14 januari 2022
Ferm doorgaan
08 januari 2022
Leeghoofd
how are you today
vraagt een kleine engel mij
en vliegt in mijn hart
Op zeker moment, we woonden inmiddels al even in Lampang, werd het tijd voor een tandartsbezoek. We hadden links en rechts al eens geïnformeerd naar een goede tandarts voor een halfjaarlijkse controle, en daar werd veelal met gefronste wenkbrauwen op gereageerd. Naar de tandarts voor 'onderhoud', zonder klachten? Een westers verdienmodel dus. Maar goed, innerlijke overtuigingen hebben nou eenmaal tijd nodig om plaats te maken voor óf nieuwe innerlijke overtuigingen, óf een leeg hoofd.
Dat laatste, daar waren we geloof ik nog niet aan toe, dus na pakweg een jaar in Thailand togen we naar een goed bekendstaande tandarts annex kaakchirurg. We konden meteen terecht bij Som, geen klanten vandaag, dus alle tijd. Ze sprak perfect Engels, altijd handig, en er ontstond meteen een geanimeerd gesprek over van alles en nog wat, nadat ze (ná de opgetrokken wenkbrauwen vanwege 'geen klachten, alleen controle en schoonmaken) het mij en zichzelf gemakkelijk had gemaakt in de hypermoderne behandelkamer.
Ze ging er eens goed voor zitten. Voor dat gesprek. Al gauw kwamen we erachter dat ze vlak bij ons in de buurt woonde, met haar ouders, zoontje en nichtje. Ze was razend enthousiast over ons zelfgebouwd leemhuisje en zou het dolgraag aan haar moeder laten zien, want ze had namelijk een 'supermom'. Supermom had een tiental jaren in het buitenland gewerkt om Som en haar broer in Bangkok te kunnen laten studeren, was óveral in geïnteresseerd, sprak heel goed Engels, kon eigenlijk zo'n beetje alles waar ze haar zinnen op zette en was de spil waar het gezin om draaide.
Enfin, natúúrlijk was supermom van harte welkom, en na anderhalf uur, waarvan een half uur voor een zeer zorgvuldige controle, had ik een bezoekafspraak met haar gemaakt voor diezelfde namiddag en was François aan de beurt. De tijd die zijn controle in beslag nam spendeerde ik in zo'n zalige, volautomatische massagestoel, die een programma van pakweg tien minuten afwerkte. Ik geloof dat ik een keer of drie op het 'start again' knopje heb gedrukt, en daarna weet ik het niet meer, want toen sliep ik.
Som en Supermom kwamen, allebei opgetogen en meteen enthousiast. Supermom stelde zich voor als Aranya. We raakten aan de praat, hadden een fijne klik en werden uitgenodigd voor een etentje bij de familie thuis. We móesten de rest van de familie leren kennen en het huis zien, en de tuin, en de appartementen-in-aanbouw, volledig door Aranya ontworpen en, zéér ongebruikelijk in Thailand, de materialenaankoop en de bouw werden minutieus door haar begeleid en gesuperviseerd. Aranya laat niets aan het toeval over en is glashelder in wat ze wil, en vooral niet wil.
Natúúrlijk gingen we graag op haar uitnodiging in en een dag of twee later togen we naar de residentie van het inmiddels gepensioneerde schoolhoofd waarmee Aranya getrouwd is. De door ons meegebrachte mozaïekschaal werd bewond erd en geprezen en ging meteen in een loei van een vitrinekast in de praalkamer. We mochten daar even zitten in dezware houten stoelen, prachtig versierd met zéér gedetailleerd houtsnijwerk dat de geschiedenis van de Hindustaanse godheid Ganesha verbeeldde.
Er volgde een rondleiding door de rest van de praalkamer, waar een meterslange tafel de blikvanger was. Ook hier weer een rijkdom aan houtsnijwerk, waar we nauwelijks op uitgekeken raakten. De tafel, in reliëf gesneden en met een glazen tafelblad afgedekt, stelde het authentieke Thaise boeren- en buitenleven voor. Rijstvelden, boeren met een ossenspan ploegend in het veld, rijstwannende vrouwen, spelende kinderen, oma's met grote zelfgedraaide sigaretten, teveel om op te noemen, maar ik weet nog dat ik dacht dat ik blij was dat ik veel van deze taferelen nog heb mogen zien tijdens onze Thailandreizen. En nog, als je een béétje van de gebaande paden afgaat en de landelijke dorpjes opzoekt kom je dit leven nog volop tegen, ook al ontbraken in het houten reliëf de electriciteitspalen en de tractortjes, zoals we die tegenwoordig overal zien.
Genoeg praalkamer. Het diner was bezorgd en door de dochter en de kleindochter opgediend dus we mochten naar de tafel in de keuken. Alles mooi en prachtig in zo'n praalkamer, maar de functie is pralen, en verder niet. Héél Thais, hebben we inmiddels geleerd: Als je het écht gemaakt hebt in dit land, dan laat je dat zonder enige terughoudendheid aan de wereld zien, het is tenslotte een bewijs van veel positief karma, en niemand die je dan scheef aankijkt. Althans niet en plein publique...
