12 juni 2022

Superioriteitsgevoel

"Handig, die straatverlichting," brom ik als we vanaf de hoofdweg de weg naar Nong Noi inrijden. Het is ironisch bedoeld. Ongeveer een jaar geleden werd begonnen met het plaatsen van lantarenpalen langs de tot dan toe onverlichte weg. Veel gemeentes hebben het voordeel van straatverlichting op zonne-energie ontdekt en ook hier zijn lantarenpalen gezet die werken op een zonnepaneeltje. Of beter gezegd, die werkten op een zonnepaneeltje, want er zijn er nog maar 4 die het doen. Toen ze geplaatst werden maakten we er ook al meesmuilende opmerkingen over, want de zonnepanelen stonden naar het noorden gericht en veel ervan waren verstopt in de boomtoppen. Bovendien zijn we hier gewend dat dingen als waarschuwingslichten het na verloop van tijd begeven. 

"Ja hoor, zo kan het ook," grom ik als een auto voor me op de rechter rijstrook (hier wordt links gereden, althans officieel) ineens op de rem gaat staan, en als hij bijna stil staat zijn linker knipperlicht aandoet terwijl hij tegelijkertijd al linksaf slaat. Het is een bekend plaatje hier. Voorsorteren, op tijd richting aangeven, überhaupt richting aangeven, het zijn geen vanzelfsprekende handelingen.

"Kom op jongen, druk maar op dat plankje onder je rechter voet," mompel ik ongeduldig. Thailand heeft geen budgetten voor grote infrastucturele werken, dus in plaats van kruispunten wordt er veel gewerkt met U-draaien. Een weg die een snelweg kruist wordt dan als het ware onderbroken. Je moet een stukje de snelweg op, dan een U-draai maken, weer een stukje terugrijden en dan weer van de snelweg af om "jouw" weg te vervolgen. Daarmee wordt voorkomen dat je beide helften van de snelweg ineens moet oversteken en op zich is dat veiliger. De modernste U-draaiplekken hebben een ruime invoegstrook. Maar veel Thaise automobilisten hebben nooit geleerd hoe ze die moeten gebruiken en gaan gewoon aan het begin van die invoegstrook stil staan tot ze de snelweg op durven rijden. 

"Hij heeft niet gelogen; het is ná 5 juni," verzucht ik als Somsak ook vandaag niet op komt dagen. Somsak komt een paar stukjes dak verstevigen en een schuurtje bouwen. Hij heeft daar een prijs voor afgegeven en daar zijn we mee akkoord gegaan. Hij was nog een klusje aan het afronden, maar "na 5 juni" zou hij beginnen. 6 juni, denken wij dan, maar inmiddels is het de 11e en we hebben hem nog niet gezien.

Somsak (links) bij de bouw in 2018

We zijn er goed in. In het maken van ironische of anderszins grappig bedoelde opmerkingen over dit soort voorvallen. Maar Mieke merkte laatst terecht op dat daar in feite een flink superioriteitsgevoel uit spreekt. We doen er lacherig over omdat het "bij ons" allemaal veel beter loopt. Natuurlijk is dat ook zo, volgens ons dan. Mensen in Nederland weten over het algemeen wat ze moeten doen in verkeerssituaties, afspraken worden meestal op tijd nagekomen, auto's stoppen voor een zebra, er zitten geen grote gaten in de weg (hooguit kleine barstjes, waar dan meteen een bord "slecht wegdek" bij komt te staan), spookrijders worden gemeld op de radio (hier zou je er 24/7 5 zenders mee kunnen vullen) en er wordt schande gesproken over automobilisten die via de vluchtstrook langs de file terugrijden (hier heb je daar geen file voor nodig). 

Ook bij andere zaken ligt het lacherig doen op de loer. De straatverlichting heb ik al genoemd, maar dat bijvoorbeeld de bouwmarkt een lekkend dak heeft en grote scheuren in de vloeren is ook altijd weer goed voor een grap. En dat de plaatselijke boeren experimenteren met schrikdraad zonder precies te weten hoe dat werkt en er de volgende dag een koe geëlektrocuteerd blijkt te zijn is natuurlijk te treurig om nog leuk over te doen. Over dat ze hun draadje met 220 volt aan onze metalen afrastering hadden geknoopt hebben we het dan maar even helemaal niet.

