Van de MAP foundation, de stichting die Birmese werkers ondersteunt met voedselpakketten (zie deze blog), kregen we een kort verslag van de voortgang van het project. De oproep die we in augustus deden was geïnitieerd door een mede-bestuurslid van de Foundation for Education of Rural Children. In totaal konden met de donaties die volgden op die oproep zo'n 300 foodbags worden gekocht. Daarvan kwamen er bijna 70 van lezers van onze blog. Een druppel op een gloeiende plaat, maar samen met veel andere druppels kon de plaat toch wat afgekoeld worden.
Het merendeel van de pakketten is terechtgekomen bij werkers en hun gezinnen in Chiang Mai. Recentelijk is zijn er ook mensen van de stichting naar Fang, een stadje bij de Birmese grens in het uiterste noorden van Thailand, gereisd om pakketten te brengen bij Birmezen die daar in de sinaasappelplantages en fabrieken werken. Geheel in Thaise stijl zijn daar foto's van gemaakt. In Nederland zou dat privacygevoelig liggen, maar hier is dat heel gewoon. Zelfs wie gearresteerd wordt staat met naam, woonplaats en foto in de krant, meestal omringd door de trotse agenten die de arrestatie hebben uitgevoerd en een nog trotsere chef die de kans op nog een lintje erbij op zijn al volgehangen uniformjasje weer ziet groeien. Maar dat ter zijde.
Foto: MAP Foundation
Positief nieuws is dat de MAP-foundation is ingeschakeld door de provinciale gezondheidsdienst om te helpen bij alles wat met corona te maken heeft. De Birmezen zijn een extra kwetsbare groep doordat ze met velen in kleine woningen leven, buiten de standaard gezondheidszorg-programma's vallen en mede daardoor moeilijk van informatie te voorzien zijn. Dankzij de samenwerking komen voorlichting, tests en vaccinaties nu binnen het bereik van die groep.
Foto: MAP Foundation
Inmiddels is Thailand weer open voor toeristen. Hoewel de heropening met veel optimistische verwachtingen werd gepresenteerd komen er nog maar mondjesmaat mensen het land in. De meesten daarvan zijn vermoedelijk mensen die hier een huis en/of een vrouw hebben. Het is twijfelachtig of het toeristen-hoogseizoen, dat rond deze tijd zou moeten beginnen, een beetje van de grond wil komen. De kans dat dat pas volgend najaar gaat lukken is realistischer. Er is dus voorlopig nog werk aan de winkel voor MAP en al die andere organisaties die proberen het lot van degenen die het zwaarst getroffen zijn een beetje te verlichten.
Brahm Press, de man achter de MAP Foundation, vroeg ons om "the Dutchies" hartelijk te bedanken voor hun donaties. Bij dezen dus. En wie meer wil weten over de hulp aan Birmese werkers kan de eerder genoemde blog nog eens teruglezen.
Toen we nog in Chiang Dao woonden hebben we onder meer een Franse vrouw leren kennen die al een paar jaar op zoek was naar een woonplek. In eerste instantie dachten we dat het dan blijkbaar heel moeilijk was om hier een woning te vinden, maar toen we een middagje met een makelaar rondtoerden vertelde die (privacy is geen issue in Thailand) dat een van haar eisen was dat er absoluut geen geluid van buren of andere omgeving te horen mocht zijn. Hij kende wel zulke plekken, maar durfde die niet aan haar aan te bevelen. Veel te gevaarlijk voor een alleenstaande westerse vrouw, vond hij.
Huisje kijken bij Chiang Dao
Wie op zoek is naar stilte moet niet in Azië zijn, hebben we wel eens iemand horen zeggen, en voor Thailand gaat dat inderdaad grotendeels wel op. Er waait regelmatig muziek over uit het dorp, afhankelijk van de windrichting hoor je verkeer op de weg naar Lampang, je hoort de bosmaaiers, de treintoeter, soms een tractor, voorbijkomende brommers en momenteel is het de tijd van de rijstoogst en zoemt de rijstmolen op de achtergrond. En is er iemand overleden of is het een Boeddhistische feestdag, dan hoor je de monniken. Op de plekken waar we eerder woonden of op vakantie gelogeerd hebben was dat altijd min of meer hetzelfde. We zijn eraan gewend, we vinden het niet erg, en er zijn nog heel veel momenten dat het hier heerlijk stil is.
Rijstoogstmachine
Stilte is overigens een subjectief begrip. Het kan zo maar zijn dat wat wij als een heerlijke stilte ervaren, voor een bezoeker uit Nederland een slapeloze nacht betekent. Want er is altijd wel het geluid van krekels, cicaden of kikkers. Dat kan soms behoorlijk hard zijn, maar het is zo alom tegenwoordig dat we eraan gewend zijn en het ons niet meer opvalt. Wij liggen daar dus niet wakker van.
