25 januari 2024

Iets groenigs, geloof ik

Ik ben kleurenblind. Niet zó erg dat ik alleen maar grijstinten zie, maar het verschil tussen roden en groenen ontgaat mij in de meeste gevallen. Mensen die dat horen vragen meestal als eerste hoe ik dat dan doe bij stoplichten. Gelukkig zit daar rood altijd boven, en bovendien zijn de tinten rood en groen in een stoplicht voor mij nou net wel goed te onderscheiden. Rood en oranje liggen daar dichter bij elkaar, maar die betekenen sowieso stoppen, dus daar heb ik weinig last van.

Dan willen mensen weten wat ik dan precies anders zie dan niet-kleurenblinden. Best een grappige vraag, want hoe zou ik moeten weten wat niet-kleurenblinden zien, als ik dat zelf niet kan zien?

En de volgende vragen zijn dan of het niet lastig is en of ik de kleurenrijkdom niet mis. Die laatste vraag is het makkelijkste te beantwoorden. Ik weet niet wat ik mis en als je niet weet wat je mist mis je het niet. Kleurenblind zijn is op zich ook niet lastig. Sterker nog, het maakt een aantal dingen veel gemakkelijker. Ik hoef me geen zorgen te maken of de kleur van mijn shirt wel bij die van mijn broek past en die van mijn sokken bij mijn ogen, ik zie sommige vlekken in mijn kleren niet en het uitzoeken van verf voor mijn huis is een fluitje van een cent.

Lastig wordt het pas doordat er zo veel mensen bestaan die niet kleurenblind zijn. Ik ben met zo iemand getrouwd. Die laat het weten als ik toch echt het verkeerde shirt bij mijn broek heb aangetrokken (het sokkenprobleem is hier in Thailand vanzelf opgelost: die draag ik niet meer) en als er ergens een voor mij onzichtbare vlek zit. Maar wat veel vervelender is: ze wijst me regelmatig op prachtig bloeiende bomen en struiken, schitterende orchideeën en kleurrijke vogeltjes. Ik zie ze niet, maar besef wél dat ze er zijn. Ik weet nog steeds niet wat ik mis, maar dus wel dat ik wat mis.

Natuurlijk zijn er ook genoeg momenten waarop ik me wel degelijk realiseer dat het onhandig is, of zelfs gevaarlijk kan zijn om geen kleuren te zien. Ik was al volwassen toen ik besefte hoe het toch kwam dat als we met de klas in het bos beukennootjes gingen zoeken, iedereen met zakken vol aankwam, terwijl ik er met moeite een stuk of 10 had weten te vinden. Frustrerend voor een kind, maar verder onschuldig. Ernstiger is het dat het vaak nauwelijks zichtbaar is of etenswaren nog goed zijn. En gevaarlijk kan het worden als een verkleuring van huid of oogwit op een serieuze ziekte wijzen. Dan ben ik toch wel blij dat ik zo'n kleurrijke partner heb. (Niet alleen dan trouwens.)

In mijn waarneming zijn er in Thailand 2 kleuren bankbiljetten. De briefjes van 500 en 50 zijn blauw, die van 1000, 100 en 20 zijn, ehhhh, geen idee, iets groenigs, geloof ik. Ik moet dus altijd naar de cijfers kijken, maar dan zie je die kleurenziende kassa-medewerkers kijken van "wat staat ie nou onhandig te doen?" Dus heb ik in mijn portemonnee een apart vakje voor mijn gevouwen duizendjes, en een groter vak waar de 500 en 100 ongevouwen ingaan en de 20 en 50 gevouwen. Zo kan ik toch snel de juiste briefjes pakken.

Betalen doen we hier overigens steeds minder contant. Hier kan je tegenwoordig vrijwel overal betalen door een QR-code te scannen met je bank-app. Als we ergens een fooitje willen achterlaten doen we dat weer wel contant, zodat het (hopelijk) in de fooienpot terecht komt, en niet op de rekening van de baas.

