02 maart 2017

Papaja's en pleepapier

Papaja's...


Het is hier op de weg een drukte van belang. Althans, vergeleken bij de Touwbaan in Maashees. Op de berghellingen hebben allerlei mensen stukjes land waarop van alles verbouwd wordt, en waar ze dus met enige regelmaat heen moeten. Gemiddeld komt er denk ik wel twee keer per uur een brommertje voorbij. In de spits verdubbelt dat aantal zelfs. En dan is er natuurlijk nog onze monnik, die verderop op de berg woont en om half 7 's morgens naar beneden loopt en een halfuurtje later weer terug naar boven.



Iedereen die langs komt knikken we allervriendelijkst goeiedag, en altijd krijgen we een brede glimlach terug, vergezeld van een brommerwai. Een gewone wai, waarbij je je handen tegen elkaar aan doet en buigt, dat is wat link op een brommer, dus wordt volstaan met een nadrukkelijke knik met het hoofd. Zwaaien, daar doen ze hier namelijk niet aan.

Vanmorgen stopte er een brommertje. Meestal betekent dat dat de huisbaas even wat in de tuin komt doen, dus ik toverde snel mijn tamelijk zomerse outfit om tot een voor Thai acceptabele. Het bleek echter niet de huisbaas te zijn, maar een van de vrouwen die regelmatig langsrijden. Dat laatste weet ik niet helemaal zeker, want ze was, zoals veel Thai, helemaal ingepakt, met alleen een gaatje rond mond en ogen. Dat heeft niks met geloof of levensovertuiging te maken, maar is gewoon bescherming bij het de hele dag in de brandende zon werken.
“Hello” zei ze. “Papaja, papaja, you.” Ze gaf me twee vers geplukte, heerlijk rijpe papaya's, lachte uitbundig, zei nog een keer “papaja, you, eat”, stapte, terwijl ik een Thais dankjewel waide, op haar brommertje en vervolgde haar weg naar beneden. Ik bleef wat overdonderd staan: hoe kan ik haar nou bedanken, en hoe kon ik haar de volgende keer herkennen in zo'n bankoverval-outfit?



Wat een heerlijke ervaring, wat een gastvrijheid. Mensen maken zich soms zorgen of het wel veilig is, zo in een onbekend land en op een afgelegen plek. Zo voelt het in ieder geval niet en de ervaring van vanmorgen past prima in het plaatje dat zich tot nu toe heeft ontvouwd.

De eerste papaja hebben we meteen bij de lunch soldaat gemaakt. Hij smaakte naar meer, dus met die tweede komt het ook wel goed.

...en pleepapier


Dan nog even iets heel anders: de stoelgang. Normaal gesproken geen onderwerp voor verhalen, maar ik moet het er echt even over hebben. Nee, het gaat niet over onmogelijke hurktoiletten ofzo; ook hier in Thailand kun je op de meeste toiletten gewoon zitten. Wat wel opletten is, is het toilet in ons huisje. Je loopt hier namelijk het risico verschrikkelijk je billen te branden. Misschien denk je nu dat dat door het spicy eten komt, maar het zit anders.

Thailand heeft ten opzichte van Nederland een enorme voorsprong als het gaat om toilethygiëne.
Het systeem zal ongetwijfeld een wat sjiekere naam hebben, maar wij noemen het de kontspoelkraan. Een minidouchekop met knijpertje hangt hier naast iedere pot. Als je klaar bent sproei je de boel gewoon effe schoon. (Is het heel hardnekkig, dan assisteer je met je linkerhand. Om die reden vinden Thai het ook erg smerig als ze zien dat je met je linkerhand eet, of dat je iemand met je linkerhand aanraakt.) Met een toiletpapiertje dep je alles droog en dan was je natuurlijk wel even je linkerhand met zeep. Als je eraan gewend bent wil je niet anders meer. Bijkomend voordeel: de rol die we uit Nederland meenamen is nog niet voor de helft op.



Oja, en de Thaise riolering is mede hierom niet ingericht op papier. Toiletpapier moet hier dus in het prullenbakje dat je op iedere wc vindt.

Maar goed, hoe zit het nou met dat billen branden? Ons water komt hier uit grote betonnen opslagtanks. Van daar loopt de leiding gewoon over de grond naar het huisje. Vriezen doet het hier niet, en graven in de rotsen is geen pretje, dus is dat bovengrondse geen probleem. Totdat je je billen wilt gaan spoelen nadat de zon een paar uur op de leiding heeft staan branden. Je voelt hem al aankomen, denk ik. Ik niet, althans, de eerste keer niet.

