22 juni 2021

Zomerzonnewende

Vandaag precies 15 jaar geleden stapte ik, toen 50 jaar oud, in mijn Peugeot 404, toen 39 jaar oud, voor een rit die mijn leven ging veranderen. Dat dat ging gebeuren wist ik eigenlijk al wel, alleen hoe, daar had ik nog geen idee van, laat staan dat ik ook maar het begin van een vermoeden zou kunnen hebben dat deze rit  uiteindelijk in een kleihuisje tussen de Thaise rijstvelden zou eindigen. 


Rijden in de oude 404 was hard werken. Stuurbekrachtiging zat er nog niet in, schakelen was altijd weer een gevecht met het "pookje" dat aan het stuur zat en de koppeling vereiste veel spierkracht. Voor de handrem moest je diep onder het dashboard duiken en geluidsisolatie voor auto's moest nog uitgevonden worden. Maar ik was op weg naar de vrouw, toen 45 jaar oud, die ik al heel goed kende, maar nog nooit ontmoet had. Daar had ik wel anderhalf uur ongemak voor over.

Het verhaal begint een maand of 9 eerder, als een bliepje van mijn computer meldt dat iemand mij iets te zeggen heeft op ICQ. I seek you, zoals je de lettercombinatie uitspreekt, zegt de meeste mensen niets, maar vrijwel iedereen gebruikt tegenwoordig toepassingen die begonnen met ICQ. Het was de voorloper van programma's als MSN, Skype en Messenger. Binnen ICQ kon je een profiel aanmaken en andere gebruikers konden zoeken naar mensen die bepaalde interesses in hun profiel vermeld hadden. Die kon je vervolgens een tekstberichtje sturen. 

Na het uitwisselen van wat beleefdheden vroeg ik mijn ICQ-gesprekspartner of ze een speciale reden had om mij te benaderen, en dat bleek zo te zijn. Ze ging binnenkort in een opvangcentrum voor gibbons in Thailand vrijwilligerswerk doen en was op zoek naar mensen die zoiets al eens gedaan hadden. Ze had "gibbons" als zoekwoord opgegeven en voilà, daar kwam ik naar voren. "Raar," zei ik, "ik heb niks met apen en ik weet helemaal niks van gibbons." "Er zal toch iets in je profiel moeten staan waardoor ICQ denkt dat je iets met gibbons hebt", typte de onbekende. Ik besloot mijn eigen profiel er maar eens op na te lezen en kon weldra het raadsel verklaren. Tussen mijn favoriete cd's stond "Out of Season" van Beth Gibbons, de zangeres van Portishead. Lachend namen we afscheid.


Nu had ICQ allerlei handigheidjes die je tegenwoordig niet meer zou accepteren vanwege de privacy. Een daarvan was dat je het kon zien als iemand waarmee je ooit gechat had weer online was. Ik weet niet meer of ik het was die haar een paar weken later vroeg of ze nog informatie had kunnen vinden, of dat zij mij benaderde om te vertellen dat ze de cd van Beth Gibbons ook prachtig vond. In ieder geval raakten we weer even aan de praat en in de maanden erna chatten we ook af en toe met elkaar, meestal over muziek, film enzo. 


Waar chats (ook toen al) vaak het aftasten van mogelijkheden voor een relatie of avontuurtje waren, was dat aspect in onze gesprekken volledig afwezig. We waren ook geen van beiden op zoek naar een partner. Misschien was dat nou juist de reden dat we steeds verder de diepte ingingen, meer over ons dagelijkse leven gingen vertellen en levensvisies bespraken. Omdat we onszelf niet hoefden te verkopen of de ander niet hoefden te veroveren, was er geen reden om onze verhalen mooier te maken dan ze waren. Geleidelijk aan begonnen we elkaar behoorlijk goed te kennen. En geleidelijk aan begonnen we te denken: "dat is toch wel een verrektes leuke vrouw/man."


De maandelijkse chats werden tweewekelijks, wekelijks en uiteindelijk vrijwel dagelijks. ICQ had plaatsgemaakt voor Skype zodat we ook beeld hadden en het logische vervolg was dus dat ik op 21 juni 2006 Bathmen uitreed, op weg naar Brabant. Voor zover de vonk nog niet online was overgesprongen gebeurde dat op die dag wel. Niet lang daarna verhuisde ik naar Boxtel en trok Mieke bij me in. Boxtel werd Maashees en nu zitten we al weer ruim 4 jaar in Thailand. Dankzij een groep apen, een zangeres en een misverstand. We zijn maar eens luxe gaan eten vandaag. 