Van de week gingen we ons te buiten aan een te zoete wafel, bij een wafelbakker waar we vroeger vaker kwamen maar sinds corona niet meer geweest waren. Mieke heeft intussen gemillimeterd haar en ik heb een baard die ik toen nog niet had, dus de bakker herkende ons eerst niet, maar toen we vroegen of we ook banaan én amandel op de wafel konden krijgen, in plaats van banaan of amandel, herinnerde hij zich dat we vaker geweest waren. Nadat Mieke met haar telefoon had afgerekend vroeg ze of ik nog een 20je had om achter te laten. Ik pakte een gevouwen briefje uit mijn grotere vak en schoof het onder een bord.

In de avond kreeg Mieke een berichtje op messenger. De wafelbakker had bij het opruimen van de tafel een briefje van 1000 baht (€27) gevonden. Hij zou het voor ons bewaren. Hoewel hij ons van gezicht al kende als klanten, had hij geen flauw idee hoe wij heten en waar we wonen. Op een of andere manier heeft hij moeite gedaan om Mieke op facebook te traceren, zodat hij ons kon laten weten dat hij die 1000 baht had gevonden. 1000 baht waarvan ik niet wist dat ik die miste. Alweer zo'n ontroerend voorbeeld van eerlijkheid die we hier in Thailand intussen al zo vaak ervaren hebben.

Zo werd ik nog eens met de neus op de feiten gedrukt: kleurenblind zijn kan geld kosten. Maar het leidt ook tot aangename verrassingen, zoals een noodzakelijk extra bezoek aan de wafelbakker om 1000 baht op te halen. En een extra fooi achter te laten natuurlijk. 

23 december 2023

Verschil maken

Aan onze poort hangt een mooie bronzen trekbel. Dat het mooi brons is is niet meer te zien sinds onze vriend Phan de poort heeft geschilderd en daarbij de bel ook maar meteen een kleurtje heeft gegeven. Maar over dingen die anders gaan dan we ze bedoeld hadden hebben we al genoeg geschreven, dus daar gaan we het nu niet over hebben. Of toch een klein beetje. De bel is namelijk bedoeld voor mensen die willen laten weten dat ze aan de poort staan. Als wij ergens op het landje bezig zijn hebben we dat namelijk niet altijd in de gaten. Thaise mensen zijn echter niet gewend aan bellen. Die roepen, of ze toeteren. Dan beginnen de honden te blaffen en als die bezig blijven gaan we kijken of er misschien iemand aan de poort staat. 

Zo af en toe wordt er wél gebeld. Buurman Toey komt namelijk minstens één keer per maand langs om de waterrekening te incasseren. Als de poort niet op slot is loopt hij gewoon binnen, maar zit het slot er op, dan trekt hij aan de bel. Voor de honden is dat eigenlijk hetzelfde als roepen; ze racen blaffend naar de poort. Wat dat betreft is de bel overbodig hier. 

Vanmorgen klonk de bel en aangezien Toey nog niet met de waterrekening was geweest lag het voor de hand dat hij er zou staan. Ik had alleen duizendjes in mijn portemonnee, dus ik pikte wat kleinere coupures van Mieke en liep naar de poort. "Song phan saam roi baht," lachte Toey (2300 baht = €60). "O nee, zó veel? Dat is voor het hele dorp," antwoordde ik geschrokken. Het is zijn standaard grapje om een 10x hoger bedrag te noemen dan we feitelijk moeten betalen. 

Ik gaf hem 250 baht. Normaal gesproken zegt hij dan dat hij geen wisselgeld heeft maar dat hij dat later nog wel even komt brengen. Wij zeggen dan dat dat niet hoeft, maar dat accepteert hij pas als we erbij zeggen dat hij er maar iets lekkers voor Foe, zijn kleinzoon, voor moet kopen. Vanmorgen bleef dat ritueel achterwege en zei hij niets over wisselgeld. Het was ons ook al opgevallen dat we hem een tijdje niet gezien hadden en dat er andere koeien in de wei naast ons landje stonden.

"Sa baai die mai?" (alles goed?) vroeg ik. "Hm, no money" 

"Woeaw joe tinai?" (waar zijn de koeien?). "Finished."

In onze gesprekken probeer ik het altijd zo goed mogelijk in het Thais, terwijl hij antwoordt in zijn beste Engels. "Mister Mieke sa baai die mai?" (alles goed met Mieke?) gooide hij het over een andere boeg. Thais maakt geen onderscheid tussen meneer en mevrouw dus is Mieke hier ook vaak mister. "Kap kap khun Mieke sa bai die kap." Ja hoor, alles goed met Mieke.

