12 mei 2017

De langste dagen?

Op school klonk het allemaal heel logisch vroeger. Op 21 juni staat de zon boven de kreeftskeerkring, op haar meest noordelijke punt. Dat is het dichtste bij Nederland, waar het dan dus de langste dag is.

Excuses aan iedereen die dit blog leest om te zien hoe het ons hier vergaat. Ik maak vandaag even een uitstapje naar een kwestie die niet erg belangrijk is, maar me al wel een tijdje bezig houdt. Wat dat betreft past mijn verhaal van vandaag bij nader inzien toch wel hier.

Sinds ik me realiseerde dat ik op iets meer dan 18 graden noorderbreedte woon, terwijl de kreeftskeerkring op 23,5 graad ligt, laat de vraag me niet meer los of er hier dan sprake is van twee langste dagen. Op weg van evenaar naar keerkring komt de zon immers over ons hoofd, maar op de terugweg naar de evenaar moet dat nog een keer gebeuren. Als bovendien de hoogte van de zon de belangrijkste factor is die bepaalt hoe warm het wordt, zouden we hier "dus" twee zomerpieken moeten hebben.

Het valt nog niet mee om de exacte informatie te vinden, althans, in voor mij begrijpelijke taal. Dat de zon hier inderdaad twee keer per jaar in het zenith, ofwel loodrecht boven ons staat, kan met wat googlen snel worden bevestigd. Waarom we dan niet twee keer een langste dag hebben is lastiger te vinden. Uiteindelijk denk ik het wel zo'n beetje begrepen te hebben. De doorsnede van de aarde die haaks op de aardas staat is bij de evenaar het grootste. Komt de zon noordelijk van de evenaar, dan komt ie boven plekken waar die doorsnede kleiner is. Daardoor is hij langer te zien, althans, op het noordelijk halfrond. Ook hier in Nang Lae is de langste dag dus 21 juni, als de zon boven de kleinste doorsnede staat. Astronomisch zal het wel prietpraat wezen, maar zo krijg ik er in ieder geval wel een plaatje van voor me.

De verschillen in daglengte zijn overigens wel veel kleiner naarmate je dichter bij de evenaar komt. Hier is het rond de 21e juni ruim 13 uur dag. Rond 21 december is dat ruim 11 uur. Ter vergelijking: op 21 juni is het in Amsterdam bijna 17 uur dag en op 21 december nog geen 8 uur. Op de evenaar zelf duurt een dag altijd 12 uur.

Dat we hier geen twee zomers hebben heeft andere oorzaken. April en mei zijn de heetste maanden, mede doordat ze ook (meestal) heel droog zijn. Bij de tweede keer dat de zon in het zenith staat, eind juli, is het regenseizoen al een tijdje aan de gang en is het wel benauwd, maar zijn de temperaturen minder hoog.

Wat me ook al een tijdje bezig hield was de vraag wanneer de zon hier in Nang Lae nou precies in het zenith staat. Ook die vraag was niet zo makkelijk te beantwoorden, maar uiteindelijk vond ik het toch nét op tijd. Dat blijkt namelijk morgen het geval te zijn, om precies te zijn om 12:18 uur. Als het goed is (en ik het niet vergeet) moet ik dus morgen een foto kunnen maken waarop mijn schaduw loodrecht onder me valt. Overmorgen weten we of dat gelukt is.

Update 14 mei 2017

Gelukt. Met hoed op en de armen gespreid.


09 mei 2017

N 18.336235 E 99.388946 ??

Gaat het Nong Lom worden...? We hebben eergisteren besloten dat dit het stukje land mag worden waar we ons nieuwe paradijsje willen gaan bouwen: Nong Lom,
Hang Chat District, Provincie Lampang, Thailand. https://goo.gl/maps/mzsauY6Agau
Als je linksonder op de google mapspagina het satelliet-icoontje aanklikt krijg je een aardig beeld van het landschap en de ligging. Het landje ligt midden tussen de rijstvelden en weilanden met een weids uitzicht naar alle kanten. Daar zijn we voor gevallen.... De ooievaars en kieviten, de heuvels op de achtergrond. We kregen het aangeboden via Judith en Pong, een 70+ koppel uit Lampang.


