kan het vogeltje stil hangen in de lucht, waarbij het razendsnel de vleugels beweegt. Het nestje is een hangende constructie die op een kunstige wijze in elkaar geweven is. Het wekt een beetje de indruk van een krotwoning, die gebouwd is van allerlei bij elkaar geraapte materialen. Het hangt op een meter of twee van de voordeur, op een plek waar we tientallen keren per dag langslopen, maar dat weerhoudt de sunbird er niet van om vrolijk door te bouwen. We zijn benieuwd naar de eitjes en de jongen. Dat moeten echt wel miniatuurvogeltjes zijn.

Ook de toekehs hebben het voorjaar in de bol. We horen hun karakteristieke roep regelmatig. “Onze” toekeh heeft een paar weken geleden een keihard gevecht geleverd om zijn territorium. Hij leek aan de winnende hand, maar bleek toch te zijn verjaagd. Er woont nu een andere op zijn plek achter de kast en de onze liet zich een tijd lang niet meer zien. We vroegen ons af of hij nog leefde, toen hij ineens midden op de dag het terras op liep. Hij bleek een forse wond in zijn zij te hebben en aan twee voeten tenen te missen. Die schattige beestjes zijn helemaal niet zo schattig tegen elkaar. Hij zag er niet goed uit en het leek wel alsof hij afscheid kwam nemen. De voorgezette meelwormen wilde hij niet hebben. Na deze ontmoeting verdween hij weer uit beeld, maar een paar dagen geleden bleek hij toch weer in het huisje te wonen. Niet meer achter de kast, maar onder het raam. De wonden lijken langzaam te genezen en hij eet weer wat Mieke hem voorzet. Hopelijk gaat hij geen gevechten meer aan.

Binnenkort komt Surya bij ons wonen. Ze is in januari geboren bij een paardenkarretjeseigenaar. In Lampang rijden nog paardenkarretjes rond als een soort taxi's. Je kunt ze aanhouden om je erdoor naar een bepaalde plek te laten rijden, maar het zijn vooral de toeristen die er rondritten mee maken. Nu de toeristen wegblijven is er nauwelijks nog werk voor de paardenkarretjes, terwijl de paarden natuurlijk gewoon moeten eten en verzorging nodig hebben. Dat brengt veel eigenaren in de problemen. Wij hebben nog een tijdje getwijfeld of ons nieuwe stalletje een paardje of een of twee hertjes zou moeten gaan huisvesten, maar het is dus een paardje geworden. De eigenaar was dolblij dat hij Surya kon verkopen. Een kennis van ons heeft een paardenfarm in de buurt. Zij heeft de moeder van Surya gekocht. Zolang Surya nog bij de moeder drinkt blijft ze op de paardenfarm. Intussen maken we hier een omheining voor de paardenwei en gaat Mieke iedere dag naar de farm. Officieel omdat Surya moet leren om Mieke tevolgen, maar flauwegrappenmakers zeggen dat het eigenlijk andersom is. Met Surya erbij is het gezin wel zo'n beetje voltooid. Of moet er toch alvast een hond bij omdat Tibbe al een dagje ouder begint te worden?

Let op: E-mailnotificatie gaat stoppen

Blogger meldt dat de service die ervoor zorgt dat er na het plaatsen van een blog automatisch een mailtje verstuurd wordt naar wie zich daarvoor heeft aangemeld per 1 juli stopt. We zijn nu aan het kijken of we zelf voor een alternatief kunnen zorgen. We zouden zelf een notificatiemailtje kunnen gaan versturen, maar de praktijk leert dat een mailtje met heel veel (b)cc's grote kans heeft om als ongewenste mail te worden beschouwd. Daarom kijken we ook naar online tools voor het versturen van nieuwsbrieven, zoals mailchimp. Mocht iemand een goeie tip hebben, dan horen we dat graag.

09 april 2021

Call your girlfriend

Er wordt wat afgemopperd in Nederland over de kosten van de zorgverzekering en het eigen risico. Maar ten opzichte van Thailand is het zo beroerd nog niet. Niet alleen ten opzichte van Thailand trouwens, maar zelfs ten opzichte van de meeste landen in de wereld. In Nederland bestaat in ieder geval de acceptatieplicht, die inhoudt dat een verzekeraar iedereen die zich aanmeldt moet accepteren voor in ieder geval het basispakket. Bovendien mag een verzekeraar geen verschillende premies aan verschillende risicogroepen berekenen.