Na zo wat van mijn gebruikelijke zijwegen te hebben bewandeld kom ik al wat dichter bij de kern van mijn verhaal. In de keuken ontmoetten we de zoon van Som, Pu, en haar nichtje Plaauw. Ze zijn van ongeveer dezelfde leeftijd, eenjaar of zeven, acht. Plaauw is het dochtertje van de in Bangkok wonende en werkende broer van Som. Zoals dat hier heel gebruikelijk is zorgen de grootouders voor de kleinkinderen als dat om wat voor reden dan ook, handig is. In dit geval is die reden het studie- en carrièreleven van de kinderen. Daarbij komt dat Plaauw het syndroom van Down heeft, en dat maakt het extra gecompliceerd om gezin en studie of werk te combineren. Fysiek of mentaal beperkte kinderen (mag ik dat tegenwoordig nog zo noemen, of zijn dergelijke benamingen inmiddels alweer veranderd in Nederland?) worden doorgaans thuisgehouden (daarmee bedoel ik bij opa en oma) en gaan niet naar school.
De kinderen stonden keurig naast elkaar om zich voor te stellen aan de falang (buitenlanders). Beiden maakten een buiging met een traditionele Thaise wai (handen plat tegen elkaar voor de borst bij wijze van respectvolle groet) en spraken verrassend goed engels. Het maakte allemaal een wat geforceerde indruk, de kinderen waren wat we in Nederland 'keurig opgevoed' zouden noemen, maar in wat minder genuanceerde termen 'goed gedrild'. Maar eenmaal aan tafel ontspande iedereen en ontspon zich een leuk gesprek, waaraan ook de kinderen met zichtbaar plezier deelnamen, zij het uitsluitend om onze vragen te beantwoorden en niet op eigen initiatief.
De gezamenlijke avond vormde een basis voor een leuke vriendschap, tot op de dag van vandaag, inmiddels zo'n vier jaar later. We komen zo af en toe bij elkaar over de vloer. Met Aranya ben ik goed bevriend geraakt en gaandeweg verdiepten onze gesprekken zich steeds verder.
Het is óók telkens weer een feestje om Plaauw te ontmoeten. Haar onbevangenheid, nieuwsgierigheid, creativiteit en openheid zijn hartverwarmend. Ze begroet me altijd uitermate beleefd, in haast Oxford-Engels. 'Good morning. Pleased to meet you again. How are you doing today, I hope you are doing very well.' Daarbij de buiging en wai. Ik antwoord haar dan nét zo formeel met 'I am very well, thank you. I hope you are doing fine too!' Het is een soort van spelletje geworden. Want als ik haar vervolgens in datzelfde beleefde Engels vraag: 'Can I please give you a hug?', dan verdampt alle formaliteit stante pede en vliegt ze in mijn armen. Smeltmomentjes noem ik dat. Ach, corona... ik mis die smeltmomentjes.
Op een dag ben ik met Supermom op stap. Ze helpt me met het bouwen van een hydrocultuursysteem en we gaan voor materialen naar de bouwmarkt. Er is een hoekje ingericht als koffieshop, met heus comfortabele stoelen en we nemen een pauze met een iced mocca, en raken aan de praat. Over Plaauw. Ik vertel haar dat ik het zo'n heerlijk kind vind, en vraag of ze naar school gaat, ze is tenslotte razend slim. Maar nee, 'ze blijft liever thuis om te dansen en te zingen'.
Het is moeilijk te peilen of dat de hele waarheid is, of een makkelijk excuus. Het is hier nou eenmaal niet gebruikelijk om kinderen met een beperking naar school te laten gaan. Daarbij denk ik begrepen te hebben dat gevoelens als schaamte en 'verloren moeite' een belangrijke rol spelen. Ze vertelt me echter ook een prachtig verhaal over hoe Plaauw bezorgd is om oma, als die haar een uitbrander heeft gegeven omdat ze een klusje niet goed heeft afgemaakt. Ze vindt het dan zo zielig voor oma dat ze boos is op haar, want boos zijn voelt niet fijn...
Volgens Aranya heeft Plaauw nooit negatieve gedachten in haar hoofd. Ik zeg haar dat ik denk dat Plaauw een engeltje is.... Het compliment wordt met een verlegen verbazing in ontvangst genomen. Als ik haar vraag wat de (bij)naam Plaauw betekent antwoordt Aranya heel onbevangen: 'Empty'. Ik zal op z'n minst met mijn ogen geknipperd hebben of mijn wenkbrauwen hebben opgetrokken, want ze legt uit dat ze, toen ze het kindje vlak na de geboorte zag, meteen had gezien dat het 'empty in the head' was. 'Nothing there', zei ze schouderophalend.
Nou moet ik hier even vertellen dat Aranya inmiddels als een soort van Boeddhistische novice door het leven gaat. Ze kleedt zich in wit, heeft haar haren gemillimeterd en heeft in de tuin een huisje gebouwd waar ze inmiddels alleen woont en mediteert, maar ze zorgt wel nog voor het gezin. Voor haar gevoel zit ze een beetje tussen het wereldlijke en spirituele leven in, vertelt ze daarover. Omdat we wat betreft spiritualiteit een gemeenschappelijke belangstelling delen is haar mededeling over de bijnaam van haar kleindochter tijdens die koffiepauze een mooie gelegenheid om toch nog even in te gaan op de betekenis ervan. In onze Nederlandse cultuur geeft zo'n bijnaam toch al gauw een heel aparte bijsmaak. Dus ik kies voor een meer Boeddhistische ingang om het te kunnen benoemen en noem haar een geluksvogel. Omdat ze zo'n mooi zieltje onder haar vleugels heeft mogen nemen.