De AmerikanseJudith hebben we vorig jaar in Chiang Dao voor het erst ontmoet, De Thaise Pong kennen we nog maar kort. Het land is van een vriend van Pong, die er eigenlijk geen plannen mee heeft en het wel aan ons wil verkopen voor een alleszins redelijke prijs. Het is ruim twee rai groot, zo'n 3500m2. 


We hopen dat de koop op korte termijn een feit kan worden, we zoeken momenteel nog een aantal essentiële zaken uit, zoals hoe de nutsvoorzieningen geregeld kunnen worden en allerlei andere omgevingsfactoren, juridische aspecten etc. We krijgen daarbij fantastische en enthousiaste hulp van Pong, die constructiemanager is geweest bij een heel groot bouwbedrijf in het Zuiden van Thailand. Hij is gepensioneerd, en vindt het een leuke uitdaging om ons te helpen en adviseren, ook wat betreft de inrichting van het landje en de bouw van ons huis straks. Dat is voor ons natuurlijk ontzettend welkom, omdat hij alle kennis, ervaring en ook het netwerk heeft, nodig voor ons 'project'. En dan is er ook nog Hub, die als ervaringsdeskundige als het gaat om huizenbouw, zijn hulp, ideeën en advies heeft aangeboden. Wat zijn we toch een geluksvogels dat deze prachtige mensen zomaar ons pad kruisen en het verwezenlijken van onze dromen mee mogelijk gaan maken omdat ze erin geloven, de mogelijkheden zien en ons gewoon graag willen helpen. Daar word ik toch wel heel erg dankbaar en blij van.
We hopen dat de aankoop een beetje vlot gerealiseerd kan worden, dan kunnen we aan de slag. Met Pong en Hub zijn we al volop aan 't fantaseren en plannen. We zullen beginnen met het graven van een waterreservoir/visvijver en het slaan van een diepe put. Met de grond uit het reservoir hogen we een deel van het land op voor het huis, en we willen snel gaan beplanten met bomen en bamboe, om het landje te beschutten tegen zon en wind. Voor Pong met zijn ervaring is het een mini-projectje dat niet zoveel voorstelt en allemaal makkelijk geregeld kan worden, en zo praat Hub er ook over, maar wij vinden het toch wel zo ongeveer het spannendste (en leukste) dat we ooit gedaan hebben. We verbazen ons telkens weer over het gemak waarmee hier alles mogelijk is, vergeleken bij alle regelarij in Nederland. Twee uitersten. Maar geef ons Thailand dan maar! Al doende zullen we daar vast ook nog wel eens anders over denken, maar het is een feit dat we deze droom in Nederland nooit op deze eigenzinnige manier zouden kunnen en durven realiseren.... we gaan ervoor!
O ja, en we hebben gisteren de voordeur al gekocht, voor vijfentwintig eurietjes!!





01 mei 2017

Inburgeren

Volgens mij doen we het helemaal niet slecht met inburgeren. Het zijn vooral allerlei kleine dingetjes waar we aan merken dat we langzaam maar zeker al een klein beetje thuis raken in dit wondere land. In de namiddag gaan we regelmatig naar de markt. De laatste tijd zijn we vaker zelf aan 't kokkerellen, omdat we op die manier veel meer variatie kunnen aanbrengen in wat we eten, en bovendien is het shoppen op de markt gewoon hartstikke leuk. De lokale bevolking verkoopt er vers geoogte groenten en fruit, vers vlees, en vers bereide curry's, toetjes, gefrituurde insecten, verse vis, teveel om op te noemen.