In Thailand is de zorgverzekering de natte droom van de liberalen. De premie stijgt naarmate je ouder wordt en voordat je geaccepteerd wordt als verzekerde moet je eerst je volledige ziektegeschiedenis doorgeven. Aan de hand daarvan kunnen bepaalde behandelingen worden uitgesloten. Bij mij geldt dat bijvoorbeeld voor van alles wat met de urinewegen te maken heeft, omdat ik 10 jaar geleden prostaatkanker heb gehad. Dat de prostaat verwijderd is en de kans op "standaard" urinewegproblemen daardoor alleen maar kleiner is doet niet ter zake. Marktwerking om je vingers bij af te likken, zou de premier van Nederland (aan zijn naam draag ik geen actieve herinnering) zeggen.

Vanwege nieuwe verplichtingen bij de verlenging van onze verblijfsperiode moesten we op zoek naar een nieuwe verzekeraar. Die was wel te vinden, maar we moesten als 55-plussers wél even laten onderzoeken of we niet al een beginnende staar hadden. Zoals bij bijna alle 55-plussers was daar inderdaad wel een beginnetje van te zien, dus mochten we ooit voor staar behandeld moeten worden, dan mogen we dat zelf betalen. En passent constateerde de oogarts een beginnende glaucoom en dat vereist directe behandeling, om te voorkomen dat het verergert.

In Thailand heb je dan de keus tussen ziekenhuis en privékliniek. Grote kans dat je daar dezelfde arts treft, alleen ben je in het ziekenhuis minstens een halve dag zoet, terwijl het in zo'n kliniek meestal wat vlotter gaat. Als je tenminste niet op tijd komt. De kliniek is geopend van 17:00 tot 20:00 uur, maar de werkdag van de arts in het ziekenhuis eindigt om 17:00 uur. Als je geluk hebt kan hij ook echt om 5 uur vertrekken en is hij om half 6 in de kliniek, maar toen ik nog niet in de gaten had dat ik beter wat later kon gaan heb ik ook wel meegemaakt dat hij pas om kwart over 6 binnen kwam sloffen. 

Iedere keer als ik kom wordt er een vast ritueel afgewerkt. Ik meld me bij het piepkleine, met papieren volgestouwde balietje en wordt dan naar een kamertje verwezen. Er hangt een bord met allemaal cijfers, de bovenste regel met een grote 8 en 3, daaronder iets kleiner 5, 9, 2 en 4, dan nog iets kleiner 8, 5, 7, 4, 6, 9 en 1 en dan nog twee regels, steeds iets kleiner. Ik moet ze met één oog afgedekt oplezen en ken ze inmiddels uit mijn hoofd. Dan krijg ik een volgnummertje en wordt me een stoel gewezen. Is er iemand klaar bij de dokter, dan moeten alle wachtenden een stoel opschuiven. De laatste wacht-stoel staat ín de praktijkkamer. Ik kan vrolijk meekijken op het scherm waarop de arts de beelden van het oog van de patient vóór me laat zien en als ik de taal machtig zou zijn geweest had ik ook de diagnose prima kunnen volgen. 

Dan ben ik aan de beurt en bestudeert de arts mijn ogen en meet hij mijn oogdruk. Totnutoe ziet het er steeds goed uit. "See you in 3 months." Ik mag terug naar het balietje en daar weten de assistentes al dat er een afspraak voor over 3 maanden gemaakt moet worden. Dan krijg ik een vette rekening, met onder meer 2400 baht (65 euro) voor twee flesjes oogdruppels. Inmiddels heb ik al ontdekt dat de plaatselijke apotheker die voor 1600 baht verkoopt, dus die flesjes mogen weer terug. Je zou verwachten dat dat inmiddels al wel bekend is, maar het kost iedere keer weer moeite om duidelijk te maken dat ik ze niet hoef. Het zinnetje "Ya mae aw, mie lew kap" (medicijn niet nodig, heb ik al) kan ik inmiddels dromen, maar pas na 3 of 4 keer word ik geloofd en gaan de 2400 baht van de rekening. 

