13 september 2017

Een aanrijding, 1000 apen, een hilux vol glas en een officieel levende echtgenote

Het is feest hier bij ons in Nang Lae en de aanleiding daarvoor is de beste die ik kan bedenken: Mieke leeft! Ik had al een tijdje zo'n donkerbruin vermoeden, of beter gezegd, ik twijfelde er eigenlijk zelfs helemaal niet aan, maar vandaag is dat feit dan toch officieel bevestigd met een stempel en handtekening van de bevoegde autoriteiten. Zo'n bevestiging wordt verlangd door het pensioenfonds, om te voorkomen dat dat nog jarenlang pensioen blijft uitkeren aan personen die niet meer onder ons zijn.

Omdat Thailand een land is met een soms onverwachte logica, was ik toch wel wat gespannen. Okee, we zijn samen het afgelopen weekend naar Hua Hin geweest, we zijn vanmorgen samen opgestaan, hebben samen ontbeten, en zijn samen in de auto gestapt en naar Judith en Pong gereden. Met hen zijn we naar het districtskantoor gereden en met zijn allen naar binnen gelopen. Uiteindelijk zat ik samen met Mieke bij de beambte en Mieke voerde het woord. Maar of dat hier allemaal voldoende is om officieel vast te stellen dat ze in leven is, dat was nog onzeker. Stel dat dat niet het geval was, had ik de afgelopen 11 jaar dan gedroomd?

Het heeft trouwens weinig gescheeld of we hadden die verklaring inderdaad niet gekregen. Op de terugweg van Hua Hin hadden we een bizar aanrijdinkje dat met een beetje pech een fatale klap was geweest. Bij Nakhon Sawan stonden we voor een stoplicht te wachten om een U-turn te maken. (In het Thaise wegennet zijn U-turns veel voorkomende manoeuvres.) Op een gegeven moment sprong het rode licht uit, maar het groene ging niet aan. (Ook dat is geen uitzondering hier.) De twee auto's voor ons twijfelden even maar besloten toen alsnog dat het de bedoeling was dat ze zouden gaan rijden. Terwijl ze optrokken kwam er een politiewagen met loeiende sirene aanrijden en stopte op de strook naast ons. Een agent sprong eruit en gebaarde dat we moesten stoppen. Een fractie later werd onze auto van achteren aangetikt door een flinke vrachtwagen. Terwijl ik ging kijken naar de schade sprong de chauffeur uit zijn vrachtwagen en rende er als een haas vandoor, achtervolgd door politiemensen. Blijkbaar was hij doorgereden bij een controle en probeerde hij aanhouding te voorkomen. Wij waren ongevraagd met onze auto gepromoveerd tot buffer om hem tegen te houden en mogen blij zijn dat hij niet besloten had om ons met zijn paar ton aan vrachtwagen van de weg te schuiven. Nu was de schade slechts een onbeduidend deukje in de achterklep.


Dat de actie sowieso wat onbezonnen was blijkt wel uit de opname van de dashcam. Als de politieauto nog maar net gestopt is dendert er een vrachtwagen aan de linkerkant voorbij die maar net kon uitwijken vervolgens ook een U-turn maakt. Ook de agenten hebben gemazzeld.


Wat andere opnamen van de dashcam wil ik jullie ook niet onthouden. Op de heenweg naar Hua Hin, na Kamphaeng Phet en een kilometer of 10 vóór Nakhon Sawan, rijzen midden in een vlak landschap een paar enorme rotsen op. We hadden het verschijnsel een paar jaar geleden al eens gezien maar besloten nu om het van wat dichterbij te gaan bekijken en fotograferen. De rotsformaties zijn inderdaad spectaculair, maar de grootste verrassing was de enorme kolonie makaken die er rondrende. Het was het ommetje meer dan waard.


Ook typisch Thailand: op een groot kruispunt, waar je drie stroken breed voor het stoplicht kan wachten, zijn de rechter twee stroken geheel in beslag genomen door rijst die er ligt te drogen. Ik dacht eerst dat een auto het wellicht verloren was, maar het lag er zo keurig aangeharkt bij, dat het wel doelbewust gedaan moest zijn. Op de terugweg werd dat laatste bevestigd: er lag nog, of weer rijst en er stonden wat mensen met harken bij.