Nu is Aranya oprecht verbaasd en ze kijkt me vol onbegrip aan. Dat verandert via een lange stilte naar een gelukkig stralen als ik haar vertel hoe ik dat zie: 'Jij en ik zijn allebei 60+, en al ons hele leven op zoek naar hoe we ons hoofd leeg moeten maken. En dan word je gezegend met een prachtige kleindochter die jou elke dag laat zien hoe dat moet. Zo'n zachte, lieve leermeesteres, de hele dag om je heen, dat zouden we allemaal wel willen....'
01 januari 2022
31 december 2021
dag maan, mooie maan.
je staat daar klein en stil
schijnt recht in mijn hart
Vanmorgen heb ik voor de 23.743e keer in mijn leven de zonsopkomst meegemaakt. Voor de 66e keer was dat op 31 december. Eigenlijk zouden die cijfers 21 respectievelijk 1 lager moeten zijn. Ik was "ingepland" op 21 januari maar besloot, aangemoedigd door het besef dat het die dag mijn moeders 41e verjaardag was, om al op de laatste dag van 1955 tevoorschijn te komen. En omdat ik dat al rond 5 uur 's morgens deed telt die dag ook mee.
Ik lag dat allemaal uit te rekenen toen ik vanmorgen ook rond 5 uur wakker was. Het was uiteraard nog te donker om buiten al wat te gaan doen, dus ik had toch de tijd voor onbenullige rekenarijtjes. Toen ik er eindelijk uit was of 2000 nou wel of geen schrikkeljaar was (wel dus) was de som snel gemaakt en kon ik weer even voor me uit gaan liggen staren. Ons huisje is zo gesitueerd dat we vanuit ons bed in deze tijd van het jaar de zon op kunnen zien komen. Om het uitzicht optimaal te laten zijn draaien de ramen naar boven open, zeg maar zoals bij een mobiele frietkraam. De kier aan de scharnierkant tussen raam en kozijn zit dus aan de bovenkant van het raam. Waar het uitzicht door het raam zelf wijds en ver is, zie je door die kier vooral dak. Op een klein puntje in de nok na. En precies daar verscheen vanmorgen het maansikkeltje, dat hier lekker op haar rug ligt. Eerst twee puntjes, snel breder wordend en naar elkaar toegroeiend tot het heel even het hele sikkeltje was. En een paar minuten later was het al weer verdwenen. Zo wordt een alledaags schouwspel ineens iets bijzonders. En daar word ik dan weer ontzettend blij van.
Om 6 uur ga ik er dan toch even uit om Surya, het paardje, eten te geven. Het is niet meer pikdonker, maar ik heb nog wel een lamp nodig om de keutels te ontwijken. Dan wordt het snel lichter. Hier dichter bij de evenaar gaan zonsopkomst en -ondergang echt veel sneller dan in Nederland. Tegen half zeven is het licht en een goed kwartier later piept de zon boven de bergen uit. Mijn favoriete moment van de dag, vooral als Mieke nog slaapt, want dan valt het prachtige ochtendlicht eventjes op haar gezicht. Het golden hour noemen ze het mooie licht als de zon nog, of al heel laag staat. Maar net zoals de schemering hier maar kort duurt, duurt ook het golden hour hooguit een paar minuten.
Net als vorig jaar wordt het weer een oudjaarsdag zonder bezoek. De eerste drie jaarwisselingen hadden we altijd vrienden uit Nederland over de vloer, maar nu is naar Thailand reizen nog altijd niet zonder beperkingen mogelijk en daarmee af te raden. Omdat het een bijzondere dag is gaan we wel zoals altijd extra lekker uit eten, en deze keer hebben we James en Janjira over weten te halen om mee te gaan lunchen. James hebben we vrij snel nadat we in Lampang neerstreken ontmoet, en sindsdien schaken we iedere donderdagmiddag. Hij wint de meeste partijen, maar als hij een keer een stomme fout maakt roept hij wanhopig uit dat hij zou moeten stoppen met spelen. Gelukkig heeft hij dat dreigement nog nooit uitgevoerd. Wel was het afgelopen donderdag een gedenkwaardige schaakdag, want het was de laatste keer dat we op zijn prachtige schaakbord speelden. Hij had een voormalige Thaise schaakkampioen ontmoet die helemaal wild was van dat mooie bord met de schaakstukken en heeft dat toen aan hem beloofd.
| François geschilderd door James |
Op dezelfde manier heeft hij ook al zijn schildersspullen weggegeven, aan Faang, een Thais meisje dat schilderles van hem gehad heeft en gezegend is met veel artistiek talent. Ik zocht zelf al een tijdje een goeie bestemming voor mijn dwarsfluit, die hier vrijwel ongebruikt bleef, en aangezien Faang ook muzikaal over veel talent beschikt is die nu ook bij haar in goede handen gekomen.
James woont al ruim 30 jaar in Lampang, Janjira is zijn vrouw. Hij kent veel mensen en zo kwam het dat hij ons vorige week opbelde om te vragen of we voor een kennis van hem foto's konden maken van olifantenogen. Richard, de betreffende vriend, is met een semi-wetenschappelijk onderzoek bezig en moest daarvoor detailfoto's van 40 tot 50 olifanten hebben. Dat was natuurlijk echt een droomklus om te mogen doen.