Het koken is een beetje een kampeergedoe, omdat we hier geen keuken hebben. Maar toen we in het begin van de maand een koelkast gingen kopen kregen we daar een gratis elektrische wok bij, en die zijn we dan ook maar gaan gebruiken. Voor de groentengerechten die we graag maken is het ding prima bruikbaar. Vandaag hebben we op de markt weer een nieuwe naam geleerd: waterspinazie heet pak boeng. Het ezelsbruggetje wordt dan natuurlijk pats boem, dat ligt nogal voor de hand. Ik wed dat ik het niet meer vergeet... Een groentenverkoopster merkte op dat het vandaag erg warm was (loan maak) en ik verstond haar! Het stelt geen klap voor, en toch is het kicken als je merkt dat je steeds meer woordjes, en soms zelfs korte zinnetjes gaat herkennen! We vinden het leuk om af en toe onbekende dingen te kopen op de markt en dan uit te proberen hoe het smaakt en via youtube kun je altijd wel een filmpje vinden over hoe je bepaalde groenten of fruit moet schoonmaken en bereiden. Zoals een dezer dagen grote verse bamboespruiten, heerlijk! De gefrituurde zijderupsen hebben we nog maar laten liggen, maar volgens de buurvrouw zijn ze lekker van smaak en lekker zacht van binnen! En we kochten een soort opgevouwen flensjes, die ter plekke gebakken worden en gevuld met een mix van bijvoorbeeld zoete mais en geraspte kokos. Heerlijk toetje!


We hebben ons ook al aangepast aan het dorpsritme. Men wordt hier om zes uur gewekt met muziekjes (we hebben besloten dat het om een soort van regionaal volksliedje zal gaan en er wordt altijd met een tranentrekkende smartlap afgesloten) en daartussenin een praatje van het dorpshoofd. Momenteel is het zo bloody hot overdag, dat het helemaal geen straf is om om zes uur op te staan en dan meteen een wandeling te maken met Tibbe. Het is dan prima uit te houden met een graad of vijfentwintig, maar tegen de tijd dat we weer thuis zijn loopt het al tegen de dertig. In de loop van de dag wordt het dan zo'n graad of veertig . We zijn zelf eigenlijk heel verbaasd over 't feit dat we heel goed overweg kunnen met deze hitte. Het is echt flink zweten geblazen, maar eigenlijk valt het ons 100% mee. Moet wel gezegd worden dat we op die extreem hete dagen een groot deel van de dag boven in onze zit-slaapkamer verblijven waar we de airco op 27 graden hebben staan, heerlijk koel! Voordeel is ook dat je erg weinig was hebt. Je draagt Ueberhaupt maar weinig kleren, en als je thuis bent kun je dat tot een minimum of tot nul reduceren. Zalig!


's Ochtends wassen we het kleine spul op de hand, dat is een uurtje later weer droog, en het beddengoed geven we bij Noi af, die ervoor zorgt dat het mee naar de wasserij gaat. Voor een kleine anderhalve euro hebben we ons bed en de grote handdoeken weer schoon.

Gisteren ben ik met buurvrouw Nui meegeweest naar de voorbereiding van een crematie van een van de ouderen hier in het dorp, die eergisteren is overleden. Dat was een leuke en leerzame ervaring! Haast alle dorpsgenoten helpen mee om de familie van de overledene te ondersteunen en te ontlasten, die hoeven zelf helemaal niets te regelen. Begrafenisondernemers zijn hier volledig overbodig. De mannen bouwen luifels en overkappingen op, sjouwen met kookstellen en gasflessen en zakken vol groenten, vis, vlees en fruit en gaan vervolgens zitten kijken naar hoe de vrouwen gaan koken. Tientallen vrouwen zitten groenten te snijden, en er wordt in giga-pannen gewokt en gekookt. Er worden voor de crematie zo'n 200 mensen verwacht die allemaal moeten eten. Het lijkt wel een kippenhok, zo wordt er gekletst en gelachen, het is een ronduit gezellige bedoening. Ik word allerhartelijkst onvangen, iedereen kletst gewoon Thais tegen me en met gebarentaal wordt vlot duidelijk gemaakt waar ik mag gaan zitten en wat ik kan doen (gepofte knoflookteentjes van hun schilletje ontdoen en mini-auberginedingetjes 'ontstelen'). Ik voel me zonder meer opgenomen in de groep vrouwen en heb eigenlijk weinig last van het feit dat ik geen enkele conversatie kan volgen. Het is gewoon leuk om deel uit te maken van dit dorpsgebeuren, te luisteren naar het gekwebbel en gelach en gewoon lekker bezig te zijn. Ik realiseer me dat het zo z'n voordelen heeft om te taal niet te kunnen verstaan of spreken. Hou ik eindelijk eens mijn mond en kan ik heerlijk meditatief genieten van wat ik aan het doen ben en van het sfeertje om me heen. Ik vind het ook leuk om te luisteren naar het gekwebbel en te proberen woorden te verstaan. Ik heb het in elk geval wel al snel door als ik 'over de tong ga', want dan hoor ik dat ze het over de 'farang', (uitgesproken als 'falang') hebben, hetgeen zoveel betekent als 'buitenlander', of 'blanke'. 'Man farang' zijn aardappels, misschien zijn wij blanken daar wel naar vernoemd...


