18 december 2021

Zoals het klokje thuis tikt....

nacht'lijk krekelkoor

sust mij telkens weer in slaap

Nong Noi is nu Thuis


Zoals het klokje thuis tikt.... klinkt het nergens naar. Ik schat dat het klokje in onze kamer zo'n 55 jaar oud is. Totdat mijn moeder overleed, in 2006, heeft het 40 jaar in de Haagse Beeklaan getikt. Daarna tikte het nog ongeveer een jaar door bij mijn jongste broer aan het Elandplein. Toen ook die overleed is het bij Mieke en mij in de Boxtelse Knuistenkoepel (ik laat geen gelegenheid voorbij gaan om deze prachtigste straatnaam van Nederland even te kunnen noemen) terechtgekomen. Vervolgens tikte het vrolijk verder aan de Touwbaan in Maashees, waarna het op 50-jarige leeftijd naar Thailand is het verhuisd. En daar is het gestopt. Niet omdat we vergeten waren het op te winden, want dat hadden we netjes gedaan. We vermoeden dat de warmte en de hoge luchtvochtigheid het ding teveel geworden zijn. De meeste dingen gaan in Thailand korter mee, deels vanwege mindere kwaliteit en gebrek aan onderhoud, maar vooral toch door het klimaat.

Ons vermoeden werd bevestigd toen het klokje op een gegeven moment, nadat de hete tijd al even voorbij was en uiteraard midden in de nacht, 8 uur sloeg. Vanaf dat moment heeft het het weer een tijdje gedaan, maar de afgelopen zomer stopte het er weer mee. Vorige week had het een korte opleving, maar nu is die voorbij en staat het weer stil. Heel erg vinden we dat niet. Het klokje is zo overdadig gedecoreerd dat je er niet goed op kunt zien hoe laat het is. En mooi vinden we het ook niet; het staat er omdat het een familiestuk is. We denken erover om het een plaats te geven in een soort van totempaal met herinneringen die op het landje moet gaan verrijzen.

Ook zonder tikkend klokje voelen we ons hier inmiddels helemaal thuis. En regelmatig zijn er momenten waarop dat gevoel weer eens extra versterkt wordt. Die hebben soms helemaal niks te maken met hoe de mensen zich hier tegenover ons opstellen. Zo fietste ik van de week naar het stadje Hang Chat om fruit te kopen en zag ik hoe in een dorpje een nieuwe hoofdkraan voor de waterleiding was geïnstalleerd. Die staat dan boven de grond, zonder afsluitbaar hekwerk er omheen. Dat kan hier gewoon, want er is niemand die het in zijn hoofd haalt om "voor de grap" de kraan dicht te draaien of uit verveling het ding stuk te trappen. Alle hoofdkranen van huizen, en alle water- en elektriciteitsmeters zitten hier ook gewoon buiten. Lekker makkelijk voor de meteropnemer; die kan de stand ook opnemen als je niet thuis bent.

Nadat ik een kilo mango's voor een euro had gekocht moest ik elders op zoek naar bananen, want die waren op bij mijn favoriete fruitvrouw. Ik stopte bij een tafeltje langs de weg waarop werkelijk de allergrootste bananen lagen die ik ooit gezien heb. Een flinke kam, met zo'n 8 bananen eraan, kostte 1 euro. De man vroeg waar ik vandaan kwam en in mijn beste Thais maakte ik duidelijk dat ik uit Nederland kwam maar nu in Nong Noi woonde. Er kwam nu een stortvloed aan Thaise woorden uit de man. Het ging me allemaal veel te snel om het goed te kunnen verstaan, maar ik ving onder meer "baan din" en "suay maak" op. Hij wist blijkbaar van ons kleihuis (baan din), vond dat dat heel mooi was (suay maak) en leek helemaal enthousiast dat hij nu een baandinbewoner voor zich had. Ik moest de bananen maar gratis meenemen, vond hij. Ik vond dat ik er best voor kon betalen; 1 euro is voor mij niet veel en voor hem een substantieel bedrag. Uiteindelijk werden we het eens toen ik zei dat hij er dan maar een ijsje voor zijn kinderen voor moest kopen. Dat argument werkt meestal goed hier. Hij liep met mijn boodschappentas naar een krat die achter hem stond, deed er de bananen in en daarna zette hij de tas op mijn fiets. Toen ik thuis kwam bleek er een reuzekam met 15 bananen in mijn tas te zitten. Had hij toch nog de helft gratis gegeven. Nu moeten wij ons door de bananenberg zien te eten.

Op de terugweg werd ik ook weer helemaal blij van het fietsende vrouwtje met een hele lading takkenbossen achterop haar fiets. Vrouwtje is overigens niet denigrerend bedoeld: Thaise mensen, vooral de oudere, zijn veelal heel klein. Het verkleinwoord slaat dus echt op de geringe lengte. Zoals de meeste Thai fietste ze met een snelheid die net hoog genoeg was om niet om te vallen. Toen ik haar voor me zag kon ik gemakkelijk even stoppen en mijn telefoon pakken om te filmen. Vlak voordat ik haar voorbij wilde gaan sloeg ze ineens af, waardoor ik vol in de remmen moest. Breed lachend excuseerde ze zich en zei en gebaarde ze van alles wat ik niet begreep. Maar dat maakte niet uit; de bedoeling was duidelijk.

