28 augustus 2017

Bordjeslogica

Veel van onze blogs worden ook geplaatst op Thailandblog en daar leveren ze nog al eens reacties en/of discussies op. Zo staat er onder mijn blog met de titel Plasticsoep een aantal opmerkingen over het plasticgebruik. Thailandbloglezer Theo B (niet Theo van den Berg neem ik aan) vraagt zich in zijn reactie af waarom of er op de foto van de coffeeshopbaas een bordje กรุณารอสักครู่ staat. Gelukkig voegt hij er aan toe dat dat "een ogenblikje geduld aub" betekent, want dat wist ik niet. Zijn vraag brengt me wel op het idee om eens wat over bordjes te schrijven. Wie mij kent denkt dan meteen aan een heel speciaal soort bordjes, maar Das war einmal. 




Evenmin wil ik het hebben over de talloze spelfouten waar vaak erg om gelachen wordt. Daar is genoeg over te vinden, en sinds we begonnen zijn om te proberen het Thais onder de knie te krijgen durven we echt niet meer te lachen om fouten die Thai maken in het Engels. Ons respect voor de Thais die zich in die voor hun onmogelijke taal verstaanbaar weten te maken is alleen maar nog groter geworden dan het al was.

Maar er is dus nog een categorie opvallende bordjes, en daar mogen we best om gniffelen, want de (on)logica van het gebruik heeft niets met taalproblemen te maken. Wat te denken van dit bordje bij een zojuist met vloeibaar beton gerepareerd stukje parkeerplaats bij de supermarkt?




De waarschuwing is overigens geheel in lijn met de omstandigheden. Er is sprake van een natte vloer, hoewel uitglijden nou niet bepaald het grootste risico is. 

Van een andere orde is deze mededeling op een winkeldeur. Wie de clou niet meteen ziet moet nog maar eens een keertje goed kijken. 


Een eettentje in Pai heeft een wel heel merkwaardige waarschuwing bij de deur hangen. Wat opvalt is dat de bijbehorende tekst in het Chinees is. Is het eten er bedorven? Of is het ongeschikt voor Chinese magen? Of wordt Chinese gasten verzocht om eerst de maag te legen alvorens het etablissement te betreden? Mijn Chinees is nog slechter dan mijn Thais, dus ik zou het echt niet weten.


Waar je hier ook helemaal niet van op hoeft te kijken zijn de nieuwjaarswensen die je overal tegen kunt komen. Eigenlijk best heel vriendelijk, want waarom zou je na Driekoningen stoppen met het toewensen van een gelukkig jaar. Er zijn nog zo veel dagen over in de rest van het jaar om gelukkig te zijn. Alleen die kerstwensen, die zijn écht wel flink te laat. Deze foto heb ik in mei gemaakt in Warorot Market in Chiang Mai.


Nu we het toch hebben over bordjes waar je al dan niet van op hoeft te kijken: Thailand heeft weliswaar het imago van vakantieland waar je voor de gemakkelijke seks heen kunt, maar op een paar toeristenplaatsen na zul je niet gauw uitingen van seks of bloot in het openbaar tegenkomen. In TV-series wordt volop op weinig zachtzinnige wijze gevochten, maar de kleren blijven aan. Dan is het toch wel weer opvallend om bij een gewoon doorsnee familierestaurantje een nogal weinig aan de fantasie overlatende wegwijzer naar het herentoilet tegen te komen (geschilderd op een vermoedelijk zelf uitgezaagd asbest plaatje).


Er zijn overigens ook wel de wat meer subtiele aanduidingen, die qua formaat dan soms weer allesbehalve subtiel zijn.


Waarmee dan nog altijd niet de vraag van Theo beantwoord is. Waarom staat er een bordje "even geduld aub" op de bar terwijl de uitbater er gewoon achter staat. Ik denk dat het er gewoon altijd staat. Als er iemand achter de bar staat kijk je als klant toch niet naar dat soort bordjes, en als de baas even weg moet kan hij niet vergeten het neer te zetten. Thaise logica is echt niet zo onlogisch als we soms denken.