En aardig deel van onze tijd wordt besteed aan onze huizen- en/of landjesjacht. Ik geloof werkelijk dat het deze omgeving zou kunnen worden waar we ons eigen plekje gaan vinden. De omgeving is hartstikke mooi. We maken regelmatig ritten in een straal van pakweg dertig kilometer rond Lampang, en we zijn al meer dan eens verrast door de schoonheid van de diverse landschappen. De ene keer zien we vooral rijstvelden en andere agrarische landschappen, dan weer is het heel bosrijk, of rijden we in prachtig groen heuvellandschap. Dat prachtig groen is een kwestie van mazzel, overigens, want normaal gesproken kan het in de hete tijd gortdroog zijn. In de afgelopen weken hebben we een keer of drie, vier een flinke tropische plensbui gehad, en dat is dan toch genoeg om alles mooi groen te houden.


Onderweg proberen we perceeltjes of huizen te spotten met een bord 'te koop' erbij. Maar de meeste percelen en huizen krijgen we te zien omdat we worden getipt door buren, bekenden of wildvreemde dorpsgenoten die weer tips doorgeven aan onze buren. Inmiddels weet het hele dorp natuurlijk dat er nieuwe falang in het dorp zijn komen wonen, die een huisje zoeken of een plek om er een te bouwen. We krijgen steevast het advies om eerst een Thai te laten informeren naar de prijs omdat die anders omhoogschiet op het moment dat men weet dat de belangstellenden falang zijn.


Tot nu toe was er echter nog niets van onze gading, maar we proberen geduldig te zijn en gaan gewoon door. De twee plekjes die we wel leuk vonden, hier in het dorp Nang Lae, gaan het niet worden. Het ene huis is wel te huur, maar niet te koop, en het andere is onlangs al verkocht, maar komt mogelijk opnieuw in de verkoop, omdat de nieuwe eigenaar zijn hypotheek maar moeilijk af schijnt te kunnen lossen. We zullen zien. Vanochtend zijn we met de buuv nog naar een lap grond wezen kijken, maar dat bleek om een kaal rijstveld te gaan dat eerst nog opgehoogd moet worden voordat je er ueberhaupt iets op kunt bouwen. Gaan we niet doen. Maarrrrrr.... toen we vanmiddag naar Noi gingen met de was en de huur vertelde ze dat zij ook weer had gehoord van mensen die grond te koop hadden, en morgen gaan we daar met haar naar kijken. Zo blijven we in elk geval lekker bezig..... we houden jullie op de hoogte!

21 april 2017

Op een klein stationnetje

Den Haag Staatsspoor, dat was zoals een station er uit hoorde te zien. Een stoere gietijzeren dakconstructie in zware bogen. Een hal met echte mensen achter loketten en een man met een pet bij de ingang van ieder perron, die met een ferme beweging een gaatje in je perronkaartje knipt. En natuurlijk staan de treinen al te wachten op hun passagiers. Ik liep er als kind wel eens naartoe om treinen te kijken, terwijl mijn ouders dachten dat ik in de Rodeleeuwstraat aan het spelen was.

Wij woonden in Den Haag en de familie van mijn ouders zat voor het grootste deel in Utrecht. Een auto hadden we niet, dus togen we een paar keer per jaar naar Staatsspoor om daar de trein te nemen. Omdat het een kopstation was, stond die altijd al klaar als we aankwamen. Voor mij was dat dus heel vanzelfsprekend. In Utrecht wisten ze blijkbaar niet zo goed hoe ze dat moesten regelen op zo'n station, want daar moest je soms wel een kwartier wachten voordat de trein binnen kwam rijden.

