15 januari 2020

Eitjestijd

De vaart is een beetje uit de blogproductie. Van minstens 1x per week toen we net in Thailand zaten is de frequentie geleidelijk aan wat minder geworden, en nu zit er zelfs al een hele maand tussen twee blogs. Dat heeft natuurlijk alles te maken met dat er steeds minder gebeurt dat voor ons verrassend of nieuw is. Het huis is gebouwd, we zijn behoorlijk gewend aan hoe het hier werkt (of niet werkt) in Thailand en daardoor zijn de blogwaardige gebeurtenissen niet meer zo talrijk als 3 jaar geleden. Jaja, 3 jaar, zo lang zitten we hier inmiddels al.

Minder blogwaardig betekent gelukkig niet hetzelfde als saai. Dagelijks zien we weer verrassende tafereeltjes in de tuin. Zo hebben de kleine duifjes die je hier veel hebt twee bijzondere plekken uitgekozen om te nestelen. Eén paartje zit in een kam bananen die nog aan de struik hangt. Een slimme keuze. De Thaise duiven zijn net als de Nederlandse nogal gemakzuchtig bij het bouwen van een nest. Ze frotten een paar takjes door elkaar en dat moet het dan wezen. Het is een wonder dat zo veel nesten het houden en dat de eitjes er niet doorheen vallen. Wat dat betreft zitten de duifjes in de bananenstruik in een soort luxe villa. De kam bananen vormt een stevige en comfortabel voorgevormde basis voor het frommelnest. Het grote bananenblad erboven geeft een perfecte beschutting tegen de zon en onttrekt het nest aan de speurende blikken van roofvogels.


Het andere duivenpaartje zit in een plant die onderaan de dakrand hangt. Qua beschutting tegen zon en inkijk eveneens een perfecte plek, alleen regent het er iedere ochtend doordat Mieke een slim bewateringssysteem langs de dakrand heeft gemaakt. Maarja, duiven onder je dak, dat hep nie iedereen, dus heeft ze het sproeiertje boven het duivennest dichtgedraaid. De duiven zijn inmiddels aan ons gewend en vliegen niet meer op als we langslopen.


Wat we niet verwacht hadden, maar toch is gebeurd, is dat de toekeh weer twee eitjes naast de voordeur heeft geplakt. Vorig jaar had ze dat ook gedaan, maar daarna heeft ze telkens eitjes achter een van de kasten geplakt. Daar kwamen we onlangs toevallig achter. Van de eitjes naast de voordeur kunnen we de ontwikkeling goed volgen; extra leuk dus.


Het draakje, dat zich tot nu toe voornamelijk in de badkamer en in de planten rond het huis ophield, mag zich sinds een paar dagen officieel "huisdraakje" noemen. Het bivakkeert nu regelmatig binnen en laat zich zelfs uit de hand voeren. Tijdens het voeren krijgt het een bijzondere, feloranje kleur, hetgeen voor deze dieren een teken van aangename opwinding is. (Mocht je hieronder geen video zien, bekijk deze dan hier op youtube.)


Op nieuwjaarsdag werd onze vraag beantwoord of er tussen onze kippen ook hennen zaten, of dat het allemaal hanen zouden zijn. De 10 eieren die we in een hoekje onder het gras verstopt vonden gaven het ondubbelzinnige antwoord dat er minimaal één hen bij zit. We hebben nu het vermoeden dat het alledrie hennen zijn. Vooralsnog hebben we iedere dag een mini-eitje. Ook eten we nu bananen en papaya uit eigen tuin. De mangobomen staan in weelderige bloei. Als al die bloemen mangos worden kunnen we ons er straks ongans aan eten.


En dan nog even wat heel anders: voor een blinde vriendin is Mieke begonnen om gesproken beschrijvingen van ons landje op te nemen. Ze wandelt met haar telefoon rond en spreekt in wat ze zoal om zich heen ziet. Een podcast als het ware. We sluiten vanaf nu elke blog af met een podcast van Mieke. Klik hier voor aflevering 1.