Toch hebben we de afgelopen week een paar gebroken nachten achter de rug. Debet daaraan was een roedel honden, die door de omgeving zwierf en de sala van een buurman als nachtelijke uitvalsbasis had gekozen. Zo'n beetje om het uur lieten die honden van zich horen door onderling ruzie te maken of klagelijk te gaan huilen. Onze eigen honden vlogen dan luid blaffend naar buiten en wij zaten rechtop in bed.
In eerste instantie probeerden we dat op te lossen door 's nachts de deur dan maar dicht te doen. Nu onze honden doorhadden dat ze niet naar buiten konden, reageerden ze inderdaad niet meer zo heftig op de wilde groep. Alleen begonnen ze zo tegen een uur of 3 zachtjes maar o zo irritant klagende piepgeluidjes te maken. Ze zijn niet gewend dat ze niet naar buiten kunnen voor het doen van hun behoefte en er was sprake van hoge nood. Daar moesten we dus voor het bed uit.
Duidelijk was nu dat het probleem alleen kon worden opgelost door de roedel wilde honden te verjagen. Maar hoe? We zouden het de buren kunnen vragen, maar zijn bang dat die dat op een weinig diervriendelijke manier zullen doen. Gelukkig biedt internet voor alles een oplossing. We vonden een paar video's met voor honden (en naar bleek ook voor onszelf) zeer onaangename geluiden. Die bleken te helpen. Zodra het geblaf en gehuil 's nachts begon zetten we zo'n videootje aan en onmiddellijk kozen de honden het hazepad. Na de 2e nacht bleven ze een nacht weg, maar na de nacht erna nog een keer met gepiep bestookt te zijn, zijn ze nu al een paar nachten weggebleven. We kunnen de deur weer open laten 's nachts.
Een ongestoorde nachtrust was daarmee echter nog geen feit. Weliswaar was het geblaf nu opgehouden, maar daarvoor in de plaats begon het geknaag. Het leek van vlak achter mijn hoofd te komen en het was te hard om door een hout-etend insect te worden voortgebracht. Ik inspecteerde de ruimte tussen matras en houten bedombouw, maar daar was niets te zien. Ik ging weer liggen en hoopte dat het overging, maar het geknars werd alleen maar intensiever. Ik stond op en probeerde het te localiseren, maar als ik met een lampje scheen hield het knagen op. Uiteindelijk was de conclusie dat het geknars uit een klein ladenblokje kwam. Eén voor één opende ik de laatjes. Toen ik het onderste open trok werd ik, schrik o schrik, besprongen door iets onbekends. Via mijn knie sprong het op de grond en verdween. Ik heb niet kunnen zien wat het was, maar dat werd wel duidelijk toen ik het laatje helemaal uit het blokje trok. Tussen de ammonieten die nog een plek in het mozaiekwerk moeten krijgen zat een stel net geboren muisjes. Moeder muis had de papiertjes waarop staat wie in Nederland de andere helft van de betreffende steen heeft in haar nest verwerkt. Voorwaar een mooie bestemming, maar onze liefde voor de natuur gaat niet zo ver dat we een muizennest achter het hoofdeind van ons bed ongemoeid laten.
Rennende muizen en ratten behoren sowieso tot de wakkerhouders. Dat ze vogelnestjes leegroven en op zolder piesen nemen we ze ook niet in dank af en voor zover er nog sprake was van enige sympathie hebben ze die wel verspeeld door me met de ziekte van Weil op te zadelen. Ze horen bij het leven tussen de rijstvelden, maar we proberen ze zo goed en zo kwaad als het gaat toch uit de buurt te houden.
Een van de meest komische wakkerhouders, hoewel we er midden in de nacht niet echt om kunnen lachen, is de kievit. Die maakt een nest op de grond en zodra er gevaar dreigt vliegt hij op om met veel kabaal een potentiële nestrover af te leiden, zodat die het nest niet vindt. Op zich zouden we daar niet wakker van worden, maar helaas heeft Yindee een verband gelegd tussen voorbijgangers op de weg en de alarmroep van de kievit. Zodra de kievit zich laat horen vliegt Yindee blaffend naar het hek. Ook 's nachts. De blaffende hond is op zich weer een bedreiging voor de kievit waardoor deze er nog een schepje bovenop doet en zo ontstaat een zichzelf in stand houdend alarmsysteem. Heel komisch, maar het mag allemaal wel wat zachter. Dat hebben we Yindee intussen ook redelijk bij kunnen brengen. De kieviten moeten het tegenwoordig wel heel bont maken om haar aan het blaffen te krijgen.