Den Haag Staatsspoor

Toen Staatsspoor werd gesloopt om plaats te maken voor de betonkolos Centraal Station had Den Haag in mijn kinderogen geen echt station meer. Pas veel later, nadat ik allang uit de stad weg was, strandde ik een keer op Hollands Spoor en kon vaststellen dat dat ook, en nog steeds, een prachtig gebouw was. Met de bouw van Centraal verdween ook die voor Nederland unieke situatie dat je voor een overstap een stukje met de tram naar een ander station moest; iets dat Den Haag gemeen had met steden als Parijs en Londen. Voortaan maakte de trein van Rotterdam naar Amsterdam piepend en krakend de scherpe bocht van Hollands Spoor naar Staats, ehhh, naar Centraal.


Luik

Stations zijn me altijd blijven fascineren. De mooie oude gebouwen van Haarlem, Groningen en zoals al genoemd, Hollands Spoor. Maar ook de nieuwbouw van bijvoorbeeld Luik. Mijn verhuizing naar Maashees heeft mijn stationsvoorkeur flink veranderd. Station Vierlingsbeek werd mijn favoriet. Een weiland, een spoorlijn, en een perron. 's Morgens zie je de zon opkomen en hoor je de vogels fluiten. Geen gehaast, geen drukte, geen winkels. Gewoon een station zoals het bedoeld is: een plek om de trein te pakken.

Vierlingsbeek

Op reis door Schotland ontdekte ik dat er toch nóg mooiere stations bestaan dan Vierlingsbeek. Rogart is er zo eentje. Direct naast het stationnetje staan wat oude treinwagons die als guesthouse dienst doen. In Rogart stopt 8x per dag een trein, dat wil zeggen, als een passagier heeft aangegeven dat hij er in die plaats uit wil, of als de machinist ziet dat er iemand op het perron staat te wachten. De uitbaatster van het guesthouse vertelde dat ze laatst zag dat een van haar gasten op het verkeerde perron stond te wachten. Met wild armzwaaien wist ze de machinist te bewegen toch te stoppen. De trein stond toen al wel een paarhonderd meter buiten het stationnetje, maar kwam netjes terug om de passagier op te pikken. Ondenkbaar in Nederland. Hoewel... de dienstregeling wordt gevoerd door NS-dochter Abellio, in Nederland meer bekend door de fraude bij de aanbesteding van de Maaslijn dan door de service.

Rogart

Sinds kort woon ik zelf weer bij een mooiste station van de wereld. Station Hang Chat, aan de lijn van Bangkok naar Chiang Mai, overtreft alles wat ik ooit aan stations gezien heb. Een prachtig stationsgebouw, met koikarpers in de vijver. Prima bewegwijzering naar parkeerplaats, kaartverkoop (take off your shoes please), werkruimtes van de stationschef en de assistent-stationschef, met originele gietijzeren handels om de wissels te bedienen, en natuurlijk ook geheel bemand. Het aantal treinen per dag: 2. Een groot bord geeft de aankomst- en vertrektijden aan. Trein 408 naar Nakhon Sawan, van waar je verder kunt naar Bangkok, komt om 11:47 binnen op spoor 1, en vertrekt om 11:48. Om 12:45 loopt trein 407 binnen, eveneens op spoor 1, om een minuut later weer verder te rijden naar Chiang Mai. In 59 minuten is het treinverkeer voor de hele dag afgehandeld. Geen gehaast, geen drukte, geen winkels. Gewoon een station waar je heen gaat om van te genieten.



Hang Chat (meer foto's hier) 

Update 22 april


Vandaag met de buren op stap geweest en onder meer twee stationnetjes gezien die vergelijkbaar zijn met Hang Chat. De fotopagina wordt momenteel ook ge-updated. 




