Gisteren schreef ik in mijn blog iets over de eigenaardige gewoonte om in een parkeergarage gewoon voor het parkeervak waar een andere auto in staat te parkeren. En ik concludeerde dat de bezitter van die andere auto dan maar gewoon geduld moest hebben. Mai pen rai.
Maarrrrrrrrrrrr
Vandaag zagen we hoe het eigenlijk zit. Wie zijn auto dubbel parkeert, zet deze in zijn vrij, met de wielen recht en niet op de handrem. Wordt jouw uitweg dus geblokkeerd door een dubbel geparkeerde auto, dan duw je deze gewoon even weg. Staat de blokkerende auto in een rijtje dubbel geparkeerde auto's, dan moet je misschien 3 of 4 auto's wegduwen, maar uiteindelijk kun je eruit.
Okee, het blijft in onze ogen wat eigenaardig, maar ik moet toegeven dat de capaciteit van de parkeergarages er wel door vergroot wordt. Toch heb ik de indruk dat dit in Nederland niet zou werken.
04 april 2017
03 april 2017
Nang Lae
Afgelopen vrijdag zijn we verhuisd naar Nang Lae, een gehucht in de buurt van Lampang. Om de exacte plek te zien ga je naar https://goo.gl/maps/4sUxaS31E322. Het deed wat zeer om het huisje op de berg achter te laten. De kans dat we ooit nog met zo'n geweldig uitzicht zullen wonen is zo goed als nul, en Nang Lae is een totaal andere omgeving. Je ziet wel bergen, niet al te ver weg, maar het land in de directe omgeving is vlak en de natuur is minder spectaculair. Maar ja, de reden om te verhuizen was, behalve dat het berghuisje gewoonweg veel te klein was, dat we ook eens wilden ervaren wat de voordelen zijn om in de wat meer bewoonde wereld en wat dichter bij een kleinere stad te wonen.
Ons huis hier is groot, voor ons eigenlijk te groot, en in belabberde staat. De Duitse eigenaar komt er om de paar jaar 2 of 3 weken op vakantie en heeft er al jaren niks aan gedaan. De inrichting is somber, en niet af. Er zit geen keuken in, in het souterain is zichtbaar dat daar soms water gestaan heeft en ook verder is er veel verval zichtbaar, terwijl het huis niet eens zo gek oud is. Maar de huurprijs is zeer aantrekkelijk, dat dan weer wel. Dus improviseren we een keuken en zijn we begonnen met het verzamelen van wat eigen meubeltjes en serviesgoed. Daarbij blijkt meteen een groot voordeel van de omgeving van Lampang. Het is dé keramiekstreek van Thailand. Voor een habbekrats koop je langs de snelweg borden, schalen, kopjes en wat je verder maar wilt. Onze spullen uit Nederland zijn inmiddels onderweg en hopen we over een paar weken hier te hebben. Dan kunnen we er echt ons huis van gaan maken.
In Lampang zelf is een mix te vinden van moderne winkels, traditionele winkeltjes en straatverkoop. Met een moderne magnetron/grill en een waterkoker in de auto reden we gisteren terug naar huis, toen we een winkeltje met houten meubels zagen. Zodoende kan ik nu aan een fatsoenlijk tafeltje zitten te bloggen, terwijl onze kleren de koffers hebben verruild voor een overzichtelijk rekje.
In het dorp verderop worden langs de weg volop verse groenten en fruit verkocht. En de buurvrouw kwam net al met sla en tomaten uit eigen tuin aan. Zo merken we dat Lampang heel anders is dan Chiang Dao, maar wel degelijk ook een aantal voordelen heeft.
We hebben inmiddels hier ook onze eerste regenbui meegemaakt. Het was een stevige, vergezeld van wat onweer, maar voor plaatselijke begrippen toch een bescheiden buitje. Het leverde in ieder geval mooie plaatjes op.