24 augustus 2017

Plasticsoep

Thailand staat in de top-10 van grootste plastic-vervuilers. Wie hier geweest is zal dat niet verbazen. Elke aankoop gaat in een plastic zakje, ook al is het het enige wat je koopt en zit het al ingepakt (uiteraard in plastic). We hebben net een taartje weggewerkt, of beter gezegd 2 gebakjes. (Met zijn tweeën, dus maar eentje p.p. (helaas)). Die staan per stuk op een taartpuntvormig plastic onderzettertje. Dan zit er een plastic folie omheen (die je er gelukkig wel makkelijk af kunt halen) en daaroverheen staat dan weer een taartpuntvormig doorzichtig plastic soortement stolp. Je krijgt er plastic lepeltjes bij, die natuurlijk in een folie zitten. Bij de kassa gaat alles dan in een plastic zakje. Zo kom je dus met gemak in de toptien.

Rechts op de foto van de goedlachse uitbater van DP Coffee in Hang Chat
zie je 2 "schitterende foto's" van de taartjes in hun verpakking.

Wij willen op ons bescheiden niveau onze bijdrage leveren aan een lagere notering en zorgen er dus voor dat we een boodschappentas bij ons hebben. Met name op de markt kost het dan toch nog moeite om duidelijk te maken dat de groente echt niet eerst een plastic zakje hoeft. En bij de supermarktkassa moeten we regelmatig duidelijk maken dat er in een halfvolle boodschappentas nog een heleboel bij kan, want als er 4 dingen in onze tas zitten wil het kassameisje er al een plastic zakje bij pakken.

Gemak dient de mens, dus met enige regelmaat eten we buiten de deur of halen we wat te eten bij een van de talloze restaurantjes of streetfoodkraampjes langs de weg. Dat is hier vaak zelfs goedkoper dan wanneer je zelf gaat koken. Een afhaalmaatlijd gaat hier, je voelt hem al aankomen, in plastic zakjes, die vervolgens bij elkaar in een plastic zakje gaan. Om ook daar wat bij te kunnen dragen aan vermindering van de plasticsoep hebben we een handig pannensetje aangeschaft. 



De afhaalthai van vandaag had de bedoeling van de pannetjes niet helemaal begrepen. Maar we blijven het van de zonnige kant bekijken: het scheelde wel afwas.

19 augustus 2017

Happie hakkuh

De lamyaiboom hangt nog altijd aantrekkelijk vol met vruchten. Alleen, we kunnen er niet bij. Alles wat binnen het bereik van mijn, voor Thaise begrippen toch niet geringe lengte hangt is er af. En alles waar ik bij kan als ik op de auto ga staan ook. Maar daarboven roepen de lamyai ons toe: "pluk ons, pel ons, eet ons, geniet van ons."

Op zo'n moment weet je als man in de tropen wat je te doen staat: je pakt je machete en trekt ten strijde. Eerst op zoek naar een lange, niet al te dikke bamboe. Die wordt na een eerste mislukte poging ("Nooit loodrecht op de bamboe slaan!" "O ja, da's waar ook.") genadeloos met een paar slagen geveld. Dan, een paar meter bamboe achter me aanslepend waar ik al lopend achteloos de uitsteeksels af hak, terug naar de tuin. Is het normaal gesproken een komen en gaan van dorpelingen hier, nu komt er natuurlijk niemand voorbij die kan rondvertellen hoe soepel die falang zijn machete hanteerde.

Nu moet het topje eraf zodat het gebogen snoeimes, zoëentje als waar Panoramix in de Asterixverhalen mee rondliep, er goed omheen past. Dat doe ik dan toch maar met een ouderwetse handzaag; dat mag tenminste gewoon loodrecht. Klein spijkertje om de boel te borgen en de lamyai kunnen hun borst alvast gaan natmaken.


Daar sta ik dan onder de boom, en zie alle heerlijkheden boven mijn hoofd hangen. Alleen is in het dikke bladerdek op geen enkele manier te ontwaren hoe de takken waar de vruchten aan hangen precies lopen. Het is gewoon één groene massa. Op goed geluk steek ik het snoeimes tussen de takken en na een beetje draaien met de bamboe haakt het uiteindelijk ergens achter. Een paar forse rukken, maar er gebeurt niks. Dat laat ik niet op me zitten, zeker niet nu ik zie dat Mieke de camera gepakt heeft. Getergd gooi ik al mijn energie in een ultieme ruk, en jawel hoor. Daar is hij.