Bij mijn laatste bezoek kreeg ik nog een verwijsbriefje voor het ziekenhuis, waar ik over 3 maanden ook heen moet om een gezichtsveldonderzoek te laten doen. Daarover probeerde de assistente me nog iets duidelijk te maken, maar we kwamen er niet uit. Uiteindelijk pakte ik mijn telefoon met google translate en die vertaalde haar mededeling met "Call your girlfriend please." Dat was een nogal vreemd verzoek en hoewel "thammai (waarom)" vragen hier soms gevoelig kan liggen heb ik het toch maar gedaan. "To explain her about hospital," was de verklaring. Ik wou net vragen waarom of ze dat niet aan mij kon vertellen toen het kwartje viel. Als westerse ouwe snoeper had ik hier natuurlijk een Thaise jonge vriendin. Via google translate kon ik weer duidelijk maken dat mijn vriendin bellen niet echt zou helpen omdat die ook geen Thais spreekt. En door mijn klantenkaartje van het ziekenhuis, waar ik al eerder een soortgelijk onderzoek had ondergaan, te laten zien begreep ze dat ik wist waar ik wezen moest.

De apotheek is trouwens ook weer zo'n typisch Thaise winkel, met een hele lading personeel en de bazin die in het midden op een verhoging zit zonder echt iets anders te doen dan de boel in de gaten houden. De eerste keer dat we er kwamen waren we mateloos geïntrigeerd doordat de bazin op haar troon zat met een plastic zakje op haar hoofd. Mieke wist uiteindelijk het mysterie te ontrafelen: ze had haar haar geverfd en de verf moest nog een tijdje intrekken. Het is iets typisch Thais. Uiterlijk vertoon is aan de ene kant heel belangrijk, dus de baas moet duidelijk als zodanig zichtbaar zijn in de zaak, maar dat ze dan met zo'n zakje op haar hoofd zit is weer absoluut geen probleem. Voor hetzelfde geld zit ze de volgende keer haar wenkbrauwen te epileren, haar gezicht te poederen of haar nagels te knippen. Of ze zit te knikkebollen. Hier kan dat allemaal. 

01 april 2021

Aangifte

Stel je voor dat je als buitenlander naar Nederland verhuist. Je kent het land eigenlijk niet zo goed, maar je hebt gehoord dat het in de top 3 van belastingparadijzen staat en dat spreekt je zeer aan. Het laatste wat je verwacht is wel zo'n blauwe envelop met een Formulier Beoordeling Belastingplicht of zo iets dergelijks. Maar helaas, hoewel je je nooit bij de Belastingdienst hebt gemeld valt die envelop toch al binnen een paar maanden op je deurmat. Een belastingparadijs blijkt het alleen te zijn voor degenen die zich helemaal geen zorgen hoeven te maken over een volwaardige belastingaanslag, omdat ze die makkelijk kunnen betalen.

In Thailand werkt het anders. Het grootste probleem is niet hoe je kunt voorkomen dat je belasting moet betalen, maar juist hoe je ervoor kunt zorgen dat iemand je te betalen belasting in ontvangst wil nemen. Zoals altijd geldt dat de aanhouder wint. Vandaag is het gelukt om de aangifte te doen en het daaruit voortvloeiende bedrag meteen ook te betalen. Maar dat ging niet zonder slag of stoot.

Natuurlijk was het niet het eerste waar we energie in gestoken hebben toen we ons hier vestigden, maar ergens in het eerste jaar van ons verblijf hier brak toch het besef door dat we zelf actie moesten gaan ondernemen om belastingplichtig te worden. Nederland hoefde onze belasting niet meer en nu we hier van allerlei voorzieningen gebruik mogen maken is het niet meer dan redelijk om daar ook onze bijdrage aan te leveren. Op naar het belastingkantoor dus, om ons als belastingplichtigen aan te melden. Waarschijnlijk waren we de allereerste buitenlanders die zich vrijwillig op het lokale Revenue Office meldden, want men begreep absoluut niet wat we kwamen doen. Gelukkig hadden we een Thaise buurvrouw meegenomen. Zij kreeg te horen dat buitenlanders hier geen belasting betalen. Nadat we duidelijk hadden gemaakt dat we er geen problemen mee hadden als men ons geld niet wilde, maar dat we niettemin ingeschreven wilden worden zodat ons niet verweten kon worden dat we probeerden belastingbetaling te ontlopen, gingen we uiteindelijk met onze kersverse belastingnummers weer naar huis.