In het kader van de Thaise eigenaardigheden mag het parkeren niet onvermeld blijven. Dat doe je hier gewoon zo dicht mogelijk bij waar je zijn moet. Als dat bij een verkoper langs de snelweg is, zet je je auto dus langs de snelweg en als daar geen ruimte is, laat je hem gewoon op de linkerbaan staan. Er is namelijk altijd nog een rechterbaan om te kunnen rijden. Wij hadden gisteren onze auto in een parkeergarage bij het winkelcentrum staan en merkten bij terugkomst bij de auto dat "vol" een rekbaar begrip is. Alle parkeervakken waren weliswaar vol, maar de rijbanen niet. Het blijkt heel goed mogelijk om aan één kant van zo'n rijbaan te parkeren. Dat gebeurt dus volop. Je zou misschien denken dat de auto's die in de vakken staan er dan niet meer uit kunnen. Nou, inderdaad, dat klopt. Maar gelukkig komt er een moment dat de weg weer vrij is.
Oja, en dan die papaya...verhuis je daarvoor naar Thailand?
Ons huis hier is groot, voor ons eigenlijk te groot, en in belabberde staat. De Duitse eigenaar komt er om de paar jaar 2 of 3 weken op vakantie en heeft er al jaren niks aan gedaan. De inrichting is somber, en niet af. Er zit geen keuken in, in het souterain is zichtbaar dat daar soms water gestaan heeft en ook verder is er veel verval zichtbaar, terwijl het huis niet eens zo gek oud is. Maar de huurprijs is zeer aantrekkelijk, dat dan weer wel. Dus improviseren we een keuken en zijn we begonnen met het verzamelen van wat eigen meubeltjes en serviesgoed. Daarbij blijkt meteen een groot voordeel van de omgeving van Lampang. Het is dé keramiekstreek van Thailand. Voor een habbekrats koop je langs de snelweg borden, schalen, kopjes en wat je verder maar wilt. Onze spullen uit Nederland zijn inmiddels onderweg en hopen we over een paar weken hier te hebben. Dan kunnen we er echt ons huis van gaan maken.
In Lampang zelf is een mix te vinden van moderne winkels, traditionele winkeltjes en straatverkoop. Met een moderne magnetron/grill en een waterkoker in de auto reden we gisteren terug naar huis, toen we een winkeltje met houten meubels zagen. Zodoende kan ik nu aan een fatsoenlijk tafeltje zitten te bloggen, terwijl onze kleren de koffers hebben verruild voor een overzichtelijk rekje.
In het dorp verderop worden langs de weg volop verse groenten en fruit verkocht. En de buurvrouw kwam net al met sla en tomaten uit eigen tuin aan. Zo merken we dat Lampang heel anders is dan Chiang Dao, maar wel degelijk ook een aantal voordelen heeft.
We hebben inmiddels hier ook onze eerste regenbui meegemaakt. Het was een stevige, vergezeld van wat onweer, maar voor plaatselijke begrippen toch een bescheiden buitje. Het leverde in ieder geval mooie plaatjes op.
In het kader van de Thaise eigenaardigheden mag het parkeren niet onvermeld blijven. Dat doe je hier gewoon zo dicht mogelijk bij waar je zijn moet. Als dat bij een verkoper langs de snelweg is, zet je je auto dus langs de snelweg en als daar geen ruimte is, laat je hem gewoon op de linkerbaan staan. Er is namelijk altijd nog een rechterbaan om te kunnen rijden. Wij hadden gisteren onze auto in een parkeergarage bij het winkelcentrum staan en merkten bij terugkomst bij de auto dat "vol" een rekbaar begrip is. Alle parkeervakken waren weliswaar vol, maar de rijbanen niet. Het blijkt heel goed mogelijk om aan één kant van zo'n rijbaan te parkeren. Dat gebeurt dus volop. Je zou misschien denken dat de auto's die in de vakken staan er dan niet meer uit kunnen. Nou, inderdaad, dat klopt. Maar gelukkig komt er een moment dat de weg weer vrij is.