Voor het inperken van de ergste wakkerhouder kregen we hulp van de natuur zelf. Ik heb het dan over de feestjes, die hier in Thailand alleen maar geslaagd kunnen zijn als er karaoke gedaan kan worden. Over hoe zich dat ontwikkelt als de avond vordert en de flessen zelfgestookte whissekie leeg raken hoef ik denk ik niks te schrijven. Sinds de corona-uitbraak is het echter gedaan met die feestjes. De laatste weken komt er zo nu en dan wel weer eens wat muziek uit een van de omliggende dorpen aanwaaien, maar een party tot diep in de nacht is er al heel lang niet meer geweest. Mocht dat er ooit weer van komen, dan hebben we gelukkig nog een doeltreffende remedie in huis: oordopjes.
In één klap zijn we een stuk rijker geworden. En dat zonder de loterij te winnen of een erfenis te krijgen. Eigenlijk hebben we er niets extra's voor hoeven doen. Het is gewoon vanzelf gegaan.
Het begon allemaal toen Phan, onze 'Thaise zoon', liet weten dat hij langs zou komen. Een hele verrassing, want hij woont al weer een tijdje in Phuket en dat ligt op zo'n 1500 kilometer van Lampang. Zijn oom, die ook in Phuket woont, bleek een auto gekocht te hebben in Lampang en die gingen ze samen ophalen. Het ging om een simpel tweedehandsje, dus waarom dat van zo ver weg gehaald moest worden (vergelijk het met dat je vanuit Nederland een auto koopt en gaat ophalen in Barcelona) is ons een raadsel, maar we zijn inmiddels gewend aan de onnavolgbare Thaise logica, dus we hebben er maar niet naar gevraagd.
Natuurlijk was het een hartelijk weerzien, waarbij Phan ook alle dieren even moest knuffelen en aan oom en de ook meegekomen tante moest laten zien wat hij allemaal bij ons geknutseld had. Hij was ook zeer verrast door de hoogte van de bomen en andere begroeiing. In januari was hij voor het laatst geweest en toen kon je nog vanaf de weg het hele landje overzien. Nu is het een groene oase, zoals we al in een eerdere blog schreven.
Die groene oase blijkt de oorzaak te zijn van onze opmars richting Quote 500. Dat bleek toen we stekjes gingen verzamelen om mee te geven aan tante, die ook dol is op plantjes. De afgelopen weken heeft Mieke volop nieuwe schaduwplantjes geplant. Dat kon tot voor kort niet, omdat er te weinig schaduwplekken waren, maar nu is dat dus compleet veranderd. Phan wees op één van de plantjes en vertelde dat dat op de markt momenteel 100.000 baht, zo'n 2700 euro, kost. We grapten nog dat hij het voor 50.000 mee mocht nemen en besteedden er verder weinig aandacht aan. Ik vermoedde dat hij zich in de Engelse getallen vergist had. In het Thais is de opbouw van getallen namelijk anders dan bij ons. Het rijtje duizend, tienduizend, honderdduizend is in het Thais phan, meung, sen. Vertalen naar het Engels kan voor een Thai dus best verwarrend zijn.
100.000 baht (€ 2.700)
Toch liet het ons niet helemaal los. Phan zou best meung vertaald kunnen hebben met 100.000 in plaats van 10.000, maar zelfs 10.000 baht is nog altijd een exorbitant bedrag voor een plantje. We zijn daarom maar eens op onderzoek uitgegaan en wat bleek? Er is in Thailand sprake van een soort tulpenmanie: een plantjes-met-mooie-blaadjesmanie. Of Phan gelijk had met de prijs voor het specifieke plantje dat hij aanwees weten we niet, maar dat er waanzinnige prijzen voor plantjes gevraagd worden blijkt te kloppen. In het filmpje hieronder bezoekt een Australier een plantenmarkt in de zuidelijke badplaats Hua Hin en valt van de ene verbazing in de andere. De hoogste prijs die hij tegenkomt is maar liefst 3,9 miljoen baht, ruim 100.000 euro. Helaas wordt niet duidelijk of dat bedrag er ook daadwerkelijk voor gegeven wordt. (Als de video niet zichtbaar is, ga dan naar https://www.youtube.com/watch?v=c9aikFrZWp0)
Nu zitten we hier met de nodige plantjes-met-mooie-blaadjes en daarmee zijn we vermoedelijk dus stinkend rijk. We zouden nu een hoge muur om het landje moeten bouwen, met camera's op alle hoeken en felle verlichting overal. En we zouden wat mensen moeten inhuren om de plantjes-met-mooie-blaadjes constant in de gaten te houden en te ontdoen van rupsen en andere bladeters. Maarja, om dat te betalen zouden we de plantjes-met-mooie-blaadjes moeten verkopen en dan hebben we al die poespas niet meer nodig. Een heuse catch-22, alleen zitten we er niet in gevangen, want net als de tulpenmanie gaat de plantjesmanie ook wel weer over. Bovendien willen we de plantjes niet kwijt, weten we niet zeker of onze plantjes ook wel zo veel waard zijn en hebben we geen idee hoe we ze zouden moeten verkopen en aan wie. We voelen ons al rijk genoeg met de mooie tuin, al die dieren om ons heen, ons relaxte leventje hier in dit mooie land en elkaar.