Overigens realiseer ik me, zo schrijvend, dat het misschien maar goed is dat we dit systeem in Maashees niet hadden. Daar kwam het water weliswaar door de grond aan, maar zo'n kledder van net boven het vriespunt is ook niet echt aantrekkelijk.  

25 februari 2017

Kom mee naar buiten

Kom mee naar buiten allemaal
dan zoeken wij de wiehelehewaal
en horen wij dien muzikant
dan is zomer weer in't land

Dudeljoho klinkt zijn lied
dudeljoho klinkt zijn lied
dudeljoho ehen anders niet

Als kind geleerd, o wat een strop
nooit wou dit lied meer uihuit mijhijn kop
dus minstens eens per dag of zo
hoor'k dat stomme dudeljo

Dudeljoho klinkt het lied
dudeljoho klinkt het lied
dudeljoho tohot mijn verdriet

In bos en hei, in stad en land
zoch'k jaren naar dien muhuzihikant
maar hoe'k ook zocht, met oog en oor
Wielewaal gaf geen gehoor

Dudeljoho hoord'ik niet
dudeljoho hoord'ik niet
dudeljohohoho hoord'ik niet

Op mijn veranda op de bank
klinkt plots de langgezohochtehe klank
met vroegpensioen en al flink kaal
hoor en zie'k de Wielewaal

Oriohool klinkt zijn lied
oriohool klinkt zijn lied
oriohool ehen anders niet


Voor wie het origineel niet kent waarmee we als kind werden lastiggevallen: http://www.kinderliedjes.info/kom-mee-naar-buiten-allemaal/


22 februari 2017

Chiang Dao betekent stad van de sterren





Het felle witte licht zijn de buitenlichten van ons huisje


Tham Chiang Dao by night

21 februari 2017

Vogels en verhuisplannen.

't Is een uur of vijf, golden hour. Rondom het huisje heerst een bepaalde rust die bij deze tijd schijnt te horen. De vogels fourageren niet, maar zitten relaxt te kwebbelen, te kwekken, te fluiten, te tokkelen, te zingen in de boomkruinen waar ik vanaf onze veranda zó in kijk. In de verte nog veel meer geluiden. Het hoge pokpokpokpokpokpokpokpokpok van de vogel met de passende naam 'Coppersmith' ( https://www.youtube.com/watch?v=CIKPPdI2ylo ), een Wielewaal, een Greater Cougal (https://www.youtube.com/watch?v=9PQ1a-K5oJU) en een hele zwik vogels waarvan ik de naam niet ken, en geluiden waarvan ik niet weet welke vogel ze maakt. Ik mis spullen die in de opslag zitten. Zoals de veldgids Zuidoost-Aziatische vogels... Gelukkig ken ik er nog een aantal van vorige reizen naar Azië, en sommige vogels vind ik via google.

Vandaag zou de stroom naar ons huisje worden getrokken vanaf het punt waar ze vorige week gebleven waren. Niet dus. We doen het nog maar met de zonne-energie, dat is tot nu toe ook prima gelukt, alleen de aanschaf van een koelkast blijft daarmee nog even een nutteloze. Nou blijken die stroomdraden die ze vorige week vanaf de weg naar boven hebben getrokken wel al een aantrekkelijk doel te dienen: zojuist landde er een hele troep Bee-eters op en ze zitten er nog steeds met elkaar te beppen! Móói! Knalgroen met een gele keel en roodbruin kopje. Spectaculair! Ik heb ze hierboven nog niet eerder gezien dus dat is het cadeautje van de dag.... (https://www.youtube.com/watch?v=SDoE1grf86w)