Oja, en dan die papaya...verhuis je daarvoor naar Thailand?
24 maart 2017
Faits divers
We zijn weer eens even in Pai geweest. Vroeger the place to be voor hippies; tegenwoordig ook weer voor de nieuwe generatie hippies, dus de guesthouses hebben nu wifi en zwembad. Daarnaast lopen er veel Chinese toeristen rond. De sfeer is erg relaxed; als je ooit naar Thailand komt moet je Pai zeker niet overslaan, maar na een paar dagen is het wel weer genoeg.
Tibbe ontpopte zich als de grote bezienswaardigheid en siert inmiddels menig facebookpagina en vakantie-blog.
Tibbe ontpopte zich als de grote bezienswaardigheid en siert inmiddels menig facebookpagina en vakantie-blog.
Tussen de vele restaurantjes zit er af en toe een met onbegrijpelijke reclame-uitingen buiten. Wij durfden hier in ieder geval niet naar binnen.
In het kader van "probeer eens iets nieuws" hadden we al de insecten gehad en nog wat ander spul dat we totnutoe niet thuis hebben kunnen brengen. We kunnen daar nu de Salak aan toevoegen. Salak betekent slangenvrucht. De naam verwijst naar de schil, die aan de huid van sommige slangen doet denken. Het is een beetje een stekelige schil, qua hardheid vergelijkbaar met die van een lychee. De smaak is friszuur, doet wat aan ananas denken, maar is ook wat gefermenteerd. Niet onaardig. Volgens de informatie die we konden vinden is er nogal wat kwaliteitsverschil en geldt "hoe witter de vrucht, hoe beter". Waarschijnlijk hadden wij de minste kwaliteit. Volgende keer een wittere vrucht proberen te krijgen. Probleem is alleen dat je dat pas ziet als je 'm pelt.
Vanochtend tuimelde er iets uit de rommelberg onder ons huis. Het leek nog het meest op een of andere dierendrol, maar terwijl ik er naar keek sprong het ineens op. Dat doen drollen normaal gesproken niet, dus het moest wat anders wezen. Gelukkig bleek het een tamelijk lui wezentje, dus we konden het op ons gemak fotograferen en bekijken. Uiteindelijk bleken we te maken te hebben met een Indische Stierkikker (Kaloula Pulchra).
Mieke is meteen vriendjes geworden, hoewel ze niet al te close zal worden aangezien Kaloula giftige stoffen uitscheidt. Maar hij of zij verslond wel voor onze ogen een spin. Kijk, dán maak je indruk.
In Chiang Dao was het gisteren en vandaag feest. Wat voor feest was ons niet duidelijk, maar we houden het op Poi Sang Long (Dankjewel, Carin). Iedereen op zijn paasbest, en een soortement kermis. Daar bleek overigens hoe riskant het beroep van schiettentexploitant is.
Het hele leven is trouwens riskant. Hel en verdoemenis zijn niet exclusief voor Christenen weggelegd. Ook Boeddhisten wacht weinig goeds als ze zich tijdens het, ehhh, dit leven niet goed gedragen. In de voorstellingen van hun lot zijn ze hier toch wel wat expliciter dan wij gewend zijn.
We doen dus ook hier maar ons best om ons naar eer en geweten te gedragen. Oja, en omdat het vandaag feest is, zal ik toch maar eindigen met wat feestelijker plaatjes.
20 maart 2017
Smog
Grote bosbranden in Myanmar, kleinere in de bergen in de buurt, industrie in China, warme droge lucht: Noord-Thailand krijgt al die omstandigheden op zijn dak en het gevolg is smog. De verhalen daarover hadden we al wel vaker gehoord, maar wat je je er precies bij voor moet stellen is lastiger. Ik heb vanmorgen twee foto's gemaakt en deze naast foto's van een maand geleden gezet. Daar valt weinig aan toe te voegen. Doi Chiang Dao is nog redelijk zichtbaar, maar die ligt dan ook meteen achter ons huis. De bergrug aan de andere kant van het dal is al helemaal uit het zicht verdwenen.