Toey en Foe, 1 van de 3 kleinkinderen waar hij de zorg voor heeft

Als Toey weg is hebben we het erover dat hij wat bedrukt over kwam terwijl hij meestal vrij opgeruimd is. En dat hij zo nadrukkelijk liet weten dat het financieel niet mee zat. Dat had hij niet eerder gedaan en is ook tamelijk on-Thais. We vragen ons af of we hem niet op een of andere manier kunnen ondersteunen, maar kennen de risico's van zo maar geld geven. In januari schreven we daar al eens een blog over. Dus we gaan dat eerst maar eens bespreken met Somtjid, de vrouw van het plaatselijke restaurantje, die altijd goed op de hoogte is van wie ondersteuning nodig heeft en daar dan ook voor zorgt.

Toey is geen uitzondering als het gaat om "no money." Afgelopen week ben ik meegeweest op schoolbezoek met FERC, de stichting die het kinderen uit armere gezinnen mogelijk maakt om hun middelbare school af te maken. Zonder ondersteuning zouden die na hun 15e verjaardag thuis gehouden worden. De aanvragen voor een zogeheten scholarship komen rond deze tijd binnen. De komende weken wordt bekeken wie er voor in aanmerking komen in het nieuwe schooljaar, dat hier van mei t/m april loopt. Om een indruk te geven van de financiele situatie in de gezinnen van de aanvragers: het gezinsinkomen ligt voor vrijwel allemaal tussen de 50.000 en 75.000 Baht per jaar. Dat is omgerekend tussen de 1330 en 2000 euro. 

Ieder jaar kunnen we 30 nieuwe scholieren een soort van beurs geven, waarbij ze 3 jaar lang iedere maand 1000 Baht (27 euro) krijgen. Als je dat afzet tegen het jaarinkomen van het gezin zie je dat dat een wezenlijk bedrag is. De meeste scholieren krijgen hun beurs dankzij sponsoren, die gedurende 3 jaar de bijdrage voor een scholier voor hun rekening nemen. Daarnaast zijn er donaties en acties om extra geld in te zamelen, waardoor we ook scholieren die geen sponsor hebben aan hun beurs kunnen helpen.

Een van de scholieren die we zelf sponsoren zit nu in zijn examenjaar en is inmiddels toegelaten tot de Universiteit van Chiang Mai, waar hij massacommunicatie wil gaan studeren. Uiteindelijk wil hij films en video's gaan produceren. Zonder ondersteuning van FERC was hij 3 jaar geleden al van school gehaald om ergens in een plaatselijke winkel te gaan werken. Het is mooi om te zien hoe een kleinschalig initiatief als FERC voor individuele scholieren een enorm verschil in toekomstperspectief kan maken.

Dus durf ik het nog wel een keertje aan om FERC te promoten. Overweeg ook eens om het verschil te maken voor een Thaise scholier, door voor 3 jaar sponsor te worden of een eenmalige donatie te doen. FERC kent geen strijkstok. Alle medewerkers zijn vrijwilligers die geen onkosten in rekening brengen. Je bijdrage komt dus altijd terecht bij de scholieren. Sinds een paar maanden heeft FERC een IBAN-bankrekening. Overschrijven is daardoor net zo gemakkelijk als een binnenlandse betaling. 

Als je meer wilt weten kun je kijken op www.fercthailand.org. Vind je het lastig om die Engelstalige website te lezen of heb je nog vragen, dan kun je ook mij een mailtje sturen (lapoutre@protonmail.com). 


13 november 2023

Gelukszoekers

Morgen gaan we naar het immigration office. De eerste jaren moesten we daar minstens vijf keer per jaar heen: één keer om onze verblijfsvergunning met een jaar te verlengen, vier keer om een melding te doen dat we nog steeds in het land waren en dan nog iedere keer als we logees hadden, om die officieel te melden. Die laatste twee verplichtingen kunnen tegenwoordig online, maar voor de verlenging van ons verblijf moeten we nog steeds in persoon verschijnen. 

