27 maart 2022

Leren op de berg

De Songkran-vakantie staat voor de deur. Songkran is het traditionele Thaise nieuwjaar dat op 13 april wordt gevierd. Het markeert volgens sommigen ook het begin van de regentijd, maar dat is vooral wishfull thinking. Vorig jaar vielen de eerste buien inderdaad niet al te lang na Songkran, maar in de jaren ervoor duurde de droogte soms tot ver in juni. April en mei zijn de warmste maanden, dus het heeft ook een praktische reden om in die maanden de grote vakantie te houden.

De mensen die via FERC (Foundation for the Education of Rural Children) een Thaise scholier sponsoren hebben in de afgelopen weken een korte rapportage ontvangen van de vorderingen. Dat ziet er bijvoorbeeld zo uit: "Kullawat is nu 16 jaar oud. Zijn GPA is gestegen van 3,51 naar 3,80. Een prima prestatie, zeker als je beseft dat er vrijwel uitsluitend online geleerd kon worden. Kullawat's favoriete vakken zijn Engels, Muziek, Sociale studies en Sport. Hij wilde altijd in het toerisme werken, maar heeft zijn doel nu veranderd en wil later iets in design gaan doen. Thuis helpt hij zijn moeder in huis en met koken. Hij werkt mee aan een online campagne voor covid-preventie. Zijn hobbies zijn lezen, zingen, muziek maken en sport."

Het is een algemeen, en verrassend beeld dat de studieresultaten een stijgende lijn laten zien. De online lessen zijn namelijk op geen enkele manier vergelijkbaar met de interactieve vormen die wij kennen. Voor de meeste leerkrachten is online lesgeven iets compleet nieuws en in de praktijk betekent het vaak uitsluitend eenrichtingverkeer, zonder de leerlingen er actief bij te betrekken. Bovendien kunnen de scholieren zich meestal niet rustig terugtrekken op een eigen kamer, want die hebben ze niet. Zelfs een tafel en stoel zijn helemaal niet vanzelfsprekend in de huisjes van veel Thai. 

Veel van de gesponsorde scholieren komen uit de bergdorpjes, waar de voorzieningen nog een stuk minder zijn dan in de stad. Eén van de scholieren vertelde dat ze bij familie in een ander dorp haar telefoon moet opladen. Dan loopt ze de berg op tot ze bijna boven is en pas daar heeft ze internetbereik. Ze zit dan in het gras de lessen te volgen en aantekeningen te maken. Als haar batterij leeg is gaat ze die weer opladen en dan belt ze met een klasgenootje om te horen wat ze gemist heeft. Dat probeert ze dan zelf in de boeken na te lezen. Petje af en geweldig om te zien hoe die tomeloze inzet vruchten afwerpt.

Waar wij rapportcijfers hebben van 0 tot 10 werken ze in Thailand met een GPA, een Grade Point Average. De GPA is een schaal die loopt van 0 tot 4. Ook voor alle afzonderlijke vakken krijgen scholieren een beoordeling op een 4-puntenschaal. Uiteindelijk wordt uit al die beoordelingen het gemiddelde genomen. Dat is dan de GPA. De GPA van Kullawat is zeer hoog. 3,80 is vergelijkbaar met de Nederlandse 8,5. Een GPA van hoger dan 2 is wat wij voldoende noemen. 2 komt overeen met onze 5,5 en is dus hakken-over-de-sloot. GPA 1 is de Nederlandse 4 en alles lager dan onze 4 is hier een 0.

Dat Kullawat zijn studiedoel heeft veranderd heeft alles te maken met de pandemie. Voor scholieren en studenten die een toekomst in het toerisme voor zich zagen is pijnlijk duidelijk geworden dat die toekomst niet zo zeker is als ze misschien altijd gedacht hadden. Goed beschouwd geldt dat eigenlijk voor alle studies (en voor design misschien nog wel veel meer), maar de dramatische instorting van het toerisme heeft daar de zwakke plek wel keihard blootgelegd. Van de FERC-scholieren zijn er inmiddels 3 die een andere richting ingaan dan het toerisme dat ze eerst gekozen hadden.

Zelfs mét de ondersteuning door FERC is school voor 2 scholieren toch nog te duur geworden. Ze zijn van school gegaan en hebben een baantje gezocht om zo wat extra inkomen voor het gezin te verdienen. De kosten van school worden weliswaar door de FERC-sponsor gedekt, maar de kosten voor levensonderhoud lopen door en met een klein baantje buiten de deur kunnen de kinderen daarin bijdragen. Als je bijna niks hebt is school ineens een luxe.

Het wegvallen van het toerisme is niet alleen in de sector zelf voelbaar. De stijging van het aantal mensen met nauwelijks of geen inkomen heeft overal gevolgen. Sinds de corona-uitbraak is de schooluitval onder 15- tot 18-jarigen landelijk bijna 50%. Een schrikbarend hoog getal. Wat dat betreft maakt FERC met 2 uitvallers op bijna 80 scholieren toch nog steeds wel een verschil.

(Lees hier meer over FERC)

18 maart 2022

Zo werkt democratie

Een trotse premier Rutte zei tijdens een partijbijeenkomst op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen dat we de wereld die dag hadden laten zien hoe democratie werkt. We konden ons dat niet zo goed voorstellen, maar het blijkt te kloppen. Toen we vandaag door het dorp liepen werden we aan alle kanten aangeklampt en gefeliciteerd met het geweldige voorbeeld van democratie dat we de wereld hebben getoond. Rutte kon hier toch al niet meer stuk sinds dit filmpje op de Thaise televisie te zien was.

Het bedoelde fragment begint op 5:43. Om daar meteen heen te gaan kun je het beste deze url kopiëren en plakken: https://www.youtube.com/watch?v=TupVC3VpQfM#t=5m43s

Op sociale media werd dat dan vaak meteen gevolgd door het volgende filmpje van de Thaise premier.

