10 maart 2015

O, o, o, die vooroordelen

Hij voldeed aan alle vooroordelen. Spierwitte benen in zwarte sokken en schoenen, te ruime korte broek, dikke buik, zeventiger, en daarmee minstens twee keer zo oud als de oudste uit de rest van zijn gezelschap. Dat gezelschap bestond uit 2 Thaise mannen, één wat hippie-achtig, de ander meer type kantoorklerk, en een verlegen vrouw, een meisje haast nog, de jongste van het stel. Ik zag ze uit hun pickup stappen toen we de steile, zigzaggende klim naar Wat Pra That Khao Noi voltooid hadden en sprak mezelf meteen vermanend toe: “niet meteen je oordeel klaar hebben!”

De tempel stond in de steigers, zoals dit jaar met nogal veel tempels het geval blijkt. Het licht van de late middagzon viel tegen en het zicht vanaf de heuvel over Nan werd vertroebeld door de vochtige lucht, of misschien was het wel smog. Gelukkig waren we niet speciaal voor deze plek gekomen; we logeerden onderaan de heuvel en hadden van daar de tempel zien liggen.

Ik had net bedacht dat we maar weer eens terug moesten rijden toen de hippie op me af kwam en vroeg where I from was. “Holland”, zei ik, hoewel ik The Netherlands eigenlijk de juiste benaming vind. Aan een Engelsman wil ik het verschil nog wel eens proberen uit te leggen, maar vandaag hield ik het liever eenvoudig. Op de achtergrond werd het meisje vol op de mond gezoend door witbeen.

“POLAND!!!” bulderde dikbuik plotseling, “ARE YOU FROM POLAND!!!?” Nadat ik hem verbeterd had schreeuwde hij dat hij uit de States kwam. Een tamelijk overbodige mededeling, want dat was niet alleen zichtbaar maar ook luid en duidelijk hoorbaar. “BUT NOW I DEFINITELY LEFT THE POLICE STATE THAT THE USA IS NOW!!!” De Boeddha voor de tempel stond gelukkig al; was het een declining one geweest dan was hij ongetwijfeld geschrokken overeind gekomen.

Ik vond het wel genoeg zo, maar blacksocks was nog niet klaar en snauwde het meisje toe: “HEY, COME HERE!!!” Gedwee kwam ze aangesneld. Hij greep haar om haar middel en begon haar weer af te lebberen. Hij vertelde dat hij sinds 15 januari hier woonde en ook sinds 15 januari met haar getrouwd was. Ik probeerde me de huwelijksnacht voor te stellen, of beter gezegd, ik probeerde uit alle macht te voorkomen me daar een voorstelling van te maken. Ik vroeg me af of hij haar uit een catalogus had. Ik vroeg me af wie de twee andere mannen waren. Vader en oom, besloot ik, of oudere broers, dat mocht ook. Zij leken in ieder geval erg tevreden met de situatie.


Bij haar lag dat anders. Misschien kwam het door de vooroordelen, maar ik vond haar niet echt geluk uitstralen en gooide er maar mijn vriendelijkste wai en “sawadee krap” tegenaan. Ze waide glimlachend terug. De yank schreeuwde of ik hier soms ook woonde, omdat ik al zo goed Thais sprak. Misschien komt dat er ooit wel van, dacht ik, maar dat heb ik maar niet gezegd.