Maar hoeveel beter zijn wij nou eigenlijk, dat we om al dat soort zaken lacherig mogen doen? Voor een groot deel gaat het om gebrek aan opleiding. Zijn we superieur omdat we beter opgeleid zijn? Voor een uurtje rijles in Nederland moet een Thaise bouwvakker 8 dagen werken. Het is lastig voor ons dat we gewend zijn op een invoegstrook zo snel mogelijk de snelheid van het verkeer op de snelweg aan te nemen, en dat die Thaise bouwvakker dat dan niet doet. Maar bijna geen enkele Thai doet dat. Wij hebben dat dan toevallig geleerd, maar zoals de Thai het doen werkt het ook. Wij ergeren ons eraan, maar de Thai niet. Wie is er nou superieur?

We laten ons graag voorstaan op de grote technische ontwikkelingen in Nederland en de succesvolle economie. Liefst praten we erover alsof we daar persoonlijk een onmisbare bijdrage aan geleverd hebben. Als dat al zo is, dan hebben we ook persoonlijk een onmisbare bijdrage geleverd aan de klimaatcrisis. Want met alle lacherigheid over die ongeorganiseerde Thai vergeten we dat we bij al die technische vooruitgang en economische groei niet hebben voorzien dat we daarmee een ramp aan het voeden waren. Vergeleken daarbij valt al het andere in het niet. Stoppen op de invoegstrook, knipperlicht verkeerd gebruiken, kapotte straatverlichting, te laat komen... we zullen er nooit meer een grap over maken. Tenminste, dat proberen we.

07 juni 2022

Lager

Soms voel je je hier in een winkel net alsof je beland bent in een aflevering van de Dik Voormekaar Show, een populair radioprogramma van André van Duin in de jaren '70 en '80. Vast onderdeel daarvan was de buurtsuper, waarbij een klant de winkel binnenkomt en vraagt of de winkelier een bepaald product heeft. De winkelier vraagt dan naar allerlei specificaties om vervolgens te melden dat hij het betreffende product überhaupt niet verkoopt. (Voorbeeld: https://www.youtube.com/watch?v=1Sb-C6rgWQo)

Vanmorgen ging er een lager van de houtversnipperaar kapot. Met onze Thaise vriend Phan toog ik naar de zaak waar we het apparaat gekocht hadden. We lieten het kapotte onderdeel zien en vroegen om een nieuw, maar dat hadden ze niet. Voor de verkoopster was het daarmee blijkbaar afgedaan, want ze maakte geen aanstalten om mee te denken over hoe we ons probleem dan zouden kunnen oplossen. Dus vroegen we zelf maar of ze het wellicht zou kunnen bestellen. En gelukkig, dat kon. Ik was wel benieuwd hoelang het zou duren voordat de lager dan binnen was. "10 minuten," zei ze. Het kwam op mij volkomen absurdistisch over, maar Phan leek het de gewoonste zaak van de wereld te vinden, pakte zijn telefoon en ging op de stoep zitten facebooken. 

10 minuten later kwam de verkoopster, die ik niet had zien vertrekken, op haar brommer aangescheurd. Ze was naar een andere winkel gereden, maar helaas hadden ze de juiste lager daar ook niet. Ik suggereerde dat het onderdeel misschien bij de fabrikant of de importeur besteld kon worden. Ze pleegde een telefoontje en zei dat ze er nu een gevonden had. Of we nog een kwartiertje konden wachten. Dat konden we wel. Ze vertrok weer op haar brommer en was binnen het kwartier terug met een splinternieuwe lager, nog in de originele verpakking. 

Het viel me meteen op dat de gaten voor de bevestiging veel groter waren dan die van onze lager. Bovendien zaten ze ook verder uit elkaar. Maar de verkoopster en Phan gingen aan het meten, en ik kreeg de opdracht om Mieke te bellen en te vragen of zij de doorsnede van de as die in de lager moest kon opmeten. Die bleek exact de goede maat te hebben, dus of ik maar even wilde afrekenen. Dat wilde ik niet, want ik moest eerst weten hoe het zat met de gaten voor de bevestiging. Nadat die uitgebreid waren bestudeerd liep de verkoopster weg en kwam even later terug met twee revetten. (Opvulringen zei ik altijd. Het woord "revet" kende ik niet, totdat ik het Mieke in haar mooie Limburgse tongval hoorde zeggen en sindsdien gebruik ik het zo vaak ik kan.) 