Toen we een tijdje later terugkwamen om daadwerkelijk aangifte te doen was er weer grote verwarring. Niemand op het belastingkantoor wist wat ze met die rare buitenlanders aanmoesten. Wie komt er nou vrijwillig belasting betalen? Uiteindelijk kregen we het advies om naar onze bank te gaan voor een bankstatement. Daarmee moesten we dan terugkomen en dan werd alles geregeld. Maar bij de bank kregen we te horen dat zo'n statement alleen nodig was voor multmiljonairs. (In Thaise baht ben je dat veel eerder dan in euro's.) Ons banksaldo was onvoldoende om belasting over te moeten betalen.

Diverse andere pogingen liepen telkens op niets uit. Op een gegeven moment hebben we een Thaise vriendin die als controller bij de overheid werkt en dus wel wat van financiën afweet, gevraagd om bij het hoofd-belastingkantoor van Lampang te vragen wat we nou moesten ondernemen om van onze belastingcenten af te komen. Ze kwam terug met de mededeling dat we als buitenlanders geen belasting hoefden te betalen. De belastingambtenaar had haar zelfs het belastingverdrag meegegeven, met het artikel gemarkeerd waarin staat dat dat het geval is. We lazen het en konden niet anders dan concluderen dat we op basis van dat artikel wél belasting zouden moeten betalen. Maar de vraag diende zich aan hoever we nou moesten gaan als we keer op keer van officials te horen krijgen dat het echt niet hoeft.

We laten het weer een tijdje liggen, maar het voelt gewoon niet goed. We verwijten de Gatesen, Bezossen en Bonos dat ze de filantroop spelen van mede door belastingontwijking (met dank aan belastingparadijs Nederland) verdiend geld en zitten nu, weliswaar tegen wil en dank, een beetje hetzelfde te doen. We duiken nog eens in websites over het Thaise belastingsysteem en vinden uiteindelijk een Engelse vertaling van het Thaise aangiftebiljet. We besluiten dat in te vullen en dan met een tolk én het formulier naar het grotere belastingkantoor in de stad te gaan. We vragen niet meer óf we aangifte moeten doen, maar melden dát we aangifte komen doen. Een behulpzame beambte kijkt de stukken door en geeft aan dat we een jaaroverzicht van de bank moeten hebben én kopieën van onze huwelijksakte en alle pagina's uit onze paspoorten waar informatie op staat. Alles moet uiterlijk 31 maart geregeld zijn, anders zijn we te laat en krijgen we een boete. Daar kunnen we de humor wel van inzien. Tijden lang wil niemand je geld hebben en als je dan eindelijk een manier hebt gevonden om tóch te kunnen betalen, zou je een boete krijgen omdat je te laat bent. De boetebedragen zijn hier gelukkig niet zo hoog, dus mochten we er inderdaad een krijgen dan kunnen we om die absurditeit wel lachen.

Maar het is nog niet zo ver. We schrijven 24 maart dus er is nog een week te gaan. Op naar de bank. Een bankoverzicht? Dat kan wel, maar alleen tot 6 maanden terug. Een overzicht van heel 2020 kan ook wel, maar dat duurt een week. We hebben geen keus en hopen dat het overzicht er dan over een week, op de 31e dus, ook echt is. Er zit een feestdag in die week en bovendien zijn dat soort planningen hier meestal zo'n beetje bij benadering. 

Mieke, de belastingbeambte en Janjira

Vanmorgen, de 31e, meldden we ons bij de bank en de bankverklaring bleek keurig klaar te liggen. Op naar het belastingkantoor, waar onze vriendin Janjira al op ons zat te wachten. Het kantoor is een niet al te grote ruimte, voornamelijk gevuld met rijtjes stoelen voor de wachtenden. Er zijn meer dan 10 loketten, waarvan de meeste bemenst worden door beambten die je aangiftebiljet voor je invullen. Service die in Nederland niet bij de Belastingdienst te vinden is. (Nee, we maken nu geen leuke toespelingen op toeslagen.) Bij binnenkomst pak je een kaartje met een volgnummer. Een medewerkster houdt in de gaten bij welk loket er een klant klaar is. Dan roept ze het volgende nummer af, en het loket waar de klant naartoe moet. Zelf loopt ze ook naar dat loket om het volgnummer van de klant in ontvangst te nemen. Eigenlijk net zo'n systeem als de volgnummers in een Nederlands gemeentehuis, maar dan niet geautomatiseerd.