Hua Hin was zoals verwacht voor ons niet the place to be. Hoewel ik als voormalig inwoner van Den Haag, West-Terschelling en Bergen aan Zee wel iets heb met de kust en de zee, is Hua Hin mij simpelweg te druk. Waar Nederlandse badplaatsen het gebrek aan smaakvolle inrichting in ieder geval nog compenseren met een ruime open blik op de zee, is hier wat een boulevard zou kunnen zijn aan weerskanten volgebouwd. Op enkele plaatsen kun je door een steegje een glimp van de zee zien. Op de plek waar we wat meer zicht hadden hadden we meteen een bedeljunk om ons heen hangen.


Enigzins verrast waren we toen we zagen dat de prijs van een biertje hetzelfde was als in Lampang, maar we stonden snel weer met beide benen op de grond toen de inhoud van het flesje maar half zo veel bleek te zijn. Grappig was dat Primo, de "reus" uit Breda die iedere dag in ons buurdorp op de markt staat, toevallig ook net een weekendje in Hua Hin was. Een gezamenlijk etentje was er in Lampang nog niet van gekomen, maar dat hebben we nu alsnog genoten.


Extra vroeg opstaan op zondagochtend leverde overigens toch nog wat mooie zeeplaatjes op.


We waren overigens naar Hua Hin gereden om daar een grote partij tiffany-/glas-in-loodglas op te halen. We hadden dermate goede contacten met de glaskunstenares, die haar spullen weg deed omdat fysieke problemen het verder werken onmogelijk maakten, dat we de boel graag zelf wilden gaan halen. De volgeladen achterbak van de hilux (het Toyoya-pickupje waar half Thailand in rijdt) hebben we na het avontuur met de vrachtwagen en ook tijdens de tussenstop in Nakhon Sawan niet nader geïnspecteerd. De lading was zorgvuldig ingepakt en afgedekt en voor de toepassing in tiffany en mozaïek zou gebroken glas niet rampzalig zijn. De eventuele verrassing hebben we dus tot het moment van thuiskomen uitgesteld. Daar bleken alle glasplaatjes de reis ongeschonden te hebben doorstaan.

05 september 2017

Geveld

Het zal de oplettende bloglezers niet ontgaan zijn: ik ben een liefhebber van Thais fruit en kan behalve van de smaak ook genieten van het uitvinden hoe allerlei voor mij nieuwe vruchten geopereerd en gegeten moeten worden. In eerdere blogs komen verschillende vruchten aan de orde.

Achter in onze tuin groeide al geruime tijd een grote uitdaging. Of beter gezegd twee grote uitdagingen. Aan een niet eens zo grote struik zaten net boven de grond twee flinke nangka's, ofwel jackfruits. We hadden al wel nangka gekocht, maar dan als kant en klaar bakje schoongemaakt fruit. Zelf oogsten en schoonmaken is natuurlijk andere koek.

Op internet had ik al de nodige informatie verzameld, onder meer over hoe je kunt zien of een nangka rijp is en geoogst kan worden, en hoe je dat oogsten vervolgens doet. Toen ik vorige week ging kijken hoe ze erbij hingen bleek er nog maar eentje over. De andere is ongetwijfeld bij een goede buur beland. Omdat ons huurhuis jarenlang leeg heeft gestaan kan ik me wel voorstellen dat buren die al die tijd fruit uit de tuin konden halen die gewoonte hebben voortgezet. Maar voordat een andere buur op hetzelfde idee zou komen besloot ik toch maar om de enige overgebleven jackfruit te oogsten.


Met een ferme haal van de machete werd de vrucht van de boom gescheiden. Bij de steel droeg ik het gevaarte (8 kilo bleek het te wegen) naar een plek waar hij verder kon rijpen. Natuurlijk had ik er even niet aan gedacht dat een net geoogste nangka een soort latex kan afscheiden. Vergelijkbaar met wat je op je vingers krijgt als je schorseneren schilt (om die reden worden die ook wel keukenmeidenverdriet genoemd), alleen tig keer sterker. Handen wassen heeft een averechts effect: de plakzooi wordt alleen maar erger. Uiteindelijk lukte het om met een droge doek mijn handen weer schoon te wrijven.


Gisteren voldeed de nangka aan alle kenmerken van een rijpe vrucht. Tijd om het eetbare fruit eruit te halen. Het latex-risico was ik deze keer niet vergeten, dus voordat het mes erin ging waren handen en mes ingesmeerd met kokosolie. De vrucht werd in 8 segmenten gesneden en daarna kon het uitpulken beginnen. De eetbare delen zitten ingepakt in vezelige strengen. Daar kan je ze na wat oefening redelijk makkelijk uit halen. Dan moet de pit eruit, met het zakje waar deze in zit. Ook daarin krijg je al doende wat handigheid, hoewel een ervaren nangka-schoonmaker vast met plezier naar mijn geklungel zou hebben gekeken.