Oplettende lezertjes (ja Frans, die is speciaal voor jou) is het ongetwijfeld opgevallen dat er met Phan iets aan de hand is. In de tweede alinea noemen we hem onze Thaise zoon, en bij de uitleg over de Thaise duizendtallen komt phan ook weer terug als vertaling van duizend. Zijn naam is eigenlijk Prasong, maar net zoals alle Thai wordt hij in het dagelijks leven door iedereen aangesproken met zijn bijnaam, die inderdaad duizend betekent. We kennen hem al van voordat we naar Thailand verhuisden, zijn goede vrienden geworden en op een gegeven moment heeft hij gevraagd of hij ons mom en dad mocht noemen. Dat mogen we als een hele eer beschouwen (en qua leeftijd zou het goed gekund hebben), dus sindsdien heeft hij een Nederlandse mom en dad, hetgeen betekent dat wij vanaf hetzelfde moment een Thaise zoon hebben.
Het is nat. Zeiknat. Op sommige delen van het landje staan nog flinke plassen, op andere plekken, waaronder delen van de paardenwei, is het een modderboel. We hebben de natste regentijd sinds we hier zijn achter de rug. Of eigenlijk hebben we die nog helemaal niet achter de rug; het regent nog steeds om de paar dagen. En doordat er al heel veel regen gevallen is, én een gemiddelde regenbui hier overeenkomt met een zware regenbui is Nederland, is de grond verzadigd van het water en zijn de plassen na iedere bui weer enorm aangegroeid. Gelukkig laat de zon zich ook vaak zien, waardoor er ook snel weer veel water verdampt, maar het blijft een natte boel hier.
Ruim een maand geleden schreef ik al dat bomen en struiken als een groene bom de grond uitgeschoten zijn, nadat ze de eerste 3 jaren maar beetje bij beetje wilden groeien. De afgelopen maand zijn ze daar vrolijk mee verder gegaan. Daardoor hebben we ineens een overvloed aan schaduwplekjes, maar tegelijkertijd wordt het zicht belemmerd op de zonsopkomst, die we de komende maanden weer vanuit bed kunnen bewonderen, als er tenminste geen begroeiing in de weg staat. En ook op de bergen hebben we niet meer het vrije uitzicht dat we hadden. Nu het gras maaien wat minder tijd begint te vergen, komt daar het snoeien voor in de plaats. Daarmee houden we tenminste ook wat doorkijkjes open.
Sommige planten zijn zo fanatiek dat ze de lichtval op de zonnepanelen belemmeren. Ook die krijgen onverbiddelijk met de snoeizaag te maken. De opbrengst van de panelen gaat namelijk onevenredig hard achteruit zelfs als er maar een deel van een paneel minder licht vangt.
Wat er ook gesnoeid moet worden, of eigenlijk volledig uitgeroeid, zijn de hardnekkige stekelplantjes die overal uit de grond schieten. Er is er eentje bij die zijn zaadjes op een ingenieuze manier verspreidt. Ze zitten in miniscule doorntjes met nog minisculere weerhaakjes en als je er tegenaan loopt zit je broek/lungi/jurk daar meteen helemaal vol mee. De enige manier om de doorntjes uit je kleren te krijgen is door ze er één voor één uit te trekken. Laten zitten kan ook, maar dan beginnen ze vroeg of laat langs je benen te krassen. We hopen maar dat we ze door telkens te blijven maaien het leven zuur kunnen maken. Met de eveneens stekelige kruidje-roer-me-niet werkt die taktiek in ieder geval niet. Nu de grond dankzij de vele regen zacht is, proberen we die er zo veel mogelijk helemaal uit te trekken.