En zo zaten we dus afgelopen dinsdag in een taxibusje met Richard en zijn vrouw Noi op weg naar Mae Taeng, een plaatsje 40 kilometer boven Chiang Mai. Richard heeft als kind polio gehad en het afgelopen jaar zijn de bijbehorende verschijnselen verergerd, waardoor hij een rolstoel nodig heeft. Onderweg waren we weer eens getuige van een van die dingen die Thailand zo'n mooi land maken. Richard wilde wat flessen drinkwater hebben en voor de taxichauffeur is het volledig vanzelfsprekend dat hij die even gaat halen. Ook zorgde de chauffeur dat de rolstoel klaargezet werd en hielp hij Richard niet alleen in en uit de auto, maar duwde hij ook de rolstoel overal heen waar hij heen moest. Echt dienstverlening zoals die bedoeld is.
De lunch van vandaag was leuk, lekker en heel Thais. Dat wil zeggen dat de gerechten op volstrekt willekeurige momenten op tafel komen. Tussen "mijn" gerecht en dat van James zat wel een half uur. Nou is het hier gewoonte dat iedereen van alle gerechten mee eet, dus zo'n groot probleem is het gelukkig niet. Heel on-Lampangs was dat er op een gegeven moment een man aan onze tafel kwam staan. Hij zei niets maar hield zijn handen in elkaar met een handpalm naar boven. We waren er wat door overdonderd, want bedelaars zie je hier eigenlijk nooit. Wel komen er in de restaurantjes gewoon mensen binnen die wat te verkopen hebben. Loterij-lootjes, bloemen, slingers, zelfs houten model-motorfietsen. En de restaurant-eigenaren vinden dat allemaal prima. Ook zoiets moois hier.
De man was intussen verder gelopen. Toen hij weer langs kwam op weg naar de uitgang hebben we hem alsnog wat toegestopt. Hij bleef nog een tijdje bij de deur staan, in de hoop dat mensen die in of uit liepen hem nog wat toe zouden stoppen. Na een kwartiertje was hij weg. Op zoek naar het volgende restaurant, vermoedde ik.
's-Avonds thuis hoorden we uit de verschillende dorpen om ons heen de muziek overwaaien. Zo af en toe waren er al wat knallen en hier en daar een vuurpijl. Om 12 uur nam het vuurwerk even kort in hevigheid toe, om half 1 was het stil. Geen vernielingen, geen brandstichting. Wat een mooie manier om het nieuwe jaar (we zitten inmiddels in 2565 hier; ik word dit jaar 510) in te gaan.
18 december 2021
Zoals het klokje thuis tikt....
nacht'lijk krekelkoor
sust mij telkens weer in slaap
Nong Noi is nu Thuis
Zoals het klokje thuis tikt.... klinkt het nergens naar. Ik schat dat het klokje in onze kamer zo'n 55 jaar oud is. Totdat mijn moeder overleed, in 2006, heeft het 40 jaar in de Haagse Beeklaan getikt. Daarna tikte het nog ongeveer een jaar door bij mijn jongste broer aan het Elandplein. Toen ook die overleed is het bij Mieke en mij in de Boxtelse Knuistenkoepel (ik laat geen gelegenheid voorbij gaan om deze prachtigste straatnaam van Nederland even te kunnen noemen) terechtgekomen. Vervolgens tikte het vrolijk verder aan de Touwbaan in Maashees, waarna het op 50-jarige leeftijd naar Thailand is het verhuisd. En daar is het gestopt. Niet omdat we vergeten waren het op te winden, want dat hadden we netjes gedaan. We vermoeden dat de warmte en de hoge luchtvochtigheid het ding teveel geworden zijn. De meeste dingen gaan in Thailand korter mee, deels vanwege mindere kwaliteit en gebrek aan onderhoud, maar vooral toch door het klimaat.
Ons vermoeden werd bevestigd toen het klokje op een gegeven moment, nadat de hete tijd al even voorbij was en uiteraard midden in de nacht, 8 uur sloeg. Vanaf dat moment heeft het het weer een tijdje gedaan, maar de afgelopen zomer stopte het er weer mee. Vorige week had het een korte opleving, maar nu is die voorbij en staat het weer stil. Heel erg vinden we dat niet. Het klokje is zo overdadig gedecoreerd dat je er niet goed op kunt zien hoe laat het is. En mooi vinden we het ook niet; het staat er omdat het een familiestuk is. We denken erover om het een plaats te geven in een soort van totempaal met herinneringen die op het landje moet gaan verrijzen.
Ook zonder tikkend klokje voelen we ons hier inmiddels helemaal thuis. En regelmatig zijn er momenten waarop dat gevoel weer eens extra versterkt wordt. Die hebben soms helemaal niks te maken met hoe de mensen zich hier tegenover ons opstellen. Zo fietste ik van de week naar het stadje Hang Chat om fruit te kopen en zag ik hoe in een dorpje een nieuwe hoofdkraan voor de waterleiding was geïnstalleerd. Die staat dan boven de grond, zonder afsluitbaar hekwerk er omheen. Dat kan hier gewoon, want er is niemand die het in zijn hoofd haalt om "voor de grap" de kraan dicht te draaien of uit verveling het ding stuk te trappen. Alle hoofdkranen van huizen, en alle water- en elektriciteitsmeters zitten hier ook gewoon buiten. Lekker makkelijk voor de meteropnemer; die kan de stand ook opnemen als je niet thuis bent.