Ik ben benieuwd hoe lang we nog van dit spectaculaire plekje gaan genieten. Na drie weken wordt al duidelijker waarom het op langere termijn niet 'ons' plekje zou kunnen worden. Van meet af aan was in elk geval al duidelijk dat er geen mogelijkheden zijn er iets leuks bij te bouwen. En dat willen we toch wel heel graag, al is het maar om een mooie bestemming te creeëren voor de ammonieten en geodes die we in de opslag hebben zitten. De grond die er wél is is voor ons plattelanders nauwelijks begaanbaar omdat het een erg steile helling is.
Een ander punt is dat het huisje een hoog vakantiehuisjesgevoel blijft geven. Ik moet aan mijn mamaatje denken, die over het verzorgingshuis waar ze woonde altijd zei dat het een goed huis was, maar dat het nooit een thuis zou worden. Nou, zoiets dus. Het potentiële thuisgevoel ontbreekt. Ook al weten we dat we dat thuisgevoel in hoge mate zelf creëren, het potentieel daartoe moet wel voelbaar zijn. Enerzijds voelt dat niet zo omdat het te klein is om onze spulletjes hierheen te laten komen, anderzijds omdat we al weten dat we er niet permanent kunnen blijven wonen omdat het vooralsnog niet te koop is. Tot slot baart de steile weg hierheen ons toch wel een beetje zorgen. Nu gaat het nog redelijk, maar of dat in de regentijd ook zo zal zijn? We vinden het een beetje een eng idee... En dus zijn we al aan het rondvragen naar een alternatief. Er zit alweer van alles in de pen, dus wordt vervolgd! Maar vooralsnog genieten we van de ongeloofelijk mooie ligging en de natuur om ons heen!

17 februari 2017

Rijbewijs en We hebben HET gedaan.....

Het had eigenlijk geen haast, het omzetten van ons Internationale rijbewijs naar een Thais rijbewijs, omdat het internationale een jaar geldig is. We hadden al uitgebreid informatie verzameld over hoe het een en ander in z'n werk zou gaan, en het enige mogelijke struikelblok zou de kleurenblindheid van François kunnen zijn. Want daar waren alle informatiebronnen wel duidelijk over: een kleurenblindheidstest, en misschien zelfs twee, een onvermijdelijke zaak.

Het visumkantoor waar we eerder waren voor het residence certificate was zo vriendelijk geweest om gratis en voor niks de aanvraagformulieren voor het omzetten van de rijbewijzen alvast voor ons in te vullen. Met die formulieren zijn we eergisteren naar het plaatselijke ziekenhuis van Chiang Dao gegaan om een medische keuring te ondergaan, nodig voor het Thaise rijbewijs. We hadden besloten dat ik eerst zou gaan, omdat we dan alvast zouden weten hoe het in z'n werk gaat, met name vanwege die kleurenblindheidstest, waar we ons toch wel wat zorgen over maakten. Want stel je voor je krijgt je rijbewijs niet omdat je die test niet haalt... voor François geen ondenkbaar scenario. Het was een belevenis, die medische test. In een hele grote vierkante ruimte van het ziekenhuis bevonden zich rondom allerlei loketten en behandelkamers met voor ons onleesbare teksten en gelukkig leesbare nummers, en het middengedeelte van die ruimte werd voornamelijk in beslag genomen door rijen stoelen, eigenlijk één grote wachtkamer. We begonnen aan een balie middenvoor, waar we lieten weten waarvoor we kwamen, en vervolgens hebben we een ronde gemaakt tegen de klok in:
Loketje 1: registreren en aanmaken van een (papieren) patiëntendossier. Balie 2: bloeddruk meten met een indrukwekkend bloeddrukmasjien, waar je je arm doorheen steekt en waar na de meting een bonnetje uitrolt met daarop je bloeddruk en hartslag geprint: 116/80 en 81 (perfect). Hup, op de weegschaal: 62.7 kg (perfect) en dan met bloeddrukbonnetje en gewicht naar de zuster ernaast: of ik ooit geopereerd was en of ik wel eens ernstig ziek was geweest. Nee? Perfect. Gaat u daar maar zitten (hup naar volgende rij wachtkamerstoelen). Ondertussen worden er af en toe patiënten op bedden door de ruimte gereden en lopen er verkopers rond met zoete mais en godweetwatnogmeer aan versnaperingen en yoghurtdrankjes. Veel hilltribe-mensen met kinderen, valt me op. Snotteren, strompelen, bloederige verbanden, vuile gipsbenen. Van veel mensen is het redelijk duidelijk waarom ze in het ziekenhuis rondlopen.

Ik hoef niet lang te wachten totdat een volgende zuster (met een heus kapje op het hoofd) me roept: "Mrs. Maria?" Ja, dat ben ik. (In mijn paspoort staat mijn achternaam achter AL mijn voornamen (dat zijn er maar liefst vier) en in Thailand blijkt men er steeds van uit te gaan dat de eerste naam de achternaam is, op een gegeven moment heb ik maar besloten gewoon maar ja te zeggen als men mij met Mrs. Maria aanspreekt). Ik mag weer in een ander rijtje wachtkamerstoelen plaatsnemen, en kom zo steeds dichter bij het gordijn waarachter de dokter mijn medical check-up gaat doen. Als de vorige patiënt achter het gordijn vandaan komt ga je gewoon naar binnen, heb ik al af zitten kijken.