08 juni 2021

Vies verhaaltje

Het huisje moet hoognodig eens grondig gepoetst worden, maar we zijn behoorlijk druk met de voorbereidingen voor de komst van het paardje. Er moesten 30 betonnen paaltjes in de knoertharde grond gezet worden, waaraan lange bamboes als hekwerk zijn vastgemaakt. Sommige planten en bomen moesten worden verplaatst. En we gaan iedere middag naar Suriya toe zodat we als het eindelijk zo ver is weten hoe we met elkaar om moeten gaan. Dat moet dan allemaal naast de gewone dagelijkse klussen in de tuin, voor FERC en voor 2Xplain. De grote schoonmaak moest dus maar even wachten totdat Suriya er is.

Maar ja....toen Mieke vanmorgen yoga aan het doen was in het gastenhuisje en ik even iets uit onze kamer moest pakken rook ik het. En toen ik een uurtje later door de kamer naar de wc liep rook ik het weer. Ik hoopte heel erg dat het niet was wat ik dacht en dat het wel weg zou trekken. Helaas. Weer een half uurtje later moest Mieke even binnen zijn en toen ze weer naar buiten kwam bevestigde ze luid en duidelijk wat ik liever niet wilde horen: "er hangt een lijklucht binnen."

Hoewel ook lijkluchten uiteindelijk wel verdwijnen, zoals we uit ervaring weten als de honden weer eens lekker door een kadaver, liefst van een vis, hebben liggen draaien, leek ons het vooruitzicht van één of meer nachten in een stinkende kamer genoeg reden om handelend op te treden. Mieke had al een inspectie van de vloer gedaan en daarbij niets ontbindends aangetroffen. Het was nu duidelijk dat een en ander groots moest worden aangepakt. Alles wat los op de vloer stond moest eruit. Het voordeel van wonen op 20 vierkante meter is dat er niet al te veel in kan. De kratten met spullen die eerst onder het bed stonden hadden we na het bezoek van de spugende cobra al op de vliering gezet, om het voor slangen iets minder aantrekkelijk te maken. Dus met een kwartiertje stond alles op het terras. Ook nu was er geen lijk te bekennen. Maar de stank bleef.

Het leek ook wel of het bij de grond minder stonk dan op neushoogte. Dus moest het werkblad waar de nodige paperassen, boeken en andere spullen die eigenlijk in een kast hoorden lagen opgestapeld, ook maar eens worden doorgespit. Zoals altijd kon een deel van de papieren in de prullenbak; andere spullen konden op hun plaats, het werkblad werd overzichtelijk, maar de oorzaak van de stank was nog steeds niet gevonden.

Nouja, ik kan de spanning nog een tijdje blijven opvoeren, maar uiteindelijk vonden we het lijk heel oneerbiedig onder het huisaltaartje. Er lag een tamelijk dode slang en het licht reflecteerde mooi op de borrelende en gistende wond waaraan het beest vermoedelijk was bezweken. Er lagen ook wat kapotte schalen van gecko- of toekeh-eitjes. De meest aannemlijke theorie die we konden bedenken was dat de slang op zoek was naar versnaperingen, de eieren wilde verorberen en gegrepen is door een toekeh die daar niet van gediend was. En als een toekeh hapt, laat hij niet meer los. Met zijn kaken zet hij een klem en vervolgens wacht hij geduldig af tot de prooi het loodje legt. 

Het was trouwens niet "onze" toekeh die deze moord op zijn geweten heeft. In een eerdere blog heb ik al verteld dat hij behoorlijk was toegetakeld door een indringer. Hij leek weer wat op te knappen maar zocht opnieuw de confrontatie op en kwam daar nog zwaarder gewond uit. We zagen hem een tijdje niet, totdat hij een paar dagen achter elkaar overdag het terras op kwam. Meelwormen hoefde hij niet, water drinken deed hij wel. Nadat hij weer een paar dagen weg was gebleven en we (alweer) dachten dat hij nu toch wel dood zou zijn, kwam hij weer tevoorschijn. Maar een uur later was het echt gebeurd. We hadden net een boompje verplaatst en wat bananenblad geplukt om als placemat te gebruiken. Onze toekeh is nu waarschijnlijk de eerste wilde toekeh die in een lijkwade van bananenblad officieel is begraven. We willen onszelf graag laten geloven dat hij speciaal naar ons toe is gekomen om dood te gaan, zodat we niet in onzekerheid over zijn lot achterblijven.

Met de nieuwe toekeh hebben we natuurlijk nog wel wat moeite, na wat hij de onze heeft aangedaan. Met het killen van een slang heeft hij wel wat krediet verworven, alhoewel we graag hadden gezien dat hij dat buiten had gedaan. Vanmiddag hebben we toch maar een schaaltje meelwormen voor hem neergezet. We zijn vergevingsgezind.