Het Thaise belastingformulier beslaat slechts een dubbelzijdig A4'tje. Uitgangspunt is het inkomen voor zover je dat in Thailand hebt binnengebracht. Dan is er een vaste aftrekpost voor iedereen, vergelijkbaar met de belastingvrije voet die we in Nederland vroeger hadden. Vervolgens zijn er aftrekposten voor schenkingen aan goede doelen, voor ziektekosten, voor schoolgaande kinderen, voor als je je ouders verzorgt en nog zo een aantal. En er zijn wat posten specifiek voor ondernemers. Voor ons relevant waren een aftrekpost voor de ziektekostenverzekering en voor 65-plussers. Door net op de laatste dag van het jaar 65 te worden sleepte ik die in de wacht. Er zijn 8 belastingschijven, beginnend bij 0% en dan telkens met 5% oplopend tot 35%. Zo simpel kan het zijn.

Onze aangifte was enigszins gecompliceerd doordat op het bankoverzicht niet duidelijk zichtbaar was wat inkomen was en wat spaargeld. Over dat laatste was in Nederland al belasting betaald, dus dat hoeft niet nog een keer in Thailand. Uiteindelijk kwamen we daar ook met de beambte wel uit en waren onze aangiftes klaar. Bij een van de andere loketten konden we meteen betalen. Gewapend met onze betaalbewijzen keerden we huiswaarts. Alweer een beetje verder ingeburgerd.

We hebben sterk de indruk dat vooral lokale belastingambtenaren geen idee hebben van hoe ze de aangifte van een buitenlander moeten aanpakken. Op grotere kantoren in de districten waar veel buitenlanders wonen is dat waarschijnlijk wel anders. Voor Thaise beambten is het echter heel moeilijk, zo niet onmogelijk, om te zeggen dat ze niet weten wat ze moeten doen. Ook voor anderen dan beambten geldt dat trouwens. In eerdere blogs is al eens aan de orde geweest hoe winkelmedewerkers liever zeggen dat ze iets niet hebben, dan dat ze moeten zeggen dat ze niet weten waar het ligt. Een belastingambtenaar die niet weet hoe de aangifte van buitenlanders afgehandeld moet worden zegt daarom al gauw dat die buitenlander niet belastingplichtig is. Daarmee is het probleem op dat moment in ieder geval geen probleem meer. Voor ons een onnavolgbare manier van doen, die alles te maken heeft met dat ondoorgrondelijke verschijnsel van het voorkomen van gezichtsverlies. Door niet te vragen wát we moesten doen, maar gewoon een stapel papieren in te leveren, kon de beambte haar routinematige controles doen, vertellen welke gegevens ontbraken, en uiteindelijk de aangifte afronden. Op het punt van voorkomen van gezichtsverlies worden we gelukkig steeds meer bedreven.

27 maart 2021

Schoolreisje

 


Dit zijn Gift en Noe. Ze zitten op de Wittayakom School in Mae Rim, een stadje dat tegen Chiang Mai aangeplakt ligt. Zo'n 10% van de 1500 leerlingen is afkomstig uit de hill tribes in de bergen rond de stad. Gift en Noe zijn Shan meisjes. De Shanpopulatie is de grootste minderheid in Myanmar. Vanwege de achterstelling en vaak gewapende conflicten is een deel ervan in Thailand neergestreken. Ook daar behoren ze tot de achtergestelde bevolkingsgroepen, maar de situatie is in ieder geval veel veiliger dan over de grens.

De Thaise scholen verschillen nogal van de Nederlandse. Heel in het oog springend zijn natuurlijk de schooluniformen. Verder gaat het er zo'n beetje aan toe zoals toen ik 55 jaar geleden naar de lagere school ging. Voordat de school begint stellen de leerlingen zich per klas in rijen op. In mijn schooltijd waren er dan wat mededelingen van de hoofdbroeder voordat we klas voor klas naar binnen marcheerden. Hier wordt om 8:00 stipt de vlag gehesen en het volkslied gezongen.