Eitjestijd - 2

In de blog van gisteren was een video opgenomen van het smakelijk etende huisdraakje. Als je de blog per e-mail krijgt toegestuurd was die video mogelijk niet zichtbaar. Je kunt hem alsnog bekijken op https://youtu.be/hclVXj1hGMY.

15 december 2019

Spookfietsen

Er loopt een heus fietspad tussen Hang Chat en Lampang. Niet over de hele afstand overigens. Het begint zo'n 5 kilometer vanaf Hang Chat, ofwel 1 kilometer na Nong Noi, het dorp waar wij wonen. Het fietspad lag er al toen wij er kwamen wonen, maar in het eerste jaar zagen we er nooit fietsers op. Ook geen ander verkeer trouwens. Pas de laatste maanden zien we dat het gebruikt wordt.

Sinds kort heb ik zelf een fiets waarop ik naar Lampang stad kan peddelen. Op de "kinderfietsen-voor-volwassenen" die we al langer hebben is dat een onmogelijke opgave. Tijdens mijn eerste ritje naar de stad werd me meteen duidelijk waarom fietsers het fietspad lange tijd meden.


Belangrijk om te weten is, dat in Thailand de weg voor veel meer doeleinden gebruikt wordt dan alleen voor het verplaatsen. Een vluchtstrook dient bijvoorbeeld ook als parkeerplaats, (brom)fietspad, rijbaan om tegen het verkeer in te rijden en plek om marktkraampjes neer te zetten. De ontwerpers van het fietspad waren daarvan op de hoogte, en bedachten daarom dat het fietspad ontoegankelijk moest worden gemaakt voor ander verkeer. Daartoe werden om de zoveel meter roestvrijstalen paaltjes geplaatst. Toen ik over het pad reed kon ik zien dat er eerst steeds 5 paaltjes naast elkaar hebben gestaan, maar dat overal het 2e en 4e paaltje zijn weggehaald. De ruimte tussen de 3 overgebleven paaltjes is net groot genoeg om tussendoor te fietsen. Het fietspad was het eerste jaar dus niet alleen ontoegankelijk voor auto's en brommers, maar ook voor fietsen.


De paaltjes voldoen overigens prima. Ik zoef ongestoord over het asfalt, tot ik op een plek kom waar een U-draai voor auto's is gemaakt. Op die plek is er een soort uitwijkstrook, naast de twee rijstroken van de weg. Voor het fietspad is daardoor geen ruimte en dus is het vrijliggende pad vervangen door twee met lijnen aangegeven mini-rijstrookjes van zo'n halve meter breed. De U-draaien zijn meestal op plaatsen waar meer activiteit is dan tussen de dorpen in, dus moet ik in plaats van over dat smalle strookje te kunnen rijden laveren tussen geparkeerde auto's en marktkraampjes, oplettend dat ik niet door een brommer wordt geplet, of door een auto die de U-draai te ver weg vindt en daarom maar een stuk spookrijdend aflegt.

Na een kilometer of 5 houdt het fietspad plotseling op. Uitgerekend daar zijn om onopgehelderde redenen alle 5 de paaltjes blijven staan. Ik moet vol in de remmen en dan van mijn fiets af. Mijn stuur is te breed om tussen de paaltjes door te passen. Ik til het stuur er daarom overheen en trek de rest van de fiets er tussendoor. Dan kan ik weer opstappen en mijn weg vervolgen. Het is nog 5 kilometer naar de stad, maar nu rij ik door een aaneengeregen lint van winkels en kraampjes die zich waarschijnlijk nog door geen 1000 roestvrijstalen paaltjes zouden hebben laten tegenhouden.