De vele harde regenbuien die nu al 6 maanden lang meerdere keren per week vallen zijn ook een flinke aanslag op de pittoreske grasdakjes. Zelfs op de stal van Surya moet al gras worden bijgelegd, maar we moeten nog uitvogelen hoe we dat het handigste kunnen doen. Een ladder in een modderige wei met een overenthousiast ronddartelend veulen... ik zie het plaatje al voor me: ik, liggend in de modder, Mieke schaterend aan de kant en Surya met haar hoofd door de ladder, verbaasd hinnikend om alle ophef. We zijn maar eerst begonnen met het herstellen van het grasdakje van een van de sala's, zodat we alvast wat ervaring als grasdakdekkers kunnen opdoen. Gelukkig ligt er onder het grasdak van het stalletje nog een laagje golfplaat, dus binnen blijft het in ieder geval droog.
Dan is er natuurlijk ook nog het ritueel van het legen van de overloopput. Die hoort eigenlijk alleen gevuld te worden vanuit de septictank, met water waaruit de "zwaardere bestanddelen" (ik zal niet in details treden) zijn bezonken. Dat water is nog prima geschikt voor de tuin. Maar tijdens zware buien loopt er ook water vanuit de grond in de overloopput, zodat er minimaal wekelijks gepompt moet worden, terwijl de tuin helemaal geen extra water nodig heeft.
De nattigheid is kaasje voor de takaab. In de eerder genoemde groenebomblog kwam die reuzeduizendpoot ook al even voorbij, nadat Mieke met de beet van het beest had kennisgemaakt, gelukkig zonder ernstige gevolgen. Het controleren van kleding en laarzen voordat we die aantrekken is een standaardhandeling geworden. En bij het werken in de tuin gaan ook de werkhandschoenen aan. Je weet immers maar nooit wat er rondloopt. Van de week voelde ik bij het aantrekken van een handschoen een steek in mijn vinger. Snel trok ik mijn hand er weer uit, waarna er ook een takaab uit tevoorschijn kwam. Net als Mieke had ik mazzel dat het om een klein exemplaar ging. Het brandde flink, maar niet zo erg als waar we op grond van de verhalen bang voor waren.
Het is intussen een uitdaging geworden om goed beschermd tegen plassen, stekelplantjes en takaabs in de tuin te werken. Voor het grasmaaien heb ik een speciale lungi, die intussen helemaal vol zit met doorntjes. Voor het overige werk is er de charmante combinatie van laarzen tegen water en takaabs, een kortere lungi die niet langs de stekelplantjes gaat en werkhandschoenen tegen allerlei prikkende en bijtende planten en dieren. We kunnen alleen nog maar dromen van de tijd dat je slechts gehuld in een vijgenblaadje door het paradijs kon flaneren; die ligt reeds lang achter ons.
Adam en Eva zijn weggelopen uit het schilderij "De zondeval" van Cornelis van Haarlem uit 1592
Dit is hem dan. De mijlpaal. De 200e blog. Toen we er ruim 7 jaar geleden mee begonnen was het idee dat we gewoon voor onszelf wilden opschrijven hoe het ons eerst op weg naar, en later levend in Thailand verging. En dat is eigenlijk nog altijd het uitgangspunt. Dat er een vaste groep meelezers is maakt het extra leuk om te doen.
Misschien vraag je je af of die 7 jaar wel klopt. We zitten immers nog geen 5 jaar in Thailand. Maar de allereerste blog is inderdaad van ruim 7 jaar geleden, om precies te zijn van 25 augustus 2014. Onder de titel "Schoonmoeder" verscheen een aankondiging van ons voorgenomen vertrek. In eerste instantie was dat bedoeld voor de website Thailandblog, maar we besloten spontaan om er ook maar een eigen blog mee te beginnen. Dat was wat optimistisch, want de beloofde verhalen over de verdere voorbereidingen zijn er nooit gekomen. Pas in maart 2015 verschenen er 8 nieuwe blogs, geschreven tijdens een vakantie in Thailand.
Bijna een jaar later, op 7 januari 2017, beginnen we echt op stoom te komen. We hebben dan net een waanzinnig mooi gelegen huisje in Chiang Dao gevonden, dat we kunnen gaan huren. Dat moeten we natuurlijk even aan de wereld laten weten.
Vanaf het moment dat we in Thailand zijn gaat het hard met de blogs. Elke week verschijnt er minstens één. Logisch, want alles is nog nieuw, dus de onderwerpen worden ons op een presenteerblaadje aangereikt. Naarmate we hier langer zijn loopt de frequentie iets terug, maar het lukt toch nog altijd om zo ongeveer elke twee weken iets nieuws te schrijven.
Statistieken
Bij een mijlpaal hoort terugkijken, dus ik ben maar eens even in de statistieken gedoken.