Nadat ik een kilo mango's voor een euro had gekocht moest ik elders op zoek naar bananen, want die waren op bij mijn favoriete fruitvrouw. Ik stopte bij een tafeltje langs de weg waarop werkelijk de allergrootste bananen lagen die ik ooit gezien heb. Een flinke kam, met zo'n 8 bananen eraan, kostte 1 euro. De man vroeg waar ik vandaan kwam en in mijn beste Thais maakte ik duidelijk dat ik uit Nederland kwam maar nu in Nong Noi woonde. Er kwam nu een stortvloed aan Thaise woorden uit de man. Het ging me allemaal veel te snel om het goed te kunnen verstaan, maar ik ving onder meer "baan din" en "suay maak" op. Hij wist blijkbaar van ons kleihuis (baan din), vond dat dat heel mooi was (suay maak) en leek helemaal enthousiast dat hij nu een baandinbewoner voor zich had. Ik moest de bananen maar gratis meenemen, vond hij. Ik vond dat ik er best voor kon betalen; 1 euro is voor mij niet veel en voor hem een substantieel bedrag. Uiteindelijk werden we het eens toen ik zei dat hij er dan maar een ijsje voor zijn kinderen voor moest kopen. Dat argument werkt meestal goed hier. Hij liep met mijn boodschappentas naar een krat die achter hem stond, deed er de bananen in en daarna zette hij de tas op mijn fiets. Toen ik thuis kwam bleek er een reuzekam met 15 bananen in mijn tas te zitten. Had hij toch nog de helft gratis gegeven. Nu moeten wij ons door de bananenberg zien te eten.
Op de terugweg werd ik ook weer helemaal blij van het fietsende vrouwtje met een hele lading takkenbossen achterop haar fiets. Vrouwtje is overigens niet denigrerend bedoeld: Thaise mensen, vooral de oudere, zijn veelal heel klein. Het verkleinwoord slaat dus echt op de geringe lengte. Zoals de meeste Thai fietste ze met een snelheid die net hoog genoeg was om niet om te vallen. Toen ik haar voor me zag kon ik gemakkelijk even stoppen en mijn telefoon pakken om te filmen. Vlak voordat ik haar voorbij wilde gaan sloeg ze ineens af, waardoor ik vol in de remmen moest. Breed lachend excuseerde ze zich en zei en gebaarde ze van alles wat ik niet begreep. Maar dat maakte niet uit; de bedoeling was duidelijk.
Het laatste stukje tot aan ons huisje voerde door de rijstvelden, waarop volop gewerkt werd. "Hey hello" werd me van alle kanten toegeroepen. Voor de meesten is dat het enige Engels dat ze kennen. Overal vriendelijk lachende gezichten. Hier kan je je toch niet anders dan thuis voelen?
Waarschuwing: de volgende alinea's kunnen als schokkend worden ervaren
Okee, soms, heel soms zijn er situaties waarin het thuisvoelen eventjes verdrongen wordt. Dat overkwam me een paar weken geleden toen ik eens even lekker wilde afkoelen in de cold tub, de grote kuip met koud water in de tuin. Ik had me er comfortabel in genesteld met een e-book en een glas vruchtensap toen ik me bewust werd van een niet al te aangename geur. Het was al donker, dus ik gebruikte het lampje van mijn telefoon om te zien of er wellicht een dood beest ergens naast de tub lag. Ik kon niks vinden en wilde weer gaan zitten toen ik ineens de oorzaak van de geur zag: er dreef een dode rat in het water. Nooit eerder ben ik zo snel uit de tub gesprongen en nooit eerder heb ik daarna zo lang onder de douche gestaan. Gelukkig is het nu de koelere tijd, want veel aandrang om weer in de tub te gaan heb ik nog steeds niet.
Vandaag was er weer zo'n moment. Hoewel we in de middag meestal maar wat zitten te lamballen houden we toch altijd een koffiepauze. Meestal maken we zelf een lekkere mokka van koffie, cacao en kokosmelk. Toen ik mijn koffie bijna op had zag ik een flinke klont op de bodem van mijn mok. Ik dacht in eerste instantie dat het koffie-cacaomengsel niet goed was doorgeroerd. Was dat maar zo geweest. Er bleek een kleine pad in mijn mok te zijn gesprongen en die had de douche van kokend water niet overleefd. Ik heb de rest maar laten staan en de pad bewaard, om als eventueel aan de arts te laten zien als ik er ziek van zou worden. Dat is gelukkig niet gebeurd.
| Gekookte koffiepad |
Natuurlijk gaan hier nu wel de woordgrappen over en weer. Voor de lunch vanmiddag hadden we pad thai, een beroemd Thais gerecht, opgewarmd in onze zonne-oven. Mieke is bang dat er nu een paddemie uit gaat breken. Ik ben op zoek naar iemand met een senseo, zodat de koffiepad toch nog een goede bestemming kan krijgen.
En het klokje.... dat tikt nog steeds niet.