22 mei 2021

Sjoppe

Shoppen in de betekenis die dat in Nederland heeft is hier slechts aan een beperkte groep mensen met geld voorbehouden. In Lampang is één shopping mall (zo heet dat tegenwoordig hier ook) met een wat luxer karakter en een wat eenvoudigere op de benedenverdieping van de grote supermarkt. Ik denk dat onze buren Toey en Ien er nog nooit geweest zijn, en het overgrote deel van de andere dorpsbewoners evenmin. 

Om te shoppen hoef je in Thailand ook niet naar een winkelcentrum. Vrijwel iedere doorgaande straat in een stadje is een winkelstraat. En overal zijn markten. Wie geen winkel heeft en geen zin om op de markt te gaan staan, maar wél wat wil verkopen, zet een tafel voor zijn huis.Zo zijn voor bijna iedereen alle dagelijkse levensbehoeften om de hoek te koop. Behalve dan als je net als wij midden in de rijstvelden gaat wonen. Eigen schuld.


Veel Thaise winkeltjes worden gekenmerkt door een enorme chaos. Ooit had zo'n winkeltje waarschijnlijk wel een specialiteit, maar in de loop van de tijd zijn er steeds meer producten bijgekomen. Zodoende hebben heel veel winkeltjes een min of meer vergelijkbaar assortiment. De inkoop lijkt op geen enkele wijze te zijn afgestemd op de te verwachten verkoop, maar eerder op toevallig voordelig aangeboden partijen. Zo'n partij moet dan natuurlijk wel een plekje in de winkel krijgen, zodat de stapels steeds hoger en de gangen steeds smaller worden. Het zijn trouwens niet alleen de kleine winkeliers die zich laten verleiden tot het aankopen van grote partijen. Zo werd in het plaatselijke postkantoortje op een gegeven moment een complete wand aan het oog onttrokken door een enorme voorraad toiletpapier, vermoedelijk door een nijvere beambte voor een prikkie op de kop getikt.

Ook de winkels die nog wel gespecialiseerd zijn hebben veelal een merkwaardig inkoopbeleid. Bij de elektronica-speciaalzaak staan de dozen met allerlei artikelen kriskras door elkaar hoog opgestapeld, waardoor het personeel over ruime mogelijkheden beschikt om ongezien te gaan zitten facebooken. Er staan televisies en andere apparatuur die inmiddels zwaar verouderd is, maar dat is geen reden om ze uit de winkel te halen. De nieuwste modellen komen er gewoon vóór te staan, waardoor de looppaden weer een stukje smaller worden. In de stoffenwinkel zijn de paden zo smal en onoverzichtelijk dat ik er niet in durf, bang om de weg terug niet meer te kunnen vinden.

In de shopping mall lijkt het allemaal wat meer op de Nederlandse winkelcentra. Daar zijn het ook geen lokale ondernemers, maar vestigingen van landelijke winkelketens die strak voorgeschreven krijgen hoe de boel eruit moet zien. Vooral op hete dagen zoeken daarom hele gezinnen de mall op om zich te vergapen aan de spullen en om af te koelen in de airco-gekoelde ruimte.


Voor de meeste Thai lijkt al dat uiterlijk vertoon van de shopping mall totaal oninteressant. Het maakt niemand wat uit of een winkel een volgepropte uitdragerij is, zolang er maar verkocht wordt wat je zoekt. Als je wat koopt kan je ook op een ongekende service rekenen. Is iets maar een beetje zwaar of volumineus, dan wordt het voor je naar je auto gedragen. En een onvriendelijke behandeling is een hoge uitzondering. 

Ben je de eerste die die dag wat koopt, dan zie je de verkoper met de zojuist in ontvangst genomen bankbiljetten langs de uitgestalde waren strijken. Daarmee moet het geluk worden opgeroepen om ook de rest van die dag veel te verkopen. In de Chinese winkels (veel Thai zijn van Chinese afkomst) is dat nog een graadje erger. Als daar de eerste klant de winkel verlaat zonder iets te kopen wordt het niets meer met de zaken die dag. Het schijnt dat gehaaide mensen daar misbruik van maken door te proberen als eerste in zo'n winkel te zijn en dan de prijs van wat ze willen kopen tot het absolute minimum omlaag weten te "onderhandelen".

Overigens komt het ook voor dat mensen het als gezichtsverlies voor zichzelf of de verkoper beschouwen als ze een winkel verlaten zonder iets te kopen. Die gaan dus altijd met iets de deur uit, ook al hebben ze het gekochte eigenlijk helemaal niet nodig. Op dat punt lijken die Thai wel op de Nederlandse shoppers, zij het dat de motieven om iets overbodigs te kopen totaal verschillend zijn.