Zo nu en dan steken er ineens flinke windvlagen op. Zeg maar in de orde die in Nederland code geel zou verdienen. Dan waait de smog even weg en is het zicht weer helder. Zojuist begon het weer. De deuren beginnen te klapperen, ondanks de zware gewichten die ze op hun plaats moeten houden. Het loeit rondom het huis. En de temperatuur loopt in een paar minuten op naar 31 graden (Mieke was net naar binnen gegaan omdat het zo afgekoeld was buiten). De wind voelt echt als een föhn.
De bergrug komt weer in zicht, maar dat belooft voorlopig weinig goeds: er staan nog steeds veel stukken in brand. Die branden zijn niet allemaal het gevolg van onvoorzichtig afbranden door boeren. De meeste branden woeden op een hoogte waar geen sterveling komt en zijn dus min of meer spontaan ontstaan. "Onze" berg komt waarschijnlijk ook aan de beurt. Dat is althans bijna ieder jaar het geval. Van Doi Luang, de andere grote berg hier, vanuit ons huis gezien meteen achter Doi Chiang Dao, stijgen al op diverse plaatsen rookpluimen op. Centrum Amsterdam kon wel eens gezonder wonen zijn dan Doi Chiang Dao.
Smog kan soms wel voor spectaculaire zonsopkomsten zorgen. Dat heb je in centrum Amsterdam dan weer niet.
14 maart 2017
Geluiden
Veel van de geluiden hier zijn weliswaar in Nederland onbekend, maar kennen wij inmiddels wel van eerdere bezoeken aan Thailand. De smakjes van de tjiktjak, het toekeh van de toekeh, het gebabbel van mayna en bulbul, de karaoke van de buren, de brommertjes: ze hebben alle wat bekends.
Er zijn echter ook geluiden die lastiger thuis te brengen zijn. Zo klinkt er in de nachtelijke uren soms een soort geploink, alsof er op een hoogspanningsleiding geslagen wordt met een metalen staaf. Mieke associeert het geluid ook met het slaan met een stok op het ijs; mij doet het ook denken aan springveren of strak elastiek. De afgelopen nachten werd het geluid steeds frequenter.
Googlen met allerlei creatieve zoekopdrachten leverde niks op. Omdat het zo'n staccato geluid is dachten wij aan een gecko-achtig dier. Maar vandaag had Mieke dan toch beet. Het is de Maleisische nachtzwaluw ( https://youtu.be/75UEx20lX4w) die ons al die tijd heeft beziggehouden. Geen gecko dus, maar een vogel. Hij doet zijn naam eer aan, dus de kans dat we hem ook een keer zien is heel klein.
Nu moeten we nog zien uit te vinden welke vogel ons iedere ochtend tracteert op een kort concertje. Hij zingt als een kanarie, maar dan met wat zwaardere stem. Baritonkanarie hebben we hem daarom maar gedoopt. Zijn concert duurt hooguit 5 minuten en hij zit ergens op de berg, maar waar, dat weten we niet. Wordt hopelijk vervolgd.
11 maart 2017
Erop of eronder
Vanaf de veranda kijken we naar links tegen de berg, en recht vooruit en naar rechts over het dal waar het dorp in ligt. Op de berg meteen hier tegenover ligt een soort kamphuis, waar bergbeklimmers hun tocht starten en waar soms feestjes zijn met een niet heel zuiver zingende zanger. Op de berg daarachter ligt een stupa. Dat is een Boeddhistisch bouwwerk, waarvan elk dorp er wel minimaal een heeft. Zoiets als de kapelletjes in Brabant, maar dan veel groter.