02 december 2021
Ik was er niet bij
Ik voel me altijd wat ongemakkelijk als het gaat om slavernij of het Nederlandse koloniale verleden. Niet dat ik me er schuldig over voel; ik was er niet bij, heb er niet aan deelgenomen, heb naar mijn beste weten nooit gediscrimineerd. Maar dat neemt niet weg dat ik er nog dagelijks van profiteer. Ik kon de stap zetten om naar Thailand te verhuizen, een stuk land te kopen, er een huisje op te bouwen en een vrijwel zorgeloos leven te leiden. En dat alleen omdat ik rijk geboren ben. Nee, niet rijk volgens Nederlandse begrippen, maar stinkend rijk in Thaise ogen. Ook daar kan ik me niet schuldig over voelen. Het is me overkomen. Ik kan mijn rijkdom hier aanwenden om armoede te verlichten. Maar ik blijf rijk.
Ik hoef daar ook niet veel voor te doen. Met onze pensioentjes zouden we in Nederland net een minimumloon halen, maar hier houden we daar nog genoeg van over. We zijn best druk met het werk op het landje en de verzorging van de veestapel, maar als we de hele dag op ons gat zouden zitten zouden die pensioentjes onverminderd binnen komen. Ons minimumloon is ongeveer 6 keer zo hoog als het Thaise. Pensioenen zijn vooral weggelegd voor wie werkt bij de overheid, waaronder ook onderwijs en gezondheidszorg vallen. Voor de rijstboeren hier zijn kinderen en familie het pensioen en dat gaat pas in als ze echt zelf niet meer kunnen. Terwijl wij afgelopen zondag op ons gat zaten, was een groep Thai op het naastgelegen land bezig met de hand de rijst te oogsten. Best makkelijk, rijk zijn.
Ik heb hier in Thailand kennisgemaakt met de impact van white privilege, toen ik vanwege mijn prima ziektekostenverzekering van het staatsziekenhuis verhuisde naar het privé-ziekenhuis. Een keuze uit eigenbelang, maar had ik hem niet gemaakt, dan had ik in het overvolle staatsziekenhuis een bed bezet gehouden waar iemand geholpen zou kunnen worden die zich geen privé-ziekenhuis kan veroorloven. Solidair zijn en niet mijn bevoorrechte positie verzilveren zou averechts uitgepakt hebben. Een bizar dilemma, dat me behoorlijk in verwarring heeft gebracht, maar waarvan ik ook weer moet concluderen dat het me overkomen is, simpelweg door in Nederland geboren te worden.
En zo kan ik mezelf comfortabel voorhouden dat het weliswaar oneerlijk is hoe de rijkdom in de wereld verdeeld is, maar dat mij persoonlijk op dat punt geen blaam treft; het was al zo toen ik de wereld betrad. Of beter gezegd: ik KON mezelf dat voorhouden. Want voor het eerst in mijn leven doet zich ondubbelzinnig de situatie voor waarin de keuze die ik maak direct gevolgen heeft voor een ander op de wereld. Toen het nog ging over de eerste vaccinaties kon ik mezelf nog geruststellen met de gedachte dat Thailand in ieder geval niet hoorde bij de landen die grootschalig veel meer inkochten dan ze nodig hadden en ook niet bij de landen waarvan je mocht verwachten dat ze de zorg voor de armste delen van de wereld op zich zouden nemen. Zelf vond ik een prik hier op ons afgelegen plekje niet eens zo nodig, maar vanwege de corona-angst in het dorp heb ik toch maar toegegeven.
Nu is er dan de booster, althans, in de westerse landen. Hier in Thailand is men nog volop met de gewone inentingscampagne bezig; in sommige delen van Afrika is men zelfs daar nog nauwelijks mee begonnen. In die landen dreigt verder uitstel, omdat het westen eerst moet boosteren. Ik citeer uit het interview met hoogleraar Virologie Sanders (Trouw, 29 november 2021), naar aanleiding van de nieuw ontdekte variant: Er lijkt nu te gebeuren wat velen het afgelopen jaar voorspelden. Het rijke Westen maakt zich druk om een derde prik voor de eigen bevolking in plaats van de vaccins eerlijk te verdelen. Met zoveel ongevaccineerden in de wereld krijgt het virus ruim kans gevaarlijke mutaties te verwerven. Sanders trekt het nog breder. “De kans is groot dat de omikron zijn vele mutaties heeft opgedaan in het lichaam van iemand met een verzwakte afweer. Iemand met hiv bijvoorbeeld die niet wordt behandeld. Daar zijn er in zuidelijk Afrika miljoenen van. Wij dachten dat we aids onder controle hadden en bekommerden ons niet meer om die mensen. Daar krijgen we nu de rekening voor gepresenteerd.”
Met de booster bescherm ik mezelf, met het inenten van mensen die nog niets gehad hebben draag ik bij aan het beschermen van de mensheid op de langere termijn. Ik heb de keuze, want ik heb het geluk heeft geboren te zijn in een land waar die keuze überhaupt gemaakt kan worden. Maar als ik voor de booster kies kan ik me niet meer onttrekken aan medeverantwoordelijkheid voor de gevolgen die dat heeft in Afrika. Kolonisatie: ik was er niet bij. Slavernij: dat was vóór mijn tijd. Rijkdom: daar heb ik niet voor gekozen. Corona: ehhhhhhhh, ander onderwerp graag.