Wat opvalt is de omvang van de terreinen waarop de scholen gevestigd zijn. Niet slechts een gebouw met een schoolplein, maar veel open ruimte en veel groen, met overal plekjes waar groepjes leerlingen met elkaar zitten te werken. Alle leslokalen zijn volgepropt met tafeltjes en stoeltjes, soms zelfs simpele houten krukjes. Zitcomfort lijkt in Thailand geen issue, zoals dat in goed Nederlands heet. Ook in restaurants heb je vaak niet meer dan een houten krukje, of als het meezit een plastic kuipstoeltje. Op de scholen is dat dus niet anders. Op de galerijen vóór de klaslokalen zitten ook weer veel groepjes scholieren, gewoon op de grond. Kom daar maar eens om in Nederland.


Ook de hierarchie doet erg denken aan mijn eigen schooltijd. Met de leerkrachten wordt niet gediscussieerd: die hebben altijd gelijk. Buitenlanders die Engelse les geven worden daar wel eens mismoedig van. De hiërarchie zit zó ingesleten dat een vrije discussie voeren vaak

 niet mogelijk is. Het in onze ogen meest bizarre voorbeeld is de student die een vraag niet durft te stellen omdat hij bang is dat de docent het antwoord niet weet. Dat zou een blamage voor die docent zijn, en voor de student is het ernstig als hij dat op zijn geweten heeft. Naar de andere kant werkt het ook door: de leraar die ideeën heeft over hoe effectiever les te geven wordt vaak niet geacht die te uiten, want de lesmethode wordt door de directie vastgesteld. 

Er is een enorm netwerk van schoolbusjes, dat er voor zorgt dat alle leerlingen om 8:00 uur ook daadwerkelijk op het schoolplein staan. Omdat er een vrije schoolkeuze is, komen de leerlingen uit allerlei plaatsen en gaan leerlingen uit een bepaald dorp niet allemaal naar dezelfde school. Sommige schoolbusjes zijn daardoor meer dan een uur onderweg om de leerlingen op te pikken en af te leveren. Freshy, ons buurmeisje in Nang Lae had de pech om iedere dag als eerste te worden opgehaald en als laatste weer te worden thuisgebracht. Dat betekende dat ze van 6 uur 's morgens tot 6 uur 's middags van huis was, waarvan ze 3 uur in het schoolbusje doorbracht, en dan thuis nog huiswerk moest maken. En Freshy was pas een jaar of 7.

Het dorpje van Gift en Noe ligt zelfs voor het schoolbusjessysteem te afgelegen. Daarom verblijven ze door de week in een speciale opvang voor leerlingen die te ver van school wonen. Er zijn een paar stichtingen die die opvang verzorgen, vreemd genoeg vooral op Christelijke grondslag. Gift wil nadat ze deze school heeft afgerond verder studeren om tandarts te worden. Noe heeft nog geen concreet vervolgtraject voor ogen.

Noe in haar klas


Dat we vandaag Gift en Noe ontmoeten komt omdat we met enkele mensen van FERC vier scholen bezoeken, in het kader van de sponsoring. Tijdens die bezoeken praten we ook met de gesponsorde scholieren. Zo zitten we een uur later aan tafel met Mai, die naar de Naramindarajudis Phayap School aan de rand van Chiang Mai gaat. 


Mai komt uit een Hmong-dorpje dat zeer populair is bij toeristen, omdat het het dichtst bij Chiang Mai liggende hill tribe-dorpje is. Er wonen ongeveer 200 mensen in haar dorp en Mai wil Engels en Chinees gaan studeren, om later in haar eigen dorp als gids te kunnen werken. De mensen in haar dorpje vormen een zeer hechte gemeenschap, die ervoor zorgt dat de Hmong-tradities niet verdwijnen. Niet alleen omdat ze zich daarmee verbonden voelen, maar ook omdat ze heel goed beseffen dat het hun bron van inkomsten is. Mai houdt van de vele verschillende culturen die op school bij elkaar zitten, maar wil uiteindelijk toch weer in haar geboortedorp terugkeren. Haar dorp ligt te ver van school om dagelijks op en neer te kunnen reizen, maar haar zus woont in de stad, dus daar verblijft Mai tijdens de schooldagen. Op vrije dagen is ze bij haar ouders en draagt ze ook de volledige Hmong klederdracht. Hoe haar Chinees ervoor staat weet ik niet, maar met dat Engels gaat het in ieder geval wel lukken. Na een aarzelend begin staat ze ons in behoorlijk goed Engels te woord. 