De pitten zijn mooi om te zien, met een glanzende buitenkant als een soort fijngeschuurd hout met nerven. Sommige zijn al in de vrucht ontkiemd. Die heeft Mieke inmiddels in de grond gestopt. Er zal wat geduld nodig zijn, maar ooit eten we niet alleen zelf geoogste, maar ook zelf gezaaide nangka. De nog niet ontkiemde pitten heb ik kort geblancheerd en daarna een paar minuten gebakken. Ze smaakten een beetje naar gepofte kastanjes.


Van de totale 8 kilo bleef uiteindelijk 2,6 kilo puur fruit over. Gecorrigeerd voor de stukken die ik al werkende heb opgegeten zal dat zo'n 2,8 kilo geweest zijn. Ruim 2 uur werk, dus schoongemaakt kopen op de markt blijft stukken makkelijker, maar zo zelf schoongemaakt smaakt een vrucht natuurlijk stukken beter.

Nu het mes nog schoon zien te krijgen. De kokosolie beschermde mijn handen prima, maar het mes zit nog vol plakkerige latex.

Naschrift: Ojee, heb ik het de hele tijd over de nangka, blijkt het ding hier ขนุน te heten. Dat spreek je uit als khenoen (met een stomme e achter de kh). Nangka is de naam in Maleisië, de Filipijnen en ... Nederland. In Viëtnam heet de ขนุน mít.

02 september 2017

Hagelslag, listerine en toch nog een biertje

Carin is op bezoek uit Nederland. Dat betekent ook een bezoekje aan de vrijdagavondmarkt in Lampang. Een markt van bescheiden formaat: één straat met allerlei streetfood en wat prullaria. Precies genoeg om het ook aan het eind van de straat nog leuk te vinden. In een eerdere blog heb ik er al wat over geschreven.


Maarja, het is begin september en wat er de laatste dagen telkens gebeurt, gebeurt ook vandaag. Donkere wolken pakken zich samen en halverwege Hang Chat en Lampang barst het los. Met bakken valt het water uit de lucht. In Lampang staan grote delen van de straten blank en het verkeer rijdt langzaam, fonteinen producerend, de stad door. Geen weer voor een wandeling over de markt dus, maar gelukkig is daar altijd nog Sushi Town. Geen grote all-you-can-eat-Japanner, maar een klein Japans eettentje dat we bij toeval een paar weken geleden vonden in een achterafstraatje. 7 baht voor een sushi, daar kan je je nog eens aan te buiten gaan. En Carin is ook wel voor Japans eten te vinden.

Carin en Mieke zijn trouwens ook wel voor een biertje te vinden. Ik protesteer maar niet, want bij een democratische stemming over wie vandaag de bob is maak ik bij voorbaat weinig kans. Helaas, helaas, Sushi Town verkoopt geen bier. Maar dan maken we meteen kennis met een verschijnsel in de Thaise horeca dat in Nederland ondenkbaar zou zijn. Het Sushi Townmeisje verwijst ons naar de buren, een eettentje dat allerlei wafels verkoopt. Carin gaat op verkenning en komt even later terug met slecht en goed nieuws. Het slechte nieuws is dat er ook bij de buren geen bier verkrijgbaar is; het goede nieuws is dat ze wel aantrekkelijke cocktails verkopen en dat ze die maar heeft besteld. Besteld? Ja, besteld. De buurman komt de bestelling even later gewoon afleveren. Daar maken ze hier helemaal geen probleem van. We hadden ook gerust ons eigen biertje mee mogen nemen.

Buurman bezorgt de cocktails

De felgekleurde cocktail van Mieke smaakt een beetje naar listerine, het mondspoelwatertje. Echt goed voor de tanden is het waarschijnlijk niet, want er zit de nodige suiker in en er drijft een bolletje roomijs bovenop. Het water dat ik als bob besteld heb blijkt nog niet zo'n slechte keuze.