Probleem opgelost, vonden de verkoopster en Phan. Maar ik wilde nog weten hoe we de nieuwe lager over de bevestigingsbouten zouden moeten schuiven, want die zaten immers niet op de juiste afstand voor dit model. De oude en de nieuwe lager werden nu ruggelings tegen elkaar gelegd en na uitvoerige studie en het nodige heen en weer schuiven was de conclusie dat de nieuwe gaten inderdaad niet alleen groter waren, maar ook verder uit elkaar zaten dan de oude.

We werden meegetroond naar het deel van de zaak waar allerlei machines, waaronder "ons" model houtsnipperaar, stonden opgesteld en jawel hoor: op de machine zat overduidelijk het nieuwe model lager. Voor de verkoopster genoeg reden om te vinden dat dat dus de goeie lager was. Voor mij niet. Phan's Engels is niet heel goed, maar uiteindelijk lukte het om duidelijk te maken dat wij wellicht een iets ouder model snipperaar hadden en dat de fabrikant toch ongetwijfeld onderdelen voor dat model zou moeten hebben. Een nieuwe machine kopen omdat alleen een lager kapot is leek me geen optie, te meer daar het apparaat nog geen jaar oud is. 

Het gewenste type lager bleek inderdaad in Bangkok te bestellen. Over 3 dagen kunnen we weer een snipperdag inplannen. Hoewel we nog maar moeten afwachten of het wel het juiste onderdeel is dat dan wordt afgeleverd. En of het niet toch 4 dagen wordt. Of 7. Of een maand. This is Thailand.

Gelukkig kon ik de wachttijd nuttig besteden door even een bezoek te brengen aan het computermeisje. Ik heb al vaker over haar geschreven en weet dat ze fans heeft onder de bloglezers, met name onder niet nader te noemen lezers die momenteel op de fiets op weg zijn naar de Noordkaap. Vandaar dat ik haar toch nog maar even de revu laat passeren. Ik moest een kaartlezer voor de geheugenkaartjes van onze camera's hebben, en aangezien alles wat met computers te maken heeft hier gewoon met verthaiste Engelse termen wordt aangeduid, vroeg ik vol zelfvertrouwen of ze een kahtliedúhhh (cardreader) had. Ze begreep er helemaal niets van, dus moest ik beschaamd terugvallen op het trucje van het laten zien van een plaatje op mijn telefoon. "Oooo, kahtliedúhhhhhhhhh" zei ze, en haalde er een tevoorschijn. "Annie riakwa kahtliedúhhhhhhhhh" (dit heet kahtliedúhhhhhhhhh) voegde ze er streng aan toe. "Kahtliedúhhhhhhhhh" herhaalde ik, en ik legde haar blik uit als goedkeurend. Ongevraagd kreeg ik 9 Baht korting. Een goede reden om terug te gaan als ik weer eens iets nodig heb voor mijn compoetúhhhhhhhhh, of een plintúhhhhhhhhh of monitóhhhhhhhhh wil aanschaffen.

29 mei 2022

Er werken echte mensen op de bank

Van buiten lijken Thaise banken veel op de Nederlandse. Grote glimmende kantoren op dure locaties. Maar zodra je hier een bank binnenstapt is er een enorm verschil met Nederland zichtbaar. In een Thaise bank zie je namelijk mensen. Er zijn balies waar medewerkers achter zitten, en in ruimte tussen al die balies zijn stoelen waarop mensen op hun beurt zitten te wachten. Eigenlijk is dat grote verschil al zichtbaar voordat je de bank binnenstapt. Als je aan komt rijden staat er al iemand buiten op de parkeerplaats die je naar een vrij plekje dirigeert en er met wilde armgebaren en veel geblaas op een fluitje voor zorgt dat je auto tot op de centimeter op de juiste plek komt te staan.