Een vriendelijke Engelssprekende dame gaat me onderzoeken: "Where are you from?" Aha... ze is fan van Hollands voetbal. En of ik wel eens ernstig ziek ben geweest? Nee? Perfect. Even longen beluisteren. Perfect. En of ik wel eens een kleurenblindheidstest heb gedaan? Daar zul je 't hebben. Een boekje met een tiental afbeeldingen met daarin cijfers die opgebouwd zijn uit allemaal gekleurde stipjes. Het gaat me goed af, ik kan moeiteloos alle cijfers voorlezen, maar bedenk al dat dit dus een probleem gaat worden voor François, die alle rood-groene plaatjes geheid niet goed gaat zien.
O? Dat was het al? Inderdaad, ik ben medisch goedgekeurd en ik krijg een verklaring mee waarmee ik naar balie 4 mag. Met bijbehorende rij wachtkamerstoelen. Wat balie 4 deed, daarvan heb ik geen idee, maar ik mag met een groeiend stapeltje papieren, waaronder diverse gepaperclipte en geniete onleesbare briefjes naar balie 10. Dat blijkt de kassa-zuster te zijn, die allervriendelijkst vraagt of ik maar liefst 30 THB (Thai Baht) wil betalen, omgerekend pakweg 80 Eurocent. En daar krijg ik een pracht van een stempel voor, als felbegeerde bonus op de medische verklaring.

Vandaag zijn we hetzelfde rondje nog eens gaan maken, maar nu voor François. Ik had geoefend in het cijfers schrijven op zijn rug zodat ik kon helpen bij de test, maar het bleek allemaal overbodig: Ik geloof dat hij er slechts twee of drie van de tien goed had, het gekriebel op zijn rug had hij niet gevoeld, maar deze even zo vriendelijke, maar andere vrouwelijke arts vroeg slechts of dat betekende dat hij moeite had met het zien van verkeerslichten? Nee? Geslaagd. Hoezo wax nose? Tadaaaaa, BENG: stempel, 30 THB en wegwezen voordat ze zich bedenken...
Meteen maar doorgereden naar Mae Taeng, ongeveer halverwege Chiang Mai, waar we naar het Office for Transportation zijn gegaan met onze papierwinkel. Loketjes 1 t/m 4 inclusief de wachtkamerstoelen, papieren ingeleverd om 12.00, of we om 13.00 maar weer terug wilden komen. In dat uurtje hebben we een bamboe-bed voor op de veranda gescoord voor een tientje, en een matrasje erbij voor zes euro.
En jawel hoor, om 13.00 terug voor eerst nog zo'n wassen neus: een grote afbeelding met gekleurde bolletjes waarop een juffrouw met zo'n mooie telescopische aanwijsstok steeds een bolletjes aanwees: rood, groen, geel of blauw? Ik scoorde weer 100% en François had er drie van de vier fout. ik zei dan wat het wél moest zijn en François herhaalde dat dan: mai pen rai, geslaagd. Ter plekke werd er nog een mooie foto gemaakt en binnen de kortste keren stonden we met twee rijbewijzen buiten, voor het luttele bedrag van 315 THB per stuk, grofweg een tientje. Pfffff en daar hadden wij ons druk over lopen maken.... En wat is dat een LEKKER gevoel, dat we ook dát al geregeld hebben!



En we hadden HET gedaan, staat er in de titel van dit stukje: op vrijdag is er een leuke, kleine etensmarkt in Chiang Dao, waar we vorige week ook waren. We hadden ons voorgenomen diverse dingen maar gewoon eens uit te proberen. Inmiddels wat zinnetjes van buiten geleerd, waaronder: An nee ra ka thao rai ka? (hoeveel kost het?). Kicken om dan ook nog een antwoord te krijgen en te merken dat je de cijfers al redelijk kent en verstaat hoeveel je moet betalen! Het wordt ook erg gewaardeerd dat we het in 't Thais proberen. En er wordt heel wat afgelachen! Ook door die dame die ons zo'n mooie donkergroene curry in een plastic zakje verkocht (ALLES gaat hier in plastic zakjes, tot en met de soep aan toe). Verder hadden we voor de avondmaaltijd een gefrituurde vis, banaantjes, een zakje gemengde salade en een paar zoete toetjes meegenomen, gemaakt van (volgens ons) gezoet en gebonden rijstwater, gegarneerd met een paar korrels zoete mais. Lekker! Deed me een beetje denken aan de rijstepap van mijn mamaatje...