Als we uitgegeten zijn is het opgehouden met regenen en doen we toch nog maar even de avondmarkt. Ook dat is mooi aan Thailand in september: na een regenbui is het niet meteen veel te koud geworden, maar gewoon aangenaam gebleven. Het is vrij rustig op de markt, maar iedereen heeft ondanks de regen wel gewoon zijn kraampje opgebouwd. En zie ik dat nou goed? Is dit echt wel Thailand????


Een ijsje met hagelslag, daar zwicht ik als Nederlander natuurlijk meteen voor. Ik bestel de kleinste beker. De beker wordt onder een plastic apparaat gezet dat flink begint te schudden. Als het uitgeschud is zit er een flinke berg substantie in en op de beker. Dan worden er allerlei knijpflessen gepakt en over de substantie gespoten. Die trekt zich nu geheel in de beker terug. Ten slotte mag ik twee bakjes aanwijzen waaruit iets geschept kan worden dat aan de beker wordt toegevoegd. De hagelslag dus. En de rest ziet er dusdanig kunstmatig uit dat ik als tweede maar voor de cornflakes kies. (Pas achteraf bedacht ik dat ik ook twee keer hagelslag had kunnen nemen.)


De eerste hap: de smaak van condensed milk overheerst. De eerder genoemde substantie blijkt schaafijs te zijn. De hagelslag en cornflakes zijn heerlijk. Als die op zijn verdwijnt het bekertje onopvallend in een afvalbak.

Ook het bier gaat nog lukken vandaag. Carin's vader, die bij ons in het dorp woont, is neergestreken in een pub in Lampang en na de marktwandeling schuiven we daar nog even aan. Mieke heeft inmiddels vrijwillig het bobschap op zich genomen. En zo kon iedereen aan het eind van de avond weer blij en tevreden terugkijken.

28 augustus 2017

Bordjeslogica

Veel van onze blogs worden ook geplaatst op Thailandblog en daar leveren ze nog al eens reacties en/of discussies op. Zo staat er onder mijn blog met de titel Plasticsoep een aantal opmerkingen over het plasticgebruik. Thailandbloglezer Theo B (niet Theo van den Berg neem ik aan) vraagt zich in zijn reactie af waarom of er op de foto van de coffeeshopbaas een bordje กรุณารอสักครู่ staat. Gelukkig voegt hij er aan toe dat dat "een ogenblikje geduld aub" betekent, want dat wist ik niet. Zijn vraag brengt me wel op het idee om eens wat over bordjes te schrijven. Wie mij kent denkt dan meteen aan een heel speciaal soort bordjes, maar Das war einmal. 




Evenmin wil ik het hebben over de talloze spelfouten waar vaak erg om gelachen wordt. Daar is genoeg over te vinden, en sinds we begonnen zijn om te proberen het Thais onder de knie te krijgen durven we echt niet meer te lachen om fouten die Thai maken in het Engels. Ons respect voor de Thais die zich in die voor hun onmogelijke taal verstaanbaar weten te maken is alleen maar nog groter geworden dan het al was.

Maar er is dus nog een categorie opvallende bordjes, en daar mogen we best om gniffelen, want de (on)logica van het gebruik heeft niets met taalproblemen te maken. Wat te denken van dit bordje bij een zojuist met vloeibaar beton gerepareerd stukje parkeerplaats bij de supermarkt?




De waarschuwing is overigens geheel in lijn met de omstandigheden. Er is sprake van een natte vloer, hoewel uitglijden nou niet bepaald het grootste risico is. 

Van een andere orde is deze mededeling op een winkeldeur. Wie de clou niet meteen ziet moet nog maar eens een keertje goed kijken. 


Een eettentje in Pai heeft een wel heel merkwaardige waarschuwing bij de deur hangen. Wat opvalt is dat de bijbehorende tekst in het Chinees is. Is het eten er bedorven? Of is het ongeschikt voor Chinese magen? Of wordt Chinese gasten verzocht om eerst de maag te legen alvorens het etablissement te betreden? Mijn Chinees is nog slechter dan mijn Thais, dus ik zou het echt niet weten.


Waar je hier ook helemaal niet van op hoeft te kijken zijn de nieuwjaarswensen die je overal tegen kunt komen. Eigenlijk best heel vriendelijk, want waarom zou je na Driekoningen stoppen met het toewensen van een gelukkig jaar. Er zijn nog zo veel dagen over in de rest van het jaar om gelukkig te zijn. Alleen die kerstwensen, die zijn écht wel flink te laat. Deze foto heb ik in mei gemaakt in Warorot Market in Chiang Mai.