10 mei 2022

De wraak van de millimetermiertjes

Het regent en vanmiddag was het nog geen 30 graden. Dat is bijzonder, want april en mei zijn volgens de mensen die het weten kunnen de heetste maanden. 2 jaar geleden was het hier in deze periode weken lang rond de 40 graden en duurde het tot ver in juni voordat de eerste buien vielen. Dit jaar kunnen we nauwelijks van een droge tijd spreken. Iedere 2 à 3 weken is er wel een flinke plensbui gevallen. Voor ons is dat heel prettig. Behalve dat die buien voor wat verkoeling zorgen, ontslaan ze ons ook van de zorg om planten van voldoende water te voorzien. Veel bomen zijn sowieso al zo groot geworden dat ze het wel een paar weken zonder water redden, maar er staat ook nog veel kleiner spul, dat meer moeite heeft met langdurige droogte.

Ook de temperatuur is redelijk dit jaar en komt nauwelijks boven de 35 graden. Dat vinden wij tegenwoordig best aangenaam. In combinatie met de regelmatige neerslag zorgt die mildere temperatuur ervoor dat we in een voor mei uitzonderlijk groene omgeving leven. In eerdere jaren begon het landschap in maart al te vergelen, om pas na het losbarsten van de regentijd weer frisgroen te kleuren. En wat de levensvreugde nog het meest verhoogt is dat de ernstige smog achterwege blijft. We zijn eraan gewend dat de bergen in januari uit het zicht verdwijnen en pas na de eerste regens weer tevoorschijn komen, maar dit jaar zijn ze op een enkele dag na gewoon zichtbaar gebleven. Waar we ooit in mei al eens een AQI (Air Quality Index) van bijna 300 gehaald hebben schommelt hij nou tussen de 20 en 40. In Thailand wordt een AQI onder de 50 als goed beschouwd; in Europa wordt een grenswaarde van 25 gehanteerd. Hoe dan ook: wij zijn er blij mee.

Maar zoals gezegd: het regent en omdat het inmiddels toch al donker is, is Mieke in bed gekropen om een film te kijken. Ik zit achter de computer wat foto's te bewerken. Dan klinken er vreemde geluiden buiten. Het duurt even voordat ik doorheb wat er aan de hand is. Surya, het paard, is aan het proberen haar voerbak los te trekken. Ik pak een lamp en loop naar buiten, maar daar kan ik weinig anders doen dan bevestigen dat Surya om een of andere reden met haar voerbak aan het klooien is. In het donker en in de stromende regen kan ik daar in ieder geval niets aan doen. Ik ga weer verder met mijn foto's.

Dan prikt er iets tussen mijn tenen. Ik herken het gevoel. Het is niet ontzettend pijnlijk, maar wel reuze-irritant. Het is de beet van een piepklein miertje, dat wij millimetermiertje gedoopt hebben. Vooral in het begin van de regentijd zijn deze beestjes volop actief en meestal zijn ze dan ook meteen met honderden tot duizenden tegelijk. Ze bijten niet, behalve wanneer ze zich bedreigd voelen, en dat laatste is nogal gauw het geval. De prik de ik voel komt van een millimetermiertje dat onbezorgd over mijn voet wandelde, maar zich vervolgens vastliep tussen twee tenen. Dat voelde reuze-bedreigend aan en dat moest ik met een beet bekopen.

De prik is zoals gezegd heel irritant, en jeukt, maar dat gevoel trekt, nadat ik het miertje tussen mijn tenen uit geveegd heb snel weg. Dan volgt er nog een prik. En nog een. En alweer een paar. En nog een stuk of wat. Ik vrees dat ik zojuist bij Surya's wei in een kolonie millimetermiertjes heb gestaan en er daar een stel van mee naar binnen heb genomen. Ik stap even onder de douche om mijn benen af te spoelen, maar zodra ik weer zit begint het prikken weer. Met een lamp inspecteer ik de vloer en precies waar ik mijn voeten heb staan als ik aan de computer werk blijkt iets te liggen dat de miertjes lekker vinden. Vanaf daar loopt een mierensnelweg naar het midden van het vloerkleed en daarvandaag een supersnelweg naar buiten. Vlak voor de deur ligt een dode kikker en daaromheen krioelt het van de mieren. 