Het laatste stukje tot aan ons huisje voerde door de rijstvelden, waarop volop gewerkt werd. "Hey hello" werd me van alle kanten toegeroepen. Voor de meesten is dat het enige Engels dat ze kennen. Overal vriendelijk lachende gezichten. Hier kan je je toch niet anders dan thuis voelen?

Waarschuwing: de volgende alinea's kunnen als schokkend worden ervaren

Okee, soms, heel soms zijn er situaties waarin het thuisvoelen eventjes verdrongen wordt. Dat overkwam me een paar weken geleden toen ik eens even lekker wilde afkoelen in de cold tub, de grote kuip met koud water in de tuin. Ik had me er comfortabel in genesteld met een e-book en een glas vruchtensap toen ik me bewust werd van een niet al te aangename geur. Het was al donker, dus ik gebruikte het lampje van mijn telefoon om te zien of er wellicht een dood beest ergens naast de tub lag. Ik kon niks vinden en wilde weer gaan zitten toen ik ineens de oorzaak van de geur zag: er dreef een dode rat in het water. Nooit eerder ben ik zo snel uit de tub gesprongen en nooit eerder heb ik daarna zo lang onder de douche gestaan. Gelukkig is het nu de koelere tijd, want veel aandrang om weer in de tub te gaan heb ik nog steeds niet.

Vandaag was er weer zo'n moment. Hoewel we in de middag meestal maar wat zitten te lamballen houden we toch altijd een koffiepauze. Meestal maken we zelf een lekkere mokka van koffie, cacao en kokosmelk. Toen ik mijn koffie bijna op had zag ik een flinke klont op de bodem van mijn mok. Ik dacht in eerste instantie dat het koffie-cacaomengsel niet goed was doorgeroerd. Was dat maar zo geweest. Er bleek een kleine pad in mijn mok te zijn gesprongen en die had de douche van kokend water niet overleefd. Ik heb de rest maar laten staan en de pad bewaard, om als eventueel aan de arts te laten zien als ik er ziek van zou worden. Dat is gelukkig niet gebeurd. 

Gekookte koffiepad

Natuurlijk gaan hier nu wel de woordgrappen over en weer. Voor de lunch vanmiddag hadden we pad thai, een beroemd Thais gerecht, opgewarmd in onze zonne-oven. Mieke is bang dat er nu een paddemie uit gaat breken. Ik ben op zoek naar iemand met een senseo, zodat de koffiepad toch nog een goede bestemming kan krijgen. 

En het klokje.... dat tikt nog steeds niet.

02 december 2021

Ik was er niet bij

Ik voel me altijd wat ongemakkelijk als het gaat om slavernij of het Nederlandse koloniale verleden. Niet dat ik me er schuldig over voel; ik was er niet bij, heb er niet aan deelgenomen, heb naar mijn beste weten nooit gediscrimineerd. Maar dat neemt niet weg dat ik er nog dagelijks van profiteer. Ik kon de stap zetten om naar Thailand te verhuizen, een stuk land te kopen, er een huisje op te bouwen en een vrijwel zorgeloos leven te leiden. En dat alleen omdat ik rijk geboren ben. Nee, niet rijk volgens Nederlandse begrippen, maar stinkend rijk in Thaise ogen. Ook daar kan ik me niet schuldig over voelen. Het is me overkomen. Ik kan mijn rijkdom hier aanwenden om armoede te verlichten. Maar ik blijf rijk. 

Ik hoef daar ook niet veel voor te doen. Met onze pensioentjes zouden we in Nederland net een minimumloon halen, maar hier houden we daar nog genoeg van over. We zijn best druk met het werk op het landje en de verzorging van de veestapel, maar als we de hele dag op ons gat zouden zitten zouden die pensioentjes onverminderd binnen komen. Ons minimumloon is ongeveer 6 keer zo hoog als het Thaise. Pensioenen zijn vooral weggelegd voor wie werkt bij de overheid, waaronder ook onderwijs en gezondheidszorg vallen. Voor de rijstboeren hier zijn kinderen en familie het pensioen en dat gaat pas in als ze echt zelf niet meer kunnen. Terwijl wij afgelopen zondag op ons gat zaten, was een groep Thai op het naastgelegen land bezig met de hand de rijst te oogsten. Best makkelijk, rijk zijn.