Maar goed, ik dwaal af. We zijn maar eens even op onderzoek uitgegaan, want we waren wel benieuwd wat de verpletterende indruk die de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen hier gemaakt hebben zou kunnen verklaren. (5 werkwoorden achter elkaar. Nederlands is toch een prachtige taal die iedereen wel zou willen hebben kunnen zitten blijven schrijven.)

De mensen hier in Nong Noi zijn vooral enthousiast over de versnippering in Nederland. Je wilt één bepaald probleem aanpakken? Dan richt je een politieke partij op. Je bent het niet eens met je fractieleider? Afsplitsen maar. Geen enkele partij heeft een programma dat je volledig aanspreekt? Begin er zelf een. Grote indruk maakte hier de lokale partij Echt voor Barendrecht, die zo maar 20 van de 29 zetels won. Enkele dorpsbewoners hebben al de partij Hoihoi voor Nong Noi opgericht en anderen proberen straks een absolute meerderheid te verwerven met Toitoi Nong Noi. Ook Nayu Nong Noi (Leefbaar Nong Noi) verwacht hoge ogen te gooien.

Wat de Nong Noi'ers ook aanspreekt in de Nederlandse democratie is dat iedereen altijd wint. Een partij verloor weliswaar maar is wél de grootste landelijke partij geworden en heeft dus toch gewonnen. Een andere partij zou weggevaagd worden na het vertrek van een populair kamerlid, maar verloor uiteindelijk slechts 20%, hetgeen als duidelijke winst wordt gezien. Weer een andere partij verloor 1/3 van de zetels maar is wel de grootste in een bepaalde stad: winst dus.

Dat in een van de steden de partij van de politicus tegen wie een corruptie-onderzoek loopt de grootste is geworden valt hier met name onder de zittende politici in goede aarde. Het doet ze goed om te zien dat dat is hoe democratie werkt.

De mensen op straat zijn echter vooral blij met het beeld dat democratie heel goed werkt als slechts de helft van de kiezers op komt draven. Ze kunnen de volgende keer met een gerust hart thuis blijven. Zo werkt democratie nou eenmaal.

27 februari 2022

Duizenddingendoekjes

Een blogloze maand, dat zou een unicum in ruim 5 Thailandjaren zijn. Maarja, om dat te voorkomen moet er natuurlijk wel inspiratie zijn, en daar ontbreekt het al een tijdje aan. Het dagelijkse Thaise leven wordt voor ons steeds meer het gewone leventje en al die zaken die ons in het begin heel erg opvielen zijn intussen ook min of meer gewoon geworden. Uitweiden over dagelijkse dingetjes leidt al snel tot herhaling van wat al eerder hier geblogd is. Maar voor wat dieper gaande beschouwingen is dan weer die eerder genoemde inspiratie nodig die er nu even niet is. 

De blogwriter heeft dus een writersblock, maar een volle kalendermaand zonder een blog, dat kan hij ook niet laten gebeuren. Dus gaat hij nou toch maar proberen van wat kleine typisch Thaise dingetjes een samenhangend verhaal te maken. En voor typisch Thaise dingetjes moet je in typisch Thaise winkels zijn. 

In een stoffenwinkeltje in Chiang Mai's Chinatown bijvoorbeeld. Mieke was eigenlijk naar iets speciaals op zoek, maar mijn blik werd getrokken door een stofje dat wel eens geschikt zou kunnen zijn voor een nieuwe lungi. Totnutoe gebruikte ik Mieke's "duizenddingendoekjes" (dunne lappen stof die tijdens reizen te gebruiken zijn als kledingstuk, laken, handdoek, schaduwdoek en nog 996 andere toepassingen) als lungi, maar die waren al een aantal jaren oud toen we elkaar in 2006 leerden kennen. Ik doe pas iets weg als het echt totaal versleten is en voor alle duizenddingendoekjes op eentje na is dat inmiddels het geval. Ik bestelde 2 meter van de stof, maar daar werd met wat verwarring op gereageerd. Ik dacht dat dat kwam doordat stoffen normaal gesproken door de vrouw besteld worden en niet door de man, maar het probleem bleek gecompliceerder. "We don't sell meters. We only sell yards." Het hoge woord was eruit. Tja, als je alleen yards verkoopt en iemand wil 2 meter, dan houdt het op. Gelukkig zijn wij de beroerdsten niet. Even overwoog ik om dan maar 2,187227 yard te bestellen. Dat zou een beetje flauw geweest zijn, want ik kon wel raden dat het probleem van de verkoopster was dat ze alleen maar een maatstok van een yard had. Dus gingen we even later blij en opgewekt met 1,8288 meter de deur uit. Zolang ik onder de 80 kilo blijf is dat ruim genoeg voor een lungi.

Lungi

Die dag dat ik naar Mieke ben gegaan
droeg zij een mooi gekleurde omslagdoek,
die gaf haar 'n onweerstaanbaar fraaie look.
Ik keek haar met verliefde ogen aan.

De koffie hebben we maar laten staan.
We gingen naar elkanders mond op zoek,
als in zo'n populair bouquetreeksboek,
waarna 'k haar uit de doeken heb gedaan.

Die doeken zijn nu bijna doorgesleten.
Toch draag ik ze best graag in 't buitenleven,
want in dit land moet je nogal eens zweten.

Nudisme vindt men hier niet echt verheven.
Zo'n omslagdoek kan echter ons poëten
toch een soort bijnablootervaring geven.

Lampang is een klein stadje en lang niet alles is daar verkrijgbaar. Omdat de vijver bij het terras steeds meer in groene soep begon te veranderen wilde Mieke een vijverstofzuiger aanschaffen. Nu staat stofzuigen voor ons beiden niet hoog op de lijst van nuttige werken, maar andere manieren om het water helderder te krijgen faalden. Dus werd de stofzuiger online besteld en een paar dagen later afgeleverd. Met een Chinese stekker eraan. De kans dat we de leverancier zover konden krijgen om een ander apparaat, nu met Thaise stekker, te sturen leek ons nihil, dus ging ik op pad voor een verloopstekker. En daar liep ik tegen het typisch Thaise verschijnsel aan dat vrijwel alle verlengsnoeren en verloopstekkers geschikt zijn om een geaarde stekker in te steken, maar zelf geen geaarde stekker hebben. We hebben zelfs een haspel met speciale beveiliging zodat er uitsluitend geaarde stekkers in kunnen, maar de stekker van die haspel zelf is niet geaard. Voor een elektrisch apparaat dat we in het water moeten houden leek me dat geen goede keuze. Ik probeerde bij verschillende verkopers duidelijk te maken dat ik een verloopstekker met 3 pennen nodig had en al die verkopers demonstreerden me dat een 2-polige stekker ook in een 3-polig stopcontact paste. Je zag ze denken ฝรั่งแปลก (rare buitenlander), die stekker past toch gewoon. 