Later, op de terugweg, twijfel ik of ik "gewoon" links blijf rijden, op de vluchtstrook, of de oversteek maak naar het fietspad. Ik kies voor het laatste, maar steek pas over bij de eerste U-draai nadat het pad is begonnen, zodat ik niet opnieuw mijn stuur over de paaltjes hoef te hijsen. Op de stukken waar het fietspad vrij ligt is het comfortabel rijden, maar op de versmallingen bij de U-draaien voelt het wel heel erg als spookrijden. Gelukkig kijkt niemand daar hier van op.


Hoewel ik het had kunnen weten (ik had immers de heenweg al achter de rug), is het einde van het fietspad richting huis toch een plotselinge verrassing. Het houdt simpelweg op. Ik zou nu dus over moeten steken om mijn weg aan de linkerkant (het verkeer rijdt hier (meestal) links) te vervolgen, maar dat kan niet. Er ligt een weelderig begroeide middenberm in de weg. De laatste oversteekmogelijkheid was bij een U-draai 1 kilometer terug en de afslag Nong Noi ligt 1 kilometer voor me. Ik doe dus maar wat de Thai in zo'n geval doen, spookrijden over de vluchtstrook, en bereik heelhuids Nong Noi. Volgende keer laat ik het fietspad op de terugweg maar rechts liggen.

10 december 2019

Milieuramp

Het is winter. De temperaturen dalen 's nachts tot 10 graden hier in Nong Noi en dat is best koud in een huis zonder kachel dat niet echt helemaal dicht kan, zeker als je na 3 jaar Thailand 30 graden als een aangename temperatuur om bij te werken bent gaan beschouwen. Ik heb inmiddels 3 dekens bovenop me liggen 's nachts. In de ochtend draaien we ons nog maar een paar keer extra om. De zon staat nu zo ver naar het zuiden, dat we hem vanuit bed boven de rand van de bergen zien opkomen; een mooie alibi om nog wat langer in bed te blijven.

Zodra het een klein beetje licht is stap ik uit bed, knoop mijn warmste lungi om, doe er een vest en een paar warme Nederlandse wintersokken bij aan en loop naar buiten om water op te zetten voor koffie. Dan zet ik het nachthok en de ren van de kippen open en strooi een paar handjes voer in de ren. Normaal stormen ze daar op af, maar nu blijven ze liever lekker tegen elkaar aan liggen in een hoekje van het hok.


Dan loop ik naar de grote pot die als nachthok voor de schildpadden dient. Toen het koude weer werd aangekondigd hebben we daar een extra warmte-element ingehangen en ik controleer iedere avond en ochtend of dat nog werkt. Zoiets is namelijk geenszins vanzelfsprekend in Thailand. De schildpadden hebben het aangenaamste plekje van allemaal, althans, qua temperatuur. Als ze het te koud krijgen gaan er namelijk winterslaapmechanismes in werking treden, maar overdag is het weer te warm daarvoor, dus dan raakt de boel ontregeld. Dat moet die potverwarming dus voorkomen.


Intussen kookt het water en even later kruip ik in vol ornaat, met ijskoude handen en twee dampende koppen koffie weer in bed. Ik blader wat door de digitale Trouw. De pfas-norm wordt aangepast en er geldt een stookwaarschuwing in Nederland. Jarenlang keken we meesmuilend naar "de anderen", die niet net zoals wij consequent de regels volgden, maar deze naar believen aanpasten als dat beter uit kwam. En nu passen "wij" die techniek zelf ook toe. De bouw ligt stil, dus passen we de norm maar aan. Een norm die vreemd genoeg alleen geldt voor het verplaatsen van pfas. Ik zou denken dat het belangrijker is om ervoor te zorgen dat er geen nieuwe pfas bij komt. Het schijnt dat mensen zelf trouwens al niet aan de (nieuwe) norm voldoen en ruimschoots te veel pfas in hun bloed hebben. Er zijn al gemeentes die eerst een stoffelijk overschot willen testen alvorens het op hun grondgebied toe te laten om te begraven.

