10 maart 2015

Op tijd in Ta Ko

“Dinner!” Het is net half zeven geweest en we zouden om 7 uur gaan eten, maar we hebben zo'n idee dat de mevrouw van het Rainbow Hill Hotel in Ban Ta Ko geen tegenspraak duldt. Ta Ko is een gehucht in de buurt van Phanom Rung, een Khmer-tempel die in één adem genoemd wordt met Ankhor Wat. Dat ligt hier niet zo ver vandaan, dus vreemd is dat niet, maar of het die vergelijking kan doorstaan zullen we morgen moeten vaststellen, als we de ruïnes gaan bezoeken. Of beter gezegd, zal Mieke dat moeten vaststellen, want Ankhor ken ik zelf alleen van de plaatjes.



Vanochtend zijn we uit Phimai vertrokken, nadat we daar gisterenavond nog onverwacht getrakteerd werden op een licht- en dansshow in het tempelcomplex. Hoewel we geen goede studenten zijn en ons voornemen om dagelijks met de Thaise taal bezig te zijn niet nakomen, hebben we inmiddels toch wel een minieme basis, die het ons mogelijk maakte de banner die we 's morgens zagen met de aankondiging van die show te ontcijferen. Dat de aanvangstijd half zeven was hadden we zelfs beter begrepen dan de meeste Thai, die in de loop van de voorstelling binnenkwamen (en dan een opstopping veroorzaakten met andere Thai die inmiddels alweer vertrokken).

Afgezien van een ellenlange inleiding en een programma-onderdeel dat bestond uit een verhaal of gedicht, die beide voor ons niet te volgen waren, konden we genieten van een mooi stukje Thaise cultuur. Hoewel, tussen de paar woorden die ik oppikte ontcijferde ik enkele malen “Indonesia”, dus misschien hebben we naar Indoneschische cultuur zitten kijken.

Voordat we Phimai uitreden hebben we nog even Thailands grootste en oudste Banyan-boom bekeken. Deze boom kenmerkt zich door grillig groeiende takken en luchtwortels. Waar takken de grond raken schieten ze ook weer wortel en zo is uiteindelijk een stelsel ontstaan van zo'n 1350 vierkante meter, waar je doorheen wandelt alsof je in een bos bent, terwijl je in feite onder één boom doorloopt. Een indrukwekkende ervaring.

Naar Phanom Rung is het ongeveer tweeëneenhalf uur rijden. De reisgids maakt geen melding van hotels of guesthouses in de buurt, de tourist office bij Phanom Rung komt niet verder dan een hotel in het 30km verderop gelegen stadje Nang Rong, maar volgens Linda, onze navigatiedame, moet er wel wat dichterbij te vinden zijn. Voor het Phanom Rung resort stuurt ze ons een grindweggetje in, naar een van afstand veelbelovend groepje huisjes, dat helaas vervallen en verlaten blijkt te zijn. Een tweede resort is iets vaags bij een boerderij. Dan toch maar naar Nang Rong, besluiten we, maar onderweg zien we langs de weg het Rainbow Hill Hotel liggen, dat ruime en mooie kamers biedt voor een nette prijs. De trotse hotelmevrouw laat ons zien hoe mooi en compleet de kamers zijn, dat gebruik van de minibar gratis is en wat er allemaal wel niet bij het (inbegrepen) ontbijt hoort. Ze blijkt behoorlijk nieuwsgierig, hoewel we denken dat die indruk ook kan ontstaan doordat ze het ons zo goed mogelijk naar de zin wil maken. Dan moet je natuurlijk wel weten wat je gasten willen. In ieder geval lijkt niets haar te ontgaan en wekt ze de indruk de regie graag in eigen hand te houden.

Voordat we op bed ploffen voor de siësta doen we de routine-matige “inkijkcheck”, die dit keer negatief uitvalt. De keuze tussen zonde (gordijnen dicht) of jammer (kleren aanhouden) valt uit in het voordeel van “jammer”. Dat dat de juiste keuze was blijkt als er na een halfuurtje geklopt wordt en de hotelmevrouw de menukaart komt afgeven. We worden geacht daar te eten en vooraf aan te geven wat we dan precies willen eten. Mieke geeft een kwartiertje later de bestelling door met de gewenste etenstijd: 19:00 uur.


Als we om half zeven dus onverwacht al aan tafel moeten, wijst alles, inclusief de te lage temperatuur van de maaltijd, erop dat deze van elders komt en zojuist kant en klaar bezorgd is. Dat verklaart in ieder geval waarom we vooraf moesten bestellen. En dat het een half uur te vroeg was... ach, dat valt ruimschoots binnen de Thaise marges van op tijd.