Uiteindelijk heb ik gelukkig gevonden wat we nodig hadden. Met mijn aanwinst stond ik bij de kassa. Voor me was een wat oudere Thaise man met een weelderige grijze haardos aan het afrekenen. Op een gegeven moment keek hij me aan en begon breed te grijnzen. Hij zei iets tegen de vrouw die bij hem stond waarna ze beiden begonnen te schaterlachen. Ik had geen idee wat er zo leuk was en lachte vriendelijk terug, hetgeen maar beperkt zichtbaar was vanwege mijn mondmasker. Hikkend kwam de man nu naar me toe en begon iets te vertellen, vermoedelijk wat hem zo aan het lachen had gemaakt. Toen hij zag dat ik het niet begreep plukte hij eerst met zijn handen in zijn haar en zei "phom" (ik). Daarna pakte hij mijn baard en zei "khun" (jij). Hij begon weer onbedaarlijk te schateren. We hadden hetzelfde haar, alleen hij bovenop en ik onderaan mijn gezicht. Reuzegrappig, maar echt meeschateren in zo'n winkel lukte me helaas niet. Ik probeerde me wel voor te stellen hoe het zou zijn als deze man zo'n zelfde actie zou uithalen bij de kassa van de Gamma. Ik zou het hem afraden.

Nu het toch gaat over taferelen die in Nederland ondenkbaar zijn moet ik ook nog even de dierenarts noemen. Er is in Lampang een wat luxere dierenkliniek, die qua voorzieningen overigens nog niets is vergeleken bij een eenvoudige Nederlandse dierenartsenpraktijk, maar daar hebben ze eigenlijk alleen maar ervaring met honden en katten. En wij zaten met een zieke schildpad. We gaan niet tot het uiterste allerlei behandelingen laten uitvoeren, maar het probleem van de schildpad moest zo te zien redelijk makkelijk op te lossen zijn. In de luxere kliniek wisten ze er echter geen raad mee. Viavia hoorden we dat er net een nieuwe dierenartsenpraktijk was bijgekomen, met een dierenarts die gespecialiseerd is in exotische dieren. En inderdaad, die zag meteen wat er mis was. Tot zover niks bijzonders. Maar wat ik jullie niet wilde onthouden is het plaatje van dierenarts, assistente en Mieke die bij de schildpad op de grond zitten, geduldig wachtend tot het dier zich genoeg ontspant om een soort vocht-infuus aan te brengen. Dat duurde ruim een kwartier, maar daar zit niemand mee. Iedereen heeft alle tijd. Wat een heerlijk land, realiseren we ons dan weer.

Intussen worden hier in Thailand de inreisbeperkingen steeds verder versoepeld. Het is alweer 2 jaar geleden dat we voor het laatst vrienden uit Nederland op bezoek hadden. We redden het hier gelukkig prima met zijn tweetjes, maar kijken toch ook wel uit naar de bezoekjes die al zo lang zijn uitgesteld. Een dubbel gevoel, want we zitten nu, eind februari, met smogwaardes die nog niet eerder zo laag waren in deze tijd van het jaar, en we zien zelfs de bergen nog, die normaal gesproken rond de jaarwisseling in de smog verdwijnen om daar pas na de eerste regens weer uit tevoorschijn te komen. Het verminderde vliegverkeer speelt daar ongetwijfeld een rol in. En toch is er de behoefte om weer eens familie en vrienden te zien. We zijn net gewone mensen.



14 januari 2022

Ferm doorgaan

Vaak dienen de onderwerpen voor een blog zich vanzelf aan. Soms is het hersenbreken over waar de volgende blog over moet gaan. En heel af en toe krijgen we een onderwerp door een lezer toegeworpen. Meestal onbedoeld, maar daar hoor je ons niet over klagen.

Vandaag was het Wouter ter Braake die me aan het schrijven zette door zich in het Boeddhistisch Dagblad af te vragen: "waar is de wereld gebleven van het aanvaarden van lichamelijke aftakeling en ferm doorgaan?" Zijn vraag vloeide voort uit een beschouwing over honden die in een kinderwagen worden vervoerd. Met die toelichting maak ik het niet bepaald duidelijker, maar lees het gerust zelf allemaal nog even na op https://boeddhistischdagblad.nl/auteurs/177507-het-jaar-2022-dag-13-wagenhonden/.

Ik weet niet of Wouter bij het opschrijven van zijn vraag de verwachting had dat er ook echt een antwoord op gegeven zou worden. Mogelijk was het meer een verzuchting dan een concrete vraag. Maar voor ons is het antwoord simpel: die wereld is hier. Hier in Thailand zijn rolstoelen, rollators en scootmobielen nog bezienswaardigheden. Misschien heb ik in 5 jaar tijd twee keer een scootmobiel op straat gezien. De overige keren dat ik zo'n ding zag was in een winkelcentrum, waar ze er een constructie aan vastgemaakt hebben waarmee ze de vloer kunnen dweilen. Een typisch Thaise oplossing.


Een van de weinige rolstoelen die we hier gezien hebben was van een zwaar invalide vrouw in Nang Lae, het dorpje waar we woonden terwijl we ons kleihuis aan het bouwen waren. De betreffende vrouw kwam nooit buiten, simpelweg omdat ze dat niet kon. Een in het dorp wonende Nederlander heeft toen een tweedehands electrische rolstoel op de kop getikt, die helemaal opgeknapt en sindsdien sjeest de vrouw het hele dorp door.