Het is duidelijk. Om het probleem op te lossen moet de dode kikker opgeruimd worden en als man neem ik dan natuurlijk mijn verantwoordelijkheid. Ik sla mijn lungi om, pak een stuk wc-papier, raap de dode kikker op en gooi hem over het hek, om te voorkomen dat de honden het lijk weer terugbrengen. Dan begint het op veel meer plekken te prikken. Mijn lungi had over mijn stoel gehangen en daarbij de grond geraakt en je raadt het al: hij zat onder de miertjes. Die waren massaal op mijn benen gesprongen en hadden daar de weg omhoog gekozen. Bijten deden ze niet... totdat ze zich vastliepen. Ik geloof dat het niet nodig is om nader in detail te treden. 

Ik had het kunnen weten. Wie kwaad doet aan andere wezens zal daar vroeg of laat de prijs voor moeten betalen. In onze vorige blog beschreef ik hoe we het legsel van een mierenkolonie via een omelet verorberd hadden... nu maak ik kennis met de wraak van de mieren. Na een lange douchebeurt had ik me ervan bevrijd. 

Insecten die we nog moeten proberen zijn onder meer kakkerlakken, sprinkhanen, pissebedden en vogelspinnen. Ik weet niet of ik daar wel aan durf te beginnen. 

02 mei 2022

Miereneters

Een paar keer per week lopen we het plaatselijke restaurantje binnen. Niet alleen om er te eten of een maaltijd af te halen, maar ook om pakjes op te pikken die bezorgers daar hebben afgegeven omdat ze ons huis niet konden vinden. Onze woonplek is namelijk een van de weinige die nog niet door google maps is gevonden. En de straatnamen en huisnummers zijn hier niet zo verambtenariseerd als in Nederland. Moe 1 heet onze straat, maar alle andere straten in het dorp heten ook zo. Moe 1 betekent eigenlijk meer iets als wijk 1, of gehucht 1. Alle huizen in Nong Noi hebben dus Moe 1 in het adres, en de huisnummers hebben wel een soortement volgorde, alleen welke dat is, is ons nog niet duidelijk. Gelukkig voor de pakjesbezorgers weet google wel welk nummer waar ligt, behalve dus nummer 309, ons huisje.

Nu is het hier in Thailand gebruikelijk dat een bezorger even opbelt als hij onderweg is, zodat je weet dat hij eraan komt en hij (het is vrijwel altijd een hij) zeker weet dat je thuis bent. Ben je niet thuis, dan kan je aangeven waar het pakketje kan worden bezorgd. Tenminste, dat vermoed ik. Want een telefoongesprek voeren in het Thais is nog een heleboel bruggen te ver voor ons. Zo'n gesprek gaat ongeveer als volgt.
Hij: "สวัสดี ฉันมาจากบริการส่งพัสดุและจะไปกับคุณในอีกครึ่งชั่วโมง คุณอยู่บ้านไหม?"
Wij: "Poet thai nied noj, khun poet angkrit mai?" (Wij spreken maar een klein beetje Thais, spreekt u Engels?)
Hij: ".............. ehhhhhhh .......... สวัสดี ฉันมาจากบริการส่งพัสดุและจะไปกับคุณในอีกครึ่งชั่วโมง คุณอยู่บ้านไหม?"
Nee dus, hij spreekt geen Engels. Waarom zou hij ook? Wij zouden Thais moeten kunnen spreken. Maar we zijn niet voor één gat te vangen en zetten onze eerste joker in: "Rao joe baan" (wij zijn thuis). Nu is het afwachten. Wordt het gesprek snel afgesloten, dan kunnen we binnen een halfuurtje de bezorger verwachten. Maar er kan ook zoiets volgen als: "ช่วยบอกหน่อยได้ไหมว่าบ้านคุณอยู่ที่ไหน เพราะฉันไม่รู้ว่าจะไปที่นั่นได้อย่างไร". Dan is het tijd voor joker 2: "Raan ahaan Woongtang" (restaurant Woongtang). Daarmee is de beller meestal wel tevreden. Hij kan het pakketje afgeven bij het restaurant en dat is voor hem wel zo gemakkelijk. En wij weten dan dat we het daar op kunnen halen.