Ik heb hier in Thailand kennisgemaakt met de impact van white privilege, toen ik vanwege mijn prima ziektekostenverzekering van het staatsziekenhuis verhuisde naar het privé-ziekenhuis. Een keuze uit eigenbelang, maar had ik hem niet gemaakt, dan had ik in het overvolle staatsziekenhuis een bed bezet gehouden waar iemand geholpen zou kunnen worden die zich geen privé-ziekenhuis kan veroorloven. Solidair zijn en niet mijn bevoorrechte positie verzilveren zou averechts uitgepakt hebben. Een bizar dilemma, dat me behoorlijk in verwarring heeft gebracht, maar waarvan ik ook weer moet concluderen dat het me overkomen is, simpelweg door in Nederland geboren te worden. 

En zo kan ik mezelf comfortabel voorhouden dat het weliswaar oneerlijk is hoe de rijkdom in de wereld verdeeld is, maar dat mij persoonlijk op dat punt geen blaam treft; het was al zo toen ik de wereld betrad. Of beter gezegd: ik KON mezelf dat voorhouden. Want voor het eerst in mijn leven doet zich ondubbelzinnig de situatie voor waarin de keuze die ik maak direct gevolgen heeft voor een ander op de wereld. Toen het nog ging over de eerste vaccinaties kon ik mezelf nog geruststellen met de gedachte dat Thailand in ieder geval niet hoorde bij de landen die grootschalig veel meer inkochten dan ze nodig hadden en ook niet bij de landen waarvan je mocht verwachten dat ze de zorg voor de armste delen van de wereld op zich zouden nemen. Zelf vond ik een prik hier op ons afgelegen plekje niet eens zo nodig, maar vanwege de corona-angst in het dorp heb ik toch maar toegegeven. 

Nu is er dan de booster, althans, in de westerse landen. Hier in Thailand is men nog volop met de gewone inentingscampagne bezig; in sommige delen van Afrika is men zelfs daar nog nauwelijks mee begonnen. In die landen dreigt verder uitstel, omdat het westen eerst moet boosteren. Ik citeer uit het interview met hoogleraar Virologie Sanders (Trouw, 29 november 2021), naar aanleiding van de nieuw ontdekte variant: Er lijkt nu te gebeuren wat velen het afgelopen jaar voorspelden. Het rijke Westen maakt zich druk om een derde prik voor de eigen bevolking in plaats van de vaccins eerlijk te verdelen. Met zoveel ongevaccineerden in de wereld krijgt het virus ruim kans gevaarlijke mutaties te verwerven. Sanders trekt het nog breder. “De kans is groot dat de omikron zijn vele mutaties heeft opgedaan in het lichaam van iemand met een verzwakte afweer. Iemand met hiv bijvoorbeeld die niet wordt behandeld. Daar zijn er in zuidelijk Afrika miljoenen van. Wij dachten dat we aids onder controle hadden en bekommerden ons niet meer om die mensen. Daar krijgen we nu de rekening voor gepresenteerd.”

Met de booster bescherm ik mezelf, met het inenten van mensen die nog niets gehad hebben draag ik bij aan het beschermen van de mensheid op de langere termijn. Ik heb de keuze, want ik heb het geluk heeft geboren te zijn in een land waar die keuze überhaupt gemaakt kan worden. Maar als ik voor de booster kies kan ik me niet meer onttrekken aan medeverantwoordelijkheid voor de gevolgen die dat heeft in Afrika. Kolonisatie: ik was er niet bij. Slavernij: dat was vóór mijn tijd. Rijkdom: daar heb ik niet voor gekozen. Corona: ehhhhhhhh, ander onderwerp graag.

Ander onderwerp? De gemiddelde CO2-uitstoot per persoon is wereldwijd 4,8 ton. In Nederland is dat 9,62 ton, in Thailand 3,93. In Congo 0,08, in Qatar 37,29. Er is warempel nóg een onderwerp waarin ik verantwoordelijkheid niet kan ontlopen. Daar hoef ik geen blog meer over te schrijven; dat is nu ook wel duidelijk.



23 november 2021

Hulp aan Birmezen uitgebreid

Van de MAP foundation, de stichting die Birmese werkers ondersteunt met voedselpakketten (zie deze blog), kregen we een kort verslag van de voortgang van het project. De oproep die we in augustus deden was geïnitieerd door een mede-bestuurslid van de Foundation for Education of Rural Children. In totaal konden met de donaties die volgden op die oproep zo'n 300 foodbags worden gekocht. Daarvan kwamen er bijna 70 van lezers van onze blog. Een druppel op een gloeiende plaat, maar samen met veel andere druppels kon de plaat toch wat afgekoeld worden.

Het merendeel van de pakketten is terechtgekomen bij werkers en hun gezinnen in Chiang Mai. Recentelijk is zijn er ook mensen van de stichting naar Fang, een stadje bij de Birmese grens in het uiterste noorden van Thailand, gereisd om pakketten te brengen bij Birmezen die daar in de sinaasappelplantages en fabrieken werken. Geheel in Thaise stijl zijn daar foto's van gemaakt. In Nederland zou dat privacygevoelig liggen, maar hier is dat heel gewoon. Zelfs wie gearresteerd wordt staat met naam, woonplaats en foto in de krant, meestal omringd door de trotse agenten die de arrestatie hebben uitgevoerd en een nog trotsere chef die de kans op nog een lintje erbij op zijn al volgehangen uniformjasje weer ziet groeien. Maar dat ter zijde.