Voor het overgrote deel van de Thaise bevolking zijn rolstoelen en scootmobielen onbereikbare hulpmiddelen. Een rollator komt wat meer binnen de mogelijkheden, maar daarbij stuit je hier op andere ongemakken: hoge stoepen, marktkraampjes op de stoep, stoepen met putdeksels met gaten erin, ontbrekende stoepen, stoepen zonder opritje, of met een opritje maar daar staat dan een auto voor, bestrating met losliggende stenen of diepe scheuren in het beton... kortom, met een rollator kom je niet ver, en op de meeste plaatsen met een rolstoel of scootmobiel evenmin.


Wat je wel af en toe ziet zijn looprekjes; zeg maar rollators zonder wielen. Daarmee weet een "zuchtende en kreunende oudere" (dank je, Wouter) zich uiterst langzaam toch naar een bestemming te worstelen. Maar veruit de meeste moeilijk-ter-been-zijnden hebben hooguit een wandelstok ter beschikking. Voetje voor voetje schuifelende oude mensen, mensen die een vergroeiing hebben waardoor hun bovenlijf zo'n beetje haaks op hun onderlijf staat, mensen met botafwijkingen of wat voor andere aandoeningen dan ook waardoor ze maar moeizaam vooruit kunnen komen: ze worstelen zich allemaal gewoon over straat naar waar ze wezen moeten. Er zijn geen speciale rolstoeltaxi's, dus ook wie zich slechts moeizaam kan voortbewegen gaat als dat nodig is met de bus. En de buschauffeur vindt het helemaal geen probleem om even ondersteuning te geven bij het instappen, om een looprekje even onderin de bus of op het bagagerek op het dak te leggen, om te wachten tot de passagier veilig zit. En om dat alles weer in omgekeerde volgorde bij het uitstappen te doen. Ook de andere passagiers zal je niet horen mopperen over vertraging. Het gaat om iemand die hulp nodig heeft, dus dan wachten we toch even. 

De klok is hier sowieso niet zo allesbepalend. "In Nederland hebben ze horloges, in Thailand hebben ze de tijd," is een gevleugelde uitspraak van Primo, de grote vriendelijke reus uit Brabant die in een naburig dorp op de markt staat. Een aardige illustratie daarvan is de busdienstregeling die we in een guesthouse bij Mae Hong Son in het uiterste noorden zagen hangen. Onder de vertrektijdentabel stond: "If busy, bus comes too late, if quiet, bus comes too early, if broken, bus does not come."

Ferm doorgaan en je lichamelijke aftakeling aanvaarden, het is hier geen keuze. Je moet wel. Als we kijken naar Thailand in de wereld, staat het land op de 74e plaats qua koopkrachtpariteit (https://nl.wikipedia.org/wiki/Koopkrachtpariteit). Die drukt de koopkracht per inwoner uit in de fictieve munt "international dollar", rekening houdend met het prijspeil, waardoor je de verschillende landen goed met elkaar kunt vergelijken. Nederlanders hebben een koopkracht van ongeveer 60.000 international dollar, Thai moeten het doen met zo'n 16.000. Ruim 100 landen hebben nog minder te besteden. Mijn antwoord op de vraag van Wouter was dus vrijwel zeker veel te beperkt. "In het grootste deel van de wereld" had het moeten zijn. Wat we in Nederland als een vanzelfsprekend recht beschouwen is voor de meeste mensen helemaal niet zo vanzelfsprekend.

08 januari 2022

Leeghoofd

how are you today

vraagt een kleine engel mij

en vliegt in mijn hart


Op zeker moment, we woonden inmiddels al even in Lampang, werd het tijd voor een tandartsbezoek. We hadden links en rechts al eens geïnformeerd naar een goede tandarts voor een halfjaarlijkse controle, en daar werd veelal met gefronste wenkbrauwen op gereageerd. Naar de tandarts voor 'onderhoud', zonder klachten? Een westers verdienmodel dus. Maar goed, innerlijke overtuigingen hebben nou eenmaal tijd nodig om plaats te maken voor óf nieuwe innerlijke overtuigingen, óf een leeg hoofd. 

Dat laatste, daar waren we geloof ik nog niet aan toe, dus na pakweg een jaar in Thailand togen we naar een goed bekendstaande tandarts annex kaakchirurg. We konden meteen terecht bij Som, geen klanten vandaag, dus alle tijd. Ze sprak perfect Engels, altijd handig, en er ontstond meteen een geanimeerd gesprek over van alles en nog wat, nadat ze (ná de opgetrokken wenkbrauwen vanwege 'geen klachten, alleen controle en schoonmaken) het mij en zichzelf gemakkelijk had gemaakt in de hypermoderne behandelkamer.

Ze ging er eens goed voor zitten. Voor dat gesprek. Al gauw kwamen we erachter dat ze vlak bij ons in de buurt woonde, met haar ouders, zoontje en nichtje. Ze was razend enthousiast over ons zelfgebouwd leemhuisje en zou het dolgraag aan haar moeder laten zien, want ze had namelijk een 'supermom'. Supermom had een tiental jaren in het buitenland gewerkt om Som en haar broer in Bangkok te kunnen laten studeren, was óveral in geïnteresseerd, sprak heel goed Engels, kon eigenlijk zo'n beetje alles waar ze haar zinnen op zette en was de spil waar het gezin om draaide. 

Enfin, natúúrlijk was supermom van harte welkom, en na anderhalf uur, waarvan een half uur voor een zeer zorgvuldige controle, had ik een bezoekafspraak met haar gemaakt voor diezelfde namiddag en was François aan de beurt. De tijd die zijn controle in beslag nam spendeerde ik in zo'n zalige, volautomatische massagestoel, die een programma van pakweg tien minuten afwerkte. Ik geloof dat ik een keer of drie op het 'start again' knopje heb gedrukt, en daarna weet ik het niet meer, want toen sliep ik.