De postbode weet gelukkig wel waar ons huis ligt. Hij komt niet dagelijks, en daar zijn wij blij mee, want meestal komt hij als we van onze welverdiende siësta genieten. Hij stopt met zijn brommer voor het hek en wacht even of we hem zien. Blijkt dat niet het geval te zijn (hetgeen vanwege die siësta voor de hand ligt) dan toetert hij. Reageren we ook daar niet op dan gaat hij heel hard roepen. Meestal ontwaken onze honden dan wel uit hun siësta, en daar worden wij dan ook wakker van. Dan moeten er snel een lungi omgeslagen en een T-shirt aangetrokken worden. De postbode blijft geduldig staan wachten tot een van ons uiteindelijk een keertje bij het hek arriveert en geeft dan zonder mopperen de post af. Om onze vriend Primo nog maar eens te citeren: "In Nederland hebben ze horloges, in Thailand hebben ze de tijd". Er hangt overigens wel een bel aan de poort, maar die gebruikt niemand hier.

Maar goed, ik wou het eigenlijk helemaal niet over bezorgers hebben, maar over ons bezoek van vorige week aan het restaurantje. Het hek van de parkeerplaats was dicht, dus het leek gesloten, maar het andere hek, bij het winkeltje, was wél open, dus we liepen even naar binnen om te kijken of we een maaltijd af konden halen. Somtjid, de vrouw van de kok, verwelkomde ons enthousiast en vertelde dat ze iets heel speciaals hadden. Ze troonde ons mee naar een pan met water waarin een vage, glibberige substantie onderin lag en een flinke hoeveelheid mieren dreef. "Khai mot" (miereneieren), zei ze trots. Ze had die ochtend het mierennest in een boom zien hangen en Pradith, haar man, erbij gehaald om te helpen. Terwijl hij de pan vasthield porde zij met een stok in het nest, zodat de eitjes in de pan vielen. En met de eitjes kwamer er ook de nodige mieren mee. Proestend vertelde ze hoe eitjes en mieren niet alleen in de pan, maar ook op Pradith terechtkwamen en hij uiteindelijk helemaal onder zat.

Miereneieren zijn hier een lekkernij, waarvan maar in een beperkte periode genoten kan worden. Het gaat om eieren van een specifieke mierensoort die alleen rond deze tijd van het jaar haar legsel produceert. Of we wilden proeven, vroeg Somtjid. Dat was ...ehhh... even slikken, want heel aantrekkelijk zag de inhoud van de pan er niet uit. Maar nadat ze ons verzekerd had dat het niet om rauwe eieren ging, maar dat ze zouden worden meegebakken in een omelet durfden we het wel aan. ("Hoeveel eieren heb je wel niet nodig voor zo'n omelet?" vroeg mijn collega. Hij zag het plaatje al voor zich van al die eitjes die kapotgetikt werden. De basis van de omelet was echter gewoon kippeëi.)

Eigenlijk viel het een beetje tegen. De miereneieren zouden een beetje een zurige smaak moeten hebben, maar die was niet goed te proeven. We hebben allebei nog een eitje uit de omelet gevist om dat apart te proeven. Veel smaak zat er niet aan. Het delicatesse-karakter ervan ontging ons in ieder geval. 

Binnenkort is het weer tijd voor de volgende lekkernij, als op een avond miljoenen en miljoenen mieren uitvliegen. De meeste daarvan zijn gewone mieren, maar er zitten ook dikke rode exemplaren tussen en die schijnen niet te versmaden te zijn. Bijna iedereen is op de avond dat ze uitvliegen in de weer om ze te vangen; restaurants geven er een goede prijs voor. Misschien binnenkort dus weer een nieuwe culinaire ervaring.

12 april 2022

Cardiopulmonale resuscitatie

Ruim 5 jaar wonen we nu in Thailand en nog regelmatig laten we ons door gebeurtenissen verrassen. Zo zaten we ineens opgescheept met twee piepkleine baby-mini-eekhoorntjes. Himalayan striped squirrels heten ze in het Engels, en de wetenschappelijke naam is tamiops mcclellandi. Een Nederlandse naam heb ik niet kunnen vinden. We noemen ze maar chipmunks, naar de kleine eekhoornsoort waar ze nog het meeste op lijken. Mieke had wel eens laten vallen dat we nu zo veel bomen en struiken hebben staan dat er best leefgebied is voor een koppel eekhoorns. Maar dat ze nog eens al haar moeder- en verpleegsterskwaliteiten moest gaan aanspreken had ze niet kunnen vermoeden.

