02 maart 2017

Papaja's en pleepapier

Papaja's...


Het is hier op de weg een drukte van belang. Althans, vergeleken bij de Touwbaan in Maashees. Op de berghellingen hebben allerlei mensen stukjes land waarop van alles verbouwd wordt, en waar ze dus met enige regelmaat heen moeten. Gemiddeld komt er denk ik wel twee keer per uur een brommertje voorbij. In de spits verdubbelt dat aantal zelfs. En dan is er natuurlijk nog onze monnik, die verderop op de berg woont en om half 7 's morgens naar beneden loopt en een halfuurtje later weer terug naar boven.



Iedereen die langs komt knikken we allervriendelijkst goeiedag, en altijd krijgen we een brede glimlach terug, vergezeld van een brommerwai. Een gewone wai, waarbij je je handen tegen elkaar aan doet en buigt, dat is wat link op een brommer, dus wordt volstaan met een nadrukkelijke knik met het hoofd. Zwaaien, daar doen ze hier namelijk niet aan.

Vanmorgen stopte er een brommertje. Meestal betekent dat dat de huisbaas even wat in de tuin komt doen, dus ik toverde snel mijn tamelijk zomerse outfit om tot een voor Thai acceptabele. Het bleek echter niet de huisbaas te zijn, maar een van de vrouwen die regelmatig langsrijden. Dat laatste weet ik niet helemaal zeker, want ze was, zoals veel Thai, helemaal ingepakt, met alleen een gaatje rond mond en ogen. Dat heeft niks met geloof of levensovertuiging te maken, maar is gewoon bescherming bij het de hele dag in de brandende zon werken.
“Hello” zei ze. “Papaja, papaja, you.” Ze gaf me twee vers geplukte, heerlijk rijpe papaya's, lachte uitbundig, zei nog een keer “papaja, you, eat”, stapte, terwijl ik een Thais dankjewel waide, op haar brommertje en vervolgde haar weg naar beneden. Ik bleef wat overdonderd staan: hoe kan ik haar nou bedanken, en hoe kon ik haar de volgende keer herkennen in zo'n bankoverval-outfit?



Wat een heerlijke ervaring, wat een gastvrijheid. Mensen maken zich soms zorgen of het wel veilig is, zo in een onbekend land en op een afgelegen plek. Zo voelt het in ieder geval niet en de ervaring van vanmorgen past prima in het plaatje dat zich tot nu toe heeft ontvouwd.

De eerste papaja hebben we meteen bij de lunch soldaat gemaakt. Hij smaakte naar meer, dus met die tweede komt het ook wel goed.

...en pleepapier


Dan nog even iets heel anders: de stoelgang. Normaal gesproken geen onderwerp voor verhalen, maar ik moet het er echt even over hebben. Nee, het gaat niet over onmogelijke hurktoiletten ofzo; ook hier in Thailand kun je op de meeste toiletten gewoon zitten. Wat wel opletten is, is het toilet in ons huisje. Je loopt hier namelijk het risico verschrikkelijk je billen te branden. Misschien denk je nu dat dat door het spicy eten komt, maar het zit anders.

Thailand heeft ten opzichte van Nederland een enorme voorsprong als het gaat om toilethygiëne.
Het systeem zal ongetwijfeld een wat sjiekere naam hebben, maar wij noemen het de kontspoelkraan. Een minidouchekop met knijpertje hangt hier naast iedere pot. Als je klaar bent sproei je de boel gewoon effe schoon. (Is het heel hardnekkig, dan assisteer je met je linkerhand. Om die reden vinden Thai het ook erg smerig als ze zien dat je met je linkerhand eet, of dat je iemand met je linkerhand aanraakt.) Met een toiletpapiertje dep je alles droog en dan was je natuurlijk wel even je linkerhand met zeep. Als je eraan gewend bent wil je niet anders meer. Bijkomend voordeel: de rol die we uit Nederland meenamen is nog niet voor de helft op.



Oja, en de Thaise riolering is mede hierom niet ingericht op papier. Toiletpapier moet hier dus in het prullenbakje dat je op iedere wc vindt.

Maar goed, hoe zit het nou met dat billen branden? Ons water komt hier uit grote betonnen opslagtanks. Van daar loopt de leiding gewoon over de grond naar het huisje. Vriezen doet het hier niet, en graven in de rotsen is geen pretje, dus is dat bovengrondse geen probleem. Totdat je je billen wilt gaan spoelen nadat de zon een paar uur op de leiding heeft staan branden. Je voelt hem al aankomen, denk ik. Ik niet, althans, de eerste keer niet.

Overigens realiseer ik me, zo schrijvend, dat het misschien maar goed is dat we dit systeem in Maashees niet hadden. Daar kwam het water weliswaar door de grond aan, maar zo'n kledder van net boven het vriespunt is ook niet echt aantrekkelijk.