Foto: MAP Foundation

Positief nieuws is dat de MAP-foundation is ingeschakeld door de provinciale gezondheidsdienst om te helpen bij alles wat met corona te maken heeft. De Birmezen zijn een extra kwetsbare groep doordat ze met velen in kleine woningen leven, buiten de standaard gezondheidszorg-programma's vallen en mede daardoor moeilijk van informatie te voorzien zijn. Dankzij de samenwerking komen voorlichting, tests en vaccinaties nu binnen het bereik van die groep.

Foto: MAP Foundation

Inmiddels is Thailand weer open voor toeristen. Hoewel de heropening met veel optimistische verwachtingen werd gepresenteerd komen er nog maar mondjesmaat mensen het land in. De meesten daarvan zijn vermoedelijk mensen die hier een huis en/of een vrouw hebben. Het is twijfelachtig of het toeristen-hoogseizoen, dat rond deze tijd zou moeten beginnen, een beetje van de grond wil komen. De kans dat dat pas volgend najaar gaat lukken is realistischer. Er is dus voorlopig nog werk aan de winkel voor MAP en al die andere organisaties die proberen het lot van degenen die het zwaarst getroffen zijn een beetje te verlichten.

Brahm Press, de man achter de MAP Foundation, vroeg ons om "the Dutchies" hartelijk te bedanken voor hun donaties. Bij dezen dus. En wie meer wil weten over de hulp aan Birmese werkers kan de eerder genoemde blog nog eens teruglezen.

15 november 2021

Wakkerhouders

Toen we nog in Chiang Dao woonden hebben we onder meer een Franse vrouw leren kennen die al een paar jaar op zoek was naar een woonplek. In eerste instantie dachten we dat het dan blijkbaar heel moeilijk was om hier een woning te vinden, maar toen we een middagje met een makelaar rondtoerden vertelde die (privacy is geen issue in Thailand) dat een van haar eisen was dat er absoluut geen geluid van buren of andere omgeving te horen mocht zijn.  Hij kende wel zulke plekken, maar durfde die niet aan haar aan te bevelen. Veel te gevaarlijk voor een alleenstaande westerse vrouw, vond hij.

Huisje kijken bij Chiang Dao

Wie op zoek is naar stilte moet niet in Azië zijn, hebben we wel eens iemand horen zeggen, en voor Thailand gaat dat inderdaad grotendeels wel op. Er waait regelmatig muziek over uit het dorp, afhankelijk van de windrichting hoor je verkeer op de weg naar Lampang, je hoort de bosmaaiers, de treintoeter, soms een tractor, voorbijkomende brommers en momenteel is het de tijd van de rijstoogst en zoemt de rijstmolen op de achtergrond. En is er iemand overleden of is het een Boeddhistische feestdag, dan hoor je de monniken. Op de plekken waar we eerder woonden of op vakantie gelogeerd hebben was dat altijd min of meer hetzelfde. We zijn eraan gewend, we vinden het niet erg, en er zijn nog heel veel momenten dat het hier heerlijk stil is.

Rijstoogstmachine

Stilte is overigens een subjectief begrip. Het kan zo maar zijn dat wat wij als een heerlijke stilte ervaren, voor een bezoeker uit Nederland een slapeloze nacht betekent. Want er is altijd wel het geluid van krekels, cicaden of kikkers. Dat kan soms behoorlijk hard zijn, maar het is zo alom tegenwoordig dat we eraan gewend zijn en het ons niet meer opvalt. Wij liggen daar dus niet wakker van.

Toch hebben we de afgelopen week een paar gebroken nachten achter de rug. Debet daaraan was een roedel honden, die door de omgeving zwierf en de sala van een buurman als nachtelijke uitvalsbasis had gekozen. Zo'n beetje om het uur lieten die honden van zich horen door onderling ruzie te maken of klagelijk te gaan huilen. Onze eigen honden vlogen dan luid blaffend naar buiten en wij zaten rechtop in bed. 

In eerste instantie probeerden we dat op te lossen door 's nachts de deur dan maar dicht te doen. Nu onze honden doorhadden dat ze niet naar buiten konden, reageerden ze inderdaad niet meer zo heftig op de wilde groep. Alleen begonnen ze zo tegen een uur of 3 zachtjes maar o zo irritant klagende piepgeluidjes te maken. Ze zijn niet gewend dat ze niet naar buiten kunnen voor het doen van hun behoefte en er was sprake van hoge nood. Daar moesten we dus voor het bed uit.