De eerste jaren was dat ons jaarlijkse stress-moment. Op zich heeft het niet zo veel om het lijf. Het is een enorme papierwinkel, waarvan we ons allang niet meer afvragen waar het allemaal voor nodig is, want daar vinden we het antwoord toch niet op. Maar zeker in de beginjaren was er altijd wel iets te vinden waar de beambte zorgelijk bij ging kijken. Dan ging hij of zij in overleg met een collega, die dan ook zorgelijk begon te kijken. Vervolgens werd er druk door de papieren gebladerd, waarbij het woord "problem" zo af en toe viel. Tegen de tijd dat we ervan overtuigd waren op korte termijn het land te moeten verlaten, bleek alles dan toch weer in orde. Nadat we de beambte allerhartelijkst hadden bedankt voor het oplossen van het achteraf niet bestaande probleem gingen we met vers gestempelde paspoorten weer naar huis. De laatste jaren is de sfeer flink veranderd en hoeven we ons niet meer af te vragen wat er nu weer voor problemen worden bedacht.

Veruit de meeste westerlingen die we in het immigration office tegenkomen zijn oudere mannen. Of eigenlijk moet ik "mannen van mijn leeftijd of ouder" zeggen. Wij zijn vrijwel altijd het enige westerse echtpaar, en we regelen alles zelf en samen. De mannen van mijn leeftijd of ouder hebben meestal een Thaise vrouw van nog lang niet mijn leeftijd of jonger. Die vrouw zit met de hele papierwinkel bij het loket, terwijl de man in de wachtruimte zijn telefoon bestudeert, of een praatje aanknoopt met andere westerlingen. Met mij bijvoorbeeld.

(Ik heb het gesprek voor het gemak maar even ingekort en vertaald.)

"Waar kom je vandaan?"

"Wij wonen in Hang Chat."

"Ik bedoel, origineel."

"O, uit Nederland."

"Ligt dat in Duitsland?"

"Dat had niet veel gescheeld, maar het ligt tussen Duitsland en de Noordzee."

"???" (grap komt niet binnen.)

"En waar kom jij vandaan?"

"Texas."

"Is dat in de Verenigde Staten?"

"Ja, dat klopt."

"Ben je hier als gepensioneerde?"

"Nee, ik wou weg uit Amerika. Veel te veel immigranten daar."

"Maar alle witte Amerikanen zijn toch immigranten?"

"Ik bedoel de gelukszoekers, die alleen maar komen om te profiteren van wat het land te bieden heeft."

"O, je bedoelt mensen zoals jij en ik."

"Hoe bedoel je?"

Zijn gezicht betrekt. Maar gelukkig roept zijn vrouw van nog lang niet mijn leeftijd en dan nog een stuk jonger hem. Zijn papieren zijn klaar, maar hij moet wel even zelf tekenen en afrekenen. 

Dan zijn wij gelukkig aan de beurt, zodat ons gesprek niet voortgezet hoeft te worden. 

Binnenkort verkiezingen in Nederland. Onder de Nederlanders in Thailand scoren de partijen die tegen immigranten zijn altijd goed. Maar "wij" zijn natuurlijk geen gelukszoekers.

10 oktober 2023

Merry christmas

Als er iets is waarin we goed zijn ingeburgerd, is het wel onze auto-keuze. Zoals zo'n beetje de helft van Thailand rijden we namelijk in een pick-upje. Veel Thai doen dat omdat die in de belasting wat goedkoper zijn. Er bestaan zelfs zeer luxe auto's met een klein open bakje in plaats van een kofferbak, zodat het een pick-up is geworden. Voor ons was de belasting, die overigens nog geen 30 euro per jaar is, niet de reden om voor een pick-up te kiezen. We gingen een huisje bouwen en een groot stuk weiland voorzien van bomen en struiken, en daarvoor was een auto met een flinke laadbak wel zo handig. 

Waar die grote open laadruimte een voordeel is, is de beperkte binnenruimte dat niet. Er zit een wat ongemakkelijk zittend bankje achter de voor-stoelen in de cabine, maar omdat we wel eens andere mensen meenemen, willen we dat niet volstapelen met spullen. Dus hebben we toen we de auto kochten meteen een flinke krat gekocht en die achterop de auto gezet. En daar staat ie nu al ruim 6 jaar. 