Som en Supermom kwamen, allebei opgetogen en meteen enthousiast. Supermom stelde zich voor als Aranya. We raakten aan de praat, hadden een fijne klik en werden uitgenodigd voor een etentje bij de familie thuis. We móesten de rest van de familie leren kennen en het huis zien, en de tuin, en de appartementen-in-aanbouw, volledig door Aranya ontworpen en, zéér ongebruikelijk in Thailand, de materialenaankoop en de bouw werden minutieus door haar begeleid en gesuperviseerd. Aranya laat niets aan het toeval over en is glashelder in wat ze wil, en vooral niet wil.

Natúúrlijk gingen we graag op haar uitnodiging in en een dag of twee later togen we naar de residentie van het inmiddels gepensioneerde schoolhoofd waarmee Aranya getrouwd is. De door ons meegebrachte mozaïekschaal werd bewond erd en geprezen en ging meteen in een loei van een vitrinekast in de praalkamer. We mochten daar even zitten in dezware houten stoelen, prachtig versierd met zéér gedetailleerd houtsnijwerk dat de geschiedenis van de Hindustaanse godheid Ganesha verbeeldde. 


Er volgde een rondleiding door de rest van de praalkamer, waar een meterslange tafel de blikvanger was. Ook hier weer een rijkdom aan houtsnijwerk, waar we nauwelijks op uitgekeken raakten. De tafel, in reliëf gesneden en met een glazen tafelblad afgedekt, stelde het authentieke Thaise boeren- en buitenleven voor. Rijstvelden, boeren met een ossenspan ploegend in het veld, rijstwannende vrouwen, spelende kinderen, oma's met grote zelfgedraaide sigaretten, teveel om op te noemen, maar ik weet nog dat ik dacht dat ik blij was dat ik veel van deze taferelen nog heb mogen zien tijdens onze Thailandreizen. En nog, als je een béétje van de gebaande paden afgaat en de landelijke dorpjes opzoekt kom je dit leven nog volop tegen, ook al ontbraken in het houten reliëf de electriciteitspalen en de tractortjes, zoals we die tegenwoordig overal zien.

Genoeg praalkamer. Het diner was bezorgd en door de dochter en de kleindochter opgediend dus we mochten naar de tafel in de keuken. Alles mooi en prachtig in zo'n praalkamer, maar de functie is pralen, en verder niet. Héél Thais, hebben we inmiddels geleerd: Als je het écht gemaakt hebt in dit land, dan laat je dat zonder enige terughoudendheid aan de wereld zien, het is tenslotte een bewijs van veel positief karma, en niemand die je dan scheef aankijkt. Althans niet en plein publique...

Na zo wat van mijn gebruikelijke zijwegen te hebben bewandeld kom ik al wat dichter bij de kern van mijn verhaal. In de keuken ontmoetten we de zoon van Som, Pu, en haar nichtje Plaauw. Ze zijn van ongeveer dezelfde leeftijd, eenjaar of zeven, acht. Plaauw is het dochtertje van de in Bangkok wonende en werkende broer van Som. Zoals dat hier heel gebruikelijk is zorgen de grootouders voor de kleinkinderen als dat om wat voor reden dan ook, handig is. In dit geval is die reden het studie- en carrièreleven van de kinderen. Daarbij komt dat Plaauw het syndroom van Down heeft, en dat maakt het extra gecompliceerd om gezin en studie of werk te combineren. Fysiek of mentaal beperkte kinderen (mag ik dat tegenwoordig nog zo noemen, of zijn dergelijke benamingen inmiddels alweer veranderd in Nederland?) worden doorgaans thuisgehouden (daarmee bedoel ik bij opa en oma) en gaan niet naar school.

De kinderen stonden keurig naast elkaar om zich voor te stellen aan de falang (buitenlanders). Beiden maakten een buiging met een traditionele Thaise wai (handen plat tegen elkaar voor de borst bij wijze van respectvolle groet) en spraken verrassend goed engels. Het maakte allemaal een wat geforceerde indruk, de kinderen waren wat we in Nederland 'keurig opgevoed' zouden noemen, maar in wat minder genuanceerde termen 'goed gedrild'. Maar eenmaal aan tafel ontspande iedereen en ontspon zich een leuk gesprek, waaraan ook de kinderen met zichtbaar plezier deelnamen, zij het uitsluitend om onze vragen te beantwoorden en niet op eigen initiatief.

De gezamenlijke avond vormde een basis voor een leuke vriendschap, tot op de dag van vandaag, inmiddels zo'n vier jaar later. We komen zo af en toe bij elkaar over de vloer. Met Aranya ben ik goed bevriend geraakt en gaandeweg verdiepten onze gesprekken zich steeds verder.

Het is óók telkens weer een feestje om Plaauw te ontmoeten. Haar onbevangenheid, nieuwsgierigheid, creativiteit en openheid zijn hartverwarmend. Ze begroet me altijd uitermate beleefd, in haast Oxford-Engels. 'Good morning. Pleased to meet you again. How are you doing today, I hope you are doing very well.' Daarbij de buiging en wai. Ik antwoord haar dan nét zo formeel met 'I am very well, thank you. I hope you are doing fine too!' Het is een soort van spelletje geworden. Want als ik haar vervolgens in datzelfde beleefde Engels vraag: 'Can I please give you a hug?', dan verdampt alle formaliteit stante pede en vliegt ze in mijn armen. Smeltmomentjes noem ik dat. Ach, corona... ik mis die smeltmomentjes.


Op een dag ben ik met Supermom op stap. Ze helpt me met het bouwen van een hydrocultuursysteem en we gaan voor materialen naar de bouwmarkt. Er is een hoekje ingericht als koffieshop, met heus comfortabele stoelen en we nemen een pauze met een iced mocca, en raken aan de praat. Over Plaauw. Ik vertel haar dat ik het zo'n heerlijk kind vind, en vraag of ze naar school gaat, ze is tenslotte razend slim. Maar nee, 'ze blijft liever thuis om te dansen en te zingen'.