Daar liggen ze dan voor haar, in een haastig geïmproviseerd nest. Onderin een warmtematje dat normaal in koude winternachten dienst doet om te voorkomen dat de baardagame in winterslaap gaat. Op zich zou hij dat best mogen, maar omdat het 's winters overdag toch weer tot zo'n 30 graden oploopt, is het beter om dat te voorkomen. De oogjes zijn nog permanent dicht; aan de hand van beelden die we online vinden schatten we ze hooguit zo'n 3 weken oud. Viavia kregen we het advies om ze een bepaald soort babyvoer te geven. 

Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Mieke heeft de nodige ervaring met het grootbrengen van ouderloze dierenbabies, zoals onder meer uit deze eerdere blogs blijkt. Maar de chipmunks zijn niet echt happig op de spuit met babyvoer. We denken, of misschien is het hopen, dat ze gewoon nog even moeten wennen en dat ze als ze honger krijgen wel zullen toehappen. Maar het blijft een worsteling om het voer bij ze naar binnen te krijgen. 

Na een dag of twee moeten we toch iets anders ondernemen. We besluiten er dan maar mee naar de dierenarts te gaan, om te checken of we wel op de goede weg zijn. Dan komt de domper: een van de beestjes ligt dood in het nest. Mieke geeft de andere zo goed en zo kwaad als het gaat wat voer en pakt dan de dode chipmunk. Zomaar in de compostbak gooien ziet ze niet zitten, dus er moet toch maar een kuiltje voor gemaakt worden in de tuin. Dan, in een opwelling, begint ze het beestje zachtjes met een vinger op de borst te tikken, ze blaast wat lucht over het snoetje, tikt weer een aantal keren, blaast, tikt en na een paar minuten begint de chipmunk zowaar weer met haar pootjes en kopje te bewegen. 

De dierenarts constateert dat ze er inderdaad niet zo goed aan toe zijn en dat het voer dat ons geadviseerd werd totaal ongeschikt is. De beestjes blijven 2 dagen daar en als we ze weer ophalen zijn ze al flink opgeknapt. Het voer dat we nu hebben gaat er grif in. Binnenkort mogen ze hun eerste fruithapje. 

We zijn benieuwd hoe het verder gaat. Als ze het overleven gaan we ze uiteindelijk voeren in een soort nestkastje in een boom en dan kunnen ze zelf besluiten of ze hier blijven wonen of toch een andere plek opzoeken. We hopen natuurlijk het eerste, en de kans daarop is ook redelijk groot, want voor de dichtstbijzijnde andere geschikte woonplek moeten ze de open rijstvelden oversteken en daar zijn ze niet dol op. Dus wie weet, heeft Mieke straks haar inwonende koppeltje eekhoorns.

Voor mij persoonlijk is het dan weer een veilig gevoel om te weten over welke magische reanimatiekwaliteiten mijn lief beschikt. Voor mij geen andere woonplek dus.

27 maart 2022

Leren op de berg

De Songkran-vakantie staat voor de deur. Songkran is het traditionele Thaise nieuwjaar dat op 13 april wordt gevierd. Het markeert volgens sommigen ook het begin van de regentijd, maar dat is vooral wishfull thinking. Vorig jaar vielen de eerste buien inderdaad niet al te lang na Songkran, maar in de jaren ervoor duurde de droogte soms tot ver in juni. April en mei zijn de warmste maanden, dus het heeft ook een praktische reden om in die maanden de grote vakantie te houden.