We hebben mooi uitzicht op de stupa met de goudkleurige kegel. Maar vorige week begon dat ineens te veranderen. Werklui begonnen op de helling net boven het kamp een vloertje te storten, en daarna met grote grijze blokken muurtjes te metselen. De vierkante basis van de stupa verdween al snel uit zicht, en ook de onderkant van het gouden deel kwam achter het betongrijs van de muurtjes te liggen. Je weet dat in Thailand zoiets makkelijk kan. Als je zelf iets wilt bouwen ga je dat ook gewoon doen. Maar leuk vonden we het niet.
Na 2 dagen stopte het metselen. Ook dat kan hier makkelijk. Als je geld hebt koop je stenen en huur je metselaars in. Is het geld op, dan ligt het werk stil tot er weer geld is. We konden dus nog even genieten van ons uitzicht, als we de halve muurtjes voor lief namen.
Een paar dagen geleden was de stupa ineens weer volledig in beeld. De muurtjes waren weg. Zo te zien waren ze met geweld omver geduwd of geslagen. Was de opdrachtgever ontevreden en moet het werk over? Was er een andere buurman die de stupa wilde zien en radicale maatregelen heeft genomen? Moest het bouwwerk misschien toch op een andere plaats komen? Het is ons totaal onduidelijk waarom er begonnen is aan een bouwsel dat vervolgens weer omgegooid wordt. Maar erg vinden we het natuurlijk niet.
Intussen is er een ruimte gemetseld tegen het kamphuis aan, en gisteren liepen er mannen te sjouwen met stenen van het omgegooide muurtje. Die werden naar het kamphuis gedragen, waar het nieuw gemetselde muurtje echter al helemaal klaar lijkt. De logica achter dit alles blijft voor ons ondoorgrondelijk. Waarschijnlijk snappen de Thai niet dat we er zo nodig iets logisch in moeten zien. Gewoon laten gebeuren wat er gebeurt, dat is pas logisch.
Maar ik ben een beetje afgedwaald van de titel van dit verhaal. Dat het gisterennacht voor het eerst erop of eronder was, heeft namelijk niets met die muurtjes te maken, maar alles met de temperatuur. Toen we hier aankwamen daalde die 's nachts tot een ijselijke 11 graden. De laatste week werd dat al wat meer, maar was een vest in de ochtend geen overbodig kledingstuk. Gisterenavond stond er op de berg een vrij stevige warme wind, een soort van föhn. En gisterennacht bleef het daardoor voor het eerst een stuk boven de 20 graden, waardoor het eigenlijk te warm was om onder, en te koud om bovenop het dekbed te liggen. Het werd een afwisseling van erop, half eronder en helemaal eronder.
Voordeel was wel dat de ramen lekker helemaal open konden. We hadden met Carin en Christine gegeten in een leuk eettentje in the middle of nowhere. De uitstekend Engels sprekende uitbaatster was er helaas niet, zodat we op goed geluk wat op de kaart hebben aangewezen. Dat bleken allemaal salades te zijn. We zijn al dusdanig ingeburgerd hier, dat we niet op het idee kwamen dat op een Thaise menukaart alle salades bij elkaar op één pagina zouden kunnen staan. Zoiets systematisch is erg ongebruikelijk. Een van de gerechten bleek “1000 jaar oud ei” te zijn. Dat is een Chinese delicatesse die gemaakt wordt door een eendenei circa 100 dagen te bewaren in een mengsel van houtskool en ongebluste kalk. Het heeft een groenige kleur, een zoute smaak en een krachtig aroma. Bij het kauwen lijkt het alsof je een stukje geleipudding eet. We hadden het totnutoe bij bezoeken aan Thailand beleefd weten te vermijden, maar nu het dan toch een keer voor ons op tafel stond hebben we maar toegehapt. En hoewel het idee nog altijd wat afstotelijk is, is het gewoon best een lekker gerecht.
Maar goed, het was dus wel fijn dat de ramen open konden, want vooral in de periodes van “erop” konden de naweeën van de duizenjarige eieren vlotjes de kamer verlaten.