16 april 2017

Wakker gehouden door Piet van Vliet

Verhuis je naar Thailand, word je uit je slaap gehouden door Piet van Vliet. Dat is me in Nederland nou nooit gebeurd. Sterker nog, tot vanmorgen had ik nog nooit van Piet van Vliet gehoord. Terwijl hij toch al een aantal weken zijn best doet om ons wakker te houden. Er zijn er trouwens meer die zich daarmee bezig houden. Doordat dit huis lang leeg heeft gestaan zijn we niet de enige bewoners. Mieke heeft in een eerdere blog al eens een foto van een medebewoner gepost. En in de woonkamer blijkt het getrappel dat we daar soms horen afkomstig te zijn van een Toekeh, die overigens weigert om zich goed te laten bekijken.

Dan heb je nog de knallen. Nu de mango's beginnen te rijpen worden de vogels met harde knallen uit de bomen verjaagd. We weten nog niet of het rotjes zijn, of luchtdrukpistolen. In de nacht van Songkran, het Thaise nieuwjaar, vond een enkele dorpsbewoner het grappig om ook 's nachts een keertje te knallen. Tibbe is intussen volledig ingehonderd (hoe noem je inburgeren voor een hond eigenlijk?), maar van die knallen wordt ze behoorlijk nerveus. Inmiddels is het gelukkig weer veel minder. Waarschijnlijk was het toch vuurwerk en is dat nu op.

Gisterennacht zaten we trouwens ineens allebei rechtop in bed. Het geritsel dat van onder de bank vandaan kwam was niet van een Toekeh of Tjiktjak. Het moest van een groter beest zijn. Durfden we te kijken? Mieke durfde. Het bleek Tibbe te zijn, die zich tijdens het onweer op een krakende plastic zak onder de bank probeerde te installeren.



Oja, dat had ik nog niet gemeld, maar de eerste serieuze regen- en onweersbuien zijn hier inmiddels gevallen. Vroeger dan normaal; ook hier lijkt het weer in de war. Onze eerste hete droge periode duurde dus maar een paar dagen. Een van de eerste dagen was er al wat regen gevallen, maar nu is het iedere dag raak, zo tegen zonsondergang. Dat gaat hier meteen van dik hout. Immense plensbuien, maar als het er niet zo bij zou bliksemen kon je er prima in douchen. De temperatuur is best aangenaam. Na een uurtje is het voorbij. Alles wat verdord leek leeft weer helemaal op. Onvoorstelbaar hoe snel de natuur nu al groen begint te worden.



Nang Lae en wij beginnen inmiddels aardig aan elkaar te wennen. Eergisteren liep ik alleen bij het zand-stupa-bouwen rond en vroegen verschillende mensen waar Mieke was. De vriendelijkheid van de mensen hier doet ons ons hier erg welkom voelen. We beginnen ook de weg een beetje te kennen, bijvoorbeeld naar een markt in een naburig dorpje, waar rond 5 uur 's middags de mensen uit de omgeving hun vers geoogste waren komen verkopen. Een verse mango voor 35 baht (90 cent), dat leek ons wel wat. “Nono, kilo” zei de verkoopster, dus liepen we uiteindelijk met 4 mango's voor onze 35 baht weg. En dat terwijl op sommige forums van Thailandgangers voortdurend geklaagd wordt over hoe je in dit land wordt opgelicht.

Maar goed, intussen wil je natuurlijk eindelijk wel eens weten hoe het nou met die Piet van Vliet zit. Piet van Vliet is de Nederlandse naam voor de Cacomantis Merulinus. In het Engels wordt Piet een Plaintive Cuckoo genoemd en die naam sluit goed aan bij het geluid dat het dier produceert. De benaming Piet van Vliet is een onomatopee, maar net als het dudeljoo van de Wielewaal waarover ik eerder schreef, vind ik het niet zo'n kloppende beschrijving van het geluid. De benaming “Klaagkoekoek” die ook wel gebruikt wordt, is wat dat betreft veel duidelijker. Luister hier maar wat ik bedoel. En stel je vervolgens voor dat het beest daar de hele nacht mee doorgaat. Nee, Piet van Vliet, die hoef ik niet.