Het gebrek aan belangstelling voor een gelikte presentatie van je winkel speelt ook bij de plaatselijke Tesco Lotus, de supermarkt in Hang Chat. De inrichting en het assortiment zijn voorgeschreven, dus dat ziet er allemaal redelijk georganiseerd uit. Drie maanden geleden werd groots aangekondigd dat de supermarktketen voortaan als Lotus's door het leven zou gaan *). In Nederland zouden alle winkels meteen een facelift krijgen, maar hier gebeurde weinig. Alleen de naam op de kassabon veranderde. Weken later stond opeens de nieuwe naam op het reclamebord dat de ingang van de parkeerplaats aanwijst. En sinds kort staat er buiten een verkoopautomaat met de nieuwe naam erop. Wij hebben het dan ook nog steeds over de Tesco. Als we tenminste naar de supermarkt gaan. Intussen zijn we genoeg ingeburgerd om de voorkeur te geven aan markten en kleine, volgestouwde winkeltjes.

*) Ik dacht dat de naamwijziging zou zijn opgelegd door een buitenlandse eigenaar, maar de keten blijkt in Thaise handen te zijn. Lotus's is voor de Thai namelijk een onuitspreekbare naam. De geschreven s aan het eind van een lettergreep wordt in het gesproken Thais een t. Lotut't zou het dan moeten worden. In het Thais wordt de naam van de supermarkt geschreven als โลตัส, ofwel lotas zonder 's. Probleem op typisch Thaise wijze opgelost.

08 mei 2021

Wat ga je er mee doen dan?

Het probleem met rijkdom is dat de meeste mensen niet weten dat ze rijk zijn. Als je geen Elon Musk heet is er altijd wel iemand aan te wijzen die écht rijk is. En als je in een rijk land als Nederland woont valt je rijkdom al helemaal niet op. Sterker nog: als je de nieuwsberichten en sociale media mag geloven is er sprake van ernstige armoede. Wat dat betreft is het een eye-opener om in Thailand te wonen. Naar aanleiding van mijn ziekenhuisopname schreef ik in 2018 al eens een blog over rijkdom en white privilege waar je je niet aan kunt onttrekken (https://leven-in-thailand.blogspot.com/2018/10/white-privilege.html). Het is tijd om het er weer eens over te hebben, zodat we het niet vergeten.

Dat het onderwerp weer op komt borrelen heeft te maken met ons bezoek aan de markt in Pong Yang Khok, een plaatsje hier vlakbij. Onze vriend Primo (hij kwam al eerder langs in onze blog) en zijn vrouw Somtjid verkopen daar allerlei spullen die tot de eerste levensbehoeften kunnen worden gerekend. Bakolie, soep, (af)wasmiddel en ga zo maar door. Wij gingen voor die produkten meestal naar de supermarkt, vanwege het gemak, maar beseften steeds meer dat het geld dat we op de plaatselijke markt uitgeven beter besteed is. Eén van de dingen die we nodig hadden was kokosmelk en Somtjid bleek dat ook te verkopen. Er zaten nog 4 pakjes in een wikkel waar er oorspronkelijk 8 in zaten, en ze wilder er eentje voor ons uithalen. Wij zeiden dat we ze alle vier wel wilden meenemen. Ze keek ons verbaasd aan: "Wat ga je er mee doen dan?"

Een simpele vraag met een diepe lading. Want de onderliggende boodschap was duidelijk. Niemand koopt op die markt ooit 4 pakjes kokosmelk tegelijk. De mensen kopen één pakje en pas als dat op is kopen ze weer een nieuw. Natuurlijk maakt dat voor de totale kosten niet uit, maar ze kunnen niet net als wij gemakkelijk even 60 baht (€ 1,75) uitgeven aan kokosmelk die ze nu nog niet nodig hebben.

Ik moest terugdenken aan enkele voorvallen tijdens de weken dat Phan bij ons verbleef. "Wow, they have a hoover" zei hij tegen zijn toenmalige vriendin Matsaya toen ze ons huisje bekeken. Hij bedoelde het niet zo, maar had niet op een meer effectieve manier duidelijk kunnen maken dat het hebben van een stofzuiger helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Later kwam hij een keer aan met twee voetjes van Loi Krathongkaarsjes die hij uit de vuilnisbak had gevist. 

Loi Krathong is een feestdag waarbij onder meer rijen kaarsjes voor het huis worden gezet. Als die opgebrand zijn kun je er niks meer mee. Althans, dat vinden wij. Maar Phan wou de restanten graag hebben we vroeg ons om voortaan altijd even te overleggen als we iets weg wilden gooien. Het zijn dat soort voorvallen die duidelijk maken dat rijkdom niet betekent dat je 1 miljoen op de bank of onder je matras hebt, maar dat je een stofzuiger hebt, dat je het je kunt veroorloven om iets bruikbaars weg te gooien, dat je niet een kwartier omfietst om 2 baht te besparen, dat je je niet hoeft af te vragen of je iets wel of niet kan kopen.