Ander onderwerp? De gemiddelde CO2-uitstoot per persoon is wereldwijd 4,8 ton. In Nederland is dat 9,62 ton, in Thailand 3,93. In Congo 0,08, in Qatar 37,29. Er is warempel nóg een onderwerp waarin ik verantwoordelijkheid niet kan ontlopen. Daar hoef ik geen blog meer over te schrijven; dat is nu ook wel duidelijk.
23 november 2021
Hulp aan Birmezen uitgebreid
Van de MAP foundation, de stichting die Birmese werkers ondersteunt met voedselpakketten (zie deze blog), kregen we een kort verslag van de voortgang van het project. De oproep die we in augustus deden was geïnitieerd door een mede-bestuurslid van de Foundation for Education of Rural Children. In totaal konden met de donaties die volgden op die oproep zo'n 300 foodbags worden gekocht. Daarvan kwamen er bijna 70 van lezers van onze blog. Een druppel op een gloeiende plaat, maar samen met veel andere druppels kon de plaat toch wat afgekoeld worden.
Het merendeel van de pakketten is terechtgekomen bij werkers en hun gezinnen in Chiang Mai. Recentelijk is zijn er ook mensen van de stichting naar Fang, een stadje bij de Birmese grens in het uiterste noorden van Thailand, gereisd om pakketten te brengen bij Birmezen die daar in de sinaasappelplantages en fabrieken werken. Geheel in Thaise stijl zijn daar foto's van gemaakt. In Nederland zou dat privacygevoelig liggen, maar hier is dat heel gewoon. Zelfs wie gearresteerd wordt staat met naam, woonplaats en foto in de krant, meestal omringd door de trotse agenten die de arrestatie hebben uitgevoerd en een nog trotsere chef die de kans op nog een lintje erbij op zijn al volgehangen uniformjasje weer ziet groeien. Maar dat ter zijde.
![]() |
| Foto: MAP Foundation |
Positief nieuws is dat de MAP-foundation is ingeschakeld door de provinciale gezondheidsdienst om te helpen bij alles wat met corona te maken heeft. De Birmezen zijn een extra kwetsbare groep doordat ze met velen in kleine woningen leven, buiten de standaard gezondheidszorg-programma's vallen en mede daardoor moeilijk van informatie te voorzien zijn. Dankzij de samenwerking komen voorlichting, tests en vaccinaties nu binnen het bereik van die groep.
| Foto: MAP Foundation |
Inmiddels is Thailand weer open voor toeristen. Hoewel de heropening met veel optimistische verwachtingen werd gepresenteerd komen er nog maar mondjesmaat mensen het land in. De meesten daarvan zijn vermoedelijk mensen die hier een huis en/of een vrouw hebben. Het is twijfelachtig of het toeristen-hoogseizoen, dat rond deze tijd zou moeten beginnen, een beetje van de grond wil komen. De kans dat dat pas volgend najaar gaat lukken is realistischer. Er is dus voorlopig nog werk aan de winkel voor MAP en al die andere organisaties die proberen het lot van degenen die het zwaarst getroffen zijn een beetje te verlichten.
Brahm Press, de man achter de MAP Foundation, vroeg ons om "the Dutchies" hartelijk te bedanken voor hun donaties. Bij dezen dus. En wie meer wil weten over de hulp aan Birmese werkers kan de eerder genoemde blog nog eens teruglezen.
15 november 2021
Wakkerhouders
Toen we nog in Chiang Dao woonden hebben we onder meer een Franse vrouw leren kennen die al een paar jaar op zoek was naar een woonplek. In eerste instantie dachten we dat het dan blijkbaar heel moeilijk was om hier een woning te vinden, maar toen we een middagje met een makelaar rondtoerden vertelde die (privacy is geen issue in Thailand) dat een van haar eisen was dat er absoluut geen geluid van buren of andere omgeving te horen mocht zijn. Hij kende wel zulke plekken, maar durfde die niet aan haar aan te bevelen. Veel te gevaarlijk voor een alleenstaande westerse vrouw, vond hij.
![]() |
| Huisje kijken bij Chiang Dao |
Wie op zoek is naar stilte moet niet in Azië zijn, hebben we wel eens iemand horen zeggen, en voor Thailand gaat dat inderdaad grotendeels wel op. Er waait regelmatig muziek over uit het dorp, afhankelijk van de windrichting hoor je verkeer op de weg naar Lampang, je hoort de bosmaaiers, de treintoeter, soms een tractor, voorbijkomende brommers en momenteel is het de tijd van de rijstoogst en zoemt de rijstmolen op de achtergrond. En is er iemand overleden of is het een Boeddhistische feestdag, dan hoor je de monniken. Op de plekken waar we eerder woonden of op vakantie gelogeerd hebben was dat altijd min of meer hetzelfde. We zijn eraan gewend, we vinden het niet erg, en er zijn nog heel veel momenten dat het hier heerlijk stil is.
![]() |
| Rijstoogstmachine |
Stilte is overigens een subjectief begrip. Het kan zo maar zijn dat wat wij als een heerlijke stilte ervaren, voor een bezoeker uit Nederland een slapeloze nacht betekent. Want er is altijd wel het geluid van krekels, cicaden of kikkers. Dat kan soms behoorlijk hard zijn, maar het is zo alom tegenwoordig dat we eraan gewend zijn en het ons niet meer opvalt. Wij liggen daar dus niet wakker van.