10 april 2017

Restaurant Le Garage

Het beroemde restaurant dat onze nationale knuffelkok in Amsterdam startte heeft een geduchte concurrent, die de naam "Le Garage" veel meer eer aan doet dan het hoofdstedelijke etablissement. Die concurrent zit, hoe kan het ook anders, in Thailand, en dan niet zo maar in Thailand, maar in Nang Lae, om precies te zijn, op de hoek van ons straatje. We waren er al verschillende keren voorbijgereden, zonder in de gaten te hebben dat het om een restaurant ging. Totdat Carin ons er onlangs op wees: "weten jullie wel dat er een restaurant in jullie straat zit?" Dat wisten we dus niet.




Gisteren zijn we er maar eens gaan lunchen. De menukaart lijkt ook in niets op de Amsterdamse Garage. Geen gevulde doperwt of andere culinaire hoogstandjes. Je kunt kiezen uit noedelsoep, en dan nog wel finetunen naar เนื้อวัว of เนื้อหมู, neua of moe dus, ofwel rund- of varkensvlees. We wisten er nog wel wat extra ผัก (pak, ofwel groente) bij te bestellen. Ons kleine beetje kennis van het Thai begint zo heel af en toe tot resultaten te leiden.




Het restaurant is gevestigd in de garage van het huis van de uitbaatster, maar in de hitte die er in deze tijd van het jaar heerst kun je een auto die geen airco heeft echt niet in de zon parkeren. Dus die staat nog gewoon binnen.




De soep was trouwens prima te eten, en de oma die maar de hele tijd bleef lachen naar ons, wou best even met Mieke op de foto. Let op de bungelende beentjes.




De temperatuur nadert nu in de middag de 40 graden en dat is ook hier echt wel warm. We hebben ons teruggetrokken op de slaapkamer met airco, die nu ook dienst doet als zitkamer en kantoor. 's Morgens en 's avonds wagen we ons wel buiten.




Het raam van onze slaap/zit/kantoorkamer werd vanmorgen aangevallen door een onbekend vogeltje. De ruit is van donker warmtewerend glas dat flink spiegelt. Waarschijnlijk zag de aanvaller zijn spiegelbeeld voor een concurrent aan. We moeten nog uitzoeken wat voor vogeltje het is.



Meer foto's vind je op onze flickr-pagina.