Het is moeilijk te peilen of dat de hele waarheid is, of een makkelijk excuus. Het is hier nou eenmaal niet gebruikelijk om kinderen met een beperking naar school te laten gaan. Daarbij denk ik begrepen te hebben dat gevoelens als schaamte en 'verloren moeite' een belangrijke rol spelen. Ze vertelt me echter ook een prachtig verhaal over hoe Plaauw bezorgd is om oma, als die haar een uitbrander heeft gegeven omdat ze een klusje niet goed heeft afgemaakt. Ze vindt het dan zo zielig voor oma dat ze boos is op haar, want boos zijn voelt niet fijn...

Volgens Aranya heeft Plaauw nooit negatieve gedachten in haar hoofd. Ik zeg haar dat ik denk dat Plaauw een engeltje is.... Het compliment wordt met een verlegen verbazing in ontvangst genomen. Als ik haar vraag wat de (bij)naam Plaauw betekent antwoordt Aranya heel onbevangen: 'Empty'. Ik zal op z'n minst met mijn ogen geknipperd hebben of mijn wenkbrauwen hebben opgetrokken, want ze legt uit dat ze, toen ze het kindje vlak na de geboorte zag, meteen had gezien dat het 'empty in the head' was. 'Nothing there', zei ze schouderophalend.


Nou moet ik hier even vertellen dat Aranya inmiddels als een soort van Boeddhistische novice door het leven gaat. Ze kleedt zich in wit, heeft haar haren gemillimeterd en heeft in de tuin een huisje gebouwd waar ze inmiddels alleen woont en mediteert, maar ze zorgt wel nog voor het gezin. Voor haar gevoel zit ze een beetje tussen het wereldlijke en spirituele leven in, vertelt ze daarover. Omdat we wat betreft spiritualiteit een gemeenschappelijke belangstelling delen is haar mededeling over de bijnaam van haar kleindochter tijdens die koffiepauze een mooie gelegenheid om toch nog even in te gaan op de betekenis ervan. In onze Nederlandse cultuur geeft zo'n bijnaam toch al gauw een heel aparte bijsmaak. Dus ik kies voor een meer Boeddhistische ingang om het te kunnen benoemen en noem haar een geluksvogel. Omdat ze zo'n mooi zieltje onder haar vleugels heeft mogen nemen.

Nu is Aranya oprecht verbaasd en ze kijkt me vol onbegrip aan. Dat verandert via een lange stilte naar een gelukkig stralen als ik haar vertel hoe ik dat zie: 'Jij en ik zijn allebei 60+, en al ons hele leven op zoek naar hoe we ons hoofd leeg moeten maken. En dan word je gezegend met een prachtige kleindochter die jou elke dag laat zien hoe dat moet. Zo'n zachte, lieve leermeesteres, de hele dag om je heen, dat zouden we allemaal wel willen....'

01 januari 2022

31 december 2021

dag maan, mooie maan.

je staat daar klein en stil

schijnt recht in mijn hart

Vanmorgen heb ik voor de 23.743e keer in mijn leven de zonsopkomst meegemaakt. Voor de 66e keer was dat op 31 december. Eigenlijk zouden die cijfers 21 respectievelijk 1 lager moeten zijn. Ik was "ingepland" op 21 januari maar besloot, aangemoedigd door het besef dat het die dag mijn moeders 41e verjaardag was, om al op de laatste dag van 1955 tevoorschijn te komen. En omdat ik dat al rond 5 uur 's morgens deed telt die dag ook mee. 

Ik lag dat allemaal uit te rekenen toen ik vanmorgen ook rond 5 uur wakker was. Het was uiteraard nog te donker om buiten al wat te gaan doen, dus ik had toch de tijd voor onbenullige rekenarijtjes. Toen ik er eindelijk uit was of 2000 nou wel of geen schrikkeljaar was (wel dus) was de som snel gemaakt en kon ik weer even voor me uit gaan liggen staren. Ons huisje is zo gesitueerd dat we vanuit ons bed in deze tijd van het jaar de zon op kunnen zien komen. Om het uitzicht optimaal te laten zijn draaien de ramen naar boven open, zeg maar zoals bij een mobiele frietkraam. De kier aan de scharnierkant tussen raam en kozijn zit dus aan de bovenkant van het raam. Waar het uitzicht door het raam zelf wijds en ver is, zie je door die kier vooral dak. Op een klein puntje in de nok na. En precies daar verscheen vanmorgen het maansikkeltje, dat hier lekker op haar rug ligt. Eerst twee puntjes, snel breder wordend en naar elkaar toegroeiend tot het heel even het hele sikkeltje was. En een paar minuten later was het al weer verdwenen. Zo wordt een alledaags schouwspel ineens iets bijzonders. En daar word ik dan weer ontzettend blij van.

Om 6 uur ga ik er dan toch even uit om Surya, het paardje, eten te geven. Het is niet meer pikdonker, maar ik heb nog wel een lamp nodig om de keutels te ontwijken. Dan wordt het snel lichter. Hier dichter bij de evenaar gaan zonsopkomst en -ondergang echt veel sneller dan in Nederland. Tegen half zeven is het licht en een goed kwartier later piept de zon boven de bergen uit. Mijn favoriete moment van de dag, vooral als Mieke nog slaapt, want dan valt het prachtige ochtendlicht eventjes op haar gezicht. Het golden hour noemen ze het mooie licht als de zon nog, of al heel laag staat. Maar net zoals de schemering hier maar kort duurt, duurt ook het golden hour hooguit een paar minuten.

Net als vorig jaar wordt het weer een oudjaarsdag zonder bezoek. De eerste drie jaarwisselingen hadden we altijd vrienden uit Nederland over de vloer, maar nu is naar Thailand reizen nog altijd niet zonder beperkingen mogelijk en daarmee af te raden. Omdat het een bijzondere dag is gaan we wel zoals altijd extra lekker uit eten, en deze keer hebben we James en Janjira over weten te halen om mee te gaan lunchen. James hebben we vrij snel nadat we in Lampang neerstreken ontmoet, en sindsdien schaken we iedere donderdagmiddag. Hij wint de meeste partijen, maar als hij een keer een stomme fout maakt roept hij wanhopig uit dat hij zou moeten stoppen met spelen. Gelukkig heeft hij dat dreigement nog nooit uitgevoerd. Wel was het afgelopen donderdag een gedenkwaardige schaakdag, want het was de laatste keer dat we op zijn prachtige schaakbord speelden. Hij had een voormalige Thaise schaakkampioen ontmoet die helemaal wild was van dat mooie bord met de schaakstukken en heeft dat toen aan hem beloofd.

