10 maart 2015

Een handkus in Kamphaeng Phet

Wie op zoek gaat naar de rijke Thaise historie belandt al gauw in de oude hoofdsteden Ayutthaya en Sukothai. Nadat we vorig jaar voor het eerst een deel van de vakantie een auto hadden gehuurd en dat ons uitstekend was bevallen, hebben we deze vakantie de auto al in Bangkok op het vliegveld gereserveerd. Vanwege een afspraak moeten we op dag 3 in Lampang zijn en hebben we dus tijd voor twee tussentijdse overnachtingen. Ayutthaya ligt te dicht bij Bangkok, Sukothai hebben we in 2009 al bezocht, dus zoeken we een alternatief en lopen aan tegen Kamphaeng Phet. Deze stad ligt zo'n 80 kilometer zuidwestelijk van Sukothai en heeft volgens de informatie die we konden vinden een minstens zo rijke historie. Qua afstand is het bovendien mooi halverwege.

Aan hotels en guesthouses is de keuze beperkter dan in Sukothai. Een echt heel goedkope plek vinden we niet, maar uiteindelijk strijken we neer in het P.Paradise-hotel à raison van 1000 Bath per nacht. Daarvoor hebben we dan wel een zeer ruime kamer, die bovendien overdadig gedecoreerd is. Papegaaien als deurknoppen, kikkers met parasolletjes in hun hand op de kast, een heuse vitrinekast met poppetjes erin, en de handdoeken kunstig gevouwen als olifantjes.
De tuin is al niet anders. Overal poppetjes die nog het meest doen denken aan een Thaise variant van Die Mainzelmänchen. Stenen schaapjes en zelfs een molen. Hier is een liefhebber aan het werk geweest, zo veel is duidelijk.


Kamphaeng Phet is een aanrader. Net als beide andere steden heeft het een uitgebreid historisch tempelcomplex. Het is echter veel verder vervallen dan de beide andere. Gevoegd bij het gegeven dat de tempelruïnes hier verspreid liggen in een bosgebied, maakt dat het geheel juist heel bijzonder. De afstand die je af moet leggen om alles te zien is wel aanzienlijk, maar je kunt je laten rondrijden of, zoals wij luie toeristen, je eigen vervoer bij je hebben. Op de zaterdag dat wij er waren was het heerlijk stil en hadden we alle rust en ruimte om op ons gemak overal te kijken en fotograferen.

Voor farang is de stad overigens om meer redenen dan de historische plaatsen een belevenis. Je bekijkt hier niet alleen de bezienswaardigheden, je bent er zelf ook een. Kamphaeng Phet blijkt zo niet-toeristisch dat je als lange witte man constant wordt aangesproken, toegelachen en soms heimelijk, maar vaker nog openlijk als achtergrond voor een selfie wordt gebruikt. Ik schat dat ik inmiddels toch wel op enkele tientallen Thaise facebookpagina's figureer.

Naast de schuchtere Thai die van een afstandje hun plaatjes schieten, zijn er ook enkele durfals die ons vragen of ze met ons op de foto mogen. Omdat wij zelf ook regelmatig mensen fotograferen, kunnen we dat natuurlijk niet weigeren. Zo staan we dus inmiddels ook in menig Thais familie-album, in innige omarming met de eigenaar van dat album.
Hoogtepunt van dit alles deed zich voor in een gewone straat waar we gewoon op zoek waren naar een eettentje. “Where you from”, riep hij. “Holland” riep ik terug. Hij kwam op me af en terwijl hij “I luv Holland” zei greep hij mijn hand en drukte er een smakkende handkus op. “Wow, khopkhunkrap,” reageerde ik aangenaam verrast. Hoewel er veel -in mijn ogen- aantrekkelijker personen rondliepen om een spontane handkus van te krijgen, gebeurt me dat toch niet bepaald dagelijks, dus ik beschouwde het maar als een compliment.

Op de ochtend van vertrek kwam breed lachend een ietwat gezette Thai op de veranda voor onze kamer aflopen. “Hello, nice to meet you, sorry I did not welcome you before but I was away some days. I'm the owner, where you from. Ahhhh Holland, I've been there 4 months, Rotterdam, I love your reclaimed land, I love the system that you can bring empty bottles back and get paid for it, do you like my hotel? I did a course in Rotterdam, landscape design, I got a diploma.” Jaja, dit hotel is ingericht door een professional. Goed dat het er bij verteld werd.