Het aantal lezers schommelt zo'n beetje tussen de 20 en de 50. Dat is dan exclusief de lezers van het Boeddhistisch Dagblad, waarover later meer.
Het meest gelezen is de blog "ผงซักฟอกล้างจาน"van 3 oktober 2017. Met 283 lezers steekt deze met kop en schouders boven de rest uit. Waarom is me een raadsel. In eerste instantie hebben slechts 23 mensen het verhaal gelezen, maar in juni 2018 kwamer er ineens 80 bij en in maart 2019 nog eens 125. Het lijkt alsof er ergens links naar die blog hebben gestaan.
Aan de andere kant is er dan de blog "Kikkerbilletjes", die het met een magere 6 lezers heeft moeten doen. Ook dat is niet goed verklaarbaar, want het is een bijzonder verhaal over het bevrijden van een gulzige slang en er staan erg fraaie foto's bij. Wie de kikkerbilletjes gemist heeft moet het beslist alsnog even lezen.
Ik heb geprobeerd te bedenken wat mijn eigen favoriete blog is, maar daar kom ik niet goed uit. Ik hou van de beschouwingen over de taal en geniet van alles wat we in Nederland absoluut onlogisch vinden maar wat hier heel gewoon is. Maar als ik dan een favoriet moet noemen is dat er een die de gebeurtenissen uit het dagelijkse leven overstijgt. De blog van 21 september 2020 over Somtjid Wongtang bijvoorbeeld.
Een van de meest bijzondere blogs vindt ik nog altijd Pong Veegt, door Mieke geschreven en geplaatst op 29 oktober 2017. Gewoon omdat het een prachtige beschrijving van een dagelijks ritueel is, maar ook omdat dat de blog is die op een of andere manier onder de aandacht van het Boeddhistisch Dagblad is gekomen. Het was de eerste blog die ook in die online krant verscheen en sindsdien zijn onze blogs ook daar te lezen. Een hele eer.
En nu op naar de 300. Zolang we het leuk vinden om te schrijven blijven we dat doen. Een week of 3 geleden schreef ik over de metselwesp die mijn notitieboek had dichtgemetseld. Toen we het weer open hadden weten te krijgen hebben we er natuurlijk even doorheen zitten bladeren en bedacht dat het leuk zou zijn om gedichten die daarin staan als blogs op te nemen. Mieke heeft ook zo'n boek, dus we kunnen dan even vooruit, ook als de inspiratie ons onverhoopt wat in de steek laat. Dan moet die 300e er wel een keer van gaan komen.
Onze auto is deze maand 7 jaar oud en dat betekent dat hij gekeurd moet worden. Als je ziet wat hier allemaal op de weg rijdt vraag je je af hoe dat door zo'n keuring is gekomen. Auto's waar geen raam of deur meer in zit, creatief opgelapte auto's, auto's die een dikke sliert zwarte rook uitspugen, auto's zonder achterlichten; bedenk iets ondenkbaars en je ziet het hier rondrijden.
We hebben al eens bij andere buitenlanders geïnformeerd hoe die het doen, maar de meesten regelen dat niet zelf, of hebben een veel jongere auto. Uiteindelijk stuurt iemand ons het embleem van een erkend keuringsstation, dus nu weten we waar we op moeten letten. In Hang Chat, het dichtsbijzijnde stadje, blijkt er ook een te zitten.
Helaas lees ik in de periode dat we een en ander aan het uitzoeken zijn het verhaal van iemand die voor meer dan 3000 euro aan zijn auto moet laten repareren, maar als hij ergens anders naartoe gaat voor nog geen 500 euro klaar is. Het is het soort verhalen dat we hier bij regelmaat horen, maar soortgelijke ervaringen hebben we zelf nog niet gehad. Toch denken we na over hoe we het risico daarop zo klein mogelijk kunnen houden. Ik had me sowieso al voorgenomen om eventuele noodzakelijke reparaties niet bij het keuringsstation, maar bij onze vaste garage te laten uitvoeren. En Mieke stelt voor om even langs onze vriend Pladith te rijden om te vragen of het keuringsstation in Hang Chat betrouwbaar is. We hopen stiekem dat hij dan even meerijdt.
Pladith blijkt zelf ook altijd naar Hang Chat te gaan voor de keuring en hij is er heel tevreden over. Hij biedt helaas niet aan om mee te gaan. Ik vraag hem nog hoe lang het duurt en wat de kosten zijn. 1 of 2 weken, antwoordt hij, en het kost zo'n 3000 baht. Oeps, daar had ik niet op gerekend. Je kan toch moeilijk twee weken zonder zitten, en 3000 baht is zo'n 80 euro. Dan is de Nederlandse APK goedkoper.