Duidelijk was nu dat het probleem alleen kon worden opgelost door de roedel wilde honden te verjagen. Maar hoe? We zouden het de buren kunnen vragen, maar zijn bang dat die dat op een weinig diervriendelijke manier zullen doen. Gelukkig biedt internet voor alles een oplossing. We vonden een paar video's met voor honden (en naar bleek ook voor onszelf) zeer onaangename geluiden. Die bleken te helpen. Zodra het geblaf en gehuil 's nachts begon zetten we zo'n videootje aan en onmiddellijk kozen de honden het hazepad. Na de 2e nacht bleven ze een nacht weg, maar na de nacht erna nog een keer met gepiep bestookt te zijn, zijn ze nu al een paar nachten weggebleven. We kunnen de deur weer open laten 's nachts.

Een ongestoorde nachtrust was daarmee echter nog geen feit. Weliswaar was het geblaf nu opgehouden, maar daarvoor in de plaats begon het geknaag. Het leek van vlak achter mijn hoofd te komen en het was te hard om door een hout-etend insect te worden voortgebracht. Ik inspecteerde de ruimte tussen matras en houten bedombouw, maar daar was niets te zien. Ik ging weer liggen en hoopte dat het overging, maar het geknars werd alleen maar intensiever. Ik stond op en probeerde het te localiseren, maar als ik met een lampje scheen hield het knagen op. Uiteindelijk was de conclusie dat het geknars uit een klein ladenblokje kwam. Eén voor één opende ik de laatjes. Toen ik het onderste open trok werd ik, schrik o schrik, besprongen door iets onbekends. Via mijn knie sprong het op de grond en verdween. Ik heb niet kunnen zien wat het was, maar dat werd wel duidelijk toen ik het laatje helemaal uit het blokje trok. Tussen de ammonieten die nog een plek in het mozaiekwerk moeten krijgen zat een stel net geboren muisjes. Moeder muis had de papiertjes waarop staat wie in Nederland de andere helft van de betreffende steen heeft in haar nest verwerkt. Voorwaar een mooie bestemming, maar onze liefde voor de natuur gaat niet zo ver dat we een muizennest achter het hoofdeind van ons bed ongemoeid laten.

Rennende muizen en ratten behoren sowieso tot de wakkerhouders. Dat ze vogelnestjes leegroven en op zolder piesen nemen we ze ook niet in dank af en voor zover er nog sprake was van enige sympathie hebben ze die wel verspeeld door me met de ziekte van Weil op te zadelen. Ze horen bij het leven tussen de rijstvelden, maar we proberen ze zo goed en zo kwaad als het gaat toch uit de buurt te houden.

Een van de meest komische wakkerhouders, hoewel we er midden in de nacht niet echt om kunnen lachen, is de kievit. Die maakt een nest op de grond en zodra er gevaar dreigt vliegt hij op om met veel kabaal een potentiële nestrover af te leiden, zodat die het nest niet vindt. Op zich zouden we daar niet wakker van worden, maar helaas heeft Yindee een verband gelegd tussen voorbijgangers op de weg en de alarmroep van de kievit. Zodra de kievit zich laat horen vliegt Yindee blaffend naar het hek. Ook 's nachts. De blaffende hond is op zich weer een bedreiging voor de kievit waardoor deze er nog een schepje bovenop doet en zo ontstaat een zichzelf in stand houdend alarmsysteem. Heel komisch, maar het mag allemaal wel wat zachter. Dat hebben we Yindee intussen ook redelijk bij kunnen brengen. De kieviten moeten het tegenwoordig wel heel bont maken om haar aan het blaffen te krijgen.

Voor het inperken van de ergste wakkerhouder kregen we hulp van de natuur zelf. Ik heb het dan over de feestjes, die hier in Thailand alleen maar geslaagd kunnen zijn als er karaoke gedaan kan worden. Over hoe zich dat ontwikkelt als de avond vordert en de flessen zelfgestookte whissekie leeg raken hoef ik denk ik niks te schrijven. Sinds de corona-uitbraak is het echter gedaan met die feestjes. De laatste weken komt er zo nu en dan wel weer eens wat muziek uit een van de omliggende dorpen aanwaaien, maar een party tot diep in de nacht is er al heel lang niet meer geweest. Mocht dat er ooit weer van komen, dan hebben we gelukkig nog een doeltreffende remedie in huis: oordopjes.

07 november 2021

Manies

In één klap zijn we een stuk rijker geworden. En dat zonder de loterij te winnen of een erfenis te krijgen. Eigenlijk hebben we er niets extra's voor hoeven doen. Het is gewoon vanzelf gegaan. 

Het begon allemaal toen Phan, onze 'Thaise zoon', liet weten dat hij langs zou komen. Een hele verrassing, want hij woont al weer een tijdje in Phuket en dat ligt op zo'n 1500 kilometer van Lampang. Zijn oom, die ook in Phuket woont, bleek een auto gekocht te hebben in Lampang en die gingen ze samen ophalen. Het ging om een simpel tweedehandsje, dus waarom dat van zo ver weg gehaald moest worden (vergelijk het met dat je vanuit Nederland een auto koopt en gaat ophalen in Barcelona) is ons een raadsel, maar we zijn inmiddels gewend aan de onnavolgbare Thaise logica, dus we hebben er maar niet naar gevraagd.