Nu we het toch hebben over bordjes waar je al dan niet van op hoeft te kijken: Thailand heeft weliswaar het imago van vakantieland waar je voor de gemakkelijke seks heen kunt, maar op een paar toeristenplaatsen na zul je niet gauw uitingen van seks of bloot in het openbaar tegenkomen. In TV-series wordt volop op weinig zachtzinnige wijze gevochten, maar de kleren blijven aan. Dan is het toch wel weer opvallend om bij een gewoon doorsnee familierestaurantje een nogal weinig aan de fantasie overlatende wegwijzer naar het herentoilet tegen te komen (geschilderd op een vermoedelijk zelf uitgezaagd asbest plaatje).


Er zijn overigens ook wel de wat meer subtiele aanduidingen, die qua formaat dan soms weer allesbehalve subtiel zijn.


Waarmee dan nog altijd niet de vraag van Theo beantwoord is. Waarom staat er een bordje "even geduld aub" op de bar terwijl de uitbater er gewoon achter staat. Ik denk dat het er gewoon altijd staat. Als er iemand achter de bar staat kijk je als klant toch niet naar dat soort bordjes, en als de baas even weg moet kan hij niet vergeten het neer te zetten. Thaise logica is echt niet zo onlogisch als we soms denken.




24 augustus 2017

Plasticsoep

Thailand staat in de top-10 van grootste plastic-vervuilers. Wie hier geweest is zal dat niet verbazen. Elke aankoop gaat in een plastic zakje, ook al is het het enige wat je koopt en zit het al ingepakt (uiteraard in plastic). We hebben net een taartje weggewerkt, of beter gezegd 2 gebakjes. (Met zijn tweeën, dus maar eentje p.p. (helaas)). Die staan per stuk op een taartpuntvormig plastic onderzettertje. Dan zit er een plastic folie omheen (die je er gelukkig wel makkelijk af kunt halen) en daaroverheen staat dan weer een taartpuntvormig doorzichtig plastic soortement stolp. Je krijgt er plastic lepeltjes bij, die natuurlijk in een folie zitten. Bij de kassa gaat alles dan in een plastic zakje. Zo kom je dus met gemak in de toptien.

Rechts op de foto van de goedlachse uitbater van DP Coffee in Hang Chat
zie je 2 "schitterende foto's" van de taartjes in hun verpakking.

Wij willen op ons bescheiden niveau onze bijdrage leveren aan een lagere notering en zorgen er dus voor dat we een boodschappentas bij ons hebben. Met name op de markt kost het dan toch nog moeite om duidelijk te maken dat de groente echt niet eerst een plastic zakje hoeft. En bij de supermarktkassa moeten we regelmatig duidelijk maken dat er in een halfvolle boodschappentas nog een heleboel bij kan, want als er 4 dingen in onze tas zitten wil het kassameisje er al een plastic zakje bij pakken.

Gemak dient de mens, dus met enige regelmaat eten we buiten de deur of halen we wat te eten bij een van de talloze restaurantjes of streetfoodkraampjes langs de weg. Dat is hier vaak zelfs goedkoper dan wanneer je zelf gaat koken. Een afhaalmaatlijd gaat hier, je voelt hem al aankomen, in plastic zakjes, die vervolgens bij elkaar in een plastic zakje gaan. Om ook daar wat bij te kunnen dragen aan vermindering van de plasticsoep hebben we een handig pannensetje aangeschaft. 



De afhaalthai van vandaag had de bedoeling van de pannetjes niet helemaal begrepen. Maar we blijven het van de zonnige kant bekijken: het scheelde wel afwas.

19 augustus 2017

Happie hakkuh

De lamyaiboom hangt nog altijd aantrekkelijk vol met vruchten. Alleen, we kunnen er niet bij. Alles wat binnen het bereik van mijn, voor Thaise begrippen toch niet geringe lengte hangt is er af. En alles waar ik bij kan als ik op de auto ga staan ook. Maar daarboven roepen de lamyai ons toe: "pluk ons, pel ons, eet ons, geniet van ons."

Op zo'n moment weet je als man in de tropen wat je te doen staat: je pakt je machete en trekt ten strijde. Eerst op zoek naar een lange, niet al te dikke bamboe. Die wordt na een eerste mislukte poging ("Nooit loodrecht op de bamboe slaan!" "O ja, da's waar ook.") genadeloos met een paar slagen geveld. Dan, een paar meter bamboe achter me aanslepend waar ik al lopend achteloos de uitsteeksels af hak, terug naar de tuin. Is het normaal gesproken een komen en gaan van dorpelingen hier, nu komt er natuurlijk niemand voorbij die kan rondvertellen hoe soepel die falang zijn machete hanteerde.