Die donkergroene curry dus.... TIK, klonk mijn vork toe ik er wat in rond prikte. TIKTIK. Ahaaaaa, slakkenhuizen! Puntje hadden ze eraf gehaald waardoor je ze lekker makkelijk uit kon zuigen. Mwah, niet echt smakelijk die kloddertjes slak... Nee, dan de KREKELS die erin zaten! Ik had er eentje in mijn mond voordat ik er erg in had. We hebben samen eerst een tijdje zitten griezelen en zitten uitsorteren wat er nou eigenlijk in die curry zat, afgezien van die groene groenten. Slakken dus, kleine garnaaltjes, krekels en sprinkhanen.... En toen hebben we HET gedaan. Elk twee van die griezels naar binnen gewerkt. Ze smaakten gewoon naar donkergroene snotgare curry, alleen de bite van de vleugeltjes is wel apart moet ik zeggen... François heeft ook nog twee van die minislakjes leeggeslurpt. Al met al niet voor herhaling vatbaar geloof ik, de volgende keer gaan we voor de gefrituurde insecten, die lijken me véél appetijtelijker. We begrijpen nu overigens beter waarom de dame van de groene curry zo'n lol had om ons...




13 februari 2017

Waarom er tenten staan in de homestays bij Doi Luang Chiang Dao

Als we vanaf ons huis de berg zijn afgereden kun je rechtsaf naar Chiang Dao, of linksaf naar de grot. Richting grot liggen ook wat winkeltjes en eettentjes. Water en allerlei levensmiddelen zijn op loopafstand te krijgen; de steile stoffige weg is wel een aanslag op de kuitspieren en noopt tot voorzichtig lopen. Voor je het weet glij je onderuit.

Rij je de grot voorbij, dan zijn er nog een paar resorts met eenvoudige, leuke houten huisjes en kun je afslaan naar de tempel met de zeshonderd traptreden. Vorig jaar hebben we vanaf daar de zonsverduistering gezien en en passent geteld dat het slechts 584 treden zijn. Maar we kijken niet op een treetje meer of minder.

Laat je tempel en resorts links liggen, dan verlaat je Tham Chiang Dao en sta je een paar kilometer verderop voor de slagboom van het national park. De weg slingert vervolgens kilometerslang omhoog. Sommige stukken zijn ineens vrij smal en hier en daar zijn wegranden afgebroken. Zo ongeveer op het hoogste punt is wat ruimte om te stoppen. Er staan wat auto's van groepen die de 5 uur durende klim naar de top van Doi Luang Chiang Dao maken.

Een stukje verderop ligt links van de weg Ban Mork Tawan, een dorpje bestaand uit heel simpele houten huisjes. En daarmee is wat vreemds aan de hand. Overal op de veranda's, maar ook í­n de huisjes staan namelijk tentjes. Door het hele dorpje heen zie je overal de fel gekleurde koepeltjes. Het beeld van een authentiek noord-thais bergdorpje wordt er flink door verstoord. Wat is hier aan de hand?



De oplossing van het raadsel ligt in de aangescherpte handhaving van de regels voor homestays. Veel hikers willen voor en/of na de beklimming van de berg bij een familie overnachten. De overheid heeft een oude, al lang niet meer toegepaste wet van stal gehaald en controleert aan de hand daarvan of de homestays legaal zijn.  De meeste zijn dat niet, maar de eigenaren zijn creatief. Homestay mogen ze dan wellicht niet aanbieden, maar iemand op hun terrein laten kamperen is wel toegestaan. Dus staan in de voormalige homestay-kamers nu tentjes, waar de gasten kamperen. Elk nadeel hep ze voordeel, want tentjes kun je ook op de veranda kwijt. Zo kun je dus nog meer gasten herbergen dan in de oude homestay.


Het ziet er niet uit en van het gevoel bij een Thaise familie te logeren is weinig meer over. Of de gasten blij zijn met deze creatieve oplossing vraag ik me af. Het zal voor degenen die een homestay geboekt hebben ongetwijfeld een verrassing zijn. De toekomst zal leren of homecamping een populaire verblijfsvorm wordt. Ik heb zo mijn twijfels.