Ik rijd naar het keuringsstation en meld me bij een tafeltje, met het autoboekje, paspoort, verzekeringsbewijs en kopieën van van alles. Autoboekje en verzekeringsbewijs zijn voldoende; de rest kan weer in de tas. Het is zo'n beetje de eerste keer dat er minder papieren gevraagd worden dan we vooraf hadden bedacht. Er zit een vrouw te wachten; ik vermoed dat haar auto momenteel gekeurd wordt. Ze begint een gesprek, maar ik kan absoluut niet verstaan wat ze zegt. Toch hebben we zo langzaamaan wel geleerd om bepaalde woorden te herkennen die met bepaalde vragen samenhangen. Joetie bijvoorbeeld, komt voor in de vraag waar we wonen. Pratheet betekent land. Pie is jaar. Dus hoor ik joetie voorbijkomen, dan antwoord ik dat we in Nong Noi wonen, zit er pratheet in de vraag dan vertel ik dat we uit Nederland komen en bij pie antwoord ik dat we al 4 jaar in Thailand zijn.
Dan wordt me met handen en voeten uitgelegd dat ik mijn auto achter de auto moet zetten die al binnen staat. Als die andere auto weg is stapt de man van het keuringsstation in onze auto. Hij start, rijdt 2 meter en trapt dan hard op de rem. Dan tijdt hij weer 2 meter en trapt zachtjes op de rem. Voordat hij uitstapt zet hij de lichten aan. Dan controleert hij met een of ander apparaat de stand van de koplampen. Vervolgens rijdt hij weer een klein stukje totdat de achterwielen op een soort verdiepte rollenbank zakken. De wielen draaien een stukje vooruit en dan een stukje achteruit. Wat er precies getest wordt is me een raadsel. De auto wordt weer een stukje vooruit gereden. De man stapt uit en komt naar het tafeltje. Hij begint van alles op te schrijven en uiteindelijk krijg ik de rekening: 1300 baht. De keuring is al klaar; de auto is goedgekeurd. Over een week moet ik terugkomen om de kentekensticker op te halen.
Alle Thaise auto's en motoren moeten een geldige sticker hebben. Die sticker krijg je als je je autobelasting gaat betalen. Dan moet je ook laten zien dat je de verplichte verzekering voor je auto hebt afgesloten en vanaf 7 jaar moet je ook een keuringsbewijs hebben. De sticker betekent dus dat je aan al die verplichtingen hebt voldaan. De afgelopen jaren moesten we naar Lampang voor die sticker, maar blijkbaar regelt het keuringsstation dat nu. Dat scheelt weer een ritje.
Als ik thuis de rekening vertaal wacht er nog een aangename verrassing: niet alleen is het bedrag een stuk lager dan Pladith dacht, maar de 1050 baht jaarlijkse autobelasting zit al bij het bedrag dat ik betaald heb in. De keuring zelf kostte dus maar 250 baht (€ 6,50). En de 1 a 2 weken die Pladith noemde is de tijd die het kost om de sticker te krijgen. De keuring zelf duurde nog geen 5 minuten.
De vraag hoe het kan dat er zo veel wrakken op de weg rijden is nu ook beantwoord. Zolang de remmen het doen en de koplampen goed zijn afgesteld is het okee. Er wordt niet gecontroleerd op achterlichten, remlichten, knipperlichten, draagbalken, schokbrekers, bandenprofiel, uitstoot, spiegels, gordels ..... En zo was ook deze nieuwe ervaring uiteindelijk weer een fluitje van een cent (1/3 baht).
De regentijd begon vroeg dit jaar en was er maandenlang een zoals we die ieder jaar wel zouden willen hebben. De gigantische stormen waarmee het begin van de regentijd normaal gesproken gepaard gaat bleven achterwege. En in plaats van de hevige plensbuien die de grond meteen dichtslaan waren het dit jaar gestage regens, om de zoveel dagen, die steeds volledig door de grond werden opgenomen. Dat deed de tuin goed. Bomen en struiken zijn met onvoorstelbare snelheid de grond uitgeschoten, alsof er een groene bom geëxplodeerd is. Ons huis viel altijd meteen op als je het dorp uitreed, maar nu zie je het niet meer. Het gastenhuisje dat er nu ruim een jaar staat zou nu niet meer geplaatst kunnen worden omdat de vrachtauto er niet meer door kan. Vanaf het balkonnetje van het gastenhuisje is ons huis ook niet meer te zien. We hadden er rekening mee gehouden dat het wel een jaar of 5 kon duren voordat het groen een beetje aan begon te slaan, maar dat gebeurde dus al na 3 jaar.