Natuurlijk was het een hartelijk weerzien, waarbij Phan ook alle dieren even moest knuffelen en aan oom en de ook meegekomen tante moest laten zien wat hij allemaal bij ons geknutseld had. Hij was ook zeer verrast door de hoogte van de bomen en andere begroeiing. In januari was hij voor het laatst geweest en toen kon je nog vanaf de weg het hele landje overzien. Nu is het een groene oase, zoals we al in een eerdere blog schreven. 

Die groene oase blijkt de oorzaak te zijn van onze opmars richting Quote 500. Dat bleek toen we stekjes gingen verzamelen om mee te geven aan tante, die ook dol is op plantjes. De afgelopen weken heeft Mieke volop nieuwe schaduwplantjes geplant. Dat kon tot voor kort niet, omdat er te weinig schaduwplekken waren, maar nu is dat dus compleet veranderd. Phan wees op één van de plantjes en vertelde dat dat op de markt momenteel 100.000 baht, zo'n 2700 euro, kost. We grapten nog dat hij het voor 50.000 mee mocht nemen en besteedden er verder weinig aandacht aan. Ik vermoedde dat hij zich in de Engelse getallen vergist had. In het Thais is de opbouw van getallen namelijk anders dan bij ons. Het rijtje duizend, tienduizend, honderdduizend is in het Thais phan, meung, sen. Vertalen naar het Engels kan voor een Thai dus best verwarrend zijn.

100.000 baht (€ 2.700)

Toch liet het ons niet helemaal los. Phan zou best meung vertaald kunnen hebben met 100.000 in plaats van 10.000, maar zelfs 10.000 baht is nog altijd een exorbitant bedrag voor een plantje. We zijn daarom maar eens op onderzoek uitgegaan en wat bleek? Er is in Thailand sprake van een soort tulpenmanie: een plantjes-met-mooie-blaadjesmanie. Of Phan gelijk had met de prijs voor het specifieke plantje dat hij aanwees weten we niet, maar dat er waanzinnige prijzen voor plantjes gevraagd worden blijkt te kloppen. In het filmpje hieronder bezoekt een Australier een plantenmarkt in de zuidelijke badplaats Hua Hin en valt van de ene verbazing in de andere. De hoogste prijs die hij tegenkomt is maar liefst 3,9 miljoen baht, ruim 100.000 euro. Helaas wordt niet duidelijk of dat bedrag er ook daadwerkelijk voor gegeven wordt. (Als de video niet zichtbaar is, ga dan naar https://www.youtube.com/watch?v=c9aikFrZWp0)

Nu zitten we hier met de nodige plantjes-met-mooie-blaadjes en daarmee zijn we vermoedelijk dus stinkend rijk. We zouden nu een hoge muur om het landje moeten bouwen, met camera's op alle hoeken en felle verlichting overal. En we zouden wat mensen moeten inhuren om de plantjes-met-mooie-blaadjes constant in de gaten te houden en te ontdoen van rupsen en andere bladeters. Maarja, om dat te betalen zouden we de plantjes-met-mooie-blaadjes moeten verkopen en dan hebben we al die poespas niet meer nodig. Een heuse catch-22, alleen zitten we er niet in gevangen, want net als de tulpenmanie gaat de plantjesmanie ook wel weer over. Bovendien willen we de plantjes niet kwijt, weten we niet zeker of onze plantjes ook wel zo veel waard zijn en hebben we geen idee hoe we ze zouden moeten verkopen en aan wie. We voelen ons al rijk genoeg met de mooie tuin, al die dieren om ons heen, ons relaxte leventje hier in dit mooie land en elkaar.

Oplettende lezertjes (ja Frans, die is speciaal voor jou) is het ongetwijfeld opgevallen dat er met Phan iets aan de hand is. In de tweede alinea noemen we hem onze Thaise zoon, en bij de uitleg over de Thaise duizendtallen komt phan ook weer terug als vertaling van duizend. Zijn naam is eigenlijk Prasong, maar net zoals alle Thai wordt hij in het dagelijks leven door iedereen aangesproken met zijn bijnaam, die inderdaad duizend betekent. We kennen hem al van voordat we naar Thailand verhuisden, zijn goede vrienden geworden en op een gegeven moment heeft hij gevraagd of hij ons mom en dad mocht noemen. Dat mogen we als een hele eer beschouwen (en qua leeftijd zou het goed gekund hebben), dus sindsdien heeft hij een Nederlandse mom en dad, hetgeen betekent dat wij vanaf hetzelfde moment een Thaise zoon hebben.