(Her)gebruiken wat je gebruiken kan zit hier veel meer in de volksaard dan in Nederland. Een mooi voorbeeld is het bewijsje dat we meekrijgen van het immigratiekantoor als we onze verplichte 90-dagenmelding hebben gedaan. Dat wordt geprint op de achterkant van eerder bedrukte A4'tjes. En alles wat kapot is wordt hier gerepareerd totdat dat écht niet meer kan. Dat ondervond ik toen mijn laptop het voor gezien hield. In Nederland zou me een nieuwe zijn aangesmeerd, maar hier in Thailand wordt zo'n ding weer opgelapt. 50 baht heb ik besteed aan 2 reparaties en nu, 2 jaar later, loopt mijn opgelaptop nog altijd als een zonnetje.

Ik kan me voorstellen dat zo'n verhaal over rijkdom nog altijd wat afstandelijk is voor de meeste lezers. Maar ik heb goed nieuws. Er is een handige website waar je je inkomen en de samenstelling van je huishouden kunt invoeren waarna je kunt zien hoeveel procent van de wereldbevolking rijker is dan jij, en dus ook hoeveel procent armer is. Probeer het eerst eens zelf in te schatten en kijk dan op https://howrichami.givingwhatwecan.org/how-rich-am-i of je inschatting een beetje klopte. Wij zitten zelf flink hoger dan we gedacht hadden. Ik ben benieuwd hoe dat voor jullie is.

07 mei 2021

Veranderingen in de blog

In de vorige blog heb ik gemeld dat de e-mailservice gaat verdwijnen. Die e-mailservice zorgt ervoor dat degenen die zich daarvoor hebben aangemeld een mailtje krijgen zodra er een nieuwe blog is verschenen.

Omdat er toch aardig wat lezers gebruik van maken hebben we gezocht naar een alternatief. En dat hebben we ook gevonden. Voortaan sturen we zelf een melding van een nieuwe blog via mailchimp. Dat is eigenlijk bedoeld om mailings te sturen en dan precies na te kunnen gaan wat het klik-gedrag van de ontvangers is. Maar het werkt dus ook goed voor simpele blogmeldingen en in jullie klik-gedrag zijn we niet geïnteresseerd, dus dat gaan we ook niet volgen.

Het nadeel van de nieuwe meldingen is dat je de blog niet meer direct in het e-mailbericht kunt lezen. Het is gewoonweg te veel werk om een blog inclusief foto's goed in het e-mailbericht te krijgen. In de nieuwe meldingen staat voortaan alleen de 1e alinea met een link naar de volledige blog. Dus heel groot is dat nadeel niet.

Een voordeel is er ook. De "oude" automatische melding werd 's avonds om 23:00 uur verstuurd. De nieuwe melding gaat eruit zodra de blog geplaatst is. Je hoeft er dus minder lang op te wachten. Maar omdat je nooit weet wanneer er weer een nieuwe blog komt, is dat voordeel dus ook niet echt groot.

We hebben de vrijheid genomen om de e-mailadressen van iedereen die zich voor de huidige e-mailservice heeft aangemeld te kopiëren naar mailchimp. Het verhaal dat je nu aan het lezen bent plaatsen we als blog. Die wordt zowel via de oude e-mailmelder als via de nieuwe verstuurd. Je krijgt dus eenmalig 2 mailtjes. 

Wat als je maar één mailtje ontvangt?

  • Krijg je alleen het oudemanier-mailtje (dat is het mailtje dat je nu zit te lezen), kijk dan even in je spammap. Zit daar het nieuwemanier-mailtje, voer dan het afzendadres fgth2001@hotmail.com in als veilige afzender in je mailprogramma. Zit het nieuwemanier-mailtje ook niet in je spammap, stuur ons dan even een berichtje.
Lees je deze blog online en wil je voortaan ook e-mailmeldingen ontvangen: rechts bovenaan staat een aanmeldlink.

Wil je je mailadres niet in mailchimp hebben? Onderaan het nieuwemanier-mailje staat een uitschrijflink.

We hopen het verdwijnen van de e-mailservice zo op een goeie manier te hebben opgelost. En we hopen dat jullie van de blogs blijven genieten. Reacties zijn altijd welkom. Dan kan straks ook gewoon door te antwoorden op het meldingsmailtje.