De krat is meegereisd naar verschillende plaatsen, heeft in steden gestaan, op parkeerplaatsen bij supermarkten, op afgelegen bospaadjes, bij guesthouses en overal waar auto's zoal staan. In al die 6 jaar is er nooit iets uit verdwenen. Hij is zelfs nog nooit opengemaakt, tenzij een eventuele gluurder zo netjes was om hem na inspectie weer af te sluiten.Vanmorgen zag ik een barstje in een zijwand. Een onvermijdelijk gevolg van 6 jaar in de brandende zon. Mijn eerste gedachte was dat we een nieuwe zouden moeten kopen. Meteen daarna realiseerde ik me dat ik het eigenlijk al helemaal niet meer bijzonder vond dat een krat met spullen 6 jaar lang gewoon achterin de laadbak van een pick-up kan blijven staan, zonder dat er iets uit wordt gehaald, of het hele ding wordt meegenomen, of "voor de gein" kapot wordt gegooid. 

Zo zijn er wel meer dingen vanzelfsprekend geworden die dat in Nederland echt niet waren. Van de week reed ik met Mieke naar het ziekenhuis in Lampang. Niks ernstigs, maar een ontstoken plek waar wel even naar gekeken moest worden. In Nederland zouden we daar voor naar de huisarts gegaan zijn, maar in Thailand heb je die niet; daar ga je naar een ziekenhuis en dat is altijd wel dicht in de buurt. Als ik stop bij de emergency room komt er meteen een medewerker met een rolstoel aan, om indien nodig de patient te helpen. Voor Mieke is dat niet nodig, ze kan wel naar binnen lopen. Ze meldt zich bij de balie, vertelt wat er aan de hand is en binnen een kwartier staat een arts de plek te behandelen. Ze moet contant afrekenen, dat wel, maar van die paar tientjes liggen we niet echt wakker.

De dagen erna moet de wond verzorgd worden en dat kan in het plaatselijke ziekenhuisje hier. Het beeld is steeds hetzelfde: ze meldt zich, is binnen een paar minuten aan de beurt, moet ongeveer 4 euro afrekenen en staat een kwartiertje later weer buiten. Hoezo wachttijden?

Misschien voelen we ons vooral ingeburgerd doordat we van alles gewoon zijn gaan vinden wat in Nederland ondenkbaar is, zoals:

  • de winkelier die de boodschappen voor je in de auto zet;
  • de ober in een restaurantje dat geen alcohol schenkt, die bij de buren een biertje voor je bestelt;
  • de man van het buur-restaurantje die dat biertje bij jou aan tafel komt serveren;
  • de vijf vorkjes die je krijgt als je met zijn vijven bent en één gebakje bestelt (dank aan Marcel Reijnders voor de foto);

  • de kippenbotjes en garnalenstaarten in het eten;
  • de serveerster die zegt dat je een bepaald gerecht beter niet kunt bestellen, want dat kan de kok niet echt lekker bereiden;
  • de zakelijke onlinegesprekken vol geinige, hoewel in onze ogen vaak infantiele poppetjes;


  • een bushalte waar iemand een pakje heeft neergelegd dat iemand anders later komt halen (en dan ligt het er gewoon nog);
  • de terrasjes die 's nachts gewoon buiten blijven staan;
  • vreemde gebruiksvoorwaarden op de wc;


  • of juist vreemde aansporingen; 


  • de gigantische stortbuien, maar lekker lauw zodat het niet erg is dat je nat wordt;
  • de merry christmaswensen in juli (en de rest van het jaar).

Maar ook na bijna 7 jaar kunnen we ons soms nog wel verbazen. Zoals over de geldautomaat die met een reep tape zo'n beetje dicht was geplakt. Hij deed het nog. 


We houden van Thailand.

27 augustus 2023

Beunen

In de vorige blog schreef ik over de termieten die zich een weg door onze boekenkast baanden om daar een oud sigarenkistje te verorberen. Deze keer komen we ze ook weer tegen. Maar eerst even een bekentenis:

Ik ben een beunhaas. Op alle gebieden, en altijd geweest. Na de middelbare school verzandde ik in een lange dienstweigerprocedure en toen die succesvol was afgerond had ik inmiddels een leuke baan op Terschelling. En aangezien ik toen al niet wist wat ik later worden wilde, ben ik maar niet aan een studie begonnen. Ondanks het ontbreken van diploma's beunde ik me toch naar de functie van uitgever bij Reed Elsevier. Ik wist me blijkbaar prima uit te geven voor een ter zake kundige op uitgeefgebied. Werken voor zo'n grote uitgeverij was heel vervelend, dus begon ik voor mezelf, waarbij ik me als beun-uitgever ook ontwikkelde tot beun-redacteur, beun-vormgever, beun-websitebouwer en beun-opleidingscoördinator. Als kleine ondernemer moet je van alle markten thuis zijn.