28 oktober 2021

Natte geit

Het is nat. Zeiknat. Op sommige delen van het landje staan nog flinke plassen, op andere plekken, waaronder delen van de paardenwei, is het een modderboel. We hebben de natste regentijd sinds we hier zijn achter de rug. Of eigenlijk hebben we die nog helemaal niet achter de rug; het regent nog steeds om de paar dagen. En doordat er al heel veel regen gevallen is, én een gemiddelde regenbui hier overeenkomt met een zware regenbui is Nederland, is de grond verzadigd van het water en zijn de plassen na iedere bui weer enorm aangegroeid. Gelukkig laat de zon zich ook vaak zien, waardoor er ook snel weer veel water verdampt, maar het blijft een natte boel hier. 

Ruim een maand geleden schreef ik al dat bomen en struiken als een groene bom de grond uitgeschoten zijn, nadat ze de eerste 3 jaren maar beetje bij beetje wilden groeien. De afgelopen maand zijn ze daar vrolijk mee verder gegaan. Daardoor hebben we ineens een overvloed aan schaduwplekjes, maar tegelijkertijd wordt het zicht belemmerd op de zonsopkomst, die we de komende maanden weer vanuit bed kunnen bewonderen, als er tenminste geen begroeiing in de weg staat. En ook op de bergen hebben we niet meer het vrije uitzicht dat we hadden. Nu het gras maaien wat minder tijd begint te vergen, komt daar het snoeien voor in de plaats. Daarmee houden we tenminste ook wat doorkijkjes open.

Sommige planten zijn zo fanatiek dat ze de lichtval op de zonnepanelen belemmeren. Ook die krijgen onverbiddelijk met de snoeizaag te maken. De opbrengst van de panelen gaat namelijk onevenredig hard achteruit zelfs als er maar een deel van een paneel minder licht vangt.

Wat er ook gesnoeid moet worden, of eigenlijk volledig uitgeroeid, zijn de hardnekkige stekelplantjes die overal uit de grond schieten. Er is er eentje bij die zijn zaadjes op een ingenieuze manier verspreidt. Ze zitten in miniscule doorntjes met nog minisculere weerhaakjes en als je er tegenaan loopt zit je broek/lungi/jurk daar meteen helemaal vol mee. De enige manier om de doorntjes uit je kleren te krijgen is door ze er één voor één uit te trekken. Laten zitten kan ook, maar dan beginnen ze vroeg of laat langs je benen te krassen. We hopen maar dat we ze door telkens te blijven maaien het leven zuur kunnen maken. Met de eveneens stekelige kruidje-roer-me-niet werkt die taktiek in ieder geval niet. Nu de grond dankzij de vele regen zacht is, proberen we die er zo veel mogelijk helemaal uit te trekken.

De vele harde regenbuien die nu al 6 maanden lang meerdere keren per week vallen zijn ook een flinke aanslag op de pittoreske grasdakjes. Zelfs op de stal van Surya moet al gras worden bijgelegd, maar we moeten nog uitvogelen hoe we dat het handigste kunnen doen. Een ladder in een modderige wei met een overenthousiast ronddartelend veulen... ik zie het plaatje al voor me: ik, liggend in de modder, Mieke schaterend aan de kant en Surya met haar hoofd door de ladder, verbaasd hinnikend om alle ophef. We zijn maar eerst begonnen met het herstellen van het grasdakje van een van de sala's, zodat we alvast wat ervaring als grasdakdekkers kunnen opdoen. Gelukkig ligt er onder het grasdak van het stalletje nog een laagje golfplaat, dus binnen blijft het in ieder geval droog.

Dan is er natuurlijk ook nog het ritueel van het legen van de overloopput. Die hoort eigenlijk alleen gevuld te worden vanuit de septictank, met water waaruit de "zwaardere bestanddelen" (ik zal niet in details treden) zijn bezonken. Dat water is nog prima geschikt voor de tuin. Maar tijdens zware buien loopt er ook water vanuit de grond in de overloopput, zodat er minimaal wekelijks gepompt moet worden, terwijl de tuin helemaal geen extra water nodig heeft. 

De nattigheid is kaasje voor de takaab. In de eerder genoemde groenebomblog kwam die reuzeduizendpoot ook al even voorbij, nadat Mieke met de beet van het beest had kennisgemaakt, gelukkig zonder ernstige gevolgen. Het controleren van kleding en laarzen voordat we die aantrekken is een standaardhandeling geworden. En bij het werken in de tuin gaan ook de werkhandschoenen aan. Je weet immers maar nooit wat er rondloopt. Van de week voelde ik bij het aantrekken van een handschoen een steek in mijn vinger. Snel trok ik mijn hand er weer uit, waarna er ook een takaab uit tevoorschijn kwam. Net als Mieke had ik mazzel dat het om een klein exemplaar ging. Het brandde flink, maar niet zo erg als waar we op grond van de verhalen bang voor waren.