08 februari 2017

Naar de bank

Voor het openen van een bankrekening ga je hier naar de bank. Ouderen onder ons zal dat bekend voorkomen, maar voor de jongeren zal ik het even uitleggen: vroeger was een bank een, meestal prominent, gebouw waar mensen achter balies zaten. Bij die mensen kon je geld storten of opnemen. Eigenlijk net zoiets als nu een online-verbinding, maar dan met echte mensen dus.

Nou, hier in Thailand is dat nog steeds zo. Er zijn wel geldautomaten, en ook automaten waar je geld kan storten, en weer andere automaten waar je het saldo in je bankboekje bij kan werken. Maar je kunt dus... o, sorry, jongeren: een bankboekje is een boekje waarin je saldo staat en waarin bij- en afschrijvingen worden bijgehouden. Met dat boekje kan je geld of cheques halen. Een cheque is een bewijs dat je een bepaalde waarde van je rekening hebt gereserveerd. Je geeft die cheque aan iemand anders die die waarde dan kan laten uitbetalen of op zijn rekening bijschrijven. Voor dat alles ga je dus naar de bank.

Toen wij maandagmorgen de bank binnenkwamen waren alle 10 (!) loketten bemand.* Er stonden zo'n 40 stoelen, netjes in rijtjes, die allemaal bezet waren door wachtende mensen. Er hing een groot televisiescherm waarop vechtfilms te zien waren, uiteraard met bijbehorend geluid. Bij de ingang stond een nummertjes-automaat; zoëen die ook in het gemeentehuis van Boxmeer staat. Alleen stond er hier iemand bij die vroeg waar we voor kwamen en de juiste knoppen voor ons indrukte. We hielden rekening met een forse wachttijd, maar het eerste nummertje dat opfloepte was het onze. We mochten naar loket 10, en na zo'n 3 kwartier aan formulieren en formaliteiten hadden we een bankrekening met bankboekje én betaalpas. Zo snel lukt dat in de online-wereld niet.

Buaban, de huisbazin had al die tijd geduldig zitten wachten. Haar man was ook aangeschoven. Huisbazin? Wat moest die daar dan? Nou, hier neem je als je als buitenlander een bankrekening wilt openen je huisbaas mee naar de bank. Die moet namelijk hoogstpersoonlijk verklaren dat je echt in zijn of haar huis woont. Ze had ons op de berg opgehaald, maar daarna moest ik de nogal grote bak naar de bank rijden en ging zij achterin zitten. Bij de eerste de beste kruising vergat ik natuurlijk dat het een schakelauto was, gelukkig zonder vervelende gevolgen.

Nadat we klaar waren bij de bank vroeg Buaban of we toevallig interesse hadden om een stuk land met, en een zonder huis te gaan bekijken. Dat hadden we wel. Dus reden we een paar kilometer het dorp uit (de man van Buaban reed nu; Mieke moest nu ook naar achteren. Tot groot vermaak van beide Thai zat ik met mijn knieën tegen het dashboard en met mijn hoofd zowat tegen het dak.) We bekeken een op zich mooi huis, maar wel erg groot en met een stuk land van 2 rai (1 rai is 1600m2) waarvan de helft ongeveer een blubberige vijver was. Daarna reden we in Tham Chiang Dao naar een stuk land van 10 rai, ook weer schitterend gelegen, maar veel te groot en niet eenvoudig bewoonbaar te maken. Dat gaat het dus niet worden.

Om ze te bedanken voor hun inspanningen en geduld boden we Buaban en haar man aan om samen te lunchen. Ze reden ons naar een leuk plekje buiten het dorp waar we een rijk gevulde maaltijdsoep verorberden. Dit sympathieke aanbod kostte ons 130 Baht (€ 3,25). Daar kan je nog eens aardig voor doen.




Vanmorgen hebben we internetbankieren geregeld. Hoe handig en persoonlijk zo'n bank met echte mensen ook is, het thuis kunnen checken van saldi en regelen van betalingen is iets waaraan we inmiddels te veel gewend zijn om er afstand van te doen. Om internetbankieren te regelen ga je hier, je begrijpt het al, naar de bank. Buaban hoefde deze keer niet mee. Ze kennen ons daar nu al.

* In Chiang Dao en de bijbehorende dorpen wonen iets meer dan 15.000 mensen. Dat is zoiets als Harlingen, Slochteren of Eemsmond.  Er zijn meerdere banken, allemaal met echte mensen achter echte balies.