05 april 2017

Terugblik vanaf 30 maart

Het is en uur of acht in de ochtend. Ik ben net verkast van de voorkant van het huisje naar de zijkant, comfortabel op ons bamboe-bed in de schaduw. Het is 25 graden. Als we 's ochtends rond half zeven opstaan gaan we eerst aan de voorkant in het opgaande zonnetje zitten, genietend van het uitzicht over de vallei. Met een omgeslagen sjaal, want het is dan nog frisjes, slechts een graad of 20....
Vanaf dat bamboe-bed kijk ik aan de linkerkant naar de berg, voor me kijk ik in de boomkruinen met hun enorme vogelvariatie en daaronder de terrassen met jonge bananenbomen, daarachter het bos. Wat zullen we deze machtig mooie, meditatieve plaatjes gaan missen. Goed voor uren vogelspotten, luisteren naar krekels, cicaden, boomkikkers, geluiden van zichtbare en onzichtbare vogels en godweetwat voor 'n beestenspul. Maar ook de typische geluiden van vallende droge teak-bladeren en de langs elkaar bewegende rafelbladeren van de bananenbomen. Hier aan de rand van het nationale park is het vogelspotten ook bijzonder. Nu nog, na twee maanden, zien we vrijwel dagelijks vogels die we nog niet eerder hebben gezien. De ene nog exotischer dan de andere, met kuifjes, lange staartveren, geelomrande ogen, vuurrode kontjes, soms onooglijk, maar dan weer met de meest fantastische zang of eigenaardig gedrag. We vinden het een sport om te ontdekken welke geluiden door welke vogels gemaakt worden, maar daar komen we lang niet altijd achter. We verzinnen dan maar onze eigen namen voor die onontdekte vogels, zoals de Altkanarie of de Grondvogel. Alles bij elkaar een feestje voor de zintuigen en daarmee voor de ziel....
Morgen komt daaraan een einde. Althans wat dit hele specifieke plekje betreft. Met gemengde gevoelens gaan we vertrekken naar Lampang. Hier in Chiang Dao zijn we nog niet uitgekeken, en het blijft vooralsnog bovenaan ons lijstje van potentiele woonplekjes, maar er zijn redenen om naar iets anders uit te kijken. Op de eerste plaats is dit huisje, hoe mooi het ook ligt, geen optie voor de langere termijn, hoewel het in principe wel te koop is. Het is heel erg klein, met een woon-/slaapkamer van pakweg 4,5x4,5m, en de veranda is ook niet heel groot. We wilden graag onze spulletjes uit Nederland laten overkomen, maar daarvoor is het echt te klein hier. Daarnaast ligt het tegen een erg steile helling, waardoor en nauwelijks mogelijkheden zijn om het huisje uit te breiden of de veranda's groter te maken. En tot slot is een deel van de weg hierheen slecht, waardoor we problemen voorzien in de regentijd. We hebben de afgelopen weken uitgekeken naar een alternatieve, iets grotere woonplek, maar dat is niks geworden. We gaan gebruik maken van de mogelijkgeid om een huis te huren in een dorp bij Lampang, waar Hub en Noi wonen. Hub is de vader van Carin, onze vriendin en collega van François. Het is een ruim en naar onze wensen overmatig luxe huis, maar het heeft veel achterstallig onderhoud omdat het al jaren min of meer leeg staat. De eigenaars wonen in Duitsland en komen hier eens in de paar jaar enkele weken op vakantie. Ze lijken weinig last te hebben van de mankementen, er wordt in elk geval niets aan gedaan. Al met al maakt het huis een ontzielde en wat onaangename indruk (Tibbe wilde eigenlijk meteen wel weer weg), maar we hebben er laatst een nachtje in geslapen (Noi had de slaapkamer en badkamer een goeie beurt gegeven en een heerlijk fris bed voor ons opgemaakt, de schat!), en eens goed 'gevoeld' of we er zouden kunnen wonen, en dan komen we al snel tot de conclusie dat of er al dan niet in dat huis te wonen valt heel erg van onszelf afhangt. We kunnen er in korte tijd iets leuks van maken en het huis weer bezielen. Dat gevoel van thuisvoelen zit toch heel erg in onszelf, en heeft pas op de tweede plaats met het huis of de plek te maken.

5 april
We zijn inmiddels een paar dagen in Nang Lae en ondanks het onderkomen huis voelden we ons meteen heel goed door de hartelijke ontvangst door Noi en Hub, en onze buren Nui en Glen. Er wordt ons allerlei hulp aangeboden en dat maakt dat we ons hier welkom voelen. Het huis ligt aan een heel klein, smal straatje, waar we langs en aantal buren rijden voordat we bij ons huis komen. We trokken natuurlijk bijkijks de eerst paar dagen, maar iedereen zwaait en lacht van oor tot oor. Inclusief wijzelf natuurlijk. De buurvrouw heeft al tomaten gebracht en een bejaarde buurman heeft de tuin een beetje gefantsoeneerd. Niemand sluit hier zijn huis af bij afwezigheid, en zo kan het zomaar gebeuren dat er een plastic bak met een schoongemaakte ananas in je koelkast staat als je thuiskomt van boodschappen doen. Van Noi natuurlijk, de lieverd! Vanavond kookt ze voor ons, en ze heeft al laten weten dat ze ons even zal bellen als ze een lunch-maaltijd gaan halen, dan kan ze voor ons ook eten meebrengen als we willen.... Zo gaat dat hier :-) We hebben onze tijd, energie en geld vooral besteed aan het bezielen, opleuken en bewoonbaar maken van het huis. Na een paar maanden zonder geleefd te hebben is een koelkast een ware luxe, en een waterkoker en magnetron volgden al snel. En dan natuurlijk wat eigen serviesgoed en de simpele meubeltjes waar Francois al over schreef, en het kost allemaal geen drol.
Het enige dat ik ECHT NIET FIJN vind hier zijn de giga-spinnen die ik af en toe op de badkamer tegenkom.
Wordt vervolgd....