De mensen die via FERC (Foundation for the Education of Rural Children) een Thaise scholier sponsoren hebben in de afgelopen weken een korte rapportage ontvangen van de vorderingen. Dat ziet er bijvoorbeeld zo uit: "Kullawat is nu 16 jaar oud. Zijn GPA is gestegen van 3,51 naar 3,80. Een prima prestatie, zeker als je beseft dat er vrijwel uitsluitend online geleerd kon worden. Kullawat's favoriete vakken zijn Engels, Muziek, Sociale studies en Sport. Hij wilde altijd in het toerisme werken, maar heeft zijn doel nu veranderd en wil later iets in design gaan doen. Thuis helpt hij zijn moeder in huis en met koken. Hij werkt mee aan een online campagne voor covid-preventie. Zijn hobbies zijn lezen, zingen, muziek maken en sport."

Het is een algemeen, en verrassend beeld dat de studieresultaten een stijgende lijn laten zien. De online lessen zijn namelijk op geen enkele manier vergelijkbaar met de interactieve vormen die wij kennen. Voor de meeste leerkrachten is online lesgeven iets compleet nieuws en in de praktijk betekent het vaak uitsluitend eenrichtingverkeer, zonder de leerlingen er actief bij te betrekken. Bovendien kunnen de scholieren zich meestal niet rustig terugtrekken op een eigen kamer, want die hebben ze niet. Zelfs een tafel en stoel zijn helemaal niet vanzelfsprekend in de huisjes van veel Thai. 

Veel van de gesponsorde scholieren komen uit de bergdorpjes, waar de voorzieningen nog een stuk minder zijn dan in de stad. Eén van de scholieren vertelde dat ze bij familie in een ander dorp haar telefoon moet opladen. Dan loopt ze de berg op tot ze bijna boven is en pas daar heeft ze internetbereik. Ze zit dan in het gras de lessen te volgen en aantekeningen te maken. Als haar batterij leeg is gaat ze die weer opladen en dan belt ze met een klasgenootje om te horen wat ze gemist heeft. Dat probeert ze dan zelf in de boeken na te lezen. Petje af en geweldig om te zien hoe die tomeloze inzet vruchten afwerpt.

Waar wij rapportcijfers hebben van 0 tot 10 werken ze in Thailand met een GPA, een Grade Point Average. De GPA is een schaal die loopt van 0 tot 4. Ook voor alle afzonderlijke vakken krijgen scholieren een beoordeling op een 4-puntenschaal. Uiteindelijk wordt uit al die beoordelingen het gemiddelde genomen. Dat is dan de GPA. De GPA van Kullawat is zeer hoog. 3,80 is vergelijkbaar met de Nederlandse 8,5. Een GPA van hoger dan 2 is wat wij voldoende noemen. 2 komt overeen met onze 5,5 en is dus hakken-over-de-sloot. GPA 1 is de Nederlandse 4 en alles lager dan onze 4 is hier een 0.

Dat Kullawat zijn studiedoel heeft veranderd heeft alles te maken met de pandemie. Voor scholieren en studenten die een toekomst in het toerisme voor zich zagen is pijnlijk duidelijk geworden dat die toekomst niet zo zeker is als ze misschien altijd gedacht hadden. Goed beschouwd geldt dat eigenlijk voor alle studies (en voor design misschien nog wel veel meer), maar de dramatische instorting van het toerisme heeft daar de zwakke plek wel keihard blootgelegd. Van de FERC-scholieren zijn er inmiddels 3 die een andere richting ingaan dan het toerisme dat ze eerst gekozen hadden.

Zelfs mét de ondersteuning door FERC is school voor 2 scholieren toch nog te duur geworden. Ze zijn van school gegaan en hebben een baantje gezocht om zo wat extra inkomen voor het gezin te verdienen. De kosten van school worden weliswaar door de FERC-sponsor gedekt, maar de kosten voor levensonderhoud lopen door en met een klein baantje buiten de deur kunnen de kinderen daarin bijdragen. Als je bijna niks hebt is school ineens een luxe.

Het wegvallen van het toerisme is niet alleen in de sector zelf voelbaar. De stijging van het aantal mensen met nauwelijks of geen inkomen heeft overal gevolgen. Sinds de corona-uitbraak is de schooluitval onder 15- tot 18-jarigen landelijk bijna 50%. Een schrikbarend hoog getal. Wat dat betreft maakt FERC met 2 uitvallers op bijna 80 scholieren toch nog steeds wel een verschil.

(Lees hier meer over FERC)