Toch hebben we de afgelopen week een paar gebroken nachten achter de rug. Debet daaraan was een roedel honden, die door de omgeving zwierf en de sala van een buurman als nachtelijke uitvalsbasis had gekozen. Zo'n beetje om het uur lieten die honden van zich horen door onderling ruzie te maken of klagelijk te gaan huilen. Onze eigen honden vlogen dan luid blaffend naar buiten en wij zaten rechtop in bed.
In eerste instantie probeerden we dat op te lossen door 's nachts de deur dan maar dicht te doen. Nu onze honden doorhadden dat ze niet naar buiten konden, reageerden ze inderdaad niet meer zo heftig op de wilde groep. Alleen begonnen ze zo tegen een uur of 3 zachtjes maar o zo irritant klagende piepgeluidjes te maken. Ze zijn niet gewend dat ze niet naar buiten kunnen voor het doen van hun behoefte en er was sprake van hoge nood. Daar moesten we dus voor het bed uit.
Duidelijk was nu dat het probleem alleen kon worden opgelost door de roedel wilde honden te verjagen. Maar hoe? We zouden het de buren kunnen vragen, maar zijn bang dat die dat op een weinig diervriendelijke manier zullen doen. Gelukkig biedt internet voor alles een oplossing. We vonden een paar video's met voor honden (en naar bleek ook voor onszelf) zeer onaangename geluiden. Die bleken te helpen. Zodra het geblaf en gehuil 's nachts begon zetten we zo'n videootje aan en onmiddellijk kozen de honden het hazepad. Na de 2e nacht bleven ze een nacht weg, maar na de nacht erna nog een keer met gepiep bestookt te zijn, zijn ze nu al een paar nachten weggebleven. We kunnen de deur weer open laten 's nachts.
Een ongestoorde nachtrust was daarmee echter nog geen feit. Weliswaar was het geblaf nu opgehouden, maar daarvoor in de plaats begon het geknaag. Het leek van vlak achter mijn hoofd te komen en het was te hard om door een hout-etend insect te worden voortgebracht. Ik inspecteerde de ruimte tussen matras en houten bedombouw, maar daar was niets te zien. Ik ging weer liggen en hoopte dat het overging, maar het geknars werd alleen maar intensiever. Ik stond op en probeerde het te localiseren, maar als ik met een lampje scheen hield het knagen op. Uiteindelijk was de conclusie dat het geknars uit een klein ladenblokje kwam. Eén voor één opende ik de laatjes. Toen ik het onderste open trok werd ik, schrik o schrik, besprongen door iets onbekends. Via mijn knie sprong het op de grond en verdween. Ik heb niet kunnen zien wat het was, maar dat werd wel duidelijk toen ik het laatje helemaal uit het blokje trok. Tussen de ammonieten die nog een plek in het mozaiekwerk moeten krijgen zat een stel net geboren muisjes. Moeder muis had de papiertjes waarop staat wie in Nederland de andere helft van de betreffende steen heeft in haar nest verwerkt. Voorwaar een mooie bestemming, maar onze liefde voor de natuur gaat niet zo ver dat we een muizennest achter het hoofdeind van ons bed ongemoeid laten.
Rennende muizen en ratten behoren sowieso tot de wakkerhouders. Dat ze vogelnestjes leegroven en op zolder piesen nemen we ze ook niet in dank af en voor zover er nog sprake was van enige sympathie hebben ze die wel verspeeld door me met de ziekte van Weil op te zadelen. Ze horen bij het leven tussen de rijstvelden, maar we proberen ze zo goed en zo kwaad als het gaat toch uit de buurt te houden.
Een van de meest komische wakkerhouders, hoewel we er midden in de nacht niet echt om kunnen lachen, is de kievit. Die maakt een nest op de grond en zodra er gevaar dreigt vliegt hij op om met veel kabaal een potentiële nestrover af te leiden, zodat die het nest niet vindt. Op zich zouden we daar niet wakker van worden, maar helaas heeft Yindee een verband gelegd tussen voorbijgangers op de weg en de alarmroep van de kievit. Zodra de kievit zich laat horen vliegt Yindee blaffend naar het hek. Ook 's nachts. De blaffende hond is op zich weer een bedreiging voor de kievit waardoor deze er nog een schepje bovenop doet en zo ontstaat een zichzelf in stand houdend alarmsysteem. Heel komisch, maar het mag allemaal wel wat zachter. Dat hebben we Yindee intussen ook redelijk bij kunnen brengen. De kieviten moeten het tegenwoordig wel heel bont maken om haar aan het blaffen te krijgen.
Voor het inperken van de ergste wakkerhouder kregen we hulp van de natuur zelf. Ik heb het dan over de feestjes, die hier in Thailand alleen maar geslaagd kunnen zijn als er karaoke gedaan kan worden. Over hoe zich dat ontwikkelt als de avond vordert en de flessen zelfgestookte whissekie leeg raken hoef ik denk ik niks te schrijven. Sinds de corona-uitbraak is het echter gedaan met die feestjes. De laatste weken komt er zo nu en dan wel weer eens wat muziek uit een van de omliggende dorpen aanwaaien, maar een party tot diep in de nacht is er al heel lang niet meer geweest. Mocht dat er ooit weer van komen, dan hebben we gelukkig nog een doeltreffende remedie in huis: oordopjes.