Eveneens jarenlang keken we hoofdschuddend naar die domme Aziatische boeren die hun land afbrandden, en de overheden die dat lieten gebeuren. Nu dreigen de houtkachels in Nederland smog te veroorzaken en laat de overheid dat gebeuren. Nouja, er wordt een stookwaarschuwing afgegeven, een soort verzoek om niet te stoken. Hier in Thailand is stoken in de ergste smogmaanden tenminste nog echt verboden. En het stoken is hier niet voor de gezelligheid, maar omdat andere middelen om het land klaar te maken voor de oogst ontbreken.

Nu we toch in milieusferen beland zijn: we hebben een kleine milieuramp in onze vijver achter de rug. Het eerste signaal was een petroleumachtige lucht, waarvan we eerst nog dachten dat het misschien verbeelding was, of dat die in ieder geval van elders kwam. Maar de volgende dag dreven de eerste dode visjes in het water, en zagen we op verschillende plekken zo'n blauwige film op het water. Een dag later dreef de vijver vol kleine dode visjes, weer een dag later hadden ook de middelgrote het begeven en ten slotte kwamen ook de grootste joekels aan de beurt. Onze eerste beschuldigende blik ging naar de buren aan de kant waar het water de vijver binnen komt. Hadden ze olie staan verversen bij het kanaaltje?



De oorzaak lag echter volledig in eigen vijver. Vorig jaar hebben we een vlot gekocht, dat drijft op 4 vaten. Als Nederlanders die niet beter weten dan dat alles gereguleerd en georganiseerd is, is het niet in ons opgekomen dat er nog troep in de vaten zou kunnen zitten. Achteraf naief, want we weten dat hier van alles kan wat in Nederland (officieel) niet kan. Uit een van de vaten blijkt inderdaad een benzine-achtige stof te zijn gelekt. Gelukkig lijkt die stof geheel vervlogen te zijn. Met een flinke lading micro-organismen lijkt de vijver inmiddels weer behoorlijk op orde. Er komen geen dode vssen meer bovendrijven. We hebben er naar schatting wel zo'n 2000 uit het water geschept en begraven.


Dit tot groot genoegen van de honden, die er af en toe in slagen wat resten op te graven en daar dan eens lekker doorheen te gaan woelen. Waarna ze zich afvragen waarom ze die nacht toch niet binnen mogen slapen, terwijl het zo koud is.


22 november 2019

Karaoke uit eigen stroom

Nyom is de lasser die de stalen basisconstructie van ons dak aan elkaar heeft gelast. Als we zeggen dat we ons huisje zelf gebouwd hebben van bamboe, zakken met rijstkaf, klei, kalk en zand dan klopt dat, maar vloer en dak zijn door lokale bouwers gemaakt. Hier in de rijstvelden kan het flink stormen en als dat gebeurt krijgen we echt de volle laag. Omdat we geen enkele bouw-ervaring hadden hebben we geen risico willen nemen en een dak laten maken zoals dat hier meestal gemaakt wordt.


Afgelopen maandag kwam Nyom langs om het aggregaat te lenen. Hoewel we al enkele malen het (ongevraagde) advies gekregen hebben om vooral geen gereedschap uit te lenen omdat "de Thai dat nooit terugbrengen", hebben we tot nu toe alleen maar goede ervaringen op dat gebied. Wel vroeg ik me af waarom een lasser niet gewoon zelf een aggregaat heeft, maar meteen realiseerde ik me dat wij dat aggregaat juist gekocht hadden omdat de opdrachtgever voor stroom dient te zorgen.

Nyom spreekt geen woord Engels, zodat mijn pogingen om uit te vinden waar hij het ding voor nodig had op niets uitliepen. Het leek me sterk dat hij er een bouwproject mee zou gaan uitvoeren. Omdat we er onze waterpomp mee laten lopen (die pomp vormt een te zware piekbelasting voor het zonne-energiesysteem), wilde ik toch wel graag weten wanneer ik het aggregaat terug kon verwachten. "Neung wan, song wan, saam wan mai" (één dag, twee dagen, drie dagen?) probeerde ik, in de hoop dat het in ieder geval niet langer zou zijn. "Saam wan kapkap", was het antwoord.