Na zo'n 20 jaar zakelijk beunen verhuisden we naar Thailand, en daar heb ik het beunen vrolijk voortgezet, samen met de al even vrolijk meebeunende Mieke. Die beschikt weliswaar over verschillende diploma's die bewijzen dat ze mee kan op HBO-niveau, maar op het gebied van huisjes bouwen was ze even groen als ik. Om te voorkomen dat ons huisje in de eerste de beste storm weg zou waaien hebben we voor de basisconstructie nog wel professionals ingehuurd, maar daarna hebben we het huisje er samen ingebeund.

Al doende heb ik me ook verder ontwikkeld tot beun-loodgieter en beun-elektricien. Nou scheelt het dat loodgieten tegenwoordig eigenlijk pvc-lijmen is. Dat maakt het wat makkelijker en foutjes zijn eenvoudig te herstellen. Blijkbaar is alles goed gelijmd, want we zijn tot nu toe verschoond gebleven van lekkages. Behalve dan die ene keer dat we thuis kwamen en er een fontein net naast de omheining omhoog spoot. Die bleek echter het gevolg van een onhandige actie van de buurman.

De elektrische installatie is niet helemaal gebeund. De buizen waar de draden door moesten en de houten balkjes die dienden als bevestigingspunten voor stopcontacten en schakelaars hebben we zelf in de muren verwerkt, maar de bedrading, zekeringenkast en aansluitingen zijn professioneel door de leverancier van de zonnepanelen gedaan. Verdere uitbreidingen deed ik zelf, en net als bij de waterleiding werkte dat zonder problemen.

Tot er onlangs ineens ergens kortsluiting was. Ik had net een stroomdraad getrokken naar het overdekte zitje midden in de wei, dus de verdenking richtte zich meteen op mezelf. Maar nadat ik de nieuwe stroomdraad weer had losgekoppeld, was het probleem niet over. Na veel speurwerk bleek het in een niet-gebeunde schakelaar te zitten. Die moest er dus uit, maar dat viel nog niet mee; nadat het ding was losgeschroefd zat het nog steeds muurvast. 

Uiteindelijk lukte het om de zaak los te wrikken en daar waren ze weer: de termieten. Ze hadden het voorzien op de hiervoor al genoemde houten balkjes in de muren. Op zich is het niet zo'n probleem dat ze dat verorberen. Wat ze ervoor achterlaten is namelijk een keiharde cementachtige substantie die de muur eigenlijk alleen maar sterker maakt. Helaas blijkt die substantie dus ook stroom te geleiden en kortsluiting te kunnen veroorzaken. 

De termieten zijn verwijderd, er is een nieuwe schakelaar ingebeund, en de electriciteit gaat weer als een zonnetje. En als we ooit nog eens een huisje gaan beunbouwen weten we: voor de houten balkjes in de muren oud hout of teak gebruiken. Ook een beunhaas is nooit te oud om te leren.

11 augustus 2023

Boekenwurmen

Als we landgenoten op bezoek krijgen willen die vrijwel zonder uitzondering graag weten hoe het zit met gevaarlijke beesten hier tussen de rijstvelden. Vooral slangen spreken tot de verbeelding, maar ook schorpioenen en, voor sommige mensen, spinnen blijken de fantasie te prikkelen. We kunnen er niet omheen draaien: die zitten hier allemaal. Voor de schorpioen geldt weliswaar dat we die maar één keer gezien hebben, maar ook die telt dus mee.