François geschilderd door James

Op dezelfde manier heeft hij ook al zijn schildersspullen weggegeven, aan Faang, een Thais meisje dat schilderles van hem gehad heeft en gezegend is met veel artistiek talent. Ik zocht zelf al een tijdje een goeie bestemming voor mijn dwarsfluit, die hier vrijwel ongebruikt bleef, en aangezien Faang ook muzikaal over veel talent beschikt is die nu ook bij haar in goede handen gekomen.

James woont al ruim 30 jaar in Lampang, Janjira is zijn vrouw. Hij kent veel mensen en zo kwam het dat hij ons vorige week opbelde om te vragen of we voor een kennis van hem foto's konden maken van olifantenogen. Richard, de betreffende vriend, is met een semi-wetenschappelijk onderzoek bezig en moest daarvoor detailfoto's van 40 tot 50 olifanten hebben. Dat was natuurlijk echt een droomklus om te mogen doen. 

En zo zaten we dus afgelopen dinsdag in een taxibusje met Richard en zijn vrouw Noi op weg naar Mae Taeng, een plaatsje 40 kilometer boven Chiang Mai. Richard heeft als kind polio gehad en het afgelopen jaar zijn de bijbehorende verschijnselen verergerd, waardoor hij een rolstoel nodig heeft. Onderweg waren we weer eens getuige van een van die dingen die Thailand zo'n mooi land maken. Richard wilde wat flessen drinkwater hebben en voor de taxichauffeur is het volledig vanzelfsprekend dat hij die even gaat halen. Ook zorgde de chauffeur dat de rolstoel klaargezet werd en hielp hij Richard niet alleen in en uit de auto, maar duwde hij ook de rolstoel overal heen waar hij heen moest. Echt dienstverlening zoals die bedoeld is.

 38 olifantenogen 

De lunch van vandaag was leuk, lekker en heel Thais. Dat wil zeggen dat de gerechten op volstrekt willekeurige momenten op tafel komen. Tussen "mijn" gerecht en dat van James zat wel een half uur. Nou is het hier gewoonte dat iedereen van alle gerechten mee eet, dus zo'n groot probleem is het gelukkig niet. Heel on-Lampangs was dat er op een gegeven moment een man aan onze tafel kwam staan. Hij zei niets maar hield zijn handen in elkaar met een handpalm naar boven. We waren er wat door overdonderd, want bedelaars zie je hier eigenlijk nooit. Wel komen er in de restaurantjes gewoon mensen binnen die wat te verkopen hebben. Loterij-lootjes, bloemen, slingers, zelfs houten model-motorfietsen. En de restaurant-eigenaren vinden dat allemaal prima.  Ook zoiets moois hier.

James wil absoluut niet op de foto. We hebben hem ervan overtuigd
dat hij daar niet aan kan ontkomen als hij met ons bevriend is, maar
wel beloofd hem nooit online te plaatsen. Alleen zijn benen hier dus.

De man was intussen verder gelopen. Toen hij weer langs kwam op weg naar de uitgang hebben we hem alsnog wat toegestopt. Hij bleef nog een tijdje bij de deur staan, in de hoop dat mensen die in of uit liepen hem nog wat toe zouden stoppen. Na een kwartiertje was hij weg. Op zoek naar het volgende restaurant, vermoedde ik.

's-Avonds thuis hoorden we uit de verschillende dorpen om ons heen de muziek overwaaien. Zo af en toe waren er al wat knallen en hier en daar een vuurpijl. Om 12 uur nam het vuurwerk even kort in hevigheid toe, om half 1 was het stil. Geen vernielingen, geen brandstichting. Wat een mooie manier om het nieuwe jaar (we zitten inmiddels in 2565 hier; ik word dit jaar 510) in te gaan.

18 december 2021

Zoals het klokje thuis tikt....

nacht'lijk krekelkoor

sust mij telkens weer in slaap

Nong Noi is nu Thuis


Zoals het klokje thuis tikt.... klinkt het nergens naar. Ik schat dat het klokje in onze kamer zo'n 55 jaar oud is. Totdat mijn moeder overleed, in 2006, heeft het 40 jaar in de Haagse Beeklaan getikt. Daarna tikte het nog ongeveer een jaar door bij mijn jongste broer aan het Elandplein. Toen ook die overleed is het bij Mieke en mij in de Boxtelse Knuistenkoepel (ik laat geen gelegenheid voorbij gaan om deze prachtigste straatnaam van Nederland even te kunnen noemen) terechtgekomen. Vervolgens tikte het vrolijk verder aan de Touwbaan in Maashees, waarna het op 50-jarige leeftijd naar Thailand is het verhuisd. En daar is het gestopt. Niet omdat we vergeten waren het op te winden, want dat hadden we netjes gedaan. We vermoeden dat de warmte en de hoge luchtvochtigheid het ding teveel geworden zijn. De meeste dingen gaan in Thailand korter mee, deels vanwege mindere kwaliteit en gebrek aan onderhoud, maar vooral toch door het klimaat.

Ons vermoeden werd bevestigd toen het klokje op een gegeven moment, nadat de hete tijd al even voorbij was en uiteraard midden in de nacht, 8 uur sloeg. Vanaf dat moment heeft het het weer een tijdje gedaan, maar de afgelopen zomer stopte het er weer mee. Vorige week had het een korte opleving, maar nu is die voorbij en staat het weer stil. Heel erg vinden we dat niet. Het klokje is zo overdadig gedecoreerd dat je er niet goed op kunt zien hoe laat het is. En mooi vinden we het ook niet; het staat er omdat het een familiestuk is. We denken erover om het een plaats te geven in een soort van totempaal met herinneringen die op het landje moet gaan verrijzen.