Een flinke tak, met maar liefst één vrucht eraan. Trots kan ik mijn lief mijn eerste hooggeoogste lamyai presenteren. Dat moet wel de lekkerste zijn die ze ooit gegeten heeft.

11 augustus 2017

Kan het nóg lekkerder?

Het is al weer een tijdje geleden dat ik allerlei fruitsoorten die tot dan toe onbekend voor ons waren beschreef in mijn blog. Hoewel het daarbij bijna zonder uitzondering om echte heerlijkheden ging, bleef de eerste plaats in de lekkerstefruittoptien toch onbetwist gereserveerd voor de rijpe zoete mango. Doordat die ook in Nederland verkrijgbaar is klinkt hij wat minder exotisch, maar hij is het natuurlijk wel. En de smaak van de "Nederlandse" mango's is nog al eens teleurstellend, dit in tegenstelling tot de Thaise.

Kan het nóg lekkerder dan een mango, begonnen we ons af te vragen. Sinds gisteren is mijn antwoord: ja, dat kan! De buurman kwam gisteren met een wat onooglijk uitziende vrucht aanlopen. Bij een poging de schil eraf te halen viel het ding helemaal uit elkaar. Het binnenwerk ziet er een beetje onsmakelijk uit; het vruchtvlees is heel zacht, wit en er zit een flinke lading harde, gladde pitten in. Maar de smaak.... wauw.

Hele noina en een uitelkaargevallen vrucht

Het blijkt een น้อยหน่า (noina) te zijn en de vrucht schijnt in Nederland wel te koop te zijn, maar ongetwijfeld niet bij de Plus in Vierlingsbeek. Het is een vrucht die narijpt, net als de mango, en dat betekent dat hij voor de export onrijp geplukt wordt, in de hoop dat ie net op smaak is als hij in de westerse winkel ligt. Net als bij de mango zal dat vast niet altijd lukken.

De westerse namen voor de vrucht verklappen al wat voor smaak je mag verwachten. Suikerappel is de gangbare Nederlandse naam, maar hij wordt ook wel kaneelappel of zoetzak genoemd. (Schubappel is ook een bijnaam, maar die zegt alleen iets over het uiterlijk en klinkt niet zo smaakvol.) De Engelse naam is misschien nog wel treffender: custard apple. Het bijna vloeibare vruchtvlees heeft inderdaad veel weg van vla. (Voor de Bra- en Limbo's onder de lezers: ik bedoel niet die overheerlijke van Christine de Echte Bakker uit Neer, maar het zuiveltoetje.) En er lijkt inderdaad een vleugje kaneel in te zitten. Nou, dan hoeft er voor mij niet veel meer te gebeuren om op nummer 1 te komen.

Keurig opengesneden ziet het er al wat aantrekkelijker uit.

We kregen wat later nog twee noina's van de buren. Die heb ik vanmorgen wat voorzichtiger opengesneden om de binnenkant goed te kunnen bekijken. Daarna konden ze ook grotendeels ontpit worden en mochten we nog een keer van de น้อยหน่า, Het Hemelse Gerecht genieten.

04 augustus 2017

Voeten wassen...we moeten naar de tandarts!

Het is een van de minst aantrekkelijke tijdverdrijven die er bestaan, maar ook in Thailand ontkomen we er niet aan: tandartsbezoek. Tandsteen en -plak groeien ook hier vrolijk aan, en omdat er bijna geen gerechten zijn waar geen suiker in zit, wordt ook de glazuurlaag in je mond constant aangevallen. We waren kort voor vertrek, in januari, nog een keer bij onze Nederlandse tandarts geweest en nu we een half jaar verder zijn mogen we voor het eerst in Lampang de binnenboel laten inspecteren. Van vrienden hebben we de naam van een goed Engels sprekende én goed werkende tandarts gehad, en we konden daar al snel terecht.