Gisteren hadden we ook weer zo'n mooie eetplek, zoals dat alleen maar in Thailand kan. Een restaurantje waar je met je gezelschap op een vlot stapt. Nadat de bestelling is opgenomen duw je met lange bamboepalen het vlot het meer op. Na een tijdje komt de ober per waterfiets het eten afleveren. Wil je nog wat bijbestellen, dan bel je even op en komt de waterfiets weer langs. En tussendoor kan je lekker even afkoelen door je van het vlot af te laten vallen.
De aanwezigheid van Carin en Christine hebben we meteen maar aangegrepen om dé toeristische trekpleister van ons dorp, de grot, te bezoeken. Tham Chiang Dao is een van de grootste grotten van Thailand. Met een gids kan je er kilometers ver in, maar wij vonden het verlichte pad tot aan de declining Boeddha wel ver genoeg. Bij thuiskomst hing er een zakje met een papaja aan het hek. En tijdens de siësta werden we gewekt door een vrouw, vermoedelijk dezelfde die eerder al papajas had gebracht, die 3 flinke kammen bananen kwam afgeven. We wilden haar er wat voor geven, maar dat werd resoluut geweigerd. Er wordt hier goed voor ons gezorgd. Hopelijk verwachten ze niet dat we die 50 bananen in een weekendje soldaat maken.
We hebben mooi uitzicht op de stupa met de goudkleurige kegel. Maar vorige week begon dat ineens te veranderen. Werklui begonnen op de helling net boven het kamp een vloertje te storten, en daarna met grote grijze blokken muurtjes te metselen. De vierkante basis van de stupa verdween al snel uit zicht, en ook de onderkant van het gouden deel kwam achter het betongrijs van de muurtjes te liggen. Je weet dat in Thailand zoiets makkelijk kan. Als je zelf iets wilt bouwen ga je dat ook gewoon doen. Maar leuk vonden we het niet.
Na 2 dagen stopte het metselen. Ook dat kan hier makkelijk. Als je geld hebt koop je stenen en huur je metselaars in. Is het geld op, dan ligt het werk stil tot er weer geld is. We konden dus nog even genieten van ons uitzicht, als we de halve muurtjes voor lief namen.
Een paar dagen geleden was de stupa ineens weer volledig in beeld. De muurtjes waren weg. Zo te zien waren ze met geweld omver geduwd of geslagen. Was de opdrachtgever ontevreden en moet het werk over? Was er een andere buurman die de stupa wilde zien en radicale maatregelen heeft genomen? Moest het bouwwerk misschien toch op een andere plaats komen? Het is ons totaal onduidelijk waarom er begonnen is aan een bouwsel dat vervolgens weer omgegooid wordt. Maar erg vinden we het natuurlijk niet.
Intussen is er een ruimte gemetseld tegen het kamphuis aan, en gisteren liepen er mannen te sjouwen met stenen van het omgegooide muurtje. Die werden naar het kamphuis gedragen, waar het nieuw gemetselde muurtje echter al helemaal klaar lijkt. De logica achter dit alles blijft voor ons ondoorgrondelijk. Waarschijnlijk snappen de Thai niet dat we er zo nodig iets logisch in moeten zien. Gewoon laten gebeuren wat er gebeurt, dat is pas logisch.
Maar ik ben een beetje afgedwaald van de titel van dit verhaal. Dat het gisterennacht voor het eerst erop of eronder was, heeft namelijk niets met die muurtjes te maken, maar alles met de temperatuur. Toen we hier aankwamen daalde die 's nachts tot een ijselijke 11 graden. De laatste week werd dat al wat meer, maar was een vest in de ochtend geen overbodig kledingstuk. Gisterenavond stond er op de berg een vrij stevige warme wind, een soort van föhn. En gisterennacht bleef het daardoor voor het eerst een stuk boven de 20 graden, waardoor het eigenlijk te warm was om onder, en te koud om bovenop het dekbed te liggen. Het werd een afwisseling van erop, half eronder en helemaal eronder.