Toen die ik die avond net in bed lag begon de karaoke vanuit Nyom's dorp over de rijstvelden te schallen en was mijn vraag "waarvoor heb je het nodig" luid en duidelijk beantwoord. Terwijl Mieke met twee vriendinnen in een rustig hotel in de rumoerige stad Chang Mai sliep, lag ik in een rumoerig rijstveld bij het rustige dorp Nong Noi wakker van door mijn eigen aggregaat opgewekte versterking van vals zingende Thai.

Woensdagmorgen stond Nyom al vroeg voor de poort om de boel terug te brengen. Song wan, zou ik zeggen, maar als je de maandag en woensdag als hele dagen meerekent was het inderdaad saam wan. De tank zat tot aan de rand toe vol. Alweer kunnen we een probleemloze uitleenactie bijschrijven.

Het is intussen ruim een maand geleden dat ik de vorige blog geschreven heb. De schrijfinspiratie laat het een beetje afweten en het is behoorlijk druk doordat de regentijd al veel eerder dan normaal voorbij lijkt. De afgelopen weken moesten we daardoor zowel alle jonge aanplant water geven, als het gras en de wildgroei maaien. Meestal is het óf het een, óf het ander. Inmiddels is de grootste groei uit het gras en wordt het tuinwerk wat minder.


Natuurlijk zorgen we ervoor om toch bezig te blijven, bijvoorbeeld door de dierenpopulatie wat uit te breiden. Naast de 2 honden en een heleboel vissen hebben we nu 4 schildpadden in de vijver en 4 op het land. Die laatste 4 moeten uiteindelijke enorme joekels worden en dan het kort houden van het gras voor hun rekening gaan nemen. Verder scharrelen er 3 zijdehoenders rond op het erf en de jongste aanwinst is 2 egeltjes. Of eigenlijk is dat de één na jongste aanwinst, want we hebben tegenwoordig ook een wormenhotel. De bewoners van dat hotel, dat overigens slechts bestaat uit enkele gestapelde plastic bakken, zetten groente- en fruitafval om in zeer hoogwaardige compost, waar de rest van de tuin dan weer blij mee is.


Ook de spontaan aanwezige beestenboel groeit. De ooievaars raken steeds meer aan onze aanwezigheid gewend en komen steeds dichter bij ons huisje fourageren en bivakkeren. Ze kijken ongegeneerd onze badkamer in als we staan te douchen.


Zo af en toe kunnen we ook weer een nog niet eerder gespotte vogel bijschrijven, zoals bijvoorbeeld de Lesser Cougal. De Hop heeft zich ook weer laten horen, maar die laat zich helaas niet zo makkelijk zien.


De toekeh heeft net als vorig jaar 2 eitjes naast de voordeur geplakt. Daar hadden we niet op gerekend, nadat we kort geleden een heleboel toekeh-eitjes achter een van de kasten hadden ontdekt. Nu hebben we er dus weer mooi een paar in het zicht. En onvermijdelijk in de rijstvelden zijn natuurlijk de slangen. Aan de manier van blaffen van de honden kunnen we inmiddels horen dat ze er een gevonden hebben. Tibbe schiet er nog steeds op af, maar als het een slang is die overeind komt houdt ze toch maar respectvol afstand. Heel verstandig, want zo'n spugende cobra die laatst onder het bed zat, daar kan je beter geen ruzie mee krijgen. Naar aanleiding van die ontmoeting hebben we alle spullen van onder het bed verplaatst naar de zolder, zodat het beneden wat minder slangvriendelijk wordt.

Deze Coulognathus Radiatus (Copperhead ratsnake) komt wel
overeind, maar is verder ongevaarlijk. Wel een mooie jongen.

O, en dan vergeet ik haast nog te melden dat we de eerste banaan-uit-eigen-tuin hebben gegeten. Nouja, zeg maar banaantjetjetje. Maar wie het kleine niet eert....