Van Mai's school, met ongeveer 1700 leerlingen, rijden we naar de relatief kleine Hor Pra School in het oude centrum Van Chiang Mai. Die school telt 550 leerlingen, waaronder Ice en Eggue. Ze komen allebei uit de stad zelf. Eggue wil, net als de eerder genoemde Gift, tandarts worden. Ice vertelt dat ze zich veel zorgen maakt over het milieu en het klimaat, en dat ze daarom milieutechnisch engineer wil worden, zodat ze bij kan dragen aan een oplossing voor die grote vraagstukken van deze tijd. 

Als laatste bezoeken we de Yupparaj Wittayalai School, ook in het oude centrum van Chiang Mai. Met 3000 leerlingen is het de grootste van de 4 scholen. Het is er een drukte van belang, omdat er net evenementen ter afsluiting van het jaar plaatsvinden. Thaise scholen hebben vakantie in april en mei, de heetste maanden van het jaar. Viel het bij de andere scholen al op dat de leerlingen zich redelijk tot goed in het Engels konden uiten, het Engels van Bow, Pam en Fern is uitzonderlijk goed. Natuurlijk moeten ze hun woordenschat nog uitbreiden, maar het valt op dat ze geleerd hebben dat de Thaise taalregels niet op het Engels van toepassing zijn. Hun docent blijkt een Fin te zijn die inderdaad iedere keer weer hamert op de juiste uitspraak, hoe gek ze die ook vinden klinken.

Bow, Pam en (Bai) Fern

De drie meiden praten heel open en gemakkelijk met het vreemde gezelschap dat is neergestreken en nog wat groter is geworden doordat het Frans-Thaise echtpaar dat Bow sponsort is aangesloten. Bow wil na deze school verder studeren voor dokter. Dat hoor je toch wel vrij veel Thaise scholieren zeggen. Wat dat betreft is de mini-steekproef van vandaag aardig representatief. Fern wil, net als Mai, Engels en Chinees studeren, maar haar plan is om daarmee een baan als stewardess te verwerven. Pam is op het punt van doorstuderen de meest opvallende. Ze speelt gitaar en wil muzikant worden. Over wat nou het lastigste is op school zijn ze het roerend met elkaar eens: het vele thuis studeren vanwege covid. Online is het veel harder werken om je aandacht erbij te houden en je mist je vriendinnen.

Bow, Pam en Fern hebben net het eerste jaar van hun FERC scholarship erop zitten. Gift, Noe, Mai, Ice en Eggue zijn in 2019 ingestroomd en beginnen nu aan hun laatste jaar. In juni beginnen onder meer de zes leerlingen die door lezers van onze blog en het Boeddhistisch Dagblad gesponsord worden aan de laatste 3 jaar van hun opleiding. Het is mooi om gezien te hebben dat de sponsoring zo enthousiast door de leerlingen ontvangen wordt en zulke goede resultaten oplevert.

Nog even iets over de Thaise bijnamen

In een eerdere blog heb ik al eens over de Thaise bijnamen geschreven. In het algemeen zijn Thaise mensen uitsluitend bij die bijnaam bekend. Noe is een traditionele Thaise bijnaam. Het betekent muis. Gift is zoals veel moderne bijnamen een Engels woord. Mai is weer traditioneel en betekent zijde. (In de naam Chiang Mai betekent Mai overigens nieuw. Ook is "niet" een betekenis van mai en wordt het woordje gebruikt om van een zin een vraag te maken. Dat alles afhankelijk van de toon waarop je mai uitspreekt.) De bijnaam Ice spreekt weer voor zich en van Eggue (spreek uit: Ekjoe) heb ik geen betekenis kunnen achterhalen. Mogelijk is het een combinatie van de Thaise bijnamen X en Q. In het Thais vervalt de eind-s (de eerder genoemde Ice wordt uitgesproken als aai), dus X wordt ek en Q kjoe. Bow kan verwijzen naar (regen)boog, maar ook naar Bo, dat weer is afgeleid van het Franse Beau. Pam is mogelijk een verthaiste uitspraak van palm, waarbij de l vervallen is en Fern is niet alleen het Engelse, maar ook het Thaise woord voor varen. Ook nicknames kunnen trouwens weer worden afgekort: Fern heet eigenlijk Bai Fern, ofwel varenblad.