Slangen zijn een regelmatige verschijning op Baan Din. Hun aantal is wel wat teruggelopen doordat de honden er fanatiek op jagen. Eigenlijk is dat jammer, want de meeste slangen zijn ongevaarlijk. Weliswaar jatten ze de eieren van de kippen, maar dat doen de honden ook, en als we niet te laat zijn doen we dat zelf. Toen er ooit een keertje een cobra binnen zat moesten we dorpsbewoners inschakelen, omdat de honden blijkbaar ook aanvoelden dat ze daar beter uit de buurt konden blijven. Eindelijk mochten ze van ons een keer een slang opruimen, maar toen deden ze het niet. Wel verstandig overigens, want een cobra is ook voor honden gevaarlijk.

Onhandige slang die zich heeft vastgeglibberd in het gaas van de kippenren.

Vorige week was een slang er in geslaagd onze snake-proof voliere binnen te komen. (We hebben het gat inmiddels gevonden en gedicht). Een ongevaarlijke ratsnake, concludeerden we, dus ik haalde de slangengrijper om hem te pakken. Maar ineens kwam hij met zijn kop omhoog en bleek het een cobra te zijn. Ik kreeg hem toch te pakken en heb hem ver over het hek het rijstveld ingezwiept. We treden slangen altijd voorzichtig tegemoet, ervan uitgaand dat ze gevaarlijk kúnnen zijn, en in dit geval bleek maar weer dat dat een verstandige benadering is.

Spinnen zijn er in overvloed. Als we in het donker over het landje lopen met een koplamp op, zien we honderden kleine lichtjes tussen het gras. Eerst dachten we dat dat dauwdruppels waren, maar het blijken ogen van kleine spinnetjes te zijn, die we verder eigenlijk nooit zien. Zo heel af en toe loopt er een wat grotere jongen in huis of in de badkamer, maar dan komt de stoere man des huizes ogenblikkelijk in actie om de vrouw des huizes te beschermen. Met een mepper gaat hij het beest te lijf, waarbij hij overigens meestal mist, want spinnen zijn snel en hij niet.

Opvallend is dat mensen het als het gaat om enge beesten nooit over het dodelijkste aller dieren hebben: de mug. Die zoemt hier ook vrolijk rond, maar wordt gelukkig alleen vervelend rond de avondschemering. Insmeren met antimuggenspul is dus vaste ehhhhh prik en we slapen onder een klamboe.

Waar we echt ontzag voor hebben is de takaab, een duizendpoot. Die zien we nog al eens als we ergens een steen optillen of een plant willen verplaatsen. We hebben er allebei al eens een op ons lijf gehad, maar zijn gelukkig niet gebeten. De takaabbeet (voor taalfanaten een interessant woord vanwege de 3 letterparen) schijnt uiterst pijnlijk te zijn.

Echt zenuwachtig worden we als we op de vloer of in een kast een hard buisvormig spoor van een paar milimeter doorsnee zien. Termieten. Die zijn weliswaar voor ons ongevaarlijk, maar bepaalde soorten hout lusten ze graag. En we ervaren liever niet wat er gebeurt als de plafondplaten, die tevens vloerplaten van het zoldertje zijn, op hun menu komen te staan. Gisteren ontdekten we een termietenspoor dat ons kastje met kunstboeken en dichtbundels in liep. Meteen begonnen we de boeken eruit te halen en te checken op beestjes. 


Uiteindelijk bleken zij het vooral te hebben gemunt op wat oude houten doosjes die tussen de boeken stonden. De kast zelf lieten ze ongemoeid en het papier van de boeken bleek ook geen lekkernij voor ze te zijn. Alleen de kaft en linnen omslag van een bundel van Gerrit Achterberg waren niet te versmaden voor ze. Termieten zijn gelukkig geen boekenwurmen.



30 juli 2023

Natuurgeluiden

Ergens in de jaren 90 besloot mijn broer Christiaan uit Den Haag de jaarwisseling bij ons in het slaperige Overijsselse Bathmen door te brengen. Sinds de recente verkiezingen voor de Provinciale Staten weet heel Nederland waar dat ligt, maar gelukkig heb ik dat niet als inwoner mee hoeven te maken. Christiaan was alle drukte en relletjes zat en zocht om die reden een goed heenkomen. Op nieuwjaarsmorgen kwam hij gesloopt en met dikke wallen onder zijn ogen de logeerkamer uit. "Nog nooit zo'n lawaaierige jaarwisseling meegemaakt," gromde hij. Weliswaar ging Bathmen niet gebukt onder vreugdevuren en opstootjes, maar de mensen liepen er wel de hele nacht van het ene huis naar het andere om elkaar een goed jaar te wensen. En de daarbij afgestoken rotjes hadden mijn broer doeltreffend uit zijn slaap gehouden.