Gelukkig waren we voor het maken van de afspraak naar de praktijk gegaan. Een telefoongesprek met een Thai gaat ons nou eenmaal (nog?) niet zo goed af. Daardoor hadden we gezien dat de gewoonte om je schoenen uit te trekken voordat je naar binnen gaat ook bij deze tandartspraktijk gebruikelijk was. Best handig om te weten, want als je in zo'n tandartsstoel achteroverzwiept komen je voeten wel heel erg in beeld. Hoewel we ze altijd al wel goed onderhouden is een beetje extra aandacht niet verkeerd. Vandaar dat we voor het tandartsbezoek niet alleen de tanden goed poetsen, maar ook de voeten nog eens extra wassen.



Opvallend is dat de meeste bezoekers hun slippers gewoon pal voor de voordeur uitdoen en daar laten staan. Ik zet mijn schuiten met de voor Thailand onvoorstelbare afmetingen van maat 45 netjes aan de kant, want ik zie in mijn verbeelding al de ene na de andere bezoeker struikelen en door de glazen voordeur vliegen.

De wachtkamer staat vol met relax-meubelen. Een luie sofa, twee comfortabele bioscoopstoelen, en zelfs een paar massagestoelen met keuze uit bekkencorrectie, taille-draaier, heup-model en bekken-lifter. Ik heb alle vier de standen even kort geprobeerd, maar merkte weinig verschil. Van taille-draaier en bekken-lifter heb ik overigens niet durven afwachten of er nog meer ging gebeuren. Ik vond beide nogal ingrijpend klinken.



Dan zijn er natuurlijk de onvermijdelijke tv's. In een gebouw waar mensen komen staat op zijn minst één tv. Bij deze tandarts zijn het er twee. Op de ene is een spelshow, op de andere een soap. Op openbare tv's zie je eigenlijk altijd een spelshow, een soap, of een vechtfilm. Ook bij de bank of in de wachtruimte van het ziekenhuis kan je vrolijk kijken naar hoe men elkaar onder luid geschreeuw tot gort mept (waarna het slachtoffer overigens altijd weer weet op te staan om opnieuw de aanval in te zetten).

Voor de kleintjes ligt er een enorme knuffel-kakkerlak. Ook de ouderen houden het dier liefkozend tegen zich aan. Het lot van een levend exemplaar, dat even later onder de bank vandaan komt kruipen, is minder warm. De toegesnelde assistente veegt het op en voert het met onbekende bestemming af.

De behandelkamer zelf doet weinig onder voor die van onze Nederlandse tandarts. We bekijken samen de gebitsfoto's die we meegenomen hebben op een usb-stick en dan mogen ons we een voor een  in de mond laten kijken. Zoals altijd heb ik weer wat tandsteen dat verwijderd moet worden, en dat gaat allemaal zeer zorgvuldig. Geen spatje bloed. Hier wint de Thaise tandarts het van de Nederlandse.

In plaats van een doekje op de borst, om spatvlekken te vermijden, krijgen we hier een doekje met een gat erin over ons gezicht. Meekijken zit er niet in dus. De tandarts vertelt wel wat ze doet en stelt ook vragen. Maar horen wat ze zegt en antwoorden valt niet mee, met zo'n tandsteenverwijderapparaat en een waterstofzuigerslangetje in je mond. De klanken die ik niettemin weet uit te slaan worden gelukkig als antwoord geaccepteerd.



Nog even spoelen, dan de voortanden polijsten en met een schoon gebit verlaat ik de praktijk. Het is inmiddels flink gaan regenen. Onze keurig uit de loop gezette schoenen zijn nat geworden, terwijl de pal voor de deur geparkeerde slippertjes allemaal droog zijn gebleven. De assistente komt nog wel even een paraplu boven ons hoofd houden, zodat we enigszins droog onze schoenen aan kunnen trekken. Daarna moeten we alsnog de regen in. Maar die is hier gelukkig warm.


24 juli 2017

Triootje

Soms is er van alles te vertellen, maar we willen je ook niet iedere dag met een nieuwe blog lastigvallen. Daarom stoppen we vandaag maar eens drie korte stukjes in één blog.

Hoera! Warm water!


Toen we op 1 februari het huisje op de berg bij Chiang Dao betrokken was de geyser tussen kraan en douchekop eruit gehaald. "Tuesday warm water" zei Buaban. Maar toen we twee maanden later naar Lampang vertrokken was er nog altijd geen warme douche mogelijk.