Nu moet het topje eraf zodat het gebogen snoeimes, zoëentje als waar Panoramix in de Asterixverhalen mee rondliep, er goed omheen past. Dat doe ik dan toch maar met een ouderwetse handzaag; dat mag tenminste gewoon loodrecht. Klein spijkertje om de boel te borgen en de lamyai kunnen hun borst alvast gaan natmaken.


Daar sta ik dan onder de boom, en zie alle heerlijkheden boven mijn hoofd hangen. Alleen is in het dikke bladerdek op geen enkele manier te ontwaren hoe de takken waar de vruchten aan hangen precies lopen. Het is gewoon één groene massa. Op goed geluk steek ik het snoeimes tussen de takken en na een beetje draaien met de bamboe haakt het uiteindelijk ergens achter. Een paar forse rukken, maar er gebeurt niks. Dat laat ik niet op me zitten, zeker niet nu ik zie dat Mieke de camera gepakt heeft. Getergd gooi ik al mijn energie in een ultieme ruk, en jawel hoor. Daar is hij.


Een flinke tak, met maar liefst één vrucht eraan. Trots kan ik mijn lief mijn eerste hooggeoogste lamyai presenteren. Dat moet wel de lekkerste zijn die ze ooit gegeten heeft.

11 augustus 2017

Kan het nóg lekkerder?

Het is al weer een tijdje geleden dat ik allerlei fruitsoorten die tot dan toe onbekend voor ons waren beschreef in mijn blog. Hoewel het daarbij bijna zonder uitzondering om echte heerlijkheden ging, bleef de eerste plaats in de lekkerstefruittoptien toch onbetwist gereserveerd voor de rijpe zoete mango. Doordat die ook in Nederland verkrijgbaar is klinkt hij wat minder exotisch, maar hij is het natuurlijk wel. En de smaak van de "Nederlandse" mango's is nog al eens teleurstellend, dit in tegenstelling tot de Thaise.

Kan het nóg lekkerder dan een mango, begonnen we ons af te vragen. Sinds gisteren is mijn antwoord: ja, dat kan! De buurman kwam gisteren met een wat onooglijk uitziende vrucht aanlopen. Bij een poging de schil eraf te halen viel het ding helemaal uit elkaar. Het binnenwerk ziet er een beetje onsmakelijk uit; het vruchtvlees is heel zacht, wit en er zit een flinke lading harde, gladde pitten in. Maar de smaak.... wauw.

Hele noina en een uitelkaargevallen vrucht

Het blijkt een น้อยหน่า (noina) te zijn en de vrucht schijnt in Nederland wel te koop te zijn, maar ongetwijfeld niet bij de Plus in Vierlingsbeek. Het is een vrucht die narijpt, net als de mango, en dat betekent dat hij voor de export onrijp geplukt wordt, in de hoop dat ie net op smaak is als hij in de westerse winkel ligt. Net als bij de mango zal dat vast niet altijd lukken.

De westerse namen voor de vrucht verklappen al wat voor smaak je mag verwachten. Suikerappel is de gangbare Nederlandse naam, maar hij wordt ook wel kaneelappel of zoetzak genoemd. (Schubappel is ook een bijnaam, maar die zegt alleen iets over het uiterlijk en klinkt niet zo smaakvol.) De Engelse naam is misschien nog wel treffender: custard apple. Het bijna vloeibare vruchtvlees heeft inderdaad veel weg van vla. (Voor de Bra- en Limbo's onder de lezers: ik bedoel niet die overheerlijke van Christine de Echte Bakker uit Neer, maar het zuiveltoetje.) En er lijkt inderdaad een vleugje kaneel in te zitten. Nou, dan hoeft er voor mij niet veel meer te gebeuren om op nummer 1 te komen.

Keurig opengesneden ziet het er al wat aantrekkelijker uit.

We kregen wat later nog twee noina's van de buren. Die heb ik vanmorgen wat voorzichtiger opengesneden om de binnenkant goed te kunnen bekijken. Daarna konden ze ook grotendeels ontpit worden en mochten we nog een keer van de น้อยหน่า, Het Hemelse Gerecht genieten.