13 oktober 2019

Zeervolle vermelding

Hoewel over de uitslag niet gecorrespondeerd mocht worden, heeft dat Arnoud niet weerhouden protest aan te tekenen tegen het feit dat hij in de blog van gisteren werd neergezet als iemand die "badkamer" had ingestuurd, in plaats van "toilet". Na bestudering van de inzendingen kon de jury niet anders dan hem gelijk geven. Gelukkig vertaalde hij de Thaise tekst met "kamer doen water" in plaats van simpelweg met "kamer water". Zijn inzending was dus beter, maar net niet helemaal goed. Om toch onderscheid met de overige inzenders te kunnen maken hebben we besloten hem een zeervolle vermelding toe te kennen.

En als bonus mocht hij nog plaatsnemen in onze cold tub met een bijzondere gast.



12 oktober 2019

Nieuws

Als je vroeger op vakantie ging had je ook vakantie van het nieuws. In enkele toeristische plaatsen was soms wel een Nederlandse krant van de dag ervoor te koop, maar dat was dan meestal de Telegraaf en daar gingen we onze vakantieguldens natuurlijk niet aan spenderen. Toiletpapier was goedkoper te vinden. Na een paar weken kwam je thuis en dan bleek dat je van alles gemist had, zonder dat de wereld daar van wakker lag. Dat was echt uitgerust thuiskomen.

Anno 2562 (2019 voor de achterlopende Nederlanders) is het bijna onmogelijk om niet op de hoogte te zijn van het nieuws, hoewel Mieke het behoorlijk succesvol weet te ontlopen. De enige manier is om helemaal niet online te gaan, maar al die teleurgestelde lezers van onze Thaise perikelen, dat is echt een te hoge prijs. Dus weet ik nu real time dat de Nobelprijs voor de vrede niet naar Greta is gegaan, maar (zeer terecht) naar de premier van Ethiopië, dat Trump de Koerden in de steek laat omdat die de Amerikanen in Normandië toch ook niet zijn komen helpen, en dat Willem-Alexander een baard heeft. Ook heb ik gezien dat er 300.000 kilo vleeswaren worden vernietigd omdat er mogelijk een bacterie inzit waar misschien iemand aan kan overlijden. De ruim 2 miljoen pakjes waar het spul in zit openmaken en de inhoud verwerken in gerechten die op temperaturen boven de 70 graden worden bereid, dat is niet economisch. Van een varken komt zo'n 50 kilo vlees. En zo'n verpakking is zeg maar een dubbelgevouwen A4'tje. 6000 varkens en 120.000 vierkante meter plastic naar de vuilstort. (Ja, ik weet dat het niet alleen maar varkens zijn, maar met de kippen erbij worden de cijfers niet fraaier.)

Onze buren zien dat soort nieuws niet. Gelukkig maar, want hoe zouden we ze kunnen uitleggen waarom er zo veel vlees wordt weggegooid? En hoe zouden we moeten uitleggen dat er in Nederland sowieso al veel eetbare delen van dieren worden weggegooid of in honden- en kattenvoer eindigen. Het kraakbeen van een kip? We eten het tegenwoordig zelf ook op. Gewoon ff doorkauwen. De visgraatjes tot het einde afsabbelen, de garnalenstaartjes... prima te eten. De ogen van de vis... ehhh, daar zijn de Thai helemaal verzot op, dus die geven we met plezier af.




Vorige week kwam de ijsboer voorbij en stopte bij de sala van buurman Ien. Wij liepen er ook heen om een ijsje te kopen en raakten zo goed en zo kwaad als dat ging aan de praat. De vrouw van Ien had een grote ketel op een houtskoolvuur staan, waar ze telkens in roerde. In de ketel zat een of andere zwarte pasta, die we op geen enkele manier thuis konden brengen. Uiteindelijk bleek het hoofdbestanddeel van de prut te bestaan uit krabbetjes die in de rijstvelden worden gevangen. Die liggen de hele ochtend te stoven in een mix waarvan we de samenstelling niet hebben kunnen achterhalen, en uiteindelijk ontstaat zo de zwarte brij.