19 april 2021

Er is hoop

 Er ligt een drol op het terras. Nou is dat niet zo bijzonder, want er loopt en vliegt hier van alles rond en meestal houdt dit “van alles” geen enkele rekening met ons als het om het zich ontlasten gaat. Zo valt er regelmatig een tjiktjakpoepje op mijn hoofd, of in mijn bord. Tjiktjaks lopen over het dak, of misschien moet ik onder het dak zeggen, want ze lopen ondersteboven tegen de onderkant van het dak aan. Ik kan zelf niet ondersteboven lopen, maar áls ik dat zou kunnen zou ik in die positie echt geen drollen produceren. Als ik dat probeer te visualiseren wordt ik in ieder geval niet enthousiast van dat idee. Tjiktjaks visualiseren waarschijnlijk niet en laten ongeneerd hun ondersteboven gedraaide drolletjes van boven op onze hoofden vallen.

Maar goed, ik dwaal af. De drol op het terras is namelijk groter dan de meeste tjiktjaks. Zelfs de veel grotere toekehs draaien maar minikeuteltjes vergeleken bij waar ik net niet ben ingetrapt (wat een prettig idee is aangezien ik op blote voeten loop). We bestuderen het geval en komen tot de conclusie dat we geen flauw idee hebben. Als het ding van een rat komt moet dat een enorm beest geweest zijn. Dat lijkt ons zeer onwaarschijnlijk. De producent moet toch al gauw maatje Tibbe hebben en een beest met maatje Tibbe kan niet door de omheining. Het blijft dus een raadsel.


Maar gelukkig, als er één plek is waar veel met stront gesmeten wordt is het facebook, dus daar moeten ze er wel verstand van hebben. Mieke is lid van een paar beestenboelgroepen en deponeert onze drol daar. Het duurt niet lang voordat het antwoord komt. De droldraaier zou bepaald niet maatje Tibbe zijn. Ook niet maatje egel of maatje rat. De drol zou van een pad afkomstig zijn. Dat antwoord lijkt volslagen ongeloofwaardig. Degene die het antwoord plaatste heeft er echter een link naar een filmpje bij gedaan. Dat hebben we met toenemende verbazing zitten bekijken, waarna we niet anders konden dan onderschrijven dat het een paddendrol is. We zijn er ondersteboven van. Wie nieuwsgierig is geworden moet zelf maar even gaan kijken op https://www.dailymotion.com/video/x74m0ja. 

Opvallend is dat de vraag van Mieke over de drol veel meer reacties heeft opgeleverd dan ze ooit op een facebookpost heeft gehad. Dat staat in schril contrast met mijn blog over FERC, de stichting die het arme scholieren mogelijk maakt hun middelbare school af te maken. Mieke had die blog ook op facebook geplaatst, maar deze werd verwijderd, omdat hij in strijd was met de voorwaarden. Ik snap nou waarom sommigen het over faecesbook hebben.

Intussen is het hier ook voorjaar. We hebben zelfs de eerste regens al achter de rug en sinds gisteren hebben we weer mooie blauwe luchten met indrukwekkende witte bloemkoolwolken. Het lijkt erop dat de hete tijd veel milder is geweest en korter heeft geduurd dan vorig jaar. Maar laten we niet te vroeg juichen; de droogte kan best nog een tijdje terugkeren.

(Video niet zichtbaar? Ga naar https://youtu.be/jyb8SnLnEeo)

De natuur heeft het voorjaar in ieder geval al volop omarmd. Bij de vijver lopen de kieviten met 4 jongen. Er zitten meerdere vogels op en rond het terras te broeden. De plantenpotten die aan de dakrand hangen zijn populair bij de zebraduifjes. 

Vlakbij de voordeur heeft een buulbuul een nestje gehad en nu is er een honingzuiger een nestje aan het bouwen. De honingzuiger (sunbird, Nectariniidae) is een piepklein vogeltje dat veel weg heeft van de kolibri. Net als de kolibri kan het vogeltje stil hangen in de lucht, waarbij het razendsnel de vleugels beweegt. Het nestje is een hangende constructie die op een kunstige wijze in elkaar geweven is. Het wekt een beetje de indruk van een krotwoning, die gebouwd is van allerlei bij elkaar geraapte materialen. Het hangt op een meter of twee van de voordeur, op een plek waar we tientallen keren per dag langslopen, maar dat weerhoudt de sunbird er niet van om vrolijk door te bouwen. We zijn benieuwd naar de eitjes en de jongen. Dat moeten echt wel miniatuurvogeltjes zijn.