Ook zonder tikkend klokje voelen we ons hier inmiddels helemaal thuis. En regelmatig zijn er momenten waarop dat gevoel weer eens extra versterkt wordt. Die hebben soms helemaal niks te maken met hoe de mensen zich hier tegenover ons opstellen. Zo fietste ik van de week naar het stadje Hang Chat om fruit te kopen en zag ik hoe in een dorpje een nieuwe hoofdkraan voor de waterleiding was geïnstalleerd. Die staat dan boven de grond, zonder afsluitbaar hekwerk er omheen. Dat kan hier gewoon, want er is niemand die het in zijn hoofd haalt om "voor de grap" de kraan dicht te draaien of uit verveling het ding stuk te trappen. Alle hoofdkranen van huizen, en alle water- en elektriciteitsmeters zitten hier ook gewoon buiten. Lekker makkelijk voor de meteropnemer; die kan de stand ook opnemen als je niet thuis bent.

Nadat ik een kilo mango's voor een euro had gekocht moest ik elders op zoek naar bananen, want die waren op bij mijn favoriete fruitvrouw. Ik stopte bij een tafeltje langs de weg waarop werkelijk de allergrootste bananen lagen die ik ooit gezien heb. Een flinke kam, met zo'n 8 bananen eraan, kostte 1 euro. De man vroeg waar ik vandaan kwam en in mijn beste Thais maakte ik duidelijk dat ik uit Nederland kwam maar nu in Nong Noi woonde. Er kwam nu een stortvloed aan Thaise woorden uit de man. Het ging me allemaal veel te snel om het goed te kunnen verstaan, maar ik ving onder meer "baan din" en "suay maak" op. Hij wist blijkbaar van ons kleihuis (baan din), vond dat dat heel mooi was (suay maak) en leek helemaal enthousiast dat hij nu een baandinbewoner voor zich had. Ik moest de bananen maar gratis meenemen, vond hij. Ik vond dat ik er best voor kon betalen; 1 euro is voor mij niet veel en voor hem een substantieel bedrag. Uiteindelijk werden we het eens toen ik zei dat hij er dan maar een ijsje voor zijn kinderen voor moest kopen. Dat argument werkt meestal goed hier. Hij liep met mijn boodschappentas naar een krat die achter hem stond, deed er de bananen in en daarna zette hij de tas op mijn fiets. Toen ik thuis kwam bleek er een reuzekam met 15 bananen in mijn tas te zitten. Had hij toch nog de helft gratis gegeven. Nu moeten wij ons door de bananenberg zien te eten.

Op de terugweg werd ik ook weer helemaal blij van het fietsende vrouwtje met een hele lading takkenbossen achterop haar fiets. Vrouwtje is overigens niet denigrerend bedoeld: Thaise mensen, vooral de oudere, zijn veelal heel klein. Het verkleinwoord slaat dus echt op de geringe lengte. Zoals de meeste Thai fietste ze met een snelheid die net hoog genoeg was om niet om te vallen. Toen ik haar voor me zag kon ik gemakkelijk even stoppen en mijn telefoon pakken om te filmen. Vlak voordat ik haar voorbij wilde gaan sloeg ze ineens af, waardoor ik vol in de remmen moest. Breed lachend excuseerde ze zich en zei en gebaarde ze van alles wat ik niet begreep. Maar dat maakte niet uit; de bedoeling was duidelijk.

Het laatste stukje tot aan ons huisje voerde door de rijstvelden, waarop volop gewerkt werd. "Hey hello" werd me van alle kanten toegeroepen. Voor de meesten is dat het enige Engels dat ze kennen. Overal vriendelijk lachende gezichten. Hier kan je je toch niet anders dan thuis voelen?

Waarschuwing: de volgende alinea's kunnen als schokkend worden ervaren

Okee, soms, heel soms zijn er situaties waarin het thuisvoelen eventjes verdrongen wordt. Dat overkwam me een paar weken geleden toen ik eens even lekker wilde afkoelen in de cold tub, de grote kuip met koud water in de tuin. Ik had me er comfortabel in genesteld met een e-book en een glas vruchtensap toen ik me bewust werd van een niet al te aangename geur. Het was al donker, dus ik gebruikte het lampje van mijn telefoon om te zien of er wellicht een dood beest ergens naast de tub lag. Ik kon niks vinden en wilde weer gaan zitten toen ik ineens de oorzaak van de geur zag: er dreef een dode rat in het water. Nooit eerder ben ik zo snel uit de tub gesprongen en nooit eerder heb ik daarna zo lang onder de douche gestaan. Gelukkig is het nu de koelere tijd, want veel aandrang om weer in de tub te gaan heb ik nog steeds niet.

Vandaag was er weer zo'n moment. Hoewel we in de middag meestal maar wat zitten te lamballen houden we toch altijd een koffiepauze. Meestal maken we zelf een lekkere mokka van koffie, cacao en kokosmelk. Toen ik mijn koffie bijna op had zag ik een flinke klont op de bodem van mijn mok. Ik dacht in eerste instantie dat het koffie-cacaomengsel niet goed was doorgeroerd. Was dat maar zo geweest. Er bleek een kleine pad in mijn mok te zijn gesprongen en die had de douche van kokend water niet overleefd. Ik heb de rest maar laten staan en de pad bewaard, om als eventueel aan de arts te laten zien als ik er ziek van zou worden. Dat is gelukkig niet gebeurd. 

Gekookte koffiepad

Natuurlijk gaan hier nu wel de woordgrappen over en weer. Voor de lunch vanmiddag hadden we pad thai, een beroemd Thais gerecht, opgewarmd in onze zonne-oven. Mieke is bang dat er nu een paddemie uit gaat breken. Ik ben op zoek naar iemand met een senseo, zodat de koffiepad toch nog een goede bestemming kan krijgen. 

En het klokje.... dat tikt nog steeds niet.