We kregen rauwe peul, een kruising tussen een peultje en een spercieboon, in de hand gestopt. Die moest door de prut gehaald worden waarna de lekkernij kon worden gegeten. De Thai beschouwen het inderdaad als lekkernij, maar wij konden er niet echt enthousiast van worden. Het was bremzout en smaakte naar iets vaags gefermenteerds. Bovendien waren de rijstvelden waar de krabbetjes gevangen waren een paar dagen ervoor nog ruimschoots besproeid met bestrijdingsmiddelen. We hielden het bij een beleefdheidshapje en gingen gauw over op ons ijsje.




300.000 kilo vleeswaren... stuur hierheen, zou ik zeggen. In Nederland vindt men een zakje openknippen om de ham eruit te halen niet lonend. Hier zouden ze staan te juichen omdat ze niet de hele ochtend met gebogen rug door de rijstvelden hoeven te ploeteren op zoek naar krabbetjes. Alleen maar een schaar nodig om je eten te verzamelen. Alle tijd om er een heerlijke omelet van te maken. Of gebakken rijst. Of noedelsoep. De listeria koken ze wel onschadelijk.


Maar ik dwaal af. Het ging over het nieuws. Soms denk je "zal wel" (baard), soms denk je "ziek" (Trump), soms denk je "jammer, maar wel terecht" (Greta) en bijna altijd denk je "waarom lees ik dit allemaal in godsnaam?". En dan, heel af en toe, is er een bericht dat je op een of andere manier meer dan andere berichten raakt. Zoals het nieuws van het overlijden van Ella Vogelaar. Ik ken haar nauwelijks, weet niet wat ze -behalve minister zijn- allemaal gedaan heeft, heb geen idee wat voor iemand het was. Ik zie als ik haar naam hoor alleen het plaatje voor me van het interview door Rutger Castricum. De man die onbeschoftheid tot zijn handelsmerk maakte en zo de vleesgeworden (bruggetje) verloedering van de journalistiek werd. IJzersterk was het, dat Vogelaar ondanks de microfoon onder haar neus en de draaiende camera gewoon geen antwoord gaf op Castricum's gedram. Een voorbeeld voor alle politici, zou je denken, maar nee, kort daarna moest ze aftreden omdat haar eigen partij haar liet vallen, mede vanwege het "zwakke media-optreden". Dat ze zelf nu haar leven beëindigde; ik zie het niet los van die verloedering, maar besef wel dat dat mijn eigen invulling is. Het is niet bepaald beschaafder geworden in de media.




Als we dan van het gewone nieuws niet vrolijker worden, moeten we maar ons eigen nieuws maken (alweer een bruggetje). In de vorige blog daagde ik de lezers uit om uit te vogelen (neenee, geen bruggetje) wat een ห้องน้ำ voor ruimte in huis is. Dat viel nog niet mee. Vier mensen waagden zich aan een inzending. Alle vier hadden ze ห้อง (hong) als kamer en น้ำ (naam) als water weten te vertalen. Vervolgens kozen ze, niet geheel onlogisch, voor "badkamer". Het juiste antwoord is echter "toilet". Een badkamer is een ห้องอาบน้ำ, (hong ab naam) letterlijk een waterkamer met sproeier. Het pleit voor de inzenders dat ze niet stiekem op Google translate gekeken hebben, want dan hadden ze het geweten. Vandaar dat ze hier toch eervol vermeld worden. En dat heeft uiteraard niets te maken met familiebanden met 50% van de inzenders.


Eervolle vermeldingen in volgorde van binnenkomst:

  1. Frans Wuijts
  2. Isabelle Renate la Poutré
  3. Arnoud Monster
  4. Bert la Poutré
    (Bert schreef een uitgebreid betoog dat je hier kunt lezen.)