In ons huidige huurhuis is zo'n beetje alles kapot (klik hier voor een impressie). En onder "zo'n beetje" valt ook het warmwaterapparaatje. Dat was ingebouwd in het kastje onder de wastafel, maar de lokale fauna heeft zich tegoed aan gedaan aan diverse onderdelen en leidingen. De koudwateraanvoer is gelukkig nog intakt.

Echt koud douchen hoefden we overigens niet. De waterleidingen lopen over, of hooguit een paar centimeter onder de grond. Als de zon er een uurtje op geschenen heeft is de watertemperatuur al aangenaam. En op een echt zonnige dag is douchen tussen 3 en 6 niet mogelijk omdat het koudwater veel te heet is.

Momenteel is het overdag vaak bewolkt. En douchen doen we graag meteen na het opstaan en/of voordat we gaan slapen. Dus hebben we maar vast een warmwaterapparaatje gekocht dat we straks mee kunnen nemen naar ons nieuwe huis. Omdat we niet willen boren en de muren van het huis (we zijn bang dat de tegels dan van de muur komen) hangt het apparaat nu aan een constructie die met de fitness-halters van de eigenaar op zijn plaats gehouden wordt. Zo kan ik nu dus zonder te liegen zeggen dat ik met de halters heb gewerkt.



De originele voedingskabel in het opgevreten wastafelkastje durf ik niet aan te raken. Vandaar dat ik maar een stekker aan het apparaat heb gezet. Een เนื้อไม้ เชือก* constructie dus. Maar het werkt wel. En straks makkelijk mee te nemen.



*houtje-touwtje

Stuklichten


De stoplichten in Hang Chat zijn stuk. Hang Chat is het hoofddorp van onze amphur, zeg maar onze gemeente. Er is één kruising met stoplichten en toen we hier kwamen wonen deden ze het nog gedeeltelijk. Aan een kant deed alleen groen het. Aan een andere kant alleen rood van het achterste licht (in Thailand heb je meestal een stoplicht vóór de kruising maar ook een erachter; handig als je liever twee meter voorbij de stopstreep wacht), maar dat was niet goed zichtbaar vanwege de bundel elektriciteitskabels die er voor hing. Aan weer een andere kant deed alleen de timer het nog maar. (Veel stoplichten hebben een timer waarop je ziet hoelang het duurt voordat het licht op groen of op oranje springt. Gek genoeg werkt dat heel goed. Op de meeste kruisingen krijgen de 4 toevoerwegen hier één voor één groen en wachttijden tot meer dan 2 minuten zijn geen uitzondering. Normaal zou je ongeduldig worden, maar dankzij die timer weet je waar je aan toe bent en zit je je dus niet te ergeren omdat het nóg niet groen is.)
Maar goed, met alleen nog een timer kom je ook een heel eind. Als het kruisende verkeer rijdt op het moment dat je aan komt rijden, wacht je gewoon tot de timer op 0 springt en dan is het groen. Het is even wennen, maar we zijn de kruising altijd zonder problemen overgekomen.

Sinds een paar weken zijn de stoplichten echt helemaal uit. Er blijkt geen geld te zijn om ze te repareren. Potjes voor dat soort onverwachte uitgaven zijn hier niet vanzelfsprekend en als er al een potje is kan dat best toevallig net voor iets anders zijn aangewend dat ook belangrijk of leuk was. Gek genoeg stroomt het verkeer op de kruising in Hang Chat nu veel vlotter door. Met de half werkende stoplichten stonden we meestal wel een tijdje te wachten. Nu bekijken we gewoon zelf of we erdoor kunnen en in de praktijk is dat vrijwel altijd meteen. Wat ons betreft mag reparatie nog wel even uitgesteld worden.

Gemeten


Het landje waar we gaan bouwen is nu officiëel gemeten. Je hebt hier verschillende soorten eigendomsbewijzen waarvan de chanote de belangrijkste is. Is er van een stuk land geen chanote, dan weet je nooit helemaal zeker of er niet nog een eigenaar, of een andere eigenaar komt opdagen, met het gevolg dat je wellicht met lege handen staat.