Eind augustus kregen de regens alsnog een moesson-achtig karakter. Vrijwel dagelijks kregen we enorme hoeveelheden water te verwerken. De luchtvochtigheid was zo hoog dat het haast onmogelijk was om de was te drogen. Aangename verrassing was wel, dat alle water steeds weer werd afgevoerd. We vermoeden dat veel bomen hun wortels inmiddels door de vette kleilaag geboord hebben en daarmee een natuurlijke drainage hebben bewerkstelligd. Maar uiteindelijk gingen de regens toch te lang door en begonnen zich overal grote plassen te vormen. We begonnen ons zorgen te maken over Surya, want haar wei kwam ook steeds meer blank te staan. Haar stalletje bleef gelukkig wel goed droog, maar als het veel erger zou worden zouden we haar tijdelijk weer op de paardenfarm moeten stallen.
Ook voor de schildpadden werd de nattigheid een probleem. Nadat ze een jaar of twee in een omheind stukje van de tuin hadden gezeten hadden we ze juist vrijgelaten, zodat ze nu in het grootste deel van het landje kunnen rondbanjeren. Ze waren meteen fanatiek aan het graven gegaan, want ze overnachten in een hol onder de grond. Door de voortdurende regens liepen die holen echter vol, of ze stortten zelfs in. Gelukkig is dat goed afgelopen, maar we hebben ze wel weer even teruggezet binnen de oorspronkelijke, kleinere omheining. Zodra het wat droger wordt mogen ze hun gang weer gaan.
Vandaag is het de derde dag op rij zonder regen en zelfs met aardig wat zon. Al het water dat op het landje stond is nu al verdwenen. De regenkansen nemen echter de komende dagen weer flink toe, dus we moeten maar afwachten of het een beetje binnen de perken blijft.
Die zware regenbuien hebben niet alleen maar nadelen. Zo konden we met een handige constructie het water van het dak in de net schoongemaakte cold tub laten lopen. Met kraanwater duurt het een paar uur voordat die vol is, maar nu was dat met een goed half uur gebeurd. Ook kunnen we tijdens zo'n bui prima douchen. Het regenwater heeft hier een aangename temperatuur.
De vochtigheid zorgt wel voor ongenode gasten. Mieke werd van de week na het douchen gebeten door een takaab, een reuze-duizendpoot, die in haar handdoek zat. Het is routine om handdoeken en kleding voor gebruik te controleren en uit te slaan, maar soms vergeet je zoiets een keer. Gelukkig was het een vrij klein exemplaar en wellicht heeft ie niet helemaal doorgebeten, want het viel mee met de pijn. Takaabbeten staan normaal gesproken bekend als uiterst pijnlijk (pijnlijker nog dan schorpioenbeten) en soms is behandeling in het ziekenhuis noodzakelijk.
In dit seizoen zijn ook de metselwespen actief. Een urntjeswesp probeert al weken lang een urntje aan de rand van onze wc-bril te metselen, maar wij vinden dat niet zo'n goede plaats voor een wespennest. De urntjeswesp is behoorlijk vredelievend en steekt alleen als ie echt in het nauw wordt gebracht. Maar dat laatste zou voor zijn gevoel zo maar het geval kunnen zijn als wij ons op die bril laten zakken. We halen de bouwsels dus weg, maar de wesp begint vrolijk opnieuw.
Een ander type metselwesp metselt nestjes in nauwe ruimtes. Er heeft er al eens eentje mijn tinwistle vernaggeld door het toongat dicht te metselen. Nu zat er al een aantal dagen eentje ergens achter mijn hoofdkussen, alleen had ik geen flauw idee waar precies. Speurtochten leverden niks op. Tot ik vandaag mijn gedichten-opschrijfboek pakte en het niet open kreeg. Het zat dichtgemetseld. Hoewel het niet om een plek ging met prikrisico, was ik er toch ook niet echt blij mee. Zowel om gedichten te lezen als om nieuwe te schrijven moest het boek toch echt open kunnen. Bovendien was ik bang dat de larven zich aan het papier tegoed zouden doen. Hoewel poëzie best vergankelijk mag zijn (er zit een gedicht onder het leemstucwerk van het huisje) wilde ik mijn werk toch maar liever niet laten opeten door wespenlarven. Ik heb het boek dus maar met wat extra kracht opengetrokken en kreeg daardoor een schitterend kijkje in de wespenkraamkliniek, die inmiddels over de volle lengte van het boek was uitgebouwd. De larven krioelden er al rond. Sorry, metselwesp. Maar de kippen waren wel weer erg blij met de larven. Dat is nog een ingewikkelde rekensom voor degene die mijn karma bij moet houden.