Voordeel was wel dat de ramen lekker helemaal open konden. We hadden met Carin en Christine gegeten in een leuk eettentje in the middle of nowhere. De uitstekend Engels sprekende uitbaatster was er helaas niet, zodat we op goed geluk wat op de kaart hebben aangewezen. Dat bleken allemaal salades te zijn. We zijn al dusdanig ingeburgerd hier, dat we niet op het idee kwamen dat op een Thaise menukaart alle salades bij elkaar op één pagina zouden kunnen staan. Zoiets systematisch is erg ongebruikelijk. Een van de gerechten bleek “1000 jaar oud ei” te zijn. Dat is een Chinese delicatesse die gemaakt wordt door een eendenei circa 100 dagen te bewaren in een mengsel van houtskool en ongebluste kalk. Het heeft een groenige kleur, een zoute smaak en een krachtig aroma. Bij het kauwen lijkt het alsof je een stukje geleipudding eet. We hadden het totnutoe bij bezoeken aan Thailand beleefd weten te vermijden, maar nu het dan toch een keer voor ons op tafel stond hebben we maar toegehapt. En hoewel het idee nog altijd wat afstotelijk is, is het gewoon best een lekker gerecht.
Maar goed, het was dus wel fijn dat de ramen open konden, want vooral in de periodes van “erop” konden de naweeën van de duizenjarige eieren vlotjes de kamer verlaten.
Gisteren hadden we ook weer zo'n mooie eetplek, zoals dat alleen maar in Thailand kan. Een restaurantje waar je met je gezelschap op een vlot stapt. Nadat de bestelling is opgenomen duw je met lange bamboepalen het vlot het meer op. Na een tijdje komt de ober per waterfiets het eten afleveren. Wil je nog wat bijbestellen, dan bel je even op en komt de waterfiets weer langs. En tussendoor kan je lekker even afkoelen door je van het vlot af te laten vallen.
De aanwezigheid van Carin en Christine hebben we meteen maar aangegrepen om dé toeristische trekpleister van ons dorp, de grot, te bezoeken. Tham Chiang Dao is een van de grootste grotten van Thailand. Met een gids kan je er kilometers ver in, maar wij vonden het verlichte pad tot aan de declining Boeddha wel ver genoeg. Bij thuiskomst hing er een zakje met een papaja aan het hek. En tijdens de siësta werden we gewekt door een vrouw, vermoedelijk dezelfde die eerder al papajas had gebracht, die 3 flinke kammen bananen kwam afgeven. We wilden haar er wat voor geven, maar dat werd resoluut geweigerd. Er wordt hier goed voor ons gezorgd. Hopelijk verwachten ze niet dat we die 50 bananen in een weekendje soldaat maken.
02 maart 2017
Papaja's en pleepapier
Papaja's...
Het is hier op de weg een drukte van
belang. Althans, vergeleken bij de Touwbaan in Maashees. Op de
berghellingen hebben allerlei mensen stukjes land waarop van alles
verbouwd wordt, en waar ze dus met enige regelmaat heen moeten.
Gemiddeld komt er denk ik wel twee keer per uur een brommertje
voorbij. In de spits verdubbelt dat aantal zelfs. En dan is er
natuurlijk nog onze monnik, die verderop op de berg woont en om half
7 's morgens naar beneden loopt en een halfuurtje later weer terug
naar boven.
Iedereen die langs komt knikken we
allervriendelijkst goeiedag, en altijd krijgen we een brede glimlach
terug, vergezeld van een brommerwai. Een gewone wai, waarbij je je
handen tegen elkaar aan doet en buigt, dat is wat link op een
brommer, dus wordt volstaan met een nadrukkelijke knik met het hoofd.
Zwaaien, daar doen ze hier namelijk niet aan.
Vanmorgen stopte er een brommertje.