Ook de toekehs hebben het voorjaar in de bol. We horen hun karakteristieke roep regelmatig. “Onze” toekeh heeft een paar weken geleden een keihard gevecht geleverd om zijn territorium. Hij leek aan de winnende hand, maar bleek toch te zijn verjaagd. Er woont nu een andere op zijn plek achter de kast en de onze liet zich een tijd lang niet meer zien. We vroegen ons af of hij nog leefde, toen hij ineens midden op de dag het terras op liep. Hij bleek een forse wond in zijn zij te hebben en aan twee voeten tenen te missen. Die schattige beestjes zijn helemaal niet zo schattig tegen elkaar. Hij zag er niet goed uit en het leek wel alsof hij afscheid kwam nemen. De voorgezette meelwormen wilde hij niet hebben. Na deze ontmoeting verdween hij weer uit beeld, maar een paar dagen geleden bleek hij toch weer in het huisje te wonen. Niet meer achter de kast, maar onder het raam. De wonden lijken langzaam te genezen en hij eet weer wat Mieke hem voorzet. Hopelijk gaat hij geen gevechten meer aan.

Binnenkort komt Surya bij ons wonen. Ze is in januari geboren bij een paardenkarretjeseigenaar. In Lampang rijden nog paardenkarretjes rond als een soort taxi's. Je kunt ze aanhouden om je erdoor naar een bepaalde plek te laten rijden, maar het zijn vooral de toeristen die er rondritten mee maken. Nu de toeristen wegblijven is er nauwelijks nog werk voor de paardenkarretjes, terwijl de paarden natuurlijk gewoon moeten eten en verzorging nodig hebben. Dat brengt veel eigenaren in de problemen. Wij hebben nog een tijdje getwijfeld of ons nieuwe stalletje een paardje of een of twee hertjes zou moeten gaan huisvesten, maar het is dus een paardje geworden. De eigenaar was dolblij dat hij Surya kon verkopen. Een kennis van ons heeft een paardenfarm in de buurt. Zij heeft de moeder van Surya gekocht. Zolang Surya nog bij de moeder drinkt blijft ze op de paardenfarm. Intussen maken we hier een omheining voor de paardenwei en gaat Mieke iedere dag naar de farm. Officieel omdat Surya moet leren om Mieke tevolgen, maar flauwegrappenmakers zeggen dat het eigenlijk andersom is. Met Surya erbij is het gezin wel zo'n beetje voltooid. Of moet er toch alvast een hond bij omdat Tibbe al een dagje ouder begint te worden?

Let op: E-mailnotificatie gaat stoppen

Blogger meldt dat de service die ervoor zorgt dat er na het plaatsen van een blog automatisch een mailtje verstuurd wordt naar wie zich daarvoor heeft aangemeld per 1 juli stopt. We zijn nu aan het kijken of we zelf voor een alternatief kunnen zorgen. We zouden zelf een notificatiemailtje kunnen gaan versturen, maar de praktijk leert dat een mailtje met heel veel (b)cc's grote kans heeft om als ongewenste mail te worden beschouwd. Daarom kijken we ook naar online tools voor het versturen van nieuwsbrieven, zoals mailchimp. Mocht iemand een goeie tip hebben, dan horen we dat graag.

09 april 2021

Call your girlfriend

Er wordt wat afgemopperd in Nederland over de kosten van de zorgverzekering en het eigen risico. Maar ten opzichte van Thailand is het zo beroerd nog niet. Niet alleen ten opzichte van Thailand trouwens, maar zelfs ten opzichte van de meeste landen in de wereld. In Nederland bestaat in ieder geval de acceptatieplicht, die inhoudt dat een verzekeraar iedereen die zich aanmeldt moet accepteren voor in ieder geval het basispakket. Bovendien mag een verzekeraar geen verschillende premies aan verschillende risicogroepen berekenen.

In Thailand is de zorgverzekering de natte droom van de liberalen. De premie stijgt naarmate je ouder wordt en voordat je geaccepteerd wordt als verzekerde moet je eerst je volledige ziektegeschiedenis doorgeven. Aan de hand daarvan kunnen bepaalde behandelingen worden uitgesloten. Bij mij geldt dat bijvoorbeeld voor van alles wat met de urinewegen te maken heeft, omdat ik 10 jaar geleden prostaatkanker heb gehad. Dat de prostaat verwijderd is en de kans op "standaard" urinewegproblemen daardoor alleen maar kleiner is doet niet ter zake. Marktwerking om je vingers bij af te likken, zou de premier van Nederland (aan zijn naam draag ik geen actieve herinnering) zeggen.

Vanwege nieuwe verplichtingen bij de verlenging van onze verblijfsperiode moesten we op zoek naar een nieuwe verzekeraar. Die was wel te vinden, maar we moesten als 55-plussers wél even laten onderzoeken of we niet al een beginnende staar hadden. Zoals bij bijna alle 55-plussers was daar inderdaad wel een beginnetje van te zien, dus mochten we ooit voor staar behandeld moeten worden, dan mogen we dat zelf betalen. En passent constateerde de oogarts een beginnende glaucoom en dat vereist directe behandeling, om te voorkomen dat het verergert.