Van "ons" landje hadden we de chanote al gezien, dus wat het eigendom betreft zat dat wel goed. Er stond echter een groene stempel op. Dat wil zeggen dat de afmetingen bij benadering zijn. Wil je echt alles goed hebben vastgelegd, dan heb je een rode stempel nodig. Wij wilden dat, dus kwam afgelopen vrijdag een ploeg van het land office voor een officiële meting.

Vier man, of beter gezegd, 3 man en 1 vrouw sterk, trok de ploeg gewapend met papieren en prikstokken het veld in. Verder waren ook de buren aanwezig, de eigenaresse van de grond en haar man, Pong, en natuurlijk Mieke en ik. Van onder de boom volgden 7 toeschouwers het gebeuren. 18 personen in totaal dus, waarvan er 16 toekeken hoe er 2 ogenschijnlijk willekeurig in de grond stonden te prikken.



Vrij snel was er toch iets gevonden: een betonnen grenspaaltje dat in de loop van de tijd een stukje onder de grond was verdwenen. Met het meetlint erbij werden nu ook de overige paaltjes gelocaliseerd. Alle onderlinge afstanden en hoeken werden vastgelegd en voor akkoord getekend door de baas van de werkploeg, de eigenaresse en de buren.

Één buur was er niet bij. Die moet later nog tekenen. Dan wordt in de krant aangekondigd dat er een rode chanote uitgegeven gaat worden voor de grond en kunnen eventuele vermeende belanghebbenden nog bezwaar maken. Als alles goed gaat hebben we dan over twee maanden de chanote met de rode stempel en kan de grond worden overgeschreven op de nieuwe eigenaresse. Tegen die tijd zal de meeste regen ook wel gevallen zijn en kunnen we hopelijk met bouwen beginnen.

Dodelijk gevaar

Het lijkt een gewoon ochtenwandelingetje met Tibbe te worden. Nouja, niet helemaal gewoon, want we staan op het punt naar Chiang Mai te vertrekken, daarom ben ik alleen en wat later dan normaal. Plotseling zie ik hem, midden op de weg. Een slang.



Nieuwsgierigheid en lijfsbehoud vechten om gehoor. Moet ik weglopen? Rustig aan natuurlijk, om het beest niet in de stress te laten schieten. Of misschien juist zo hard mogelijk? Of moet ik hem juist eens proberen wat beter te bekijken? Ik mag dan van oorsprong een Hagenese stadjongen wezen, maar na 25 kantoorjaren zit ik al een aantal maanden niet meer alle dagen de nodige uren te verweken achter mijn computer. Kom op zeg, zis is thailand men, we zijn niet voor niets in de natuur geen wonen. De oermens in mij staat op. Ik wijk niet.



Ik nader het beest voorzichtig. Zak door mijn knieën en kijk hem recht in de ogen. Vroeger keek ik veel naar The Dog Whisperer dus ik weet dat je vooral moet laten zien dat je de baas bent. Uit de survivalgids die ik van Broer Bert had gekregen weet ik dat een slang banger voor jou is dan jij voor hem. Blijkbaar stel ik mij op de juiste manier op. Een natuurtalent? Vlak 8 jaar Maashees niet uit als het gaat om het terug-naar-de-natuurgevoel. Mijn superieure blik lijkt het dier te verlammen.

Natuurlijk wil ik Mieke deelgenoot maken van mijn vondst. Is het overmoed, of schat ik de situatie gewoon goed in? Ik weet niet wat voor slang het is, maar ik weet wel dat sommige slangen ook via de huid gifstoffen afscheiden. Ik scheur daarom een groot blad van een struik en grijp daarmee het beest in een snelle beweging achter de kop. Terwijl ik de tuin inloop roep ik Mieke dat ze snel moet komen kijken. Dat doet ze. Trots laat ik mijn verovering zien en ik geniet van het ontzag waarmee mijn Jane haar Tarzan aankijkt.



Natuurlijk hebben we geprobeerd uit te vinden wat voor slang het is. We komen uit op de dodelijk giftige Malaysian Krait, maar als dat klopt is het waarschijnlijk een jonkie, want die kraits kunnen ruim anderhalve meter lang worden en deze was maar zo'n 40 centimeter.

Hij was overigens al dood toen hij daar op de weg lag. Vermoedelijk door een brommer overreden. De mieren zijn inmiddels met het opruimen begonnen.