Veel mensen denken dat onze afgelegen woonplek zonder buren 's nachts het toppunt van stilte en rust is. Maar in feite is het hier altijd een kakofonie van geluiden. Krekelconcerten, kwakende kikkers, blaffende honden in de verte (en soms daarop reagerende blaffende honden onder ons bed), wakkere vogels, stortregens, onweersklappen, storm. We zijn eraan gewend en op een of andere manier zijn natuurlijke geluiden niet zo hinderlijk als kunstmatige. Daarom slapen we door als de verre honden blaffen, maar liggen we wakker van de even verre karaoke. Dat laatste gebeurt gelukkig niet zo vaak.

Maar afgelopen nacht heeft de natuur toegeslagen. Ik had er al eens wat over gelezen en daar natuurlijk bij gedacht dat sommige mensen echt overal last van hebben. Allemaal stadsmensen die overstuur raken als er in de natuur zomaar ook wat geluid gemaakt blijkt te worden. Die klagen omdat varkens blijken te knorren, ganzen blijken te gakken, koeien blijken te loeien en kikkers blijken te kwaken. Als doorgewinterd natuurmens sta ik daar uiteraard ver boven. Tot vannacht dus, toen hij besloten had in de vijver naast ons terras te overnachten en van daaruit te onderzoeken of er nog aantrekkelijke soortgenoten in de buurt waren. De brulkikker. 

Zou hij zo af en toe een brulletje hebben losgelaten, dan was het wellicht nog te overzien geweest. Maar als zo'n brulkikker eenmaal is opgestart, iets wat enige tijd kost, dan stopt hij niet meer. In een gestaag ritme kwaakt hij met enorm volume zijn boodschap de wereld in. En hij vindt gehoor, want ergens in de verte hoor ik een andere bruller antwoorden. 


(Voor wie de video hier niet ziet: klik op https://youtu.be/JV_a1DDFAfg.)

"Ik heb er geen last van," vertel ik mezelf terwijl ik me omdraai, "want dit is een natuurgeluid."

"Misschien slaap ik wel wat minder goed omdat ik gisterenavond zwaar getafeld heb," overweeg ik een halfuurtje later.

"Rustig in- en uitademen, maak je hoofd leeg, stel je voor hoe vreugdevol je het zelf zou uitroepen als je in zo'n mooie vijver mocht wonen," probeer ik na nog een half uur.

"Toch maar oordopjes," besluit ik na 2 uur. Het voelt als een nederlaag, maar ik wil toch ook wel graag nog een beetje slapen. De oordopjes liggen niet op hun gebruikelijke plaats. Onee, da's waar ook, we hebben een nieuw doosje aangebroken en dat staat nog op een kastje op het terras. Het geluid van de brulkikker verstomt subiet als mijn indrukwekkende (vanuit kikvorsperspectief dan), na 7 jaar Thailand nog altijd spierwitte gestalte op het terras verschijnt. 

Ik schuif terug op bed en leg de oordopjes naast mijn kussen. De brulkikker blijft stil. Zou het heus???? Ik ben al een beetje ingedommeld als ik een zacht, krakerig geluidje hoor. "Neenee, dat kan hem echt niet wezen," hou ik mezelf voor. Een halve minuut later klinkt het weer. Dan opnieuw na een iets kortere pauze, tot het een zacht maar regelmatig ritme aanneemt. Dan komt er een 2e toon bij en geleidelijk aan wordt het volume opgeschroefd. In een paar minuten is het weer oorverdovend.

De oordopjes gaan in.

...................

???????????

$%#@&*

Ze helpen niet. Het geluid wordt nauwelijks tegengehouden.

Uiteindelijk krijgt de vermoeidheid de overhand en slaap ik toch in. Iets na 5 uur merk ik dat de kikker alsnog stil geworden is en doe ik de oordopjes weer uit. Het luide krekelconcert klinkt me als muziek in de oren. Ook veel herrie, maar dat is herrie waar ik wel doorheen slaap. Ik draai me tevreden om.

Dan begint de haan te kukelen.