In Thailand heb je dan de keus tussen ziekenhuis en privékliniek. Grote kans dat je daar dezelfde arts treft, alleen ben je in het ziekenhuis minstens een halve dag zoet, terwijl het in zo'n kliniek meestal wat vlotter gaat. Als je tenminste niet op tijd komt. De kliniek is geopend van 17:00 tot 20:00 uur, maar de werkdag van de arts in het ziekenhuis eindigt om 17:00 uur. Als je geluk hebt kan hij ook echt om 5 uur vertrekken en is hij om half 6 in de kliniek, maar toen ik nog niet in de gaten had dat ik beter wat later kon gaan heb ik ook wel meegemaakt dat hij pas om kwart over 6 binnen kwam sloffen. 

Iedere keer als ik kom wordt er een vast ritueel afgewerkt. Ik meld me bij het piepkleine, met papieren volgestouwde balietje en wordt dan naar een kamertje verwezen. Er hangt een bord met allemaal cijfers, de bovenste regel met een grote 8 en 3, daaronder iets kleiner 5, 9, 2 en 4, dan nog iets kleiner 8, 5, 7, 4, 6, 9 en 1 en dan nog twee regels, steeds iets kleiner. Ik moet ze met één oog afgedekt oplezen en ken ze inmiddels uit mijn hoofd. Dan krijg ik een volgnummertje en wordt me een stoel gewezen. Is er iemand klaar bij de dokter, dan moeten alle wachtenden een stoel opschuiven. De laatste wacht-stoel staat ín de praktijkkamer. Ik kan vrolijk meekijken op het scherm waarop de arts de beelden van het oog van de patient vóór me laat zien en als ik de taal machtig zou zijn geweest had ik ook de diagnose prima kunnen volgen. 

Dan ben ik aan de beurt en bestudeert de arts mijn ogen en meet hij mijn oogdruk. Totnutoe ziet het er steeds goed uit. "See you in 3 months." Ik mag terug naar het balietje en daar weten de assistentes al dat er een afspraak voor over 3 maanden gemaakt moet worden. Dan krijg ik een vette rekening, met onder meer 2400 baht (65 euro) voor twee flesjes oogdruppels. Inmiddels heb ik al ontdekt dat de plaatselijke apotheker die voor 1600 baht verkoopt, dus die flesjes mogen weer terug. Je zou verwachten dat dat inmiddels al wel bekend is, maar het kost iedere keer weer moeite om duidelijk te maken dat ik ze niet hoef. Het zinnetje "Ya mae aw, mie lew kap" (medicijn niet nodig, heb ik al) kan ik inmiddels dromen, maar pas na 3 of 4 keer word ik geloofd en gaan de 2400 baht van de rekening. 

Bij mijn laatste bezoek kreeg ik nog een verwijsbriefje voor het ziekenhuis, waar ik over 3 maanden ook heen moet om een gezichtsveldonderzoek te laten doen. Daarover probeerde de assistente me nog iets duidelijk te maken, maar we kwamen er niet uit. Uiteindelijk pakte ik mijn telefoon met google translate en die vertaalde haar mededeling met "Call your girlfriend please." Dat was een nogal vreemd verzoek en hoewel "thammai (waarom)" vragen hier soms gevoelig kan liggen heb ik het toch maar gedaan. "To explain her about hospital," was de verklaring. Ik wou net vragen waarom of ze dat niet aan mij kon vertellen toen het kwartje viel. Als westerse ouwe snoeper had ik hier natuurlijk een Thaise jonge vriendin. Via google translate kon ik weer duidelijk maken dat mijn vriendin bellen niet echt zou helpen omdat die ook geen Thais spreekt. En door mijn klantenkaartje van het ziekenhuis, waar ik al eerder een soortgelijk onderzoek had ondergaan, te laten zien begreep ze dat ik wist waar ik wezen moest.

De apotheek is trouwens ook weer zo'n typisch Thaise winkel, met een hele lading personeel en de bazin die in het midden op een verhoging zit zonder echt iets anders te doen dan de boel in de gaten houden. De eerste keer dat we er kwamen waren we mateloos geïntrigeerd doordat de bazin op haar troon zat met een plastic zakje op haar hoofd. Mieke wist uiteindelijk het mysterie te ontrafelen: ze had haar haar geverfd en de verf moest nog een tijdje intrekken. Het is iets typisch Thais. Uiterlijk vertoon is aan de ene kant heel belangrijk, dus de baas moet duidelijk als zodanig zichtbaar zijn in de zaak, maar dat ze dan met zo'n zakje op haar hoofd zit is weer absoluut geen probleem. Voor hetzelfde geld zit ze de volgende keer haar wenkbrauwen te epileren, haar gezicht te poederen of haar nagels te knippen. Of ze zit te knikkebollen. Hier kan dat allemaal.