Het is intussen een uitdaging geworden om goed beschermd tegen plassen, stekelplantjes en takaabs in de tuin te werken. Voor het grasmaaien heb ik een speciale lungi, die intussen helemaal vol zit met doorntjes. Voor het overige werk is er de charmante combinatie van laarzen tegen water en takaabs, een kortere lungi die niet langs de stekelplantjes gaat en werkhandschoenen tegen allerlei prikkende en bijtende planten en dieren. We kunnen alleen nog maar dromen van de tijd dat je slechts gehuld in een vijgenblaadje door het paradijs kon flaneren; die ligt reeds lang achter ons.

Adam en Eva zijn weggelopen uit het schilderij 
"De zondeval" van Cornelis van Haarlem uit 1592


06 oktober 2021

200

Dit is hem dan. De mijlpaal. De 200e blog. Toen we er ruim 7 jaar geleden mee begonnen was het idee dat we gewoon voor onszelf wilden opschrijven hoe het ons eerst op weg naar, en later levend in Thailand verging. En dat is eigenlijk nog altijd het uitgangspunt. Dat er een vaste groep meelezers is maakt het extra leuk om te doen.

Misschien vraag je je af of die 7 jaar wel klopt. We zitten immers nog geen 5 jaar in Thailand. Maar de allereerste blog is inderdaad van ruim 7 jaar geleden, om precies te zijn van 25 augustus 2014. Onder de titel "Schoonmoeder" verscheen een aankondiging van ons voorgenomen vertrek. In eerste instantie was dat bedoeld voor de website Thailandblog, maar we besloten spontaan om er ook maar een eigen blog mee te beginnen. Dat was wat optimistisch, want de beloofde verhalen over de verdere voorbereidingen zijn er nooit gekomen. Pas in maart 2015 verschenen er 8 nieuwe blogs, geschreven tijdens een vakantie in Thailand.

Bijna een jaar later, op 7 januari 2017, beginnen we echt op stoom te komen. We hebben dan net een waanzinnig mooi gelegen huisje in Chiang Dao gevonden, dat we kunnen gaan huren. Dat moeten we natuurlijk even aan de wereld laten weten.

Vanaf het moment dat we in Thailand zijn gaat het hard met de blogs. Elke week verschijnt er minstens één. Logisch, want alles is nog nieuw, dus de onderwerpen worden ons op een presenteerblaadje aangereikt. Naarmate we hier langer zijn loopt de frequentie iets terug, maar het lukt toch nog altijd om zo ongeveer elke twee weken iets nieuws te schrijven.

Statistieken

Bij een mijlpaal hoort terugkijken, dus ik ben maar eens even in de statistieken gedoken.

  • Het aantal lezers schommelt zo'n beetje tussen de 20 en de 50. Dat is dan exclusief de lezers van het Boeddhistisch Dagblad, waarover later meer.
  • Het meest gelezen is de blog "ผงซักฟอกล้างจาน"van 3 oktober 2017. Met 283 lezers steekt deze met kop en schouders boven de rest uit. Waarom is me een raadsel. In eerste instantie hebben slechts 23 mensen het verhaal gelezen, maar in juni 2018 kwamer er ineens 80 bij en in maart 2019 nog eens 125. Het lijkt alsof er ergens links naar die blog hebben gestaan.
  • Aan de andere kant is er dan de blog "Kikkerbilletjes", die het met een magere 6 lezers heeft moeten doen. Ook dat is niet goed verklaarbaar, want het is een bijzonder verhaal over het bevrijden van een gulzige slang en er staan erg fraaie foto's bij. Wie de kikkerbilletjes gemist heeft moet het beslist alsnog even lezen.


  • Ik heb geprobeerd te bedenken wat mijn eigen favoriete blog is, maar daar kom ik niet goed uit. Ik hou van de beschouwingen over de taal en geniet van alles wat we in Nederland absoluut onlogisch vinden maar wat hier heel gewoon is. Maar als ik dan een favoriet moet noemen is dat er een die de gebeurtenissen uit het dagelijkse leven overstijgt. De blog van 21 september 2020 over Somtjid Wongtang bijvoorbeeld.

Een van de meest bijzondere blogs vindt ik nog altijd Pong Veegt, door Mieke geschreven en geplaatst op 29 oktober 2017. Gewoon omdat het een prachtige beschrijving van een dagelijks ritueel is, maar ook omdat dat de blog is die op een of andere manier onder de aandacht van het Boeddhistisch Dagblad is gekomen. Het was de eerste blog die ook in die online krant verscheen en sindsdien zijn onze blogs ook daar te lezen. Een hele eer.

En nu op naar de 300. Zolang we het leuk vinden om te schrijven blijven we dat doen. Een week of 3 geleden schreef ik over de metselwesp die mijn notitieboek had dichtgemetseld. Toen we het weer open hadden weten te krijgen hebben we er natuurlijk even doorheen zitten bladeren en bedacht dat het leuk zou zijn om gedichten die daarin staan als blogs op te nemen. Mieke heeft ook zo'n boek, dus we kunnen dan even vooruit, ook als de inspiratie ons onverhoopt wat in de steek laat. Dan moet die 300e er wel een keer van gaan komen.