Meestal betekent dat dat de huisbaas even wat in de tuin komt doen,
dus ik toverde snel mijn tamelijk zomerse outfit om tot een voor Thai
acceptabele. Het bleek echter niet de huisbaas te zijn, maar een van
de vrouwen die regelmatig langsrijden. Dat laatste weet ik niet
helemaal zeker, want ze was, zoals veel Thai, helemaal ingepakt, met
alleen een gaatje rond mond en ogen. Dat heeft niks met geloof of
levensovertuiging te maken, maar is gewoon bescherming bij het de
hele dag in de brandende zon werken.
“Hello” zei ze. “Papaja, papaja,
you.” Ze gaf me twee vers geplukte, heerlijk rijpe papaya's, lachte
uitbundig, zei nog een keer “papaja, you, eat”, stapte, terwijl
ik een Thais dankjewel waide, op haar brommertje en vervolgde haar
weg naar beneden. Ik bleef wat overdonderd staan: hoe kan ik haar nou
bedanken, en hoe kon ik haar de volgende keer herkennen in zo'n
bankoverval-outfit?
Wat een heerlijke ervaring, wat een
gastvrijheid. Mensen maken zich soms zorgen of het wel veilig is, zo
in een onbekend land en op een afgelegen plek. Zo voelt het in ieder
geval niet en de ervaring van vanmorgen past prima in het plaatje dat
zich tot nu toe heeft ontvouwd.
De eerste papaja hebben we meteen bij
de lunch soldaat gemaakt. Hij smaakte naar meer, dus met die tweede
komt het ook wel goed.
...en pleepapier
Dan nog even iets heel anders: de
stoelgang. Normaal gesproken geen onderwerp voor verhalen, maar ik
moet het er echt even over hebben. Nee, het gaat niet over
onmogelijke hurktoiletten ofzo; ook hier in Thailand kun je op de
meeste toiletten gewoon zitten. Wat wel opletten is, is het toilet in
ons huisje. Je loopt hier namelijk het risico verschrikkelijk je
billen te branden. Misschien denk je nu dat dat door het spicy eten
komt, maar het zit anders.
Thailand heeft ten opzichte van
Nederland een enorme voorsprong als het gaat om toilethygiëne.
Het systeem zal ongetwijfeld een wat
sjiekere naam hebben, maar wij noemen het de kontspoelkraan. Een
minidouchekop met knijpertje hangt hier naast iedere pot. Als je
klaar bent sproei je de boel gewoon effe schoon. (Is het heel
hardnekkig, dan assisteer je met je linkerhand. Om die reden vinden
Thai het ook erg smerig als ze zien dat je met je linkerhand eet, of
dat je iemand met je linkerhand aanraakt.) Met een toiletpapiertje
dep je alles droog en dan was je natuurlijk wel even je linkerhand
met zeep. Als je eraan gewend bent wil je niet anders meer. Bijkomend
voordeel: de rol die we uit Nederland meenamen is nog niet voor de
helft op.
Oja, en de Thaise riolering is mede
hierom niet ingericht op papier. Toiletpapier moet hier dus in het
prullenbakje dat je op iedere wc vindt.
Maar goed, hoe zit het nou met dat
billen branden? Ons water komt hier uit grote betonnen opslagtanks.
Van daar loopt de leiding gewoon over de grond naar het huisje.
Vriezen doet het hier niet, en graven in de rotsen is geen pretje,
dus is dat bovengrondse geen probleem. Totdat je je billen wilt gaan
spoelen nadat de zon een paar uur op de leiding heeft staan branden.
Je voelt hem al aankomen, denk ik. Ik niet, althans, de eerste keer
niet.
Overigens realiseer ik me, zo
schrijvend, dat het misschien maar goed is dat we dit systeem in
Maashees niet hadden. Daar kwam het water weliswaar door de grond
aan, maar zo'n kledder van net boven het vriespunt is ook niet echt
aantrekkelijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)





















